Stepping Stones 1 vmbo kgt Stonesvertalingen Vierde editie Noordhoff Uitgevers, Groningen auteurs eindredactie



Dovnload 282.34 Kb.
Pagina3/3
Datum22.07.2016
Grootte282.34 Kb.
1   2   3

Stone 24

Zo wijs je iemand de weg


Turn right at the station.

Sla rechtsaf bij het station.

Turn left into Park Lane.

Sla linksaf Park Lane in.

Turn right at the roundabout.

Sla rechtsaf bij de rotonde.

Take the first street on your left.

Neem de eerste straat aan de linkerkant.

Take the third street on your right.

Neem de derde straat aan de rechterkant.

Cross the bridge.

Steek de brug over.

Cross the railway.

Steek het spoor over.

Go straight on.

Ga rechtdoor.

Walk straight ahead.

Loop rechtdoor.

Pass the church.

Ga de kerk voorbij.

Pass the red postbox.

Ga de rode brievenbus voorbij.

It's across the street.

Het is aan de andere kant van de weg.

His office is on the left.

Zijn kantoor is aan de linkerkant.


Chapter 7

Stone 25

Zo vraag je hoe iemand eruitziet


What does he look like?

Hoe ziet hij eruit?

What does she look like?

Hoe ziet zij eruit?

What do they look like?

Hoe zien zij eruit?

Is Sam strong?

Is Sam sterk?

Is Ellen nice?

Is Ellen aardig?

Are you cool?

Ben jij cool?

Are your parents trendy?

Zijn jouw ouders modieus?

Are you moody?

Ben jij chagrijnig?

Does he look angry?

Ziet hij er boos uit?

Does she look sad?

Ziet zij er verdrietig uit?

Do they look tired?

Zien zij er moe uit?

What is the teacher wearing?

Wat heeft de leraar aan?

What is my aunt wearing?

Wat heeft mijn tante aan?

What are you wearing?

Wat heb jij aan?

What are your sisters wearing?

Wat hebben jouw zussen aan?

Is Sam wearing trainers?

Draagt Sam sportschoenen?

Is Ellen wearing jeans?

Draagt Ellen een spijkerbroek?

Are you wearing a clown suit?

Draag jij een clownspak?

Is Ellen wearing special clothes?

Draagt Ellen speciale kleding?



Stone 26

Zo zeg je hoe iemand eruitziet


He looks angry.

Hij ziet er boos uit.

She looks afraid.

Zij ziet er angstig uit.

You look strong.

Jij ziet er sterk uit.

They look cool.

Zij zien er gaaf uit.

Sam is strong.

Sam is sterk.

Ellen is serious.

Ellen is serieus.

I am tired.

Ik ben moe.

You are well-dressed.

Jij bent goed gekleed.

Your parents are cool.

Jouw ouders zijn gaaf.

You are fairly nice.

Jij bent best aardig.

I am wearing blue jeans.

Ik draag een blauwe spijkerbroek.

You are wearing sporty clothes.

Jij draagt sportieve kleding.

The athlete is wearing a football shirt.

De sportman/sportvrouw draagt een voetbalshirt.

She is wearing a helmet.

Zij draagt een helm.

We are wearing tracksuits.

Wij dragen trainingspakken.

Your sisters are wearing trainers.

Jouw zussen hebben sportschoenen aan.


Stone 27

Zo vraag je wat iemand aan het doen is


What is Hans doing?

Wat is Hans aan het doen?

What is Myriam doing?

Wat is Myriam aan het doen?

What are you doing?

Wat ben jij aan het doen?

What are they doing?

Wat zijn zij aan het doen?



Stone 28

Zo zeg je wat iemand aan het doen is


I am climbing a rock.

Ik ben een rots aan het beklimmen.

Ben is sliding down.

Ben is naar beneden aan het glijden.

Cathy is playing football.

Cathy is aan het voetballen.

We are looking for a sponsor.

Wij zijn op zoek naar een sponsor.

You are organising a match.

Jij bent een wedstrijd aan het organiseren.

My mates are counting money.

Mijn kameraden zijn geld aan het tellen.


Chapter 8

Stone 29

Zo stel je vragen over een held... en zo geef je kort antwoord


Is David a superhero?

Is David een superheld?

Yes, he is.

Ja, dat is hij wel.

Is Daredevil strong?

Is Daredevil sterk?

No, he isn't.

Nee, dat is hij niet.

Are Batman and Robin real people?

Zijn Batman en Robin echte mensen?

Yes, they are.

Ja, dat zijn ze wel.

Are The Fantastic Four afraid of Lara Croft?

Zijn The Fantastic Four bang voor Lara Croft?

No, they aren't.

Nee, dat zijn ze niet.

Can Catwoman fly?

Kan Catwoman vliegen?

Yes, she can.

Ja, dat kan ze wel.

Can Catwoman protect people?

Kan Catwoman mensen beschermen?

No, she can't.

Nee, dat kan ze niet.

Can The Incredibles climb mountains?

Kunnen The Incredibles bergen beklimmen?

Yes, they can.

Ja, dat kunnen ze wel.

Can The Incredibles save the world?

Kunnen The Incredibles de wereld redden?

No, they can't.

Nee, dat kunnen ze niet.

Do superheroes have superpowers?

Hebben superhelden superkrachten?

Yes, they do.

Ja, dat hebben ze wel.

Do Martin and Jake own special cars?

Hebben Martin en Jake bijzondere auto's?

No, they don't.

Nee, die hebben ze niet.

Does Batman live in a cave?

Woont Batman in een grot?

Yes, he does.

Ja, daar woont hij.

Does Batman live on a planet?

Woont Batman op een planeet?

No, he doesn't.

Nee, daar woont hij niet.

Has The Red Bee got a secret identity?

Heeft The Red Bee een geheime persoonlijkheid?

Yes, he has.

Ja, dat heeft hij wel.

Has The Red Bee got a sidekick?

Heeft The Red Bee een hulpje?

No, he hasn't.

Nee, die heeft hij niet.

What does Robin look like?

Hoe ziet Robin eruit?

What does Spiderman think of using weapons?

Hoe denkt Spiderman over het gebruik van wapens?

What are Wonder Woman's superpowers?

Wat zijn de superkrachten van Wonder Woman?


Stone 30

Zo vertel je over een held


Randy is very strong.

Randy is erg sterk.

Randy isn't clever.

Randy is niet slim.

Eric and Joan can fight.

Eric en Joan kunnen vechten.

Eric and Joan can't carry people to safety.

Eric en Joan kunnen geen mensen in veiligheid brengen.

Eric and Joan can run very fast.

Eric en Joan kunnen erg snel rennen.

She has got a great costume.

Zij heeft een prachtig kostuum.

Mike hasn't got a sidekick.

Mike heeft geen hulpje.

They have got superpowers.

Zij hebben superkrachten.

They haven't got real weapons.

Zij hebben geen echte wapens.

Marcia believes in a world of peace.

Marcia gelooft in vrede op aarde.

Marcia doesn't believe everyone can be a hero.

Marcia gelooft niet dat iedereen een held kan zijn.

Marcia believes that superheroes exist.

Marcia gelooft dat superhelden bestaan.

Marcia doesn't believe she can climb a mountain.

Marcia gelooft niet dat ze een berg kan beklimmen.

They look like cartoon heroes.

Zij zien eruit als striphelden.

They don't look like great swimmers.

Zij zien er niet uit als geweldige zwemmers.

She is my hero because she is an Olympic champion.

Zij is mijn heldin omdat ze een Olympisch kampioene is.

John and Anthony are my heroes because they protect people.

John en Anthony zijn mijn helden omdat ze mensen beschermen.



Stone 31

Zo zeg je hoe laat iets begint en eindigt


The show starts at half past nine.

De voorstelling begint om half tien.

The film begins at a quarter past eight.

De film begint om kwart over acht.

The show ends at eleven.

De voorstelling is om elf uur afgelopen.

The film finishes in three minutes.

De film is over drie minuten afgelopen.



Stone 32

Zo geef je je mening


I think it's a great idea.

Ik vind het een geweldig idee.

We don't think he's a real superhero.

Wij denken niet dat hij een echte superheld is.

They think they look common.

Zij vinden dat ze er gewoon uitzien.

I don't think it is bad for our health.

Ik denk niet dat het slecht is voor onze gezondheid.

He thinks they can survive.

Hij denkt dat zij kunnen overleven.

She doesn't think they can save the world.

Zij denkt niet dat ze de wereld kunnen redden.

He thinks she can trust strangers.

Hij denkt dat zij vreemden kan vertrouwen.

Sean likes superhero costumes.

Sean vindt superheldpakken leuk.

Sean doesn't like climbing mountains.

Sean vindt bergbeklimmen niet leuk.

I like to fight.

Ik vind vechten leuk.

I don't like the way they look.

Ik vind het niet leuk hoe ze eruitzien.

He's against using violence.

Hij is tegen het gebruik van geweld.

He's against killing spiders.

Hij is tegen het doden van spinnen.

They are for watching TV.

Zij zijn voor tv-kijken.

They are for having a superhero party.

Zij zijn voor het houden van een superheldenfeest.




1   2   3


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina