Sport lichamelijke opvoeding tweede graad aso sportwetenschappen



Dovnload 416.21 Kb.
Pagina1/6
Datum18.08.2016
Grootte416.21 Kb.
  1   2   3   4   5   6

sport

lichamelijke opvoeding
TWEEDE graad ASO


sportwetenschappen





LEERPLAN SECUNDAIR ONDERWIJS

september 2006

LICAP – BRUSSEL D/2006/0279/026

Vlaams Verbond van het Katholiek Secundair Onderwijs

Guimardstraat 1, 1040 Brussel




sport

lichamelijke opvoeding
TWEEDE GRAAD ASO


SPORTwetenschappen







LEERPLAN SECUNDAIR ONDERWIJS

LICAP – BRUSSEL D/2006/0279/026

september 2006

(vervangt leerplan D/2002/0279/054 met ingang van september 2006)

ISBN 978-90-6858-663-3



Inhoud

VISIE: Lichamelijke opvoeding beoogt de totale persoonsvorming 5


1 HET STUDIERICHTINGSPROFIEL 7

Situering van de studierichting Sportwetenschappen 7

Situering van de studierichting Sportwetenschappen 7

2 BEGINSITUATIE 8

3 ALGEMENE DOELSTELLINGEN 8

4 ALGEMENE PEDAGOGISCH-DIDACTISCHE WENKEN 9

4.1 Het leerplan en het opvoedingsproject 9

4.1 Het leerplan en het opvoedingsproject 9

4.2 Werken met het leerplan LO 9

4.2 Werken met het leerplan LO 9

4.3 Vakgroepwerking 11

4.3 Vakgroepwerking 11

4.4 Afzonderlijke lessen voor jongens en meisjes 12

4.4 Afzonderlijke lessen voor jongens en meisjes 12

4.5 Veiligheid 13

4.5 Veiligheid 13

4.6 Hygiëne 14

4.6 Hygiëne 14

4.7 Documentatiemap 14

4.7 Documentatiemap 14

4.8 Vervangtaken 14

4.8 Vervangtaken 14

4.9 Didactische wenken 15

4.9 Didactische wenken 15

4.10 Richtprogramma en planning 18

4.10 Richtprogramma en planning 18

4.11 Het vak LO en de vakoverschrijdende eindtermen (VOETen) 18

4.11 Het vak LO en de vakoverschrijdende eindtermen (VOETen) 18

5 LEERPLANDOELSTELLINGEN, LEERINHOUDEN EN PEDAGOGISCH-DIDACTISCHE WENKEN 19

5.1 Leerplandoelen voor alle bewegingsgebieden 19

5.1 Leerplandoelen voor alle bewegingsgebieden 19

5.2 Individuele bewegingsgebieden 21

5.2 Individuele bewegingsgebieden 21

5.3 Interactieve bewegingsgebieden: balspelen 32

5.3 Interactieve bewegingsgebieden: balspelen 32

5.4 Contact- en verdedigingsvormen 38

5.4 Contact- en verdedigingsvormen 38

6 EVALUATIE 39

6.1 Omschrijving 39

6.1 Omschrijving 39

6.2 Doel van evalueren 40

6.2 Doel van evalueren 40

6.3 Kwaliteitscriteria van het evaluatie-instrument 41

6.3 Kwaliteitscriteria van het evaluatie-instrument 41

7 MINIMALE MATERIËLE VEREISTEN 42

7.1 Accommodatie 42

7.1 Accommodatie 42

7.2 Materiaal 42

7.2 Materiaal 42

8 BIBLIOGRAFIE 45

8.1 Algemeen 45

8.1 Algemeen 45

8.2 Atletiek 46

8.2 Atletiek 46

8.3 Balspelen 46

8.3 Balspelen 46

8.4 Contact- en verdedigingsvormen 47

8.4 Contact- en verdedigingsvormen 47

8.5 Gymnastiek 47

8.5 Gymnastiek 47

8.6 Ritmische en expressieve vorming 47

8.6 Ritmische en expressieve vorming 47

8.7 Zwemmen 48

8.7 Zwemmen 48

8.8 Niet-vermelde bewegingsgebieden 48

8.8 Niet-vermelde bewegingsgebieden 48

9 LIJST VAN DE EINDTERMEN 50


VISIE

Lichamelijke opvoeding beoogt de totale persoonsvorming

Lichamelijke opvoeding (LO) is een vak van de basisvorming waarin alle aspecten van de motorische vorming aan bod komen.

LO levert een bijdrage in de harmonieuze opvoeding van jongeren naar volwassenheid én stimuleert leerlingen tot een actieve, sportieve levenshouding en vrijetijdsbesteding.

De lessen LO bieden kansen tot waardeopvoeding en dragen bij tot het realiseren van het christelijk opvoedingsproject van de school.

Het vakconcept LO is geëvolueerd naar een concept waarin de totale persoonlijkheidsontwikkeling van de bewegende mens centraal staat.

De actuele vakvisie schenkt aandacht aan de bewegingsgebonden doelen:


- ontwikkeling van de motorische competenties
- ontwikkeling van een gezonde, veilige en fitte levensstijl,

én aan de persoonsgebonden doelen:

- ontwikkeling van het zelfconcept en het sociaal functioneren.

Beweging is het middel


- om zinvolle gehelen van leertaken aan te bieden,
- in authentieke contexten (voeling met de realiteit),
- met de nadruk op integratie van kennis, vaardigheden en attitudes.

De leraar zorgt dat zowel bewegings- als persoonsgebonden doelen aan bod komen in de lessen LO.

Deze vakvisie wordt toegepast in alle onderwijsniveaus en in alle bewegingsgebieden.

Van de leraar LO wordt dus veel verwacht. In een dynamische vakgroep vindt hij de nodige stimulansen en ondersteuning.




  1. HET STUDIERICHTINGSPROFIEL

      Situering van de studierichting Sportwetenschappen

'Sportwetenschappen' is een aso-studierichting die naast wiskunde, talen en andere vormingsgebieden sterk het accent legt op Lichamelijke opvoeding en wetenschappen.

De adolescentie is de periode bij uitstek waarin de leerling zichzelf, zijn lichamelijke mogelijkheden en zijn communicatievermogens leert ontdekken en ontwikkelen, om uit te groeien van adolescent tot evenwichtige volwassene. In de tweede graad heeft de motorische component van de persoonlijkheid van de jongere frequent en juist gedoseerde ontwikkelingsprikkels nodig. Dagelijks één lesuur motorische vorming bevordert de harmonische ontwikkeling en heeft een gunstige invloed op weerbaarheid en mentale fitheid.

De lessen Lichamelijke opvoeding stimuleren de leerlingen tot positieve sociale interacties (fair play, samenwerking, hulpvaardigheid, aanvaarden van normen, regels en waarden). Individuele attitudes, zoals leergierigheid, leren genieten van intensief bewegen, kunstzinnig bewegen, zorg voor het lichaam, beheersing, zelfstandigheid en grenzen verleggen, worden ontwikkeld.

Leerlingen leren de fysieke, psychische, relationele mogelijkheden en beperktheden van zichzelf en anderen inzien en aanvoelen.



Het belang van de positief-wetenschappelijke ondersteuning

Wetenschappen dragen bij tot de studie van de levende en/of niet-levende materie. De leerlingen krijgen inzicht in het bewegingsmechanisme en het functioneren van het menselijk lichaam.

De leerlingen oefenen zich in het kritisch analyseren, verwerken en evalueren van feitenmateriaal. Ze krijgen inzicht in biologische, fysische en chemische verschijnselen en in de samenhang tussen de vakken.


  1. BEGINSITUATIE

In de regel komen de leerlingen allemaal uit de eerste graad, waar zij voor LO het leerplan van de A-stroom hebben gevolgd.

De leraar gaat ervan uit dat leerlingen op het einde van de eerste graad de basisvaardigheden beheersen om deel te nemen aan individuele en interactieve activiteiten uit verschillende bewegingsgebieden.

De leerlingen van de tweede graad zijn in hun adolescentieperiode. Verschillen tussen leerlingen, in het bijzonder tussen jongens en meisjes, worden meer uitgesproken. De verschillen situeren zich zowel op het fysieke als op het psychische vlak. De mate waarin wordt deelgenomen aan buitenschoolse bewegingsactiviteiten accentueert deze verschillen nog.

Elke leraar stelt de beginsituatie van zijn leerlingengroep vast. De vakgroep werkt hierbij ondersteunend. Raamplan en geziene leerstof van de eerste graad zijn richtinggevend. De leraar houdt rekening met het niveau van de leerlingen die van andere scholen instromen.

De leerlingen die voor de studierichting Sportwetenschappen kiezen hebben een duidelijk ASO - profiel met een uitgesproken aanleg en belangstelling voor Wetenschappen.


  1. ALGEMENE DOELSTELLINGEN

In de studierichting Sportwetenschappen krijgt Lichamelijke opvoeding een bijzondere inhoud. De leerlingen krijgen initiatie en oriëntatie in een reeks activiteiten uit de bewegingscultuur. De motorische basisvorming en de fysieke basiseigenschappen worden verder ontwikkeld en onderhouden. Tevens willen we deze leerlingen aanzetten tot reflecteren over de eigen beweging en over hun leerproces. De leerlingen leren een kritische houding aannemen ten opzichte van de lichaams- en de bewegingscultuur.Daarbij leveren de lessen LO/Sport een belangrijke bijdrage tot het verwerven van zowel persoonlijke als sociale attitudes.

Wanneer leerlingen in de les LO succes ervaren en plezier beleven, verhoogt hun welbevinden. Hun betrokkenheid bij de activiteit wordt groter, ze gaan bewegen als aangenaam ervaren en willen vorderingen maken.

Tijdens de lessen LO krijgen de leerlingen de kans om zichzelf beter te leren kennen, om eigen mogelijkheden en beperkingen te ervaren én om hun grenzen te verleggen. Ze worden gestimuleerd om samen te werken, elkaar te helpen en te waarderen. Dit heeft een positieve invloed op de vorming van een realistisch zelfbeeld.

Leerlingen die voldoende positieve ervaringen opdoen in verschillende bewegingsgebieden worden bovendien gestimuleerd om ook buiten de lessen LO meer te bewegen.



  1. ALGEMENE PEDAGOGISCH-DIDACTISCHE WENKEN

    1. Het leerplan en het opvoedingsproject

De school wil haar leerlingen meer meegeven dan louter overdracht van kennis en verwerven van vaardigheden.
Waardeopvoeding en christelijk engagement maken deel uit van het opvoedingsproject van de school.

In een christelijke levensvisie wordt het leven tegelijk als een gave én een opgave beschouwd. Dit impliceert een positieve levenshouding die ook tot uiting komt in de beleving van het vak Lichamelijke opvoeding. De leraar bevestigt dit door de manier waarop hij met jongeren omgaat.


Hij biedt leerlingen een houvast als hij de waarden die hij aanbrengt ook voorleeft.

    1. Werken met het leerplan LO

Dit leerplan is bedoeld voor de scholen die de studierichting Sportwetenschappen in de tweede graad ASO aanbieden.

De vakgroep maakt een raamplan op voor de twee leerjaren (zie 4.10 Richtprogramma en planning).

Het leerplan LO is het basisdocument dat de leraren helpt om visie en lijn in hun lessen te steken, om een inhoudelijk aanbod uit te werken. Het formuleert pedagogisch-didactische suggesties en werkvormen, met zowel aandacht voor de onderwijsdoelstellingen als voor de kenmerken van individuele leerlingen of leerlingengroepen.

De eindtermen, minimumdoelen die de overheid voor het vak LO oplegt, zijn in het leerplan verwerkt. Als de leraar het leerplan realiseert, realiseert hij meteen de eindtermen. Eindtermen die verwijzen naar een attitude (*) worden nagestreefd.

Om het vakconcept weer te geven kunnen er diverse schema’s gehanteerd worden. In dit leerplan wordt geopteerd voor onderstaand algemeen doelenkader.

Het vak Lichamelijke opvoeding is motorische basisvorming met beweging als middel

  • om zinvolle gehelen van leertaken aan te bieden,

  • in authentieke contexten (voeling met de realiteit),

  • met de nadruk op integratie van kennis, vaardigheden, dynamische en affectieve componenten.

In de verschillende bewegingsgebieden komen zowel bewegingsgebonden als persoonsgebonden doelen aan bod.

Bewegingsgebonden doelen

Ontwikkeling van de

motorische

competenties





Ontwikkeling van een gezonde, veilige en fitte levensstijl





Persoonsgebonden doelen

Ontwikkeling van het zelfconcept en het

sociaal functioneren





Dit doelenkader geeft een beeld van het vakconcept LO waarin de totale persoonlijkheidsontwikkeling van de bewegende mens centraal staat.

Dit houdt een geïntegreerde realisatie in van de twee doelengroepen:



bewegingsgebonden doelen

- ontwikkeling van de motorische competenties: de leerlingen leren, individueel of in groep, bewegingsvaardigheden verwerven op een verantwoorde, veilige manier en deze toe te passen in andere situaties.

- ontwikkeling van een gezonde, veilige en fitte levensstijl: de leerlingen leren verantwoordelijkheid nemen en zorg dragen voor de gezondheid, veiligheid en welzijn van zichzelf en die van anderen.
persoonsgebonden doelen

- ontwikkeling van het zelfconcept en het sociaal functioneren: de leerlingen werken aan hun persoonsvorming en hebben aandacht voor sociale vaardigheden.


Van de leerling wordt verwacht dat hij zijn leren meer en meer zelf gaat sturen, zijn kennis actief gaat opbouwen en wendbaar kan toepassen in authentieke, levensechte situaties, in samenwerking met één of meerdere leerlingen. De leraar begeleidt en staat samen met de leerling in voor het leerproces. Hij zorgt dat zowel bewegings- als persoonsgebonden doelen binnen zinvolle gehelen van leertaken aan bod komen in de lessen LO. Het creëren van deze krachtige leeromgeving ondersteunt het competentieleren.

1 Leerplandoelstellingen

De vakgebonden eindtermen zijn op herkenbare wijze geïntegreerd in de leerplandoelstellingen.



  • De bewegingsgebonden en persoonsgebonden doelen die in alle bewegingsgebieden aan bod kunnen komen zijn verzameld in een algemeen doelenkader (zie 5.1 Leerplandoelen voor alle bewegingsgebieden). De leraar kiest per bewegingsgebied twee (1 bewegingsgebonden en 1 persoonsgebonden) of meer leer-plandoelen uit dit algemeen doelenkader.

  • Leerplandoelstellingen die terug te vinden zijn bij de bewegingsgebieden worden door de leraar gekoppeld aan de doelen uit het algemeen doelenkader.

  • Genummerde leerplandoelstellingen verwijzen naar een vakgebonden eindterm. Als het om een attitude gaat, wordt er een (*) aan toegevoegd. De lijst van de vakgebonden eindtermen is opgenomen in
    hoofdstuk 9.

De leerplandoelstellingen in dit leerplan zijn dezelfde voor jongens en meisjes maar binnen de bewegingsgebieden kunnen zowel de leerinhouden als de werkvormen om deze doelen te bereiken, verschillen.
Naargelang de mogelijkheden in de school (accommodatie, leerlingengroep, vooropgestelde prioriteiten) kiest de vakgroep bijkomende doelstellingen die bijdragen tot de verwezenlijking van het eigen opvoedingsproject.

2 Leerinhouden

De leerinhouden vermeld in dit leerplan zijn suggesties, middelen om de doelstellingen van het vak LO te verwezenlijken. Eenzelfde doel uit het algemeen doelenkader kan gerealiseerd worden door verschillende leerinhouden.


De keuze van de leerinhouden is afhankelijk van verschillende factoren zoals beginsituatie, bewegingsgebied, accommodatie en materiaal, geslacht, samenstelling en grootte van de leerlingengroep.

3 Pedagogisch-didactische wenken

Pedagogisch-didactische wenken (werkvormen, materiaalkeuze ...) geven tips omtrent de aanpak van het leerproces en illustreren de vernieuwingen in het vak.



    1. Vakgroepwerking

Een goede vakgroep valt op door een hecht informeel en formeel werkverband. De groep streeft naar effectieve samenwerking en gezamenlijke ontwikkeling van visie, leerinhouden, didactische aanpak en evaluatievormen.

  • Overleg en afstemming tussen de leraren dragen bij tot een vlot verloop en planning van het vak en vergroten de kans om de leerplandoelstellingen en doelen uit het opvoedingsproject van de school te realiseren.

  • De vakgroepwerking ondersteunt het leer- en vormingsproces van de leerlingen. Leerlingen functioneren beter wanneer zij bij alle leraren eenzelfde visie en aanpak van de lessen ervaren.

  • Activiteiten binnen de vakgroepwerking geven leraren kansen om zich verder te ontwikkelen. Uitwisselen van informatie en ervaringen, formuleren van aandachtspunten geven aanleiding tot reflectie op het eigen functioneren. Een gevolgde nascholing kan aanleiding zijn om een leermoment in te lassen en samen toepassingen uit te werken.

Uiteraard is het niet de bedoeling dat de leraar zich beknot voelt door te strakke afspraken binnen de vakgroep. Er zal voortdurend ruimte blijven voor eigen ervaringen, persoonlijke bekwaamheid en creativiteit.

De vakgroep heeft aandacht voor afspraken in verband met vakoverschrijdende eindtermen, organisatie van naschoolse activiteiten en sportdagen.

De vakcoördinator (het vakhoofd, de vakverantwoordelijke) neemt als leidinggevende een speciale plaats in binnen de vakgroep. Hij geeft doelen en perspectieven van de schoolleiding door aan de leraren en vertolkt de ideeën, standpunten en vragen van de vakgroep naar de schoolleiding. Hij zet zich in om met de collega’s een hechte groep te vormen. De vakcoördinator (het vakhoofd, de vakverantwoordelijke) is in de school de vertegenwoordiger van het vak en de spreekbuis van de groep. Het is aangewezen dat hij zowel door de groep als door de schoolleiding erkend en gemandateerd wordt.

De vakgroep kan haar verantwoordelijkheden praktisch uitwerken in een deelschoolwerkplan. Voor de invulling wordt uitgegaan van de leerplannen, de ondersteuning van de pedagogische begeleiding en de visie op het vak die aansluit bij het eigen opvoedingsproject van de school.



Een goed deelschoolwerkplan kiest en ordent de leerinhouden over de verschillende jaren en geeft richting aan het werk van de leraren. Het is eenvoudig en zinvol, tijd- en energiebesparend. Het laat een gepaste vrijheid toe.
Mogelijke rubrieken zijn:

    1 Algemene gegevens voor het vak Lichamelijke opvoeding

  • naam, adres, lessenopdracht van de leraren LO;

  • accommodatie: ligging, adres, telefoon ...

    2 Afspraken voor de lessen Lichamelijke opvoeding in verband met

  • regels en routines die specifiek zijn voor het vakdomein

  • veiligheid in het algemeen en de geldende veiligheidsvoorschriften (zie 4.5 Veiligheid)

  • vervangtaken (zie 4.8 Vervangtaken)

  • opvang van leerlingen bij afwezigheid van de leraar LO.

    3 Raamplan: horizontale en verticale samenhang

  • Er is planning nodig om tot verticale samenhang te komen in wat jaar na jaar aan de leerlingen aangeboden wordt. Deze opeenvolging van de te leren doelen/inhouden en de stappen die de leerling zet om deze doelen/inhouden te verwerven, worden leerlijnen genoemd.

  • Om tot horizontale én verticale samenhang te komen is samenwerking met collega’s van hetzelfde jaar, van lagere en hogere jaren noodzakelijk.

  • In deze graad (horizontale samenhang) wordt nagegaan welke bewegingsgebieden worden aangeboden voor jongens en meisjes:
     uit de individuele bewegingsgebieden: atletiek, gymnastiek, zwemmen, ritmische en expressieve vor- ming ...,
     uit de interactieve bewegingsgebieden: balspelen waaronder doelspelen en terugslagspelen.

    4 Jaarplannen

  • Vanuit het leerplan en in samenspraak met de collega's stelt de leraar zijn jaarplan op. Hij houdt rekening met de leerlingengroep, het raamplan, de accommodatie, de effectief beschikbare uren en de nodige evaluatiemomenten.

  • Het jaarplan geeft een overzicht van de leerplandoelstellingen en/of leerinhouden van de bewegingsgebieden, realistisch gespreid over het schooljaar.

  • De leraar kiest per bewegingsgebied twee (1 bewegingsgebonden en 1 persoonsgebonden) of meer doelen uit dit algemeen doelenkader. Leerplandoelstellingen die terug te vinden zijn bij de bewegingsgebieden worden door de leraar gekoppeld aan de doelen uit het algemeen doelenkader.

  • Het is nodig dat de jaarplannen van de opeenvolgende jaren op elkaar aansluiten omwille van de continuïteit in het leerproces.

  • Het jaarplan is een hulpmiddel, een persoonlijk werkinstrument om de onderwijskwaliteit te optimaliseren. Een vast model bestaat niet.

    5 Evaluatie

  • De vakgroep maakt afspraken over evaluatie in functie van feedback, remediëring en rapportering (zie 6 Evaluatie).

    6 Accommodatie en materiaal (zie 7 Minimale materiële vereisten)

  • Bij het begin van het schooljaar wordt een rooster opgemaakt met de verdeling van de beschikbare ruimtes.

  • De vakgroep inventariseert jaarlijks het materiaal. Er wordt nagegaan welk materiaal aan herstelling en/of vervanging toe is. De vakgroep stelt een aankoopplanning voor.

    1. Afzonderlijke lessen voor jongens en meisjes

    De inrichtende macht en de directie hebben de pedagogische vrijheid om de lessen Lichamelijke opvoeding voor jongens en meisjes afzonderlijk of gemengd te organiseren. Op basis van de schooleigen vakvisie argumenteert de vakgroep waarom zij voor een bepaalde keuze opteert.

De visie van het VVKSO en de pedagogische begeleiding wordt duidelijk verwoord in de mededelingen van 8 november 1996 betreffende 'Samenzettingen voor Lichamelijke opvoeding - pedagogische aanbevelingen'
(M-VVKSO-1996-061).

De leraar heeft oog voor zorgbreedte in de klas waarbij elke leerling optimale individuele ontwikkelingskansen krijgt. De organisatie van gemengde groepen vergroot de toename van verschillen in de klassengroep. Dit vergt extra differentiatie.



    1. Veiligheid

Afspraken betreffende veiligheid worden meegedeeld in het vak- en/of schoolreglement. De leraar zorgt ervoor dat dit reglement consequent wordt toegepast.

Veiligheid krijgt zowel bij de bewegingsgebonden als bij de persoonsgebonden doelen aandacht.



1 Bewegingsgebonden doelen

Motorische competenties



  • Materiële veiligheid

Onveilig materiaal of onveilige accommodaties worden niet gebruikt. De vakgroep meldt problemen en tekortkomingen, de school zorgt voor herstellingen en vervangingen.
De leraar gebruikt veilige opstellingen en werkt met aangepast materiaal in een voldoende grote ruimte.
Het is onverantwoord om in een kleine ruimte aan grote groepen les te geven.

De leraar past spelregels, terreinafmetingen, gebruik van materiaal en oefenvormen aan in functie van de veiligheid.

Wanneer meerdere leraren gelijktijdig lesgeven in éénzelfde ruimte zijn scheidingswanden, die meteen ook het geluid dempen, noodzakelijk. Dit is belangrijk, niet enkel omwille van de veiligheid maar ook om de leerlingen en de leraar de kans te geven zich beter te concentreren zodat het leerrendement voldoende hoog blijft.


  • Veiligheid bij het uitvoeren van oefeningen

De leraar werkt leerlijnen uit zodat leerlingen de oefeningen voldoende beheersen om ze op een veilige manier uit te voeren. Kunnen helpen is hier een even belangrijke motorische competentie als kunnen uitvoeren.

Gezonde, veilige en fitte levensstijl



  • Materiële veiligheid

De leerlingen zijn verplicht aangepaste LO-kledij te dragen.
Sieraden (juwelen, uurwerken, piercings ...) en bepaalde accessoires (hoofddoeken, petten ...) zijn in de lessen LO verboden. Bij de vakafspraken kunnen deze regels gedetailleerd geformuleerd worden en aangevuld met afspraken eigen aan de situatie op de school.

De leerling leert veilige houdingen aannemen bij het uitvoeren van oefeningen, bij het helpen en bij heffen, dragen, tillen, plaatsen en wegbergen van toestellen ...

  • Veiligheid bij uithouding

De leerling leert bij welke intensiteit hij op een veilige en gezonde manier kan oefenen, lopen, zwemmen, fietsen …
Meting van de hartfrequentie is aan te raden.


  1   2   3   4   5   6


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina