Supervisor: Mr dr. P. A. van Reeven



Dovnload 232.3 Kb.
Pagina1/3
Datum18.08.2016
Grootte232.3 Kb.
  1   2   3



E
ERASMUS UNIVERSITY ROTTERDAM

Erasmus School of Economics

Department of Economics
Supervisor: Mr. dr. P.A. van Reeven

Name: M.D. van Gameren

Exam number: 303108

E-mail address: matthiasvgameren@hotmail.com


en stimulans voor de Noordelijke economie



Samenvatting

Dit onderzoek bestudeert de relatie tussen infrastructuur en economische ontwikkeling. De hoofdvraag die hierbij centraal staat is: ‘Kunnen we de noordelijke economische ontwikkeling stimuleren door middel van een betere infrastructuur en bereikbaarheid?’


Het onderzoek begint met een analyse van de huidige situatie van de Noordelijke economie. Allereerst blijkt dat deze al sinds het eind van de negentiende eeuw relatief achterblijft bij die van de rest van het land. Vanwege dalende transportkosten ontstond er toen namelijk een concurrentiestrijd tussen bedrijven uit verschillende regio’s. Het Noorden verloor uiteindelijk deze strijd, omdat de toenemende mechanisering minder toepasbaar was in de sectoren die in het Noorden aanwezig waren. Met behulp van recente data van het Centraal Bureau voor de Statistiek toont dit onderzoek vervolgens aan dat vandaag de dag de achterblijvende economie onder andere tot uiting komt in een hoge werkloosheid en een lage bevolkingsdichtheid.
Op de weg naar mogelijke verbeteringen in deze situatie is uiteraard een belangrijke rol weggelegd voor de overheid. Daarom bestudeert dit onderzoek ook het beleid van de regering ten aanzien van het Noorden. Dit beleid heeft in de afgelopen zestig jaar nogal wat veranderingen ondergaan, maar komt eigenlijk aan op de keuze uit twee principes. Het rechtvaardigheidsprincipe waarbij de middelen evenredig verdeeld worden over alle regio’s of het efficiëntieprincipe waarbij de middelen worden ingezet in de regio’s met de meeste potentie. Sinds 2006 hanteert de overheid weer dit laatste principe, wat voor het Noorden in houdt dat ze alleen financiële steun krijgen wanneer de beleidsmakers van de Noordelijke provincies met initiatieven komen die belangrijk kunnen zijn voor de nationale economie.
De overheid lijkt dus de laatste jaren niet veel energie te willen steken in het verbeteren van de Noordelijke economie en zodoende wordt het gat tussen de verschillende landsdelen dan ook alleen maar groter. Het blijft dus interessant om te kijken of er niet iets gedaan kan worden om het Noorden een stimulans te geven. Volgens diverse artikelen zijn investeringen in infrastructuur hier een hele geschikte methode voor. Theoretisch gezien moet dit namelijk leiden tot migratie- en werkgelegenheidseffecten.
In de praktijk lijkt deze relatie echter niet altijd zo positief en in een aantal artikelen over Trans European Networks beweert men zelfs dat infrastructuurprojecten ten koste gaan van de perifere regio’s wanneer er geen aanvullend regionaal beleid wordt gevoerd. De invulling van dit regionale beleid is dus eigenlijk van doorslaggevend belang. De factoren die de meest belangrijke rol lijken te spelen zijn de aanwezigheid en continue opleiding van gekwalificeerde werknemers, het stimuleren van innovaties door ondernemers en het promoten van zakelijke dienstverlening. Wanneer een (regionale) overheid zulke maatregelen inzet, kan regionaal beleid dus veel invloed uitoefenen op het effect van infrastructuur projecten.
Na deze conclusies bestudeert dit onderzoek tenslotte waar er mogelijkheden liggen om de infrastructuur te verbeteren. De verbindingen tussen het Noorden en de Randstad over de weg lijken redelijk in orde, maar per spoor zijn er nog voldoende mogelijkheden ter verbetering. Een voorbeeld wat deze studie noemt is een treinverbinding langs de Afsluitdijk. Wetenschappelijke berekeningen tonen aan dat deze optie aanzienlijk grotere effecten genereert dan de reeds afgekeurde Zuiderzeelijn. Als laatste wordt ook nog het idee van een Noorderluchtlijn genoemd, welke slechts minimale investeringskosten kent. Gezien het feit dat Nederland nog geen dagelijkse binnenlandse vluchten heeft bestaat de mogelijkheid dat ook hier weldegelijk een markt voor bestaat.
Er zijn dus inderdaad mogelijkheden om de Noordelijke economische ontwikkeling te stimuleren door middel van verbeteringen in de Nederlandse infrastructuur.

Inhoudsopgave

Samenvatting ................................................................................................................. 2


Inhoudsopgave .............................................................................................................. 4
Hoofdstuk 1 - Inleiding ................................................................................................... 5

1.1 Relevantie ................................................................................................... 5

1.2 Probleemstelling ......................................................................................... 5

1.3 Methode ...................................................................................................... 6

1.4 Structuur ..................................................................................................... 7
Hoofdstuk 2 - De Noordelijke economie ........................................................................ 8

2.1 Ontwikkelingen in het verleden ................................................................... 8

2.2 De overheid en het Noorden ....................................................................... 13
Hoofdstuk 3 - Infrastructuur en economische ontwikkeling ............................................ 17

3.1 De betekenis van infrastructuur op economische ontwikkeling ................... 17



3.2 De huidige infrastructuur ............................................................................. 22
Hoofdstuk 4 - Mogelijkheden en barrières .........…......................................................... 25
Hoofdstuk 5 - Conclusie ................................................................................................. 28
Referenties ..................................................................................................................... 30


Hoofdstuk 1 – Inleiding

1.1 Relevantie

Jaar

Noord-NL

West-NL

1996

3,7

3,4

1997

1,1

4,6

1998

1,3

4,7

1999

1,7

4,8

2000

2,9

3,5

2001

2,7

1,8

2002

0,7

0,5

2003

0,6

0,4

2004

1,3

2,2

2005

0,5

2,7

2006

1,2

3,5

2007

1,4

3,8
In de perceptie van veel Nederlanders is het Noorden van ons land in allerlei opzichten een achtergebleven gebied. Ondanks dat de laatste decennia allerlei maatregelen zijn genomen om dit beeld bij te stellen, kunnen we met eenvoudige data van het CBS aantonen dat in ieder geval de economische ontwikkeling van de laatste jaren toch nog altijd achterblijft bij die van het Westen (zie tabel 1.1). In deze tabel en tevens in deze hele scriptie staat Noord-Nederland voor de provincies Groningen, Friesland en Drenthe. West-Nederland omvat de provincies Noord-Holland, Utrecht, Zuid-Holland en Zeeland. Een deel hiervan noemen we ook wel de Randstad, een verstedelijkt Tabel 1.1 – Volumemutaties

gebied met onder andere de vier grootste steden van ons land. BBP (in %)


De laatste jaren wordt van alles bedacht om de scheve verhoudingen in ons land te veranderen. Dit gebeurt door het verplaatsen van allerlei activiteiten naar andere regio’s. Je zou bijvoorbeeld kunnen denken aan het verplaatsen van een groot kantoor uit de publieke sector, zoals dat van de Informatie Beheer Groep wat tegenwoordig in Groningen is gevestigd. Daarnaast worden er ook plannen bedacht om de afstand te verkleinen door middel van betere infrastructuur. Zo is bijvoorbeeld een snelle treinverbinding, die Zuiderzeelijn moest gaan heten, uitgebreid onderzocht. Dat project is echter uiteindelijk toch niet doorgegaan. Verder werd enkele maanden geleden nog het idee naar voren gebracht om een dagelijkse luchtverbinding tussen het Noorden en de Randstad te creëren, een zogenaamde Noorderluchtlijn.

1.2 Probleemstelling
De percepties over het Noorden van Nederland, legitiem of niet, hebben zowel gevolgen voor het Noorden als voor de Randstad. Zo heeft het Noorden bijvoorbeeld een achterblijvende economische ontwikkeling en het Westen heeft elke dag opnieuw last van zware congestie op de (snel)wegen. Om deze ontwikkelingen tegen te gaan worden er allerlei maatregelen bedacht, maar dit heeft vooralsnog niet geleidt tot drastische veranderingen.
Dit onderzoek wil daarom opnieuw de relatie tussen infrastructuur en economische ontwikkeling bestuderen. De vraag die daarbij centraal staat is:
Kunnen we de noordelijke economische ontwikkeling stimuleren door middel van een betere infrastructuur en bereikbaarheid?’
Om dit rapport een logische opbouw te geven, splitst deze hoofdvraag zich in vier onderzoeksvragen:


  • Wat is precies het probleem van de Noordelijke economie en wat zijn de gevolgen hiervan?

  • Wat is de betekenis van infrastructuur voor economische ontwikkeling?

  • Is de huidige bereikbaarheid in (het Noorden van) Nederland voldoende?

  • Zijn er mogelijkheden om met behulp van investeringen in infrastructuur de Noordelijke economie te stimuleren?

Met dit stappenplan is het mogelijk om te analyseren waar de oorzaken liggen voor de achterblijvende economische ontwikkeling van Noord-Nederland en wat realistische mogelijkheden zijn om deze te verbeteren. De conclusie geeft dan uiteindelijk een antwoord op de hoofdvraag.



1.3 Methode
Het probleem omtrent regionale verschillen is een veel omvattend onderwerp met allerlei soorten consequenties. Om deze regionale verschillen weg te werken, is dit probleem dan ook van diverse kanten te benaderen. Dit blijkt ook wel uit het aantal artikelen over dit onderwerp. De eerste stap is daarom om het probleem en haar gevolgen duidelijk te definiëren en in te kaderen. Wanneer het beeld hierover duidelijk is geeft dit onderzoek ook nog één specifieke invalshoek extra nadruk en dat is de visie van de Nederlandse overheid op het probleem. Hoe staan zij tegenover de verschillen binnen ons land? Wat is hun doel met de verschillende provincies?
Echter, als het probleem omtrent regionale verschillen helemaal helder is kan een onderzoek nog steeds op diverse manieren naar een oplossing zoeken. Sommige artikelen kijken bijvoorbeeld vooral naar werkgelegenheid en anderen weer meer naar het aantrekken van hooggeschoold personeel of grote, economisch aantrekkelijke projecten en evenementen. Dit onderzoek kijkt echter vooral naar infrastructuur als beleidsinstrument.

Overeenkomstig de hoofdvraag is het belangrijkste onderdeel van dit onderzoek dan ook om te kijken of investeringen in infrastructuur een geschikte methode is om de economische ontwikkeling van het Noorden te stimuleren. Dit deel van de studie bekijkt onder andere de functie van infrastructuur en de effecten van investeringen. Bovendien maakt dit theoretisch georiënteerde gedeelte ook vergelijkingen met andere streken en landen die met dezelfde problemen te maken hebben of hadden.


Hierna verschuift de focus zich naar de huidige situaties van de Nederlandse infrastructuur. Uiteindelijk moet het hierdoor mogelijk zijn om duidelijk aan te geven waar eventuele verbeterpunten liggen en welke maatregelen er te nemen zijn.
Zoals blijkt uit de methode van aanpak, bevat het onderzoek vooral veel analyse van de bestaande literatuur. Door diverse onderzoeken te combineren komen voor- en nadelen van de mogelijke beleidsinstrumenten aan de orde. Uiteindelijk is het doel om een praktijk gericht advies te geven om de Noordelijke economie een impuls te geven en het gebied te ontsluiten.

1.4 Structuur
Dit onderzoek bevat in totaal vijf hoofdstukken. Dit eerste hoofdstuk is de introductie van het onderzoek. Een eerste tabel omtrent regionale verschillen en enkele voorbeelden van recente ideeën om dit probleem aan te pakken toonden aan dat het onderwerp van het onderzoek nog steeds relevant en actueel is. Daarnaast beschreef deze introductie de benadering van het onderwerp en het plan van aanpak voor het onderzoek.
Hoofdstuk twee zet uiteen wat precies het probleem is en wat de gevolgen hiervan zijn, voor zover mogelijk ondersteund met recente data. Daarna geeft het tweede gedeelte van hoofdstuk twee aan hoe de Nederlandse overheid staat ten opzichte van het probleem en wat de ideeën zijn voor de nabije toekomst.
In hoofdstuk drie komt het infrastructuur aspect meer aan de orde. Allereerst geeft dit hoofdstuk aan wat de literatuur zegt over de relatie tussen infrastructuur en economische ontwikkeling. Dit deel maakt ook een vergelijking tussen de theorie en de praktijk door voorbeelden van grote infrastructuurprojecten aan te halen.
Voordat er concrete oplossingen aan de orde komen, geeft het vervolg van hoofdstuk drie eerst nog een analyse van de huidige situatie van de Nederlandse infrastructuur. Zodoende is het streven om in hoofdstuk drie duidelijk het verschil uiteen te zetten tussen wat er nodig is aan infrastructuur om gebieden voldoende te ontsluiten en wat er daadwerkelijk beschikbaar is in Nederland.
Hoofdstuk vier, het laatste deel van de analyse, geeft aan welke maatregelen de overheid kan nemen om het Noorden te ontsluiten en de economische ontwikkeling te stimuleren.
Tot slot concludeert hoofdstuk vijf dit onderzoek met een antwoord op de hoofdvraag.

Hoofdstuk 2 – De Noordelijke economie

Dit hoofdstuk gaat dieper in op de situatie die tabel 1.1 al liet zien, namelijk dat de economische ontwikkeling van het Noorden nog steeds achterblijft bij die van andere delen van het land. Het eerste deel behandelt een historisch overzicht, zodat ook de context van de huidige situatie bekend is. Nadat het verleden besproken is volgt uiteraard vanzelf de huidige situatie van de Noordelijke economie en dan komen ook de problemen aan de orde die de huidige situatie tot gevolg heeft. Zodoende geeft het eerste deel van dit hoofdstuk een antwoord op de eerste onderzoeksvraag.


Ten eerste is het dus belangrijk om de huidige problemen met de Noordelijke economie overzichtelijk in kaart te brengen. Vervolgens is het mogelijk om meer in te zoomen op één specifieke visie op dit probleem. Het tweede deel van dit hoofdstuk bekijkt dan ook het probleem door de ogen van de Nederlandse overheid. Dit houdt in dat dit deel het regionale beleid bespreekt wat de overheid door de jaren heen hanteerde. Dit mondt dan uiteraard uit in de standpunten ten aanzien van het Noorden die de overheid momenteel hanteert.

2.1 Ontwikkelingen in het verleden
De ontwikkeling van de Noordelijke economie
De Noordelijke provincies hebben een rijke historie. Vooral in de 18e en het begin van de 19e eeuw kende de Noordelijke economie echt een hoogtepunt. Hoewel Drenthe een vrij arme provincie was, waren Groningen en Friesland in die periode juist zeer welvarend. Door een uitstekend netwerk van kanalen en hun havens aan de toenmalige Zuiderzee en de Noordzee, waren deze gebieden intern zeer goed ontsloten (Van Witteloostuijn en Oosterhaven, 2006). Bovendien beschikten beide provincies over vruchtbare weideveen- en kleigronden. Naast veenafgravingen vonden er dus vooral landbouwactiviteiten plaats.
De gunstige economische situatie veranderde aan het eind van de 19e en het begin van de 20e eeuw. Er waren met name twee belangrijke ontwikkelingen die ten grondslag lagen aan deze verandering.
Ten eerste bleef de economische groei van het Noorden door de industriële revolutie achter bij die van de rest van het land, omdat de mechanisering minder toepasbaar was in de sectoren die in het Noorden aanwezig waren (Van Witteloostuijn en Oosterhaven, 2006). In andere sectoren konden werknemers door het gebruik van machines veel efficiënter werken en was de arbeidsproductiviteit dus hoger. Hierdoor maakten bedrijven meer winst en konden de werkgevers in deze regio’s dan ook hogere lonen aanbieden. Echter, in de marginaal renderende sectoren in het Noorden, zoals turfwinning en landbouw, werd arbeid op deze manier veel te duur en dus werd in deze sectoren veel minder winst gemaakt.
Een tweede ontwikkeling werd ingezet door de aanleg van spoor- en snelwegen. Het gevolg hiervan was tweeledig. Enerzijds namen voor alle bedrijven en personen de transportkosten af (Van Witteloostuijn en Oosterhaven, 2006), waardoor iedereen zich eenvoudiger en over een grotere afstand kon verplaatsen. Anderzijds konden bedrijven in elkaars afzetgebied hun producten gaan verkopen en werknemers aantrekken uit de omgeving van andere bedrijven. Op verschillende gebieden nam de concurrentie dus sterk toe en in combinatie met eerstgenoemde ontwikkeling was dit zeer nadelig voor het Noorden. Bovendien ging de aanleg van spoor- en snelwegen gepaard met een afnemend relatief belang van vervoer over water (Van Witteloostuijn en Oosterhaven, 2006).
Huidige economische problemen
Door deze ontwikkelingen bloeiden de sectoren in het Westen enorm op en in de loop van de 20e eeuw trokken er dan ook veel mensen vanuit het hele land naar het Westen, omdat daar een grote werkgelegenheid was. Zodoende vormde zich langzaam maar zeker een dichtbevolkt gebied met een voortvarende economische ontwikkeling. Tegenwoordig noemen we dit de Randstad. Aan de andere kant ging dit onder andere ten koste van het Noorden. In deze provincies waren vooral sectoren aanwezig waar weinig vraag naar was. Vanwege de lage werkgelegenheid en daarmee verbonden hoge werkloosheid die er heersten trokken er dan ook veel mensen weg uit de regio. Hoewel er diverse maatregelen genomen zijn om deze situaties allemaal te verbeteren, zijn deze verschijnselen nog steeds waarneembaar in het Noorden. Dit blijkt onder meer uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) in tabel 2.1.
Uit deze tabel blijkt dat het Westen de laatste jaren werkloosheidspercentages heeft die ongeveer gelijk zijn aan het nationaal gemiddelde of zelfs iets daaronder zitten. Het Noorden daarentegen heeft niet alleen een hogere geregistreerde werkloosheid, maar ook een hogere verborgen werkloosheid in vergelijking met het landelijk gemiddelde. Dit betreft voornamelijk gehuwde of samenwonende vrouwen zonder werk en WAO’ers, die thuis zitten vanwege de sanering van de oude industrie en de relatieve afwezigheid van de dienstensector (Van Witteloostuijn en Oosterhaven, 2006).

 

Werkloosheid 

Geregistreerde Werkloosheid

Verborgen werkloosheid

Jaar

(in % van beroepsbevolking) 

(in % van beroepsbevolking) 

(in % van beroepsbevolking) 

 

Nationaal

Noord

West

Nationaal

Noord

West

Nationaal

Noord

West

1996

7,5

10

7,3

6,6

9,5

6,5

0,9

0,6

0,8

1997

6,6

8,3

6,5

5,5

7,8

5,5

1,1

0,5

1,0

1998

5,1

7,2

5

4,1

6,0

4,2

1,0

1,1

0,8

1999

4,3

6,6

4

3,2

5,2

3,0

1,2

1,4

1,0

2000

3,8

5

3,8

2,6

4,1

2,6

1,2

0,9

1,2

2001

3,5

4,7

3,3

2,0

2,9

1,9

1,5

1,8

1,4

2002

4,1

5,5

3,8

2,3

3,3

2,2

1,8

2,2

1,6

2003

5,4

6,7

5,2

3,5

4,6

3,3

2,0

2,1

1,9

2004

6,5

8,2

6

4,3

6,0

4,0

2,2

2,3

2,1

2005

6,5

8,4

6,2

4,3

5,7

3,9

2,2

2,8

2,3

2006

5,5

6,6

5,4

3,5

4,8

3,3

2,0

2,2

2,1

2007

4,5

5,8

4,3

2,4

3,0

2,8

2,1

2,8

1,9

2008

3,9

5

3,7

1,9

2,4

1,8

2,0

2,6

1,9


  1   2   3


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina