Staatssteunbeleid en de ets-richtlijn 4 Onder deze richtsnoeren vallende specifieke maatregelen 5



Dovnload 131.04 Kb.
Pagina5/7
Datum22.07.2016
Grootte131.04 Kb.
1   2   3   4   5   6   7

3.4.Steun in verband met de uitsluiting van kleine installaties en ziekenhuizen van de EU ETS


  1. Steun voor kleine installaties of ziekenhuizen die vanaf 1 januari 2013 van de EU ETS zijn uitgesloten wordt als verenigbaar met de interne markt beschouwd in de zin van artikel 107, lid 3, onder c), VWEU, mits zij worden onderworpen aan maatregelen waarmee een gelijkwaardige beperking van broeikasgasemissies wordt bereikt in de zin van artikel 27 van de ETS-richtlijn en mits de lidstaat de daarin vastgestelde voorwaarden in acht neemt.

3.5.Stimulerend effect en evenredigheid


  1. Alle steunmaatregelen die onder deze richtsnoeren vallen worden geacht aan het vereiste van het stimulerend effect te voldoen indien de lidstaat zich ervan heeft vergewist dat de steun een verandering van het gedrag van de begunstigde teweegbrengt; dit stimulerend effect kan worden aangetoond door middel van een contrafeitelijk scenario waaruit blijkt dat de begunstigde de investering niet zou hebben verricht zonder de steun. Wat investeringssteun aan elektriciteitscentrales met hoog rendement betreft (punt 3.2), met inbegrip van nieuwe centrales die CCS-klaar zijn, houdt het vereiste van het stimulerend effect bovendien in dat de uitvoering van het gesteunde project niet mag zijn gestart vóór de indiening van het verzoek om steun, en dat het definitieve investeringsbesluit voor de nieuwe elektriciteitscentrales in de periode 2013-2016 is genomen. Voor investeringen in het kader van nationale plannen als beschreven in punt 3.3. wordt er geacht sprake te zijn van een stimulerend effect voor investeringen die na 25 juni 2009 werden verricht.

  2. Het evenredigheidsvereiste houdt in dat de lidstaat zich ervan heeft vergewist dat het steunbedrag tot het noodzakelijke minimum beperkt blijft.

4.Cumulering


  1. De in deze richtsnoeren vervatte steunplafonds zijn van toepassing, ongeacht of de steun volledig met staatsmiddelen wordt bekostigd dan wel gedeeltelijk door de Unie wordt gefinancierd.

  2. Steun die op grond van deze richtsnoeren verenigbaar kan worden geacht mag niet worden gecumuleerd met andere vormen van staatssteun in de zin van artikel 107, lid 1, VWEU, noch met enige andere vorm van financiering van de EU indien een dergelijke cumulering resulteert in een steunintensiteit die hoger is dan uit hoofde van deze richtsnoeren is toegestaan. Wanneer de voor steun in aanmerking komende uitgaven voor onder deze richtsnoeren vallende maatregelen evenwel volledig of gedeeltelijk in aanmerking komen voor steun ten behoeve van andere doeleinden, dan is het volgens de toepasselijke regels gunstigste plafond op het gemeenschappelijke gedeelte van toepassing.

5.Slotbepalingen

5.1.Jaarlijkse verslagen


  1. Overeenkomstig Verordening (EG) nr. 659/1999 van de Raad van 22 maart 1999 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van artikel 93 van het EG Verdrag15 en Verordening (EG) nr. 794/2004 van de Commissie van 21 april 200416 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 659/1999, moeten de lidstaten jaarlijkse verslagen bij de Commissie indienen.

  2. Afgezien van de in die bepalingen vastgestelde vereisten moeten jaarlijkse verslagen inzake steunmaatregelen ten behoeve van het milieu aanvullende informatie bevatten over de respectieve goedgekeurde regelingen, zoals in het onderstaande wordt uiteengezet.

  3. De Commissie zal de steun verleend aan ondernemingen in bedrijfstakken die geacht worden te zijn blootgesteld aan een significant CO2-weglekrisico als gevolg van in de elektriciteitsprijzen doorberekende EU ETS-kosten als beschreven in punt 3.1 regelmatig aan toezicht onderwerpen. Daartoe zal zij haar gegevens over de omvang van de doorberekende indirecte kosten en de mogelijke gevolgen voor een CO2-weglekrisico actualiseren. In het bijzonder moeten de lidstaten de volgende informatie in hun jaarlijkse verslagen opnemen:

  • de namen van de begunstigden;

  • de bedrijfstak(ken) waarin de begunstigde actief is;

  • de bedrijfstakken of deeltakken waarvoor de efficiëntiebenchmark voor het elektriciteitsverbruik wordt gebruikt om de maximumsteun te bepalen;

  • het jaar waarvoor de steun wordt uitgekeerd en het jaar waarin de steun wordt uitgekeerd;

  • de referentie-output voor elke relevante bedrijfstak of deeltak;

  • de jaarlijkse productie voor elke relevante bedrijfstak of deeltak in elk van de jaren die gebruikt zijn om de referentie-output te bepalen;

  • de jaarlijkse productie voor elke relevante bedrijfstak of deeltak in het jaar waarvoor steun wordt uitgekeerd;

  • de jaarlijkse productie van andere producten die niet onder de efficiëntie- benchmarks voor het elektriciteitsverbruik vallen in elk van de jaren die gebruikt zijn om de referentie-output te bepalen (indien steun is verleend met gebruikmaking van een fallback-efficiëntiebenchmark voor het elektriciteitsverbruik);

  • het referentie-elektriciteitsverbruik (indien steun is verleend met gebruikmaking van een fallback-efficiëntiebenchmark voor het elektriciteitsverbruik);

  • het jaarlijkse elektriciteitsverbruik in elk van de jaren die gebruikt zijn om het referentie-elektriciteitsverbruik te bepalen (indien steun wordt verleend met gebruikmaking van een fallback-efficiëntiebenchmark voor het elektriciteitsverbruik);

  • het jaarlijkse elektriciteitsverbruik in het jaar waarvoor steun wordt uitgekeerd (indien steun wordt verleend met gebruikmaking van een fallback- efficiëntiebenchmark voor het elektriciteitsverbruik);

  • de EUA-termijnkoers die gebruikt wordt om het steunbedrag per begunstigde te berekenen;

  • de steunintensiteit;

  • de CO2-emissiefactor.

  1. Ten aanzien van steun die wordt verleend voor nieuwe elektriciteitscentrales met hoog rendement, met inbegrip van centrales die CCS-klaar zijn, moeten de lidstaten de volgende informatie in hun jaarlijks verslag opnemen:

  • de namen van de begunstigden;

  • het steunbedrag per begunstigde;

  • de steunintensiteit;

  • een verificatie van de inachtneming van de voorwaarden van punt 3.2, onder 30, wat het tijdstip van toekenning van de steun betreft;

  • een verificatie van de inachtneming van de voorwaarden van punt 3.2, onder 33, wat de aanvang van de toepassing van de volledige CCS-keten vóór 2020 betreft. Indien niet vóór 2020 met de toepassing van de CCS-keten is begonnen, wordt de steun verminderd tot 5%, of, indien voldaan is aan de voorwaarden van punt 3.2, onder 34, tot 10% van de in aanmerking komende investeringskosten. In geval van vooruitbetaling van steun moeten de lidstaten het teveel betaalde steunbedrag terugvorderen.


1   2   3   4   5   6   7


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina