Syllabus bij het blok gamma-wetenschappen in het eerste trimester van de Beta/Gamma-Propedeuse 2002-2003 Inleiding gamma-syllabus beta/gamma propedeuse



Dovnload 272.54 Kb.
Pagina1/5
Datum23.07.2016
Grootte272.54 Kb.
  1   2   3   4   5
Syllabus bij het blok gamma-wetenschappen

in het eerste trimester van de

Beta/Gamma-Propedeuse 2002-2003

Inleiding gamma-syllabus beta/gamma propedeuse

In de sociale wetenschappen bestuderen we niet alleen “de feiten”, maar ook de betekenissen die mensen aan feiten toekennen, zowel individueel als ook in maatschappelijke samenhangen. Die maatschappelijke samenhangen zijn ook weer gestructureerd. Bij voorbeeld kunnen wetenschappelijke uitspraken een politieke betekenis hebben en op basis van sommige wetenschappelijke inzichten zijn technologische ontwikkelingen mogelijk die economische betekenis hebben. Soms zijn de betekenissamenhangen hiërarchisch geordend, maar dat hoeft niet. Het begrip “functionele differentiatie” zoals we dat uit de biologie kennen, is in de sociale wetenschappen omstreden. Welke functies worden gedragen door de differentiaties? Wat is het referentie-systeem? Is er wel sprake van een sociaal systeem of is er veeleer sprake van een verzameling deelsystemen waarin wij als mensen handelend samenhang kunnen brengen?


Omdat een nevendoelstelling van deze cursus kennismaking met de verschillende wetenschapsgebieden is, hebben we een focus gekozen op een verwetenschappelijkte, hoog-industriële samenleving zoals we die in Nederland kennen. Dit type samenleving is pluriform en gedifferentieerd. De verschillende sociale wetenschappen bestuderen specifieke samenhangen in de samenleving. Toch is er ook een grondstructuur aanwezig die we kunnen karakteriseren met begrippen zoals ‘kapitalisme’, ‘moderniteit’, ‘welvaart- of verzorgingsstaat’, etc.
De sociaal-wetenschappelijke onderneming is ook de ontwikkeling van een begrippenapparaat dat vruchtbaar is voor de analyse van deze moeilijk grijpbare ontwikkelingen in de verwachtingsstructuren tussen mensen en in meer abstracte coördinatie-mechanismen (zoals bijv. de markt). Wat betekent “inflatie” in de economie en verschilt dat van de betekenis die daaraan wordt toegekend in het politieke debat? In het politieke debat spreekt men bij voorbeeld eenvoudig over een “energie-tekort”, terwijl fysici weten dat “energie” een behouden grootheid is. Kennelijk treden er vertaalslagen op tussen de wetenschapsgebieden. Het jargon karakter van het woordgebruik in afzonderlijke wetenschapsgebieden vindt onder andere zijn oorsprong in de noodzaak om vanuit een perspectief (“paradigma”; zie ook de collegestof voor 4 september) begrippen heel precies te definiëren.
In de cursus wordt beoogd dat de studenten zowel kennis maken met de specificiteit van elk wetenschapsgebied in termen van de theoretische en methodologische benaderingen alsook gedurende het middag-practicum met een stukje praktijk van de wetenschapsbeoefening in elk gebied. Dit kan niet anders dan een kennismakingskarakter hebben vanwege het beperkte kader van de beta/gamma propedeuse. De kennismaking met de semantiek en de praktijk wordt ondersteund door de teksten die in deze syllabus zijn verzameld en die door de docenten van de betrokken studierichtingen representatief worden geacht. Zij ondersteunen dus de kennis-overdracht tijdens de hoorcolleges en kunnen niet als vervanging daarvan worden gezien. Aanwezigheid tijdens het onderwijs is daarom voor dit onderdeel verplicht. Kennismaking is een leerdoel.
In de hoorcolleges hebben we de docenten gevraagd de nadruk te leggen op representatie van het vakgebied door het thema “evolutie en organisatie” vanuit het eigen perspectief van het vakgebied verder te ontwikkelen. De cursus is dus niet inter- maar multi-disciplinair. De docenten leveren niet een bijdrage aan de ontwikkeling van het thema, maar nemen het thema als uitgangspunt voor een nadere kennismaking met hun specifieke discipline. Een dergelijke uitwaaiering van de benaderingen lijkt ons voor studenten die hun studiekeuze nader willen specificeren, het vruchtbaarst.
Deze aanpak legt de taak van de integratie als een opgave bij de studenten. Gaandeweg de cursus worden begrippen aangereikt en geoefend om de verschillen en overeenkomsten te waarderen. De studenten kunnen hun eigen lijnen en verbanden tussen de verschillende bijdragen structureren en daarmee hun eigen gedachten, bij voorbeeld ook ten aanzien van de studiekeuze, in toenemende mate organiseren en verwoorden. Om dat proces te ondersteunen is er ook een zgn. gamma-practicum georganiseerd op een aantal donderdag-middagen. Bij het gamma-practicum staat centraal dat studenten verslag doen van hun leerervaringen bij colleges en practica door het houden van voordrachten en het schrijven van korte opstellen. Daarbij leren ze ook de ambachtelijke standaarden toe te passen, die in sociaal-wetenschappelijke teksten gebruikelijk zijn.
Het practicum heeft inhoudelijk een duidelijke opbouw. Het begint met een oefening: het lezen van, het maken van opdrachten over en het bespreken van het boek van Robert Heilbroner, Het kapitalisme in de 21ste eeuw (Amsterdam: Van Gennep, 1992). Gaandeweg het practicum worden studenten uitgenodigd tot meer zelfwerkzaamheid en de cursus wordt afgesloten met een “theme paper” waarin de opdracht is om zelf in een opstel een “samenhang tussen de sociale wetenschappen” te formuleren. (Of juist het gebrek aan samenhang, desgewenst.) De studenten maken daarbij gebruik van de gelezen teksten en de inzichten die tijdens de colleges zijn aangeboden.
Het practicum vereist een strakke organisatie. Studenten leveren voor iedere bijeenkomst een schriftelijke opdracht in en bereiden een keer een voordracht voor. Het slagen van de bijeenkomsten is afhankelijk van de inzet. Docenten rekenen er dan ook op dat de tekst voor de betrokken dag van tevoren is gelezen. Voor studenten die om dwingende redenen de aanwezigheidsverplichting niet konden nakomen of die niet in staat waren om voldoende opdrachten in te leveren, bestaat er een herkansing hetzij via alsnog afronding. De herkansing heeft de vorm van een schriftelijk tentamen op resp. do. 30 januari 2003 en op do. 28 augustus 2003, 14-17 u. (Voor het ontwikkelen van een gemotiveerde studiekeuze op basis van een overzicht van het aanbod aan sociale wetenschappen is het echter verreweg te verkiezen de cursus gewoon te lopen en op tijd af te ronden.)
Naast deze integratie worden er vanuit het gamma-blok ook zgn. “integratie-bijeenkomsten” met de beta-docenten georganiseerd. De nadruk ligt daarbij op meer algemene en filosofische problemen die aan de beta/gamma interface een rol spelen (bijv. “maatschappelijke verantwoordelijkheid”, “moderniteit en post-moderniteit”) en op de verdere ontwikkeling (en analytische deconstructie) van het thema “organisatie en evolutie”. Gaandeweg de cursus zal duidelijk worden dat de beta-wetenschappen net zoals de gamma-wetenschappen betekenissamenhangen construeren en waar mogelijk codificeren in de vorm van specifieke theorieën. Die theorieën functioneren als heuristieken voor probleemformuleringen, waarnaast een methodisch apparaat ontwikkeld wordt om de kwaliteit van uitspraken door toetsing te controleren. Dit laatste kan meer of minder zijn geformaliseerd en dit mathematische integratie-kader wordt als zodanig ontwikkeld in het blok “Methoden & Technieken” dat vanuit wiskunde zal worden verzorgd.
In de integratie-bijeenkomsten wordt de pluraliteit en de partialiteit van de verschillende perspectieven zichtbaar gemaakt. De thema’s zijn enigszins controversieel. Het niveau van de samenhang (of het gebrek daaraan) is nu anders, maar de problemen zijn niet wezenlijk anders dan wanneer we de verschillende sociale wetenschappen onderling confronteren. De wetenschappen en hun ontwikkeling zijn zelf sociale fenomenen geworden die betekenis produceren in termen van kennis-uitwisselingen en communicatie.
Wat bijv. als “evolutie” wordt gedefinieerd, is afhankelijk geworden van de systeemreferentie. Evolutionaire economen bestuderen andere fenomenen dan biologen en men heeft dan ook andere hypothesen met betrekking tot het selectie-mechanisme (resp. “de markt” en “de natuur”). De steeds veranderende betekenissamenhangen die door de wetenschappen zelf mede worden geproduceerd, drijven een culturele evolutie, bij voorbeeld al door “science-based” innovaties en technologieën mogelijk te maken.
Op locaal niveau worden nieuwe mogelijkheden en combinaties gevonden via gedachtenwisseling en discussie over bestaande grenzen heen. Het onderwijs beoogt de studenten de gelegenheid te bieden in die gedachtenwisseling met docenten uit verschillende wetenschapsgebieden in te stappen.
Amsterdam, juni 2002
Programma
ma. 2 september 2001: Evolutie en organisatie

14-17 u. 14 u. discussie in groepjes a.d.h.v. thema-tekst (deze syllabus of ook op http://www.leydesdorff.net/bg/thema.htm )


15 u. korte inleidingen prof. dr. André Schram en dr. Loet Leydesdorff over het thema van de cursus toegespitst op innovatie in de biotechnologie.

16-17 u. forum discussie met dr. Rob Hagendijk, de maatschappelijke context van de biotechnologie; prof. dr. Michiel Haring, de industriële context van de biotechnologie


wo. 4 september De verschillen tussen wetenschapsgebieden, docent: dr. Loet

10-13 u Leydesdorff (wetenschapsdynamica)

literatuur: tekstkeuze uit: Thomas S. Kuhn, De Structuur van Wetenschappelijke Revoluties (Ned. vert., Boom, Meppel)

14-17 u.: de formulering van een sociaal-wetenschappelijke onderzoeksvraag


do. 5 september: Discussie-bijeenkomst beta/gamma met de docenten van het blok over de intellectuele samenhang van het programma

12.15-13.45 u. literatuur: Herbert A. Simon (1973). The Organization of Complex Systems, pp. 1-27 in Pattee, Howard H. (Ed.), Hierarchy Theory: The Challenge of Complex Systems. New York, George Braziller Inc.


wo. 11 september: Conflict en samenwerking in staat en samenleving

10-13 u docent: prof. dr. Cees van der Eijk (politicologie)

literatuur: E. E. Schattschneider, The Semi-Sovereign People, Hinsdale (Ill.), Dryden Press, 1960, hieruit:

hfdst. 1 ‘The Contagiousness of Conflict’, pp. 1-19

hfdst. 4 ‘The Displacement of Conflicts’, pp. 62-77,

almede enkele bij het college te verstrekken handouts

14-17 u: organisatievormen en dynamieken van interactieve logica’s tussen actoren. Practicum-opdrachten.
do. 12 september: Gamma-practicum I

14-17 u docenten: Femke Bilderbeek, Max van der Linden en Loet Leydesdorff


wo. 18 september: De dynamiek van sociale processen en de stabiliteit van de samenlevingsorde

10-13 u docent: dr. Bart van Heerikhuizen (sociologie)

literatuur: Talcott Parsons, ‘Age and Sex in the Social Structure of the United States,’ American Sociological Review 7 (1942). [In: James Farganis, Readings in Social Theory. McGraw-Hill, 2000.]

14-17 u: Sociologisch kijken: stadswandeling door de Plantage

docent: dr. Ineke Teijmant
do. 19 september: Discussie-bijeenkomst beta/gamma met de docenten van het blok

12.15-13.45 u. over veranderingen in de relaties tussen “wetenschap” en “beleid” aan de hand van:

literatuur: Michael Gibbons et al. (1994), The New Production of Knowledge (London, etc.: Sage), pp. 16-45.
nb. Er moet voor de volgende week (sociaal-wetenschappelijke informatica) een opdracht worden gemaakt, zoals geformuleerd bij het programma voor de middag.

wo. 25 september: Interacties met “intelligente” machines

10-13 u docent: dr. Robert de Hoog (soc.-wetsch. inform.)

literatuur: Donald A. Norman, Things that make us smart: defending human attributes in the age of the machine (Reading MA, etc.: Addison-Wesley, 1993), pp. 77-113. (Chapter 4: “Fitting the Artifact to the Person”)

14-17 u. modelleren van intelligente systemen met sociaal-organisatorische effecten; prakticum-oefeningen sociaal-wetenschappelijke informatica

14-15 u. evaluatie Mathematica a.d.h.v. criteria zoals geformuleerd in: Suzanne Kabel, Robert de Hoog, and Jacobijn Sandberg, “User interface evaluation and improvments: a framework and empirical results,” pp. 1-7.

15-16 u. demonstratie project

16-17 u. feedback op de evaluaties van Mathematica; nabespreking.


do. 26 september: Gamma-practicum II

14- 17 u docenten: Femke Bilderbeek, Max van der Linden en Loet Leydesdorff


wo. 2 oktober: Differentiatie en integratie-processen tussen wetenschapsgebieden: de kwestie van de “interdisciplinariteit” (wetenschapsdynamica)

10-13 u. docenten: discussie tussen prof. dr. Stuart Blume (wetenschapsdynamica) en dr. Loet Leydesdorff

literatuur: Stuart Blume and Ingrid Geesink, ‘Vaccinology: An industrial science?’ Science as Culture 9 (2000) 41-72.

14- 17 u: bezoek aan laboratoria om differentiatie en integratie in praktijken van wetenschapsbeoefening waar te nemen en te evalueren.


do. 3 oktober:

12.15-13.45 u. Discussie-bijeenkomst beta/gamma met de docenten van het blok over de maatschappelijke samenhang van de wetenschappen: wie is er verantwoordelijk voor wat?


wo. 9 oktober: verschillen tussen de filosofische uitgangspunten, methodologieen en de sociogenese van de natuur-, levens- en sociale wetenschappen,

10-13 u docent: Loet Leydesdorff

literatuur: Humberto R. Maturana en Francisco J. Varela, ‘Taaldomeinen en menselijk bewustzijn,’ hoofdstuk 9 uit De Boom van de Kennis: hoe wij onze eigen waarneming creëren. (Amsterdam: Contact, 1988) pp. 165-188.

's middags: wat betekenen de verschillen tussen wetenschapsgebieden voor studiekeuzen en combinaties? Hoe te komen tot een beredeneerde studiekeuze?


do. 10 oktober: Gamma-practicum III

14-17 u docenten: Femke Bilderbeek, Max van der Linden en Loet Leydesdorff


[wo. 16 oktober: college-vrije week]
wo. 23 oktober: Economie en milieu: een paar apart

10-13 u docent: dr. Ruud Knaack (economie)

literatuur: Adam Smith (1970:1776), The Wealth of Nations, London: Dent, Book I, Chapters, 1, 2, and 3.

R. Knaack (1998), Milieueconomie: het neoklassieke gezichtspunt, Amsterdam: UvA

14-17 u. prakticum experimentele economie (CREED)

docent: dr. Vjollca Sadiraj


do. 24 oktober: Discussie-bijeenkomst beta/gamma met de docenten van het blok

12.15-13.45 u. over “The Science Wars”: verschillen in stijl, wereldbeeld en benadering tussen beta en alfa/gamma?

literatuur: * Ad Lagendijk in De Volkskrant, 29 juni 1996:

* tekstkeuze m.b.t. de zgn. Sokal-affaire.


wo. 30 oktober: Markt-dynamieken: evolutie door innovatie

10-13 u docent: prof. dr. Nico van Dijk (operations research & management)

literatuur: Nico van Dijk, “Altijd in de verkeerde rij,” Natuur & Techniek 64 (1996, nr. 12) 10-21.
14-17 u: Computer simulaties van economische en econometrische modellen

prof. dr. Cars Hommes (kwantitatieve economie)

literatuur: Cars Hommes, “Chaos en Economie: niet-lineaire dynamica en de gevolgen voor de verwachtingshypothese”, oratie UvA, 10 nov. 1999.
do. 31 oktober Gamma-practicum IV

14-17 u docenten: Femke Bilderbeek, Max van der Linden en Loet Leydesdorff


wo. 6 november: De universaliteit van emoties: sociale motieven voor het handelen

10-13 u docent: prof. dr. Agneta Fischer (psychologie)

literatuur: Scherer, K.R. (1996). “Emotion.” In: Hewstone, M., Stroebe, W, & Stephenson, G.M. (eds.), Introduction to social psychology (pp. 279 315). Oxford: Blackwell.

14-17 u. Fase-transities in psychologische processen

dr. Han van der Maas

literatuur: Pascal Hartelman (1997). Stochastic Catastrophe Theory. Proefschrift Faculteit Psychologie, UvA, pp. 11-19.


do. 7 november: Discussie-bijeenkomst beta/gamma met de docenten van het blok

12.15-13.45 u. over entropie

literatuur: Francisca Gromme en Franca van Hooren, De Definitie van Entropie in Verschillende Wetenschapsgebieden (beta/gamma propedeuse, 2001);
A. Lightman, Great Ideas in Physics. McGraw-Hill, 1992, pp. 89-93 (uit de syllabus bij het Blok Natuurkunde); Anne Kaldeway, Entropie en Energie in de Informatica (Nieuwsbrief Beta/Gamma Nr. 2, maart 1996, pp. 10 en 11); Karel van Dam, Entropie, Evolutie en Intelligentie (brochure Beta/Gamma, april 1996, p. 11); Marcel Boumans, Entropie en economie (Nieuwsbrief Beta/Gamma Nr. 2, maart 1996, p. 9); Loet Leydesdorff, Een sociaal-wetenschappelijke appreciatie van het entropie-begrip (deze syllabus, pp. 24 ev.).
wo. 13 november Rationaliteit, vrijheid en markt

10-13 u. docent: drs. Pieter Pekelharing (wijsbegeerte)

literatuur: Benjamin Constant, The Liberty of the Ancients Compared with that of the Moderns [1819]. Pp. 308-328 in: Bejamin Constant, Political Writings, Bianca Maria Fontana (ed.), Cambridge Un. Press, Cambridge, 1988.

14-17 u discussies over verschillende vrijheidsbegrippen aan de hand van vragen bij een video compilatie


do. 14 november: Gamma-practicum V

14-17 u docenten: Femke Bilderbeek, Max van der Linden en Loet Leydesdorff


De (kleine) opgaven in het stuk van Roald Ramer (voor 28 november) zouden van te voren moeten worden gemaakt om de behandeling op het college goed te kunnen volgen.
wo. 20 november: Onzekerheid in sociaal-wetenschappelijke data: methodologische implicaties

10-13 u. discussie met M&T-docenten: prof. dr. Cees van der Eijk (politicologie) en dr. Roald Ramer (economie/econometrie), met een bijdrage van prof. dr. Chris Klaassen (statistiek)

literatuur: Cees Niemöller, Onzekerheid in sociaal-wetenschappelijke data

Roald Ramer, Mededingingsmodellen

14-17 u: Is er samenhang in de sociale wetenschappen?

Forum-discussie met de docenten van het gamma-blok.


do. 21 november “inzicht in de samenhang der wetenschappen”

12.15-13.45 u. afsluitende discussie met de beta/gamma docenten


wo. 27 november: “samenhang der wetenschappen”

10-13 u. afsluitend college en discussie; docent: dr. Loet Leydesdorff

literatuur: Randall Collins, ‘The Rise of the Social Sciences,’ in: Four Sociological Traditions. New York/Oxford: Oxford University Press, 1994, pp. 3-46.

14-17 u evaluatie en nabespreking gamma-blok



Het thema van de beta/gamma propedeuse is “evolutie en organisatie”
Op de eerste (ma-)ochtend van de cursus worden de thermodynamische definities van evolutie, organisatie en entropie behandeld in het blok levenswetenschappen. In de namiddag gaan André Scharm en Loet Leydesdorff (resp. docenten levenswetenschappen en gamma-wetenschappen) in op het thema van het eerste trimester van de propedeuse.
Hoe hangen de begrippen “evolutie en organisatie” met elkaar samen?
Hieronder leveren we een tekst aan die we jullie willen vragen te lezen en in groepjes (conform de indeling van de mentorgroepen) te bespreken op ma-middag tussen 2 en 3 uur. (Er zal een zaalrooster beschikbaar komen aan het eind van het ochtendcollege.) Om 3 uur komen we dan bijeen in een grote zaal waar André en ik het onderwerp zullen inleiden. We zouden elke mento groep willen vragen om ook iemand aan te wijzen die kort (niet langer dan een paar minuten) rapporteert over de discussie in zijn/haar groep. Met name kunnen vragen worden geformuleerd? We hebben daarna ruimte voor een plenaire discussie.
Om 16.15 u. volgen korte inleidingen van Michiel Haring en Rob Hagendijk over de industriële en maatschappelijke aspecten van technologische innovatie, met name in de biotechnologie. We hebben daarover een discussie met de zaal.
Op woensdag-ochtend (4 sept.) ga ik in het college verder met het thema en de samenhang daarvan met het sociaal-wetenschappelijke en filosofische programma van het eerste trimester. Ik geef dan een inleiding op de syllabus en specificeer de verwachtingen die we van de studenten hebben.
Op donderdag 5 september tussen de middag is er een eerste zgn. integratie-bijeenkomst. We nodigen dan alle docenten van de beta/gamma-propedeuse uit voor deelname aan de discussie. We weten natuurlijk niet of ze ook allemaal komen, maar we kunnen dan nog eens rustig doorpraten met docenten en studenten over nog openliggende vragen. Iedereen wordt dan geacht inmiddels de teksten van Thomas Kuhn en Herbert Simon uit de gamma-reader te hebben gelezen. Tijdens de rest van de cursus gaan we in dit type integratie-bijeenkomsten via andere invalshoeken dieper op het thema in.
Het gamma-gedeelte van de cursus wordt (in december) afgesloten met een “theme-paper” zoals we dat tegenwoordig in goed Nederlands noemen. In dit theme-paper wordt gevraagd in een paar bladzijden je eigen inzichten en opvattingen over de samenhang van de sociale wetenschappen verwoorden. De ervaring leert dat het beter is om het thema van dit opstel tot de sociale wetenschappen te beperken, omdat de samenhang tussen de natuur-, de levens- en de sociale wetenschappen het opstel snel te ingewikkeld maakt. In de discussie willen we wel proberen daaraan toe te komen, maar er is natuurlijk ook nog een studietraject te gaan na het eerste trimester van het eerste jaar.
Evolutie en organisatie” als thema voor de beta/gamma propedeuse
Variatie kan toevallig zijn, maar selectie is altijd gedetermineerd. Darwin’s “survival of the fittest” gaat op voor de varianten die het best zijn aangepast aan de organisatie van het selecterende systeem. Bij “natuurlijke selectie” nemen we aan dat “de natuur” selecteert, maar de selecterende omgevingen kunnen ook variëren, zoals tussen verschillende eco-systemen.
Systemen ontwikkelen zich doordat de elementen waaruit ze worden opgebouwd variëren en verder worden uitgeselecteerd zodat het systeem zich kan ontwikkelen. We kunnen dit eenvoudig modelleren: een systeem op tijdstip (t + 1) is in bepaalde opzichten veranderd ten opzichte van het systeem op tijdstip (t), maar in andere opzichten hetzelfde gebleven.
Culturele evolutie, artificiële evolutie, biologische evolutie, chemische evolutie, etc., kunnen formeel met elkaar worden vergeleken in termen van modellen, maar inhoudelijk verwachten we vooral verschillen, omdat er een andere inhoud evolueert. Bij voorbeeld bestuderen we in de psychologie de ontwikkeling van mensen als individuen, in de economie de ontwikkeling van markten, in de chemie de ontwikkeling van molecuul-structuren, etc.
Evoluerende systemen bouwen op elkaar in lagen: er kan geen biologische evolutie zijn zonder chemische evolutie en geen culturele evolutie zonder biologische evolutie. Een volgend systeemniveau raakt ontwikkeld door toeval, maar naarmate het zich ontwikkelt, kan het zich afgrenzen en “zelf-organiseren”. De verschillende dynamieken storen en drijven elkaar in een non-lineaire dynamica. Door de interactietermen ontstaan in sommige configuraties emergente eigenschappen die zich dan soms kunnen handhaven (“selectie”).
Op het niveau van de cel bijvoorbeeld draagt het samenspel van biochemische reacties dat plaats vindt, zorg voor het functioneren van cellen als levende organismen. Het micro-milieu van de biochemische processen is een voorwaarde voor het optimaal verlopen van deze processen, zodat leven op het volgende systeemniveau kan worden gehandhaafd. Naarmate levende organismen vervolgens in complexiteit toenemen, worden de eisen die gesteld worden aan gevarieerdheid in intracellulaire biochemische processen en daarbij behorende micro-milieus groter. Om aan deze eis te kunnen voldoen zijn cellen van hogere organismen in sub-compartimenten opgedeeld (“functionele differentiëring”). Elk subcompartiment kent daarin een eigen milieu met daarbij behorende biochemische processen. Het samenspel van met elkaar langs biochemische weg communicerende sub-compartimenen is een voorwaarde voor leven van hogere organismen. Evolutie in biologische zin omvat dus ook een opwaardering van de organisatie van processen.

  1   2   3   4   5


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina