T oelichting maatlat kwaliteitsambitie overheidsorganisaties bij uitvoering Brzo1999



Dovnload 200.78 Kb.
Pagina1/4
Datum25.07.2016
Grootte200.78 Kb.
  1   2   3   4


Toelichting bij de maatlat kwaliteitsambitie 31/10/05






project B(ete)rzo

T

oelichting maatlat kwaliteitsambitie overheidsorganisaties bij uitvoering Brzo1999

Inhoudsopgave




  1. Inleiding p 1

  2. Deskundigheid (dimensie 1) p 3

  3. Externe factoren (dimensie 2) p 6

  4. Organisatorische borging kwaliteitseisen (dimensie 3) p 7




Bijlage 1 Beschrijving deskundigheden in relatie tot Brzo-taken p 9

Bijlage 2 Indeling type Brzo-bedrijven naar complexiteit technische bedrijfsactiviteiten p 16

Bijlage 3 Specifieke deskundigheid naar type Brzo-bedrijf p 17

Bijlage 4 Taakuitvoering en rolopvatting brandweer p.18

Bijlage 5 Overzicht mogelijke opleidingen specifieke deskundigheden p 22

1. Inleiding

De maatlat omvat criteria voor de kwaliteit van medewerkers en van organisaties waaraan tenminste voldaan moet zijn om de Brzo-taken adequaat te kunnen uitvoeren. De focus van deze maatlat ligt op de kritieke massa.

Onder kritieke massa wordt verstaan de minimaal benodigde deskundigheid van medewerkers en de borging daarvan door de organisatie.

Met organisatie wordt gedoeld op een groep mensen, die de Brzo-taken uitvoeren1.


De maatlat berust op drie dimensies:

  1. deskundigheid voortvloeiende uit de wettelijke taken en de daarbij behorende taakopvatting

  2. externe factoren

  3. organisatorische borging

Maatlat gebaseerd op primaire taken Brzo

Tot de primaire taken zijn gerekend: beoordelingen, inspecties en handhaving in de zin van het toezicht op de naleving van de Brzo-eisen. Buiten beschouwing blijven de secundaire taken die voortvloeien uit de beleidsvorming en het zijn van coördinerend bevoegd gezag, evenals taken voortvloeiend uit andere wet- en regelgeving.
In de praktijk is de uitvoering van de Brzo-taken ingebed in uitvoering van de taken voortvloeiend uit de Wet milieubeheer, Arbeidsomstandighedenwet, Brandweerwet en Wet rampen en zware ongevallen. Deze maatlat beperkt zich tot de uitvoering van de Brzo-taken.

Een voorbeeld van de organisatorische inbedding van uitvoering van de Brzo-taken is in schema 1 gegeven.

De coördinatietaak die het Brzo verlangt is niet meegenomen bij de bepaling van de kritieke massa. Coördinatie blijkt in de praktijk veel tijd te vergen en doet dus een capaciteitsberoep op de organisatie, maar is niet bepalend voor de kritieke massa

Brzo en gerelateerde wetgeving

Het Brzo heeft relaties met andere besluiten en wetten. De uitvoering van de Brzo-taken wordt in de praktijk gecombineerd met de uitvoering van taken gebaseerd op andere besluiten/wetten.

De plaats van Arbeidsinspectie, milieudiensten en brandweerdiensten in de uitvoering van het BRZO verschillen van elkaar. De Arbeidsinspectie heeft een specifieke organisatie (MHC) die gericht is op de uitvoering van de Brzo-taken. Voor het bevoegd gezag Wm en de brandweer geldt dit niet. Zo zijn de Brandweerwet en de Wet rampen en zware ongevallen voor de brandweer de kaders van waaruit hun betrokkenheid bij de uitvoering van de Brzo-taken plaatsvindt. Hoewel bij de uitvoering van Brzo-taken, door de Brandweer andere regelgevingstaken worden meegenomen, is de maatlat gebaseerd op de artikelen van het Besluit risico’s zware ongevallen 1999. Het voordeel van deze afbakening is overzichtelijk­heid en eenduidigheid. Het nadeel is dat de taakuitvoering en rolopvatting van de brandweer binnen de maatlat niet volledig is gedekt, hetgeen tot uiting komt in de beschrijving van de vereiste deskundigheid voor de Brzo-taken. Het effect op de bepaling van de kritieke massa is evenwel gering. De taakuitvoering en rolopvatting van de brandweer leidt niet tot een andere kritieke massa.

De uitvoering van de taken ter voorbereiding op de bestrijding van zware ongevallen of rampen berust op de Wrzo. Besluiten gebaseerd op de Wrzo (Bir en Bri) verwijzen naar het Brzo. De Brandweerwet verwijst naar het Brzo om een bijzondere categorie van bedrijven aan te duiden waarop regels van toepassing zijn aangaande de bedrijfsbrandweer. Bij de uitvoering van de Brzo-taken is de betrokkenheid van de brandweer gericht op de aspecten: beperking, beheersing en bestrijding van de effecten bij ongevallen en rampen. In bijlage 4 zijn de taakopvatting en opleidingseisen vanuit de brandweer opgenomen.



Schema 1 Voorbeeld organisatorische inbedding uitvoering Brzo

    NB.

    Deze maatlat is geen indicator van de modale organisatie.

    Als niet wordt voldaan aan één van de criteria van de maatlat, zal adequate uitvoering van Brzo-taken niet mogelijk zijn.



Schema 2 Bepaling kritieke massa organisatie op 3 dimensies

2. Deskundigheid (dimensie 1)

De systematiek voor de bepaling van de maatlat is in schema 2 gepresenteerd.

In dit hoofdstuk is de uitwerking gericht op de deskundigheid. De externe factoren (zoals complexiteit van bedrijven) en de organisatorische aspecten worden in de volgende hoofdstukken behandeld.


De uitvoering van de Brzo-taken is in drie typen van taken in te delen2:

  • beoordeling,

  • inspectie

  • handhaving (niet het handhavend optreden zelf maar het toezicht of de Brzo-eisen worden nageleefd door het bedrijf).

Kennis van de wet- en regelgeving, vergunningverlening wordt aanwezig verondersteld.


Gelet op de aard en de mate van voorkomen is inspectie –conform artikel 24 Brzo- de maatgevende Brzo-taak in relatie tot de kritieke massa.

Voor het uitvoeren van de inspectie- en handhavingstaken is specialistische kennis vereist. Deze specialis­tische kennis richt zich op diverse onderwer­pen.

Voor de uitvoering van de inspectietaken is voornamelijk specialistische kennis nodig Alleen voor de beoordeling van de volledigheid van Vr, VBS en intern noodplan kan worden volstaan met generalistische kennis.
Drie deskundigheidsgebieden

Er zijn tenminste drie deskundigheidsgebieden te onderscheiden, wat betreft benodigde specialistische kennis en praktijkervaring:




  1. procesvoering (productie, overslag, opslag) en procesbeveiliging (preventief en effectbeheersing)

  2. VBS, kennis van risicomanagement en risicomanagement-instrumenten binnen VBS

  3. auditkennis en auditervaring met VBS.

Deskundigheid op deze drie gebieden dient in ieder geval binnen de organisatie aanwezig te zijn. Aanwezige dienstspecifieke deskundigheid kan selectief ingezet worden waar nodig (bijvoorbeeld deskundigheid brand- en incidentenbestrijding).


De vereiste minimale vooropleiding van de specialisten is:


  • Technisch georiënteerde opleiding (hbo of universitair); bijvoorbeeld chemische technologie of werktuigbouwkunde of een gelijkwaardige opleiding of aantoonbare ervaring teneinde de technische procesvoering rond gevaarlijke stoffen te kunnen begrijpen;

  • Hbo-opleiding technische bedrijfskunde of opleiding/training in management­sys­temen en organisatiekunde teneinde organisatorische bedrijfsprocessen gericht op VBS te kunnen begrijpen of met voorgaande gelijkwaardige bedrijfskundige ervaring.

  • Opleiding tot auditor.

Dit minimale vooropleidingsniveau is een voorwaarde voor de specifieke kennis- en vaardigheidseisen die binnen de eerste twee deskundigheidsgebieden worden verlangd3. Auditkennis en -ervaring (derde deskundigheidsgebied) vereist aanvullende specifieke opleiding en training. De Brzo-auditkennis en –ervaring is dus een aanvullend specialisme op de twee andere deskundigheden.


Deskundigheidsgebied 1: Procesvoering en procesbeveiliging

Genoemd algeheel vereist opleidingsniveau waarborgt dat basiskennis aanwezig is om zich vervolgens de kennis eigen te maken van de processen4 en procesveiligheid van Brzo-bedrijven. Specifieke trainingen/cursussen zijn nodig om kennis van processen en procesveiligheid op het gewenste niveau te brengen. In bijlage 5 is een overzicht gegeven van opleidingen/cursussen.


Een Brzo-inspectie is onder andere gericht op het beoordelen van de technische maatregelen die het bedrijf heeft getroffen (Brzo- deeltaak). Het is een vereiste dat men het proces begrijpt van de inrichting, de specifieke gevaren en risico’s van de processen kent en kennis heeft van de veiligheden die toegepast (kunnen) worden bij de processen om een dergelijke inspectie te kunnen uitvoeren. De medewerker moet de vaardigheid hebben de technische bedrijfsinformatie waarin genoemde zaken zijn beschreven (tekeningen, schema’s) te kunnen “lezen”/ te kunnen begrijpen. Afhankelijk van de aard van de activiteiten en technische processen van het Brzo-bedrijf is al dan niet proces-chemische kennis nodig en daarmee samenhangend kennis van technische procesbeveiliging.

Deskundigheidsgebied II : VBS, kennis van risicomanagement en risicomanagement-instrumenten binnen VBS
Het opstellen van een preventiebeleid zware ongevallen (naast of onderdeel van een breder veiligheids-/milieubeleid), het implementeren (VBS) en beheersen van het systeem vergt risicomanagement­deskundigheid.

Naast eerder genoemde specifiek technische kennis is technische bedrijfs- of organisatiekundige ervaring/ kennis vereist. Kennis van basisbeginselen/ principes van risicomanagement is vereist. Specifieke kennis van risicomanagement-instrumenten is vereist om Brzo-inspectietaken te kunnen uitvoeren5.


Deskundigheidsgebied III: Auditing (incl. methodiek en technieken) van Vr en VBS
De ontwikkeling van de NIM-Brzo (methodiek die toepassing zal vinden bij de uitvoe­ring van de vereiste Brzo-inspecties) gaat uit van gezamenlijke uitvoering door de drie betrokken partijen6. De NIM gaat uit van auditing om tot beoordeling te komen van de uitvoering van het preventiebeleid van zware ongevallen (inspecties art. 16 en art. 24 Brzo). De NIM stelt eisen aan het kennisniveau en de ervaring van de auditor. Er wordt van uitgegaan dat de auditing voldoet aan de ISO 190117. Een opleiding tot auditor is dus nodig. De auditor dient (uiteraard) kennis te hebben van de processen van de organisatie en de systemen die worden geaudit (eerste twee genoemde deskundig­heidsgebieden). Tevens dient kennis aanwezig te zijn over kwaliteits- dan wel milieuzorgsystemen.

Specifieke deskundigheid betrokken diensten

Auditten van aspecten die dienstspecifieke deskundigheid vergen (bijvoorbeeld de brandveiligheid en brandrepressiemaatregelen, bedrijfsnoodplan). De dienstspecifieke deskundigheid van de brandweer richt zich op:

  • het toezicht op de omstandigheden van en de voorzieningen voor de effectbestrijding (bereikbaarheid, bluswatersysteem, noodplan);

  • de gegevensverzameling (Vr) voor opstellen van aanvalspannen en rampbestrijdingsplannen;

  • beoordeling van noodzaak bedrijfsbrandweer en toezicht op aanwezige bedrijfs­brandweer.

3. Externe factoren (dimensie 2)

Naast de minimaal benodigde deskundigheid zijn externe factoren aanwezig die mede de kritieke massa bepalen. De externe factoren die van invloed zijn op de inzet van specialistische kennis/ervaring en/of de organisatiecapaciteit zijn in ondertaande schema gepresenteerd.




Schema 3 Externe factoren

Aangegeven externe factoren kunnen van organisatie tot organisatie verschillen. Aan de hand van de volgende matrix is de situatie te karakteriseren.






hoog

middel

laag

aantal bedrijven









complexiteit technische processen en veiligheidsorganisatie bedrijf









dynamiek veranderingen procesvoering bedrijf









Inspectiefrequentie (aangetroffen situatie VBS op grond van art. 24 inspectie en beoordeling; nulmeting volgens NIM)










  1   2   3   4


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina