Standaard statuten voor de rotaryclubs in nederland



Dovnload 95.08 Kb.
Datum22.07.2016
Grootte95.08 Kb.



De voor de Rotaryclubs in Nederland dwingend voorgeschreven standaard clubstatuten zijn op onderdelen gewijzigd naar aanleiding van de besluiten van de Council on Legislation (COL) 2001, 2004, 2007, 2010 en 2013.
STANDAARD STATUTEN VOOR DE ROTARYCLUBS IN NEDERLAND

(versie 2013)

ARTIKEL 1. Definities.

In deze statuten wordt verstaan onder:



  1. Rotary International (RI): Wereldorganisatie van serviceclubs;

  2. Bestuur: het bestuur van de club;

  3. Statuten: de statuten van de club;

  4. Bestuurder: een bestuurder, lid van het bestuur van de club;

  5. Lid: een lid, niet zijnde een erelid, van de club;

6. Jaar: de twaalfmaands periode, te beginnen op één juli.
ARTIKEL 2. Naam.

De vereniging, hierna aan te duiden als: de club, draagt de naam Rotary Club -----------



(moet plaatsnaam bevatten)

ARTIKEL 3. Vestigingsplaats van de club.

De vestigingsplaats van de club is als volgt ------------


ARTIKEL 4. Doel.

Het doel van Rotary is het in en buiten clubverband aanmoedigen en aankweken van het ideaal van dienstvaardigheid als grondslag van een waardige ondernemingsgeest en in het bijzonder het aanmoedigen en bevorderen van:



Ten eerste: Het beter leren kennen van anderen als een gelegenheid tot dienstvaardigheid;

Ten tweede: De toepassing van hoge ethische normen in bedrijf en beroep, de erkenning van de waarde van iedere nuttige functie en het waarderen van de eigen werkkring door iedere Rotarian als middel om de maatschappij te dienen;

Ten derde: De toepassing van het ideaal van dienstvaardigheid door iedere Rotarian in zijn persoonlijk, zakelijk en maatschappelijk leven;

Ten vierde: Internationaal begrip, goede onderlinge verstandhouding en vrede door een wereldomvattende kameraadschap van mensen, die werkzaam zijn in een bedrijf of beroep en verenigd zijn in het ideaal van dienstvaardigheid.
ARTIKEL 5. Vijf Avenues of Service.

De vijf wegen (Avenues of Service), waarlangs deze Rotaryclub het doel van Rotary tracht te verwezenlijken, vormen het filosofische en praktische kader voor de clubactiviteiten.

1. Club Service, de eerste Avenue of Service, heeft betrekking op de activiteiten die leden binnen de club dienen te ontplooien om de club goed te laten functioneren.

2. Vocational Service, de tweede Avenue of Service, beoogt hoge ethische normen aan te moedigen in bedrijven en beroepen, waarbij de waardigheid van alle eerbare beroepen voorop staat, alsmede het dienstverleningsideaal in elke beroepsuitoefening. De rol van de leden houdt in dat zij ervoor zorgen dat hun gedrag en de bedrijfsvoering in overeenstemming is met het doel van Rotary.

3. Community Service, de derde Avenue of Service, heeft betrekking op de vele manieren waarop de leden zich al dan niet in samenwerking met anderen inzetten voor het welzijn van de lokale gemeenschap.

4. International Service, de vierde Avenue of Service, omvat de activiteiten van de leden ter bevordering van internationaal begrip, goodwill en vrede door leden in contact te brengen met mensen uit andere landen, hun cultuur, gebruiken, aspiraties, problemen, en met wat zij tot stand hebben gebracht, een en ander door middel van lezen en corresponderen, alsmede door deel te nemen aan alle clubactiviteiten en –projecten die tot doel hebben mensen in andere landen te steunen.



5. Youth Service, de vijfde Avenue of Service, erkent de positieve invloed op jongeren en jonge volwassenen van activiteiten om leiderschap te ontwikkelen, om betrokkenheid bij locale en internationale projecten te stimuleren alsmede om uitwisselingsprogramma’s te initiëren, waardoor de wereldvrede en het begrip voor elkaars cultuur wordt bevorderd.
ARTIKEL 6. Clubbijeenkomsten.

Lid 1. Regelmatige bijeenkomsten.

a. Dag en uur. De club komt wekelijks bijeen op een vaste dag en op een vast uur, zoals in het huishoudelijk reglement is bepaald.

b. Andere datum voor een bijeenkomst. Het bestuur is bevoegd om met een deugdelijke reden een wekelijkse bijeenkomst te doen houden op een andere dag, mits gelegen na die, waarop de wekelijkse bijeenkomst laatstelijk werd gehouden en voor die, waarop de eerstvolgende wekelijkse bijeenkomst zal worden gehouden, dan wel een wekelijkse bijeenkomst op een ander uur te doen aanvangen of op een andere plaats te doen houden.

c. Vervallen van een bijeenkomst. Het bestuur kan een wekelijkse bijeenkomst laten vervallen, indien zij valt op een algemene feestdag, wegens overlijden van een lid of wegens een de gehele samenleving treffende epidemie of ramp of een gewapend conflict ter plaatse dat de levens van de leden in gevaar brengt. Het bestuur mag gedurende een clubjaar ten hoogste vier wekelijkse bijeenkomsten doen vervallen wegens een andere reden dan in de vorige zin genoemd, mits niet meer dan drie direct opeenvolgende bijeenkomsten komen te vervallen.



Lid 2. Jaarlijkse bijeenkomst.

a.Vóór eenendertig december van elk clubjaar wordt een buitengewone jaarlijkse clubbijeenkomst (jaarvergadering) gehouden waarin, met inachtneming van het hierna en in het huishoudelijk reglement bepaalde, de functionarissen, als bedoeld in artikel 10 lid 4, gekozen worden.

b. De oproep en de agenda voor de jaarvergadering worden door het bestuur aan de leden verzonden per gewone brief, email of andere wettelijk toegestane wijze van communicatie, ten minste vier weken voor de datum waarop deze vergadering zal worden gehouden.
ARTIKEL 7. Lidmaatschap.

Lid 1. Algemene vereisten.

De algemene vereisten voor het lidmaatschap van de club zijn : meerderjarig zijn, te goeder naam bekend staan en een goede reputatie in zijn of haar bedrijf of beroep hebben.

Lid 2. Soorten lidmaatschap.

De club kent twee soorten leden, te weten: actieve leden en ereleden.



Lid 3. Actieve leden.

Tot actief lid kunnen worden verkozen zij, die:

a. als eigenaar, vennoot, directielid of manager van een goed bekend staand bedrijf of beroep werkzaam zijn;

b. in een zodanig bedrijf of beroep, dan wel filiaal of agentschap daarvan een leidinggevende functie met beslissingsbevoegdheid vervullen;

c. gepensioneerd zijn doch een functie hebben vervuld zoals lid 3 sub a en b bedoeld.

d. door persoonlijke betrokkenheid in plaatselijke activiteiten als plaatselijk leider bewezen hebben de dienstvaardigheid en het doel van Rotary te onderschrijven.

e. de status van Rotary Foundation alumnus, zoals gedefinieerd door de Bestuur van RI, hebben.

Lid 4. Verhuisde of voormalige Rotarians.

a. Kandidaat leden. Een lid kan een voormalig lid of een lid uit een andere club voordragen voor het actieve lidmaatschap als diegene zijn lidmaatschap bij zijn oude club aan het beëindigen is, of, reeds heeft beëindigd, vanwege het feit dat hij niet langer werkzaam is in zijn vroegere classificatie binnen de plaats van zijn oude club of het omliggende gebied.

Een lid afkomstig uit een andere Rotary club of een oud lid dat wordt voorgedragen voor het lidmaatschap mag ook door zijn oude club worden voorgedragen. De classificatie van een lid afkomstig uit een andere Rotaryclub of die van een oud lid mag een toelating tot lid niet beletten, zelfs niet als de toelating tot gevolg heeft dat het lidmaatschap tijdelijk de classificatielimieten overschrijdt.

Kandidaat leden, die lid zijn – of lid zijn geweest – van een andere club, die nog geld verschuldigd zijn aan die andere club, kunnen niet verkozen worden tot lid van de club.

De club mag van het kandidaat lid een schriftelijk bewijs verlangen dat hij niets meer aan de andere club verschuldigd is. Voor de toelating van een verhuisd of voormalig lid tot actief lidmaatschap is vereist een verklaring van het bestuur van de andere club waaruit blijkt, dat het kandidaat lid eerder lid is geweest van die club.

b. Leden of voormalige leden. De andere club zal op verzoek van de club een verklaring verstrekken, waaruit blijkt of het kandidaat lid nog geld aan die club is verschuldigd.

Lid 5. Dubbel lidmaatschap.

Niemand kan gelijktijdig lid van de club en van een andere Rotaryclub zijn. Een lid kan niet tevens erelid van de club zijn. Een lid kan niet lid van de club en tevens lid van een Rotaractclub zijn.



Lid 6. Erelidmaatschap.

a. Benoembaarheid tot Erelid. Personen, die op verdienstelijke en eerbare wijze de Rotary-idealen hebben bevorderd en die personen die zich beschouwen als vriend van de Rotary door hun voortdurende steun aan het doel van Rotary, kunnen door het bestuur tot erelid van de club worden benoemd. De duur van het erelidmaatschap wordt bepaald door het bestuur. Personen kunnen erelid zijn van meer dan één club.

b. Rechten en voorrechten. Ereleden zijn vrijgesteld van het betalen van entreegeld en contributie; zij hebben geen stemrecht en zijn niet verkiesbaar in een functie binnen de club. Zij worden niet geacht een classificatie te vertegenwoordigen. Zij hebben evenwel het recht alle clubbijeenkomsten bij te wonen en genieten alle andere voorrechten die de club haar leden verschaft. Een erelid van de club kan geen aanspraak maken op rechten of voorrechten in een andere Rotaryclub, met uitzondering van het recht om andere clubs te bezoeken zonder de gast van een Rotarian te zijn.

Lid 7. Zij die benoemd zijn in Openbare Ambten.

Personen, die voor een bepaalde tijd in een openbaar ambt gekozen of benoemd zijn, kunnen niet in de classificatie van dat ambt tot actief lid worden verkozen. Het voorgaande geldt niet voor personen, die een betrekking of ambt bekleden op scholen, universiteiten of andere instellingen van onderwijs, noch voor personen, die tot lid van de rechterlijke macht dan wel tot notaris zijn benoemd.

Met inachtneming van het vorenstaande mag een lid, dat voor een bepaalde tijd in een openbaar ambt benoemd is, gedurende de tijd, dat hij dat ambt vervult, lid van de club blijven in de classificatie, die dit lid vervulde onmiddellijk voor zijn benoeming in dat ambt.

Lid 8. Leden in dienst van RI.

Een lid van de club, dat in dienst is van RI, kan voor de duur van dat dienstverband lid van deze club blijven.


ARTIKEL 8. Classificaties.

Lid 1. Algemene regels.

a. Hoofdactiviteit. Elk lid wordt op basis van zijn zakelijke activiteiten, beroep of de aard van zijn maatschappelijk dienstbetoon geclassificeerd. Dit houdt in dat er een beschrijving wordt gegeven van de hoofdactiviteit van het bedrijf of de instelling waaraan het lid verbonden is, van zijn als dusdanig erkende, zakelijke of beroepsmatige hoofdactiviteit, of van de aard van zijn activiteiten op het gebied van maatschappelijk dienstbetoon.

b. Correctie of aanpassing classificaties. Het bestuur is bevoegd om de classificatie van een lid te corrigeren of aan te passen, indien de omstandigheden dit rechtvaardigen.

Het betrokken lid wordt tijdig van de voorgenomen correctie of aanpassing op de hoogte gesteld en, zo dit lid dat wenst, ter zake door het bestuur hierover gehoord.



Lid 2. Beperkingen.

Het is niet toegestaan om een persoon als lid toe te laten indien de club reeds vijf of meer leden met dezelfde classificatie heeft, tenzij de club meer dan vijftig leden heeft, in welk geval de club personen met dezelfde classificatie als lid kan toelaten zolang hun aantal niet meer dan tien procent (10%) van de leden uitmaakt.

Gepensioneerde leden tellen niet mee bij het bepalen van het aantal leden met dezelfde classificatie.

De classificatie van een lid afkomstig uit een andere Rotaryclub, die van een oud lid of die van een Rotary Foundation alumnus (zoals gedefinieerd door de board of directors van RI) mag een verkiezing tot lid niet in de weg staan, zelfs niet als de verkiezing tot gevolg heeft dat het lidmaatschap tijdelijk de bovengenoemde limieten overschrijdt.

Bij verandering van classificatie van een lid mag zijn lidmaatschap met de nieuwe classificatie worden gecontinueerd ongeacht voormelde beperkingen.
ARTIKEL 9. Attendance.

Lid 1. Algemene regels.

Elk lid dient de wekelijkse bijeenkomsten bij te wonen. Een lid wordt geacht een wekelijkse bijeenkomst te hebben bijgewoond, indien dit lid ten minste zestig procent (60%) van de tijd, welke de bijeenkomst duurt, aanwezig is geweest, of aanwezig is, doch weggeroepen is en vervolgens naar genoegen van het bestuur aannemelijk maakt dat zijn weggaan redelijk was, dan wel een afwezigheid goedmaakt op één van de volgende wijzen:

a. 14 dagen vóór of na de bijeenkomst. Indien dit lid op een tijdstip, binnen veertien dagen voor of na deze wekelijkse bijeenkomst:

(1) voor ten minste zestig procent van de tijd, welke de bijeenkomst duurt, een clubbijeenkomst bijwoont van een andere Rotaryclub of van een Rotaryclub in oprichting; of

(2) een clubbijeenkomst bijwoont van een Rotaractclub, Interact club Rotary Community Corps of Rotary Fellowship al dan niet in oprichting of

(3) een conventie van RI, een council on legislation, een international assembly, een Rotary institute voor oud- en zittende functionarissen van RI,

een Rotary Institute voor oud-, zittende- en inkomende functionarissen van RI of enige andere bijeenkomst, bijeengeroepen met goedkeuring van het hoofdbestuur van RI of de President van RI handelend namens dat bestuur, een multizone conferentie van Rotary, een vergadering van een commissie van RI, een Rotary districtsconferentie, een Rotary district assembly, een districtsbijeenkomst, gehouden op aanwijzing van het hoofdbestuur van RI, een bijeenkomst van een districtscommissie, gehouden op aanwijzing van de districtsgouverneur of een overeenkomstig de ter zake geldende regels bijeengeroepen bijeenkomst van Rotaryclubs bijwoont of

(4) voor het bijwonen van een clubbijeenkomst van een andere Rotaryclub op de voor die bijeenkomst vastgestelde tijd en plaats aanwezig is, echter zonder dat de leden van die club op die tijd en plaats bijeenkomen of

(5) bijwoont en deelneemt aan een clubservice project of een door de club gesponsorde community gebeurtenis dan wel een door het bestuur geautoriseerde bijeenkomst; of

(6) een bestuursvergadering of een door het bestuur geautoriseerde bijeenkomst van een commissie waar het lid deel van uitmaakt bijwoont,

(7) deelneemt door middel van een clubwebsite aan een interactieve activiteit die een gemiddelde deelnametijd van 30 minuten vergt.

Indien een lid meer dan veertien dagen buiten het land is, waarin dit lid zijn woonplaats heeft, zal de in de aanhef van dit onderdeel a. bedoelde tijdsbepaling voor dit lid niet gelden, zodat het lid gedurende zijn reis bijeenkomsten van een of meer andere Rotaryclubs in een ander land op enig tijdstip kan bijwonen in welk geval dit lid met elke bijgewoonde bijeenkomst zijn afwezigheid in bijeenkomsten van de club welke zijn gehouden tijdens zijn verblijf in het buitenland, heeft goedgemaakt.

b. Ten tijde van de bijeenkomst. Indien het lid ten tijde van de desbetreffende bijeenkomst:

(1) van of naar een van de bijeenkomsten, hiervoor onder a.(3) bedoeld, via een redelijk korte weg reist; of

(2) dienst doet als functionaris of commissielid van RI of als bestuurder van de Rotary Foundation; of

(3) dienst doet als speciale vertegenwoordiger van de districtsgouverneur bij de oprichting van een nieuwe club; of

(4) in dienst van RI op zakenreis is; of

(5) direct en werkelijk betrokken is bij een door een district, door RI of door de Rotary Foundation georganiseerd serviceproject in een afgelegen gebied, waar het goedmaken van het niet bijwonen van clubbijeenkomsten volstrekt onmogelijk is; of

(6) met goedkeuring van het bestuur van de club betrokken is bij een aangelegenheid Rotary betreffende, en daardoor het bijwonen van de bijeenkomst voor hem onmogelijk is.

Lid 2. Langdurige afwezigheid bij werkzaamheden elders.

Als een lid gedurende een langere periode elders werkzaam is zal het bijwonen van de clubbijeenkomsten van een aan te wijzen club ter plaatse het bijwonen van de vaste clubbijeenkomsten van de eigen club vervangen, mits beide clubs daarin toestemmen.



Lid 3. Vrijstellingen.

Een lid is vrijgesteld van de plicht de clubbijeenkomsten bij te wonen indien:

a. de afwezigheid in overeenstemming is met de door het bestuur gestelde voorwaarden en plaatsvindt onder door het bestuur goedgekeurde omstandigheden. Een lid kan vrijgesteld worden van aanwezigheid om redenen die het bestuur goed en adequaat vindt. Een dergelijke afwezigheid mag niet langer dan twaalf maanden duren.

b. als het lid vijfenzestig (65) jaar oud is en de som van het aantal jaren van de leeftijd en van de jaren als lid van één of meer clubs vijfentachtig (85) jaar of meer is en het lid aan de secretaris van de club schriftelijk heeft verzocht te worden vrijgesteld van de verplichting de clubbijeenkomsten bij te wonen en het bestuur dit heeft goedgekeurd.



Lid 4. Afwezigheid van functionarissen RI.

De afwezigheid van een lid is verontschuldigd indien hij een functionaris is van RI.



Lid 5. Attendance register.

Voor het geval een lid als hierboven bedoeld onder lid 3b en lid 4, is vrijgesteld van de verplichting de clubbijeenkomsten bij te wonen, toch een clubbijeenkomst bijwoont, zal het lid en diens attendance meetellen voor het lidmaatschap en het attendancecijfer van de club.


ARTIKEL 10. Bestuur en bestuursleden.

Lid 1. Bestuursorgaan.

Het bestuur bestaat uit bestuursleden zoals in het huishoudelijk reglement van de club is voorgeschreven.



Lid 2. Gezag.

Het bestuur houdt toezicht op alle functionarissen en commissies en kan, wegens gegronde redenen, iemand van zijn functie ontheffen.



Lid 3. Finaal bestuursbesluit.

Een besluit van het bestuur in alle clubaangelegenheden is bindend, behoudens het recht van beroep van ieder lid op de ledenvergadering.

Echter wat betreft een besluit tot beëindiging van het lidmaatschap, kan een lid op grond van artikel 12, lid 6 in beroep gaan bij de club, mediation of arbitrage vragen. Een besluit, waartegen beroep is ingesteld, kan door de leden slechts ongedaan worden gemaakt met een meerderheid van ten minste twee/derde van de stemmen van de - tijdens een daartoe door het bestuur aangewezen wekelijkse bijeenkomst - aanwezige leden, aangenomen dat het quorum aanwezig is en van dit beroep alle leden ten minste vijf dagen voor die bijeenkomst door de secretaris in kennis gesteld zijn.

Het besluit van de ledenvergadering over het beroep is definitief.



Lid 4. Bestuursleden.

De bestuursleden van de club zijn in elk geval een voorzitter, de vorige voorzitter, een inkomend voorzitter en één of meer vice-voorzitters. Een secretaris, een penningmeester en een commissaris van orde maken, afhankelijk van hetgeen het huishoudelijk reglement daaromtrent bepaalt, al dan niet deel van het bestuur uit.



Lid 5. Verkiezing van bestuursleden.

a. Bestuurstermijnen van bestuursleden niet zijnde de voorzitter. Ieder bestuurslid wordt gekozen door de leden van de club tijdens de in artikel 6 lid 2 bedoelde jaarvergadering op de wijze als in het huishoudelijk reglement bepaald en zal, behoudens de voorzitter, in functie treden op één juli onmiddellijk volgend op de verkiezing en zal deze functie vervullen voor de periode van benoeming of tot een geschikte opvolger is gekozen.

b. Bestuurstermijn van de voorzitter. Met inachtneming van hetgeen het huishoudelijk reglement daaromtrent bepaalt, wordt de voorzitter ten hoogste twee jaar en ten minste achttien maanden, voorafgaande aan de dag, waarop de benoeming tot voorzitter ingaat, gekozen door de leden van de club tijdens een buitengewone clubbijeenkomst. Na zijn verkiezing is hij genomineerd voorzitter, maar wordt inkomend voorzitter op één juli van het jaar, voorafgaande aan dat, waarin het voorzitterschap aanvangt. De voorzitter treedt in functie op één juli van het clubjaar, waarvoor hij als voorzitter is gekozen en vervult die functie voor één jaar of totdat een geschikte opvolger is gekozen.

c. Geschiktheidseisen. Ieder lid van het bestuur moet een goed bekend staand lid zijn. De inkomend voorzitter dient de districtbijeenkomst bedoeld ter voorbereiding van de inkomend voorzitters op hun functie van voorzitter (PETS = President Elect Training Seminar) en de district assembly bij te wonen, tenzij geëxcuseerd door de inkomend gouverneur. In dat geval dient hij zich te doen vertegenwoordigen door een vervanger, die hem verslag uitbrengt.

Indien de inkomend voorzitter zonder geëxcuseerd te zijn door de inkomend gouverneur niet aanwezig is op voormelde bijeenkomsten of als hij geëxcuseerd is geen vertegenwoordiger heeft afgevaardigd kan hij de club niet dienen als voorzitter. In dat geval zal de zittende voorzitter voorzitter blijven totdat een opvolger die wel de PETS en de district assembly of een training die door de inkomend gouverneur voldoende geacht wordt, gevolgd heeft, rechtmatig gekozen is.

d. Ontslag. De leden zijn bevoegd een bestuurslid te ontslaan. Het besluit daartoe kan slechts worden genomen met een meerderheid van ten minste twee derde van de stemmen van de tijdens de desbetreffende clubbijeenkomst aanwezige leden, mits het voorgenomen besluit daartoe ten minste tien dagen van te voren aan alle leden schriftelijk bekendgemaakt is.

e. Quorum. Het bestuur kan slechts geldige besluiten nemen, indien de meerderheid van de bestuursleden ter vergadering aanwezig is.
ARTIKEL 10A. Bestuursbevoegdheid/vertegenwoordiging.

Lid 1. Bevoegdheid.

Het bestuur is bevoegd tot het verrichten van alle rechtshandelingen, met dien verstande dat de besluiten tot het aangaan van overeenkomsten als vermeld in artikel 2:44 van het Burgerlijk Wetboek slechts kunnen worden genomen met goedkeuring van twee derde meerderheid van de aanwezige leden op een daartoe bijeengeroepen clubbijeenkomst, mits het voorgenomen besluit daartoe ten minste tien dagen van te voren aan alle leden schriftelijk bekend gemaakt is.

Op het ontbreken van vermelde goedkeuring van de algemene vergadering kan door en jegens derden een beroep worden gedaan.

Lid 2. Voltalligheid.

Indien het bestuur niet voltallig is, behoudt het niettemin zijn bevoegdheden, onverminderd de verplichting van het bestuur om zo snel mogelijk in de vacature te doen voorzien.



Lid 3. Vertegenwoordiging.

De club wordt vertegenwoordigd door het bestuur. De vertegenwoordigingsbevoegdheid komt bovendien toe aan twee gezamenlijk handelende leden van het bestuur.


ARTIKEL 11. Entreegelden en contributies.

Ieder lid is een entreegeld en een jaarlijkse contributie verschuldigd, zoals in het huishoudelijk reglement bepaald, met dien verstande dat de door de club geaccepteerde leden die zijn overgeschreven of voormalig lid zijn van een andere club, zoals bedoeld in artikel 7 lid 4, geen tweede maal entreegeld zijn verschuldigd. Een Rotaractor die binnen twee jaar na beëindiging van zijn lidmaatschap van Rotaract lid van de club wordt, behoeft geen entreegeld te betalen.


ARTIKEL 12. Duur, beëindiging en schorsing van het lidmaatschap.

Lid 1. Duur.

Het lidmaatschap geldt gedurende het bestaan van de club, tenzij het voordien op een wijze als hierna vermeld wordt beëindigd.



Lid 2. Automatische beëindiging.

a. Lidmaatschapseisen. Het lidmaatschap eindigt automatisch indien en zodra een lid niet langer aan de vereisten voor het lidmaatschap voldoet, behalve dat

(1) aan een lid dat is verhuisd uit de plaats van de club of de omgeving daarvan, door het bestuur toestemming kan worden verleend tot afwezigheid gedurende een periode van ten hoogste een jaar teneinde dat lid in staat te stellen kennis te maken met een Rotaryclub van het gebied waarnaar dit lid is verhuisd, mits dit lid blijft voldoen aan alle eisen voor het clublidmaatschap.

(2) het bestuur een lid dat is verhuisd naar een plaats buiten de plaats van de club of de omgeving daarvan, het lidmaatschap kan laten behouden, mits dit lid voldoet aan alle eisen voor het clublidmaatschap.

b. Opnieuw toetreden als lid. Indien het lidmaatschap overeenkomstig lid 2a is beëindigd, kan het betrokken lid, mits het lid goed bekend stond ten tijde van de beëindiging van zijn lidmaatschap, het verzoek doen opnieuw als lid te worden toegelaten, hetzij ter vervulling van dezelfde classificatie, hetzij ter vervulling van een andere classificatie. Entreegeld is niet opnieuw verschuldigd.

c. Beëindiging Erelidmaatschap. Het erelidmaatschap eindigt door verloop van de bij de verlening van het erelidmaatschap door het bestuur gestelde termijn. Het bestuur heeft het recht laatstbedoelde termijn te verlengen en het bestuur is bevoegd het erelidmaatschap te allen tijde in te trekken.



Lid 3. Beëindiging van het lidmaatschap wegens wanbetaling.

a. Procedure. Een lid, dat de contributie niet binnen dertig dagen na verloop van de daartoe gestelde termijn voldoet, wordt door de secretaris aan het laatst bekende adres schriftelijk tot betaling daarvan aangemaand. Indien de contributie vervolgens niet uiterlijk tien dagen na de datum van de aanmaning is betaald, kan het lidmaatschap door het bestuur worden beëindigd.

b. Herstel van lidmaatschap. Een lid, wiens lidmaatschap aldus is beëindigd, kan door het bestuur, op zijn verzoek en na betaling van al hetgeen dit lid de club nog schuldig is, in zijn lidmaatschap worden hersteld, mits dit niet in strijd is met artikel 8 lid 2.

Lid 4. Beëindiging van het lidmaatschap wegens het onvoldoende vaak bijwonen van de wekelijkse bijeenkomsten.

a. Attendance percentages. Ieder lid dient:

(1). elk half jaar tenminste vijftig procent (50%) van gewone bijeenkomsten van de eigen of van een andere club bij te wonen of zijn afwezigheid goed te hebben gemaakt;

(2). elk half jaar tenminste dertig procent (30%) van de gewone bijeenkomsten van de eigen club bij te wonen; Assistent District Gouverneurs ( zoals gedefinieerd door de board of directors van RI) zijn van deze eis vrijgesteld.

Indien een lid niet voldoende bijeenkomsten zoals vereist bijwoont, kan het lidmaatschap worden beëindigd, tenzij het bestuur instemt met de afwezigheid vanwege deugdelijke redenen.

b. Achtereenvolgende afwezigheid. Ieder lid, dat gedurende vier achtereenvolgende clubbijeenkomsten afwezig is geweest, zal door het bestuur worden medegedeeld dat zijn afwezigheid beschouwd kan worden als een verzoek om zijn lidmaatschap te beëindigen, tenzij hij afwezig is conform artikel 9, lid 3 of 4 van deze statuten dan wel zijn afwezigheid is goedgekeurd door het bestuur op grond van deugdelijke redenen. Na voormelde mededeling kan het bestuur met meerderheid van stemmen het lidmaatschap van het desbetreffende lid beëindigen.



Lid 5. Beëindiging van het lidmaatschap wegens andere redenen.

a. Goede reden. Het bestuur kan het lidmaatschap van een lid door opzegging beëindigen, wanneer dit lid niet meer voldoet aan de lidmaatschapsvereisten of om enige andere goede reden. Het besluit tot opzegging van het lidmaatschap op die grond wordt genomen met ten minste twee/derden van de stemmen van de leden van het bestuur in een voor dat doel gehouden bestuursvergadering. Uitgangspunten in deze vergadering moeten artikel 7 Lid 1 en de Four-Way Test zijn alsmede de hoge ethische normen, welke voor Rotarians gelden in het algemeen.

b. Kennisgeving. Voordat enige actie genoemd onder a van deze Lid genomen wordt, wordt aan het lid ten minste tien dagen tevoren schriftelijk mededeling gedaan van de voorgenomen maatregel en wordt het betrokken lid in de gelegenheid gesteld om daarop schriftelijk tegenover het bestuur te reageren. Hij zal voorts het recht hebben om voor het bestuur te verschijnen teneinde zijn zaak toe te lichten. De hier bedoelde mededeling zal het betrokken lid persoonlijk worden overhandigd, dan wel bij aangetekende brief aan het laatst bekende adres worden toegezonden.

c. Vervulling classificatie. Indien het bestuur het lidmaatschap van een lid conform de bepalingen in dit lid heeft beëindigd, zal de club geen nieuw lid in de door dat lid vervulde classificatie verkiezen voordat de tijd van behandeling van het beroep is verstreken en de beslissing van de club of van de arbiters is aangekondigd.

Deze bepaling vindt echter geen toepassing indien het aantal leden met de betreffende classificatie als gevolg van de verkiezing van een nieuw lid een gesteld maximum aantal niet overschrijdt, ook al wordt het bestuursbesluit inzake opzegging teruggedraaid.

Lid 6. Recht om in beroep te gaan of mediation of arbitrage te vragen ingeval van beëindiging.

a. Kennisgeving. Binnen zeven dagen nadat het bestuur zijn besluit tot beëindiging heeft genomen, doet de secretaris daarvan schriftelijk mededeling aan het betrokken lid. Binnen veertien dagen na de datum van de kennisgeving mag het betrokken lid schriftelijk aan de secretaris verzoeken dat aangaande het besluit van het bestuur hetzij door de leden van de club als beroepsinstantie wordt beslist, hetzij mediation hetzij arbitrage plaatsvindt met toepassing van het bepaalde in artikel 16.

b. Datum pleidooi in beroep. Indien het lid in beroep bij de leden wenst te gaan, bepaalt het bestuur de datum van de wekelijkse bijeenkomst, waarin dat beroep zal worden behandeld. Die bijeenkomst zal worden gehouden binnen éénentwintig dagen na ontvangst van de kennisgeving van beroep. Aan alle leden wordt ten minste vijf dagen tevoren van het houden van die bijeenkomst schriftelijk mededeling gedaan, onder vermelding van hetgeen aldaar zal worden behandeld. In die bijeenkomst zal het beroep uitsluitend in aanwezigheid van leden van de club worden behandeld.

c. Mediation of arbitrage. De procedure voor mediation of arbitrage vindt plaats conform artikel 16.

d. Beroep. Indien beroep op de leden is gedaan, is de beslissing van de leden bindend en definitief en zal geen onderwerp voor arbitrage zijn.

e. Beslissing van arbiters of scheidsrechter. Indien arbitrage is verzocht is de beslissing door de arbiters, bij onenigheid door de scheidsrechter bindend en definitief voor alle partijen en zal niet vatbaar zijn voor beroep.

f. Onsuccesvolle mediation. Indien mediation is verzocht, doch geen succes heeft gehad, heeft het betrokken lid recht om in beroep te gaan bij de leden, dan wel arbitrage te verzoeken conform sub a van dit lid.

Lid 7. Onherroepelijk bestuursbesluit.

Het besluit van het bestuur is bindend en onherroepelijk, indien geen of niet tijdig beroep op de leden van de club is gedaan, dan wel geen arbitrage is verzocht.



Lid 8. Beëindiging van een lidmaatschap door een lid.

Opzegging van een lidmaatschap door een lid dient schriftelijk te geschieden aan de voorzitter of de secretaris.

De opzegging wordt ingewilligd door het bestuur, indien het lid geen schulden heeft aan de club.

Lid 9. Verlies van aanspraken.

Bij het eindigen van het lidmaatschap, op welke wijze ook, verliest het lid elke aanspraak op gelden of goederen van de club, zelfs als het lid bij aanvang van het lidmaatschap enig recht zou hebben verkregen.



Lid 10. Tijdelijke schorsing.

Ongeacht enige bepaling in deze statuten kan het bestuur, met een meerderheid van twee/derden van de stemmen, besluiten een lid tijdelijk voor een bepaalde periode, doch niet langer dan redelijk noodzakelijk is, en op door het bestuur te bepalen voorwaarden, schorsen indien het van mening is dat

a. er sprake is van geloofwaardige beschuldigingen jegens het bewuste lid als zou hij/zij hebben geweigerd of nagelaten zich in overeenstemming met deze statuten te gedragen, of zich schuldig hebben gemaakt aan onbetamelijk gedrag of gedrag dat de clubbelangen schaadt; en

b. die beschuldigingen, mits bewezen, voldoende reden opleveren om het lidmaatschap op te zeggen; en

c. het wenselijk wordt geacht dat er geen actie wordt ondernomen met betrekking tot het lidmaatschap totdat tot genoegen van het bestuur uitsluitsel is verkregen over een kwestie of ten aanzien van een gebeurtenis; en

d. in het belang van de club en zonder tot stemming ten aanzien van schorsing over te gaan, het lid tijdelijk dient te worden geschorst, de toegang tot vergaderingen en overige activiteiten van de club dient te worden ontzegd, alsmede dient te worden uitgesloten van enigerlei door hem/haar binnen de club bekleden functie. Door toepassing van deze bepaling wordt het lid ontheven van de aanwezigheidsplicht.


ARTIKEL 13. Plaatselijke, nationale en internationale zaken.

Lid 1. Geschikte onderwerpen.

Het algemeen welzijn van de plaatselijke gemeenschap, van het eigen land en van de wereld vormt een onderwerp van zorg voor de leden. Elk vraagstuk van algemeen belang, waarbij dat welzijn betrokken is, vormt een geschikt onderwerp voor een open en gedegen beschouwing en gedachtenwisseling tijdens een clubbijeenkomst ter voorlichting van de leden bij het vormen van hun eigen mening. De club zal zich echter onthouden van het geven van een oordeel over een aan de orde zijnde maatregel de gehele gemeenschap betreffend waarover de binnen de gemeenschap levende meningen verdeeld zijn.



Lid 2. Geen aanbevelingen.

De club onthoudt zich van het steunen of aanbevelen van kandidaten voor openbare functies en het bespreken van de voor- of nadelen van een zodanige kandidatuur in een clubbijeenkomst.



Lid 3. Geen politiek.

a. Besluiten en opinies. De club zal geen besluiten aannemen noch standpunten innemen of verspreiden, noch als club actie voeren verband houdende met zaken van mondiaal belang of internationaal beleid met een politieke strekking.

b. Beroep. De club mag geen beroep doen op clubs, volken of regeringen, noch geschriften verspreiden, lezingen houden of voorstellen doen voor de oplossing van specifiek internationale problemen met een politieke strekking.

Lid 4. Erkenning van het ontstaan van Rotary.

De week van de verjaardag van de oprichting van Rotary (23 februari) wordt aangeduid als World Understanding and Peace Week. Gedurende deze week zal de club stilstaan bij Rotaryservice, terugzien op hetgeen in de achterliggende periode is tot stand gebracht en focussen op beleidsvoornemens gericht op het bevorderen van vrede, wederzijds begrip en goodwill, zowel binnen de eigen gemeenschap als in de wereld.


ARTIKEL 14. Rotary magazines.

Lid 1. Verplicht abonnement.

Tenzij de club overeenkomstig de bepalingen van het huishoudelijk reglement van RI door het bestuur van RI is ontheven van de verplichtingen in dit artikel bedoeld, is ieder lid door het aanvaarden van het lidmaatschap gehouden tot het nemen en het gedurende zijn lidmaatschap aanhouden van een abonnement op het blad van RI, dan wel op het in het land, waarin de club is gelegen, verschijnende, goedgekeurde en door het hoofdbestuur van RI voorgeschreven blad. Indien twee Rotarians op het zelfde adres wonen, kunnen zij een gezamenlijk abonnement op het officiële blad aanvragen. Het abonnement loopt voor perioden van telkens zes maanden. Het loopt zolang het lidmaatschap van de club duurt en eindigt na verloop van de periode van zes maanden, waarin het lidmaatschap is geëindigd.



Lid 2. Inning abonnementsgeld.

Het abonnementsgeld wordt door de club voor ieder lid halfjaarlijks vooraf geïnd en overgemaakt aan het secretariaat van RI , dan wel aan het kantoor, door welke het voor de club geldende maandblad wordt verspreid, afhankelijk van hetgeen het hoofdbestuur van RI daaromtrent heeft besloten.


ARTIKEL 15. Aanvaarding van doelstelling en naleving van statuten en huishoudelijk reglement.

Door betaling van entreegeld en contributie aanvaardt het lid de in de doelstelling van Rotary neergelegde grondbeginselen. Daarmee onderwerpt dit lid zich aan, stemt hij in met en is hij gebonden aan de statuten en het huishoudelijk reglement van de club. Alleen dan geniet dit lid de voorrechten die de club haar leden verschaft.

Een lid is gehouden tot naleving van de statuten en het huishoudelijk reglement, ook al mocht hij een exemplaar daarvan niet hebben ontvangen.
ARTIKEL 16. Arbitrage en Mediation.

Lid 1. Geschillen.

Ingeval enig geschil, niet zijnde een geschil over een besluit van het bestuur, mocht ontstaan tussen een of meer leden, dan wel een of meer voormalige leden enerzijds en de club, een functionaris of het bestuur van de club anderzijds en dat geschil niet naar genoegen volgens de van toepassing zijnde regels kan worden beslecht, wordt dat geschil op verzoek van de meest gerede partij door arbitrage of mediation beslecht.



Lid 2. Data voor Mediation of arbitrage.

Ingeval van mediation of arbitrage te houden binnen éénentwintig dagen na ontvangst van het verzoek tot mediation of arbitrage zal het bestuur hiervoor een datum vaststellen in overleg met de twistende partijen.



Lid 3. Mediation.

De procedure voor een dergelijke mediation zal de wettelijk geregelde zijn of zodanig zijn dat deze wordt erkend door een ter zake kundig professioneel orgaan tot wiens erkende expertise ook de alternatieve geschilbeslechting kan worden gerekend, of door gedocumenteerde richtlijnen vastgesteld door de board van RI of van de trustees van de Rotary Foundation. Slechts Rotaryleden mogen worden benoemd als mediator(s). De club kan de districtsgouverneur of diens afgevaardigde vragen om een mediator aan te wijzen die lid is van een Rotaryclub en die de juiste mediationvaardigheden en ervaring bezit.

a. De uitkomsten van een mediation procedure. De uitkomsten of beslissingen die partijen zijn overeengekomen als resultaat van een mediation procedure zullen worden vastgelegd waarna kopieën zullen worden verstrekt aan de twistende partijen en de mediator(s). Aan het bestuur, ter bewaring door de secretaris, zal ook een kopie worden verstrekt. Een samenvatting van de uitkomsten van de procedure, waar alle betrokken partijen zich in moeten kunnen vinden, zal ter informatie van de club worden voorbereid. Als een van beide partijen zich wezenlijk distantieert van de uitkomsten van de procedure kan deze via de voorzitter of de secretaris een verzoek doen tot verdere mediation.

b. Mediation zonder resultaat. Als in een mediation procedure resultaten uitblijven, mag elk der twistende partijen een verzoek doen tot arbitrage, zoals voorzien in Lid 1 van dit artikel.



Lid 4. Arbitrage.

In het geval van een verzoek tot arbitrage wijst iedere partij een arbiter aan en die arbiters wijzen tezamen een scheidsrechter aan. Alleen leden van een Rotaryclub kunnen tot arbiter worden benoemd.



Lid 5. Beslissing van arbiters of scheidsrechter.

Indien arbitrage is verzocht, is de beslissing door de arbiters, bij onenigheid door de scheidsrechter, bindend en definitief en is niet vatbaar voor beroep.


ARTIKEL 17. Huishoudelijk Reglement.

De leden van de club stellen een huishoudelijk reglement vast, waarvan de bepalingen niet in strijd mogen zijn met de statuten en het huishoudelijk reglement van RI, noch met de procedureregels geldend voor een zone-administratie, zo deze is ingesteld, noch met deze statuten. Het huishoudelijk reglement bevat in ieder geval nadere bepalingen met betrekking tot het bestuur van de club. Het huishoudelijk reglement kan van tijd tot tijd worden gewijzigd volgens haar eigen regels ter zake.


ARTIKEL 18. Uitleg.

Met schriftelijk wordt in deze statuten bedoeld: per brief, telefax, telex, e-mail en elk ander communicatiemiddel dat een schriftelijk stuk kan produceren.


ARTIKEL 19 Wijzigingen.

Lid 1. Manier van wijziging.

Deze statuten kunnen, behalve hetgeen in lid 2 van dit artikel bepaald is, slechts door de Council on Legislation (Internationale Vergadering over de regels van RI) gewijzigd worden zoals in de “bylaws” (Amerikaanse regels) van RI ten aanzien van wijzigingen van de “bylaws” bepaald is.



Lid 2. Wijziging van artikel 2 en artikel 3.

Tot wijziging van artikel 2 (Naam) of artikel 3 (Plaats) van deze statuten kan tijdens een clubbijeenkomst met gewone meerderheid van de stemmen van de aanwezige leden worden besloten, mits niet minder dan twee/derden van alle stemgerechtigde aanwezige leden vóór stemt en onder voorwaarde dat zulk een voorstel tot wijziging ten minste tien dagen voor de vergadering schriftelijk verzonden is aan alle leden en aan de gouverneur. Een besluit tot wijziging, als in de vorige zin bedoeld, wordt aan het bestuur van RI ter goedkeuring voorgelegd en wordt pas na het verkrijgen van die goedkeuring van kracht.

De gouverneur mag zijn mening geven aan het bestuur van RI ten aanzien van het de voorgestelde wijziging.

Lid 3. Wijziging andere artikelen.

Tot wijziging van enig ander artikel van deze statuten dan die, bedoeld in lid 2, kan tijdens een clubbijeenkomst met gewone meerderheid van de stemmen van de aanwezige leden worden besloten, ongeacht het aantal aanwezige leden, doch dit slechts naar aanleiding van een met inachtneming van de desbetreffende voorschriften van Rotary International van kracht geworden daartoe strekkend besluit van de Council on Legislation. Zodanig besluit wordt, wat de club betreft, geacht te zijn een voorstel tot statutenwijziging overeenkomstig bedoeld besluit.



Lid 4. Wijzigingstermijn.

Indien een voorstel, als bedoeld in lid 3, is gedaan, zal zo spoedig mogelijk, nadat het voorstel aan de club ter kennis is gebracht, aangaande het voorstel worden besloten.

Indien niet binnen vier weken, nadat het voorstel aan de club ter kennis is gebracht, door de leden overeenkomstig het voorstel is besloten, zal in een volgende clubbijeenkomst, te houden binnen vier weken na de eerste, het voorstel opnieuw aan de orde worden gesteld. Indien ook in die volgende bijeenkomst niet overeenkomstig het voorstel mocht worden besloten, doet het bestuur daarvan onverwijld schriftelijk mededeling aan de Algemeen Secretaris van RI, onder opgaaf van de redenen waarom niet overeenkomstig het voorstel is besloten. Een afschrift van die mededeling doet het bestuur toekomen aan de gouverneur.

Lid 5. In werkingtreding.

Het bestuur draagt ervoor zorg, dat een statutenwijziging, waartoe overeenkomstig het voorstel bedoeld in lid 3 is besloten, in werking treedt op één juli, onmiddellijk volgend op de dag van de vergadering van de Council on Legislation waarin het besluit ter zake van die statutenwijziging is genomen.



Lid 6. Mededeling aan gouverneur.

Het bestuur doet van een wijziging van enige bepaling van deze statuten of het huishoudelijk reglement schriftelijk mededeling aan de gouverneur.



Lid 7. Notariële akte.

Indien deze statuten in een notariële akte zijn opgenomen, is ieder lid van het bestuur afzonderlijk tot het verlijden van de akte van statutenwijziging bevoegd.


ARTIKEL 20. Ontbinding van de club en bestemming van een batig saldo.

Lid 1. Ontbinding.

De club kan worden ontbonden door een daartoe strekkend besluit van de leden, dat tijdens een clubbijeenkomst met een meerderheid van ten minste twee/derden van de stemmen van de aanwezige leden wordt genomen. Het bepaalde in artikel 19, Lid 1, is ten aanzien van ontbinding van de club van overeenkomstige toepassing.



Lid 2. Batig saldo.

Een batig saldo wordt toegevoegd aan het Annual Programs Fund van The Rotary Foundation, ten name van het district waarvan de club deel uitmaakte, tenzij de leden van de desbetreffende club tijdens de in Lid 1 bedoelde clubbijeenkomst besluiten om aan het batig saldo een andere bestemming te geven, welke bestemming zoveel mogelijk in overeenstemming dient te zijn met de doelstelling van RI.












De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina