Stepping Stones 1 vmbo kgt Stonesvertalingen Vierde editie Noordhoff Uitgevers, Groningen auteurs eindredactie



Dovnload 282.34 Kb.
Pagina2/3
Datum22.07.2016
Grootte282.34 Kb.
1   2   3

Stone 14

Zo zeg je wat je ergens van vindt


I think you look lovely.

Ik vind dat je er lief uitziet.

We don't think these shoes are ugly.

Wij vinden deze schoenen niet lelijk.

I think you're right.

Ik denk dat je gelijk hebt.

Susan thinks the holidays are too long.

Susan vindt de vakantie te lang.

He doesn't think she dresses well.

Hij vindt niet dat ze zich goed kleedt.

Susan thinks school is boring.

Susan vindt school saai.

I agree with you.

Ik ben het met je eens.

I don't agree with them.

Ik ben het niet met hen eens.

It's great.

Het is geweldig.

She is terrible.

Zij is verschrikkelijk.

He looks wonderful.

Hij ziet er prachtig uit.

It's awful.

Het is verschrikkelijk.

She is cool.

Zij is cool.

He looks all right.

Hij ziet er wel goed uit.


Stone 15

Zo stel je vragen over iemands leven


Are you interested in James Bond?

Ben jij geïnteresseerd in James Bond?

Is she good at sports?

Is zij goed in sport?

Are you a good dancer?

Ben jij een goede danser?

Can Andy sing?

Kan Andy zingen?

Can they play the guitar?

Kan hij gitaar spelen?

Do you go to a regular school?

Ga je naar een gewone school?

Does Lara like to practise?

Vindt Lara het leuk om te oefenen?

Do you live in a circus?

Woon jij in een circus?



Stone 16

Zo vertel je over iemands leven


I am interested in football.

Ik ben geïnteresseerd in voetbal.

He is a good dancer.

Hij is een goede danser.

We are crazy about hockey.

Wij zijn gek op hockey.

They are wonderful singers.

Zij zijn geweldige zangers.

I don't go to parties.

Ik ga niet naar feestjes.

Peter doesn't like to work hard.

Peter houdt niet van hard werken.

We don't live in a big house.

Wij wonen niet in een groot huis.

I can play the saxophone.

Ik kan saxofoon spelen.

Ellie can't play the piano.

Ellie kan niet pianospelen.

They can practise every week.

Zij kunnen iedere week oefenen.


Chapter 5

Stone 17

Zo stel je vragen over het rooster …


When do we have science?

Wanneer hebben we scheikunde/natuurkunde?

Where do you have history?

Waar heb jij geschiedenis?

When does he have geography?

Wanneer heeft hij aardrijkskunde?

Where does Shira have biology?

Waar heeft Shira biologie?

Who is our maths teacher?

Wie is onze wiskundeleraar?

What is your next lesson?

Wat is jouw volgende les?

What time is the next break?

Hoe laat is de volgende pauze?

en zo reageer je




I have English on Tuesdays.

Ik heb Engels op dinsdag.

We have computing on Fridays.

Wij hebben informatica op vrijdag.

They have biology at eleven o'clock.

Zij hebben biologie om elf uur.

We have maths in classroom ten.

Wij hebben wiskunde in klaslokaal tien.

Patrick has PE in the gym.

Patrick heeft gym in de gymzaal.

She has French in the school hall.

Zij heeft Frans in de aula.

Our class has geography in classroom ten.

Onze klas heeft aardrijkskunde in klaslokaal tien.

Our maths teacher is Mr Bracket.

Onze wiskundeleraar is meneer Bracket.

My next lesson is English.

Mijn volgende les is Engels.

The next break is at twelve o'clock.

De volgende pauze is om twaalf uur.

Days of the week: Sunday, Monday, Tuesday, Wednesday, Thursday, Friday, Saturday

Dagen van de week: zondag, maandag, dinsdag, woensdag, donderdag, vrijdag, zaterdag



Stone 18

Zo vraag je of iemand iets heeft


Have they got good marks for maths?

Hebben zij goede cijfers voor wiskunde?

Have you got all the right books?

Heb je alle juiste boeken?

Have they got lunch money?

Hebben zij geld om te lunchen?

Has Danny got a school diary?

Heeft Danny een schoolagenda?

Has she got a new schoolbag?

Heeft zij een nieuwe schooltas?

Do they have any friends at school?

Hebben zij vrienden op school?

Do you have a pencil for me?

Heb jij een potlood voor mij?

Does he have a school uniform?

Heeft hij een schooluniform?

Does Jenny have good report card marks?

Heeft Jenny goede rapportcijfers?


Zo zeg je dat iemand iets (niet) heeft


I have got a school uniform.

Ik heb een schooluniform.

You haven't got a computer.

Jij hebt geen computer.

We have lots of school supplies.

Wij hebben veel schoolspullen.

Mike and Kyrian don't have bad marks for geography.

Mike en Kyrian hebben geen slechte cijfers voor aardrijkskunde.

Jeffrey has got good report card marks.

Jeffrey heeft goede rapportcijfers.

She hasn't got a great future.

Zij heeft geen beste toekomst.

Jeffrey has a busy week.

Jeffrey heeft een drukke week.

She doesn't have time to do homework.

Zij heeft geen tijd om haar huiswerk te doen.



Stone 19

Zo vraag je wat iets kost ...


How much is this ruler?

Hoeveel kost deze liniaal?

How much is that backpack?

Hoeveel kost die rugzak?

How much are these notebooks?

Hoeveel kosten deze schriften?

How much are those markers?

Hoeveel kosten die markeerstiften?


... en zo geef je antwoord


This ruler is thirty-five pence (35p).

Deze liniaal kost vijfendertig cent.

That backpack is twenty-nine ninety-five (₤ 29.95).

Die rugzak kost negenentwintig pond vijfennegentig.

These notebooks are one pound sixty-nine (₤ 1.69).

Deze schriften kosten één pond negenenzestig.

Those trainers are forty-nine ninety-five (₤ 49.95).

Die sportschoenen kosten negenenveertig pond vijfennegentig.




one

één

two

twee

three

drie

four

vier

five

vijf

six

zes

seven

zeven

eight

acht

nine

negen

ten

tien

eleven

elf

twelve

twaalf

thirteen

dertien

fourteen

veertien

fifteen

vijftien

sixteen

zestien

seventeen

zeventien

eighteen

achttien

nineteen

negentien

twenty

twintig

twenty-one

eenentwintig

twenty-two

tweeëntwintig

thirty-three

drieëndertig

forty-four

vierenveertig

fifty-five

vijfenvijftig

sixty-six

zesenzestig

seventy-seven

zevenenzeventig

eighty-eight

achtentachtig

ninety-nine

negenennegentig

one hundred

honderd


Stone 20

Zo bestel je dingen


I would like a bowl of cereal, please.

Ik wil graag een schaaltje ontbijtgranen alstublieft.

We'd like two pizza slices, please.

Wij willen graag twee pizzapunten alstublieft.

I would like a bar of chocolate, please.

Ik wil graag een reep chocola alstublieft.

Can I have a bag of crisps, please?

Mag ik een zak chips alstublieft?

Could we have three glasses of orange juice, please?

Mogen wij drie glazen sinaasappelsap alstublieft?

Can I have today's menu, please?

Mag ik het dagmenu alstublieft?


Chapter 6

Stone 21

Zo doe je een voorstel ...


Let's go to a museum.

Laten we naar een museum gaan.

Let's go to the swimming pool.

Laten we naar het zwembad gaan.

Why don't we go to the cinema?

Waarom gaan we niet naar de bioscoop?

Why don't we go to the zoo?

Waarom gaan we niet naar de dierentuin?

Why don't we go to the disco?

Waarom gaan we niet naar de discotheek?

How about this?

Wat vind je hiervan?

How about listening to some music?

Wat zou je ervan vinden om naar wat muziek te luisteren?

How about travelling by tube?

Wat zou je ervan vinden om met de metro te gaan?

How about doing something together?

Wat zou je ervan vinden om iets samen te doen?

I would like to go shopping.

Ik zou graag willen gaan winkelen.

Sue would love to buy new clothes.

Sue zou heel graag nieuwe kleren willen kopen.

My classmates would like to go on a school trip.

Mijn klasgenoten zouden graag op schoolreisje willen gaan.


... en zo reageer je


That's a wonderful idea!

Dat is een geweldig idee!

Let's go!

Laten we gaan!

It sounds wonderful.

Het klinkt geweldig.

It sounds great to me.

Ik vind het geweldig klinken.

I don't want to do that.

Ik wil dat niet doen.

I don't want to go there.

Ik wil daar niet heengaan.

I don't think that's a good idea.

Ik vind dat geen goed idee.

I don't like your suggestion.

Ik vind je voorstel niet leuk.

I would like to do something else.

Ik zou iets anders willen doen.



Stone 22

Zo zeg je wat je wel en niet moet doen


Open the window, please.

Open het raam alsjeblieft.

Tidy your room.

Ruim je kamer op.

Be careful!

Wees voorzichtig!

Please become a member.

Word alsjeblieft lid.

Keep away from the animals.

Blijf uit de buurt van de dieren.

Listen to me.

Luister naar me.

Take litter home.

Neem afval mee naar huis.

Write these sentences in your notebook.

Schrijf deze zinnen in je schrift.

Don't leave any rubbish.

Laat geen afval achter.

Don't feed the ponies.

Voer de pony's niet.

Don't smoke in the park.

Rook niet in het park.

Don't disturb the animals.

Val de dieren niet lastig.

Don't write on the walls.

Schrijf niet op de muren.

Don't forget to call me.

Vergeet me niet te bellen.


Stone 23

Zo vraag je iemand de weg


Excuse me, can you tell me the way to the city centre?

Pardon, kunt u mij zeggen hoe ik in het centrum van de stad kom?

Excuse me, how do I get to the railway station?

Pardon, hoe kom ik op het station?

Excuse me, where can I find Big Ben?

Pardon, waar kan ik de Big Ben vinden?

Excuse me, is this the right way to the tourist information office?

Pardon, is dit de juiste weg naar het VVV-kantoor?

Excuse me, do you know where the cinema is?

Pardon, weet u waar de bioscoop is?

Excuse me, do you know where I can find Baker Street?

Pardon, weet u waar ik Baker Street kan vinden?




1   2   3


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina