Student: Christine Janssens



Dovnload 0.7 Mb.
Pagina1/10
Datum22.07.2016
Grootte0.7 Mb.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9   10

Christine Janssens: “De burger, de Unie en het Europees aanhoudingsbevel: op zoek naar het juiste evenwicht tussen vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid”

DE BURGER, DE UNIE EN HET EUROPEES AANHOUDINGSBEVEL: OP ZOEK NAAR HET JUISTE EVENWICHT TUSSEN VRIJHEID, VEILIGHEID EN RECHTVAARDIGHEID

Scriptie aangeboden tot het behalen van de graad van Licentiate in de Criminologische Wetenschappen, VUB

Student: Christine Janssens

Promotor: Prof. Dr. P. De Hert

Academiejaar: 2006-2007

2de Licentie Criminologische Wetenschappen

DANKWOORD
Graag zou ik in eerste instantie mijn promotor, Prof. dr. P. De Hert, willen bedanken. Zijn enthousiasme voor mijn onderzoeksvoorstel en zijn vertrouwen in mijn onderzoekskwaliteiten werkten aanmoedigend. Ik apprecieer ten zeerste de vrijheid die hij me gelaten heeft bij het uitschrijven van deze scriptie.
Voor het opzoeken van de buitenlandse rechtpraak, kreeg ik onmisbare hulp van mijn twee buitenlandse collega’s en vriendinnen, Sangita Bhatia en Montse Hervas Zurita, die mij wegwijs maakten in de rechtspraak van resp. de High Court en de Audiencia Nacional. Een bijzonder woord van dank voor J. Gómez Bermúdez, president van de Sala de lo Penal van de Audiencia Nacional, die zo vriendelijk was om mij een aantal interessante, niet gepubliceerde arresten van deze kamer ter beschikking te stellen. Ook Peter Cullen, toenmalig sectiehoofd voor Europees publiek en strafrecht bij de Europese rechts Academie (ERA), ben ik zeer erkentelijk omdat hij me uitnodigde op een gesloten conferentie Mutual Recognition and the Role of the National Judge, die normaal gezien enkel voor rechters toegankelijk was. Zo kreeg ik de gelegenheid om van gedachten te wisselen met Europese rechters over de voor- en nadelen, die zij in hun dagdagelijke rechtspraktijk ondervonden met betrekking tot het Europees aanhoudingsbevel.
Ik wens de VUB uitdrukkelijk te bedanken voor de mogelijkheid die zij biedt om de opleiding crimiminologische wetenschappen in avondonderwijs te volgen. Dag na dag, week na week en jaar na jaar werd ik aangenaam verrast door het enthousiame waarmee het onderwijzend kader hun opdrachten vervult. Hun passie voor de verschillende facetten van de studies criminologische wetenschappen werkte aanstekelijk.
Studeren én werken terzelfde tijd is echter geen sinecure. De afgelopen vier jaar waren tijdsrovend en arbeidsintensief. Ik wens mijn ouders te bedanken voor de hulp die ze me in deze periode geboden hebben. Een laatste en bijzonder woord van dank gaat naar mijn vriend, Iván. Zijn geduld, begrip en aanmoedigingen hebben ertoe geleid dat ik deze studies en deze scriptie tot een goed einde heb kunnen brengen.
INHOUDSTAFEL
Inleiding

Hoofdstuk 1. Het kaderbesluit inzake het Europees aanhoudingsbevel: het paradigma van wederzijdse erkenning: revolutie of evolutie in Europees strafrecht?


A. Wederzijdse erkenning buiten de strafrechtelijke context

1. De origine: wederzijdse erkenning in de interne markt

2. Wederzijdse erkenning in burgerlijk- en handelsrecht

B. Wederzijdse erkenning in justitiële samenwerking in strafzaken

1. De pionier in Europees strafrecht: de Raad van Europa

2. Justitiële samenwerking in strafzaken in de EU: enkele eerste bescheiden stappen

3. Justitiële samenwerking in de ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid: wederzijdse erkenning en het EAB

3.1. De juridisering van de overleveringsinstanties

3.2. Wederzijdse erkenning, met de nodige checks & balances

3.2.1. Een tweesporenbeleid m.b.t. de dubbele incriminatie vereiste

3.2.2. Weigeringsgronden

3.2.3. Een tijdelijke weigeringsgrond: de opschorting voor ernstige humanitaire redenen

3.2.4. Garanties

3.2.5. Minimumharmonisatie inzake procedurele waarborgen

3.3. Strakke deadlines & standaardformulieren
Hoofdstuk 2. De nationale rechter als spilfiguur bij de toepassing van het Europees aanhoudingsbevel

A. De inhoud van het EAB: duidelijkheid over de feiten, de identiteit van de betrokkene en zijn hoedanigheid van ‘beschuldigde’

B. Lijstfeiten versus niet-lijstfeiten en de dubbele strafbaarheidstoets

C. De weigeringsgronden

1. De in het kaderbesluit vermelde weigeringsgronden


    1. Non bis in idem

    2. Extra-territorialiteit

    3. Gezondheidsredenen

    4. Verjaring

2. De niet (expliciet) in het kaderbesluit vermelde weigeringsgronden

2.1. Het onschuldverweer

2. 2. Fundamentele rechten

2.2.1. Algemeen

2.2.2. De redelijke termijn

2.2.3. Risico op foltering of onmenselijke behandeling

2.2.4. Recht op een eerlijk proces

2.2.5. Recht op een privé en familieleven

2.3. Niet uitleveren van eigen onderdanen (op basis van reciprociteit)

D/ De garanties

1. Recht op een nieuw proces in geval van een verstekvonnis

2. De terugkeergarantie voor eigen onderdanen en ingezetenen


Hoodstuk 3. De derde pijler rechtspraak van het Hof van Justitie: wederzijdse erkenning ten gunste van de veroordeelde en grondrechtenbescherming

A/ De visie van het Hof van Justitie op het principe van wederzijdse erkenning in strafzaken

1. Wederzijdse erkenning zonder de noodzaak van een voorafgaande harmonisatie

2. Een teleologische benadering, waarbij het Hof balanceert tussen vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid

B/ Het Europees Hof van Justitie en de nationale grondwettelijke hoven: verenigde krachten in de bescherming van grondrechten

1. De nationale grondwettelijke hoven en de bescherming van fundamentele rechten

2. Het Hof van Justitie en de bescherming van fundamentele rechten

C. Het Europees Hof van Justitie als motor voor het Europese integratieproces


Conclusie

Bibliografie

INLEIDING: PROBLEEMSTELLING EN ONDERZOEKSVRAGEN
Weinig rechtsinstrumenten van de Europese Unie werden de laatste jaren zo fel becommentarieerd als het kaderbesluit inzake het Europees aanhoudingsbevel, hét paradepaardje van de Europese strafrechtelijke samenwerking. Voor sommigen betekende het Europees aanhoudingsbevel (EAB), en het daarbij horende mechanisme van de wederzijdse erkenning, een belangrijke en noodzakelijke stap voorwaarts in de Europese, grensoverschrijdende criminaliteitsbestrijding.1 Anderen waren pessimistischer gestemd en voorspelden een minder rooskleurig toekomstbeeld door vooral te wijzen op de intrinsieke gebreken die, volgens hen, aan dit nieuwe instrument kleefden.2
Het grootste pijnpunt, dat door de critici naar voor werd gebracht, betrof de vraag naar een voldoende rechtsbescherming van de Unieburger. Deze zou, zo luidde het, voortaan blind overgeleverd kunnen worden voor gedragingen waarvan het criminele karakter, op zijn zachtst gezegd, soms twijfelachtig is. Bovendien zou de bescherming van de fundamentele rechten van de betrokkene bij een overlevering ontoereikend zijn. Het Europees aanhoudingsmandaat zou, net als zovele andere post 9/11 instrumenten, uiting geven aan de repressieve veiligheidstrend die de laatste jaren de ruimte van vrijheid veiligheid en rechtvaardigheid zou domineren.
De ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid werd in 1997 in het leven geroepen door het Verdrag van Amsterdam. Ze kwam er op een ogenblik dat de interne markt, die de Europese agenda sinds de beginjaren gedomineerd had, grotendeels verwezenlijkt was en de tijd rijp leek voor een nieuwe uitdaging.
De openstelling van de grenzen en het vrij verkeer binnen de interne markt hadden ongewild de faciliteiten voor grensoverschrijdende criminaliteit vergemakkelijkt. Nationale parketmagistraten en vonnisrechters moesten meermaals machteloos toekijken hoe delinquenten al te vaak door de mazen van het net glipten en zich schuil hielden in een naburige lidstaat.
De ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid moest aan deze situaties tegemoet komen. Centraal stond, net als bij de interne markt, het vrijheidsbeginsel, in de zin van mobiliteit en vrij verkeer van personen. Doch in deze nieuwe ruimte dekt het concept vrijheid een ruimere lading.3 Het verwijst eveneens naar de vrijheid om in een rechtsgemeenschap te leven, waarin de overheid zal optreden tegen eenieder die de vrijheid van anderen miskent of misbruikt. Bovendien impliceert het ook respect voor fundamentele rechten, zoals het recht om niet gediscrimineerd te worden of het recht op privacy. Opdat de Unieburgers van hun vrijheid zouden kunnen genieten, moeten ze zich ook veilig voelen. Veiligheid, als tweede luik, verwijst naar criminaliteitsbestrijding met bijzondere aandacht voor terrorisme, mensenhandel en misdrijven tegen kinderen, illegale drugs- en wapenhandel, corruptie en fraude. Rechtvaardigheid, tenslotte, verwijst naar de justitiële samenwerking in (burgerlijke en) strafzaken, die de burgers garandeert dat ze in heel de Unie volgens gelijkaardige (maar niet noodzakelijk identieke) procedures berecht zullen worden. Een doorgedreven toepassing van het principe van wederzijdse erkenning werd hierbij al gauw als een belangrijk instrument beschouwd.4
Voor elk optreden van de Unie is het van belang dat deze drie pijlers met elkaar in evenwicht zijn. De hoger vermelde kritiek, dat dit evenwicht verstoord werd door de invoering van het principe van wederzijdse erkenning en diens implementatie in het EAB, vormt de probleemstelling die in onderhavige scriptie verder onderzocht wordt. Het onderzoek verloopt aan de hand van drie onderzoeksvragen.
In eerste instantie zal er, na een korte omkadering van het principe van wederzijdse erkenning, worden stilgestaan bij de krachtlijnen van het Europees kaderbesluit inzake het Europees aanhoudingsbevel. Hierbij wordt nagegaan of dit instrument wel degelijk een ware revolutie inhoudt, die het evenwicht tussen de drie kernpilaren van de ruimte overhoop haalt.
In tweede instantie zal dezelfde toets doorgevoerd worden op basis van een rechtsvergelijkende analyse. De rechtspraak van de hogere rechtscolleges van vijf lidstaten (België, Nederland, Frankrijk, Spanje en het Verenigd Koninkrijk) werd doorgelicht om na te gaan of eventuele knelpunten, die in het vorige deel vastgesteld werden, ook in de praktijk bevestigd worden.
In laatste instantie wordt stilgestaan bij de rechtspraak van het Hof van Justitie. Ofschoon er momenteel slechts één arrest geveld is inzake het EAB, bieden tal van andere derde pijler arresten een duidelijk inzicht in de wijze waarop het Hof het concept van wederzijdse erkenning en wederzijds vertrouwen interpreteert. Ook hier wordt nagegaan in welke mate de elementen vrijheid, veiligheid en recht(vaardigheid) zich tot elkaar verhouden.


  1   2   3   4   5   6   7   8   9   10


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina