Statennotitie



Dovnload 52.3 Kb.
Datum25.07.2016
Grootte52.3 Kb.




Gedeputeerde Staten


STATENNOTITIE

PS2008-248

Aan de leden van Provinciale Staten

HHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHH
Startnotitie provinciaal omgevingsbeleid luchtvaartterreinenError: Reference source not found
HHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHH

Beknopte samenvatting Statennotitie:


In het wetsvoorstel “Regelgeving Burgerluchthavens en Militaire Luchthavens” (RBML), dat inmid-dels al ter behandeling bij de Eerste Kamer ligt, krijgen de provincies het bevoegd gezag om beslissingen te nemen over de milieugebruiksruimte en de ruimtelijke inpassing, oftewel het zgn. ‘landzijdige’ gebruik per luchthaventerrein. De ‘luchtzijdige’ aspecten (oftewel het luchtruimgebruik en alle veiligheidsaspecten anders dan externe veiligheid) blijven een rijksverantwoordelijkheid. Kern van het nieuwe bevoegde gezag door de provincie is het opstellen en handhaven van luchtha-venbesluiten, luchthavenregelingen en het verlenen van ontheffingen.

Aan de provinciale besluitvorming over de drie genoemde instrumenten ligt een toetsingskader ten grondslag: het nader op te stellen omgevingsbeleid luchtvaartterreinen.

In deze Startnotitie wordt allereerst stilgestaan bij de aard en maatschappelijke impact van luchtvaart in Gelderland. Verder worden de doelstellingen c.q. uitgangspunten ter voorbereiding van dit omge-vingsbeleid benoemd en wordt aangegeven welke eigen sturingsruimte wij als provincie denken te gaan hanteren. Daarbij beschouwen wij het vigerend omgevingsbeleid als een belangrijke leidraad.
Deze startnotitie leggen wij ook voor aan de Provinciale Commissie voor de Fysieke Leefomgeving van 9 mei a.s.
= = = = =

Aan de leden van Provinciale Staten




  1. Inleiding

Provincie wordt bevoegd gezag voor burgerluchtvaartterreinen.


Al geruime tijd bereidt de rijksoverheid het wetsvoorstel “Regelgeving Burgerluchthavens en Militaire Luchthavens” (RBML) voor. Doelen van dit wetsvoorstel zijn:

  • decentralisatie van het bevoegd gezag over niet-militaire luchtvaartterreinen naar de pro-vincies, om regionale afweging van lusten en lasten mogelijk te maken;

  • nieuwe, op de Europese standaarden afgestemde regelgeving voor geluid en externe veilig-heid;

  • ontvlechten van verantwoordelijkheden tussen de (rijks)overheid en de luchtvaartsector;

  • terugdringen administratieve lastendruk door stroomlijnen van besluitvormingsprocedures.

Het wetsvoorstel RBML is op 18 oktober 2007 met inachtneming van enkele amendementen aan-vaard door de Tweede Kamer. Momenteel ligt het wetsvoorstel bij de Eerste Kamercommissie voor Verkeer en Waterstaat ter voorbereiding op de plenaire behandeling. Als de Eerste Kamer daarna akkoord gaat met het wetsvoorstel RBML, is het wachten nog op de bijbehorende AMvB (het Besluit burgerluchthavens) en de ministeriële regelingen voor enkele specifieke aspecten. Naar verwachting treedt de wet RBML op 1 januari 2009 in werking, waarmee de provincies bevoegd gezag worden over de niet-nationale en niet-militaire luchtvaartterreinen.

De provincies bereiden de implementatie van deze wetgeving gezamenlijk voor in de IPO-werkgroep RBML, waarvan het secretariaat is belegd bij Gelderland. Alle twaalf provincies hebben burger-luchtvaartterreinen van uiteenlopende aard en omvang binnen hun grenzen. Hierbij zij nog aange-tekend dat de decentralisatie vooralsnog is teruggedraaid voor de regionale luchthavens Eelde, Rotterdam, Maastricht, Lelystad en Twente, in afwachting van een algehele rijksvisie in de Luchthavennota. Dit is het gevolg van een amendement (nr. 11) van de CDA-fractie (Haverkamp) dat is overgenomen in de Tweede Kamer-behandeling van het wetsvoorstel RBML op 25 oktober 2007.
Provinciale Staten kunnen als bevoegd gezag beslissingen nemen over de milieugebruiksruimte en de ruimtelijke inpassing, oftewel het z.g. ‘landzijdige’ gebruik per luchtvaartterrein. De ‘luchtzijdige’ aspecten (oftewel het luchtruimgebruik en alle veiligheidsaspecten anders dan externe veiligheid) blijven een rijksverantwoordelijkheid. Dit laat onverlet dat juist het aspect milieu/geluidhinder (als gevolg van gebruik van het luchtruim) veel publieke en politieke aandacht krijgt. Om die reden wordt nauw samengewerkt met het provinciale Milieu Klachten en Informatiecentrum, met als doel een correcte en heldere behandeling van milieuklachten over vliegverkeer die bij de provincie worden ingediend.
Kern van het nieuwe bevoegde gezag door de provincie is het opstellen en handhaven van:


  • luchthavenbesluiten (voor luchthavens waarvan de geluidszone zich uitstrekt buiten de terreingrenzen, die momenteel een aanwijzing hebben ingevolge de Luchtvaartwet);

  • luchthavenregelingen (voor luchthavens zonder ruimtelijke impact buiten de terreingrenzen, waar momenteel een ministeriële regeling geldt);

  • ontheffingen (op het algehele verbod om tijdelijk en uitzonderlijk op te stijgen van of te landen op terreinen met een andere bestemming dan luchtvaart, op grond van de zelfde ministeriële regeling).

N.B.: Aan dit laatste aspect, dat nog niet is opgenomen in de wet RBML, wordt nog gewerkt (AMvB en ministeriële regeling zijn in voorbereiding).
De provinciale besluitvorming over de drie genoemde instrumenten (luchthavenbesluit, luchthaven-regeling en ontheffing) moet worden gebaseerd op een toetsings- en referentiekader: het omge-vingsbeleid luchtvaartterreinen.

Deze startnotitie richt zich op de manier waarop, en de uitgangspunten waarmee wij dit in Gelder-land willen gaan aanpakken.


2 Aard en maatschappelijke impact van luchtvaart in Gelderland
2.1 Verschillende soorten luchtvaartterreinen
Gelderland heeft momenteel 15 luchtvaartterreinen die als zodanig zijn bestemd. Behalve om de militaire vliegbasis Deelen gaat het om de aangewezen burgerluchtvaartterreinen Teuge en Terlet, het zweefvliegterrein te Malden en om 15 helikopterterreinen. Ook is er op diverse plaatsen sprake van “tijdelijk en uitzonderlijk gebruik”. Op in totaal 11 (veelal agrarisch bestemde) terreinen in Gelderland heeft de Inspectie Verkeer en Waterstaat (IVW) toestemming verleend voor incidenteel luchtvaartgebruik door lichte motortoestellen (MLA’s) en kleine ongemotoriseerde zweeftoestellen. Daarnaast worden diverse percelen incidenteel gebruikt voor helikopterlandingen (in 2006 in totaal 204 meldingen aan de IVW van helikopterlandingen op tientallen verschillende locaties. Ook is er nog een onbekend aantal locaties waar vandaan luchtballonnen zijn opgestegen (iets waarvan de IVW geen meldingen bijhoudt).
In de huidige situatie is de provincie op grond van artikel 28 Luchtvaartwet belast met het voor-zitterschap (lid GS) en het secretariaat (door de Dienst MW) van brede overlegverbanden inzake de milieuaspecten van de aangewezen luchthavens. In onze provincie functioneren dergelijke “Commissies-28” voor de luchthaven Teuge en het nationaal zweefvliegcentrum Terlet. In de nieuwe situatie moet de provincie deze overlegverbanden herinrichten tot zgn. “Commissies Regionaal Overleg” (CRO) onder een onafhankelijk voorzitterschap. De beslissing tot instelling van een CRO berust bij Provinciale Staten. Voor het militair luchtvaartterrein Deelen zit de gedeputeerde Ruimtelijke Ordening een soortgelijk overlegverband voor, de COVM Deelen (Defensie voert hiervan het secretariaat). In de nieuwe situatie blijft dit zo.
Aan het nieuw te vormen omgevingsbeleid luchtvaartterreinen zullen wij een kaartbeeld toevoegen waarop de bestaande permanente luchtvaartterreinen in Gelderland staan aangegeven. Een overzicht van deze terreinen vindt u in bijlage 1. Dit kaartbeeld kan zonodig nog worden aangevuld met:

  • de meest relevante vliegvelden buiten Gelderland (Lelystad, Twente, Stadtlohn-Vreden(D), Weeze (Niederrhein), Volkel);

  • de (anders, veelal agrarisch bestemde) terreinen waar de IVW toestemming heeft verleend voor incidenteel luchtvaartgebruik, danwel waar dergelijk gebruik is gemeld aan de IVW;

  • de in Gelderland gelegen militaire luchtvaartterreinen;

  • de liergebieden (cirkelvormige kolommen lucht waar luchtvaartuigen met een lier naar boven kunnen worden gebracht) en valschermspringgebieden (waar parachutisten kunnen landen).

2.2 Verschillende soorten luchtvaart


Er zijn vele vormen van luchtvaart, die in Gelderland echter niet allemaal voorkomen. Een overzicht:
Beroepsvliegers

Op Gelderlands grootste luchthaven Teuge zijn momenteel ruim 25 uiteenlopende ‘luchtvaart-gerelateerde’ bedrijven, instellingen en verenigingen gevestigd, waar afhankelijk van het seizoen 150 à 200 mensen werken. De luchthavenexploitant streeft naar een zo breed mogelijk scala van beroepsmatige gebruikers: variërend van vliegscholen tot aanbieders van rondvluchten en van luchtfotografie tot gespecialiseerd vliegtuigonderhoud. Ook worden er vanaf Teuge veel ‘maat-schappelijke’ vluchten uitgevoerd voor o.a. politie, brandweer, milieuhandhaving, controle gaslei-dingnet etcetera. Al met al heeft luchthaven Teuge hierdoor een positieve, zij het bescheiden impact op de regionale economie in de Stedendriehoek. Tegenover deze ‘lusten’ staan de ‘lasten’: de opgave om vermijdbare (geluid)hinder voor de omwonenden van Teuge binnen de perken te houden. Hierin stellen wij ons als provincie actief op, middels het voorzitterschap en secretariaat van de wettelijk verplichte milieucommissie (Commissie-28 Luchtvaartwet) voor Teuge.


Zakelijk personenvervoer

Een nieuwe ontwikkeling in de luchtvaartmarkt, waarvan diverse luchthavenexploitanten een graantje proberen mee te pikken, is het individueel personenvervoer van bijvoorbeeld zakenlieden met high-tech kleine straaltoestellen, oftewel ‘very light jets’. Mensen waarvoor “tijd geld is” kunnen hiervan veel baat hebben, gezien de veel kortere in- en uitchecktijden en de lagere bijkomende kosten vergeleken met de grote luchthavens. Voor het gebruik van deze lichte straaltoestellen is wel een verharde startbaan van voldoende lengte nodig, welke op Teuge sinds dit voorjaar beschikbaar is. Een andere optie is de groeiende vraag naar individueel personenvervoer per helikopter, iets waarvoor ook in Gelderland steeds meer gebruik wordt gemaakt van helihavens op bedrijven-terreinen.


(Vakantie)reizigers

Grootschalig personenvervoer door de lucht vindt in Gelderland zelf niet plaats, en hiertoe zijn ook geen ambities. Inwoners van deze provincie die hiervan gebruik willen maken kunnen behalve op Schiphol terecht op diverse regionale luchthavens die redelijk bereikbaar zijn zoals Rotterdam, Eindhoven en Weeze (kort over de Duitse grens zuid-oostelijk van Nijmegen). In de toekomst kan hiertoe wellicht ook gebruik worden gemaakt van uitbreidende burgerluchthavens als Lelystad. Dit maakt het wel van belang dat de relevante luchthavens die het dichtst bij Gelderland zijn gelegen (Weeze en Lelystad) vanuit onze provincie goed bereikbaar zijn over de weg en met het openbaar vervoer.

In ons op te stellen omgevingsbeleid zal dit bereikbaarheidsaspect nader aandacht krijgen.
Actieve recreanten

Niet alleen de gemotoriseerde recreatieve luchtvaart op Teuge kent jaarlijks vele (honderden) beoefenaren, onder meer ook voor gespecialiseerde luchtsporten zoals parachutespringen en kunst/aerobaticvliegen. Daarnaast zijn er evenzovele zweefvliegers die behalve van Teuge gebruik maken van de puur op de zweefvliegsport ingerichte luchtvaartterreinen Terlet en Malden. Ook wordt er met diverse soorten ultra-lichte, al dan niet gemotoriseerde toestelletjes gevlogen op enkele incidenteel gebruikte terreinen (waarvoor veelal een agrarische bestemming geldt). Voor het gebruik van deze terreinen heeft de Inspectie Verkeer en Waterstaat ontheffing verleend, en heeft de burgemeester een verklaring van geen bezwaar gegeven op grond van de aspecten openbare orde en veiligheid.


Passieve recreanten

Luchthaven Teuge vervult (als grootste gratis attractie in de wijde omtrek) een zekere functie voor recreanten en toeristen. Vele fietsers, wandelaars en andere passanten komen hier bij goed weer een kijkje nemen op het terras en genieten van de uiteenlopende activiteiten die gaande zijn op het luchtvaartterrein. In mindere mate (ook door de afgelegen ligging in natuurgebied) geldt het zelfde voor de zweefvliegterreinen Terlet en Malden.


Militair gebruik

Op militaire luchtvaartterreinen gaan wij in deze startnotitie niet verder in; hiervoor blijft het vigerende Streekplanbeleid gelden. Voor de volledigheid zij toch vermeld dat Gelderland één militair luchtvaart-terrein heeft: Deelen. Het gebruik van deze voormalige vliegbasis uit de Duitse bezettingstijd heeft de laatste jaren op een laag pitje gestaan. De basis werd nog slechts gebruikt voor incidentele helicopteroefeningen ten behoeve van de Luchtmobiele Brigade, alsmede voor structureel burger-medegebruik door zweefvliegers en incidenteel gebruik door delta- en modelvliegers. Als gevolg van het op korte termijn sluiten (of reeds gesloten zijn) van enkele andere militaire luchtvaartterreinen (Soesterberg, Twente, Valkenburg) en het aanwezig zijn van een ruim bemeten geluidszone valt echter niet uit te sluiten dat het militaire gebruik van Deelen de komende jaren wellicht weer zou kunnen toenemen. Via het voorzitterschap door gedeputeerde Verdaas van de wettelijk verplichte milieucommissie (COVM) voor Deelen houden wij hier de vinger aan de pols.


3 Doelstellingen van voorbereiding omgevingsbeleid luchtvaartterreinen
Voor het afgeven van de toekomstige luchthavenbesluiten, luchthavenregelingen en ontheffingen is een ruimtelijk toetsings- en referentiekader nodig: het omgevingsbeleid luchtvaartterreinen. Evenals bij andere vormen van omgevingsbeleid moet hierbij een balans worden gezocht tussen enerzijds de ‘lusten’ (het benutten van economische, recreatieve en mobiliteits-kansen) en anderzijds de ‘lasten’ (qua ruimtebeslag en qua tegengaan van vermijdbare hinder voor mens en dier). Hierbij moet duidelijk worden gemaakt (aan zowel gebruikers van luchtvaartterreinen als andere betrokkenen) welke eigen sturingsruimte wij als provincie hebben en zullen gaan hanteren.
De kernvraag die wij ons daarbij gesteld hebben luidt: dient de lijn in het huidige Streekplan voortgezet te worden (hetgeen consolidatie van de huidige luchtvaartactiviteiten betekent), óf is een zekere mate van autonome groei bij de bestaande luchtvaartterreinen danwel nieuwvestiging van kleinere terreinen denkbaar? Of dient er op bepaalde onderdelen juist sprake te zijn van krimp?
Het huidige Streekplanbeleid richt zich alleen op de grootste drie burgerluchtvaartterreinen in Gelderland: Teuge, Terlet en Malden. Het beleid voor Teuge is vastgelegd op blz. 164 van het Streekplan: “Voor de economische spin-off is met de uitbreiding van het bedrijventerrein bij het vliegveld Teuge voor de langere termijn voorzien in de ruimtebehoefte van luchtvaartgebonden bedrijvigheid. De milieuhinder, welke met name wordt veroorzaakt door de gemotoriseerde activiteiten, mag hierbij niet toenemen.” Op blz. 155 is het volgende beleid geformuleerd voor Terlet: “De aanwezigheid van zweefvliegveld Terlet wordt aanvaard als een positief element op de Veluwe dat in potentie goede mogelijkheden biedt voor een toeristisch-recreatieve ontwikkeling gericht op natuur-, rust- en cultuurhistorie-minnende recreant. De provincie zet in op consolidatie van het huidige gebruik.” Eveneens op blz. 155 staat het beleid voor Malden: “Ook voor de zweefvlieglocatie Malden zet de provincie in op consolidatie van het huidige gebruik.” Samengevat is er dus op Teuge voorzien in enig groeiperspectief (met name restcapaciteit op het aangrenzende bedrijventerrein voor ‘luchtvaartgebonden’ bedrijvigheid), terwijl het voor Terlet en Malden puur gaat om consolidatie van het huidig gebruik.
Als nadere uitwerking van de bovenbeschreven kernvraag staan wij hieronder stil bij een aantal aandachtspunten en geven wij aan welke benadering wij daarbij voorstaan.


  • De toekomstige ruimtelijke bescherming rond Teuge, als de huidige Bkl-geluidszone vervangen zal zijn door de veel krapper bemeten zone op basis van de nieuwe Europese Lden-geluidsnormering. In het verlengde van bovenstaande streekplantekst over het vliegveld Teuge gaan wij er vanuit dat de huidige gebruiksruimte van Teuge, die voortvloeit uit de vigerende aanwijzing in combinatie met de bestaande milieuvergunning, niet zal worden aangetast, zodra de veel kleinere geluidszone conform de nieuwe Lden-systematiek van kracht wordt. Uiteraard moet daarbij zorgvuldigheidshalve worden aangetekend dat deze consolidatie van het huidige beschermingsregime voor de korte en middellange termijn per definitie geen ‘eeuwigheidsclausule’ zal kunnen inhouden voor de langere termijn.

Ter verduidelijking: de nieuwe Lden-systematiek leidt bij een gelijkblijvend gebruik van de luchthaven in vergelijking tot de huidige Bkl- en Ke-systematiek tot een veel kleinere geluidszone. Dit komt onder meer doordat de huidige ‘straffactoren’ vluchten op bepaalde momenten (zoals tijdens de weekeinden en in de zes drukste maanden van het jaar) veel zwaarder laten doortellen. Dit fenomeen zal in de Lden-geluidsnormering niet meer aan de orde zijn. Gevolg is dat eventuele ruimtelijke ontwikkelingswensen binnen de huidige Bkl/Ke-zone die nu nog onmogelijk zijn, in principe wèl gerealiseerd zouden kunnen worden door de betreffende gemeente als hun locatie zich buiten de nieuwe Lden-zone bevindt. De huidige ruimtelijke bescherming blijft intact, en wordt bij inwerkingtreding van de wet RBML door V&W vastgelegd in een z.g. ‘omzettingsbesluit’. Hierin wordt de inhoud van de huidige aanwijzing ex Luchtvaartwet vertaald naar de nieuwe Lden-systematiek. Zodra de provincie in het kader van haar nieuwe bevoegd gezag-rol dit omzettingsbesluit vervangt door een eigen luchthavenbesluit (ingevolge het wetsvoorstel RBML moet dit uiterlijk binnen vijf jaar gebeuren), kunnen GS en PS daarin een eigen afweging maken.



  • De mate waarin op basis van het huidige Streekplanbeleid binnen Gelderland in prin-cipe nog ruimte zou kunnen zijn voor nieuwe burgerluchtvaartterreinen, met name helihavens. De huidige helihavens zijn door de initiatiefnemers (hetzij ondernemers op een bedrijventerrein, hetzij ziekenhuizen) bedoeld en ingericht voor eigen gebruik. Wij gaan er vanuit dat wij deze ‘bestaande rechten’ in stand laten. Daarnaast is het denkbaar dat de mogelijkheden worden bezien om één of meerdere collectief te gebruiken helikop-terterrein(en) te ontwikkelen. Dat zou ruimte kunnen bieden aan initiatieven (zoals van het samenwerkingsverband tussen helikopterbedrijf Helinet en openbaar vervoerder Con-nexxion) om te komen tot een netwerk van helikopter-lijndiensten. Dit zou dan bij voorkeur moeten gebeuren op of nabij regionale bedrijventerreinen die goed zijn ontsloten (bijvoorbeeld in de A12-, A15- of A73-zone). Hoewel wij voor ons als provincie hier geen actieve rol zien weggelegd, achten wij een gericht onderzoek naar de logistieke mogelijk-heden en de economische wenselijkheid van een dergelijke voorziening in de omgeving van de stedelijke netwerken denkbaar. Wij hebben derhalve het voornemen hiervoor een nadere onderzoeksvraag te formuleren. Ons uitgangspunt daarbij is dat wij ons vooralsnog terughoudend opstellen ten aanzien van mogelijke nieuwe initiatieven voor helikopter-terreinen die zich bij ons aandienen nog voordat het nieuwe omgevingsbeleid van kracht is.




  • De ruimte die wordt geboden aan het incidenteel gebruiken van niet als zodanig bestemde percelen voor luchtvaartdoeleinden. Dit is met name relevant voor het landen en opstijgen van helikopters. Diverse helikopter-ondernemers voeren momenteel rond-vluchten, droppings en dergelijke uit op Gelders grondgebied, iets waarvoor nu nog geen enkel ruimtelijk beleid is vastgesteld. Nodig zijn slechts een verklaring van geen bezwaar van de burgemeester (op grond van openbare orde en veiligheid), en het bezitten van de juiste (veiligheids)certificaten van de Inspectie Verkeer en Waterstaat. Het zelfde geldt voor het incidenteel gebruik van terreinen door andere luchtvaartuigen, zoals allerhande soorten ‘micro light aircrafts’. Ons voorlopig uitgangspunt in het te ontwikkelen omgevingsbeleid is dat wij dergelijke incidentele luchtvaartactiviteiten in principe alleen denkbaar achten in de delen van Gelderland buiten het z.g. “groen-blauwe raamwerk”. Bepaalde delen van dit overblijvende, z.g. “multifunctionele gebied” lenen zich niet voor luchtvaartactiviteiten, zoals de gebieden met de aanduiding “waardevol landschap” en de gebieden die behoren tot de zoekruimte voor het opwekken van windenergie. Als al deze voor luchtvaart ongeschikte gebieden (“groen-blauwe raamwerk”, “waardevol landschap”, “zoekruimte voor windenergie” worden uitgezonderd, zou een soort van ‘passief zoekgebied’ kunnen resteren, waar eventuele nieuwe luchtvaart- c.q. helikopteractiviteiten desgewenst kunnen worden inge-past.




  • De vraag hoe om te gaan met de toetsings- en obstakelvlakken zoals die worden gehanteerd door Luchtverkeersleiding Nederland en het ministerie van Defensie.

Nemen we die expliciet op in het provinciale omgevingsbeleid of achten we dit in essentie een zaak die rechtstreeks afgehandeld kan worden tussen Rijk en gemeenten? Vanuit de sturingsfilosofie van de nieuwe Wet ruimtelijke ordening en ons vigerende streekplan heeft het laatste onze voorkeur. Desalniettemin zullen wij het fenomeen “toetsings- en obstakelvlakken” wel noemen in het te ontwikkelen omgevingsbeleid, maar hierbij duidelijk maken dat het rijksbeleid betreft waarbij geen uitvoerings-rol op de weg ligt van de provincie. Deze gedragslijn wordt in z’n algemeenheid (tot nu toe) ook door de andere provincies gevolgd.

Ter verduidelijking: de rijksdiensten die verantwoordelijk zijn voor de veiligheid in het lucht-ruim (Inspectie Verkeer en Waterstaat en Koninklijke Luchtmacht) vragen de gemeenten en de provincies om bij het maken en toetsen van ruimtelijke plannen hoogte- en gebruiks-beperkingen aan te houden rondom civiele en militaire luchtvaartterreinen. Hierbij gaat het met name om de verstoring die communicatie-, navigatie- en surveillance-apparatuur kan ondervinden bij het realiseren van hoge gebouwen, windmolens, zendmasten, enz. Maar bijvoorbeeld ook om terughoudendheid met activiteiten in de nabijheid van de luchthaven waarvan een vogelaantrekkende werking kan uitgaan.
4 Beoogd resultaat
Voor de realisering van het omgevingsbeleid luchtvaartterreinen is de keuze voor de gewenste planvorm (een ruimtelijke structuurvisie volgens de nieuwe Wro of een integraal beleidsdocument, waarin naast ruimtelijke relevante aspecten ook aandacht is voor milieu- en mobiliteitsaspecten, èn voor de nieuwe provinciale RBML-uitvoeringsrol) een punt van aandacht.

Onze voorkeur gaat uit naar een integraal beleidsdocument met meer dan alleen ruimtelijke werking, vast te stellen door PS. Dit beleidsdocument zal t.z.t. ook het toetsings- en referentiekader vormen voor de nieuwe provinciale bevoegd gezag-rol: afgifte van luchthavenbesluiten, vaststellen van luchthavenregelingen, ontheffingen voor incidenteel gebruik van terreinen voor luchtvaart. Daarvoor loopt een parallel traject (zie hieronder bij 5). Al deze elementen zullen in de omgevingsnota, zij het globaal, aandacht moeten krijgen.


De externe communicatie rondom een dergelijk document verschilt ook niet wezenlijk met die van een ruimtelijke structuurvisie. Het bieden van overleg en inspraak aan direct betrokken organisaties/ belangengroepen/gemeenten enz., en het betrekken van de Provinciale Commissie Fysieke Leef-omgeving.
5 Juridische implementatie van de toekomstige provinciale bevoegd gezagrol
Voor de (juridische) implementatie van de toekomstige provinciale RBML-uitvoeringsrol is door ons een provinciale projectgroep Luchtvaartaken ingesteld. De belangrijkste taken van deze projectgroep zijn:

  • het voorbereiden van een provinciale verordening en bijbehorende formats en standaard-teksten, aan de hand waarvan de RBML-implementatie wordt vormgegeven;

  • het formuleren van een handhavingsbeleid;

  • het inrichten van de toekomstige Commissies Regionaal Overleg voor Teuge en (wellicht) Terlet, die de huidige “Commissies-28” gaan vervangen;

  • een goede interne afstemming met de werkzaamheden van het Provinciale Milieu Klachten en Informatiecentrum;

  • het voorbereiden van de noodzakelijke organisatorische aanpassingen, ook in relatie tot de aan Gelderland structureel beschikbaar te stellen rijksgelden (zie verder onder 6);

6 Financiële consequenties van de uitvoering van de wet RBML


Aangezien de nieuwe wet RBML zal leiden tot een taakverzwaring (beschikkingen, beroepen, handhaving) is een financiële compensatie door het Rijk op zijn plaats. Voor de uitvoering van de provinciale RBML-taken is begin 2006 door de toenmalige staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat aan het IPO-bestuur een structurele rijksbijdrage van 1,4 miljoen euro per jaar toegezegd voor alle provincies samen, met in de eerste twee jaren dat de nieuwe wet in werking is een implementatietoeslag van 10%. Het IPO-bestuur heeft bij brief d.d. 6 april 2006 aan de staats-secretaris hiermee ingestemd, op voorwaarde dat er vijf jaar na overgang van de bevoegdheden een financiële evaluatie zou plaatsvinden tussen V&W en IPO.

Voor Gelderland heeft dit, volgens de verdelingsmaatstaven van het Provinciefonds, destijds geleid tot een bedrag van 126.646 euro per jaar (exclusief de 10% implementatietoeslag). Hoewel deze afspraken inmiddels wat gedateerd zijn - de inhoud van het wetsontwerp is op onderdelen sinds 2006 wat gewijzigd en de behandeling in de Eerste Kamer is nog niet afgerond - is er voor het IPO-bestuur vooralsnog geen aanleiding op de gemaakte afspraken terug te komen.

7 Tijdsplanning
Deze startnotitie zullen wij ook ter bespreking voorleggen in de Provinciale Commissie Fysieke Leef-omgeving (PCFL) van 9 mei as.
Vaststelling van het omgevingsbeleid luchtvaartterreinen in uw Staten is voorzien eind 2008.

Advies

Wij verzoeken uw Staten kennis te nemen van deze Startnotitie Omgevingsbeleid Luchtvaartter-reinen.



BIJLAGE 1: Overzicht van de huidige luchtvaartterreinen in Gelderland
MILITAIR LUCHTVAARTTERREIN: MLT Deelen, Koningsweg 30F te Arnhem (gemeente Arnhem)
PERMANENT GEBRUIKTE BURGERLUCHTVAARTTERREINEN:

  1. luchthaven Teuge, de Zanden 15 te Teuge (gemeente Voorst)

  2. zweefvliegterrein Terlet, Apeldoornseweg 203 te Arnhem (gemeente Arnhem)

  3. zweefvliegterrein Maldens Vlak, Groesbeekseweg 55A te Malden (gemeente Heumen).


HELIHAVENS:

De volgende helihavens beschikken over een vergunning die is afgegeven door de Inspectie Verkeer en Waterstaat (IVW):



  1. helihaven Ziekenhuis Rivierenland, President Kennedylaan 1 te Tiel (gemeente Tiel);

  2. helihaven Koningin Beatrix Ziekenhuis, Beatrixpark 1 te Winterswijk (gemeente Winterswijk);

  3. helihaven Radboudziekenhuis, Geert Grooteplein 10 te Nijmegen (momenteel wordt het grasveld voor de hoofdingang gebruikt, in afwachting van de aanleg van de definitieve nieuwe helihaven);

  4. helihaven Bosch Beton/Heliflight Holland, Wesselseweg 132 te Kootwijkerbroek (gemeente Barneveld);

  5. helihaven Jako landbouwmachines, Harskamperweg 30 te Kootwijkerbroek (gemeente Barneveld);

  6. helihaven Delco Recycling, Scheepvaartweg 7 c.q. Handelsweg 7 te Nijmegen (gemeente Nijmegen);

  7. helihaven Lukkien, Stevenlaan ongenummerd te Ede (gemeente Ede);

  8. helihaven Rederij Jules Verne, Rijnkade 26 te Arnhem (gemeente Arnhem);

  9. helihaven van Wikselaar Trading, Kraaikamperweg 8 te Harskamp (gemeente Ede);

  10. helihaven van Wikselaar Trading, Broekweg 5A te Harskamp (gemeente Ede);

  11. helihaven Gidding, Kerkstraat 8 te Elst (Gld.) (gemeente Overbetuwe);

  12. helihaven EBAG Trucks, Impact 85/87 te Duiven (gemeente Duiven);

  13. helihaven op bedrijventerrein aan Roerstraat 17 te Doetinchem (gemeente Doetinchem);

  14. helihaven Mefigro, Polder 27 te Gendt (gemeente Lingewaard);

  15. helihaven op bedrijventerrein aan Mermsestraat 2 te Elst (Gld.) (gemeente Overbetuwe).

Niet al deze helihavens zullen nu al daadwerkelijk in gebruik zijn, omdat er mogelijk nog andere wet- en regelgeving van toepassing kan zijn. Met name de IVW-beschikkingen voor de volgnummers 16, 17 en 18 zijn nog pril. In deze beschikkingen wordt de aanvrager met name gewezen op de plicht om aandacht te besteden aan het gestelde in de Natuurbeschermingswet, indien deze aan de orde is. Ook wordt tegenwoordig in de IVW-beschikkingen een standaard-passage opgenomen waarin wordt gewezen op de nu voorbereide decentralisatie naar de provincies van het bevoegd gezag inzake het ‘landzijdig gebruik’ van helihavens.


De enige potentiële locatie voor een helihaven die momenteel bekend is ligt op het Arnhemse bedrijventerrein IJsseloord 2. Hiervoor wordt momenteel onderzoek uitgevoerd in opdracht van de initiatiefnemer (het bedrijf Helinet, dat een samenwerking is aangegaan met busmaatschappij Connexxion).
INCIDENTEEL GEBRUIKTE TERREINEN (ALLEN VOOR MLA’s):

  1. Heukelemseweg 5 te Asperen (gemeente Lingewaal);

  2. Borculosewewg 58 te Eibergen (gemeente Berkelland);

  3. Lange Weisteeg ongenummerd te Ammerzoden (gemeente Maasdriel);

  4. tussen de Ficarystraat en de Oude Wetering te Beuningen (gemeente Beuningen);

  5. Wellinkhofweg 13 te Terwolde (gemeente Voorst);

  6. Ginkelse Heide te Ede (gemeente Ede);

  7. Stakenborgweg 5 te Voorst (gemeente Oude IJsselstreek);

  8. Wilhelminalaan, Nieuwe Wetering en Schoenaker te Wijchen (gemeente Wijchen);

  9. Dode Maasarm te Kerkdriel (gemeente Maasdriel);

  10. Postweg 188 te Lunteren/Walderveen (gemeente Ede);

  11. Twee locaties langs de Rijn te Doorwerth en Oosterbeek (gemeente Renkum).

Arnhem, 25 maart 2008 - zaaknr. 2008-001406



Gedeputeerde Staten van Gelderland

C.G.A. Cornielje

-

Commissaris van de Koningin

H.M.D. Brouwer

-

secretaris

- - - - -



code:




Inlichtingen bij dhr. H.P.M. de Ruijter , tel. (026) 359 97 72

e-mail h.de.ruyter@prv.gelderland.nl







De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina