Systematiek en nomenclatuur Deze onderwerpen bevatten de volgende hoofdstukken



Dovnload 65.67 Kb.
Datum27.09.2016
Grootte65.67 Kb.
Systematiek en nomenclatuur

Deze onderwerpen bevatten de volgende hoofdstukken:

  • Indeling of systematiek van de planten

  • Naamgeving of nomenclatuur van de planten

  • De spelregels bij de schrijfwijze

  • Voor- en achtervoegsels bij de wetenschappelijke namen

  • Lijst van soortnamen (latijn – nederlands)

A Indeling of systematiek van de planten

Planten hebben soms dezelfde kenmerken. Vanwege deze overeenkomsten zet men ze in een bepaalde groep samen. Hiermee is een indeling te maken van alle planten die er zijn. Men vermoed dat er wel bijna een miljoen soorten zijn. Door ze in groepen in te delen ontstaat orde in het plantenrijk en kunnen we ze gaan leren herkennen.

De planten worden ingedeeld in een rangorde en die begint bij de grootste groep en verdeelt steeds verder tot aan de soort. Er ontstaan dus rangen en standen. Dit systeem is een hiërarchisch systeem.

Er zijn lagere en hogere planten. De lagere hebben geen bladgroen, de hogere wel. Daarom zijn de hogere planten in staat zelfstandig voor hun voortbestaan te zorgen.


Nomenclatuur
Planten hebben soms dezelfde overeenkomstige kenmerken. Vanwege deze overeenkomsten zet men ze in een bepaalde groep samen. Hiermee is een indeling te maken van alle planten die er zijn. Men vermoed dat er wel bijna een miljoen soorten zijn. Door ze in groepen in te delen ontstaat orde in het plantenrijk en kunnen we ze gaan leren herkennen en een naam geven.
Plantentaxonomie
Dit is de wetenschap die zich bezig houdt met de ordening, beschrijving en de juiste naamgeving van planten.

TAXON = eenheid of groep;

NOMOS = wet of ordening, dus: ordening van groepen.

De planten worden ingedeeld in een rangorde en die begint bij de grootste groep en verdeelt steeds verder tot aan de soort. Er ontstaan dus rangen en standen. Dit systeem is een hiërarchisch systeem.


Schema (beknopt):
Indeling of systematiek van de planten:

Hoofdafdeling

Afdeling

Klassen

Zaadplanten

A Bedektzadigen

Tweezaadlobbigen







Eenzaadlobbigen




B Naaktzadigen




Sporeplanten

A Varenplanten

Wolfsklauwachtigen







Paardenstaartachtigen







Varenachtigen




B Mossen

Badmossen







Levermossen




C Thallusplanten

Wieren







Schimmels







Bacteriën

We brengen een plant in het systeem onder via:
Afdeling
Klasse
Orde
Familie
Geslacht of Genius
Soort, of Species

  • ondersoort

  • variëteit

  • cultivar

Planten met bepaalde overeenkomsten worden in een groep bij elkaar gezet. Er ontstaat dan een rangorde of hiërarchie. Elke groep bestaat uit meerdere kleinere groepjes, er zijn er met een hoge rang, de kleinere groepjes hebben een steeds lagere rang. In de praktijk van de Natuur en leefomgeving hebben we vooral te maken met: familie, geslacht en soort. Deze geven de naam aan de plant.
Morfologie (Zie ook bij biologie)
Dit is de leer v.d. vorm en de bouw van planten en hun organen. Elk orgaan heeft een eigen functie in het geheel van de plant, daarom heeft het een eigen vorm.
Morfologische kenmerken van: wortels, knollen, bollen, stengels en blad noemen we de vegetatieve kenmerken.
Morfologische kenmerken van de bloeiwijze, de bloem en de vrucht noemen we de generatieve kenmerken.
Bij het onderscheiden van planten kijkt de wetenschapper naar een aantal kenmerken, dit zijn:
- uitwendige kenmerken: vorm, kleur en bouw
- inwendige kenmerken:- anatomisch (celstructuur)
- chemisch (chemische stoffen in de plant) / DNA structuur
- wijze van voortplanting

B Wat is nomenclatuur?

Onder nomenclatuur verstaat men de wetenschap, die zich bezig houdt met het geven van een juiste naam aan planten.

Deze wetenschap is al zeer oud.

Welke talen voor wetenschappelijke plantennamen?

Reeds in de oudheid werden planten benoemd met een geslachtsnaam. Men maakte daarbij gebruik van het Latijn en het Grieks, die toen nog levende talen waren.

Langzamerhand zagen we het Grieks verdwijnen en geheel plaats maken voor het Latijn. Het Latijn is van omgangstaal een dode taal geworden. Het Latijn verandert niet meer, vandaar de naam "dode taal".

Deze eigenschap maakt het Latijn uitermate geschikt als wereldtaal voor de wetenschapsmensen.


Voordelen van een botanische naam zijn:

1. Volledig:1 naam voor 1 plant.


2. Eénvormig: overal ter wereld gebruikt men dezelfde naam.
3. Algemeen: Latijn als taal (dode taal → taal van de wetenschap).
4. Geeft verwantschap aan: (opm. volksnamen zijn verwarrend.)
5. Duidt vaak een eigenschap aan: b.v. Lilium longiflorum = met lange bloemen

Namen veranderen soms.
Dat een naam verandert is heel vervelend, maar redenen hiervoor zijn:
- Een ander of beter inzicht in de plaats van een plant in het systeem.
- Een foutieve benaming die in het verleden is gegeven.
- De toepassing van de ‘prioriteitsregel’ die stelt dat "de oudste naam na 1753 wettig" is.

- De naam van een cultivar is een naam in een moderne taal, die uit hooguit drie woorden

bestaat en niet te lang mag zijn.

Namen van voor 1 januari 1959 mogen een Latijnse vorm hebben.

Botanische congressen kunnen tot naamsverandering besluiten. Soms echter behoudt men een onjuiste naam (dit noemt men Nomina conservanda). Dit doet men vooral om economische redenen. Het is soms moeilijk lang ingeburgerde namen te wijzigen.

Binaire nomenclatuur.

De eerste wetenschappelijke namen van planten werden gegeven door kloosterlingen in het Latijn.

Het waren over het algemeen zeer beschrijvende namen. Gelukkig is er een Zweeds geleerde geweest die hierin verandering bracht; hij heette LINNAEUS (1707 - 1778). Linnaeus is de grondlegger geworden van de zgn. moderne nomenclatuur, die wij de binaire nomenclatuur noemen.

Elke plant kreeg hierbij 2 namen, een geslachtsnaam en een soortaanduiding, samen de soortnaam vormend.

Synoniemen bij plantennamen.

Na Linnaeus bleven de verwarringen in de nomenclatuur bestaan door gebrek aan contact van de plantkundigen onderling en het verschil in zienswijze.

Hierdoor ontstonden veel synoniemen en homoniemen.

Synoniemen zijn twee of meer wetenschappelijke namen voor één en dezelfde plant.

Voorbeelden van synoniemen:

Lobularia (syn. Alyssum) = sneeuwtapijt (eenjarige plant)
Prunus persica (syn. Persica vulgaris) .= perzik (steenfruitsoort)
Ribes rubrum (syn. Ribes spicatum) = rode trosbes, rode aalbes (= houtig kleinfruit)
Argyranthemum frutescens (syn. Chrysanthemum fr.) = struikmargriet/ stammargriet
Chrysanthemum indicum (syn. Dendranthema i.) = troschrysant, snijchrysant

Brugmansia (syn. Datura) = Engelentrompet, doornappel (= kuipplant)
Lycopersicon esculentum (syn. Solanum esculentum, Lycopersicum e.) = tomaat
Voor nog meer gewijzigde namen/ synoniemen: zie lijst gewijzigde wetenschappelijke namen


Homoniemen

Een homoniem is één naam voor verschillende plantensoorten.



Prioriteitsregel.

Geschiedenis:

Aan deze toestand van synoniemen en homoniemen moest wat gedaan worden.
Teneinde meer eenheid te krijgen in de benoeming van planten werden internationale botanische congressen gehouden. Op deze congressen werden regels opgesteld omtrent de benaming en schrijfwijze van de bekende en nieuw te beschrijven planten.

Prioriteitsbeginsel bij plantennamen:

Bij het opstellen van deze regels heeft men het beginsel van de prioriteit (voorrang geven) gevolgd, d.w.z. de eerste wettige naam na 1753 gaat voor. Alle andere namen zijn dus synoniemen.


In 1753 verscheen de eerste druk van Linnaeus boek "Species Plantarum" = de plantensoorten.

Aanduiden van auteursnamen (schrijversnamen):

Achter een plantennaam staat in de Flora steeds (een) letter(s) of een naam. Deze is (zijn) afkomstig van de personen, die de plantennaam bedacht hebben. Bijv. Salix alba L. De L. is van Linnaeus die de naam heeft gepubliceerd.

Soms wordt een soort naar een ander geslacht overgebracht, waarbij een naamsverandering plaats vindt. Linnaeus noemde bijv. in zijn tijd de struikheide Erica vulgaris L. Later werd deze soort afgesplitst en benoemd door Hull. De naam werd Calluna vulgaris (L.) HULL.
De soortaanduiding vulgaris van Linnaeus bleef bekend en behouden, maar de nieuwe geslachtsnaam werd Calluna en was afkomstig van HULL.

C Spellingsregels bij de schrijfwijze

Vb. Wetenschappelijke naam van het perenras 'Doyenné du Comice'




Pyrus

Communs

var.

sativa

cv.

'Doyenné

du

Comice'

1

2

3

4

5

6

7

8


Richtlijnen bij het juist schrijven en aanduiden van plantennamen:

Geslachtsnaam of genusnaam: (1)

Genus = geslachtsnaam. Wordt altijd met een hoofdletter geschreven.



Soortaanduiding of speciesnaam: (2)

Species = soortaanduiding. Wordt altijd met een kleine letter geschreven.



Variëteit of botanische variëteit (var.): (3)

Het woordje var. of variëteit mag je weglaten bij een plantennaam.

De variëteitsnaam wordt altijd met een kleine letter geschreven.

In teksten raad men aan de wetenschappelijke plantennamen cursief te plaatsen.



Cultuurvariëteit of cv of cultivar: (4)

De afkorting c.v.: cultuurvariëteit = cultivar = ras . Mag weggelaten worden.

De rasnaam of c.v. wordt altijd voorafgegaan door één aanhalingsteken links bovenaan. (5)

Na de rasnaam komt er ook één aanhalingsteken. (rechts)


De cultuurvariëteit wordt altijd met een hoofdletter geschreven.
Hoofdletters uitgezonderd bij volgende onderdelen van de rasnaam: du, van, de, (d'), of. (6)
Deze 4 woordjes welke soms in rasnamen voorkomen worden steeds met een kleine letter geschreven (Komen vooral voor in cv's met een Franse oorsprong.)

Klemtonen aanduiden bij botanische plantennamen.
Er zijn voor de klemtonen 2 mogelijkheden om dit aan te duiden op papier:

Men kan ze in het vet drukken

Men kan er ook een accent boven zetten, vb. Tagetes Tagétes

(Bij het schrijven de klemtonen niet noteren, behalve bij rasnamen!)

●In woorden van 2 lettergrepen ligt het accent voor de klemtoon altijd op de 1ste

lettergreep

●In woorden met meer dan 2 lettergrepen ligt het accent op de voorlaatste

lettergreep als die lang is, op de 3de lettergreep van achteren als de voorlaatste

lettergreep kort is
● Als klemtoon wordt het dus Cýclamen purpuráscens, purpuréa, purpuréus,

purpuréum, purpúra. Er is hier dus geen sprake van een uitzondering!



Auteursnaam.

Vb. Calluna vulgaris (L.) HULL.


L.= Linnaeus (de auteur)

HULL. = afgekorte auteurs-naam.



Lijstje van de meest voorkomende achtervoegsels bij soortaanduidingen en hun betekenis.

-anthemus -bloemig



van Gr. anthemon = bloem

-anthus -bloemig



van Gr. anthos = bloem

-carpus -vruchtig



van Gr. karpos = vrucht

-color -kleurig



van Lat. color = kleur

-escens -wordend


-fer,-fera,-ferum -dragend, -leverend

van Lat. ferre = dragen, brengen

-florus -bloemig



van Lat. flos = bloem

-folius -bladig



van Lat. folium = blad

-formis -vormig



van Lat. forma = vorm

-ides -gelijkend, -achtig

van Gr. eides → gelijkenis uitdrukkende uitgang

-nervis -nervig



van Lat. nervus = nerf

-oides -gelijkend, -achtig

van Gr. eides → gelijkenis uitdrukkende uitgang

-philus -lievend, -beminnend



van Gr. philein = beminnen, philos = vriend

-phyllus -bladig



van Gr. phullon = blad

-rhizus -wortelig



van Gr. rhiza = wortel

-spermus -zadig

van Gr. sperma = zaad

-virens -groen

van Lat. viréscere = groen worden

Lijstje van veel voorkomende voorvoegsels bij soortaanduidingen en hun betekenis.
Grootte

marc-, macro- groot-, lang-



van Gr. makros = groot, lang

micr-,micro- klein-



van Gr. mikros = klein

grandi- groot-



van Lat. grandis = groot

platy- breed-, plat-



van Gr. platus = breed, plat
Getallen

mon-,mono- één-



van Gr. monos = enig, alleen

di- twee-



van Gr. duo = twee

tri- drie-



van Gr. tri = drie

tetra- vier-



van Gr. tetra = vier

pent-, penta- vijf-



van Gr. penta = vijf
Hoeveelheden

mult-, multi- veel-



van Lat. multus = veel

bi- twee-, dubbel-



van Lat. bi = twee, dubbel

poly- veel-



van Gr. polos = veel
Hoedanigheid

con- samen-, gelijk-



van Lat. con = samen

semper- altijd-



van Lat. semper = altijd

atro- donker-



van Lat. ater = dof zwart

inter- tussen-



van Lat. inter = tussen

pseudo- vals-, onecht



van Gr. pseudein = bedriegen

pseudos = leugen

plenus- dubbel-, gevuld, vol



van Lat. plenus = vol

semi- half-



van Lat. semi = half


Verklaring van soortnamen.

Bron:


http://www.houtwal.be/vakartikels/nomenclatuur/betekenis_n_z.htm

www.woordentrainer.nl

abies = spar, den

aculeatus = onder het blad
alba, -um,-us = wit

alata = gevleugeld


alpina =  afk. uit de Alpen
andreanum = naar E.F. André

angustifolia = smalbladig


annuum = eenjarig
aquifolium = met scherpe bladeren

argentea = zilverwit


arguta = scherp gezaagd
armeniaca = uit Armenië, Armenische boom
ascalonicum,-a,-us = van Askalon, in Palestina
atlantica = uit de Atlas
atlantica = van het Atlasgebergte
aucuparia = vogellokkend
aurea (aureum) = goudgeel
aurea, flavum, lutea = geel
australis = uit het zuiden
avellana = van Avella (stad in Italië)

baccatus = besdragend


barbatus = gebaard

barbigera = baarddragend

belladona = schone dame
betulus = lijkend op berk
botrytis,(bot-rys) Gr.botrys = naam van druif

campestre = uit het veld


carica = van Carië, in Klein-Azië

carneus=rozerood, vleeskleurig


carota = L. naam van de peen (wortel)
caryophyllus = plant met kruidnagel-geur

caudatus = gestaard

cearuleum = blauwachtig
cepa = L. naam voor de ajuin
cerasus =  kersenboom
cerefolium GR. chairephyllon =  liefelijk blad; (Fr. cerfeuil)
chinensis, = Chinees; (ook: sinensis)

communis = gewoon, algemeen

cordyfolium = met hartvormig blad

coronarius = kroonachtig


corymbosum =  met tuilen, tuildragend

cyanus = donkerblauw

decora = sierlijk
delicious, (deliciosa)=  heerlijk smakend
domestica = huiselijk, inheems

dubium = twijfelachtig


dulcis, dulce = zacht, zoet, liefelijk

elatum = hoog, slank

edulis (edúlis) = eetbaar
elegans = sierlijk
endiva (intybus) = Waarschijnl. v.h. Arab. hendibeh.
esculenta, -um = eetbaar
europaea = uit Europa
expansa, -us, um = uitgebreid

faba = naam van een boon (Lat.)

ferulaceum = naar urine ruikend

flavidus = geelachtig

filipendula= aan draden hangend.
floribunda= rijkbloeiend
florus = met bloemen als ....

foetidus = stinkend


foliosus,-a, -um = bladrijk, bladachtig


folius = met bladeren als ...

fruticosa = heesterachtig

gallica = uit Frankrijk
gemmifera gemmatus, -a, -um = met knopjes (knopjesdra-gend)
germanica = uit Duitsland

giganteum= groot

globosa = bolletjes

glomerata = opeengehoopt


grandiflorum = grootbloemig
graveolens = sterk riekend

hispanica = Spaans, (uit Spanje)


hybriden, hybridus = bastaarden (kruisingen), hybriden (hibriden)

hyphophyllum = onder het blad

idaeus,-a, -um = van de berg Ida op Kreta

imperialis = keizerlijk


incana = grijs
insititia = voor het enten gebruikt (onderstam)
intybus (endiva) = Waarschijnl. v.h. Arab. hendibeh.

japonica = uit Japan

kaal = calvus, calves

lactiflora = melkwit

laevis = glad

latifolium = met brede bladeren

laurocerasus = blad lijkt op laurier, vrucht lijkt op kers

laxa = slap


lycopersicum = lykos (GR.) = wolf; persica = perzik
longiflora = langvormige bloemen

macrophylla = grootbladig

macrocephala = met grote bloemhoofdjes

majalis = in mei bloeiend


majus = groter

marginata = gerand


maritima = aan de boord van de zee
maritima = aan de zeekust groeiend
mas (masculus) = mannelijk
maximum = de grootste
media , (um )= de middelste
melongena GR.: mèlon = appel; genos= geslacht, afkomst
microphylla = kleinbladig

millefolium= duizendbladig


minor = kleiner
mollis = zacht
montana uit de bergennapus = raap
napellus = uit napels

nemerosa = in bossen groeiend

nigra, nigrum, Niger = zwart

nivalis = in de sneeuw bloeiend

oblonga = langwerpige vorm

obliqua = scheef


occidentalis = uit het Westen
occidentalis = westers
odorata, odoratus = Welriekend, geurend
officinalis = Geneeskrachtig
officinalis =geneeskrachtig
oïdes ides = gelijkend op (v.e. geslachtsnaam afgeleid)
orientale, orientalis = oosters
orientalis = uit het Oosten
ovalifolium = ovaalbladig

paniculata = pluimvormig


patula = openstaand
peltatum = schildvormig
pendula =  hangend
pepo = pompoenachtig
perennis =  overblijvend
persicum, persica =  afk. uit Perzië

planum = vlak

plumosum = met pluim
porrum = van het Keltische pori; een eetbaar look
praecox = vroegbloeiend

purpureum = paarsblauw

rapa, (rapaceúm) = raap, (raapvormig)
reginae = van de koningin

revoluta = terug gebogen


rex = koning
rhaponticum, -a,-um = van gr. Rha: Wolga en pon-tos: zee (uit het land v. Wolga en Zwarte Zee)
robur = kracht
rotundifolia = rondbladig
rubra = rood

sabauda Savoois, = uit Savoje.


saccharinum = Gesuikerd
sanguineum=  bloed, bloedrood
sativus, sativa = Geteeld

scandens= klimmend


schoenoprasum van gr.: schoinos: =  bies en prason: look

scolimus = oude plantennaam


semperflorens = altijd bloeiend
sempervirens = altijd groen
serrulata = fijngezaagd

sinuatum = bochtig

somniferum = slaapverwekkend

spaerocephalon = met bolvormige bloeiwijze


spicata, spicatum = arendragend
spinosus,-a,-um = met dorens
splendens = schitterend

stenophyllus = smal, dunbladig


sylvatica, sylvestris,(silvatica)=  bosbewonend
sylvestris = uit de bossen

thyrsoides = pluimvormig


tinctorius = verfstoffen leverend


tricolor = driekleurig
trifasciata = met drie banden
triloba = drielobbig

tuberosa = knolachtig

uva = druif

variegatum = bont


vinifera = voor het wijnmaken gebruikt
vulgaris, vulgare = algemeen

x josta = Duits: kruising van Schwarze Johannisbeer en stachelbeer (zwartebes x kruisbes)



zonale = met een gordel





De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina