Subsidiereglement voor milieuverantwoorde, gezonde en participatief gebouwde jeugdwerkinfrastructuur



Dovnload 109.86 Kb.
Datum16.08.2016
Grootte109.86 Kb.
Subsidiereglement voor milieuverantwoorde, gezonde en participatief gebouwde jeugdwerkinfrastructuur

VIBE vzw


17/09/2007


Colofon 12


1. Duiding en aandachtspunten

1.1. Doel

Dit model voor subsidiereglement is één van de werkinstrumenten van het Project Duurzame Jeugdwerkinfrastructuur dat VIBE in samenwerking met Locomotief en met de steun van de Vlaamse overheid lanceerde. Met dit project wilt VIBE zowel de lokale jeugdgroepen en overheden als de nationale koepels van het jeugdwerk en de betrokken bouwprofessionelen informeren en bijstaan om zo een meer toekomstgerichte jeugdinfrastructuur te ontwikkelen.

Een subsidiereglement voor milieuverantwoorde, gezonde en participatief gebouwde jeugdwerkinfrastructuur kan bijdragen om de jeugdverenigingen te overtuigen meer aandacht te schenken aan duurzaamheidsaspecten bij het bouwen, verbouwen of renoveren van hun jeugdlokaal of jeugdhuis.

Naast dit model voor subsidiereglement heeft VIBE een aantal andere producten ontwikkeld:



  • stappenplannen voor nieuwbouw of verbouwingen

Deze stappenplannen zijn een algemene handleiding voor de jeugdverenigingen (en hun architect) om hun duurzame droom waar te maken.

  • leer-mee(r)-map: speelse kennismaking met duurzaam bouwen

In deze map kan de leiding tips terugvinden om de groep warm te maken voor duurzaam bouwen.

  • doe-het-zelf-fiches voor jeugdverenigingen

Met deze fiches kunnen de jeugdverenigingen zelf aan de slag: met isoleren, een binnenmuur te bouwen…

  • technische fiches voor architecten en andere deskundigen

In de technische fiches vind je beschrijvingen en tekeningen van opbouwen, de keuzes van materialen (van ruwbouw tot afwerking)…

Alle documenten kan je downloaden op de website www.vibe.be > Downloads > jeugdwerkinfrastructuur.

1.2. Totstandkoming van dit document

Een jaar geleden heeft VIBE vzw een bevraging gedaan bij de lokale besturen om na te gaan of er al subsidiereglementen bestonden die duurzaamheidsmaatregelen bevorderen en om na te gaan welke lokale besturen wilden meewerken aan het opstellen van een subsidiereglement voor milieuverantwoorde, gezonde en participatief gebouwde jeugdinfrastructuur.

Wij hebben individuele gesprekken gehad met enkele voorlopergemeenten en de Vereniging van Vlaamse Jeugddiensten en –consulenten (VVJ). Na een bespreking met de voorlopergemeenten (op 27 april 2007) en terugkoppeling met de VVJ hebben wij een definitief ontwerp opgemaakt.

1.3. Hoe dit document gebruiken?

VIBE wil met dit document de gemeentes helpen bij het opstellen van een subsidiereglement voor milieuverantwoorde, gezonde en participatief gebouwde jeugdwerkinfrastructuur. Dit document is eigenlijk geen echt model voor subsidiereglement, maar eerder een handleiding. Een subsidiereglement ontstaat best door een goede dialoog te voeren tussen gemeentelijke ambtenaren (jeugd-, milieu-, en technische dienst) en de jeugdsector. Wij willen daarom enkel tips geven bij het implementeren van subsidies voor duurzame maatregelen in jeugdwerkinfrastructuur.


Indien uw gemeente al over een subsidiereglement voor jeugdwerkinfrastructuur beschikt, kunt u er een bepaald deel of artikel aan toevoegen.

In hoofdstuk 2 vindt u een oplijsting van energiebesparende maatregelen, milieuvriendelijke materialen en waterbesparende maatregelen die meer gesubsidieerd zouden kunnen worden dan andere, om op deze manier de jeugdverenigingen aan te zetten meer aandacht te schenken aan duurzaamheidsaspecten bij het bouwen, verbouwen of renoveren van hun jeugdlokaal of jeugdhuis.


Indien uw gemeente nog geen subsidiereglement heeft, kunt u dit document als basis gebruiken. Wij raden in dit geval aan om de publicatie ‘Tandem, samenwerking van vereniging en gemeente’ van de Koning Boudewijnstichting (Redig G. et al, 2001) grondig door te nemen.
In hoofdstuk 3 vindt u ter illustratie enkele voorbeelden van subsidiereglementen.

2. Duurzame maatregelen: energiebesparende maatregelen, milieuvriendelijke materialen en waterbesparende maatregelen

Om jeugdverenigingen aan te sporen meer aandacht te schenken aan duurzaamheidsaspecten bij het bouwen, verbouwen of renoveren van hun jeugdlokaal of jeugdhuis worden energiebesparende maatregelen, milieuvriendelijke materialen en waterbesparende maatregelen best meer gesubsidieerd dan andere.

Om dit te bereiken, kunt u op de volgende manier te werk gaan. Laat de jeugdvereniging de werkzaamheden in twee kolommen indelen: enerzijds duurzame maatregelen (energiebesparende maatregelen, milieuvriendelijke materialen en waterbesparende maatregelen) en anderzijds maatregelen die dit niet zijn. De eerste kolom kunt u eventueel nog eens opsplitsen in zeer vergaande maatregelen (kolom A) (die meer gesubsidieerd worden) en minder vergaande maatregelen (kolom B) (die minder gesubsidieerd worden).

Elke gemeente kiest zelf voor welke maatregelen zij meer subsidies geeft. VIBE vzw geeft hierbij een opsomming van mogelijke extra subsidieerbare maatregelen. Deze lijst kan in de loop van tijd aangepast of uitgebreid worden door VIBE vzw of de gemeente.




Hoe meer energiebesparende maatregelen, milieuvriendelijke materialen en waterbesparende maatregelen de gemeente oplijst, hoe groter het maximale subsidiebedrag moet zijn in vergelijking met het basissubsidiebedrag.



Energiebesparende maatregelen, milieuvriendelijke materialen en waterbesparende maatregelen

Kolom A

Kolom B

Bv. 80% gesubsidieerd

Bv. 60% gesubsidieerd

2.1. Energiebesparende maatregelen

2.1.1. Isolatie en luchtdichting

Wetende dat het isoleren van jeugdwerkinfrastructuur van groot belang is, en dat niet enkel de isolatiedikte, maar ook de goede opbouw van dak, muur en vloer, en het soort isolatiemateriaal van belang zijn, kunnen er naast subsidies voor isolatie en superisolerende beglazing, ook subsidies voor winddichting, luchtdichting en luchtdichtingstests geïntroduceerd worden.



2.1.1.1. Isolatie van daken, muren en vloeren

Zie technische fiche: ‘Isolatie(materialen)’ op www.vibe.be > Downloads > Jeugdwerkinfrastructuur



Zeer dikke isolatie met bio-ecologische isolatiematerialen1

Dak: 0,2 W/m²K (ca.18 cm)

Muur: 0,3 W/m²K (ca.12 cm)

Vloer boven kelder: 0,3 W/m²K (ca.12 cm)

Vloer op volle grond: 0,4 W/m²K (ca.9 cm)


Zeer dikke isolatie met niet-bio-ecologische isolatiematerialen:

Dak: 0,2 W/m²K (ca.18 cm)

Muur: 0,3 W/m²K (ca.12 cm)

Vloer boven kelder: 0,3 W/m²K (ca.12 cm)

Vloer op volle grond: 0,4 W/m²K (ca.9 cm)
Isolatie met bio-ecologische isolatiematerialen met een isolatiewaarde die voldoet aan de EPB:

Dak: 0,4 W/m²K (ca.10 cm)

Muur: 0,6 W/m²K (ca.6 cm)

Vloer: 0,6 W/m²K (ca.6 cm)



2.1.1.2. Hoogrendementsbeglazing

Zie technische fiche: ‘Buitenschrijnwerk’ op www.vibe.be > Downloads > Jeugdwerkinfrastructuur



Hoogrendementsbeglazing (U-waarde is maximaal 1,1 W/m²K)

Hoogrendementsbeglazing (U-waarde is maximaal 1,3 W/m²K)

2.1.1.3. Winddichting/onderdak

Zie technische fiche: ‘Daken’ en ‘Muren’ op www.vibe.be > Downloads > Jeugdwerkinfrastructuur



Winddichting/onderdak uit plantaardige basisgrondstoffen (halfzachte houtvezelplaat)

Winddichting/onderdak uit minerale basisgrondstoffen

2.1.1.4. Luchtdichtingsmembraan

Zie technische fiche: ‘Daken’ en ‘Muren’ op www.vibe.be > Downloads > Jeugdwerkinfrastructuur



  • luchtdichtingsmembraan met een µd-waarde van maximaal 5 m

  • variabel luchtdichtingsmembraan (volgens DIN EN 12572)




2.1.1.5. Luchtdichtingstest

Een luchtdichtheidstest (Blower Door) laten uitvoeren en, de waardes voldoen aan onderstaande criteria.

    • lekverliezen: n50< 3 h-1 bij mechanische ventilatie

    • lekverliezen: n50< 1 h-1 bij warmteterugwinning

Een luchtdichtheidstest (Wincon, Blower Door) laten uitvoeren.

2.1.2. Verwarming en warm water bereiding

Gezien er in de meeste jeugdwerkinfrastructuur (uitgezonderd verblijfplaatsen) niet veel warm water wordt verbruikt, lijkt het ons meestal niet zinnig om zonneboilers te subsidiëren. Een goed gedimensioneerd verwarmingssysteem is de meest effectieve energetische ingreep die je kunt doen op het vlak van verwarming in jeugdwerkinfrastructuur.

Zie technische fiche: ‘Verwarmen en warm water bereiden’ op www.vibe.be > Downloads > Jeugdwerkinfrastructuur


2.1.2.1. Hoogrendementsketel

Een cv-ketel met OPTMAZ – elite label (indien stookolieketel) of HR-Top label (indien gasketel).

Een cv-ketel met OPTIMAZ label (indien stookolieketel) of HR label (indien gasketel).

2.1.2.2.Energiezuinige kachels

Gesloten gevelkachel met een rendement boven 80%

Kachel met een rendement boven 80%

2.1.2.3. Kamerthermostaat (indien in elke ruimte) of thermostatische kranen




2.1.2.4. Radiatorfolie




2.1.2.5. Buisisolatie




2.1.3. Elektriciteit

2.1.3.1. Energiezuinige verlichting

Zie doe-het-zelf fiche: ‘Verlichting’ op www.vibe.be > Downloads > Jeugdwerkinfrastructuur



Spaarlampen met steekfitting,

TL-lampen met een groene dop (deze TL-lampen kan je volledig recycleren) en een extern elektronisch voorschakelapparaat



Spaarlampen of TL-lampen met elektronische voorschakeling

Armaturen met een extern elektronisch voorschakelapparaat




2.1.3.2. Energiezuinige toestellen

Zie doe-het-zelf fiche: ‘Keuken’ op www.vibe.be > Downloads > Jeugdwerkinfrastructuur



A+ of A++-label toestellen

A-label toestellen

2.2. Milieuvriendelijke materialen

Wetende dat vanuit milieu- en gezondheidsperspectief bio-ecologische materialen te verkiezen zijn, kunnen er subsidies gegeven worden voor bio-ecologische isolatiematerialen, streekeigen onbehandeld hout met FSC-label, natuurverf en bio-ecologische bouwmaterialen.



2.2.1. Duurzaam hout, gebruikt in één van volgende toepassingen:

    • constructiehout

    • terrassen

    • gevelbeplanking en aanverwante

    • buitenschrijnwerk (ramen, deuren, poorten…)

    • binnenschrijnwerk en –afwerking

    • andere soorten volhout

Streekeigen hout met FSC-label (of hout met een equivalent of strenger label) dat niet preventief chemisch verduurzaamd is (‘geïmpregneerd’)

Streekeigen hout dat niet preventief chemisch verduurzaamd is (‘geïmpregneerd’)

Tropisch hout met FSC-label (of hout met een equivalent of strenger label) dat niet preventief chemisch verduurzaamd is (‘geïmpregneerd’)



2.2.2. Natuurverf en aanverwante afwerkingsproducten

Verf bestaande uit minstens 90 M-% nagroeibare of minerale grondstoffen en zonder milieu- of gezondheidsschadelijke stoffen




2.2.3. Bio-ecologische bouwmaterialen

Materiaal bestaande uit minstens 85 M-% nagroeibare of minerale grondstoffen en zonder milieu- of gezondheidsschadelijke stoffen

Bijvoorbeeld: leemsteen, kalkzandsteen, linoleum, anhydriet- en kalkchape, gipsvezelplaten, kalkpleister.






2.3. Waterbesparende maatregelen

2.3.1. Regenwaterput

Installeren van een regenwaterput en deze aansluiten op minstens alle toiletten en een buitenkraan (volgens code van goede praktijk van de VMM).

Installeren van een regenwaterput (volgens code van goede praktijk van de VMM) indien dit niet verplicht is.


2.3.2. Groendak (op een plat dak, helling < 15°)




2.3.3. Waterzuinig toilet

Een toilet met een spoelreservoir van zes liter met een spoelonderbreker of een spoelkeuzeknop.

Een composttoilet.

Een Gustavsbergtoilet.


Een toilet met een spoelreservoir van zes liter.


2.3.4. Spaardouchekop




2.3.5. Thermostatische douchekraan met debietbegrenzer




2.3.6. Aanbrengen van een bruismondstuk of debietbeperker op de kranen




2.3.7. Spoelreservoir van het toilet vervangen door een waterbesparend reservoir




2.4. Algemeen




2.4.1. Bouwadvies (gegeven door organisatie die advies geeft over duurzaam bouwen)




2.4.2. Energie-Audit door een erkende energiedeskundige




3. Voorbeelden

Voorbeeld 1: Gemeentelijk subsidiereglement voor het bouwen en verbouwen van jeugdwerkinfrastructuur
Artikel 1

Het gemeentebestuur wil vanaf 1 januari 2008 binnen de perken van de jaarlijks op de begroting voorziene en goedgekeurde kredieten het toepassen van duurzame jeugdwerkinfrastructuur aanmoedigen volgens de voorwaarden van dit document.


Artikel 2

Begripsomschrijving

Jeugdwerkinitiatief

Onder jeugdwerkinitiatieven wordt verstaan (zoals bepaald in het decreet van 14 februari 2003, gewijzigd op 23 december 2005, houdende de ondersteuning en de stimulering van het gemeentelijk, het intergemeentelijk en het provinciaal jeugd- en jeugdwerkbeleid): groepsgerichte, sociaal–culturele initiatieven met de jeugd in de vrije tijd, onder educatieve begeleiding en georganiseerd door hetzij particuliere jeugdverenigingen, hetzij door gemeentelijke openbare besturen.


Jeugdwerkinfrastructuur

Lokale jeugdwerkinfrastructuur die langdurig en hoofdzakelijk gebruikt wordt voor werking van particuliere jeugdwerkinitiatieven. Tot ‘jeugdwerkinfrastructuur’ behoren alle ruimtes die door de jeugdvereniging worden benut voor de werking (inclusief het sanitaire gedeelte) evenals de opslag van materiaal.


Artikel 3

Voorwaarden

Alleen de initiatieven die vallen binnen het decreet van 14 februari 2003 houdende de ondersteuning en de stimulering van het gemeentelijk, het intergemeentelijk en het provinciaal jeugd- en jeugdwerkbeleid.


Artikel 4

Als subsidieerbare uitgaven worden in aanmerking genomen:



  • De aankoop van materieel en materiaal,

  • De huur van materieel,

  • Het aannemingsbedrag indien uitgevoerd door een derde,

  • Het ereloon van de architect en in voorkomend geval ook de veiligheidcoördinator op voorwaarde dat deze opdracht van het jeugdwerkinitiatief erop toeziet dat de bouwwerken uitgevoerd worden volgens de vastgestelde regels,

  • Een cursus over duurzaam bouwen,

  • Bouwadvies (gegeven door een organisatie die advies geeft over duurzaam bouwen),

  • Een energie-audit door een erkend energiedeskundige (www.energiesparen.be).

Artikel 5

Om de jeugdverenigingen aan te sporen meer aandacht te schenken aan duurzaamheidsaspecten bij het bouwen, verbouwen of renoveren van hun jeugdlokaal of jeugdhuis worden energiebesparende maatregelen, milieuvriendelijke materialen en waterbesparende maatregelen meer gesubsidieerd dan andere.

Hieronder vindt u een lijst met duurzame maatregelen die extra gesubsidieerd worden.


  • De maatregelen die behoren tot de duurzame maatregelen (energiebesparende maatregelen, milieuvriendelijke materialen en waterbesparende maatregelen) worden voor 60 % (de minder vergaande maatregelen), of 80% (de zeer vergaande maatregelen (kolom A) gesubsidieerd, met een maximum subsidie van 50.000 euro per dossier.

  • De maatregelen die niet behoren tot de duurzame maatregelen worden voor 40 % gesubsidieerd, met een maximum subsidie van 50.000 euro per dossier.




Energiebesparende maatregelen, milieuvriendelijke materialen en waterbesparende maatregelen

Kolom A

Kolom B

80% gesubsidieerd

60% gesubsidieerd

2.1. Energiebesparende maatregelen

2.1.1. Isolatie en luchtdichting

2.1.1.1. Isolatie van daken, muren en vloeren

Zeer dikke isolatie met bio-ecologische isolatiematerialen2

Dak: 0,2 W/m²K (ca.18 cm)

Muur: 0,3 W/m²K (ca.12 cm)

Vloer boven kelder: 0,3 W/m²K (ca.12 cm)

Vloer op volle grond: 0,4 W/m²K (ca.9 cm)


Zeer dikke isolatie met niet-bio-ecologische isolatiematerialen:

Dak: 0,2 W/m²K (ca.18 cm)

Muur: 0,3 W/m²K (ca.12 cm)

Vloer boven kelder: 0,3 W/m²K (ca.12 cm)

Vloer op volle grond: 0,4 W/m²K (ca.9 cm)
Isolatie met bio-ecologische isolatiematerialen met een isolatiewaarde die voldoet aan de EPB:

Dak: 0,4 W/m²K (ca.10 cm)

Muur: 0,6 W/m²K (ca.6 cm)

Vloer: 0,6 W/m²K (ca.6 cm)



2.1.1.2. Hoogrendementsbeglazing

Hoogrendementsbeglazing (U-waarde is maximaal 1,1 W/m²K)

Hoogrendementsbeglazing (U-waarde is maximaal 1,3 W/m²K)

2.1.1.3. Winddichting/onderdak

Winddichting/onderdak uit plantaardige basisgrondstoffen (halfzachte houtvezelplaat)

Winddichting/onderdak uit minerale basisgrondstoffen

2.1.1.4. Luchtdichtingsmembraan

  • luchtdichtingsmembraan met een µd-waarde van maximaal 5 m

  • variabel luchtdichtingsmembraan (volgens DIN EN 12572)




2.1.2. Verwarming en warm water bereiding

2.1.2.1. Hoogrendementsketel

Een cv-ketel met OPTMAZ – elite label (indien stookolieketel) of HR-Top label (indien gasketel).

Een cv-ketel met OPTIMAZ label (indien stookolieketel) of HR label (indien gasketel).

2.1.2.2.Energiezuinige kachels

Gesloten gevelkachel met een rendement boven 80%

Kachel met een rendement boven 80%

2.1.3. Elektriciteit

2.1.3.1. Energiezuinige verlichting

Spaarlampen met steekfitting,

TL-lampen met een groene dop (deze TL-lampen kan je volledig recycleren) en een extern elektronisch voorschakelapparaat



Spaarlampen of TL-lampen met elektronische voorschakeling

Armaturen met een extern elektronisch voorschakelapparaat




2.1.3.2. Energiezuinige toestellen

A+ of A++-label toestellen

A-label toestellen

2.2. Milieuvriendelijke materialen

2.2.1. Duurzaam hout, gebruikt in één van volgende toepassingen:

    • constructiehout

    • terrassen

    • gevelbeplanking en aanverwante

    • buitenschrijnwerk (ramen, deuren, poorten…)

    • binnenschrijnwerk en –afwerking

    • andere soorten volhout

Streekeigen hout met FSC-label (of hout met een equivalent of strenger label) dat niet preventief chemisch verduurzaamd is (‘geïmpregneerd’)

Streekeigen hout dat niet preventief chemisch verduurzaamd is (‘geïmpregneerd’)

Tropisch hout met FSC-label (of hout met een equivalent of strenger label) dat niet preventief chemisch verduurzaamd is (‘geïmpregneerd’)



2.2.2. Natuurverf en aanverwante afwerkingsproducten

Verf bestaande uit minstens 90 M-% nagroeibare of minerale grondstoffen en zonder milieu- of gezondheidsschadelijke stoffen




2.3. Waterbesparende maatregelen

2.3.1. Regenwaterput

Installeren van een regenwaterput en deze aansluiten op minstens alle toiletten en een buitenkraan (volgens code van goede praktijk van de VMM).

Installeren van een regenwaterput (volgens code van goede praktijk van de VMM) indien dit niet verplicht is.


2.3.3. Waterzuinig toilet

Een toilet met een spoelreservoir van zes liter met een spoelonderbreker of een spoelkeuzeknop.

Een composttoilet.

Een Gustavsbergtoilet.


Een toilet met een spoelreservoir van zes liter.


2.4. Algemeen




2.4.1. Bouwadvies (gegeven door organisatie die advies geeft over duurzaam bouwen)






Artikel 6

De aanvraag van de premie gebeurt op het daartoe voorziene aanvraagformulier dat volledig ingevuld overgemaakt wordt aan het Gemeentebestuur van      

Bij de aanvraag dienen volgende verantwoordingsstukken voorgelegd te worden:


  • Plannen, lastenboeken, bestekken, prijsoffertes, steeds uitgesplitst volgens de aard der kosten, hetzij algemene werken, hetzij energie-, milieu- en besparende maatregelen.



Op de facturen staat duidelijk vermeld over welk product (merk, type) en over welke hoeveelheden het gaat.

Op de facturen voor de aankoop van FSC-gelabeld hout wordt duidelijk vermeld dat het gaat om FSC-gelabelde producten. Het CoC-nummer wordt eveneens vermeld op de facturen.

Indien nodig kan een technische fiche vereist worden.
Artikel 7

De premie wordt aangevraagd door en toegekend aan de jeugdvereniging.


Artikel 8

Procedure

De aanvragen worden voor 30 november ingediend. Na opmaak van de gemeentelijke begroting wordt er beslist welke werken worden gesubsidieerd en welke niet.



Artikel 9

Bij aanvaarding van het project wordt een eerste schijf betaald, namelijk 80%. Het saldo wordt na afloop van het project betaald.

Indien het project niet wordt uitgevoerd, betaalt de aanvrager de subsidie terug.

Voorbeeld 2: Gemeentelijk subsidiereglement voor kleine herstellingen van jeugdwerkinfrastructuur
Artikel 1

Het gemeentebestuur wil vanaf 1 januari 2008 binnen de perken van de jaarlijks op de begroting voorziene en goedgekeurde kredieten het toepassen van duurzame jeugdwerkinfrastructuur aanmoedigen volgens de voorwaarden van dit document.


Artikel 2

Begripsomschrijving

Jeugdwerkinitiatief

Onder jeugdwerkinitiatieven wordt verstaan (zoals bepaald in het decreet van 14 februari 2003, gewijzigd op 23 december 2005, houdende de ondersteuning en de stimulering van het gemeentelijk, het intergemeentelijk en het provinciaal jeugd- en jeugdwerkbeleid): groepsgerichte, sociaal–culturele initiatieven met de jeugd in de vrije tijd, onder educatieve begeleiding en georganiseerd door hetzij particuliere jeugdverenigingen, hetzij door gemeentelijke openbare besturen.


Jeugdwerkinfrastructuur

Lokale jeugdwerkinfrastructuur die langdurig en hoofdzakelijk gebruikt wordt voor werking van particuliere jeugdwerkinitiatieven. Tot jeugdwerkinfrastructuur behoren alle ruimtes die door de jeugdvereniging worden benut voor de werking (inclusief het sanitaire gedeelte) evenals de opslag van materiaal.


Herstellings- en verfraaiingswerken

Herstellings- en verfraaiingswerken, die de kwaliteit van het lokaal verbeteren komen

in aanmerking voor een toelage. Kosten voor los meubilair komen hier niet in

aanmerking.



Artikel 3

Voorwaarden

Alleen de initiatieven die vallen binnen het decreet van 14 februari 2003 en gewijzigd op 23 december 2005 en 15 december 2006, houdende de ondersteuning en de stimulering van het gemeentelijk, het intergemeentelijk en het provinciaal jeugd- en jeugdwerkbeleid.


Artikel 4

Als subsidieerbare uitgaven worden in aanmerking genomen:



  • De aankoop van materieel en materiaal,

  • De huur van materieel,

  • Het aannemingsbedrag indien uitgevoerd door een derde,


Artikel 5

Om de jeugdverenigingen aan te sporen meer aandacht te schenken aan duurzaamheidsaspecten bij het bouwen, verbouwen of renoveren van hun jeugdlokaal of jeugdhuis worden energie-, milieu- en waterbesparende maatregelen meer gesubsidieerd dan andere.

Hieronder vindt u een lijst met duurzame maatregelen die extra gesubsidieerd worden.


  • De maatregelen die behoren tot duurzame maatregelen (energiebesparende maatregelen, milieuvriendelijke materialen en waterbesparende maatregelen) worden voor 70 % (de minder vergaande maatregelen), of 90% (de zeer vergaande maatregelen (kolom A)) gesubsidieerd, met een maximum subsidie van 5.000 euro per dossier.

  • De maatregelen die niet behoren tot de duurzame maatregelen worden voor 40 % gesubsidieerd, met een maximum subsidie van 5.000 euro per dossier.




Energiebesparende maatregelen, milieuvriendelijke materialen en waterbesparende maatregelen

Kolom A

Kolom B

90% gesubsidieerd

70% gesubsidieerd

2.1. Energiebesparende maatregelen

2.1.1. Isolatie en luchtdichting

Isolatie van daken, muren en vloeren

Zeer dikke isolatie met bio-ecologische isolatiematerialen3

Dak: 0,2 W/m²K (ca.18 cm)

Muur: 0,3 W/m²K (ca.12 cm)

Vloer boven kelder: 0,3 W/m²K (ca.12 cm)

Vloer op volle grond: 0,4 W/m²K (ca.9 cm)


Zeer dikke isolatie met niet-bio-ecologische isolatiematerialen:

Dak: 0,2 W/m²K (ca.18 cm)

Muur: 0,3 W/m²K (ca.12 cm)

Vloer boven kelder: 0,3 W/m²K (ca.12 cm)

Vloer op volle grond: 0,4 W/m²K (ca.9 cm)
Isolatie met bio-ecologische isolatiematerialen met een isolatiewaarde die voldoet aan de EPB:

Dak: 0,4 W/m²K (ca.10 cm)

Muur: 0,6 W/m²K (ca.6 cm)

Vloer: 0,6 W/m²K (ca.6 cm)



2.1.2. Verwarming en warm water bereiding

Kamerthermostaat (indien in elke ruimte) of thermostatische kranen




Radiatorfolie




Buisisolatie




2.1.3. Elektriciteit

Energiezuinige verlichting

Spaarlampen met steekfitting,

TL-lampen met een groene dop (deze TL-lampen kan je volledig recycleren) en een extern elektronisch voorschakelapparaat



Spaarlampen of TL-lampen met elektronische voorschakeling

Armaturen met een extern elektronisch voorschakelapparaat




Energiezuinige toestellen

A+ of A++-label toestellen

A-label toestellen

2.2. Milieuvriendelijke materialen

Natuurverf en aanverwante afwerkingsproducten

Verf bestaande uit minstens 90 M-% nagroeibare of minerale grondstoffen en zonder milieu- of gezondheidsschadelijke stoffen




2.3. Waterbesparende maatregelen

Spaardouchekop




Thermostatische douchekraan met debietbegrenzer




Aanbrengen van een bruismondstuk of debietbeperker op de kranen




Spoelreservoir van het toilet vervangen door een waterbesparend reservoir






Artikel 6

De aanvraag van de premie gebeurt op het daartoe voorziene aanvraagformulier dat volledig ingevuld overgemaakt wordt aan het Gemeentebestuur van      

Bij de aanvraag dienen volgende verantwoordingsstukken voorgelegd te worden:


  • Plannen, lastenboeken, bestekken, prijsoffertes, steeds uitgesplitst volgens de aard der kosten, hetzij algemene werken, hetzij milieuvriendelijke materialen en energie- en besparende maatregelen.



Op de facturen staat duidelijk vermeld over welk product (merk, type) en over welke hoeveelheden het gaat.
Artikel 7

De premie wordt aangevraagd door en toegekend aan de jeugdvereniging.


Artikel 8

Procedure

De aanvragen kunnen het hele jaar door ingediend worden bij de jeugddienst. De jeugddienst behandelt alle aanvragen 3 maal per jaar. De drie afsluitperiodes zijn 1 maart, 1 juni en 1 oktober.

Na toekenning van een toelage kan pas vijf jaar later een nieuwe aanvraag worden ingediend.
Artikel 9

Bij aanvaarding van het project wordt een eerste schijf betaald, namelijk 80%. Het saldo wordt na afloop van het project betaald.

Indien het project niet wordt uitgevoerd, betaalt de aanvrager de subsidie terug.


Colofon


Dit model voor subsidiereglement werd opgemaakt door VIBE vzw in samenwerking met Locomotief en kadert in het project ‘duurzame jeugdwerkinfrastructuur’.

Dit project kwam tot stand met financiële steun van de Vlaamse overheid, Departement Leefmilieu, Natuur en Energie.

Dit model voor subsidiereglement is bestemd voor lokale besturen.
Auteurs

Arch. Sigrid Van Leemput

Arch. Eva Heuts
VIBE Vlaams Instituut voor Bio-Ecologisch bouwen en wonen - natureplus Belgium
Grote Steenweg 91
B - 2600 ANTWERPEN (Berchem)
Tel: +32/(0)3/218.10.60
Fax: +32/(0)3/218.10.69
E-mail: eva.heuts@vibe.be, sigrid.vanleemput@vibe.be
Website: www.vibe.be
Verantwoordelijke uitgever

Thomas Lootvoet



Grote Steenweg 91

1 Een isolatiemateriaal uit hennep, houtvezel, kurk, papiervlokken schapenwol, stro, vlas of een combinatie van deze materialen.

2 Een isolatiemateriaal uit hennep, houtvezel, kurk, papiervlokken schapenwol, stro, vlas of een combinatie van deze materialen.

3 Een isolatiemateriaal uit hennep, houtvezel, kurk, papiervlokken schapenwol, stro, vlas of een combinatie van deze materialen.








De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina