Strikt geheim?!



Dovnload 491.21 Kb.
Pagina2/5
Datum20.08.2016
Grootte491.21 Kb.
1   2   3   4   5

Opdracht 2: Coderen en decoderen


Er bestaan verschillende manieren om geheimschrift te maken en weer te ontcijferen. Je leert een paar manieren kennen.

Met kolommen werken


Een andere manier van geheimschrift maken gaat met kolommen.
Tekst:

Stuur om twaalf uur vannacht opnieuw een bericht.


In kolommen:

S

T

U

U

R

O

M

T

W

A

A

L

F

U

U

R

V

A

N

N

A

C

H

T

W

E

E

R

E

E

N

B

E

R

I

C

H

T

A

E

Geheimschrift:

SAAN TLCB UFHE UUTR RUWI OREC MVEH TART WNEA ANEE


De tekst is vercijferd met behulp van een tabel van 4 rijen en 10 kolommen. De laatste twee letters A en E zijn voor opvulling.

a Vercijfer de tekst ‘Nu even prutsen met kolommen’ met behulp van een tabel van 4 rijen en 6 kolommen.

Tekst in code:


b Codeer dezelfde tekst met 5 rijen van 5 kolommen.

Tekst in code:


c Dit geheimschrift is gemaakt met de kolommethode: ‘DIY ESK KNT OIE LEK OTR MMA COK OEE DIN ELK’. Wat staat er?

Ontcijferd bericht:



Verschuiven


Al heel lang worden geheimschriften gebruikt. Julius Caesar had een gemakkelijk systeem: hij verving elke letter door een letter die drie plaatsen verderop in het alfabet staat.


A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

Q

R

S

T

U

V

W

X

Y

Z

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

Q

R

S

T

U

V

W

X

Y

Z

A

B

C


a Welk teken krijgt de H?

b Codeer met de Caesarmethode de tekst:
Stuur om twaalf uur vannacht opnieuw een bericht.

Bericht in code:


c Hoe moet je deze tekst weer decoderen?

d Probeer deze Caesarcode uit op je buurman.

Stel je voor dat je een spatie mee laat doen in het codesysteem. De spatie wordt achteraan na de Z toegevoegd. Verder blijft het systeem hetzelfde.



e Probeer ook dit systeem uit op je buurman.

f Is het gemakkelijker of moeilijker geworden? Licht je antwoord toe.

Je hebt nu Caesarcode C3 gebruikt: je schuift drie letters op.

Spaties in de tekst laat je gewoon weg.

Je kunt ook meer of minder dan drie letters opschuiven.



g Hoe gaat Caesarcode C5?

h Hoe decodeer je Caesarcode C5?

i Je krijgt het bericht RCJ AV VVE SVVKAV GLQQVCK URE BIRRB AV UV TRVJRITFUV NVC in een Caesarcode, maar je weet niet welke.
Hoe kom je daar achter?




Codewielen


Een heel erg handige manier om Caesarcodes te maken is met behulp van codewielen.

Je vindt ze op knipblad 1. (Bewaar ze, je hebt ze later weer nodig!)

Door het grootste wiel twee tekens naar links te draaien maak je de Caesarcode C2. Je ziet dat op het plaatje.

a Gebruik de codewielen om een eigen zin te coderen in Caesarcode C5. Laat je iemand anders van je groepje deze zin decoderen met zijn codewielen.

Eigen bericht in code:

Ontcijferd bericht:
Je kunt met deze codewielen gelijk een hele stap verder zetten.

Als je de tekens op het grootste wiel een willekeurige volgorde geeft, wordt het al veel ingewikkelder. Maar als de ontvanger van de code eenzelfde stel codewielen heeft is voor hem decoderen eenvoudig. Gebruik de tweede set codewielen op knipblad 2. Zet op het grootste codewiel de tekens op een zelfgekozen plek.



b Spreek af dat het vraagteken op het grootste codewiel en de A bij het kleinste codewiel bij elkaar horen: dat is de sleutel van de code. Codeer de tekst ‘Gebruik je codewielen bij geheimschrift schrijven’. Laat ter controle door een ander de tekst decoderen.

Eigen bericht in code:

Ontcijferd bericht:
c Kun je de tekst ook decoderen zonder dat je hetzelfde codewiel hebt, denk je?


d Verzin zelf een nieuwe sleutel en codeer een eigen tekst. Laat je een ander de tekst decoderen. De sleutel moet je in je bericht opnemen, spreek met hem af hoe je dit doet.

Eigen bericht in code:

Ontcijferd bericht:


Drie codewielen


Met drie codewielen kun je het versleutelen nog wat lastiger maken.
Op knipblad 3 vind je drie codewielen, knip ze uit.

Zet op de grootste cirkel de getallen 1 t/m 30 langs de buitenrand; ze mogen in willekeurige volgorde staan.

Zet op de middelste cirkel afwisselend een letter en een getal. Je gebruikt de letters A t/m O en de getallen 1 t/m 15.

Zet op de kleinste cirkel het alfabet, een punt, JA, NEE en een spatie.

Je codewielen maak je met een splitpen of een omgebogen punaise door de middelpunten aan elkaar vast.
Het coderen gaat zo: het alfabet op het kleinste wiel vervang je om beurten door een getal of letter op het buitenste en het middelste wiel. Alle tekens worden gescheiden door komma’s.

a Gebruik de sleutel 13,H,M. Dat betekent: de A van het kleinste wiel zit bij de 13 op het grootste wiel en de H van het middelste wiel en je begint te coderen met het middelste wiel (en dan het buitenste en dan weer het middelste, enz.)
Codeer de eerste zin van deze opdracht.


b Verzin een eigen sleutel en leg je buurman uit hoe je die in het bericht opneemt. Versleutel een zelf bedachte zin en laat iemand anders de zin decoderen.

Eigen bericht in code:


Ontcijferd bericht:

Laat zien wat je kunt!


Maak een overzicht van de codes die je tot nu toe bent tegengekomen.

Schrijf er bij welke bijzondere eigenschap ze allemaal hebben.


Bij je docent haal je een bericht dat is versleuteld met één van de hiervoor genoemde methoden. Decodeer dit bericht.



1   2   3   4   5


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina