Student: Christine Janssens



Dovnload 0.7 Mb.
Pagina9/10
Datum22.07.2016
Grootte0.7 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10
no part of it occurs in the United Kingdom;

-a certificate issued by an appropriate authority of the category 1 territory shows that the conduct falls within the European framework list;

-the certificate shows that a sentence of imprisonment or another form of detention for a term of 12 months or a greater punishment has been imposed in the category 1 territory in respect of the conduct.

172 High Court, 20 oktober 2004, Cando Armas, en House of Lords, 17 november 2005, Cando Armas . http://www.bailii.org/form/search_cases.html , § 17. Art. 65 (3) Extradition Act 2003 bepaalt dat er ook sprake is van een extradition offence indien:

-the conduct occurs in the category 1 territory;

-the conduct would constitute an offence under the law of the relevant part of the United Kingdom if it occurred in that part of the United Kingdom;

-a sentence of imprisonment or another form of detention for a term of 4 months or a greater punishment has been imposed in the category 1 territory in respect of the conduct.

Deze bepaling is, afgaande op de minimum strafbaarheidsvereisten, wellicht ontworpen voor de niet-lijstfeiten. Doch de House of Lords wijst erop dat niets in de wettekst verhindert dat ze ook toegepast wordt op lijstfeiten.



173 De belangen die bij zo’n afweging in overweging worden genomen, zijn: de plaats waar de strafbare feiten gepleegd zijn; de plaats waar de opsporing en vervolging aangevangen zijn; de plaats waar de bewijzen voorhanden zijn; de plaats waar medeverdachten vervolgd worden (of reeds veroordeeld zijn); de plaats waarvoor (de verdovende middelen) bestemd waren; de rechtsorde die het meest geraakt is; en -in laatste instantie-: het belang van de betrokkene om in Nederland vervolgd te worden. Zie bijvoorbeeld: Rechtbank Amsterdam, 30 juli 2004, zaak 13.097.094-04, http://www.rechtspraak.nl/default.htm.

174 De enkele arresten, waar de rechtbank de beslissing van het openbaar ministerie niet onderschreven heeft, werden bijna allemaal vernietigd door de Hoge Raad omdat de rechtbank haar marginale toetsingsbevoegdheid te buiten zou zijn gegaan of omdat ze humanitaire redenen mee in rekening nam, die zij als rechtbank niet mee in rekening mocht nemen. Zie bijvoorbeeld Rechtbank Amsterdam, 1 april juli 2005, zaak 13.097.278-04, http://www.rechtspraak.nl/default.htm, waar de rechtbank bezweek voor het argument dat de betrokkene gehuwd was met een Bosnische echtgenote, met wie hij een kind had en die voor hun levensonderhoud en verblijfsvergunning van hem afhankelijk waren. Dit werd vernietigd door: Hoge Raad, 28 november 2006, zaak 01397/06CW, http://www.rechtspraak.nl/default.htm. Rechtbank Amsterdam, 12 mei 2006, zaak 13.497.038-2006, http://www.rechtspraak.nl/default.htm, waar de rechtbank, in tegenstelling tot het parket, oordeelde dat de Nederlandse rechtsorde meer geraakt was omdat Duitsland slechts een transitland was voor de drugs. Dit arrest werd vernietigd door de Hoge Raad, 28 november 2006, zaak 01398/06CW omdat de rechtbank haar marginale beoordelingsbevoegdheid overschreden had.

175 Een opmerkelijk arrest in dit verband is: Rechtbank Amsterdam, 20 mei 2005, zaak 13.497.038-2006, http://www.rechtspraak.nl/default.htm. De betrokkene, een Nederlander, die het zoontje van zijn Zweedse partner met haar medeweten, onttrokken had aan het wettig gezag van de Zweedse vader door het mee te brengen naar Nederland, en deze feiten overigens niet betwistte, werd niet overgeleverd aan Zweden. De rechtbank vond dat de persoonlijke elementen in dit dossier moesten primeren (de betrokkene had een blanco strafblad, een job, een hypotheek op een huis en hij droeg de zorg voor de dochter van zijn Zweedse partner en voor zijn zieke vader).

176 Tenzij wanneer het eigen onderdanen betreft en dan enkel om de betrokkene een terugkeergarantie toe te kennen, doch nooit om een overlevering te verhinderen: Audiencia Nacional (sala de lo penal), 15 juni 2004, zaak 46/2004, www.laley.es.

177Audiencia Nacional (sala de lo penal), 10 februari 2004, www.laley.es en Audiencia Nacional (sala de lo penal), 1 april 2004, zaak 23/2004, www.laley.es, waar er in beide gevallen sprake was van een groot opgezette fraudezaak die zich deels in Spanje en deels in Finland voltrokken had, oordeelde de Spaanse rechtbank dat Finland rechtsmacht had omdat het over Finse slachtoffers ging die in Finland geld overhandigd hadden met het oog op de aankoop van Spaanse vakantiehuizen via het Time sharing model en de schade dus vooral in Finland ontstaan was bij de kopers. In een andere zaak oordeelde de rechtbank dat Frankrijk het best geplaatst was omdat zich daar de bewijzen bevonden en de drugs bovendien bestemd waren voor de Franse markt: Audiencia Nacional (sala de lo penal), 3 juni 2004, zaak 60/2004, www.laley.es. Gelijkaardige argumenten weerklonken in: Audiencia Nacional (sala de lo penal), 10 juni 2005, zaak 117/2005, niet gepubliceerd; en Audiencia Nacional (sala de lo penal), 24 juni 2005, zaak 71/2005, niet gepubliceerd.

178 Zo bijvoorbeeld in drie terrorismezaken. Het openbaar ministerie ging in Cassatie tegen deze beslissing, maar ving bot, omdat de chambre d’instruction haar beslissing voldoende gemotiveerd had en de feiten zich effectief deels in San Sebastian (Spanje) en deels in Bayonne (Frankrijk) voltrokken hadden: Cass. (fr.), 8 juli 2004, zaak 04-83663, http://www.legifrance.gouv.fr/; Cass. (fr.), 8 juli 2004, zaak 04-83662, http://www.legifrance.gouv.fr/; Cass. (fr.), 8 juli 2004, zaak 04-83664, http://www.legifrance.gouv.fr/.

179 Cass. (fr.), 18 oktober 2006, zaak 06-87261, http://www.legifrance.gouv.fr/.

180 Rechtbank Amsterdam, 2 december 2005, zaak 13.497.443-2005, , http://www.rechtspraak.nl/default.htm, vernietigd door Hoge Raad, 28 november 2006, zaak 00730/06CW, , http://www.rechtspraak.nl/default.htm. In overeenstemming hiermee, weigerde de rechtbank van Amsterdam dan ook in een later arrest om een psychische problematiek of broze gezondheidstoestand mee in overweging te nemen: Rechtbank Amsterdam, 12 mei 2006, zaak 13.497.043-2005, http://www.rechtspraak.nl/default.htm.

181 Rechtbank Amsterdam, 7 juli 2006, zaak 13.497.311-2006, http://www.rechtspraak.nl/default.htm. De betrokkene, die lid was van een criminele organisatie, riep in dat hij aan suikerziekte leed en dat een slechte behandeling een verslechtering van zijn toestand, mogelijk zijn dood, tot gevolg kon hebben. Er wordt evenmin geoordeeld dat er sprake is van een schending van art. 3 of 5 EVRM in een zaak waar de betrokkene tot een interneringsmaatregel veroordeeld was. De vraag of er in België een structureel gebrek aan plaatsen voor psychiatrische patiënten was, werd omzeild. De rechtbank oordeelde eenvoudigweg dat de betrokkene zelf zijn plaats verspeeld had door er weg te lopen. Bovendien stelde de rechtbank dat dit verweer dan maar in België gevoerd moest worden (indien er effectief een plaatsgebrek zou blijken te zijn). Rechtbank Amsterdam, 19 december 2006, zaak 13.497.613-2006, http://www.rechtspraak.nl/default.htm.

182 In de Boudhiba (§ 59-64) zaak stelde een eerste psychiater een klinische depressie met psychotische kenmerken vast, waaronder zelfmoordneigingen. Een volgende psychiater oordeelde, dat de betrokkene één grote comedie opvoerde. Een derde psychiater meende dat de lage IQ van de betrokkene een invloed kon uitoefenen op zijn gedrag en hij mogelijk niet geschikt was om een proces bij te wonen. Deze procedures hadden lang genoeg aangesleept en de High Court verwierp dan ook het verzoek om een vierde psychiater aan te stellen en de betrokkene werd overgeleverd.

183 High Court, Boudhiba, o.c., 65.

184 Cass. (fr.), 28 november 2006, zaak 06-87917, http://www.legifrance.gouv.fr/

185 Cass. (fr.), 29 november 2006, zaak 06-88142, http://www.legifrance.gouv.fr/

186 Audiencia Nacional (sala de lo penal), 27 Februari 2004, zaak 22/2004, www.laley.es. In casu leed de betrokkene aan de ziekte ‘ca epidermoida de amigdala derecha con extensión caudal (14N2b Mx) en kreeg hij daarvoor palliatieve zorgen en chemotherapie toegediend. Eén rechter van de Audiencia Nacional formuleerde, hetgeen uitzonderlijk is, een afwijkende mening, waarin hij bekritiseerde dat de uitspraak tot stand gekomen was zonder aandacht te hebben voor de werkelijke gezondheidstoestand van de betrokkene. Het kaderbesluit zelf voorziet dat een overlevering opgeschort kan worden indien er humanitaire redenen voorhanden zijn, en deze werden, aldus de afwijkende rechter, in deze zaak volledig genegeerd.

187Audiencia Nacional (sala de lo penal), 22 december 2004, zaak 204/2004, www.laley.es; Audiencia Nacional (sala de lo penal), 11 januari 2005, zaak 231/2004, www.laley.es; Audiencia Nacional (sala de lo penal), 11 oktober 2005, zaak 154/2005, www.laley.es

188 Cass., 11 mei 2004, zaak PO40660N, www.juridat.be.

189 Cass. (fr.), 12 juli 2006, zaak 06-84256, http://www.legifrance.gouv.fr/, waar het Franse Hof de stellingname van de chambre d’instruction aanvaardde volgens dewelke er in casu geen probleem was omdat de zaak naar Oostenrijks recht niet verjaard was, zonder evenwel oog te hebben voor de eventuele Franse verjaringstermijn. Cass. (fr.), 29 november 2006, zaak 06-881422, http://www.legifrance.gouv.fr/, waar ze stelde dat de chambre d’instruction terecht geoordeeld had dat de overlevering niet door kon gaan omdat de (fraude) zaak verjaard was naar Frans recht (drie jaar).

190 In beide zaken had de betrokkene immers de Franse nationaliteit en de Franse wetgeving voorziet dan in rechtsmacht (artikel 113-6 Code Pénal).

191 Cass. (fr.), 26 april 2006, zaak 06-82164 , http://www.legifrance.gouv.fr/

192 High Court, 22 februari 2005, Convery, http://www.bailii.org/form/search_cases.html §10. Voor de Audiencia Nacional werd twee maal beroep gedaan op een onschuldverweer in het kader van een zogezegde identiteitsverwisseling. De Audiencia nacional verwierp dit verweer twee maal omdat de opgevorderde identiteit (in grote mate) overeen stemde met die van de betrokkene: Cfr. supra: “A. De inhoud van het EAB”. In een andere zaak stelde de betrokkene eenvoudigweg dat hij de feiten niet gpleegd had en repliceerde de Audiencia Nacional dat hij dergelijk verweer enkel voor de rechter ten gronde kon inroepen: Audiencia Nacional (sala de lo penal), 16 januari 2006, zaak 9/2005, www.laley.es

193 Stukken uit de boekhouding mogen niet mee in rekening genomen worden omdat de bewijsvraag niet aan de overleveringsrechter toekomt: Rechtbank Amsterdam, 27 mei 2005, zaak 13/497084-05, http://www.rechtspraak.nl/default.htm. Getuigen die verklaren dat de betrokkene onschuldig is, mogen niet mee in rekening worden genomen, want ze betreffen de bewijslast, die door de uitvaardigende lidstaat moet onderzocht worden, bovendien rijzen er vragen inzake betrouwbaarheid: Rechtbank Amsterdam, 26 mei 2006, zaak 13/497102-06, http://www.rechtspraak.nl/default.htm. Het feit dat er onrechtmatige tapes zouden gebruikt zijn, raakt eveneens de bewijswaarde, en kan dus niet beoordeeld worden. Bovendien benadrukt de rechtbank dat er moet uitgegaan worden van wederzijds vertrouwen in de buitenlandse autoriteiten: Rechtbank Amsterdam, 10 oktober 2006, zaak 13/497485-06, http://www.rechtspraak.nl/default.htm

194 Art. 26.4 Overleveringswet: “Beweert de opgeëiste persoon niet schuldig te zijn aan de feiten waarvoor zijn overlevering wordt verzocht, dan dient hij dat tijdens het verhoor aan te tonen en onderzoekt de rechtbank die bewering”.

195 Van de 178 arresten die geraadpleegd werden, bleek in slechts één arrest de Rechtbank van Amsterdam, te zwichten voor het onschuldverweer van de betrokkene. Deze legde een ziekenhuisattest voor waaruit bleek dat hij op de data van het misdrijf was opgenomen in een Roemeens ziekenhuis voor een virale hepatitis A& B. Rechtbank Amsterdam, 10 februari 2006, zaak 13.497.545-2005, http://www.rechtspraak.nl/default.htm. Het feit dat de betrokkene via in – en uitreisstempels op zijn (Chileense) paspoort poogde aan te tonen dat hij niet in de desbetreffende lidstaat aanwezig had kunnen zijn, werd niet gehonoreerd. In een Europese Unie zonder grenzen, is het immers zeer gemakkelijk om zonder paspoort grenzen te passeren; bovendien is het ook zeer makkelijk om aan een vals of vervalst paspoort te geraken: Rechtbank Amsterdam, 27 augustus 2004, zaak 13/097114-04, http://www.rechtspraak.nl/default.htm. Soms wordt naar aanleiding van een geloofwaardig onschuldverweer bijkomende informatie opgevraagd. Een persoon die kon aantonen dat hij op het ogenblik van de feiten gedetineerd was, bleek, na aanvullende informatie, de feiten op een ander ogenblik gepleegd te hebben, en werd dus wel overgeleverd: Rechtbank Amsterdam, 13 oktober 2006, zaak 13/497422-06, http://www.rechtspraak.nl/default.htm

196 Rechtbank Amsterdam, 2 juli 2004, zaak 13.097.056-2004, http://www.rechtspraak.nl/default.htm

197 Cass. (fr.), 5 april 2006, zaak 06-81835, http://www.legifrance.gouv.fr/

198 Zie o.a.: Cass. (fr.), 30 maart 2005, zaak 05-81221, http://www.legifrance.gouv.fr/; Cass. (fr.), 31 maart 2005, zaak 05-81260, http://www.legifrance.gouv.fr/; Cass. (fr.), 19 april 2005, zaak 05-81678, http://www.legifrance.gouv.fr/; Cass. (fr.), 25 mei 2005, zaak 05-82525, http://www.legifrance.gouv.fr/; Cass. (fr.), 5 april 2006, zaak 06-81835, http://www.legifrance.gouv.fr/

199 Art. 11 Overleveringswet spreekt expliciet van een flagrante schending. Volgens sommige auteurs was deze precisering beter weggelaten: zie H. SANDERS, Het Europees aanhoudingsbevel. Nederlands en Belgisch overleveringsrecht in hoofdlijnen, Antwerpen, Intersentia, 2007, 23 en de aldaar in voetnoot vermelde auteurs.

200 Rechtbank Amsterdam, 2 juli 2004, zaak 13.097.056-2004, http://www.rechtspraak.nl/default.htm; Rechtbank Amsterdam, 22 april 2005, zaak 13.097.240-2004 http://www.rechtspraak.nl/default.htm.

201 Rechtbank Amsterdam, 15 oktober 2004, zaak 13.097.153-2004, http://www.rechtspraak.nl/default.htm. Ook algemene aantijgingen of vooroordelen die stellen dat de nieuw toegetreden lidstaten het EVRM niet zouden respecteren, worden niet in acht genomen: Rechtbank Amsterdam, 24 december 2004, zaak 13.097.228-2004, http://www.rechtspraak.nl/default.htm (m.b.t. Estland); Rechtbank Amsterdam, 21 januari 2005, zaak 13.097.243-2004, http://www.rechtspraak.nl/default.htm (m.b.t. Slovakije, waar de rechtbank er bovendien op wijst dat er bevredigende rapporten zijn voor Slovakije inzake de redelijke termijn). Ook de parlementaire voorbereidene werken maken duidelijk dat de Nederlandse overleveringswet een beoordeling van de risico’s in het concrete geval vereist: H. SANDERS, o.c., 23 en 65. Er zijn op dit vlak grote gelijkenissen met de Belgische situatie, waar de parlementaire stukken eveneens benadrukken dat het moet gaan om de beoordeling van concrete omstandigheden en niet om een politieke beoordeling van een situatie in een lidstaat: Parl. St. Kamer, 2003-2004, nr. 279/001, 12.

202 Rechtbank Amsterdam, 25 oktober 2005, zaak 13.497.352-2005 http://www.rechtspraak.nl/default.htm, waar gesteld werd dat een artikel van de Nederlandse overleveringswet in strijd zou zijn met art. 6 EVRM; Rechtbank Amsterdam, 12 mei 2006, zaak 13.497.221-2006 http://www.rechtspraak.nl/default.htm.

203 Cass., 1 maart 2006, zaak P060280F, www.juridat.be. In andere arresten benadrukt het Hof van Cassatie daarentegen dat artikel 6 EVRM niet van toepassing is op de onderzoeksgerechten die zich uitspreken over de tenuitvoerlegging van een EAB: zie o.a. Cass., 28 december 2004, zaak PO41665F, www.juridat.be; Cass., 2 augustus 2006, zaak P061128F, www.juridat.be; Cass., 21 februari 2006, zaak P060243, www.juridat.be.

204 Tribunal Constitucional, 14 februari 2005, zaak 74/2005, www.laley.es, waar het grondwettelijk hof de zaak eerst opgeschort had en vervolgens erkende dat er sprake was van een schending van het recht op bijstand van een advocaat naar keuze. Dit recht kon immers enkel in uitzonderlijke omstandigheden (bijvoorbeeld voor terroristische misdrijven) ingeperkt worden. In een andere zaak stelde het Tribunal Constitucional dat er geen sprake was van een schending van een fundamenteel recht toen de verweerder inriep dat de wettelijke termijn van 60 dagen verstreken was. Het hof riep in dat deze overschrijding in casu verantwoord was omdat er extra informatie opgevraagd was om de juistheid van de data te controleren. Bovendien was er evenmin sprake van een arbitraire beslissing: Tribunal Constitucional, 30 januari 2006, zaak 30/2006, www.laley.es. Indien er daarentegen een uitspraak gevallen is en de betrokkene vervolgens niet binnen de tien dagen overgeleverd wordt omwille van informaticatechnische problemen van Interpol, is er wel sprake van een schending van een grondwettelijk recht (nl. het recht om enkel van zijn vrijheid beroofd te worden onder de voorwaarden die de wet voorschrijft, art. 17 Spaanse Grondwet). In dit geval werd de beslissing van de Audiencia Nacional vernietigd en de betrokkene in vrijheid gesteld: Tribunal Constitucional, 27 maart 2006, zaak 99/2006, www.laley.es. Soms bleek er binnen het grondwettelijk hof grote onenigheid over hoe ver de controle bevoegdheden van dit hof reikten: Tribunal Constitucional, 10 november 2005, zaak 292/2005, www.laley.es

205 Zie de afwijkende mening van rechter J. Rodríguez-Zapata Pérez, bij het arrest van 14 februari 2005, die erop wijst dat de opschorting van een overlevering van iemand die voor zes jaar veroordeeld werd wegens drughandel, een ernstige verstoring van het algemeen belang en de goede werking van het EAB teweeg brengt en dan ook enkel in casos extremadamente excepcionales zou toegepast mogen worden, hetgeen in casu niet het geval was volgens hem.

206 C. OVEY & R. WHITE, Jacobs and White, The European Convention on Human Rights, Oxford, Oxford University press, 2002, 167.

207 High Court, 15 februari 2006, Hunt, http://www.bailii.org/form/search_cases.html, § 22-26, was er sprake van een culpable delay (de Belgische overheid zou geen zinvolle verklaring hebben kunnen geven voor het tijdsverloop, in een zaak die voor de High Court allesbehalve complex leek), én bovendien bleek dat de betrokkene nu een zware verantwoordelijkheid droeg voor zijn vrouw zodat een overlevering voor het misdrijf (witwassen), dat bijna tien jaar geleden had plaats gevonden, afgewezen werd. Persoonlijke elementen (in concreto: een zwangere en zieke vrouw) waren daarentegen geen overtuigende elementen in een andere zaak, waar bleek dat de betrokkene zijn criminele levensstijl in tussentijd duidelijk niet had opgegeven en de verlopen termijn ook minder lang was (vijf en een half jaar): High Court, 15 november 2005, Owalibi , http://www.bailii.org/form/search_cases.html, § 14-15.

208 High Court, Owalibi, o.c., § 7. High Court, 28 november 2006, Lisowski, http://www.bailii.org/form/search_cases.html,, § 11. In deze zaak, waar de betrokkene vervolgd werd voor twee (lichte) fraudegevallen, werd geoordeeld dat het onmogelijk zou zijn om 11 jaar na datum nog betrouwbare getuigenissen te vinden.

209 In het hoger vermelde arrest Kociukow (§11) stelt de High Court dat ze geen idee heeft of de betrokkene bewust naar het Verenigd Koninkrijk ‘gevlucht’ is en de Poolse autoriteiten hem daardoor niet hebben kunnen opsporen of dat de Poolse autoriteiten gewoon geen moeite gedaan hebben om hem op te sporen (en daardoor schuld treffen aan het tijdsverloop). De betrokkene krijgt het voordeel van de twijfel. Ook in de andere Poolse zaak, Lisowski, waar de bevoegde autoriteiten benadrukten dat ze naarstig naar hem op zoek waren geweest, doch dat de betrokkene zich duidelijk wou onttrekken aan de Poolse justitie door zich in het V.K. schuil te houden, werd het pleit in het voordeel van de betrokkene beslecht; High Court, Lisokwsi, o.c., §23-24. Indien daarentegen wel duidelijk blijkt dat de betrokkene de tijdsduur mee beïnvloed heeft, wordt er meestal wel tot overlevering beslist. Zie bijv.: High Court, 3 oktober 2006, Prancs, http://www.bailii.org/form/search_cases.html,, § 21, waar de betrokkene een overeenkomst, waarin hij aan het O.M. beloofd had in Letland te blijven, geschonden had. Of High Court, 14 juni 2006, Dziedzick, http://www.bailii.org/form/search_cases.html,, § 7, waar de betrokkene over vroegere veroordelingen gelogen had en daardoor zijn geloofwaardigheid op het spel had gezet en er daarom aangenomen werd dat hij wel degelijk uit Duitsland gevlucht was en daardoor zelf de termijn mee beïnvloed had.

210 Zie nochtans in Dziedzic (§10) de lofbetuiging jegens het Duitse strafrechtelijk systeem waar de High Court overtuigd is dat -ondanks een tijdsverloop van 15 jaar!- er nog een degelijk proces gevoerd zal kunnen worden.

211 High Court, Boudhiba, o.c., § 52-54.

212 High Court, Hilali, o.c., § 88-89.

213 Zo stelde ze eerst principieel dat het aan de uitvaardigende lidstaat toekwam om eventuele schendingen van de redelijke termijn te beoordelen: Rechtbank Amsterdam, 29 oktober 2004, zaak 13.097.162-2004 http://www.rechtspraak.nl/default.htm. In latere arresten stelde ze dat er moest worden nagegaan of er nog een effective remedy ter beschikking stond van de betrokkene in de lidstaat; Rechtbank Amsterdam, 1 maart 2005, zaak 13.097.308-2004 http://www.rechtspraak.nl/default.htm

214 Rechtbank Amsterdam, 20 mei 2005, zaak 14.497.088-2005 http://www.rechtspraak.nl/default.htm

215 De overlevering werd in een paar zaken geweigerd op basis van een schending van de redelijke termijn: Rechtbank Amsterdam, 1 juli 2005, zaak 13.497.088-2005 http://www.rechtspraak.nl/default.htm; Rechtbank Amsterdam, 4 januari 2006, zaak 13.497.418-2005 http://www.rechtspraak.nl/default.htm; Rechtbank Amsterdam, 12 juni 2006, zaak 13.497.407-2005 http://www.rechtspraak.nl/default.htm


1   2   3   4   5   6   7   8   9   10


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina