Sterrenkunde 2001 Uw eerste stap in de ruimte



Dovnload 166.29 Kb.
Pagina2/4
Datum17.08.2016
Grootte166.29 Kb.
1   2   3   4

Toepassing op onze eigen omgeving in het heelal



- Onze melkweg heeft twee kleine satellietstelsels: de Maggellaanse wolken


  • onze melkweg met de Magg. wolken maakt deel uit van een cluster (de lokale groep):

- aantal melkwegen: 30

- diameter: 6 400 000 lichtjaren

- massa: 5 000 000 000 000 zonnemassa's
- onze lokale groep maakt deel uit van de lokale supercluster

- doormeter: 90 miljoen lichtjaren

- 1 000 000 000 000 000 zonnemassa's

- aantal clusters: ong. 35

- aantal melkwegen: 50 000

soorten melkwegen:
- spiraalvormige en balkspiraalvormige stelsels (60 %)
- elliptische stelsels (30%)
- onregelmatige stelsels (10%)
II* Structuur van onze eigen melkweg
visitekaartje van onze melkweg

- diameter van de schijf: 100 000 lichtjaren

- diameter van de halo: 160 000 lichtjaren

- dikte van de schijf: 6 500 lichtjaren

- massa: 1 000 000 000 000 zonnemassa's

- afstand van de Zon tot het centrum: 28 000 lichtjaren

- rotatiesnelheid van de Zon: 220 km per sec

- type: spiraalvormig


Bouw van onze melkweg
- Delen: de spiraalarmen, de kern en de halo.
* de spiraalarmen

- jonge sterren en open sterrenhopen van jonge sterren

- nevels van gas en stof, dikwijls geboorteplaats van sterren

- Donkere nevels verduisteren de sterren die erachter liggen (bv. Paardekopnevel, Kolenzak in Zuiderkruis)

- Reflectienevels: de stofkorreltjes erin weerkaatsen het licht van sterren in de buurt (bv. nevels rond Pleiaden), blauw van kleur

- Emissienevels: stralen zelf licht uit, bestaan voor het grootste deel uit geïoniseerd waterstof dat licht uistraalt bij invangen electron (bv. Orionnevel, N-Amerikanevel, Rosettenevel)

- speciale soorten: sterresten zoals planetaire nevels en supernovaresten
* de kern.

- diameter: 2500 lichtjaren

- in de Boogschutter, grotendeels aan het zicht onttrokken door donkere nevels

- sterrendichtheid 1 000 000 keer groter dan in de buurt van de Zon.

- onderzoek bezig naar de aanwezigheid van een massief lichaam (zwart gat ?) in het centrum van de kern, waar een krachtige bron van radiostraling ligt: Sagittarius A.
* de halo

- het bolvormig gebied boven en onder het galactisch vlak.

- ijl met zeer weinig gas en stof

- enkele oude sterren en vooral de bolvormige sterrenhopen


III* Structuur van ons zonnestelsel
- bestanddelen: Zon, planeten, kosmisch gruis (meteoroïden, planetoïden, kometen)

- afmetingen van ons zonnestelsel

- diameter tot baan Pluto: ong. 11 832 000 000 km

- diameter met kometenwolk inbegrepen: 7 500 000 000 000 (ong. 3/4 lichtjaar)

- Bestanddelen van het zonnestelsel
*ZON

- afstand: 149.000.000 km = 1 A.E.

- diameter : 1.392.000 km = 109 aarddiameters

- rotatietijd: 24,65 dagen

- schijnbare magnitude: -26.75

- massa: 330 000 Aardmassa’s


De Zon is een gele ster van middelmatige grootte. De diameter van de zogeheten dagster bedraagt 1.392.000 kilometer. Dit komt overeen met ongeveer 109 aarddiameters. De Zon is 149.000.000 kilometer van ons verwijderd. Deze afstand wordt afl. de sterrenkunde als eenheid gebruikt: de astronomische eenheid. Afgekort wordt dit A.E..


* PLANETEN

Drie soorten:

- Terrestrische planeten:

-vast oppervlak, kleine afmetingen, dicht bij Zon

-Mercurius, Venus, aarde, Mars, Maan

- Joviaanse planeten:

-geen vast oppervlak, dikke atmosfeer gaat over in vloeibare mantel, reuzenplaneten, ver van Zon

-Jupiter, Saturnus, Uranus, Neptunus

- ijsplaneten:

-vast oppervlak van ijs, ver van Zon, zeer klein

-satellieten van reuzenplaneten, Pluto

* KOMETEN

- delen: -kern: ijs en stof

-coma: bij zonnenadering: gasomhulsel rond kern

-staart: weggeduwd gas en stof door zonnewind (gasstaart en stofstaart)

- oord van Herkomst: Oort-wolk aan rand zonnestelsel

- banen: * in Oort-wolk: in baan om de Zon (omloop miljoenen jaren)

* door inwerking van massieve ster, stuk melkweg:

-parabolisch: niet-periodieke kometen, kunnen periodiek worden door invloed van planeten

-elliptisch: periodieke kometen: keren terug



- oorsprong: gecondenseerde overschotten van oernevel

- toekomst. materieverlies en splitsing leidt tot vorming meteoroïden

* METEOROÏDEN

- aard: lichaam 1/1000 cm (micrometeorieten) tot enkele cm

- situering: in zwermen vaak langs kometenbanen

- samenstelling: steen, steen-ijzer, ijzer

- oorsprong: -afval van kometen

-afval van botsing tussen planetoïden

- vulkanisch materiaal van de Aarde (tektieten)

- benaming:-meteoroïde: lichaam in de ruimte

-meteoor: lichtflits bij binnendringen meteoroïde in atmosfeer

-meteoorzwerm: de Aarde dringt door een zwerm meteoroïden

-meteoriet: wat eventueel op Aarde gevonden wordt



* PLANETOÏDEN

- aard: vaste lichamen van enkele cm tot een paar 100 km (Vesta, Juno, Pallas)

- situering: -vooral tussen Mars en Jupiter (planetoïdengordel)

-omgeving Aardbaan en Marsbaan

-op Jupiterbaan

-uitzonderlijk elders in het zonnestelsel



- oorsprong:- nooit gevormde planeet (slechts 0.0002 aardmassa) door gravitatie Zon - reuzenplaneten

- vormden vroeger waarschijnlijk een tiental grotere lichamen, die met elkaar gingen botsen






1   2   3   4


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina