Student: Christine Janssens



Dovnload 0.7 Mb.
Pagina10/10
Datum22.07.2016
Grootte0.7 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10

216 High Court, Hilali, o.c., § 90.

217 High Court, Hilali, o.c., § 86.

218 Cass. (fr.), 15 maart 2006, zaak 06-90928, http://www.legifrance.gouv.fr/; Cass. (fr.), 5 april 2006, zaak 06-81835, http://www.legifrance.gouv.fr/. In vroegere arresten werd het ‘folterargument’ soms niet besproken: Cass. (fr.), 31 maart 2005, zaak 05-81260, http://www.legifrance.gouv.fr/

219 Rechtbank Amsterdam, 17 mei 2005, http://www.rechtspraak.nl/default.htm; Rechtbank Amsterdam, 10 juni 2006, http://www.rechtspraak.nl/default.htm

220 Cass., 26 mei 2004, zaak PO40779F, www.juridat.be

221 High Court, Boudhiba, o.c., § 49; High Court, Hilali, o.c., § 93.

222 High Court, Boudhiba, o.c., §50.

223 Rechtbank Amsterdam, 7 februari 2006, zaak 13.497.485-2005, http://www.rechtspraak.nl/default.htm

224 Rechtbank Amsterdam, 11 maart 2005, zaak 13.097293.04 http://www.rechtspraak.nl/default.htm

225 Cass., 5 oktober 2004, zaak P041286N, www.juridat.be

226 Cass. 8 december 2004, zaak P041562F, www.juridat.be

227 Cass., 1februari 2006, zaak P060109F, www.juridat.be

228 Cass. (fr.), 14 december 2004, zaak 04-86778, http://www.legifrance.gouv.fr/

229 Cass. (fr.), 7 juni 2005, zaak 05-81774, http://www.legifrance.gouv.fr/

230 Kociukow, die verdacht werd van een gewapende overval, riep eerst in dat zijn verloofde zwanger was (wat op een misverstand bleek te berusten) en vervolgens dat ze ziek was (en zijn steun en hulp nodig had) doch duidelijke bewijzen over haar ziekte waren niet eens voorhanden. Dit argument volstond dan ook niet om de overlevering te verhinderen. High Court, 17 januari 2006, Kociukow,

http://www.bailii.org/form/search_cases.html, §5 en 12.

231 Voor een toetsing van dit recht, zie o.a.: E.H.R.M., Boultif v. Zwitserland, 2 augustus 2001, Recueil des arrêts et décisions 2001-IX, § 46-56.

232 High Court, 8 juni 2006, Hosseini, http://www.bailii.org/form/search_cases.html, § 49.

233 Cass., 6 april 2005, zaak P050434F, www.juridat.be.

234 Cass. (fr.), 26 oktober 2005, zaak 05-85847, http://www.legifrance.gouv.fr/. Cfr. infra: ‘D.2 Garanties’.

235 Cfr. supra: “1.2 Extra-territorialiteit”.

236 Bundesverfassungsgericht, 18 juli 2005, zaak 2236/04,

http://www.bundesverfassungsgericht.de/entscheidungen.html

237 Zie o.a.: Audiencia Nacional (sala de lo penal), 5 oktober 2005, zaak 69/2005, www.laley.es; Audiencia Nacional (sala de lo penal), 10 oktober 2005, zaak 93/2005, www.laley.es

238 High Court, 31 juli 2006, Oliver, http://www.bailii.org/form/search_cases.html, § 30-31.

239 Rechtbank Amsterdam, 19 augustus 2005, zaak 13.497302-2005, http://www.rechtspraak.nl/default.htm

240 Rechtbank Amsterdam, 7 oktober 2005, zaak 13.497304-2005, http://www.rechtspraak.nl/default.htm

241 Cass., 21 november 2006, zaak P061413N, www.juridat.be In een vroeger arrest had de advocaat-generaal bij het Hof van Cassatie wel al de visie van de K.I. van o.a. Luik erkend, die stelde dat de beslissing van het Bundesverfassungsgericht voor gevolg had dat België, vanaf de datum van deze beslissing, in zijn relaties met Duitsland voortaan terug het oude overleveringsregime moest toepassen. Zie de conclusie van de advocaat-generaal Vandermeersch bij Cass., 5 oktober 2005, zaak P051265, www.juridat.be

242 House of Lords, Cando Armas, o.c., § 58.

243 Indien hij afwezig is omdat zijn advocaat hem meegedeeld had dat zijn aanwezigheid niet vereist was, was de betrokkene slecht geïnformeerd en niet ‘opzettelijk afwezig’ en zou hij recht moeten hebben op een nieuw proces. Indien de uitvaardigende lidstaat in een dergelijk geval geen garantie wil geven, moet de overlevering geweigerd worden. High Court, 10 juli 2006, Wade, http://www.bailii.org/form/search_cases.html, § 15-16. De betrokkene wordt daarentegen niet geacht recht te hebben op een nieuw proces indien hij uitdrukkelijk opgeroepen was doch zo naïef was om te veronderstellen dat hij wegens een ouder verblijfsverbod en de afwezigheid van de nodige reisdocumenten, het land niet zou binnen mogen. Bovendien had hij zijn advocaat gemachtigd om hem te verdedigen: High Court, 4 oktober 2006, Virciglio, http://www.bailii.org/form/search_cases.html, § 28.

244 Rechtbank Amsterdam, 16 juli 2004, zaak 13.097062-2004, http://www.rechtspraak.nl/default.htm; Rechtbank Amsterdam, 23 juli 2004,http://www.rechtspraak.nl/default.htm;Rechtbank Amsterdam, 29 oktober 2004, zaak 13.097066-04, http://www.rechtspraak.nl/default.htm. Het feit dat de betrokkene inroept dat hij zijn advocaat geen machtiging gegeven had om hem te vertegenwoordigen en hij nergens van op de hoogte was, wordt verworpen. Het vertrouwensbeginsel vereist dat men vertrouwt in de authenticiteit van de juridische documenten van andere lidstaten: Rechtbank Amsterdam, 10 oktober 2006, zaak 13.497485-2006,

http://www.rechtspraak.nl/default.htm

245Rechtbank Amsterdam, 23 november 2004, zaak 13.497201-2004, http://www.rechtspraak.nl/default.htm, waar de rechtbank oordeelt dat ‘hoe rechtsgeldig de (Belgische) procedure ook mag zijn, de gestelde garantie toch onvoldoende is’. Indien de garantie te hypothetisch geformuleerd wordt, en eerder als een waarschijnlijkheid dan een zekerheid overkomt, wordt de overlevering steevast geweigerd: Rechtbank Amsterdam, 16 september 2005, http://www.rechtspraak.nl/default.htm;Rechtbank Amsterdam, 5 september 2006, zaak 13.497366-2006,

http://www.rechtspraak.nl/default.htm, waar de Franse rechtbank gesteld had dat ‘het verzet wellicht niet onontvankelijk zou zijn’, hetgeen onvoldoende bleek te zijn als garantie.

In andere gevallen, werd de garantie wel voldoende geacht: Rechtbank Amsterdam, 3 december 2004, zaak 13.497197-2004, http://www.rechtspraak.nl/default.htm; Rechtbank Amsterdam,18 maart 2005, zaak 13.497007-05,http://www.rechtspraak.nl/default.htm;Rechtbank Amsterdam, 3 juni 2005, zaak 13.497.075-2005,



http://www.rechtspraak.nl/default.htm

246 Rechtbank Amsterdam, 6 april 2006, zaak 13.497.058-2006, http://www.rechtspraak.nl/default.htm, waar de Rechtbank van Amsterdam de Belgische garantie niet aanvaardde omdat de betrokkene in concreto geen recht meer op verzet had: de betrokkene had slechts 15 dagen tijd na kennisname en deze termijn was inmiddels verstreken. Over deze problematiek, zie: G. STESSENS, “Het Europees aanhoudingsbevel: enekel bedenkingen”, noot onder Cass. 8 december 2004, Nullum Crimen 2006, 399.Verscheidene leden van het Belgische Openbaar Ministerie hebben mij ingelicht dat herhaaldelijke onenigheid tussen België en Nederland met betrekking tot verstekvonnissen in het kader van overleveringsprocedures, in de praktijk tot bilateraal overleg geleid heeft waarbij beide landen pogen tot een oplossing te komen om uit de impasse te geraken. Zo werd op een recent overleg, dat begin 2007 georganiseerd werd op initiatief van Eurojust, o.a. voorgesteld dat België verstekvonnissen voortaan pas zou betekenen nadat de betrokkene overgeleverd werd, zodat de verzetstermijn pas dan begint te lopen en de betrokkene voldoende tijd heeft om effectief een verzetprocedure te kunnen instellen.

247 Cass. (fr.), 26 oktober 2005, zaak 05-85847, http://www.legifrance.gouv.fr/

248 Cass. (fr.), 9 augustus 2006, zaak 06-85648, http://www.legifrance.gouv.fr/; Cass. (fr.), 23 november 2004, zaak 04-86131, http://www.legifrance.gouv.fr/

249 Zie bijvoorbeeld: Audiencia Nacional (sala de lo penal), 13 mei 2004, zaak 35/2004, www.laley.es; Audiencia Nacional (sala de lo penal), 11 januari 2005, zaak 231/2004, www.laley.es; Audiencia Nacional (sala de lo penal), 6 juni 2005, zaak 111/2005, www.laley.es; Audiencia Nacional (sala de lo penal), 20 januari 2006, zaak 1/2006, www.laley.es; Audiencia Nacional (sala de lo penal), 2 oktober 2006, zaak 161/2006, www.laley.es

250 In dit geval, waar de betrokkene veroordeeld was voor een gevangenisstraf van één jaar voor de misdrijven drughandel in een georganiseerde bende en witwassen van geld, werd dan ook van de betrokkene verwacht dat hij officieel afstand deed van een herziening van het verstekvonnis: Audiencia Nacional (sala de lo penal), 25 september 2006, zaak 123/2006, niet gepubliceerd.

251 Cass., 8 december 2004, zaak P041540F, www.juridat.be; Cass., 2 augustus 2006, zaak P061128F, www.juridat.be. Het Hof bevestigt dat het gegeven dat in het recht van de uitvaardigende staat een bepaling bestaat die voorziet in de mogelijkheid tot hoger beroep en in de voorwaarden voor het instellen ervan en waaruit blijkt dat de persoon daadwerkelijk beroep kan instellen, als toereikend moet worden beschouwd. Het zijn de onderzoeksrechters die hier met discretionaire bevoegdheid beslissen of de gestelde waarborg hen toereikend lijkt en zij kunnen allerminst verplicht worden om de zaak aan te houden en bijkomende inlichtingen te vragen indien zij dit niet nodig achten.

252 Zo voorziet art. 6.5 Nederlandse Overleveringswet dat voor een vreemdeling deze garantie gevraagd kan worden (1) indien hij of zij over een verblijfsvergunning van onbepaalde tijd beschikt; (2) indien Nederland rechtsmacht heeft voor de feiten die aan het EAB ten grondslag liggen en (3) indien de verwachting bestaat dat hij zijn verblijfsrecht niet zal verliezen tengevolge van een uitgesproken straf.

253 Zie hierover onder meer: K. HAILBRONNER, “Union Citizenship and access to social benefits”, C.M.L.Rev. 2005, 1245-1267; J.D. MATHER, “The Court of Justice and the Union Citizen”, Eur. L. Journal 2005, 722-743; R. WHITE, “Free Movement, Equal Treatment and Citizenship of the Union”, ICLQ 2005, 885-906.

254 Rechtbank van Amsterdam, 22 juli 2005, zaak 13.497.159-2005, http://www.rechtspraak.nl/default.htm. Deze minima vereisten staan uitgewerkt in art. 7 van de Europese verblijfsrichtlijn van 29 april 2004 (inwerking getreden op 1 mei 2006), die de vroegere verblijfsrichtlijnen vervangt. Voor een commentaar op de nieuwe verblijfsrichtlijn, zie: H. VERSCHUEREN, “De nieuwe Europese verblijfsrichtlijn 2004/38 sinds 30 april 2006 van toepassing: het Europese Burgerschap op kruissnelheid”, T. Vreemd 2006, 97-127.

255 Rechtbank van Amsterdam, 13 september 2005, zaak 13.497.226-2005,

http://www.rechtspraak.nl/default.htm De rechtbank volgde hierin de dienst voor immigratie en naturalisatie, die stelde dat de betrokkene een ernstige bedreiging uitmaakte voor de openbare orde en dat hij onvoldoende zicht had op een toekomst in de Nederlandse samenleving. De vraag is echter of deze uitspraak ook de Europese toets zou doorstaan, aangezien het Hof van Justitie een restrictieve toepassing maakt van het begrip openbare orde.

256 Rechtbank van Amsterdam, 12 augustus 2005, zaak 13.497.238-2005, http://www.rechtspraak.nl/default.htm, waar de rechtbank de garantie weigert omdat de betrokkene niet onder het materiële toepassingsgebied van de Nederlandse overleveringswet valt, aangezien Nederland geen rechtsmacht over de feiten heeft. In een ander geval beschikte de betrokkene niet over een verblijfsvergunning van onbepaalde termijn, maar deze vereiste is -voor Unieburgers- niet conform de hoger vermelde Verblijfsrichtlijn.

257 Rechtbank van Amsterdam, 16 juni 2006, zaak 13.497.179-2006, http://www.rechtspraak.nl/default.htm; Rechtbank van Amsterdam, 23 januari 2007, zaak 13.497.431-2006, http://www.rechtspraak.nl/default.htm

258 Audiencia Nacional (sala de lo penal), 20 mei 2004, zaak 37/2004, www.laley.es; Audiencia Nacional (sala de lo penal), 3 juni 2004, zaak 60/2004, www.laley.es; Audiencia Nacional (sala de lo penal), 15 juni 2004, zaak 46/2004, www.laley.es; Audiencia Nacional (sala de lo penal), 8 oktober 2004, zaak 167/2004, www.laley.es; Audiencia Nacional (sala de lo penal), 11 oktober 2005, zaak 154/2005, niet gepubliceerd; Audiencia Nacional (sala de lo penal),13 februari 2006, zaak 11/2006, niet gepubliceerd.

259 Audiencia Nacional (sala de lo penal), 10 november 2004, zaak 177/2004, niet gepubliceerd; Audiencia Nacional (sala de lo penal), 12 november 2004, zaak 197/2004, niet gepubliceerd.

260 Op het verzoek voor een terugkeergrantie antwoordde de Audiencia Nacional dat dit in casu niet tot de mogelijkheden behoorde “omdat de betrokkene de Franse nationaliteit heeft”: Audiencia Nacional (sala de lo penal), 16 november 2005, zaak 197/2005, niet gepubliceerd.

261 Cass., 5 oktober 2004, zaak P041286, www.juridat.be

262 Cass., 5 juli 2005, zaak P050896, www.juridat.be; Cass., 19 juli 2005, zaak P051009N, www.juridat.be

263 Cass. (fr.), 5 augustus 2004, zaak 04-84511, http://www.legifrance.gouv.fr/; Cass. (fr.), 23 november 2004, zaak 04-86131, http://www.legifrance.gouv.fr/

264 Cass. (fr.), 26 oktober 2005, zaak 05-85847, http://www.legifrance.gouv.fr/; In onderhavige zaak had de betrokkene, die o.a. vervolgd werd voor valsheid in geschriften en misbruik van vertrouwen, erop gewezen dat hij als enige ouder de zorg droeg voor zijn vijftienjarige dochter, aangezien de moeder alle interesse voor haar dochter verloren had. Hij riep een schending in van art. 8 EVRM. De Cour de Cassation vernietigde het arrest wegens schending van de motiveringsplicht.

265 H.v.J; 3 mei 2006, zaak C-303/05; Advocaten van de wereld, http://curia.europa.eu/jurisp/cgi-bin/form.pl?lang=nl. In deze zaak werd de rechtsgeldigheid van het EAB kaderbesluit ter discussie gesteld. In eerste orde werd geargumenteerd dat er sprake was van een foutief rechtsinstrument. Het kaderbesluit zou in casu geen onderlinge aanpassing van wetgeving beogen, terwijl dit precies vereist is voor een kaderbesluit krachtens art. 34.2.b EU. Er werd beweerd dat de regeling enkel via een overeenkomst had kunnen worden geregeld. In tweede orde werd aangevoerd dat de afschaffing van de dubbele criminaliteitsvereiste in het kaderbesluit een schending uitmaakte van art. 6.2 EU (in casu het legaliteitsprincipe en het beginsel van gelijkheid en non-discriminatie). Het Hof heeft beide argumenten verworpen en de rechtsgeldigheid van het kaderbesluit bevestigd.

266 Wel kwam in het Gasparini arrest het EAB kaderbesluit kort aan bod toen het Hof naging of het beginsel non bis in idem toegepast kon worden in het geval van een definitieve vrijspraak wegens verjaring van het strafbare feit: H.v.J., 28 september 2006, zaak C-467/04, http://curia.europa.eu/jurisp/cgi-bin/form.pl?lang=nl, §31.

267 In het geval van een definitieve berechting in een andere EU lidstaat.

268 In het geval van een definitieve berechting in een niet-EU lidstaat.

269 H.v.J., 11 februari 2003, gevoegde zaken C-187/01 en C-385/01, Gözütok & Brügge, Jur.2003, I-1345.

270 H.v.J., Gözütok & Brügge, o.c., § 32.

271 H.v.J., Gözütok & Brügge, o.c., § 33.

272 Door de link tussen harmonisatie en wederzijdse erkenning ogenschijnlijk door te knippen, lijkt het Hof een verdergaande vorm van wederzijdse erkenning te bepleiten dan diegene die ze in de interne markt uitgebouwd heeft (cfr. supra hoofdstuk I). Het Hof schijnt, volgens sommige auteurs geen grenzen te stellen aan het principe van wederzijdse erkenning en lijkt dit principe bovendien te behandelen als een alternatief voor harmonisatie veeleer dan de complementariteit tussen beide technieken te benadrukken, zie o.a.: H. LABAYLE, “Architecte ou spectatrice? La Cour de Justice de l’Union dans l’espace de liberté, sécurité et justice”, RTD. Eur. 2006, 1-46.

273 H.v.J., 9 maart 2006, Zaak C-436/04, Van Esbroeck, Jur. 2006, I-2333, §29-31; H.v.J., 28 september 2006, Zaak C-150/05, Van Straaten, http://curia.europa.eu/jurisp/cgi-bin/form.pl?lang=nl, § 44; H.v.J., 28 september 2006, Zaak C-467/04, Gasparini e.a., Jur. 2006, http://curia.europa.eu/jurisp/cgi-bin/form.pl?lang=nl, § 29-30.

274 H.v.J., Advocaten van de wereld, o.c., § 59.

275 Zie o.a. M.I. VELDT FOGLIA, “Ruime uitleg van het ne bis in idem – beginsel in artikel 54 SUO. Geen tweede vervolging mogelijk indien verdachte met OM een transactie is aangegaan”, NTER 2003, 127-133. Ook de daarna gevelde derde pijler arresten Commissie t. Raad (H.v.J., 13 september 2003, Zaak C-176/03, Commissie t. Raad, Jur. 2005, I-7879) waarin het Hof erkent dat het strafrecht ook binnen de eerste pijler een rol te vervullen heeft en Pupino (H.v.J., 16 juni 2005, Zaak C-105/03, Pupino, Jur. 2005, I-5285), waarin het Hof het eerste pijler principe van de richtlijn conforme interpretatie toepast op derde pijler kaderbesluiten, zijn niet van kritiek bespaard gebleven en werden soms smalend afgedaan als een gouvernement des juges. Zie o.a. F.G.H. KRISTEN en J.B.M.H. SIMMELINK, “Europese integratie door de rechter: kaderbesluit-conforme interpretatie”, D.D. 2005, 1073 en 1074, die ‘het rechterlijk activisme’ van het Hof in Pupino‘gewaagd’ vindt. Inzake Commissie t. Raad zie bijvoorbeeld: S. MANACORDA, “Judicial activism dans le cadre de l’Espace de liberté, sécurité et justice de l’Union européenne”, RSC 2005, 940.


276 H.v.J., Gözütok & Brügge, o.c., § 40; zie ook de hierbij horende Conclusies advocaat-generaal Colomer, 19 september 2002, §111.

277 H.v.J., Gözütok & Brügge, o.c., § 38; H.v.J., Van Esbroeck, o.c., § 33-34; H.v.J., Gasparini e.a., o.c., § 27.

278 Van Esbroeck, o.c., § 34.

279 Van Straaten, o.c., §57-59.

280 H.v.J., 10 maart 2005, Zaak C-469/03, Miraglia, Jur. 2005, I-2009, § 34.

281 H.v.J., Gasparini e.a., o.c., §34-37.

282 Voor een korte toelichting bij deze arresten, zie: C. JANSSENS, ‘Het Europees aanhoudingsbevel onder vuur: hebben de nationale (grondwettelijke) hoven het laatste woord?’, R.W. 2006-2007, 415-418.

283 Zoals toegelicht door T. Magno, op de hoger vermelde ERA Conferentie in oktober 2006.

284 Zie o.a.: H.v.J., 18 juni 1991, zaak C-260/89, ERT, Jur.1991, I-2925.

285 H.v.J., 12 juni 2003, zaak C-112/00, Schmidberger, Jur. 2003, I-5659; H.v.J., 18 maart 2004, zaak C-36/02, Omega, Jur. 2004, I-9609.

286 H.v.J., Pupino, o.c., § 44-47 en § 57-60. Daarnaast kan de kaderbesluitconforme interpretatie niet leiden tot een contra legem interpretatie en moet ze ook conform andere algemene principes van EG recht zijn (zoals het legaliteitsprincipe en het niet-retroactiviteitsprincipe).

287 H.v.J., Advocaten van de wereld, o.c., § 45en § 53.

288 H.v.J., Pupino, o.c., § 36.

289 H.v.J., Pupino, o.c., § 41-42.

290 Wat de samenwerking tussen nationale rechters betreft, kan in dit verband o.a. melding worden gemaakt van een netwerk van de presidenten van de hoogste rechtscolleges van de Europese Unie, zie: http://www.rpcsjue.org/uk/rpcsjue.php?nopage=187. De uitwisseling van informatie tussen rechters in verschillende lidstaten en het verwerven van kennis over de rechterlijke systemen van andere lidstaten zijn, volgens de participanten, de sleutel tot een efficiënte wederzijdse erkenning tussen lidstaten. Het belang van dergelijke netwerken werd ook door F. Frattini, Commisaris verantwoordelijk voor de ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid, benadrukt op een lezing begin 2007: F. FRATTINI, “L’Europe et le droit”, 8 januari 2007, speech/07/3, http://europa.eu/rapid/pressReleasesAction.do?reference=SPEECH/07/3&format=HTML&aged=0&language=FR&guiLanguage=en

291 Bepaalde aspecten van de traditionele prejudiciële procedure zouden hierbij aangepast worden zoals bijvoorbeeld een inperking van het aantal betrokken partijen in de procedure; minder vertalingen; kortere deadlines en maximum lengte voor het indienden van opmerkingen; geen geschreven conclusie van de advocaat-generaal…Voor een beschrijving van twee scenario’s die momenteel onderzocht worden, zie: Raad van de Europese Unie, discussie paper over de behandeling van prejudiciële vragen inzake de ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid, 28 september 2006, beschikbaar via: http://curia.europa.eu/en/instit/txtdocfr/documents/06208.pdf


292 Vanuit methodologisch oogpunt dient herhaald te worden dat de onderzochte rechtscolleges niet allen in eerste aanleg beslissen. Enkel de Audiencia Nacional en de High Court beslissen in eerste (en meestal laatste) aanleg. De overige rechtscolleges beslissen in twee of soms zelfs derde aanleg, waardoor de hieraan gekoppelde cijfers niet meer een getrouw beeld geven over het overleveringspercentage van die lidstaat. Er kan immers niet achterhaald worden in hoeveel beslissingen er in eerste aanleg al beslist werd tot overlevering.

293 Er dient voor ogen gehouden te worden dat het perfect mogelijk is dat in één EAB -verzoek verschillende misdrijven gecombineerd werden. De analyse voor het Hof van Cassatie werd hier buiten beschouwing gelaten omdat slechts in een minderheid van deze arresten expliciet vermeld werd op welk misdrijf het onderliggend arrest betrekking had. Tot slot geldt hier ook het voorbehoud dat bij bijlage 1 in voetnoot gemaakt werd: overleveringsverzoeken die enkel in eerste aanleg behandeld werden in BE, FR en VK, komen hier niet tot uiting.



1   2   3   4   5   6   7   8   9   10


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina