T taag -tajo taai



Dovnload 0.96 Mb.
Pagina1/15
Datum22.07.2016
Grootte0.96 Mb.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   15

--




T


Taag -Tajo

taai - babbelaar, benig, buigzaam, dor, droog, ductiel, hardnekkig, kleverig, kokinje, kras, lijzig, moeizaam, ongenietbaar, papperig, pezig, saai, schriel, soepel, stroopballetje, stug, vasthoudend, vervelend, voos, zenig

taai en saploos - voos

taai materiaal   leer

taai snoepgoed - noga, toffee

taai snoepje   toffee

taai snoepje - toffee

taai soort hout - lijsterbeshout, sorbehout

taai stuk in vlees - zeen

taai twijgje - speer, speet

taai van structuur - pezig

taai vloeibaar - visceus, viskeus

taai wilgenhout - gard

taaie - borrel,

taaie grondsoort - klei, leem

taaie halfvloeibare stof - stroop, teer

taaie koek - stroopwafel

taaie lekkernij   noga, taai taai

taaie stof - stroop

taaie stroopkoek - taailap

taaie twijg - speet, teen

taaie vloeistof   lijm, stroop

taaiheid - ausdauer, ductiliteit, stroperigheid, taaiigheid, tenaciteit, viscositeit

taaiheid van materialen - rekbaarheid, tenaciteit

taailap - stroopkoek

taai-taai - taaipop, vrijer

taaivloeibaar - dikvloeibaar, gebonden

taak   arbeid, dagtaak, functie, huiswerk, karwei, last, opdracht, opgaaf, opgave, papierhoeveelheid, pensum, plicht, roeping, verplichting, zendingwerk(opgelegd)

taak of ambt - functie

taak of order - last

taak van apostel   apostolaat

taak van minister - ministersportefeuille

taal   A.B., A.B.N.,dialekt, plat, spraak, tongval

taal (lat.) - lingua

taal der Boeddhisten   Pali, Sanskriet

taal der ogen - ogentaal

taal in Afrika   Haussa, Swahili

taal in India   Austrisch, Dravidisch, Hindi, Hindostani, Pali, Tamil, Urdu, Vedi

taal in Indonesië   Bahassa, Javaans, Maleis, Soendaas

taal in Mesopotamië   Aramees

taal in Oost Afrika   Swahili

taal in oud Griekenland   Attisch, Dorisch, Jonisch, Koine

taal in Pyreneeën   Baskisch

taal in Syrië ten tijde van Christus - Aramees

taal in Voorindië - Dravidisch, Tamil

taal in Zuidoost Zwitserland   Rhaeto Romaans

taal op Ceylon   Singalees, Tamil

taal op Kreta ten tijde van koning Minos   Minoïsch

taal van Australië   Engels

taal van Brazilië   Portugees

taal van de heilige Boeddhistische boeken   Pali

taal van een beschaafd volk   cultuurtaal

taal van geboorteland   moedertaal

taal van Peru, Chili, Bolivia, Argentinië   Spaans

taal waarin onderwijs gegeven wordt   voertaal

taakanalist - industriedeskundige

taakloon - stukloon

taak (school) - pensum

taakstudie - tijdstudie

taal - dialect, flik, gedachteuiting, landstaal, plat, ruw, schrijftaal, spraak, spreekwijze, streektaal, tale, tongval, uitspraaak, volk

taal der vaktermen - terminologie

taal der zigeuners - romano

tgaal en oudheidkundige - filoloog

taalbegrip - taalinzicht

taaleigen - idioma, idioom

taalfiguur - asyndeton, anakoloet, climax, elisie, polysyndeton, praetetitio, stijlfiguur

taalfout - schrijffout, spelfout

taalfout door taalkennis - solecisme

taalgebruik - woordkeus

taalgebruiker - schrijver, spreker

taal, gebruikelijke - voertaal

taalgeleerde   filosoof, linguïst

taalgeleerdheid - linguïstiek

taalgrond - beginsel

taalhervormer - purist

taalklank - accent, foneem

taalkunde   filologie, grammatica, linguïstiek, taalwetenschap

taalkundige - linguïst

taalkundige die de moderne talen bestudeerd - neofiloloog

taalkundige term - achtervoegsel, bijwoord, bijzin, conjugatie, deelwoord, enkelvoud, gezegde, hoofdzin, hulpwerkwoord, imperatief, lettergreep, lexicologie, lidwoord, medeklinker, meervoud, naamval, onderwerp, ontleding, onzijdig, praesens, rijm, semantiek, stam, syntaxis, uitgang, verbuiging (declinatie), vervoeging, voegwoord, voornaamwoord, voorvoegsel, voorwerp, voorzetsel, werkwoord, woord, zin

taalkunst - gramatica, spraakkunst

taalliefde - filologie

taalman - taalkundige, tolk, vertaler, vertolker

taalmethode - berlitzmethode

taalmiddel - communicatiestysteem

taalnieuwigheid   neologisme

taaloefening   dictee, ontleding, opstel, thema

taal op Ceylon - Pali, Tamil

taal op Kreta - Minoisch

taal van Australië - Engels

taal van de heilige Boedh. Boeken - pali

taalschat   idioom

taalschatordening - lexicologie

taalpsycholoog - psycholinguist

taalstudie - filogolie

taalteken - cedille, foneem, gedachtenstreep, komma, koppelteken, morfeem, punt, trema, uitroepteken, vraagteken, woord

taalteken van een bepaald begrip - semanteem

taalverbetering - correctie

taalvitter   purist

taalvorser - linguïst, taalgeleerde, taalkundige

taalvriend - filoloog

taalwetenschap   filologie, linguïstiek, taalkunde

taalwetenschap van de leer der verbuiging en vervroegingsvormen - morfologie

taalwetenschap van een bepaald volk - filologie

taalwonder - glossolatie

taalzifter - taalvitter

taalzuiveraar   purist

taalzuiverheid - orthologie

taalzuiverheidsgraad - latiniteit

taalzuivering - purisme, puristerij

taan - verfstof

taanbaas - taander

taankleur - bruingeel

taankleurig - bruingeel, tan, tanig

taankring - ecliptica

taart - cake, gebak, kersentaart, kersttaart, mokkataart, notentaart, oorvijg, roomtaart, taartje, tulband

taart met roomvla - roomtaart

taartjeswinkel - banketbakkerij

taarts - marlpriem

taats - spijker, tap

taatstol - draaitol, zettol

tabak - baai, havanna, herenbaai, kentucky, manilla, nicotiana, pruim, pruimtabak, pijptabak, rooktabak, shag, snuiftabak, sumatra, varinas, virginia

tabak bewerken - fermenteren

tabakbewerking - fermentatie

tabakgisting - aging

tabak kauwen - pruimen

tabakker - tabaksarbeider, tabaksmakelaar, tabaksplanter

tabalsaandeel - tabakswaarde

tabaksarbeider   kerver, sigarenmaker, stripper

tabaksartikelen - rookwaren

tabaksbaal - seroen

tabaksbeurs - tabakszak

tabaksbibet - tabaksplantjes

tabaksblarenafval - lomp

tabaksbuil - tabakszak

tabakscultuur - tabaksplantage

tabaksfonds - tabaksaandeel

tabaksgebruiker - pruimer, roker

tabakskorf   kanaster, knaster, krantjang

tabakskweek - tabaksteelt

tabaksland - Amerika, Brazilië, Cuba

tabaksman - tabakshandelaar

tabaksmand - seroen

tabaksmolen - snuifmolen

tabaksproduct - pruim, shag, sigaar

tabakspijpTurks)   nargileh

tabaksprodukt   pruim, shag, snuif

tabaksrol - karot

tabaksoort - Amerikaans, Engels, havanna, Kentucky, manilla, sumatra, varinas, virginia

tabaksplant - nicotiana

tabaksplanter - tabaksboier

tabaksproduct - pruim, shag, snuif

tabakspijp - gouwenaar, neuswarmertje

tabakspijp (Turks) - nargileh

tabakspijpje - smuigertje

tabaksroker (natuur historisch - sneep

tabaksrol - karot

tabaksrul - tabakszand

tabakssnuif - rapé

tabaksstrop - boekingsstrop

tabakverbouwer - tabakker

tabakvergif - nicotine

tabakverkoper - sigarenwinkelier, sigarettenboer

tabakswaarde - tabaksaandeel

tabakszand - tabaksrul

tabbaard - gewaad, kledingstuk (voor rechters), pij, robe, statiegewaad (lang), staatsiekleed, tabberd, toga

tabberd - robe

tabbert - samaar

tabbertje - pulstar

tabee - adé, aju, adie, adieu, adios, ajuus, gegroet, saluut, vaarwel, vale

tabel – cedel, ceel, invulstaat, lijst, melktobbe, naamlijst, register, rol, roomvat, rooster, staander, staar, staat, tableau, tafel

tabellen - staatwerk

tabel of rol - lijst

tabel op papier - rooster

tabel van geraadpleegde bronnen - bronnenlijst

tabellarisch overzicht - kasboek

tabelleermachine - administratiemachine

tabellering - codering

tabelsgewijze opgave ladingen personeel - manifest

tabelwerk - staatwerk

tabelzetter - letterzetter

tabernakel - altaar, altaarkastje, bondskisttent, heiligdom, hut, loofhut, mis, tempel, tent, veldhut

tabernakelen - huizen, wonen, verblijven

tabernakelkelk   ciborie

tabernakel kleed   conopeum, dwaal

tabes - uittering

tabescentie - uittering

tabes dorsalis   ruggenmergstering

tableau - groep, lijst, register, rol, schilderij, tafereel, overzicht, voorstelling

tablet - dragee, pastillepil, plak

tablier - schootsvel, voorbaan

taboe - onschendbaar, verboden

taboen - strijdgas

taboeret   kruk, poef

tabula   lijst, schrijfplankje, tab, tabel

tabletje   pastille

tabouret - krukje, pianokruk, poef

tabijn - taf

tace - stil, zwijg

tacendo - zwijgend

tache de beauté - schoonheidsvlek

tacet - pauze, rust

tacheometer - toerentalmeter

tachograaf - snelheidsmeter, tachometer

tackelen - aanvallen

tachygraaf   snelschrijver

tachymeter - snelheidsmeter

tachymetrie - snelheidsmeting

taciturniteit   geheimhouding, stilzwijgendheid

taciturnus - zwijgend, zwijgzaam

tacnodaalpunt - raakknoop

tact - bekwaamheid, beleid, gevoel, overleg, slag

tactiek - methode

tactiel - tastbaar, voelbaar

tactisch   handig

tactische eenheid   eskadron

tactloos - gevoelloos, meedogenloos, ongevoelig, onnadenkend

tactoos - onkies

tactus - gevoelzin, tastzin

tactvol - kies

tadellos - onberispelijk

taddik - vuilik

taedius - langwijlig, verdrietig

taenia - band, lint, lintworm

tafa - buidelmuis

tafel(gezamenlijke) der zeeofficieren - gamelle

tafel in priesterkoor voor misbenodigdheden - credentafel

tafel van cijfers - barema

tafel   aanrecht, abacus, bureau, dis, dressoir, maaltijd, tabel

tafelappel - sterappel

tafelbediende - spen

tafelberg   mesa

tafelboormachine - kolomboormachine

tafelbord   (Eng.) plate, telloor

tafeldoek   servet

tafeleend - roodkop, roskop

tafelen   dineren, eten, lunchen, ontbijten, souperen

tafelfles   karaf

tafelgast - eter

tafelgenoot - disgenoot, gast

tafelgerecht - spijs

tafelgerei   bestek, bord, lepel, mes, serviesgoed, terrine, vork

tafelgerei voor één persoon - couvert

tafelgezang - drinklied

tafelglas - roemer, spiegelglas, vensterglas

tafelgoed - bord, laken, linnen, servet, vingerdoek

tafelhouder - restaurateur

tafelkant - tafelfacet

tafelklavier - pianoklavier

tafelkleed - tafellaken

tafellaken.   am(m)elaken

tafellaken van Engels wasdoek - napkin

tafelland   hoogvlakte, plateau, terras

tafelland in Azië - Iran

tafellinnen - damast, laken, vingerdoek

tafelmatje - onderzetter

tafelment - architraaf, hoofdgestel

tafelmesheft - schelpdier

tafelmessing - bladkoper

tafelrede - toast

tafelronde - conferentie

tafelschuimer   bietser, klaploper, parasit, uitvreter

tafelschuimerij - klaplopen

tafelspel - bridge, damspel, ganzebord, kaartspel, mikado, schaakspel

tafeltennis   pingpong

tafeltje - etagère

tafel om tussen twee vensters te plaatsen - penanttafeltje, trumeau

tafeltje op wielen - serveerboy

tafel voor eten klaarzetten - dekken

tafelvriend - disgenoot, eter, gast

tafelzang   drinklied

tafelzuur - mosterdzuur, pickles, piccallily

tafereel   afbeelding, gebeurtenis, panorama, scène, schilderij, schildering, schouwspel, situatie, tableau, tekening, toneel, vergezicht, voorstelling

taffelen - ranselen, slaan

taffetas - taf

taffia - run

tagrijn   knorrepot, koopman, lorreboer, voddenman

tagua - planteïvoor

taguaboom - ivoorpalm

tagung - congres, vergadering, zitting

tahgeit - hemitragus

taifoen - tyfoon, typhoon, wervelstorm

taiga - oerwoud

Tailand, munt in - baht, satang, tikal

taille - belasting, gedaante, japon, japonlijf, keurs, leest, middel, omvang, snit

tailleur - coupeur, kleermaker, snijder

tak   afdeling, arm, boomscheut, branche, deel, ent, geslacht, loot, rijs, spruit, staak, stek, twijg, zijarm, zijweg

takbloeiend - ramifloor

tak bloeiende seringen - nageltak

tak der geneeskunde   chirurgie

tak die in een andere boom wordt gehecht   ent

tak van berkenhout   berkerijs

tak van de Alpen - Apenijnen

tak van de genetica - mendelisme

tak van een hazelaar of wilg in gaffelvorm - wichelroede

tak van een kerseboom - kersetak

tak van een rivier - zijarm

tak van een zenuwcel - dendriet

tak van gemeentedienst - politie

tak van handel   branche

tak van overheidsdienst - dienstvak

tak van paardesport - rensport

tak van psychologie - functieleer, fysiologie, gedragsleer, methodologie, persoonlijkheidsleer, testleer

tak van wetenschap - antropologie, economie, geneeskunde, filosofie, linguïstiek, medicijnen, natuurkunde, pedagogie, politicologie, rechten, scheikunde, sociologie, techniek, theologie, wiskunde

tak van wetenschap of handel - specialisme

tak van wetenschappelijke toelag - specialiteit

tak waaraan bokking geregen wordt - speet, spelt

tak waarmee men sloeg - tuchtroede, wis

takel - dommekracht, gei, gijn, hondefok, karnaatje, katrol, klaploper, penter, staggermaat, strietser, talie, trijs, wipgerei, omtakel

takelage - masten, want, zalen

takelauto - kraanwagen

takel, deel van een - blok, loper

takelen - opbeuren, ophalen, ophijsen, optuigen, ranselen

takelmeester - scheepsoptuiger, takelaar

takel op schepen - lier

takeltouw - scheepstouw

takelwagen - takelauto

takelwerk - takelage

taken - aanraken, grijpen, nemen, pakken

takien - sao

takje   ent, kiem, loot, rank, roe, roede, rijs, spruit, stek, teen, twijg, uitloper

takje aan een stam bevestigen - enten

takje waaraan bokking geregen wordt - speet

takjes in de aarde plaatsen - stekken

takken - aanraken, grijpen, pakken, ranselenslaan

takken en twijgen - rijshout

takkenbos - fascine, mutsaard, mutserd, rijsbos

takkenbos als bekledingsmiddel van oevers of dijken - fascine

takkendief - ooievaar

takkenhout - takhout

takmos - korstmos

tak of stek - loot

takrestant   knoest, kwast

taks   accijns, belasting, dashond, heffing, maat, portie, rantsoen, recht, strafport, tekkel,

takt   beleid

taktloos - grof, lomp

tak van sport -

2 go

4 golf, judo, kolf, polo

5 jagen, rugby, skien

6 boksen, dammen, duiken, hockey, roeien, surfen, tennis,

turnen, vissen, zeilen



7 biljart, cricket, crocket, curling, fietsen, handbal, honkbal,

ijssport, kaatsen, kegelen, korfbal, roeien, rugby, schaken,

slagbal, softbal, vliegen, voetbal,

voetbal, zwemmen



8 atletiek, beugelen, grensbal, puzzelen, schermen, speedway,

springen,



9 badminton, biljarten, schaatsen, volleybal, worstelen

10 wielrennen, windsurfen

11 kogelstoten, speerwerpen, tafeltennis, verspringen

takvormig - ramiform

tal   aantal, getal, gros, hoeveelheid

tal van kringen vormen - kringelen

talaan - peerkraal

talaar - toog

taledek - beroepsdanseres

taleke - mannetjesvalk, tersel

talen   begeren, hunkeren, praten, smachten, spreken, uitspreken, verlangen, zeggen

talenkenner   polyglot, tolk

talent   aanleg, begaafdheid, bekwaamheid, gave, geestesgave, genie, geschiktheid, kundigheid, scherpzinnigheid, vernuft

talentheid - noblesse

talentloos - onbegaafd

talentvol   begaafd, bekwaam, briljant, geniaal, knap, talentrijk, vernuftig

talentvol mens - genie

talentvol persoon - begaafde, bolleboos, kei, kop(stuk), kraan, uitblinker

talg   smeer, talk, vet

talgklier - huidsmeerkliertje

talhout - breekijzer, knuppel

tali (Ind.)   koord, snoer, touw

talie - gijntuig, katrol, penter, scheepstakel, striets, takel

talie van het anker - penter

talie waarmee het anker gelegd wordt - penter

taliën - takelen

talio  wedervergelding

talisman   amulet, djimat, fetisj, mascotte, totem, tovermiddel

talisman tegen dronkenschap - amethist

taliter qualiter - middelmatig

talk   angel, bitteraarde, huidsmeer, magnesia, magnesiumsilicaat, magnesiumoxyde, ongel, roet(Z.N.), sebum, smeer(sel), steatiet, vet

talkaarde - bitteraarde, magnesia

talkhout - eucalyptus

talkklier - huidsmeerkliertje

talkpoeder, zeer fijn - pluimwit

talkspaat - magnesiet

talksteen - baikaliet

talkstof - stearine

talkzuur - stearinezuur

lallith - gebedskleed, kerkkleed

tallolie - denneolie

talloos - legio, oneindig, ontelbaar, veel

talloosheid   infiniteit, onbegrensdheid, oneindigheid, ontelbaarheid

talloze menigte - myriade

talm - talmer, talmster, treuzel

talmachtig - dralend, talmend, temerig, treuzelachtig

talmachtigheid - geaarzel, getalm, getreuzel

talmen   aarzelen, beuzelen, cunctatie, dauwelen, dralen, druilen, dreutelen, futselen, hoetelen, kriemelen, keutelen, knuren, lenteren, leuteren, lunderen, lunteren, marren, nestelen, neulen, neutelen, neuzelen, nusselen, sammelen, slabakken, temen, temporiseren, teutelen, teuten, toeven, tragen, traineren, trammelanten, treuzelen, wachten, zaniken, zeuren

talmend   aarzelend, besluiteloos, langzaam, leuterig, temerig

talmer   achterblijver, cunctator, draler, lunderaar, slabakker, teut, treuzel, treuzelaar, treuzelkous, zeurkous

talmerij - gedraai, getalm, uitstel, verschuiving

talmigoud - aluminiumbrons, namaakgoud

talmkous - talmster

talmudist - kandidaatrabbijn, talmoedkenner

talon - couponbewijs, koopkaarten, souche, stock,

talonneren - aandrijven, aanzetten

talpa   kolbak

talpidae - mollen

talrijk - drom, kroostrijk, legio, massa, menigte, menigvuldig, numereus, omvangrijk, onnoemelijk, veel(vuldig), velerlei

talrijke - veelal, vele

talrijker worden - toenemen

talrijkheid   aantal, grootte, hoeveelheid, sterkte

talstelsel - numeratie


  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   15


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina