Spreekbundel 13 gérondif



Dovnload 117.57 Kb.
Datum17.08.2016
Grootte117.57 Kb.

Aantekeningen 5 VWO Frans 2009-2010 periode 2

SPREEKBUNDEL 13
gérondif
Comment tu peux savoir ce qui se passe dans le monde?

  • en regardant le journal télévisé

  • en lisant le journal / les journaux

  • en surfant sur Internet

  • en écoutant la radio

Comment tu peux féliciter quelqu’un?



  • en chantant une chanson

  • en donnant un cadeau

  • en envoyant une carte postale

  • en préparant un gâteau

Comment tu peux gâcher (= verpesten) une fête?


- en vomissant sur le gâteau

  • en buvant trop d’alcool

  • en battant la mère de ton ami

  • en pétant dans la bouche de ton amie



Prononciation
een dikke [w] wordt geschreven als ou of w
Louis

s’enfouir

week-end

kilowatt
een dunne [w] wordt geschreven als u of hu


depuis

huit


sexuel
Récapitulons


  • On peut tracer un cercle en utilisant un compas.

  • On arrive plus tôt en prenant le métro.

  • Vous me feriez un grand plaisir en éteignant la lumière.

  • Vous pouvez me rembourser, s’il vous plaît?

  • Excusez-moi, Madame, mais je crois qu’il y a une erreur.

  • C’est triangulaire, c’est en plastique et on l’utilise sur l’autoroute.

  • Ça s’écrit avec un majuscule ou avec un minuscule?

  • Vous pouvez m’épeler cela?

  • Je viens de rater/manquer mon train.

  • Je n’y arrive pas. Vous pouvez m’aider, s’il vous plaît?

  • Je pense que le prof de géo ne sait pas expliquer.

  • Le mardi nous sommes libres à deux heures et demie.

  • Tu veux allumer la lumière? C’est si obscur ici.


Coup de Foudre septembre 2009
La chirurgie esthétique
Compréhension


  1. La chirurgie réparatrice peut corriger les malformations apparues à la naissance ou suite à un accident, une maladie ou une opération. On peut recourir à la chirurgie esthétique lorsqu’on n’est pas content de son aspect physique.

  2. C’est courant au Brésil et au Vénézuéla.

  3. Les trois demandes les plus fréquentes chez les jeunes filles au niveau de la chirurgie esthétique, ce sont les implants mammaires, la liposuccion et la correction du nez.

  4. La chirurgie esthétique peut causer des complications physiques et elle peut entraîner des problèmes psychologiques.

  5. Non, la chirurgie esthétique ne permet pas de gommer tous les complexes. Il faut pouvoir s’accepter comme on est, même avec ses défauts.

  6. Son enquête a démontré que plus les personnes passent des heures devant la télévision, plus l’image qu’elles ont de leur corps devient mauvaise.

  7. Les modèles les plus cités en ce qui concerne la chirurgie esthétique sont Angelina Jolie, Brad Pitt et Mel Gibson.


Langue
1.


  1. recourir (recourir à)

  2. révèle (révéler)

  3. raté

  4. Méfiez (se méfier de)

  5. séduisante / alléchante

  6. croissance

  7. malformation

  8. déçue

  9. praticien

  10. poitrine


2.


  1. Elles veulent ressembler aux mannequins des publicités.

  2. Je fais du sport et je suis un régime quand je me trouve trop grosse.
    (Quand je …, je fais …)

  3. On doit s’accepter comme on est.

  4. J’ai peur que l’opération soit ratée.

  5. Parfois certains petits défauts font le charme d’une personne.
    Certains petits défauts font parfois le charme d’une personne.

  6. Je n’aime pas les femmes trop maquillées.
    Je n’aime pas trop les femmes maquillées.

  7. Chaque année la demande de chirurgie esthétique augmente.
    La demande de chirurgie esthétique augmente chaque année.



LITTÉRATURE DE LA RENAISSANCE


Werkwijze:
Iedereen komt goed voorbereid de les in. Dit betekent dat iedereen alle teksten gelezen heeft en dat de “superexperts” de teksten ook grondig bestudeerd hebben aan de hand van de opdrachten. Als om wat voor reden dan ook niet aan deze eisen wordt voldaan, verlies je procespunten en wordt je toets dus strenger beoordeeld. Als de “superexperts” hun werk niet hebben gedaan, betekent dit dat alle andere leerlingen vervolgens hun werk moeten doen, want je kunt er niet op rekenen dat de docent dit werk zo maar overneemt… Neem dus je verantwoordelijkheid.



superexperts Rabelais
(dinsdag 8 december)
Als “superexpert” bestudeer je grondig de hieronder aangegeven teksten+opdrachten, en vervolgens lees je alle andere teksten en probeert ze globaal te begrijpen. In de hierboven genoemde les presenteer je je bevindingen aan de klas.





namen:

Opmerkingen:

  1. reader p. 1-2 Qu’est-ce que l’humanisme? vragen 1 t/m 3




Chloé

Fanny
Thijs


Patrick

Fanny geen reader

Patrick ABS



  1. reader p. 2 Qu’est-ce que l’humanisme? vragen 4 en 5




Bugra

Dirk
Nathan


Freek

Bugra ABS

  1. reader p. 2-3 Qu’est-ce que l’humanisme? vragen 6 en 7




Elise
Suzanne
Christine
Iosja




  1. reader p. 4-8 Comment Pantagruel de sa langue…




Quincy minimaal
Victor -
Sietse minimaal
Wouter -




  1. reader p. 8-10 Comment Gargantua naquit en façon bien étrange




Marit geen aantek.
Denise +
Jimmy
Nick




  1. reader p. 10-11 Comment un moine de Seuillé…




Lyssa
Sandra
Tim




  1. reader p. 11-12 L’abbaye de Thélème

    Welke opmerkelijke verschillen ontdek je tussen de leefregels van een gewoon katholiek klooster en de abbaye de Thélème? Wat is hieraan karakteristiek voor de Renaissance?






Bilal +
Gigi +
Tessa

Dewi







superexperts Pléiade
(dinsdag 15 december)
Deze opdrachten zijn alleen goed te maken als je de inleiding op blz. 13-15 en de appendices op blz. 26-33 goed bestudeert! Als “superexpert” bestudeer je vervolgens grondig de hieronder aangegeven teksten+opdrachten, en vervolgens lees je alle andere teksten en probeert ze globaal te begrijpen. In de hierboven genoemde les presenteer je je bevindingen aan de klas.





namen:

Opmerkingen:

  1. reader p. 16-17 Déjà la nuit en son parc amassait




Sandra
Marit
Lyssa
Elise




  1. reader p. 17-18 Si notre vie est moins qu’une journée
    Bespreek de genoemde thema’s zoals ze in dit gedicht worden behandeld




Bilal
Nick
Gigi
Denise





  1. reader p. 18-19 Mignonne, allons voir si la rose




Fanny

Chloé
Victor


Nathan




  1. reader p. 19-20 Comme on voit sur la branche…




Freek
Tim
Suzanne
Iosja




  1. reader p. 21 Quand vous serez bien vieille…




Jimmy
Bugra
Dewi
Tessa




  1. reader p. 26-30 Appendix 1
    Probeer in de gelezen gedichten enkele van deze literaire begrippen / stijlfiguren terug te vinden.




Dirk

Patrick






  1. reader p. 31 Appendix 2
    Onderzoek alle gelezen gedichten op rijmschema en mannelijk/vrouwe-lijk rijm.




Quincy
Thijs




  1. reader p. 32
    Appendix 3
    Verdeel de verzen van de gelezen gedichten in lettergrepen.




Christine

Sietse


Wouter





schrijftoets 17 november 2009

Algemene aantekeningen n.a.v. de schrijftoets:




  1. “avec” in uitdrukkingen als “Hoe gaat het met je?” zijn absoluut taboe in het Frans!

    Hoe gaat het met je? Comment vas-tu?


    Hoe gaat het met u? Comment allez-vous?
    Hoe gaat het met je zus? Comment va ta soeur?

    Met mij gaat het goed. Moi, je vais bien.


    Met mijn vader gaat het slecht. Mon père va mal.



  2. van … tot de … à (tijdstip, dag)
    du … au (data)


  3. “que” (dat) mag je nooit weglaten in het Frans (net zomin als in het Nederlands trouwens…)

    Ik vind dat dat een goed idee is.


    Je pense que c’est une bonne idée.



  4. Het voltooid deelwoord van lire is lu (en niet lit!)


  5. ziek worden = tomber malade



  6. Wat vind jij van…? Qu’est-ce que tu penses de …
    Wat vind jij daarvan? Qu’est-ce que tu en penses?



  7. Doe de groeten aan… Dis bonjour à …



  8. joli = knap, mooi !

    Zie voor alle betekenissen van het woord “leuk” de écriturepagina op de website: http://www.rml2.nl/frans/ecriture.htm. Zorg sowieso dat je deze pagina KENT voor je een volgende schrijfopdracht maakt!





  9. interesseren (ook zie de écriture-pagina)!

    s’intéresser à


    être intéressé par
    qc intéresse qn



  10. Denk aan de juiste voorzetsels van tijd: pendant, depuis e.a. (zie écriture-pagina)



  11. Na espérer moet je verplicht een futur gebruiken, als datgene wat je hoopt nog plaats moet vinden.

    Ik hoop dat je me snel terugschrijft. J’espère que tu me répondras



bientôt.



  1. Je kunt een hulpwerkwoord in het Frans nooit “los” gebruiken, zoals in het Nederlands:

    Ik moet naar het ziekenhuis (gaan). Je dois aller à l’hôpital.

    Ik wil naar huis (gaan). Je veux rentrer (à la maison).



  2. benieuwd naar

    Ook hier moet je een werkwoord toevoegen.

    Ik ben benieuwd naar je verhalen. Je suis curieux d’apprendre
    tes histoires.


Ik ben benieuwd of je komt. Je suis curieuse de savoir
si tu viendras me voir.


  1. Het woord “vacances” is altijd meervoud!

Ik hoop je te zien in mijn vakantie. J’espère te voir pendant mes

vacances.

Mijn vakantie duurt van 1 juli tot 15

augustus Mes vacances sont du 1er juillet

au 15 août.


We spreken bij dezen af dat bij iedere volgende schrijfopdracht niemand een fout maakt die hierboven behandeld is. Leg een schrijfdossier aan waarin je alle gemaakte en gecorrigeerde opdrachten + aantekeningen bewaart. Zorg dat je alle aantekeningen kent. Zodra je constateert dat je een bepaald grammaticaal onderwerp (bijv. lidwoorden, vragende voornaamwoorden, zinsconstructie) nog niet beheerst, je acuut de betreffende paragrafen uit Grammaire essentielle gaat leren en herhalen, net zo lang tot je de stof perfect beheerst. Het is zonde als je nu al een 3 kunt noteren voor je eerste examentoets volgend jaar. Zelfs een herkansing levert dan niets meer op…
Zinnen 10-13


  1. (groeten = saluer, dire bonjour à)
    Ils nous saluent toujours.
    Ils nous disent toujours bonjour.

  2. En Hollande / Aux Pays-Bas on mange beaucoup de pommes de terre.

  3. Est-ce que les élèves sont malades?
    Les élèves sont-ils malades? Oui, ils sont malades.

  4. Tu veux m’aider? Non, je ne peux pas t’aider.

  5. Nous nous voyons bientôt.
    On se voit bientôt.
    On se verra bientôt.

  6. Hier je lui ai donné un cadeau.

  7. J’ai des amis / des copains en Espagne et je pense souvent à eux.

  8. Tu regardes souvent le journal télévisé? Oui, je le regarde tous les jours.

  9. Tu as des billets pour le concert? Oui, j’en ai deux.

  10. Tu peux lui envoyer un e-mail demain? / un courriel demain?

  11. Vous avez été à Paris? / Vous êtes allés à Paris? Oui, nous y avons passé deux semaines. / quinze jours.

  12. (beantwoorden = répondre à) Tu as répondu à sa lettre? Oui, j’y ai répondu.

  13. Tu veux lui donner le cadeau? Oui, je veux le lui donner.

  14. C’est dimanche et il fait froid.

  15. Il est huit heures et il est déjà tard.


Grammaire essentielle 14-17


  1. Comment vont vos parents?

  2. Les nôtres vont bien.

  3. (Est-ce que) tu veux m’envoyer ton adresse? / Veux-tu m’envoyer ton adresse?

  4. Dans cet article il s’agit du réchauffement de la planète.

  5. Mon vélo est cassé / en panne, donc j’ai emprunté celui de mon frère.
    Ma bicyclette est cassée / en panne, donc j’ai emprunté celle de mon frère.

  6. Ces filles(-ci) sont plus intelligentes que celles de V56.

  7. (Est-ce que) tu connais cette île? / Connais-tu cette île? Cela / Ça m’étonnerait.

  8. Celui / Celle qui le sait, peut le dire.

  9. Je ne comprends rien au sujet dont vous parliez / avez parlé.

  10. La France est un pays où nous allons souvent.

  11. C’est quelque chose qui m’intéresse depuis longtemps.

  12. Quelle est la durée du cours?

  13. Quels sont tes hobbies?

  14. De quoi as-tu besoin pour ton mémoire?

  15. Avec qui as-tu coopéré? / Avec qui est-ce que tu as coopéré?


Reader Renaissance uitwerkingen Ger 20081129
Qu’est-ce que l’humanisme?
(nu: doctrine die de ontwikkeling van de menselijke eigenschappen bestudeert: de mens, zijn plaats in het universum, zijn lotsbestemming)
1.a. De oorsprong ligt in het Italië van de 14e eeuw.
b. Met “umanista” werden destijds de leraren grammatica en rhetorica aangeduid.
(in de 16e eeuw waren het niet meer per se leraren, maar de term bleef verbonden met het vergaren van kennis, met name die van de oude talen, en zo krijgt de filosofische stroming zijn naam)
(humaniora: de studie die de mens zijn naam waardig maakt)
2. a. In de 16e naam kreeg een filosofische stroming de naam “humanisme”.
b. De humanist moest – door te vertrouwen op zijn verstand – streven naar een
model van menselijke volmaaktheid, op alle gebieden: moraal, politiek, kunst.
Dit kon hij bereiken door de klassieke wijsheid te bestuderen, dus door de
gehele Grieks-Latijnse literatuur te herontdekken. Daarom moest het onderwijs
hervormd worden.
3. Al in de 14e eeuw diepten erudiete schrijvers als Petrarca klassieke manuscripten op en vertaalden zij Griekse werken in het Latijn. Bovendien probeerden zij te wedijveren met de klassieke schrijvers in hun eigen Italiaans. Wat ze vooral ook deden, was verklarende woordenlijsten aanleggen, waardoor de oude teksten voor een groter publiek toegankelijk werden. Onder de Franse koning Lodewijk XI (1423-1483) kwamen er meer contacten tussen Franse en Italiaanse geleerden, nadat Italiaanse ambachtslieden en bankiers zich meer en meer in Frankrijk kwamen vestigen, vooral in Lyon. In de tijd van de veldslagen tegen Italië, onder Karel VIII en Lodewijk XII, ontdekken de Franse legers pas echt de Italiaanse renaissance. Leraren en studenten reizen naar Italië en er worden steeds meer (school)boeken verspreid door heel Europa.
4. In de 16e eeuw duidde het woord “librairie” een plaats aan waar boeken werden uitgegeven, gedrukt en verkocht. (Er waren rond 1500 40 Franse steden met een librairie) Tegenwoordig is het alleen de aanduiding voor een boekwinkel.
5. a. Vergaren van kennis is voor een humanist zo belangrijk, omdat hij denkt dat de
mens daarmee vooruitgang kan bewerkstelligen. Het maakt hem van kind tot
gecultiveerd mens.
b. In plaats van alleen het geheugen te trainen en alles domweg uit het hoofd te
leren, staan de humanisten voor de leerling vorderingen te laten maken in zijn
eigen tempo, door te discussiëren met zijn leraar. Er moet een evenwicht
bestaan tussen de verschillende intellectuele (talen, wetenschappen, muziek),
fysieke (spel, sport, dans), morele en sociale disciplines (godsdienst, regels van
het sociale leven). (Om zover te komen, richten de humanisten collèges, zoals
het Collège des lecteurs royaux in Parijs, op, waar Grieks, Latijn, Hebreeuws,
wijsbegeerte, wiskunde e.d. wordt onderwezen)
c. Het middeleeuwse onderwijs was met name gebaseerd op het uit het hoofd
leren, zonder kritisch na te denken. (De Sorbonne was daar een goed voorbeeld
van).
6.a. De humanisten geloofden onvoorwaardelijk in de vooruitgang van de mens, ze
waren onverbeterlijke optimisten. Ze waren betrokken bij wat er in de wereld
gebeurde en wilden de wereld vooruithelpen. Het lezen van zgn. “heidense” (=
niet-christelijke) teksten betekende voor hen niet dat ze daarmee antikatholiek
waren, integendeel, ze zagen klassieke filosofen als Socrates, Seneca en Plato
als wegbereiders voor de ideeën van Christus.
b. Maar de kerk (en dus de Sorbonne) namen het hun kwalijk dat ze de bijbelse
teksten op dezelfde manier bestudeerden als de “heidense” klassieke teksten.
Volgens hen moest je de “heilige” teksten voor waar aannemen, en niet kritisch
onderzoeken. Ook de protestantse theologen waren het niet eens met de
humanisten, omdat de pessimistische levensvisie van de hervormden botste
met de optimistische leer van de humanisten.
7.a. De humanisten waren pacifistisch vanwege hun cosmopolitische instelling. Door
hun intellectuele uitwisselingen en door de reizen die ze maakten door heel
Europa, beschouwden ze zichzelf als wereldburgers.
b. Door hun geloof in de vooruitgang van de mens, waren ze eerder
hervormingsgezind dan revolutionair ingesteld.

Pantagruel et Gargantua
Comment Pantagruel de sa langue couvrit toute une armée et de ce que l’auteur vit dedans sa bouche
klassieke/humanistische elementen in dit fragment:
p.5 De schrijver roept de Latijnse oppergod aan. Jupiter me confonde de sa
foudre trisulque si j’en mens.
(in de werken van Rabelais wordt trouwens ook vaak gewezen op de
waarachtigheid van wat hij zegt, ook al is het natuurlijk totaal verzonnen)
p.5 De schrijver geeft aan dat hij bereisd is, en uiteraard Constantinopel (het
huidige Istanbul) heeft bezocht, lange tijd hoofdstad van het Oostromeinse rijk,
waar de klassieke Griekse cultuur duizend jaar langer bewaard is gebleven
dan in het westen. J’y cheminais comme l’on fait en Sophie à Constantinople
(…)

groffe, obscene (meer middeleeuwse) elementen in dit fragment:
p. 5 De gewone mens kon alleen in zijn bestaan voorzien door hard op het land te
werken en zijn producten op de markt te verkopen. Niet iedereen verdiende
veel geld of had “kloten zo zwaar als een mortier”. (…) chacun ne peut avoir
les couillons aussi pesants qu’un mortier (…)

p. 7 Hij ontdekt ook een soort pays de Cocagne (luilekkerland) waar mensen geld
verdienen door te slapen. Degenen die het hardst snurken, verdienen het
meest. Savez-vous comment? (…) sept sols et demi.
p. 7 Als Pantagruel wakker wordt, wil hij o.a. weten waar Alcofribas al die tijd
gescheten heeft. En votre gorge monsieur, dis-je. (nadat hij overigens gegeten
had van alles wat er voorbijkwam…)
verwijzingen naar de ontdekkingsreizen in de tijd van Rabelais
p. 6 De boer werkt in de “oude wereld”, maar weet dat er ook een “nieuwe wereld”
bestaat, die weliswaar ook oud is, maar zo heet, omdat hij nog maar recent
ontdekt is. (…) mais celui-ci est plus ancien.

Ook de duiven komen aanvliegen de l’autre monde (de wereld achter de


tanden, dus de wereld buiten Pantagruel). Rabelais verplaatst het perspectief
dus: de mensen die hij in de mond aantreft, lijken erg op ons, maar zij zien
onze wereld als “de andere wereld”. Daarmee geeft Rabelais in feite aan dat,
hoe verschillend onze werelden ook zijn, we in wezen meer gemeen hebben
met elkaar dan dat we van elkaar verschillen.
De pest die er heerst, wijten de bewoners aan de slechte lucht (die uit de
maag van Pantagruel afkomstig is), eigenlijk net als men in het westen dacht.
Denk aan de herkomst van het woord malaria (slechte lucht).
verwijzingen naar de onderzoekende geest van de renaissance

p. 6 Rabelais (Alcofribas Nasier) vindt voor alle verschijnselen in de mond van


Pantagruel een wetenschappelijke verklaring: de duiven die door de open
mond van de slapende Pantagruel vliegen, de slechte lucht die wordt
veroorzaakt door het feit dat de reus te veel knoflook heeft gegeten.
verwijzingen naar de heersende opvattingen van de tijd van Rabelais
p. 7 Veel gewone mensen zijn bang voor het nieuwe en houden dus niet van
buitenlanders. Mensen van “daarginds” zijn van nature crimineel. lesquels me
dirent que (…) brigands de nature.
Hij vergelijkt het direct met de situatie in
Frankrijk (volgende zinnen).
Rabelais concludeert dan ook door te zeggen dat veel misverstanden en vooroordelen ontstaan door het feit dat de helft van de wereld geen kennis heeft van de andere helft van de wereld. (Là je commençai … l’autre vit). Hij besluit daarom een boek te schrijven die deze andere (keel)wereld uitvoerig beschrijft.
Comment Gargantua naquit en façon bien étrange
In dit fragment etaleert Rabelais op humoristische wijze zijn kennis van de menselijke anatomie. Hij laat Gargantua geboren worden door de holle ader, langs het middenrif en de schouders om het lichaam te verlaten door het linkeroor. Het kind roept meteen iedereen op te drinken (lees: wijsheid vergaren), in plaats van te huilen.
1en 2. a. ironisch bedoeld: un homme de bien … par écrit. De humanisten vonden
juist dat je alles kritisch moest onderzoeken en niet zomaar moest geloven wat
er geschreven stond. Hij houdt ons dus een spiegel voor.
b. sneer naar de kerk: hij heeft niets kunnen vinden in de heilige geschriften dat
een dergelijke wonderbaarlijke geboorte tegenspreekt. Est-ce contre … contre
cela.
Had God zoiets mogelijk kunnen maken? Natuurlijk, zegt Rabelais, à Dieu
rien n’est impossible.
In feite slaat hij de kerk met haar eigen argumenten om de
oren.
c. klassieke voorbeelden van merkwaardige geboorten: Bacchus uit de dij van
Jupiter, Rocquetaille uit de hak van zijn moeder (helemaal geen klassiek
voorbeeld, wat humoristisch werkt door het contrast), enz.
Comment un moine de Seuillé sauva le clos de l’abbaye du sac des ennemis


  1. De meeste mensen zien een monnik als iemand die zich afzondert in gebed, de geloften van kuisheid en armoede aflegt (dus geen lichamelijke geneugten nastreeft), matigheid betracht en zijn leven wijdt aan de verering van God.

    Jean des Entommeures, daarentegen, wordt beschreven als een alles behalve bescheiden type (jeune … décrotteur de vigiles), iemand die goedgebekt is en de handen uit de mouwen durft te steken. Als de wijngaard bestormd wordt, vindt hij de reactie van zijn medebroeders maar idioot (die hebben zich in de kapel opgesloten om de vijand te weren d.m.v. religieuze gezangen). Hij vindt dat ze de wapens op moeten nemen tegen de vijand. “Mooi hoor, die gregoriaanse gezangen, maar waarom zing je niet: de wijn is al geoogst?” “Hebben we daarvoor al die tijd zo hard gewerkt?” Hij is de nuchterheid zelve en vloekt nog bovendien: Ventre saint Jacques!





  2. Uit het bovenstaande blijkt dus kritiek op het wereldvreemde gedrag van de kloosterlingen. Ze hebben totaal geen binding meer met de werkelijkheid. Hun afzondering in gebed heeft totaal geen nut voor de vooruitgang van de mens.



  3. De andere monniken negeren Jeans waarschuwingen totaal. Ze zijn beledigd omdat hij de eredienst (le service divin, lett. goddelijke dienst) verstoort. Daarop reageert Jean: zorg er alsjeblieft voor dat de wijndienst (le service du vin) niet wordt verstoord, want terwijl jullie gebeden zitten te prevelen, wordt onze wijngaard geplunderd.


L’abbaye de Thélème
In de middeleeuwse kloosterorden leefden (en leven) mannen en vrouwen gescheiden van elkaar. Zij moeten geloften van armoede (ze mogen niets bezitten) en kuisheid (geen seks) afleggen. In sommige kloosters mogen ze zelfs in het geheel niet spreken. Er zijn veel stricte leefregels: vroeg opstaan, naar de mis, hard werken, en alles naar gezette tijden volgens een strict voorschrift.
In de abdij van Thélème (afgeleid trouwens van het Griekse θελεω theleoo = willen; de vrije wil staat dus centraal) wordt niets geregeld door statuten en dergelijke. De bewoners doen wat ze willen wanneer ze dat willen. Niemand maakt hen wakker, dwingt hen tot wat dan ook. Hun enige regel is Fais ce que voudras (Doe wat je wilt). Uit het volgende blijkt het optimisme van de humanisten:
car les gens libres … l’honneur.
De mens, mits goed opgevoed en opgeleid, heeft van nature de neiging tot het goede. Sterker nog, je moet de mens eigenlijk niets verbieden, want dan wil hij het juist uitproberen: car nous entreprenons … nous est dénié.
Mannen en vrouwen wonen samen in het klooster (si l’un ou l’une disait).
Ze kunnen allemaal goed lezen, schrijven, zingen, veel talen spreken, enz. (kortom het ideaal van de uomo universale in de Renaissance). Ze zijn zelfs handig met wapens…
En soms komt het voor dat een man en een vrouw uit het klooster het klooster verlaten om te trouwen en dan blijven ze het deugdelijke leven leiden dat ze al leidden in het klooster.
Joachim du Bellay, Déja la nuit en son parc amassait
A mannelijk rijm

a vrouwelijk rijm


décasyllabes:
Dé / jà / la / nuit // en / son / parc / a / mas / sait1 A
Un / grand / trou / peau // d'é / toi / les / va / ga / bondes, b
Et / pour / en / trer // aux / ca / ver / nes2 / pro / fondes, b
Fu / yant / le / jour, // ses / noirs / che / vaux / chas / sait; A
5 Dé / jà / le / ciel // aux / In / des3 / rou / gis / sait, A
Et / l'au / be4 en / cor, // de / ses / tres / ses5 / tant / blondes b
Fai / sant / grê / ler6 // mil / le / per / let / tes7 / rondes, b
De / ses / tré / sors, // les / prés / en / ri / chis / sait; A
Quand / d'oc / ci / dent, // com / me u / ne é / toi / le / vive, c

10 Je / vis / sor / tir // des / sus / ta / ver / te / rive8, c


O / fleu / ve / mien! // u / ne / nym / phe en / ri / ant. D
A / lors, / vo / yant // cet / te / nou / vel / le au / rore9, e
Le / jour / hon / teux // d'un / dou / ble / teint / co / lore e
Et / l'An / ge / vin10 // et / l'In / di / que11 O / ri / ent. D
1.






Frans citaat

Nederlandse vertaling

verdwijnen van de sterren

Déjà … vagabondes

De nacht verzamelde al een grote kudde zwerfsterren binnen zijn omheining (cf. het terugbrengen van kudde schapen)

verdwijnen van de duisternis

Et pour entrer… chassait

En jaagde achter haar zwarte paarden, die, op de vlucht voor de dag, in hun diepe grotten moesten worden gedreven

de eerste zonnestralen

Déjà aux Indes … tresses tant blondes

In Indië (= Oosten) werd de hemel al rood en de dageraad met haar blonde vlechten (= gouden zonnestralen)…

de dauw

(Faisant grêler) mille perlettes rondes

(hagelt) duizend ronde pareltjes

2. (eerste twee strofen : beschrijving van de schoonheid van de dageraad)


Plotseling ziet de dichter vanuit het westen (tegenover de dageraad dus) een mooie jongedame aan de oever van een rivier (hij vergelijkt haar met een lachende nimf, en met een heldere ster). Bij het zien van zoveel schoonheid (van de jongedame) kan de dageraad alleen maar blozen (zij neemt een dubbele kleur aan : rose (kleur van Anjou, denk aan de beroemde roséwijn) en indigo (blauw)). De Dageraad beschouwt de jongedame als een rivalin (voyant cette nouvelle aurore) en beseft dat zij zelf geen kans maakt…
Literaire begrippen
metaforen
De meeste metaforen zijn hierboven al besproken.
chiasme ( ?)
amassait un grand troupeau d’étoiles vagabondes

X

ses noirs chevaux chassait


Joachim Du Bellay, Si notre vie est moins qu’une journée

décasyllabes :


Si / no / tre / vie // est / moins / qu’u / ne / jour / née a
En / l’é / ter / nel, // si / l’an / qui / fait / le / tour B
Chas / se / nos / jours // sans / es / poir / de / re / tour, B
Si / pé / ris / sable12 // est / tou / te / cho / se / née, a

5 Que / son / ges13 / -tu, // mon / â / me em / pri / son / née ? a


Pour / quoi / te / plaît // l’obs / cur / de / no / tre / jour, B
Si / pour / vo / ler // en / un / plus / clair / sé / jour B
Tu / as / au / dos // l’ai / le14 / bien / em / pen / née15 a

Là, / est / le / bien // que / tout / es / prit / dé / sire, c


10 Là, / le / re / pos // où / tout / le / mon / de as / pire16 c
Là, / est / l’a / mour, // là, / le / plai / sir / en / core. d

Là, / ô / mon / âme // au / plus / haut / ciel / gui / dée, e (a)


Tu / y / pour / ras // re / con / naî/ tre / l’I / dée e (a)
De / la / beau / té // qu’en / ce / mon / de / j’a / dore. f
vergankelijkheid van de tijd :
Si notre vie … qu’une journée

Ons leven duurt haast nog korter dan één dag in de eeuwigheid.


Si périssable … née
Zo vergankelijk is alles wat geboren wordt.
Si l’an … de retour

Als er weer een jaar voorbij is, zijn alle dagen die we beleefd hebben voor altijd weg. Ze zullen nooit meer terugkomen.


ideeën van Plato :
mon âme emprisonnée
De menselijke ziel zit opgesloten in het lichaam. Waarom hecht de mens zo aan zijn donkere gevangenis ? (pourquoi te plaît … notre jour) Eigenlijk kun je naar een veel hogere werkelijkheid streven. (si pour voler … clair séjour). De ziel hoort eigenlijk niet op aarde thuis, maar daarginds (de hemel). De ziel heeft in feite al vleugels om daarheen te vliegen (Tu as au dos … empennée)

Tot hiertoe kan het ook nog algemeen christelijk worden uitgelegd. Maar in het laatste terzet komt Plato heel duidelijk om de hoek kijken :


In de hoogste hemel aangekomen, kan de ziel de Idee herkennen (de echte, hogere werkelijkheid) (Là, ô mon âme … reconnaître l’Idée) van de schoonheid die de dichter in de aardse wereld aanbidt. (de la beauté … j’adore).
streven naar absolute schoonheid/goedheid/rust/welbevinden
Daar waar de ziel eigenlijk thuishoort, daar vind je alles wat onze geest verlangt (là, est … esprit désire), de rust die iedereen nastreeft en vooral de liefde en het plezier (là, le repos … le plaisir encore)
In de hoogste hemel aangekomen, kan de ziel de Idee herkennen (de echte, hogere werkelijkheid) (Là, ô mon âme … reconnaître l’Idée) van de schoonheid die de dichter in de aardse wereld aanbidt. (de la beauté … j’adore).
literaire begrippen :
vergelijking

Het leven wordt vergeleken met één enkele dag in de eeuwigheid.

(Si notre vie … éternelle)
personificaties

Het jaar (/de aarde maakt zijn ronde) verjaagt onze dagen.


(Si l’an … nos jours)
De ziel wordt gevraagd wat zij denkt.
(Que songes-tu … emprisonnée ?)
antithese (tegenstelling) of paradox (schijnbare tegenstelling)

de duisternis van onze dag


(l’obscur de notre jour)
Pierre de Ronsard, Mignonne, allons voir si la rose
octosyllabes :
Mi / gnon / ne, al / lons / voir / si / la / rose a
Qui / ce / ma / tin / a / vait / dé / close17 a
Sa / ro / be / de / pour / pre au / so / leil, B
A / point18 / per / du / ces / te / ves / prée19 c
Les / plis / de / sa / ro / be / pour / prée, c
Et / son / teint / au / vô / tre / pa / reil. B

Las20! / voy / ez / com / me en / peu / d'es / pace21, d


Mi / gnon/ ne, el / le a / des / sus / la / place d
Las! / las / ses / beau / tés / lais / sé / choir22! E
Ô / vrai / ment / ma / râ / tre23 / Na / ture, f
Puis / qu'u / ne / tel / le / fleur / ne / dure f
Que / du / ma / tin / jus / ques / au / soir! E

Donc, / si / vous / me / cro / yez, / mi /gnonne, g


Tan / dis / que / vos / tre â / ge / fleu / ronne24 g
En / sa / plus / ver / te / nou / veau / té, H
Cueil / lez, / cueil / lez / vo / tre / jeu / nesse : i
Com / me à / cet / te / fleur / la / vieil / lesse i
Fe / ra / ter / nir25 / vo / tre / beau / té. H


  1. - De roos en de geliefde hebben dezelfde rose tint (son teint au vôtre pareil)
    - De geliefde is nog jong en fris zoals de roos toen zij deze ochtend ontlook (cf. strofe 1 en 3)
    - Uiteindelijk zal de schoonheid van de geliefde vergaan net zoals dat in korte tijd is gebeurd met de roos (Comme à cette fleur … votre beauté)

  2. De dichter laat zien hoe snel het afgelopen is met de schoonheid van een roos, dus maant hij haar aan te genieten van haar jeugd, nu ze nog fris en mooi is, want voor ze het weet, zal het daarmee gedaan zijn, net als bij de roos. (misschien ook eigen belang van de dichter : ga nou toch in op mijn avances, nu het nog kan !)


literaire begrippen
metaforen
sa robe de pourpre : de roos opent haar purperen jurk (haar rode
kroonbladeren) in de zon
les plis de sa robe

pourprée : de vouwen van haar purperen jurk (haar ele-

gante vormen)


De beeldentaal van de bloem wordt ook voortgezet in bijvoorbeeld sa plus verte nouveauté en uiteraard in cueillez votre jeunesse


Pierre de Ronsard, Comme on voit sur la branche…
alexandrijnen :
Com / me on / voit / sur / la / branche // au / mois / de / mai / la / rose a
En / sa / bel / le / jeu / nesse, // en / sa / pre / miè / re / fleur B
Ren / dre26 / le / ciel / ja / loux // de / sa / vi / ve / cou / leur, B
Quand / l'Au / be / de / ses / pleurs27 // au / point / du / jour28 / l'ar / rose; a

La / Grâ / ce / dans / sa / feuille, // et / l'A / mour / se / re / pose, a


Em / bau / mant29 / les / jar / dins // et / les / ar / bres / d'o / deur; B
Mais / bat / tue / ou / de / pluie // ou / d'ex / ces / si / ve ar / deur30, B
Lan / guis / san / te31 el / le / meurt, // feuille / à / feuil / le / dé / close; a

Ain / si / en / ta / pre / mière // et / jeu / ne / nou / veau / té, C


Quand / la / ter / re et / le / ciel // ho / no / raient / ta / beau / té C
La / Par / que32 / t'a / tu / ée, // et / cen / dre33 / tu / re / poses. a

Pour / ob / sè / ques34 / re / çois // mes / lar / mes / et / mes / pleurs, B


Ce / va / se / plein / de / lait, // ce / pa / nier35 / plein / de / fleurs, B

A / fin / que / vif / et / mort // ton / corps / ne / soit / que / roses. a




  1. - De hemel is jaloers op de heldere kleur van de bloem , zoals de hemel in het gedicht van Du Bellay rood kleurt uit schaamte/jaloezie voor de schoonheid van de jonge dame.
    - De dageraad begiet het land met haar tranen (= dauw). Bij Du Bellay waren het kleine pareltjes die de dageraad liet hagelen.

  2. Net als in het gedicht Mignonne allons voir is er sprake van een bloem die heel kwetsbaar is en die blaadje voor blaadje verliest.

  3. Behalve zijn tranen en een kan melk biedt hij haar een mandje rozen aan (symbool van de vergankelijke schoonheid) opdat zowel bij leven als na de dood haar lichaam enkel schoonheid is (lees : zodat hij haar voor altijd zal herinneren in haar volle jeugdige schoonheid)


literaire begrippen
alliteratie
de ses pleurs au point du jour

afin que vif et mort

ce vase pleine de lait, ce panier plein de fleurs
harde klanken (occlusieven en fricatieven) in het vers waarin de roos het hard te verduren heeft :
mais battue de pluie ou d’excessive ardeur

(…)

La Parque t’a tuée et cendre tu reposes
binnenrijm
Afin que vif et mort, ton corps ne soit que roses.
Tevens echoot in meurt in vers 8 pleurs in vers 4.


Pierre de Ronsard, Quand vous serez bien vieille…
alexandrijnen :
Quand / vous / se / rez / bien / vieille, // au / soir, / à / la / chan / delle, a

As / si / se au / près / du / feu, // dé / vi / dant / et / fi / lant36, B


Di / rez, / chan / tant / mes / vers, // en / vous / é / mer / veil / lant : B
« Ron / sard / me / cé / lé / brait // du / temps / que / j’é / tais / belle ! » a

5 Lors, / vous / n’au / rez / ser / vante // o / yant37 / tel / le / nou / velle, a


Dé / jà / sous / le / la / beur // à / de / mi / som / meil / lant38, B
Qui / au / bruit / de / Ron / sard // ne / s’ail / le / ré / veil / lant, B
Bé / nis / sant39 / vo / tre / nom // de / lou / an / ge40 im / mor / telle. a

Je / se / rai / sous / la / terre, // et, / fan / tô / me / sans / os, C

10 Par / les / om / bres / myr / teux41 // je / pren / drai / mon / re / pos : C
Vous / se / rez / au / fo / yer // u / ne / vieil / le ac / crou / pie42, d
Re / gret / tant / mon / a / mour // et / vo / tre / fier / dé / dain43. E

Vi / vez, / si / m’en / cro / yez, // n’at / ten / dez / à / de / main : E


Cueil / lez / dès / au / jour / d’hui // les / ro / ses / de / la / vie. d
Paraphrase :
In dit gedicht vind je het thema terug van « wie schrijft, die blijft », maar er zit wel degelijk een soort verwijt in. Kennelijk gaat het voorwerp van zijn liefde (de jongedame in kwestie) niet in op zijn avances. Daar doet zij niet goed aan, want het is niet de eerste de beste die haar begeert : de grote dicher Ronsard (hij vermeldt zelfs zijn eigen naam in het gedicht !). Maar ja, ze wil hem niet. Dom, dom ! Want… als ze straks oud is en zit te spinnen bij kaarslicht en dan ineens bedenkt dat Ronsard haar vroeger aanbad, toen ze nog mooi was… tja, dan ben je mooi te laat ; je dienstmeid – net half ingedommeld – zal niet plotseling wakker schrikken en je lof toe zwaaien en geluk toe wensen (want Ronsard is natuurlijk een geweldige partij !), want Ronsard zal al onder de aarde liggen en jijzelf bent ook maar een verschrompeld oudje. En ach, wat zul je dan een spijt hebben van je minachtende houding destijds, toen je Ronsard afwees. Dus… pluk nu de rozen van het leven, nu het nog kan, wacht niet tot morgen !

Grammaire essentielle 18 en 19
tout


  • op zichzelf staand:

alles Tout est possible.


J’ai tout vu.


  • voor een znw:



ieder(e) Toute ville est différente.
tout le, toute la

de hele, het hele Toute la famille était présente.
Tout le public était enthousiaste.

tous les, toutes les

alle Tous les hommes sont mortels.
Toutes les écoles sont fermées.
tous, toutes (uitspraak: [toes, toet]
(op zichzelf staand)

alle(n), allemaal Ils sont tous venus.


Elles sont toutes là.
tout le monde iedereen
le monde entier de hele wereld
De belangrijkste onbepaalde voornaamwoorden op een rijtje:
alle tous les [toelee], toutes les [toetlee]

allemaal tous [toes], toutes [toet]

een of andere, enige quelque

elke, iedere chaque


tout, toute

ergens quelque part


nergens nulle part (“ne” alleen voor de persoonsvorm)

ergens anders autre part, ailleurs

hetzelfde la même chose

dezelfde le même, la même, les mêmes

zelfs même

iets anders autre chose

iedereen tout le monde
chacun (ieder voor zich)

iemand quelqu’un

niemand personne (“ne” alleen voor de persoonsvorm)

iets quelque chose

niets rien (“ne” alleen voor de persoonsvorm)

sommige certains, certaines


quelques

sommigen certains, certaines


quelques-uns, quelques-unes
Ontkenningen
“Ne” kan alleen maar worden gebruikt in combinatie met een werkwoord. Normaal komt het voor de persoonsvorm, soms voor de infinitief:

Je ne vois personne.


Personne n’est venu.

Je ne veux penser à rien.

Qu’est-ce que tu dis? – Rien.

Qui est là? – Personne.

Je voudrais vous demander de ne pas fumer.
Het tweede deel van de ontkenning (pas, rien, pas encore, plus) komt meteen na de persoonsvorm, behalve:
personne: na het hele gezegde
que: voor het woord dat het beperkt
pas non plus: pas meteen na de p.v., non plus aan het eind van de zin

pas du tout: pas meteen na de p.v., du tout aan het eind van de zin


Je n’ai rien vu.
Je n’ai vu personne.

Il n’est venu que deux heures plus tard.


Je ne connais pas ton père non plus.
Vous ne lui avez pas écrit du tout?
Lijstje meest voorkomende ontkenningen:
niet pas (ne … point)

niets rien

niet meer plus

nog niet pas encore

ook niet pas non plus

helemaal niet pas du tout

nooit jamais

niemand personne

nergens nulle part

slechts, alleen, pas que









1 verzamelde

2 grotten

3 in Indië; dus: in het oosten

4 dageraad

5 vlechten

6 hagelen

8 oever

9 Aurora: de godin van de dageraad

10 uit de Anjou (streek waar de beroemde rosé vandaan komt)

11 indigo (blauw)

12 vergankelijk

13 denk, droom

14 vleugel

15 gevederd

16 (na)streeft

17 geopend

18 niet

19 avond

20 helaas

21 hier: tijd

22 vallen

23 ontaarde moeder

24 bloeit

25 verbleken, dof worden

26 maken

27 tranen

28 bij het aanbreken van de dag

29 (geuren) verspreidend

30 hitte

31 wegkwijnend

32 de schikgodin (lees: de dood)

33 as

34 begrafenis(plechtigheid), grafgeschenk

35 mandje

36 aan het spinnewiel

37 die bij het horen van

38 in slaap gedommeld

39 zegenend

40 lof, eerbetoon

41 in de schaduw van de mirteboom, volgens Vergilius aan de geliefden gewijd

42 gehurkt

43 minachting

Aantekeningen 5 VWO Frans 2009-2010 17-8-2016







De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina