Stijlen van begeleiden Door Hilde Zevenbergen



Dovnload 12.09 Kb.
Datum07.10.2016
Grootte12.09 Kb.

Dit artikel is eerder verschenen in KwarTTaal, het nieuwsblad van Kristal: zeven huizen voor mensen met een bijzondere zorgvraag, onderdeel van De Amerpoort in Baarn.

Stijlen van begeleiden

Door Hilde Zevenbergen



Moet je bewoners, specifiek de doelgroep van Kristal, ruimte geven voor eigen initiatieven? Of moet je ze juist strak houden?Dat laatste geeft hen toch duidelijkheid en veiligheid?En dat eerste, is dat niet de basis om te kunnen groeien? Maar het één sluit het ander uit. Hoe zit dat nu?
Over verschillende stijlen van begeleiden gaat deze bijdrage.
Tom Gravestein traint begeleiders hierin aan de hand van video en onderscheidt drie stijlen van leiding geven aan de cliënt:



  1. volgend

  2. coachend

  3. stellend/steunend



De ‘volgende’ stijl houdt in dat de begeleider de cliënt volgt. De cliënt heeft ruimte, kan zelf bepalen en de begeleider gaat er in mee. ‘Volgen’ kan letterlijk zichtbaar zijn in een begeleider die achter de cliënt aan loopt.

De ‘coachende’ stijl betekent dat er samenwerking is: de cliënt bepaalt, neemt initiatieven, maar de begeleider vult aan of geeft richting als dat nodig is.

De ‘stellende’ stijl houdt in dat de begeleider bepaalt. De begeleider heeft de regie en de cliënt volgt.
De ene of de andere stijl is niet beter of slechter. Een goede begeleider weet de verschillende stijlen af te wisselen en de beste stijl in te zetten, die op dat moment bij de cliënt past!

Begeleiders hebben allemaal hun voorkeursstijl. De één gaat het het makkelijkst af om volgend te zijn, de ander heeft het meest de neiging tot stellend zijn en de derde lijkt geboren met een coachende stijl.


De cliënt geeft je feedback!

Aan de bewoner kun je zien of de ingezette stijl goed past bij de manier waarop hij op dat moment functioneert.
Een stukje video:

Kees helpt met de waszakken wegbrengen. Samen met de begeleider heeft hij de waszak verwisseld en nu loopt hij met de zak met vuile was naar de voordeur. De begeleider loopt achter hem aan. Bij de deur stopt hij. De begeleider maakt de deur open, wijst hem de plek waar de waszak heen moet en zegt: ‘Toe maar’. Kees loopt met de waszak naar de aangewezen plek, terwijl de begeleider bij de deur blijft staan. Hij loopt doelgericht, zet de waszak neer en komt weer terug. Hij gaat weer naar binnen. De begeleider sluit de deur achter hem. In de gang doet Kees een paar passen richting huiskamer, blijft dan staan, loopt weer terug naar de begeleider.


Welke stijl zien we hier? En welke feedback geeft Kees?

De begeleider is volgend. Kees is op weg met zijn waszak. Hij bepaalt de richting. De begeleider komt achter hem aan. Bij de deur is er even een coachingsmoment: ‘Daar is het, weet je het nog? Toe maar’.

Welke feedback geeft Kees? Prima zo! Ik weet waar ik zijn moet! Hij loopt doelgericht. Hij kan het goed aan dat de begeleider niet meeloopt, maar hem, bij de voordeur staand, alleen met haar ogen volgt.

Dan is hij weer terug. De activiteit is afgelopen. Hij maakt aanstalten om iets (nog niet duidelijk wat) te gaan doen als hij de gang inloopt. Maar dan komt hij terug naar de begeleider. Zij volgde hem, maar nu komt hij ‘vertellen’ dat dat nu even niet gaat: hij weet niet zo goed wat er moet gaan gebeuren. Geweldig! Nu heeft hij coaching of misschien zelfs een stellende actie nodig.

De begeleider pikt het meteen op: ‘Kom maar’ zegt ze, ze gaat hem voor naar de huiskamer en zegt bij zijn stoel gekomen: ‘Ga hier maar zitten’.

Ofwel: ze schakelt over op de stellende stijl.


Welke stijl een cliënt nodig heeft kan van moment tot moment variëren.

Hoe bekender een activiteit hoe meer volgend je kunt zijn. In nieuwe situaties zou je iemand laten zwemmen als je meteen ging ‘volgen’.

Ook de stemming van de cliënt speelt een grote rol. In grote lijnen geldt: hoe beter gestemd hoe meer je volgend kunt zijn en hoe slechter iemand gestemd is, hoe meer hij houvast van jou nodig heeft, dus een meer stellende stijl.

Soms geven we de stijl van leidinggeven ook aan in het signaleringsplan van de cliënt. Gekoppeld aan fase + of -, kun je iets zeggen over de stijl die meer voor zal komen.


Wat doet een bepaalde stijl met een bewoner? En wat zijn de valkuilen?

Een ‘stellende stijl’ geeft duidelijkheid. De bewoner weet precies wat er moet gebeuren. Het geeft ook veiligheid: je kunt je overgeven aan de begeleider (de Belangrijke Ander), hij bepaalt de koers, geeft richting en weet het als jij, als cliënt, het zelf niet meer weet.

Dit is een fijne stijl als je behoefte hebt aan die veiligheid. Als je slecht in je vel zit, als je erg gespannen bent, als je een bui hebt, dan is dit de meest passende stijl. Zit je echter goed in je vel, ben je ontspannen en kun je de wereld best (een beetje) aan, dan is dit een verstikkende stijl. Je eigen initiatief komt er niet aan te pas. Wanneer er altijd stellend met bewoners wordt omgegaan, worden ze op den duur passief; alle vitaliteit verdwijnt.

Een ‘coachende stijl’ appélleert aan samenwerking. Je voelt je gehoord, je initiatieven worden gehonoreerd, maar je staat er niet alleen voor. Je krijgt steun waar nodig, de begeleider let goed op wat je zelf kan en waar hij nodig is. Dit is een fijne stijl als je er zin in hebt, maar ook wel onzeker bent. Als je (te) gespannen bent word je met deze stijl overvraagd en als je veel aankan is het te betuttelend, word je ondervraagd.

Een ‘volgende stijl’ geeft veel ruimte. De bewoner mag bepalen. Hier heb je maximaal invloed op je eigen bestaan. Het maakt actief en door succes te ervaren van eigen acties, zie je mensen emotioneel sterker worden. Dit is een fijne stijl als je dat aankan. Als je iets minder in je vel zit geeft dit veel onzekerheid; je staat er alleen voor. En als je acties helemaal niet leiden tot succeservaringen word je alleen maar angstiger. Bewoners die te veel losgelaten worden, terwijl ze dat eigenlijk niet aankunnen, zie je vaak hun eigen houvast creëren, bijvoorbeeld in de vorm van dwangmatig gedrag.
In de praktijk kunnen deze stijlen zich snel afwisselen. Het zijn soms variaties op de vierkante millimeter. Ik denk aan een videomoment met Lia: samen met een begeleider komt ze door de deuropening. De begeleider is stellend in de wijze waarop hij haar vasthoudt en de richting bepaalt. Dit voelt voor Lia als steunend, het doet haar goed, ze kijkt open de ruimte in waar ze binnengaan. Maar tegelijk is hij volgend op háár tempo. Dit doet haar nog beter!
Invloed ervaren in je eigen bestaan is voor iedereen noodzakelijk. Ook, zelfs juist, voor de doelgroep van Kristal. Jacques Heijkoop ziet het als het doel waar je aan werkt met mensen die vastgelopen zijn.

Alleen door invloed te ervaren, ga je zelf-vertrouwen ontwikkelen. En de ontwikkeling van het zelf is dé sleutel tot emotioneel sterker worden.


De kunst van de stijlen is dus om goed aan te sluiten bij de vraag van de bewoner van het moment. En vanuit steun (meer stellend, meer coachend) altijd te zoeken naar momenten van eigen invloed (coachend, volgend). Zelfs al zijn dat maar twee tellen op de drempel van een deur.
Hilde Zevenbergen



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina