T taag -tajo taai



Dovnload 0.96 Mb.
Pagina15/15
Datum22.07.2016
Grootte0.96 Mb.
1   ...   7   8   9   10   11   12   13   14   15

twijfelmoedig - aarzelend, besluiteloos, onzeker, wankelmoedig

twijfelzinnig - dubbelzinnig

twijfelzucht - scepticisme, skepsis, twijfelarij

twijfelzuchtig - acribofobie, increduliteit, pyrrhonisme, pyrronisch, sceptisch

twijfelzuchtige - scepticus

twijg - ent, loot, rank, roe, roede, rijs, speet, stek, spruit, tak(je), teen, wis, zijtak

twijgafsteker - snuitkever

twijgje - ent, rijs

twijgwaard - rijswaard

twijn - tweern

twijnen - tweernen

twijnen van zijde - moulinage

tij - eb, getijde, stroming, vloed, waterstand

tijd - dag, duur, kwartier, minuut, moment, periode, poos, seconde, seizoen, time, tijdpunt, tijdsduur, tijdsruimte, tijdsverloop, uur

tijd (Lat.) - tempus

tijd aan Kerstmis voorafgaande - advent

tijd dat de zon boven de horizon is - dag

tijd dat iets mee kan - levensduur

tijd die komen moet - toekomst

tijd na de middeleeuwen - nieuw

tijd opnemen - klokken

tijd tussen licht en donker - schemer, schemering

tijd tussen nieuwe maan en 1januari - epacta

tijd tussen twee vervaldagen - intermedium

tijd tussen besmetten en uitbreken van infectie - incubatietijd

tijd van het Griekse werkwoord - aorist

tijd van voorspoed - hoogconjunctuur

tijd verliezen - verletten

tijd vóór Aswoensdag - vastenavond

tijd voor de vasten - voorvasten

tijd voor Kerstmis - advent

tijd voor Pasen - vasten, passietijd

tijd winnen - rekken

tijdaanwijzer - horloge, klok, uurwerk

tijdaanwijzing - tijdsignaal

tijdbeschrijving - chronografie

tijdboek - kroniek

tijdcharter - tijdbevrachting

tijdelijk - aards, a.i., even, impermanent, interim, interimair, kortstondig, emporair, ,td, temporeel, temporair, tussentijd, vergankelijk, voorbijgaand, voorlopig, waarnemend, wnd., wereldlijk, werelds, zolang

tijdelijk afstaan - (uit)lenen

tijdelijk bekleden - invallen, vervangen, waarnemen

tijdelijk beslag op schepen in oorlogstijd - embargo

tijdelijk bestuur - interimaat, interim

tijdelijk bestuurder - provisor

tijdelijk bestuurder bij onbekwaamheid of ontstentenis - regent

tijdelijk bewindvoerder - regent, ruwaard

tijdelijk certificaat - script

tijdelijk gebruik - (bruik)leen, huur, mode, pacht, rage

tijdelijk gebruiken - bruik(lenen)

tijdelijk geheugenverlies - amnesie

tijdelijk getimmerte - steiger

tijdelijk gevoel - verliefdheid

tijdelijk heersende smaak - mode

tijdelijk iets gebruiken - lenen

tijdelijk laten gebruiken - lenen

tijdelijk onderkomen - barak, hotel, keet, logement, motel, tent

tijdelijk ophouden - pauzeren, relaxen, rusten, uitblazen

tijdelijk plaatsen van een auto - parkeren

tijdelijk ten gebruike geven - afstaan, uitlenen

tijdelijk ten gebruike krijgen - lenen

tijdelijk uiteengaan - reces

tijdelijk uitstel van betaling - surseance

tijdelijk verblijf - doorgangshuis

tijdelijk verblijf van vis - kaar

tijdelijk verzorgen - oppassen, verplegen

tijdelijk watervoerend - intermitterend

tijdelijk woonverblijf - barak

tijdelijke ankerplaats - rede, ree

tijdelijke dienstontzegging - suspensie

tijdelijke gemoedsgesteldheid - luim

tijdelijke hechtenis - voorarrest

tijdelijke kantoorhulp - uitzendkracht

tijdelijke kracht - invaller, noodhulp

tijdelijke loods (Eng.) - shed

tijdelijke onbewustheid - slaap, sluimer

tijdelijke onderbreking - reces, schorsing

tijdelijke ongesteldheid - ziekte

tijdelijke onpasselijkheid - indigestie

tijdelijke onrust in land - crisis, revolutie

tijdelijke opslagplaats - depot, dump, entrepot, magazijn, pakhuis, stapelplaats

tijdelijke regenval - bui

tijdelijke rijzing van het zeewater - agger

tijdelijke smaak - mode

tijdelijke staking - pauze, relache, rust

tijdelijke stilstand - stagnatie

tijdelijke stijging van het water - agger

tijdelijke toestand - fase, overgang(stoestand)

tijdelijke verblijfplaats - barak, caravan, hotel, keet, logement, motel, tent

tijdelijke verblijfplaats voor mensen - opvangcentrum

tijdelijke verdaging - reces

tijdelijke versnelling van water - waterval

tijdelijke vervanger - invaller, remplacant, waarnemer

tijdelijke vervanging - waarneming

tijdelijke verzotheid op iets - rage

tijdelijke vrijstelling - dispensatie

tijdelijke voorziening - provisie

tijdelijke waanzin - maanziekte

tijdelijke werkkracht - freelancer

tijdelijke werkloosheid - vakantie

tijdelijkheid - temporaliteit

tijden opnemen - timen

tijdens - gedurende, staande, terwijl

tijdens zijn verplaatsing - onderweg

tijdfout - anachronisme, parachronisme

tijdgeest - denkwijze, tijdstroom, stroming

tijdgenoten - generatie, telling, voortplanting

tijdglas - uurglas, zandloper

tijdgodinnen - Horen

tijdgrens - tijdlimiet

tijdig - bijtijds, intijds, tempestief, vroeg

tijding - avis, bekendmaking, bericht, boodschap, gerucht, inlichting, kennisgeving, maar, mare, mededeling, nieuws, rapport, verwittiging

tijdje - poos(je)

tijdkaart - controleklok

tijdkoe - kalfkoe

tijdkoop - huurkoop

tijdkorter - boek, film, radio, speeltuig, televisie

tijdkorting - tijdverdrijf

tijdkring - cyclus, periode, tijdvak

tijdlelie - moeraslis

tijdloos - achronisch, eeuwig

tijdmaat - dag, decade, eeuw, etmaal, herfst, jaar, knoop, kwartaal, kwartier, lente, lustrum, maand, mensuur, millennium, minuut, najaar, seconde, seizoen, semester, snelheid, stond, takt, tempo, trimester, uur, voorjaar, week, winter, zomer,

tijdmaat (muz.) - tempo

tijdmaatmeter - ritmometer

tijdmaat van beweging - snelheid, tempo, vaart

tijdmeetkunde - chronometrie

tijdmeter - armbandhorloge, chronometer, dameshorloge, gangklok, hangklok, horloge, keukenklok, klok, koekoek, koekoeksklok, metronoom, nachtglas, pendule, polshorloge, regulateur, reisklokje, remontoir, savonet, slingerklok, stopwatch, torenklok, tijdglas, uurbord, uurglas, uurwerk, wandklok, wekker, zakhorloge, zandloper, zeehorloge, zonnewijzer

tijdmeter (muz.) - metronoom

tijdnood - tijdgebrek, tijdtekort

tijdorde - chronologie

tijdperk - aera, dag, decade, decennium, eeuw, epoche, era, fase, jaar, millennium, periode, semester, stadium, trimester, tijdruimte, tijdsbestek, tijdsgewricht, tijdsverloop, tijdvak

tijdperk (biologie) - Kaenozoïcum, Kenozoïcum, Mezoïcum, Neolithicum, Paleozoïcum

tijdperk (geologie) - Cambrium, Carboon, Devoon, Eoceen, Holoceen, Jura, Krijt, Mioceen, Oligoceen, Perm, Piloceen, Pleistoceen, Siluur, Trias

tijdperk in de kunst - romantiek

tijdperk tussen oude en nieuwe tijd - middeleeuwen, tussentijd

tijdperk van drie dagen - triduum

tijdperk van duizend jaar - millennium

tijdperk van het Tertiair - Eoceen

tijdperk van honderd jaar - eeuw, millennium

tijdperk van tien dagen - decade, dekade

tijdperk van tien jaar - decennium

tijdperk van vijf jaar - lustrum, quinquennium

tijdperk van zeven dagen - week

tijdpunt - moment

tijd register - chronogram

tijdrekening - aera, era, jaartelling, kalender, poos

tijdrekenkunde - chronologie

tijdrekenkundig - chronologisch

tijdrekenkundige - chronoloog

tijdrekenkundige fout - anachronisme, parachronisme

tijdrovend - bewerkelijk, lang(durig), tijdeisend,

tijdruimte - bestek, dag, eeuw, etmaal, getij(de), jaar, kwartaal, maand, periode, poos, seconde, seizoen, semester, spatie, termijn, trimester, tijdvak, uur

tijdruimte van 4 jaar - olympiade

tijdruimte van 5 jaar - lustrum

tijdsaanduiding - datum, eergister, gister, gisteren, heden, jaar, laat, morgen, nu, poos, tijdig, uur, vandaag, vroeg

tijdsbepaling - altoos, altijd, dan, duur, eenmaal, eens, eerder, eergisteren, ereis, geleden, gister(en), heden, her, immer, laat, later, morgen, nimmer, nooit, nu, ooit, overmorgen, straks, tegenwoordig, thans, toen, tijdsaanduiding, vandaag, voorbij, vroeg

tijdsbeschrijving - chronografie

tijdsbestek - zie tijdsbepaling

tijdschrift - maand(blad), magazine, periodiek, Ts., weekblad

tijdschrift voor afgestudeerden - intermediair

tijdschriften - lectuur

tijdschrijver - chronegraaf

tijdsdeel - avond, chiliade, dag, decennium, eeuw, era, etmaal, jaar, kwartaal, kwartier, lustrum, maand, millennium, minuut, olympiade, seconde, seizoen, semester, trimester, uur, week

tijdsduur - more, periode, termijn, tijdsverloop, waarde

tijdsduur bij buitenlandse universiteiten - bimester, semester, trimester

tijdsduur van de lettergrepen - kwantiteit

tijdseenheid - eon

tijdsgewricht - area, keerpunt (in de historie), stonde

tijdsplanning - schema

tijdspiegel - tijdsbeeld

tijdstip - moment, ogenblik, stond, stonde

tijdsruimte - kwartaal, jaar, seizoen, semester, trimester

tijdstip - moment, ogenblik

tijdstip waarop beslissende wijziging plaatsvindt - keerpunt

tijdstroom - tijdgeest

tijdvak - aera, alluvium, diluvium, dryastijd, eeuw, eoceen, epoche, era, holoceen, kaenozoïcum, mestlithicum, mioceen, oligoceen, paleoceen, periode, piloceen, pleistoceen, tijdperk

tijdvak van de eerste zoogdieren - trias

tijdvak van duizend jaar - milliade

tijdvak van tien dagen in de Franse revolutie - decade

tijdvak van twee dagen - biduüm

tijdvak van vier jaar - olympiade

tijdvak van 2 maanden - bimester

tijdvak van 3 dagen - tridiuüm

tijdvak van 3 jaar - triënnium

tijdvak van 3 maanden - trimester

tijdvak van 6 maanden - halfjaar, semester

tijdvak voor de spraak - prolalie

tijdvak voor het gebruik van vuur - propyrie

tijdverdrijf - amusement, ontspanning, recreatie, spel, sport, tijdkorting, tijdpassering, uitspanning,

tijdverlies - oponthoud, verlet

tijdverluieren - dagdieven

tijdvers - chronogram, incarnatie

tijd voor Kerstmis - advent

tijdwinning - temporisatie

tijdwijzer - almanak, horloge, kalender, klok, uurwijzer,

zonnewijzer



tyflectomie - verwijdering

tyflose - blindheid

tyfoon - cycloon, orkaan, taifoen (Chinees), taifoon, tornado, wervelstorm, windhoos

tijgen - halen, slepen, trekken

tijger - koningstijger, luipaard, matjan, panter, wreedaard (fig.),

tijgerbekje - vetplant

tijgeren - spikkelen

tijgrhaai - hondshaai

tijgerkat - boskat, marapoet (India), ocelot, serval

tijgerpaard - dauw, zebra

tijgerslang - piton, python

tijgervogel - roerdomp

tijk - (bed)overtrek, omkleedsel

tyloom - eelt, eeltvorming

tijloos - duifhyacint, herfsttijloos, naaktbloeier

tymspaan - windzucht

type   drukvorm, grondbeeld, druktletter, grondvorm, soort, model, voorbeeld, vorm

type drukletter - canon, romein

type lichaam - leptosoom

type van een taal - aspect, taalbeeld

typen   tikken

typenbeperking   normalisatie, standaardisatie

typenleer - typologie

typeren - karakteriseren, kenschetsen

typerend - kenmerkend, tekenend

typerende vertegenwoordiger van een groep - exponent

typisch - apart, curieus, eigenaardig, karakteriserend, karakteristiek, kenmerkend, merkwaardig, opvallend, pathognostisch, raar, vreemd, zonderling

typiste - tikster

typlek - typenleer

typograaf - boek(drukker), letterzetter, zetter

typografie - boekdrukkunst, drukkunst

typografische maat   augustijn, brevier, cicero, dessendiaan, diamant, galjard, garamond, kolonel, mediaan, ionparel, parel, pica, punt, tekst

typografische term   bladspiegel, colofon, corps, correctie, drukpers, drukproef, insluiten, kader, kapitaal, katern, kopij, lettergieten, letterkast, letterproef, marge, matrijs, oplage, pastei, piano, revisie, schoondruk, spatie, staartpagina, uitdrijven, vorm, weerdruk, zetfout

typologisch - beschrijvend, ordenend

tyran van Syracuse   Gelo

1   ...   7   8   9   10   11   12   13   14   15


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina