Staatssteunbeleid en de ets-richtlijn 4 Onder deze richtsnoeren vallende specifieke maatregelen 5



Dovnload 131.04 Kb.
Pagina2/7
Datum22.07.2016
Grootte131.04 Kb.
1   2   3   4   5   6   7

1.Onder deze richtsnoeren vallende specifieke maatregelen

1.1.Steun voor ondernemingen in bedrijfstakken die worden geacht te zijn blootgesteld aan een significant CO2-weglekrisico als gevolg van in de elektriciteitsprijzen doorberekende EU ETS-kosten (steun voor indirecte emissiekosten)


  1. Volgens artikel 10 bis, lid 6, van de ETS-richtlijn kunnen de lidstaten financiële maatregelen vaststellen ten behoeve van bedrijfstakken of deeltakken die worden geacht te zijn blootgesteld aan een significant CO2-weglekrisico ten gevolge van in de elektriciteitsprijzen doorberekende kosten in verband met broeikasgasemissies (hierna "indirecte emissiekosten" genoemd), teneinde deze kosten te compenseren in overeenstemming met de regels inzake staatssteun. In deze richtsnoeren wordt onder "CO2-lek" verstaan dat de wereldwijde broeikasgasemissies zouden kunnen stijgen indien ondernemingen hun productie naar derde landen buiten de Unie zouden verplaatsen omdat zij de kostenstijgingen als gevolg van de EU ETS niet aan hun afnemers kunnen doorberekenen zonder een significant verlies van marktaandeel of opbrengsten.

  2. De aanpak van het CO2-weglekrisico dient een milieudoelstelling, aangezien de steun tot doel heeft te voorkomen dat de wereldwijde broeikasgasemissies zouden gaan stijgen als gevolg van de verschuiving van de productie naar landen buiten de Unie, bij gebreke van een bindende internationale overeenkomst inzake de vermindering van broeikasgasemissies. Terzelfder tijd kan steun voor indirecte emissiekosten een negatieve impact hebben op de efficiëntie van de EU ETS. Niet-gerichte steun zou de door de begunstigden te dragen kosten in verband met hun indirecte emissies kunnen verlagen en zo de stimulansen voor een verlaging van de emissies en voor innovatie in de bedrijfstak beperken. Daardoor zouden de kosten van de verlaging van de emissies voornamelijk door andere economische bedrijfstakken moeten worden gedragen. Bovendien kan dergelijke staatssteun leiden tot significante verstoringen van de mededinging op de interne markt, vooral wanneer ondernemingen in dezelfde bedrijfstak naargelang de lidstaat anders worden behandeld wegens een verschil in budgettaire beperkingen. Derhalve moeten in deze richtsnoeren drie specifieke doelstellingen aan bod komen: minimalisering van het CO2-weglekrisico, behoud van de EU ETS-stimulansen en beperking van verstoringen van de mededinging op de interne markt tot een minimum.

  3. Tijdens de goedkeuringsprocedure van de ETS-richtlijn lichtte de Commissie in een verklaring5 de voornaamste beginselen toe die zij voornemens was toe te passen ten aanzien van staatssteun voor indirecte emissiekosten teneinde onrechtmatige verstoringen van de mededinging te voorkomen.

  4. De Commissie zal - op het niveau van de Unie – beoordelen in welke mate een bedrijfstak of deeltak de indirecte emissiekosten kan doorberekenen in de productprijzen zonder een significant verlies van marktaandeel aan minder koolstofefficiënte installaties buiten de Unie.

  5. Het maximale door een lidstaat te verlenen steunbedrag wordt berekend volgens een formule waarbij rekening wordt gehouden met het referentie-productieniveau van de installatie of het referentieniveau van het elektriciteitsverbruik van de installatie als omschreven in deze richtsnoeren, alsook met de CO2-emissiefactor voor elektriciteit geleverd door stookinstallaties in verschillende geografische gebieden. Deze formule garandeert dat de steun evenredig is en dat de stimulansen voor elektriciteitsefficiëntie en de overstap van "grijze" op "groene" elektriciteit blijven bestaan, zoals is bepaald in de ETS-richtlijn.

  6. Om bovendien de verstoring van de mededinging op de interne markt tot een minimum te beperken en de doelstellingen van de EU ETS om energie op rendabele wijze koolstofvrij te maken, mag de steun de kosten van de EU-emissierechten in elektriciteitsprijzen niet volledig compenseren en dient deze geleidelijk af te nemen. Degressieve steunintensiteiten houden de stimulansen op lange termijn in stand om de externe milieueffecten volledig te internaliseren en zorgen voor het behoud van de stimulansen op korte termijn om over te stappen op opwekkingstechnologieën die minder CO2 uitstoten. Tegelijk wordt het tijdelijke karakter van de steun benadrukt en wordt een bijdrage geleverd tot de overgang naar een koolstofarme economie.

1.2.Investeringssteun voor elektriciteitscentrales met hoog rendement, met inbegrip van nieuwe centrales die CCS (carbon capture and storage)-klaar zijn


  1. Overeenkomstig de verklaring van de Commissie aan de Europese Raad6 met betrekking tot artikel 10, lid 3, van de ETS-richtlijn betreffende het gebruik van de opbrengsten van de veiling van emissierechten, mogen de lidstaten deze opbrengsten tussen 2013 en 2016 gebruiken om de bouw van elektriciteitscentrales met hoog rendement te ondersteunen, met inbegrip van nieuwe centrales die klaar zijn voor het afvangen en opslaan van CO2 (die CCS-klaar zijn). Volgens artikel 33 van Richtlijn 2009/31/EG7 zorgen de lidstaten ervoor dat de exploitanten van stookinstallaties met een nominaal elektrisch vermogen van 300 MW, hebben nagegaan of aan bepaalde voorwaarden is voldaan in verband met het inbouwen van CCS in de toekomst. Indien de beoordeling positief is moet geschikte ruimte op de locatie van de installatie worden vrijgemaakt om CO2 af te vangen en te comprimeren.

  2. Die steun moet een betere bescherming van het milieu tot doel hebben en daardoor een marktfalen aanpakken. De steun moet noodzakelijk zijn, een stimulerend effect hebben en evenredig zijn. Steun met het oog op CO2-afvang en -opslag valt niet in het toepassingsgebied van deze richtsnoeren en zal op grond van de andere bestaande staatssteunregels worden beoordeeld.

  3. Om ervoor te zorgen dat de steun evenredig is, dienen de maximale steunintensiteiten te variëren afhankelijk van de bijdrage die de nieuwe energiecentrale levert tot de milieubescherming en de reductie van de CO2-emissies in vergelijking met de meest actuele technologie. De maximale steunintensiteiten moeten hoger zijn voor steun die wordt toegekend volgens een inschrijvingsprocedure (op basis van reële concurrentie met duidelijke, doorzichtige en niet-discriminerende criteria), die daadwerkelijk waarborgt dat de steun beperkt is tot het noodzakelijke minimum en de concurrentie op de markt voor elektriciteitsopwekking aanwakkert. In die omstandigheden kan immers worden aangenomen dat de respectieve inschrijvingen alle mogelijke voordelen die uit de extra investeringen kunnen voortkomen, weergeven.


1   2   3   4   5   6   7


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina