Sterrenkunde 2001 Uw eerste stap in de ruimte



Dovnload 166.29 Kb.
Pagina4/4
Datum17.08.2016
Grootte166.29 Kb.
1   2   3   4
Maagd of Virgo. Virgo is een zeer uitgestrekt sterrenbeeld. Probeer eerst de vorm Spica te herkennen (een wat scheefgetrokken ruit van noord naar zuid), om daarna aan de oost- en westzijde de uitlopers te herkennen.

Wat ten zuiden van Virgo ligt een klein sterrenbeeldje, dat lijkt op een vierkant, namelijk de Raaf of Corvus.


Aan de westzijde van de Raaf en ten zuiden van de Leeuw ligt een ander klein sterrenbeeld, namelijk de Beker of Crater. Wanneer u goed kijkt kunt u er een scheefgezakte beker in herkennen. Een halve cirkel van sterren vormt de kelk en twee sterretjes ten zuidenwesten ervan de voet.

De Waterslang of Hydra kunnen we dan terugvinden ten zuiden van de Raaf, de Beker en de Kreeft, een heel uitgesterkt sterrenbeeld dus. Wat onder de Kreeft ligt de kop van Hydra en de staart ervan slingert zich langs de zuidelijke horizon tot onder de Maagd. Door de lijn Ursa Major-Regulus door te trekken belandt u bij de helderste ster van Hydra, namelijk Alphard, een rode reuzester van mag. 2.


Een weinig ten noorden van Alphard ligt een zeer zwak sterrenbeeld: Sextans of Sextant.
Dan hebben we nog twee sterrenbeelden die zowel als zomersterrenbeelden als lentesterrenbeelden beschouwd worden.
Eerst en vooral bevindt zich ten zuiden van de Noorderkroon en ten oosten van Virgo,het Hoofd Van De Slang of Serpens Caput. De ster  of Unuh is van 2de grootte. De staart van de Slang bevindt zich een heel eind ten oosten van de Slangendrager.
Het laatste lentesterrenbeeld is de Weegschaal of Libra: een vierhoek van sterren ten zuidoosten van Virgo, die kan gevonden worden door de lijn Regulus-Spica door te trekken. en nog meer ten zuiden van Libra vindt u een heldere rode ster: Antares. Zo zijn we reeds beland bij de zomersterrenbeelden.


d. De zomersterrenbeelden
Antares (mag. 0,9), een rode superreus met een diameter van 390 maal die van de Zon, is de hoofdster van de Schorpioen of Scorpius, een sterrenbeeld dat in onze streken voor een deel onder de horizon ligt. Ten noordwesten van Antares kunt u gemakkelijk de twee tangen van de schorpion herkennen, gevormd door ,  en  Ook de staart aan de andere zijde is gemakkelijk te herkennen indien de zuidelijke horizon onbelemmerd is.
Laat ons nu terugkeren naar de Slang. Ten oosten daarvan ligt de Slangendrager of Ophiuchus; een zeer uitgestrekt, maar niet opvallend sterrenbeeld, dat het gemakkelijkst te herkennen is als een vijfhoek gevormd door  . De helderste ster is van de 2de grootte en ligt op de lijn Wega-Antares.
Nog wat ten oosten van Ophiuchus ligt de Staart van de Slang of Serpens Cauda (zie Serpens Caput).
Nu ligt er een gebied tussen de kop van de Draak en de Slangendrager waarin zich een reeks zwakkere sterren bevinden. Deze vormen het sterrenbeeld Hercules. U kunt het vinden tussen de kop van de Draak, de Noorderkroon, de Slangendrager en de Lier. Hercules is het best te herkennen aan de vijfhoekwaaraan nog twee sterren van de 3de grootte "vastzitten" aan de zuidkant. Hercules is vooral bekend om de bolvormige sterrenhoop M 13 (mag. 5,2). M 13 is bij zeer goede omstandigheden nog net met het blote oog zichtbaar tussen de sterren 
's Zomers zal wel een grote driehoek van drie heldere sterren opvallen: de Zomerdriehoek, bestaande uit de sterren Wega, Deneb en Altaïr, hoofdsterren van respektievelijk de Lier, de Zwaan en de Arend. De Lier of Lyra staat tijdens de zomernachten bijna recht boven u en is gemakkelijk te vinden dank zij de heldere witte hoofdster Wega (mag. 0,04). Bij die heldere ster kunt u in een vierhoekje de Lier van Orpheus herkennen. Tussen  en  kan men met een telescoop de Ringnevel of M 57 vinden (mag. 9), samen met een moeilijk waarneembare centrale ster, een overblijfsel van wat eens die ster was. Dicht bij Wega ligt een dubbelster die gemakkelijk met een verrekijker gescheiden kan worden: Lyrae. In een telescoop kunnen de twee componenten nog eens gescheiden worden, zodat we zien dat dit een viervoudige ster is.
Iets meer ten oosten van Wega ligt Deneb (mag 1.2), de hoofdster van de Zwaan of Cygnus. Dit grote sterrenbeeld lijkt wel op een kruis zodat de Zwaan ook wel het Noorderkruis genoemd werd. Opmerkelijk door de telescoop is de dubbelster  Cygni of Albireo, die uit een gele en groene component bestaat. Prachtig is ook de Melkweg in de Zwaan, die u trouwens als een zwak glimmende band over de ganse zomerhemel van Cassiopeia in het noordoosten via Cepheus, de Zwaan, de Arend, het Schild tot in de Boogschutter en de Schorpioen kunt volgen en die het duidelijkst is in de Zwaan en het Schild. In een verrekijker en een telescoop kan de Melkweg in ontelbare sterren opgelost worden, waarin open sterrenhopen liggen, zoals M 39 (mag. 5,2) in de Zwaan, die in een telescoop of met een verrekijker kan herkend worden als een driehoekige groep van sterren. Wanneer we naar de Melkweg kijken, dan zie we in feite de binnenste spiraalarmen van ons melkwegstelsel.

Ten zuiden van de Zwaan ligt tenslotte Aquila of de Arend, het derde sterrenbeeld van de zomerdriehoek. De helderste ster is Altaïr van mag. 0,8. Probeer het sterrenbeeld te herkennen aan als de lijn Altaïr met vanuit Altaïr de uitlopers  en  Bij goed weer kunt u zien dat de Melkweg hier in twee verdeeld is.


In de zomerdriehoek liggen enkele kleinere sterrenbeelden, eerst en vooral het Vosje of Vulpecula, dat uit zwakke sterren bestaat. Enkel  en 13 van mag. 4,5 vallen enigszins op ten zuiden van Cygni. Het Vosje is vooral bekend om de zeer mooie planetaire nevel M 27, iets ten zuidoosten van 13 Vulpecula, die reeds in een verrekijker als een zwakke vlek zichtbaar is.
Gemakkelijk te herkennen is de Pijl of Sagitta iets ten zuiden van het Vosje. Deze kan gevonden worden op de lijn  Cygni - Altaïr en heeft een duidelijke pijlvorm.
Even gemakelijk te herkennen is de Dolfijn of Delphinus ten zuidoosten van Sagitta, als een vierhoekje met "uitlopers" van twee sterretjes eraan: de staart van de Dolfijn. Nog iets meer ten zuidoosten ligt het Veulen of Equuleus, een zeer zwak sterrenbeeld waarvan slechts  (mag. 4,1) iets opvalt. Die ster is te vinden op de lijn Altaïr -  Pegasi.
Interessanter is het kleine sterrenbeeld Schild of Scutum, dat een heel weinig ten zuidwesten lvan Aquila ligt en gemakkelijk te herkennen is aan zijn uitgestrekte vorm, van zwakke sterren tussen mag. 4 en 5. In dit kleine sterrenbeeld ligt dicht bij  Scuti het mooiste object van de zomerhemel, namelijk M 11, een sterk geconcentreerde open sterrenhoop van mag. 6,3. Bij lage vergroting lijkt het op een driehoekige korrelige vlek. Bij hogere vergroting worden talloze twinkelende sterren zichtbaar. De sterrenhoop wordt soms "De Wilde Eendenvlucht" genoemd.
Wanneer we ons nu nog meer naar het zuiden begeven belanden we bij de Boogschutter of Sagittarius. Door Deneb en Altaïr met elkaar te verbinden en nog eens diezelfde afstand op die lijn te nemen. Dan moet u twee vierhoeken zien, die op elkaar staan. Ten zuiden daarvan liggen nog enkele heldere sterren die tot de Boogschutter behoren, maar voor de meeste waarnemers in België liggen deze achter bomen of huizen. Hier is de Melkweg het dichtst en loont het bij heldere hemel zeker eens de moeite om te bekijken. Spijtig genoeg ligt de Boogschutter hier zo laag dat de straatverlichting of nevel vaak veel van dit gedeelte van de hemel aan het zicht onttrekken. De Boogschutter is bijzonder rijk aan gasnevels en sterrenhopen. Hier kunnen we in feite een deel van het centrum van de Melkweg zien als een grote sterrenwolk die met een telescoop in sterren opgelost worden. De rest van de kern ligt verborgen achter stofwolken.
Tijdens de zomer kunt u in het oosten een vierkant van tamelijk heldere sterren zien opklimmen, het herfstvierkant. Zo belanden we bij de herfststerrenbeelden.

e. De herfststerrenbeelden
Door Deneb en Wega met elkaar te verbinden belandt u middenin een vierhoek, die in feite deel uitmaakt van het Vliegend Paard of Pegasus . Probeer ook eens de uitlopers in het oosten te herkennen. De onderste van de twee nadert dicht bij Equuleus.
Aan Pegasus "hangt" Andromeda vast die te herkennen is aan een gebogen lijn van vier sterren. De ster  behoort zowel tot het herfstvierkant als tot Andromeda. Boven die gebogen lijn bevindt zich een tweede minder opvallende lijn van drie sterren. Zeer interessant is M 31 (mag. 4) Andromedanevel: een spiraalvormig melkwegstelsel, net als het onze. Bij goede omstandigheden is M 31 nog met het blote oog zichtbaar als een vlekje.

M 31 kan gevonden worden dicht bij  Andromeda en is prachtig in een telescoop, waarmee ook de twee begeleiders van dit stelsel kunnen waargenomen worden (M 32 en NGC 205). Beiden zijn ellipsvormig.


Ten noordoosten van Andromeda ligt Perseus, die u kunt vinden door de lijn  Cassiopeia door te trekken of door de lijn  Andromeda te verlengen. Perseus is tamelijk opvallend van vorm en lijkt wat op een een menselijke figuur met twee benen en één arm. In het hoofd van Perseus zelf ligt een prachtige open sterrenhooppaar, namelijk  en h Persei (mag. 4,4 en 4,7), die reeds met het blote oog zichtbaar zijn. Een niet te missen objekt voor de waarnemingsnachten, dat u gemakkelijk tussen  Cassiopeia en  Persei kunt vinden.
Ten zuiden van  Andromeda liggen twee kleine sterrenbeelden: de Driehoek of Triangulum en de Ram of Aries.

De Driehoek, een klein driehoekje met twee lange zijden, bevat (net als Andromeda) een nabijgelegen melkwegstelsel, namelijk M 33. Dit stelsel zien we van boven, zodat het een gebied aan de hemel inneemt wat groter dan dat van de volle maan. De magnitude ervan bedraagt 6,7; maar M 33 is door haar uitgestrektheid slechts zichtbaar in binoculairs of lichtsterke teleskopen.

Gaan we nog wat meer naar het zuidoosten dan zien we een krom lijntje van drie sterren: de Ram.
Ten zuiden van Andromeda en Pegasus ligt het uitgestrekte sterrenbeeld Vissen of Pisces, dat wegens de zwakte van de sterren nogal moeilijk te herkennen is. Probeer de lijn onder Pegasus en de driehoek  onder Andromeda en ten zuidwesten van Aries te herkennen. De helderste ster  (mag. 4,3) vindt u door  van de Driehoek en  Arietis met elkaar te verbinden en die afstand tweemaal te verlengen.
Trekken we de lijn - Persei een heel eind door naar het zuiden, dan belanden we bij de ster Mira, wat ten zuidoosten van Piscis. Mira, de hoofdster van de Walvis of Cetus, is een veranderlijke ster met een lange periode. In 332 dagen schommelt de helderheid van mag. 2,4 naar 14,9. De Walvis strekt zich nog een heel eind naar het zuiden uit. Om het te lokaliseren vertrekt men het best van de lijn Mira, waaraan de twee uitlopers en vasthangen. Let wel: de Walvis is een zeer uitgestrekt sterrenbeeld.
Wanneer we nu wat teruggaan naar het westen, dan belanden we bij een ander moeilijk sterrenbeeld: de Waterman of Aquarius. Wanneer we de lijn  Andromeda -  Pegasi één maal verlengen, dan belanden we in de nabijheid van  Aquarii (mag. 3,2). In zuidoostelijke richting kunnen we het sterrenbeeld verlengen tot  en in westelijke richting belanden we bijna bij de zomerdriehoek met sterren en  .
Ten zuiden van de lijn en  Aquarii ligt de Steenbok of Capricornus. De ster  Capricorni (mag 3,3) kunt u vinden door de lijn Wega - Altaïr naar het zuiden door te trekken. Het duidelijkst is dan de lijn  -  en als u goed kijkt de driehoek . Op de zijden van die driehoek liggen verschillende zwakke sterren: dit is de Steenbok.
Kenmerkend voor de herfsthemel is dus een hele reeks uitgestrekte, moeilijk herkenbare sterrenbeelden, bestaande uit zwakke sterren. Maar op dit laatste punt vormt het sterrenbeeld de Zuidervis of Piscis Austrinus heel laag in het zuiden een uitzondering. Dit sterrenbeeld valt op door de heldere ster Fomalhaut (mag. 1,3), die men gemakkelijk kan vinden door de lijn  -  Pegasi tot bijna aan de zuidelijke horizon verder te trekken. Wanneer het zeer helder weer is, kunt u zien dat Fomalhaut met drie andere sterren een figuurtje vormt. Let wel op: dit sterrenbeeld staat in onze streken slechts voor een beperkte tijd boven de horizon (in het zuiden!).

2.5. Gebruik van sterrenkaarten
(uit de VVS-Hemelkalender)
De sterrenkaarten zijn opgesteld voor waarnemers op 51° NB. De onderste lijn op iedere kaart stelt de horizon voor. De streepjeslijn tussen de sterren is de ekliptika, waarrond de maan of planeten eventueel te zien zijn.

Het gebruik van de tabel is eenvoudig. Men kan onmiddellijk uit datum en uur de kaart aflezen die de beste benadering geeft van wat er op dat moment aan de hemel te zien is. De uren zijn hier aangegeven in M.E.T. Let wel op: als de zomertijd van toepassing is dient men één uur af te trekken van de tijd dat het uurwerk aangeeft!!!



Het eerste, derde en vijfde paar kaarten geven ook de Griekse letters bij de corresponderende sterren. Daardoor verliezen die kaarten wel enige overzichtelijkheid.

De randen van de kaarten geven ook een sterke vertekening. Men moet zich iedere kaart afzonderlijk indenken als een kwart van een bol, waarvan men zelf in het centrum zit. Om het gebied aan de rechter- of linkerkant te zien moet men zich 90 ° draaien ten opzichte van het midden van de kaart. Om het gebied te zien aan de bovenrand moet men praktisch loodrecht omhoog kijken.

1   2   3   4


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina