Staatssteunbeleid en de ets-richtlijn 4 Onder deze richtsnoeren vallende specifieke maatregelen 5



Dovnload 131.04 Kb.
Pagina4/7
Datum22.07.2016
Grootte131.04 Kb.
1   2   3   4   5   6   7

3.2.Investeringssteun voor elektriciteitscentrales met hoog rendement, met inbegrip van nieuwe centrales die CCS-klaar zijn


  1. Investeringssteun verleend tussen 1 januari 2013 en 31 december 2016 voor nieuwe elektriciteitscentrales met hoog rendement wordt in de zin van artikel 107, lid 3, onder c), VWEU verenigbaar beschouwd met de interne markt voor zover aan de volgende voorwaarden is voldaan:

  • de rendementsreferentiewaarde van de nieuwe elektriciteitscentrale met hoog rendement is hoger dan de in bijlage I bij Beschikking 2007/74/EG van de Commissie9 vastgestelde waarden of de desbetreffende rendementsreferentiewaarde die geldt op het tijdstip van de verlening van de steun. Nieuwe elektriciteitscentrales met hoog rendement met een waarde gelijk aan de bestaande rendementsreferentiewaarden worden niet geacht te voldoen aan deze voorwaarde; en

  • het definitieve investeringsbesluit voor de bouw van de centrale wordt tussen 1 januari 2013 en 31 december 2016 genomen.

Doelstelling en noodzaak van de steun

  1. De lidstaten moeten aantonen dat de steun een aanzienlijke impact heeft op de milieubescherming en dat daardoor een marktfalen wordt aangepakt. De steun moet een stimulerend effect hebben dat een verandering van het gedrag van de steunbegunstigde teweegbrengt, hetgeen kan worden aangetoond door middel van een contrafeitelijk scenario waaruit blijkt dat de begunstigde de investering niet zou hebben gedaan zonder de steun. Voorts moet het definitieve investeringsbesluit voor de nieuwe energiecentrale in de periode 2013-2016 zijn genomen.

In aanmerking komende kosten

  1. De in aanmerking komende kosten zijn beperkt tot de totale kosten van de investeringen in uitrusting en gronden die absoluut noodzakelijk zijn voor de bouw van de nieuwe centrale. In het geval van de bouw van een centrale die CCS-klaar is, komen slechts de kosten in aanmerking die worden gemaakt om de algemene economische en technische haalbaarheid van de toepassing van de volledige CCS-keten aan te tonen, alsmede de kosten voor investeringen in de centrale en in gronden waarmee de CO2-afvangapparatuur op rendabele wijze in de centrale kan worden ingebouwd. De kosten voor de installatie van de afvang-, vervoers- en opslaguitrusting worden niet als in aanmerking komende kosten beschouwd omdat steun voor de toepassing van CCS niet onder deze richtsnoeren valt.

Maximale steunintensiteiten

  1. Voor nieuwe elektriciteitscentrales met hoog rendement die CCS-klaar zijn, waarvoor vóór 2020 aangevangen wordt met de toepassing van een volledige CCS-keten, kan de steunintensiteit maximaal 15% van de in aanmerking komende kosten bedragen.

  2. Voor nieuwe elektriciteitscentrales met hoog rendement die CCS-klaar zijn, waarvoor steun wordt toegekend na een inschrijvingsprocedure (op basis van reële concurrentie met duidelijke, doorzichtige en niet-discriminerende criteria) die (i) de milieuvriendelijkste opwekkingstechnologieën in de nieuwe centrale bevoordeelt, hetgeen resulteert in lagere CO2-emissies in vergelijking met de meest actuele technologie en (ii) de concurrentie op de markt voor elektriciteitsopwekking aanwakkert, kan de steunintensiteit maximaal 10% van de in aanmerking komende kosten bedragen. Deze inschrijvingsprocedure moet niet-discriminerend zijn en er moeten voldoende ondernemingen aan kunnen deelnemen. Bovendien moet de met de inschrijvingsprocedure verband houdende begroting een bindende beperking zijn in de zin dat niet alle deelnemers steun kunnen krijgen.

  3. Voor nieuwe elektriciteitscentrales met hoog rendement, die al dan niet CCS-klaar zijn, waarvoor niet vóór 2020 met de toepassing van een volledige CCS-keten is aangevangen, kan de steunintensiteit maximaal 5% van de in aanmerking komende kosten bedragen.

3.3.Steun in verband met facultatieve overgangsregelingen voor de kosteloze toewijzing van emissierechten ten behoeve van de modernisering van de elektriciteitsopwekking


  1. Van 1 januari 2013 tot en met 31 december 2019 wordt staatssteun in verband met facultatieve overgangsregelingen voor de kosteloze toewijzing van emissierechten ten behoeve van de modernisering van de elektriciteitsopwekking en de in de nationale plannen opgenomen investeringen, overeenkomstig artikel 10 quater van de ETS-richtlijn, als verenigbaar met de interne markt beschouwd in de zin van artikel 107, lid 3, onder c), VWEU, mits aan alle onderstaande voorwaarden is voldaan:

        1. de voorlopige kosteloze emissierechten worden verleend overeenkomstig artikel 10 quater van de ETS-richtlijn en in overeenstemming met het besluit van de Commissie houdende richtsnoeren inzake de methodiek voor de voorlopige kosteloze toewijzing van emissierechten aan installaties voor elektriciteitsproductie overeenkomstig artikel 10 quater, lid 3, van de ETS-richtlijn10, en in overeenstemming met de mededeling van de Commissie inzake richtsnoeren voor de facultatieve toepassing van artikel 10 quater van de ETS-richtlijn11, en

        2. het nationaal plan beoogt een doelstelling van algemeen belang, zoals een verhoogde milieubescherming in het licht van de algemene doelstellingen van de ETS-richtlijn, en

        3. het nationaal plan omvat tevens investeringen die na 25 juni 2009 zijn verricht in de aanpassing en modernisering van de infrastructuur, schone technologieën, de diversificatie van de energiemix en de voorzieningsbronnen overeenkomstig de ETS-richtlijn, en de steun moet een stimulerend effect hebben doordat hij een verandering van het gedrag van de begunstigde teweegbrengt, en

        4. de marktwaarde van de kosteloze rechten (berekend overeenkomstig het besluit van de Commissie van 29 maart 201112) is niet hoger dan de totale kosten van de investeringen die door de ontvanger van deze rechten (op het niveau van ondernemingsgroepen) zijn verricht. Indien de totale investeringskosten lager zijn dan de marktwaarde van de rechten, moeten de ontvangers van deze kosteloze rechten het verschil overdragen naar een mechanisme voor de financiering van andere in aanmerking komende investeringen in het kader van het nationaal plan, en

        5. de lidstaten tonen aan dat de steun de mededinging niet onrechtmatig verstoort, met name als gevolg van de selectie van een beperkt aantal begunstigden. De lidstaten moeten tevens aantonen dat de steun de mededinging niet onrechtmatig verstoort wanneer de marktpositie van bepaalde begunstigden (op het niveau van de ondernemingsgroep) daardoor meer wordt versterkt dan strikt noodzakelijk is.

In aanmerking komende kosten

  1. De in aanmerking komende kosten moeten beperkt blijven tot de jaarlijkse investeringskosten die in het nationaal plan worden genoemd en die overeenkomen met de marktwaarde van de kosteloze rechten (berekend overeenkomstig het besluit van de Commissie van 29 maart 201113) die aan elke begunstigde zijn verleend, ongeacht de exploitatiekosten en -baten van de betrokken installatie. De jaarlijkse investeringskosten worden berekend zoals aangegeven in de richtsnoeren van de Commissie inzake de methodiek voor de voorlopige kosteloze toewijzing van emissierechten aan installaties voor elektriciteitsproductie overeenkomstig artikel 10 quater, lid 3, van Richtlijn 2003/87/EEG14.

Maximale steunintensiteit

  1. De steun mag niet hoger zijn dan 100% van de in aanmerking komende kosten.


1   2   3   4   5   6   7


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina