Staatssteunbeleid en de ets-richtlijn 4 Onder deze richtsnoeren vallende specifieke maatregelen 5



Dovnload 131.04 Kb.
Pagina1/7
Datum22.07.2016
Grootte131.04 Kb.
  1   2   3   4   5   6   7


INLEIDING 4

Staatssteunbeleid en de ETS-richtlijn 4

1. Onder deze richtsnoeren vallende specifieke maatregelen 5

1.1. Steun voor ondernemingen in bedrijfstakken die worden geacht te zijn blootgesteld aan een significant CO2-weglekrisico als gevolg van in de elektriciteitsprijzen doorberekende EU ETS-kosten (steun voor indirecte emissiekosten) 5

1.2. Investeringssteun voor elektriciteitscentrales met hoog rendement, met inbegrip van nieuwe centrales die CCS (carbon capture and storage)-klaar zijn 7

1.3. Steun in verband met facultatieve overgangsregelingen voor de kosteloze toewijzing van emissierechten ten behoeve van de modernisering van de elektriciteitsopwekking 7

1.4. Steun in verband met de uitsluiting van kleine installaties en ziekenhuizen van de EU ETS 8

2. Toepassingsgebied en definities 8

2.1. Toepassingsgebied van deze richtsnoeren 8

2.2. Definities 9

3. Verenigbare steunmaatregelen krachtens artikel 107, lid 3, VWEU 9

3.1. Steun voor ondernemingen in bedrijfstakken en deeltakken die worden geacht te zijn blootgesteld aan een significant CO2-weglekrisico als gevolg van in de elektriciteitsprijzen doorberekende EU ETS-kosten (steun voor indirecte emissiekosten) 9

(a) Wanneer de in bijlage III bij deze richtsnoeren opgenomen efficiëntiebenchmarks voor het elektriciteitsverbruik van toepassing zijn op de door de begunstigde vervaardigde producten, is het maximale steunbedrag dat voor het jaar t voor een installatie kan worden verleend, gelijk aan: 10

(b) Wanneer de in bijlage III bij deze richtsnoeren opgenomen efficiëntiebenchmarks voor het elektriciteitsverbruik niet van toepassing zijn op de door de begunstigde vervaardigde producten, is het maximale steunbedrag dat voor het jaar t voor een installatie kan worden verleend, gelijk aan: 10

3.2. Investeringssteun voor elektriciteitscentrales met hoog rendement, met inbegrip van nieuwe centrales die CCS-klaar zijn 11

3.3. Steun in verband met facultatieve overgangsregelingen voor de kosteloze toewijzing van emissierechten ten behoeve van de modernisering van de elektriciteitsopwekking 12

(a) de voorlopige kosteloze emissierechten worden verleend overeenkomstig artikel 10 quater van de ETS-richtlijn en in overeenstemming met het besluit van de Commissie houdende richtsnoeren inzake de methodiek voor de voorlopige kosteloze toewijzing van emissierechten aan installaties voor elektriciteitsproductie overeenkomstig artikel 10 quater, lid 3, van de ETS-richtlijn, en in overeenstemming met de mededeling van de Commissie inzake richtsnoeren voor de facultatieve toepassing van artikel 10 quater van de ETS-richtlijn, en 13

(b) het nationaal plan beoogt een doelstelling van algemeen belang, zoals een verhoogde milieubescherming in het licht van de algemene doelstellingen van de ETS-richtlijn, en 13

(c) het nationaal plan omvat tevens investeringen die na 25 juni 2009 zijn verricht in de aanpassing en modernisering van de infrastructuur, schone technologieën, de diversificatie van de energiemix en de voorzieningsbronnen overeenkomstig de ETS-richtlijn, en de steun moet een stimulerend effect hebben doordat hij een verandering van het gedrag van de begunstigde teweegbrengt, en 13

(d) de marktwaarde van de kosteloze rechten (berekend overeenkomstig het besluit van de Commissie van 29 maart 2011) is niet hoger dan de totale kosten van de investeringen die door de ontvanger van deze rechten (op het niveau van ondernemingsgroepen) zijn verricht. Indien de totale investeringskosten lager zijn dan de marktwaarde van de rechten, moeten de ontvangers van deze kosteloze rechten het verschil overdragen naar een mechanisme voor de financiering van andere in aanmerking komende investeringen in het kader van het nationaal plan, en 13

(e) de lidstaten tonen aan dat de steun de mededinging niet onrechtmatig verstoort, met name als gevolg van de selectie van een beperkt aantal begunstigden. De lidstaten moeten tevens aantonen dat de steun de mededinging niet onrechtmatig verstoort wanneer de marktpositie van bepaalde begunstigden (op het niveau van de ondernemingsgroep) daardoor meer wordt versterkt dan strikt noodzakelijk is. 13

3.4. Steun in verband met de uitsluiting van kleine installaties en ziekenhuizen van de EU ETS 14

3.5. Stimulerend effect en evenredigheid 14

4. Cumulering 14

5. Slotbepalingen 15

5.1. Jaarlijkse verslagen 15

5.2. Transparantie 16

5.3. Toezicht 17

5.4. Inwerkingtreding, geldigheidsduur en herziening 17

Definities 19

SECTOREN DIE EX ANTE WORDEN GEACHT TE ZIJN BLOOTGESTELD AAN EEN SIGNIFICANT CO2-WEGLEKRISICO ALS GEVOLG VAN INDIRECTE EMISSIEKOSTEN 24

EFFICIËNTIEBENCHMARKS VOOR HET ELEKTRICITEITSVERBRUIK DIE ONDER DE NACE-CODES ALS VERMELD IN BIJLAGE II VALLEN 26

MAXIMALE REGIONALE CO2-EMISSIEFACTOREN IN DE VERSCHILLENDE GEOGRAFISCHE GEBIEDEN (tCO2/MWh) 27


MEDEDELING VAN DE COMMISSIE

RICHTSNOEREN BETREFFENDE BEPAALDE STAATSSTEUNMAATREGELEN IN HET KADER VAN DE REGELING VOOR DE HANDEL IN BROEIKASGASEMISSIERECHTEN NA 2012

INLEIDING



Staatssteunbeleid en de ETS-richtlijn

  1. Bij Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober 20031 werd een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Unie vastgesteld (de EU ETS). Deze regeling werd bij Richtlijn 2009/29/EG2 met ingang van 1 januari 2013 verbeterd en uitgebreid. Richtlijn 2003/87/EG, als gewijzigd bij Richtlijn 2009/29/EG, en andere maatregelen3 worden hierna de "ETS-richtlijn" genoemd. Richtlijn 2009/29/EG maakt deel uit van een wetgevend pakket met maatregelen ter bestrijding van de klimaatverandering en ter bevordering van hernieuwbare en koolstofarme energie. Dat pakket was voornamelijk bedoeld om de algemene milieudoelstelling van de Unie, met name een vermindering met 20 % van de broeikasgasemissies in vergelijking met 1990 en een aandeel van 20% hernieuwbare energie in de totale energieconsumptie van de Unie, tegen 2020 te bereiken.

  2. De ETS-richtlijn voorziet in de volgende speciale en tijdelijke maatregelen voor bepaalde ondernemingen: steun ter compensatie van de stijging van elektriciteitsprijzen als gevolg van doorberekende kosten voor broeikasgasemissies op grond van de EU ETS (algemeen bekend als "indirecte emissiekosten"), investeringssteun voor elektriciteitscentrales met hoog rendement, waaronder nieuwe energiecentrales die klaar zijn voor het milieutechnisch veilig afvangen en de geologische opslag van CO2 (die CCS-klaar zijn), facultatieve overgangsregelingen voor de kosteloze toewijzing van rechten in de elektriciteitssector in sommige lidstaten, en de uitsluiting van bepaalde kleine installaties van de EU ETS indien de broeikasgasemissies buiten de EU ETS om kunnen worden verminderd tegen geringere administratieve kosten.

  3. De in het kader van de ETS-richtlijn voorgenomen speciale en tijdelijke maatregelen houden staatssteun in in de zin van artikel 107, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). Overeenkomstig artikel 108 VWEU moeten de lidstaten staatssteun bij de Commissie aanmelden en kan deze niet tot uitvoering worden gebracht voordat de Commissie deze heeft goedgekeurd.

  4. Ten behoeve van de doorzichtigheid en juridische voorspelbaarheid bevatten deze richtsnoeren betreffende bepaalde staatssteunmaatregelen in het kader van de regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten na 2012 (de "richtsnoeren") een toelichting bij de verenigbaarheidscriteria die voor deze staatssteunmaatregelen zullen gelden.

  5. Overeenkomstig de in het Actieplan Staatssteun van 20054 beschreven afwegingstoets, is de belangrijkste doelstelling van het staatssteuntoezicht in het kader van de tenuitvoerlegging van EU ETS, te garanderen dat staatssteun leidt tot een hoger algemeen milieubeschermingsniveau (een reductie van de broeikasgasemissies) dan het geval zou zijn zonder de steun en ervoor te zorgen dat de positieve gevolgen van de steun groter zijn dan de negatieve gevolgen daarvan in de zin van verstoringen van de mededinging op de interne markt. De staatssteun moet noodzakelijk zijn om de milieudoelstellingen van de EU ETS te bereiken (noodzaak van de steun) en beperkt zijn tot het minimum dat nodig is om de nagestreefde milieubescherming te bereiken (evenredigheid van de steun) zonder dat deze leidt tot een onrechtmatige verstoring van de mededinging en het handelsverkeer op de interne markt.

  6. Aangezien de bepalingen van Richtlijn 2009/29/EG met ingang van 1 januari 2013 van toepassing worden, kan vóór die datum verleende staatssteun niet noodzakelijk worden geacht om enige lasten te verlichten. Bijgevolg kunnen de onder deze richtsnoeren vallende maatregelen slechts worden toegestaan voor kosten die na 1 januari 2013 zijn gemaakt, behalve voor steun in verband met facultatieve overgangsregelingen voor kosteloze toewijzing van emissierechten ten behoeve van de modernisering van de elektriciteitsopwekking, waartoe onder bepaalde voorwaarden ook in het nationaal plan opgenomen investeringen kunnen behoren die na 25 juni 2009 zijn verricht.


  1   2   3   4   5   6   7


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina