Strategische Principes Risicobeheer



Dovnload 93.79 Kb.
Datum17.08.2016
Grootte93.79 Kb.






17/08/2016








Strategische Principes







Risicobeheer







Synthesedocument




0.1 Risicobeheersingproces 1

0.2 Initiatieven in verband met controle en invordering 4

0.3 Initiatieven in verband met bijstand 5

1. Eerste strategisch principe 6

1.1. « Verhoging van compliance en fair-play doorheen het risicobeheersingsproces » 6



1.1.1. Wat wordt verstaan onder compliance? 6

1.1.2. Wat wordt verstaan onder fair-play? 6

2. Tweede strategisch principe 8

2.1. « Het risicobeheer als factor die de activiteiten van de belastingadministratie structureert » 8

2.2. Bijkomende principes die volgen uit het tweede strategisch principe 9

2.2.1. « Uniek dossier » 9

2.2.2. « Kennisbeheer » 10

2.2.3. « Principe van informatisering als dienstverlener » 11

3. Derde strategisch principe 13

3.1. « Transparantie van de administratieve politiek » 13

3.2. Bijkomende principes die volgen uit het derde strategisch principe 13

3.2.1. « Principe van gelijkheid » 13

3.2.2. « Principe van niet-selectie » 14

3.2.3. « Principe van scheiding van de selectie-, bijstand-, controle- en invorderingsprocedures » 15




    1. Risicobeheersingproces


De volledige procedure die de Administratie in staat stelt om haar activiteiten te organiseren in functie van de risicogebieden.

Onder activiteiten wordt meer bepaald verstaan:



  • De inzameling en de verwerking van gegevens en informatie

  • De risicoanalyse

  • De selectieactiviteiten

  • De acties inzake bijstand, controle en invordering

  • Het meten, analyseren en integreren van de resultaten

  • Het voorstellen van aanpassingen aan de wetgeving of aan reglementen, en de preventieve acties

Het risicobeheersingproces moet evenwel de integratie toelaten van beslissingen van de politieke overheid of van administratieve beleidsbeslissingen.

Het risicobeheer is een dynamisch en evolutief proces dat tot doel heeft het gebruik van de human resources en de materiële en financiële middelen van de Administratie te optimaliseren, met het oog op een juiste heffing van de belasting en een minimalisering van de fiscale en niet-fiscale risico’s. Het proces houdt tegelijkertijd rekening met het streven naar een gelijke behandeling door de selectie en de bijstandsprocedures, controles en invorderingsprocedures te objectiveren, en de inspanningen om de « compliance » van de belastingoperator of de groep belastingoperatoren en de « fair-play » van de Administratie rechtstreeks of onrechtstreeks te doen toenemen.



In het ovaal van het risicobeheersingsproces volgen vier kwadranten elkaar op, in wijzerzin.

  1. Een eerste kwadrant (rechts onderaan), "Historiek en reglementering" genoemd, omvat verschillende databases met de primaire en samengevoegde gegevens, evenals een analyse van de wetgeving en van de reglementering, een selectiehistoriek (motieven die geleid hebben tot de selectie van dossiers), een historiek van de procedures (ontbonden/uitgesplitste en nauwkeurige resultaten van de bijstandsprocedures, de controles of de invorderingsprocedures die opgestart worden na de selectie).

  2. Een tweede kwadrant (links onderaan), "Risicoprofielen" genoemd, beschrijft de opeenvolgende en aanvullende fasen die leiden tot de opstelling van risicoprofielen. Het kwadrant "Historiek en reglementering" is een belangrijke bron van de werkzaamheden op dit vlak.

  3. Een derde kwadrant (links bovenaan), "Selectievoorstel" genoemd, vertegenwoordigt de confrontatie van het (de) risicoprofiel(en) met de gegevens over een fiscaal subject of object op een bepaald belastingmoment en biedt de mogelijkheid om het selectievoorstel uit te werken. Deze confrontatie kan plaatsvinden via een geautomatiseerd systeem of kan een min of meer belangrijke tussenkomst vereisen van de gedecentraliseerde diensten. Een geautomatiseerde confrontatie biedt de mogelijkheid om de aanvaardingscontroles, logicacontroles en coherentiecontroles (meer bepaald tussen aangifte en diverse fiches) die momenteel manueel worden verricht door de ambtenaren, op een geautomatiseerde manier uit te voeren. Deze oefening kan leiden tot de georganiseerde implementatie van een bijstandsvoorstel, meer bepaald wat de correctie van de wezenlijke fouten betreft, of tot de implementatie van een controle- of invorderingsvoorstel dat meer bepaald bestaat uit een niet-selectie, een verplichte selectie of een indicatief voorstel. Dit indicatief voorstel moet geconfronteerd worden met de lokale elementen.

  4. Het vierde kwadrant (rechts bovenaan), "Selectie en procedures" genoemd, vertegenwoordigt de activiteit van de buitendiensten. Met name:

    • De selectie uitwerken van de dossiers waarvoor bijstandsprocedures, controleprocedures of invorderingsprocedures geïmplementeerd moeten worden, evenals de inhoud uitwerken van de betrokken procedures;

    • Overgaan tot de bijstands-, controle en invorderingsactiviteiten;

    • De elementen aanreiken die vereist zijn voor de te implementeren feedback.



    1. Initiatieven in verband met controle en invordering


  • Geen enkel initiatief komt volledig tegemoet aan het risicobeheersingproces zoals dat beschreven is.

  • Wat de pijler Douane & Accijnzen betreft, moet deze bevinding genuanceerd worden omwille van het feit dat er een honderdtal risicoprofielen bestaan, waarvan de geleidelijke implementatie een accumulatief karakter vertoont dat borg staat voor de grote densiteit van de ontwikkeling en de integratie van het risicobeheersingproces binnen de pijler Douane & Accijnzen; gezien de nadruk op de implementatie van deze profielen is er evenwel nood aan een aanzienlijke informatisering en aan de ontwikkeling van reële feedback die hoofdzakelijk geïnformatiseerd is.

  • Wat de pijler Invordering betreft, bestaan er risicobeheerconcepten die evenwel nog verduidelijkt moeten worden. We wijzen erop dat deze pijler over belangrijke verworvenheden beschikt, met name het bestaan van een organisatie van onmiddellijk bruikbare geïnformatiseerde gegevens wat de schuldvorderingen inzake IB betreft. Dit wordt momenteel uitgebreid tot de schuldvorderingen inzake BTW – deze gegevens zijn geïnformatiseerd, maar ze zijn niet geordend volgens het model van de IB.

  • Wat de pijlers P-KMO-GO betreft, wijzen de weerhouden voorbeelden op het bestaan van diverse initiatieven die al sinds 1996 worden ondernomen. Het bestaande aantal profielen is laag, lager dan het aantal risico’s of onderzochte risicosectoren. Het ontoereikend aantal profielen, zowel via algemene initiatieven (Preselectie/CD-Rom) als via niet-algemene initiatieven, biedt momenteel niet de mogelijkheid om het accumulatief karakter te bewerkstelligen dat vereist is om de grote densiteit te garanderen van de ontwikkeling en de integratie van het risicobeheersingproces. Een tweede zwak punt heeft zowel betrekking op de afwezigheid van afzonderlijke en gestructureerde feedback als op de zwakke bestaande en bruikbare databases.

  • Wat de pijler « fraudebestrijding » betreft, is vooral de laattijdige formalisering een zwak element. Dit is te wijten aan het feit dat risico’s die al jarenlang gekend zijn nooit geformaliseerd werden, wegens een gebrek aan snelle, gestructureerde en afzonderlijke feedback van de gedecentraliseerde diensten. Hierdoor wordt zowel de samenwerking tussen de Administraties als de implementatie van de vereiste interacties vertraagd.


    1. Initiatieven in verband met bijstand


Geen enkel initiatief komt volledig tegemoet aan het risicobeheersingproces zoals dat beschreven is.
Douane & Accijnzen

Het weerhouden voorbeeld maakt twee opeenvolgende keren gebruik van het risicobeheersingproces:

  • Bij de aanvraag: de analyse van de economische bestaansreden wordt beëindigd met de beslissing de procedure al dan niet verder te voeren

  • Realisatie van het auditplan: in deze tweede stap, wordt de voorafgaande externe audit uitgewerkt die uitmondt op een controleplan en een verlening van de vergunning.
De pijlers P-KMO-GO

Wat de pijlers P-KMO-GO betreft, komt een segmentering van risicogebieden of de opstelling van risicoprofielen zelden voor. De bijstandsprocedures worden uniform voor alle fiscale dossiers uitgevoerd. Er bestaan dus geen bijstandstypologieën. Naar de toekomst toe, dient een feedback procedure opgezet te worden, zodat men over gedetailleerde en gestructureerde feedback beschikt. Het forfaitaire systeem kan functioneren zonder dan een voorstel voor selectie bestaat.
Invordering

Inzake invordering kan gesteld worden dat er heden bijstandsprocedures - in de zin van risicobeheer – bestaan. De toekenning van een afbetalingsplan en/of vrijstelling van nalatigheidinteresten zou de belastingschuldige moeten aansporen tot het “vrijwillig” vereffenen van zijn schuld, d.w.z. zonder dat de ontvanger gedwongen invorderingsacties tegen de belastingschuldige moet ondernemen.

1.Eerste strategisch principe

1.1.« Verhoging van compliance en fair-play doorheen het risicobeheersingsproces »

1.1.1.Wat wordt verstaan onder compliance?


Onder de compliance van een fiscale operator of een groep fiscale operatoren wordt de optimale naleving van zijn fiscale verplichtingen verstaan.

Deze definitie impliceert een drempel vanaf dewelke een fiscale operator of een groep fiscale operatoren op voldoende wijze hun fiscale verplichtingen nakomen, zonder deze evenwel volledig na te komen.

De « compliance » kan vrijwillig zijn: dit betreft de spontane houding van de fiscale operatoren om hun fiscale verplichtingen correct na te komen, met inbegrip van de vrijwillige betaling van belastingen, inzonderheid in de vorm van voorheffing of ingekohierde rechten.

De « compliance » kan gedwongen (onvrijwillig) zijn: dit heeft betrekking op het feit dat de fiscale operatoren rekening houden met de risico’s die ze rechtstreeks of onrechtstreeks lopen als ze hun fiscale verplichtingen niet vrijwillig naleven.


1.1.2.Wat wordt verstaan onder fair-play?


Onder « fair-play » verstaat men de pro-actieve houding van de Administratie om op een loyale, correcte, passende, georganiseerde en rechtvaardige manier rekening te houden met de materiële rechten van de fiscale operatoren.
Objectieven

De stijging van de « compliance » impliceert:

  • Het feit dat men hetzij geval per geval hetzij voor een groep van fiscale operatoren rekening houdt met een niveau vanaf hetwelk men kan aannemen dat een fiscale operator of een groep fiscale operatoren op toereikende/voldoende wijze zijn verplichtingen nakomt.

  • De keuze van de fiscale operatoren of groep van fiscale operatoren waarop de acties van de Administratie betrekking hebben, met name in dit geval hetzij een controleactie (bijvoorbeeld ingeval van een middelgroot of groot risico), hetzij de invorderingsacties.

  • Een passende toepassing van de procedures en de sancties ingeval van controleacties met betrekking tot fiscale operatoren of groepen van fiscale operatoren die blijk geven van middelgrote of grote risico’s;

  • Onder passende toepassing van de procedures en de sancties wordt - zowel op het vlak van controle als van invordering - een toepassing verstaan die ertoe bijdraagt dat het onmiddellijke en toekomstige risico beperkt of verkleind wordt.

De stijging van de « fair-play » impliceert:

  • De keuze van een fiscale operator of groep van fiscale operatoren waarop de acties van de Administratie betrekking hebben, met name in dit geval een pro-actieve actie van informatieverstrekking of bijstandsverlening (bijvoorbeeld ingeval van een klein risico).

  • Onder passende en pro-actieve bijstands- of informatieactie wordt een actie verstaan die ertoe bijdraagt dat het onmiddellijke en toekomstige risico beperkt of verkleind wordt, meer bepaald door:

  • Correcte en passende informatie, hetzij geval per geval, hetzij voor een groep fiscale operatoren.

  • Pro-actieve hulp, waarvoor de interactie met de Administratie vergemakkelijkt wordt, hetzij geval per geval, hetzij voor een groep fiscale operatoren.

  • Het feit dat de Administratie op een georganiseerde en correcte manier rekening houdt met een eenvoudigere uitvoering van de wezenlijke rechten van bepaalde groepen fiscale operatoren.
Impact

Naargelang van het risiconiveau vertalen ze zich meer bepaald in:

  • Een strikte toepassing van de procedures en de voorziene sancties vs een geschikte toepassing van de procedures en de voorziene sancties

  • Een pro-actieve houding van de Administratie, die in bepaalde gevallen zelfs kan gaan tot een bijstandshouding

  • Een vereenvoudiging van de reglementering, de terminologie en het administratieve taalgebruik, waarbij meer bepaald rekening wordt gehouden met de internationale verbintenissen van België, de verplichtingen afkomstig van andere departementen of andere wettelijke competenties dan die van de fiscale administraties en de algemeen aanvaarde conventies inzake wetgevingstechniek.

De gevolgen van de principes van « compliance » en « fair-play » inzake risicobeheer hebben voornamelijk betrekking op de cultuur:

  • Aanvaarding van drempels die de verschillende compliance-niveaus van een fiscale operator of een groep van fiscale operators definiëren en aanvaarding van de gevolgen van deze drempels

  • Responsabilisering van de ambtenaar, aangezien er een interpretatiezone kan bestaan met betrekking tot de drempels, die onder de verantwoordelijkheid van de ambtenaar valt

  • Responsabilisering van de ambtenaar bij de keuze van een strikte toepassing van de procedures en voorziene sancties of de keuze van geschikte sancties naargelang van het risiconiveau

  • Actieve houding van de operator op het vlak van controle of invordering, informatieverstrekking of bijstandsverlening, naargelang van het risiconiveau van deze operator

  • Voorafgaande verwittiging bij wijze van voorzorgsmaatregel

  • Naleving, zowel van de verplichtingen als van de rechten van de klant

  • Fiscale loyaliteit van de operator, gemeten aan de hand van een index, die de toe te passen fiscale procedures deels zal beïnvloeden


2.Tweede strategisch principe

2.1.« Het risicobeheer als factor die de activiteiten van de belastingadministratie structureert »


Het risicobeheersingsproces is een dynamisch en evolutief proces van centrale aard dat het merendeel van de activiteiten van de belastingadministratie structureert en/of beïnvloedt.

De integratie van een nieuwe notie, het risicobeheer, zal de modus operandi van de fiscale Administratie wezenlijk beïnvloeden. Het risicobeheer profileert zich dus als een tool voor het beheer van het belastingbeleid. De problematiek van de lokalisatie van het risicobeheer houdt het probleem in dat men moet definiëren op welk niveau het risicobeheer plaatsvindt.

De leden van de BPR risicobeheer hebben al snel ingezien dat het nagenoeg onmogelijk is om de activiteiten met betrekking tot het risicobeheer allemaal te concentreren op één plaats in het organogram. Dit inzicht heeft zich vertaald in het principe van de scheiding van de activiteiten. Het is niet de bedoeling de activiteiten in dit stadium al in te vullen in het organogram, maar we kunnen wel stellen dat de invoering van dit organisationeel principe ertoe leidt dat het risicobeheer op meerdere plaatsen aanwezig is in het organogram. De conditio sine qua non voor het welslagen en de doeltreffende integratie van dit nieuwe concept binnen de FOD Financiën is een passende verdeling van de activiteiten onder de verschillende niveaus, in het kader van debetreffende personeelsfuncties die voorzien zijn op deze niveaus :


  • onder niveau N-1 en de niveaus N-2 en N-3

  • binnen niveau N-1

  • binnen elke pijler, onder de niveaus N-2 en N-3.
Objectieven

  • De werkvolume aanpassen aan de personeelsbestand en de beschikbare middelen (en omgekeerd)

  • Garanderen dat het risicobeheersingsproces geïntegreerd wordt in de structuur van de ICT

  • De prestaties van de Administratie verbeteren op basis van een « betere actie » (betere selectie, betere controle, betere invordering, passende en georganiseerde pro-actieve acties, daling van het aantal potentiële geschillen, snelheid en duur van de verwerking)

  • De coördinatie en de transparantie garanderen van de selectie, de pro-actieve acties, de controleacties en de invorderingsprocedures, de passende programmering van dergelijke acties

  • De ambtenaren responsabiliseren, meer bepaald inzake selectie en feedback

  • Indicatoren genereren voor wetgevende of reglementaire wijzigingen

De voorgestelde verdeling komt ook tegemoet aan de volgende doelstellingen:



  • Het risicobeheer gebruiken als middel om het administratief beleid toe te passen

  • De homogeniteit garanderen van het inzicht in en de integratie van het risicobeheer binnen de verschillende diensten van de fiscale Administratie

  • De informatie-uitwisseling tussen niveaus en tussen pijlers organiseren, coördineren en optimaliseren, om synergieën tot stand te brengen tussen niveaus, tussen pijlers en binnen pijlers

  • Typologieën van bijstand, controle of invordering uitwerken, en voor de pijlers die verantwoordelijk zijn voor de controle en de bijstand de specifieke aspecten bepalen van deze typologieën voor elke pijler

  • Garanderen dat het risicoprofiel doeltreffend wordt toegepast in de praktijk

  • Beschikken over de bestaande knowhow in de buitendiensten



Impact

Cultuur

  • Een positieve (zelfs pro-actieve) houding aannemen tegenover de verandering

  • De aanpak op basis van het risico en het risicobeheer aanvaarden

  • De ambtenaren responsabiliseren (in de hele Administratie, op alle niveaus)

Proces

  • Proces voor de wijziging van de bijstands-, controle- en invorderingsactiviteiten

  • Een doeltreffend communicatieproces uitbouwen

  • Interactieproces met het oog op administratieve of wettelijke wijzigingen

Organisatie

  • Invoering van technische bijstand op centraal niveau (niveau; pijler) en op lokaal niveau

  • Oprichting van een communicatie- en opleidingscel

Competentie

  • Kennis van de pijler

  • Communicatiecapaciteit

  • Capaciteit om de vereiste transformaties te implementeren

ICT

  • Gestandaardiseerde, betrouwbare en recente informaticatool

  • Toegankelijkheid voor de hele administratie (naargelang van de toegangsniveaus)

  • Informaticatool naargelang van de behoeften

2.2.Bijkomende principes die volgen uit het tweede strategisch principe

2.2.1.« Uniek dossier »


Het « uniek dossier » is een principe dat vereist is om een globaal risicobeheer van een fiscale operator mogelijk te maken. Dit principe zal zich later vertalen in implicaties op het niveau van de blauwdruk, maar we wijzen nu al - zonder afbreuk te doen aan het lopende juridische onderzoek daaromtrent – op het volgende:

  • de nood aan een algemener gebruik van de unieke identificatie en de mededeling van gegevens op basis van uniforme standaarden

  • de nood aan volledige, up-to-date, betrouwbare databases die toegankelijk zijn voor de verschillende betrokken diensten van de administratie

  • de nood aan relevante en volledige elementen om de solvabiliteit van een fiscale operator te beoordelen

  • de nood aan databases en een centraal punt, met de mogelijkheid een onderlinge interactie tussen de databases te bewerkstelligen

  • de nood aan « nieuwe » databases die aangepast zijn aan het risicobeheer, die bestaande of aan te maken informatie bevatten.
Objectieven

  • Aan de diensten van de belastingadministratie een volledig overzicht ter beschikking stellen van elke belastingoperator, meer bepaald betreffende de solvabiliteit van deze fiscale operator of elk fiscaal object (D/A)

  • In staat zijn om een globale risico-evaluatie te verrichten voor een fiscale operator
Impact

Cultuur

  • Het belang van de gegevensinvoer begrijpen

  • Leren om volledige, betrouwbare en zo recent mogelijke informatie uit te wisselen

  • Responsabilisering van de ambtenaren met betrekking tot de nauwkeurigheid en de betrouwbaarheid van de gegevens

  • Bevordering van de doorstroming tussen verschillende belastingen en tussen diensten (tussen niveaus en pijlers; tussen pijlers onderling; binnen de pijler)

  • Beroepsgeheim & naleving van de vertrouwelijkheid

Proces

  • Methode om de gegevens regelmatig te updaten

  • Een benadering voorzien om nieuwe gegevensdomeinen te zoeken

  • Interacties bewerkstelligen tussen de gegevens (met inbegrip van de externe informatie buiten de administratie)

  • Proces voor de terbeschikkingstelling van gegevens

Organisatie

  • Centrale cel voor gegevensbeheer, bemand door de pijlers

  • Oprichting van een cel die verantwoordelijk is voor de centralisering van de gegevens en de toegang tot de gegevens

  • Cel voor gegevensbeheer per pijler

Competentie

  • Informaticacompetenties (beheer & analyse van de gegevens)

  • Transversale technische kennis (van de verschillende pijlers) voor de centrale cel

ICT

  • Uniforme standaarden voor gegevensverstrekking

  • Ruimte behouden voor initiatieven (reserve in het systeem)

  • Geïnformatiseerd centraal uniek dossier dat toegankelijk is naargelang van de toegangsniveaus en de beveiligingsniveaus

  • Mogelijkheid om de databases op centraal niveau of per pijler te beheren en te analyseren

  • Terminal voor elke agent

2.2.2.« Kennisbeheer »


Het principe van « kennisbeheer » moet de beschikbaarheid garanderen van de bestaande kennis binnen de Administratie.

  • Vanuit het standpunt van de BPR « Risicobeheer» betekent dit een centrale risicobeheerdienst om een passende en uniforme implementatie van het risicobeheersingsproces te garanderen in de verschillende pijlers, evenals gedecentraliseerde risicobeheerdiensten.

  • Dit principe van kennisbeheer omvat het principe van het gebruik van de verworven informatie, dat borg staat voor feedback, meer bepaald wat de nieuwe geïdentificeerde risico’s betreft, met het oog op evaluatie en informatie-uitwisseling.
Objectieven

  • De beschikbaarheid garanderen van de bestaande kennis in de verschillende diensten van de administratie

  • De interacties en de snelheid van de informatieoverdracht tussen niveaus, pijlers en diensten optimaliseren

  • De uniformering garanderen van de implementatie van het risicobeheersingsproces
Impact

Cultuur

  • Uitwisseling van de kennis (tussen niveaus en pijlers)

Proces

  • De inzameling, het beheer en de uitwisseling van de interne of externe informatiekennis structureren

  • Bijstands- en coördinatieproces wat de aanmaak van risicoprofielen betreft

  • Gestandaardiseerd proces voor de invoering en de toepassing van het kennisbeheer

Organisatie

  • Centrale dienst voor de coördinatie en het beheer van de kennis op nationaal niveau

  • Kennisbeheerdienst per pijler

  • Kennisgroepen op centraal niveau (niveau & pijler) en op gedecentraliseerd niveau (N-3)

Competentie

  • Technische capaciteit (in termen van inhoud)

  • Analytische & statistische capaciteit

  • IT-capaciteit

  • Didactische capaciteit

  • Communicatie- en rapportering-capaciteit

ICT

  • Implementatie van een krachtige IT-tool die een grote hoeveelheid gegevens kan beheren (hardware en software)

  • Terbeschikkingstelling van terminals die toegang verlenen tot de informatie in de verschillende pijlers en op de verschillende niveaus van de Administratie, zowel op centraal niveau als in de buitendiensten.

  • Toegang tot de informatie naargelang van het toegangsniveau en van wettelijke of reglementaire bepalingen


2.2.3.« Principe van informatisering als dienstverlener »


De BPR « risicobeheer » legt de nadruk op het principe van « de informatica als dienstverlener in een geest van partnership », om te garanderen dat de interacties de mogelijkheid bieden om de vereiste ondersteuning voor het risicobeheersingsproces te ontwikkelen. De leden van de BPR hebben kennis genomen van de strategische principes van de BPR ICT die dit principe expliciet overnemen.
Objectieven

  • De vereiste interacties garanderen met de informatica, een absoluut onmisbare tool voor de realisatie van de benadering die gebaseerd is op een risicobeheer

  • De implementatie van de ICT garanderen op verschillende niveaus:

  • Informatica inzake databases

  • Informatica vereist voor het beheer en de opstelling van risicoprofielen

  • Informatica vereist voor de confrontatie, het beheer van het selectievoorstel en de selectie

  • Informatica vereist om de feedbackgevolgen te garanderen
Impact

Cultuur

  • ICT aanvaardt het principe dienstverlener te zijn

  • Risicobeheer aanvaardt hiervan de initiatiefnemer te zijn en er de verantwoordelijkheid voor te dragen

  • Dialoog tussen de 2 diensten

Proces

  • Proces van technische analyse dat ook gegarandeerd moet worden door het risicobeheer

  • Proces van interactie/bespreking (tussen ICT, de niveaus en de pijlers)

Organisatie

  • Beheer en analyse op centraal en gedecentraliseerd niveau op basis van gegevens die ingezameld en verstrekt worden via de ICT


3.Derde strategisch principe

3.1.« Transparantie van de administratieve politiek »


Het principe van « transparantie van het administratief beleid » omvat verschillende ideeën:

  • Transparantie van de acties van de belastingadministratie naar de buitenwereld toe

  • Transparantie van de acties van de belastingadministratie naar de interne diensten toe

  • Transparantie van motieven voor de selectie en transparantie van de resultaten: vertaalt zich in de capaciteit van de belastingadministratie om een objectieve benadering (motieven voor selectie) en objectieve resultaten van de fiscale en niet-fiscale procedures te garanderen. De objectiviteit van de resultaten vereist een opsplitsing van de resultaten (volgens motief, type van bijstandsprocedure, type van controle, type van invorderingsprocedure) om hun verklarend karakter te garanderen
Objectieven

  • De actie van de belastingadministratie rechtvaardigen en uitleggen binnen de niveaus, pijlers en diensten van de administratie en naar buiten toe (fiscale operatoren,…)

  • De objectiviteit van de motieven en de resultaten garanderen
Impact

Cultuur

  • Aanvaarden om uitleg te geven over de motieven van een selectie en de resultaten

  • De vaste wil hebben om te communiceren – (correcte) informatie-uitwisseling in overeenstemming met de reglementering (beroepsgeheim, wet betreffende de openbaarheid van de Administratie)

Proces

  • Interne en externe communicatie (omtrent bijstand, controles, invordering, resultaten)

  • Mededeling van de niet-selectie

  • Mededeling van de selectiemotieven en de resultaten (feedback)

  • Cel die verantwoordelijk is voor de mededeling van de resultaten

Organisatie

  • De communicatiekanalen uitbouwen

Competentie

  • Beheer van de openbare relaties wat de externe communicatie betreft

ICT

  • Tool voor de mededeling van gedetailleerde resultaten

  • Tool voor transparant en uniform beheer

3.2.Bijkomende principes die volgen uit het derde strategisch principe

3.2.1.« Principe van gelijkheid »


Het principe van « gelijkheid » omvat de gelijkheid van de fiscale operators, zowel op het vlak van de selectie als van de behandeling van fiscale operators die behoren tot dezelfde risicocategorie.

Het logisch gevolg geldt ook: het principe van ongelijkheid wat de selectie en de behandeling betreft van fiscale operators die behoren tot verschillende risicocategorieën.



Het beleid voor de selectie en behandeling van de fiscale operators zal dus aangepast worden naargelang van de risicocategorieën waartoe de fiscale operators behoren, om de globale en individuele compliance te verbeteren.
Objectieven

  • Het selectie- en behandelingsbeleid moduleren naargelang van de risicocategorieën waartoe de fiscale operatoren behoren, om de globale en individuele compliance en de fair-play te verbeteren

  • De optimale naleving van de fiscale en niet-fiscale rechten en verplichtingen verbeteren
Impact

Cultuur

  • Het bestaan aanvaarden van verschillende risicocategorieën en van een specifieke behandeling naargelang van de risicocategorie

  • Aanvaarding en gebruik van de typologieën per risiconiveau van de te ondernemen acties

  • Zoeken naar een juist evenwicht tussen de vrijheden en de verplichtingen, zowel op centraal als op gedecentraliseerd niveau

  • Aanvaarden om zich te conformeren aan de jurisprudentie

Proces

  • Proces voor de uniforme uitwerking en implementatie van bijstands-, controle- en invorderingstypologieën per risiconiveau

  • Proces voor de afweging van risico’s

  • Proces voor de snelle en nauwkeurige terbeschikkingstelling van administratieve richtlijnen aan alle ambtenaren

  • Proces voor de mededeling van het standpunt van de belastingadministratie ten opzichte van de jurisprudentie

Organisatie

  • Cel voor de inzameling, samenvatting en systematisering van de jurisprudentie

  • Cel voor de uitwerking van typologieën en afwegingstechnieken

Competentie

  • Specifieke technische competenties voor de afzonderlijke processen.

3.2.2.« Principe van niet-selectie »


Het principe van « niet-selectie » vertegenwoordigt de aanvaarding van de Administratie om geen selectie te verrichten, omdat het fiscaal object of -subjet dit niet vereist. Dit principe impliceert een transparante en uniforme grondslag om een dergelijke beslissing te rechtvaardigen. Het biedt evenwel de mogelijkheid om een selectiviteit te garanderen in de toe te passen fiscale procedures en laat dus toe om de werkbelasting objectief aan te passen aan de werkbelasting en aan de beschikbare middelen (en omgekeerd).
Objectieven

  • De werkvolume aanpassen aan het personeelsbestand en de beschikbare middelen (en omgekeerd)

  • Binnen de belastingadministratie beschikken over een objectieve, transparante en uniforme motivering voor de niet-behandeling van dossiers
Impact

Cultuur

  • Aanvaarden dat kleine risico’s of nulrisico’s in principe niet ondersteund worden, hetzij op initiatief van de administratie, hetzij op vraag van een belastingplichtige of van een categorie van belastingplichtigen die subsidiair gecontroleerd wordt

  • De maximale automatisering aanvaarden van de aangifteverwerking

  • Een meer gecentraliseerde selectie aanvaarden

  • Aanvaarden dat de selectie of de niet-selectie objectiever verloopt

  • De beslissing omtrent een niet-selectie aanvaarden en rechtvaardigen, zelfs als het risiconiveau matig of hoog is

Proces

  • Proces voor een eerste automatische sortering (elementen die niet coherent, compatibel of consequent zijn)

  • Proces voor selectievoorstelling (dit betreft de vergelijking tussen het fiscaal object/-subject en de profielen)

  • Proces voor de geautomatiseerde verwerking van niet-geselecteerde aangiften

  • Proces voor interne controle dat borg staat voor de naleving en de objectiviteit van de niet-selectie

Organisatie

  • Cel die verantwoordelijk is voor het beheer van de geautomatiseerde verwerking

  • Cel voor selectievoorstellen

  • Hertoewijzing en heroriëntering van de resources, van het personeel dat verantwoordelijk is voor de eerste sortering

Competentie

  • Informaticacompetentie

  • Competentie inzake de automatisering van procedures en het beheer ervan

  • Technische competentie

ICT

  • Capaciteit van de informaticatool om een selectievoorstel te doen door de profielen te vergelijken met de fiscale objecten/-subjecten

  • Informaticatool die in staat is om coherentietest, consequentietests enz. uit te voeren

  • Informaticatool die in staat is om een dossier te verwerken (met inbegrip van een rekentool)



3.2.3.« Principe van scheiding van de selectie-, bijstand-, controle- en invorderingsprocedures »


Het principe van de scheiding van de selectieprocedures en de bijstands-, controle- en invorderingsprocedures heeft tot doel de continuïteit van het risicobeheersingsproces te garanderen door feedback te geven over de motieven voor de selectie (met inbegrip van de vrije ruimte voor lokaal initiatief), de toegepaste bijstands-, controle- en invorderingsprocedures en de behaalde resultaten. Deze fase is noodzakelijk voor de dynamische en continue evolutie van het risicobeheersingsproces.
Objectieven

  • Garanderen dat er historiekgegevens worden verstrekt die verband houden met de motieven voor de selectie

  • Garanderen dat er gegevens worden verstrekt die verband houden met de belastingprocedures en andere toepassingen en hun resultaten
Impact

Cultuur

  • De verantwoordelijkheden preciseren en onderscheiden, zowel bij de selectieactiviteiten als bij de toepassing van de fiscale procedures

  • Rekening houden met het selectievoorstel en de voorstellen met betrekking tot de ruimte voor lokaal initiatief

  • De actie van de ambtenaren rechtvaardigen door gegevens in te voeren in de databases

Proces

  • Proces voor de invoer van de feedback omtrent de selectie

  • Proces voor de invoer van de feedback omtrent de fiscale procedures

Organisatie

  • Doeltreffende scheiding van de selectieprocedure en de bijstands-, controle- en invorderingsprocedures, zowel op centraal als op lokaal niveau

  • Organisatie van de coördinatie tussen pijlers en binnen pijlers

ICT

  • Terbeschikkingstelling van een georganiseerde en gestandaardiseerde informaticatool voor feedback die mogelijkheden biedt voor een afzonderlijke informatie-uitwisseling (selectie/fiscale procedures) en een vergelijkende analyse (tussen selectie en fiscale procedures)





De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina