Stappenplan Geldhandelingen Schoolproject



Dovnload 14.2 Kb.
Datum25.07.2016
Grootte14.2 Kb.

Stappenplan Geldhandelingen - Schoolproject

Inleiding


In dit project krijg je met een aantal situaties te maken die bij de kassa van een supermarkt kunnen voorkomen. Het is jouw taak om deze situaties goed af te handelen. Aan het einde van dit project lever je alle uitwerkingen in bij je docent.

Stap 1 De praktijk aan de kassa


Lees onderstaande omschrijvingen. Het zijn vijf verschillende aankoopsituaties bij een kassa. Per situatie dien je aan te geven hoe je de situaties afhandelt. Schrijf duidelijk je antwoorden op.

Situatie 1
Een klant heeft in de supermarkt de boodschappen voor een hele week gehaald. Alle boodschappen die de klant in het winkelwagentje had liggen, zijn op de lopende band gelegd en door jou langs het scanvenster gehaald. De klant dient in totaal € 123,42 te betalen.

a


Stel je de klant nog vragen voordat je tot het uiteindelijke afrekenen komt?

b


Hoe handel je de klant verder af als je weet dat hij wil afrekenen met drie briefjes van € 50?

c


Geef aan hoeveel geld je teruggeeft en hoeveel stuks van elke munt en/of biljet.

d


Doe je de briefjes van € 50 in de kassa of in de afroombox? Geef aan waarom je ze in de kassa óf in de afroombox doet.

e


Wanneer doe je de briefjes van € 50 in de kassa of afroombox?

Situatie 2
Een klant heeft voor € 7,43 aan artikelen op de loopband gelegd. De klant levert een emballagebon in ter waarde van € 2,50. De klant wil het te betalen bedrag graag pinnen. Voor het pinnen van bedragen die lager zijn dan € 5 dien jij de klant € 0,25 in rekening te brengen.

f


Stel je de klant nog vragen voordat je tot het uiteindelijke afrekenen komt?

g


Hoe ga je om met de emballagebon die wordt ingeleverd?

h


Hoe hoog wordt het bedrag dat de klant via de pin gaat betalen?

Situatie 3
Een toerist uit Engeland heeft voor € 22,33 aan boodschappen op de loopband gelegd. Op het moment dat je aangeeft hoeveel er betaald moet worden, vraagt de toerist of hij ook met Engelse ponden mag betalen. Je weet dat sinds de invoering van de euro in de winkel alleen nog vreemde valuta uit buurlanden geaccepteerd wordt. Geld teruggeven wordt in alle gevallen in euro's gedaan.

i


Mag jij de Engelse ponden van de toerist accepteren volgens de in de winkels geldende regel?

j


Ga ervan uit dat Engelse ponden worden geaccepteerd door de winkel. Hoeveel Engelse ponden betaalt de klant dan als 1 euro gelijk is aan 0,87 Engelse ponden?

k


De klant betaalt met 20 Engelse ponden. Hoeveel geld geef je terug?

l


Welke munten en/of bankbiljetten zal de klant van jou ontvangen?

m


Wat vertel je aan de klant nu je weet dat hij in Engelse ponden gaat betalen?

Situatie 4
Een klant heeft in totaal voor € 112,88 aan artikelen op de band gelegd én hij levert een emballagebon in ter waarde van € 2,75. Ook heeft hij de afgelopen jaren zegels gespaard. Hij levert twee zegelboekjes in ter waarde van € 25,00. De klant wil graag het resterende bedrag van de boodschappen met contant geld betalen.

n


Geef aan welke stappen je neemt bij het afhandelen van deze klant.

o


Hoeveel dient de klant te betalen?

p


De klant betaalt met één biljet van € 50 en twee biljetten van € 20. Hoeveel geld dient de klant terug te krijgen?

q


Welke munten en/of biljetten geef je de klant?

r


Wat doe je met de bankbiljetten die je van de klant gekregen hebt? Welke komen er in de kassa en welke in de afroombox? Wanneer doe je de biljetten in de kassa of afroombox?

Situatie 5
Een klant heeft voor een bedrag van € 27,45 op de band gelegd. De klant wil met contant geld betalen en overhandigt jou twee biljetten van € 20. De kassa waar je achter zit, is net open en je hebt nog geen tijd gehad om het kleingeld (munten kleiner dan € 1) aan te vullen.

s


Hoe kun je ervoor zorgen dat je niet direct door je kleingeld heen bent?

t


Hoeveel geld zou je nog van de klant willen ontvangen zodat je met zo min mogelijk kleingeld terug kan betalen?

u


Als de klant aan jouw vraag kan voldoen, hoeveel geld geef je hem dan vervolgens retour?

Stap 2 Een verschil, wat nu?


Van je leidinggevende krijg je te horen dat er bij jou een kasverschil is ontstaan: er zit een verschil tussen de hoeveelheid geld in de kassa en wat je hebt aangeslagen (de dagomzet). Dat is niet zo mooi. Loop de dag (Stap 1) nog eens langs. In elke situatie kan er sprake zijn van vergissingen, waardoor het kasverschil is ontstaan. Hieronder staan de situaties nog eens op een rij. Geef per situatie aan wat er mis had kunnen gaan.

Situatie 1


Een klant heeft in de supermarkt de boodschappen voor een hele week gehaald. De klant heeft alle boodschappen uit het wagentje op de lopende band gelegd en jij hebt deze langs het scanvenster gehaald. De klant dient in totaal € 123,42 te betalen en betaalt met drie briefjes van 50 euro.

Situatie 2


Een klant heeft voor € 7,43 aan artikelen op de loopband gelegd. De klant levert een emballagebon in ter waarde van € 2,50. De klant wil het te betalen bedrag graag pinnen. Voor het pinnen van bedragen die lager zijn dan € 5,- dien jij de klant € 0,25 in rekening te brengen.

Situatie 3


Een toerist uit Engeland heeft voor € 22,33 aan boodschappen op de loopband gelegd. Op het moment dat jij aangeeft hoeveel de toerist dient te betalen, vraagt de toerist hij ook met Engelse ponden mag betalen. Sinds de invoering van de euro, worden in de winkel alleen nog vreemde valuta uit buurlanden geaccepteerd. Geld teruggeven wordt in alle gevallen in euro's gedaan. De klant betaalt met 15 Engelse ponden.

Situatie 4


Een klant heeft in totaal voor € 112,88 aan artikelen op de band gelegd én hij levert een emballagebon in ter waarde van € 2,75. Ook heeft hij de afgelopen jaren zegels gespaard. Hij levert twee zegelboekjes in ter waarde van € 25,00. De klant wil graag het resterende bedrag van de boodschappen met contant geld betalen. De klant betaalt met één biljet van 50 euro en twee biljetten van 20 euro.

Situatie 5


Een klant heeft voor een bedrag van € 27,45 boodschappen. Hij wil met contant geld betalen en overhandigt jou twee biljetten van € 20. De kassa waar je achter zit, is net open en je hebt nog geen tijd gehad om het kleingeld (munten kleiner dan € 1) aan te vullen.

Stap 3 Kasverschillen voorkomen


In stap 3 heb je verschillende mogelijkheden weergegeven van dingen die er mis kunnen gaan bij de kassa. Veel hiervan kun je voorkomen.


a


Ga na wat je hebt opgeschreven bij stap 3. Geef bij elke reden voor kasverschil of vergissing aan hoe je deze had kunnen voorkomen.

Lever alle uitwerkingen van de bovenstaande stappen in bij je docent.



© 2014 | Noordhoff Uitgevers bv



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina