Statutenwijziging diocesane vpw-en (2006) toelichting voor de bestuursvergadering van 14 maart 2006 (punt 4A)



Dovnload 10.67 Kb.
Datum20.08.2016
Grootte10.67 Kb.
STATUTENWIJZIGING diocesane VPW-en (2006)
TOELICHTING voor de bestuursvergadering van 14 maart 2006 (punt 4A)
1. Aanleiding tot de statutenwijziging.
Op 1 januari 2006 is de landelijke structuur van de VPW veranderd. Op die datum is het federatief verband van 6 diocesane VPW-en omgezet in een “landelijke vereniging van RK priesters, diakens en pastoraal werk(st)ers”, VPW Nederland geheten, met 7 afdelingen, één per diocees. Elk van deze afdelingen blijft een vereniging vormen, met behoud van eigen rechtspersoonlijkheid (uitgezonderd de VPW Den Bosch). In deze vorm bestaat de VPW zowel landelijk als diocesaan.

Voor het individuele VPW-lid betekent deze verandering dat hij / zij lid is geworden van de landelijke vereniging en automatisch behoort tot één van de afdelingen (i.c. de VPW Haarlem, Utrecht, Rotterdam enzovoorts).


Dit alles is neergelegd in gewijzigde statuten voor de landelijke vereniging. De stap die nu te zetten is, is dat ook de statuten van de diverse diocesane VPW-en aan de nieuwe situatie worden aangepast en de wijzigingen notarieel worden vastgelegd.
2. Een model voor de diocesane statutenwijziging.
Mr. Dr. W. Lourijsen, die onze adviseur was bij de landelijke statutenwijziging, heeft een model aangereikt voor de diocesane statutenwijziging. (Zie bij de vergaderstukken voor 14 maart de brief van de VPW Breda met de vraag om goedkeuring van de gewijzigde statuten.)

Dit model spoort op alle punten met de landelijke statuten; statuten van een afdeling moeten immers daarop aansluiten. Verder zijn in het ontwerp alle zaken geregeld die volgens het Burgerlijk Wetboek in een vereniging geregeld moeten zijn; het voldoet aan de juiste wettelijke vorm.

Omdat de VPW Breda als eerste zijn statuten wilde bijstellen, heeft Mr. Lourijsen het model toegesneden op de Bredase situatie. De Bredase VPW is als katholieke burgerlijke vereniging erkend door de bisschop. De elementen die daarnaar verwijzen, moeten dus nog uit het model verwijderd worden door de diocesane VPW-en voor wie erkenning door de bisschop niet aan de orde is.

Het gaat dan om de volgende passages: de preambule (die uiteraard in haar geheel op de geschiedenis van elke andere VPW toegesneden moet worden maar die ook een aantal expliciete verwijzingen bevat naar de erkenning door de bisschop, b.v. in nr. 2, 3, 5-7, 11); art. 3 d, voorzover er sprake is van andere afspraken of regelingen in de samenwerking met de bisschop dan het hier genoemde protocol; art. 14, lid 5; art. 18 in zijn geheel.

Uiteraard dienen overal in het model de zinsneden die spreken over Breda en over Bredase eigenaardigheden, aangepast te worden.
3. Inhoudsoverzicht concept gewijzigde statuten.
Statuten vormen een eigen literair genre. Ze regelen de werkwijze in en van de vereniging.

Om de lijn ervan te zien, dient het volgende overzicht. In de statuten komen successievelijk aan de orde:

* Een preambule met de ‘voorgeschiedenis’

* Naam, doel en middelen van de vereniging (art. 1 t/m 3)

* Leden en lidmaatschap (art. 4 t/m 6)

* De organen van de vereniging en hun werkwijze:

* Algemene ledenvergadering (art. 7 en 8)

* Kascommissie (art. 9)

* Het bestuur (art. 10 en 11)

* De geldmiddelen (art. 12)

* De vertegenwoordiging (art. 13)

* Statutenwijziging en ontbinding (art. 14)

* Huishoudelijk reglement (art. 15)

* Slotbepalingen (art. 17 t/m 19) en overgangsbepaling (art. 19)


4. Belangrijkste wijzigingen t.o.v. de huidige statuten.
* De statuten zijn in hun geheel opnieuw geredigeerd. De opzet volgt die van de landelijke statuten.
* De naamgeving en de omschrijving van doel en middelen (art. 1 t/m 3) zijn aangepast aan de landelijke statuten. De intenties van de diocesane verenigingen zijn geactualiseerd, maar naar de kern ongewijzigd gebleven. Formuleringen sluiten aan op gedachten die de gezamenlijke besturen op de eilanddagen van 2003 en 2004 m.b.t. missie en doel van de VPW hebben ontwikkeld.
* De verhouding tussen de landelijke VPW en de afdeling is aangegeven.
* Het onderscheid dat sommige huidige statuten maken tussen gewone en buitengewone leden, is verdwenen.

Voor het lidmaatschap van een diocesane VPW is vereist dat men lid van de landelijke VPW is (art. 4 en 5). Alle huidige leden zijn m.i.v. 1 januari 2006 lid van de landelijke vereniging.


* De bestuursomvang is gereduceerd: minimaal drie (art. 10).
* De wijze van vertegenwoordiging is praktisch hanteerbaarder (art. 13).
* Te noteren is dat de leden van de diocesane VPW feitelijk lid van twee verenigingen zijn: de landelijke VPW en een diocesane VPW.

De afdelingen die rechtspersoon zijn (in feite allen behalve Den Bosch), moeten voldoen aan de wettelijke eisen van een vereniging. Dat brengt een eigen ALV met zich mee (het hoogste orgaan van een vereniging), een bestuur (hoe bescheiden ook in omvang) en een regeling voor o.a. besluitvorming en geldmiddelen, vastgelegd in statuten.

N.B. Ter geruststelling: het lidmaatschap van twee verenigingen leidt niet tot een verdubbeling van de contributie!

Ton Beugelsdijk



Maart 2006



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina