T taag -tajo taai



Dovnload 0.96 Mb.
Pagina2/15
Datum22.07.2016
Grootte0.96 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   15

talud   afgang, berm, bermhelling, dijkhelling, glooiing, helling, schuinte, spoorbaanhelling, wegberm, weghelling, wegkant, wegrand

taludbaas - grondwerker, opzichter

taludhaak - taludmeter

taludverdediging - bestrating, steenzetting

tam   gedwee, getemd, gewillig, handelbaar, kalm, mak, meegaand, rustig, slap, veredeld, volgzaam, zacht

tam gevogelte – pluimvee

tam maken   dresseren, temmen

tamaricacee - tamarisk, tamarix

tamandua - miereneter

tamarinde   asam, assem

tamarindekoekjes - assemkoekje

tambangan (Indonesisch) - overzetveer

tamboer - slagwerker, tochtportaal, trommel, trommelaar, trommelslager

tamboer (Z.N.) - bordes

tamboereerwerk - borduurtechniek

tamboereren - trommelen

amboering - ransel, slaag

tamboerkorps - drumband

tamboerstok - trommelstok tamboeren - trommelen

tamboerijn   rinkelbom, tamboereerraam, trommel, trom

tamboerkorps - drumband

tamboermeisje - majorette

tamboula - negertrom

tamelijk - aardig, behoorlijk, betrekkelijk, draaglijk, enigzins, gepast, knapjes, liefjes, matig, middelmatig, nogal, passelijk, redelijk, schappelijk, schikkelijk, voldoende, vrij, wel

tamelijk goed - bijna, draaglijk, nagenoeg, passabel,redelijk,

supportabel, tolerabel, tolerabel, verdraaglijk, vrijwel



tam gemaakt - getemd

tam gevogelte - pluimvee

tamheid - gedweeheid

tamelijk oud   bedaagd, bejaard

tam maken - temmen

tamme buffel   karbouw

tamme kastanje - marron

tamme vogel - duif, kanarie, papegaai, parkiet

tamp - eindje, uiteinde

tampen - luiden, kleppen
tampin - drukbal

tamper - rins

tampon - kussentje

tamtam   bedoek, drukte, gedoe, gong, lawaai, ophef, slaginstrument, spats, trom(mel)

tana - halfaap

tand   element, hoektand, incisief, kies, snijtand, uitsteeksel

tand van een anker - wem

tand van een kreeft - tengel

tandaanslag - plak

tandaantasting - caries

tandafslijting - mylolyse

tandak - dansmeisje

tandarm dier   a(a)i, armandillo, glyptodont, gordeldier, luiaard, miereneter, tamandoea, yurumi

tandarmen - edentata

tandarts   dentist

tandbederf   cariës, wolf

tandbeen - dentine, elp, elpenbeen, ivoor

tandbeschrijving   odontografie

tandcrème - pasta

tanddoorbraak - dentitie

tandel - sleutel

tandeloos dier   aal, aai, aardvarken, ai, gordeldier, luiaard, miereneter, schubdier,

tandeloos zoogdier - aardvarken, ai, armadil, dwergmiereneter, gordeldier, gordelmuis, kogelgordeldier, luiaard, manis, matako, miereneter, schubdier, tamandoea, tenggiling, voeroemi, vuriumi,

tandeloze kaak - kevel

tandeloze zoogdieren - edentaten, xenarthra

tandem - koppel

tandemail   glazuur

tanden - scherpen

tanden betreffend   dentaal

tanden en kiezen   gebit

tanden knarsen - trismus

tanden vullen   plomberen

tandgaatjes vullen - plomberen

tandglazuur - adamantine, email

tandhamer - bouchardeerhamer

tandheelkunde - orthodontie

tandheelkundige   dentist, orthodont, tandarts

tandil (Ind.)   opzichter, ploegbaas,

tandjong - bocht, kaap, landtong

tandkarper - guppy, microcyprium, periscoopvis

tandkasontsteking   alveolitis

tandklank   dentaal

tandletter - dentaal

tandmerg - pulpa

tandmiddelen - odontica

tandoe (Indn.)   draagbaar, draagstoel

tandpijn - odontalgie

tandpijnwortel - genadekruid

tandrad - kamrad, kamwiel, rondsel, tandwiel

tandradbaan - cremaillère

tandreep - beugel

tandschaal - blokschaaf

tandsegment - wielsegment

tandsnaveligen - kraai, kwikstaart, lijster, nachtegaal, spreeuw

tandsteen - odontoliet, tartarus, turkoois

tandtak - tandwortel

tandterging - tantalisering

tandu - draagbaar, draagstoel

tandvlees   gagel, gingiva, kevel

tandvleesontsteking   gingivitis

tandvormig - odontose

tandvormig bovendeel van een vesting - kanteel, tinne

tandvormige bovenzijde van oude stads   en burchtmuren   kanteel

tandvulling   plombeersel

tandwalvis - cachelot, dolfijn, narwal, odontocetum, potvis

tandwater - odol

tandwiel   tandrad

tandwolf - cariës, tandbederf

tandzaad - bidens

tandziekte - caries, parodontose

tandzenuw - pulpa

tanen - afnemen, verbleken, verflauwen, verminderen

tang   feeks, forceps, furie, gereedschap,heks, helleveeg, kenau, kol, kreng, nijper, ravebek, serpent, werktuig

tang met gebogen punten - ravebek

tang met verstelbare bek - waterpomptang

tang om spijkers mee uit te trekken - knijptang

Tanganjika en Zanzibar   Tanzania

tange - zandrug

tangens   tg., raaklijn

tangent - pianohamertje, raaklijn, springer

tangentbord - boogbord

tangentpunt – raakpunt

tangetje - pincet

tangibel - tastbaar, voelbaar

tangsi - kazerne, landarbeider, landbouwer, tani

tanimbar, hoofdplaats op - Saumlaki

tang of feeks - heks

tanig - gebruind, vaalgeel

tanig vaal - bruin

tank - bak, benzinetank, container, gevechtswagen, houder, olietank, opslagruimte, pantserwagen, petroleumtank, reservoir, vat, watertank,

tankafdeling - eskadron

tankboot - tanker

tanken - laden

tanker - olieboot, tankschip

tankplaats   benzinestation, pomp

tankslag - veldslag

tankversperring - asperge

tannine   looistof, looizuur

tantalich - kwellend

tantaliseren - tandentergen

tantalisering - tandenterging

tantalisme - ta

tantalium - tantaal, ta.

tantalus - nimmerzat

tante - meu, meue, moei

tante van ouders - oudtante

tantefeer (Z.N.) - bemoeial, druktemaker

tantième   tant., winstaandeel

tantième, iemand die - geniet - tantièmist

tantum   bedrag, som

Tanzania, berg in - Kilimandjaro

tao - god, idee, rede, weg

tap   deuvik, dippel, kraan, pin, spon, stop, ijskegel

tap   (geneesk.) tampon

tape - band(je), plakband

tapedeck - bandrecorder

taphuis - cafe, kroeg

tap in vat - spon

tap met sleutel - kraan

tapageus - druk, lawaaierig, rumoerig

tapbuis - plakband, tape, tapekoers

tape bericht - telebericht, telegram

tapeet - tapijt

taperecorder - bandopnemer, bandrecorder

taphoning - lekhoning

taphuis - café, kroeg, pub, slijterij, tapperij

tapioca - cassave

tapisseerder - behanger

tapisseren - behangen

tapisserie - bekleding, wandtapijt

tapisvissen - mormyriformes

tapisserie   tapijtwerk

tapissier - behanger, tapijtwever

tapissiere - verhuiswagen

tapkamer - gelagkamer, herberg

tapkast   bar, buffet, schap, schenkbank, toog

tapoen - stop, tap

tappelings uitstromen - gutsen

tappen - aftappen, draadsnijden, schenken, slijten

tappenband - tapbeugel

tapper - herbergier, kroegbaas, kroeghouder, schenker, slijter, waard

tapperij - bar, cafe, deversorium, drankwinkel, herberg, herbergnaam, kraantjelek, kroeg, pub, slijterij, taphuis, taveerne

taps   gerend, kegelvormig, konisch, tapvormig

taptemelk - ondermelk

taptoe - avondappel, signaal

taptoestel - bierpomp, boiler, geiser, kraan

tapuit - duinduiker, heidehopper, olnanthe, stag, steenslijper, walduiker, witstaart, wittop, wijntapper

tapvergunning   verlof

tapvormig - kegelvormig, konisch, taps

tapvijl - aanzetvijl

tapijt - Axminster, boekhara, chiordas, desso, Deventer, gobelin, karadagh, karpet, kasak, kelim, keschan, kirman, kleed, korasan, kroon, loper, melas, pers, Perzisch, schirwan, serabend, seroek, Smyrnaas, soemak, uschak, vloerkleed, wandkleed, weefsel, yoeroek, yomoed, yoragan

tapijt aan de muur - gobelin, tapisserie, wandkleed

tapijtachtige stof - kelim

tapijtbok - boktor

tapijtje - mat

tapijtje(bargoens) - jas

tapijtkever - museumkevertje

tapijtschuier - rolveger

tapijtslang - pyton

tapijtstof - kelimwol, smyrnawol

tapijtweefsel - kelim, kleed, pers

tapijtwerk - tapisserie

tapijtweven, manier van - basse-lisse

tapijtwever - tapissier

taquineren - hinderen, kwellen, plagen, sarren

Tarakan, haven op - Lingkas

Tarapaka, hoofdstad van - Iquique

tarantel - tarantula, wolfsspin

tarantella - volksdans

tarantisme - danswoede

tarantula - wolfsspin

tarbot - scophtalmus, terrebut

tardando - slepend, vertragend

tarderen - dralen, talmen, toeven, uitblijven

tardief - laat, laattijdig

tardigraden - beerdiertjes

tardo - langzaam

tarief   bedrag, prijs, prijsbepaling, prijslijst

tariefloon - prestatieloon, stukloon

tarievenoorlog - handelsoorlog

tarm - staanman

tarmac - wegdek

tarn   karwei, rafel, torn

tarnen - tornen

tarok - kaartspel, zevenkoningsspel

tarokkaart   excuse, mongur, pagato, skus

tarpaulin - juteweefsel

tarra   aftrek, emballage, korting, rabat, reductie, vermindering

tarra, de- vaststellen - tarr(er)en

tarren - tarreren

tars - voetwortel, voetzool

tarsel - valk

tartaan - vaartuig

tartaar - biefstuk

Tartaar   Mongool, Rus

Tartaarse melkwijn - kefir, melkdrank

Tartaarse gegiste melkdrank - kefir

Tartaarse republiek, hoofdstad van de - Kazan

Tartaarse tent uit dierenhuiden   kibitka

Tartaarse vorst - mirza

tartarentent - kibitka

tartar - wijnsteen

Tartarenvorst - Khan

tartarus - dodenrijk, hades, hel, schimmenrijk

tarten - aandurven, braveren, darren, defiëren, evenaren, overtreffen, pesten, plagen, prikkelen, sarren, tergen, trotseren, uitdagen, uitlokken, verzoeken, wachten, zwerven

tartend - uitdagend

tarting - defi

tartuffe   huichelaar, schijnheilige

tartutferie - huichelachtigheid, schijnheiligheid

tarwe   amelkoren, dikkop, graan, koren, milie (Turks), spelt, tarwe- of roggestro - glei, glui

tarweaaltje - draadworm

tarwebloem met bakpoeder - bakmeel

tarwebrood - allinson, triticum, weit, wintertarwe, zomertarwe

tarwegras - biestarwegras, hondstarwegras, kweek

tarwehulzen van gemalen tarwe - tarwezemelen, zemels

tarwekorel - graankorrel

tarwemeel - mik

tarwemug - tarwegalmug

tarwesoort - spelt

tarwestro, gekamd - glui

tas - aanbeeldje, buidel, draagmap, etui, foedraal, hoes, hoop, karbies, klamp, koker, kop, mijt, opeenhoping, schuur, stapel, valies, zak

tas hooi - opper

tas of stapel hout - stuik

tas van een leerling op muziekschool - muziektas

tas voor papieren - portefeuille

tasje voor geld - beurs

tasjeskruid - beurskruid, boerenkers, herderstasje, lepelblad,

taskers, taskruid, visselkruid, vroegeling



Tasmanië, hoofdstad van - Hobart

tassen - opeenhopen, opeenstapelen, ophopen, opstapelen, schelven, wegstouwen

tast   aanraking, betasten, bevoelen, gevoel, touche

tastbaar -concreet, duidelijk, grijpbaar, klaarblijkelijk, materieel, merkbaar, palpabel, tactiel, tangibel, voelbaar, zichtbaar, zonneklaar

tastbaar voorwerp - lichaam

tastbaarheid - palpabiliteit, voelbaarheid

tastelijk - tastbaar

tasten   aanraken, betasten, bevoelen, grijpen, onderzoeken, reiken, toucheren, vatten, voelen

tasten naar iets - zoeken

tastend onderzoeken - betasten

taster - voelhoren, voelspriet

tasthaar bij insekten - voelspriet

tastiera - greepplank, toets

tastorgaan - antenne, tentakel

tastzin - gevoel, tactus, takt

tastzin betreffende   haptisch

tatelen - tateren

tater   babbel, bek, gebabbel, gepraat, gesnap, getater, mond, snebbel, snater, snavel, trichofytie

tateraar - babbelaar, kletsmeier, knoeier, kwebbelaar, morsepot, morser, taterbek, tatergat

taterbek - kwebbelaar

tateren - babbelen, keuvelen, kletsen, kwebbelen, kwetteren, praten, snateren, snebbelen, tetteren

tater, houd(t) je - zwijg(t)

tater of bek - mond

tatergat (Z.N.) - babbelaar, kletser, kwebbelaar

tatewalen - krompraten

taupekleurig - donkergrijs

taupin - kniptor

tauriden - meteoren

taurobolium - bloeddoop

tauromachie - stierenvechterskunst

taurus   stier

taveerne   doening, estaminet, herberg, kroeg, slijterij, staminee, tapperij, wijnhuis

taveerne(Frans) - auberge

taveerne in de kelder van het stadhuis - raadskelder

taverne - herberg, tapperij

tawarren (Indn.)   afdingen, pingelen

taxameter - afstandsmeter

taxameter automobiel - atax

taxateur - keurder, prijsbepaler, schatter, waardebepaler, waardeerder

taxatie   beoordeling, prijsbepaling, raming, schatting, waardebepaling

taxeren   begroten, beramen, keuren, ramen, schatten, waarderen

taxi - cab, huurauto

taxichauffeur zonder vergunning - snorder

taxidermist   opzetter, preparateur

taxodiacee - cypres, manmoetboom, moerascypres, parasolboom

taxonomie - systematiek, taxaleer

taxus   ijf

t.b.c.   tering, tuberculose

teak - djati

team - elftal, gezelschap, groep, ploeg

teamgenoot - medespeler

te aller tijden - altijd, eeuwig, immer

te baat nemen - aanvatten, opperen

te begrijpen - begrijpelijk, duidelijk, verstaanbaar

te bejammeren   betreurenswaardig, regrettabel

te berde brengen   betogen, opperen, toren, uiten, voorslaan, voorstellen

te betalen schulden   passiva

te betalen wissel - accept

te betreuren - jammer



te bewijzen stelling   hypothese, these, thesis

te binnen schieten - invallen

te boek stellen - noteren, opschrijven

te boven gaan - overschrijden, passeren, tarten

te buiten gaan - depasseren, excederen, overschrijden

te dezer plaatse   alhier, hier, h.l., (hoc loco)

te dien tijde   daarom, daarvoor, destijds, toen

te doen   doenlijk, mogelijk

te doen vatten van bladgoud - aanademen

te dol – gek, krankzinnig

te dragen - draagbaar

te drinken geven   drenken, laven, tappen

te duchten kwaad - gevaar, onraad

te dun vloeibaar gesmolten glas - hazemelk

te duur betalen - bekopen

te eniger tijd   eenmaal, eens, nog, ooit, weleens

te eten geven   spijzen, voeden, voeren, zogen

te gast vragen - inviteren, noden, uitnodigen

te gast zijn - logeren

te geef - cadeau, spotgoedkoop

te gehaast - overijld, voorbarig

te gek - gaaf, onzijs

te gelde maken - liquideren, realiseren, verzilveren

te gelegener tijd   t.g.t

te gener tijd   nimmer, nooit

te genezen - geneeslijk, remediabel, sanabel,

te gevoelig   overgevoelig, sentimenteel, teerhartig, weekhartig

te goeder trouw   argeloos, bonafide, eerlijk, naïef, onwetend, oprecht

te gronde gaan - bederven, ondergaan, ondermijnen, slopen, verderven, vergaan, vervallen, verzwakken

te gronde richten - abimeren, ontaarden, ruïneren, vernielen, verwoesten

te grote gevoeligheid - overgevoeligheid, sentimentaliteit

te grote verfijning - raffinement

te gunstig   geflatteerd

te haastig - overijld, prematuur, voorbarig

te herroepen   herroepbaar, revocabel

te hoge bloeddruk   hypertensie

te hoog - onbereikbaar

te hooi en te gras - willekeurig

te horen komen - vernemen

te hoop lopen - stromen

te huis - home

te hulp - stade, testade

te hulp komen - assisteren

te huur staande kamer - locanda

te keer gaan   aanblaffen, aanbriesen, aangaan, aansnauwen, bassen blaffen, duiveljagen, duveljagen, opstuiven, razen, snauwen, tieren, tobben, uitvaren, woeden

te kennen geven - aankondigen, annonceren, briesen, bekendmaken, mededelen, uiten, vertellen

te kerk gaan - tempelen

te koop - veil, venaal

te koop aanbieden - veilen

te koop lopen - koketteren

te kort aan bloed - anemie

te kort schieten - falen, insufficiëntie, mankeren,

te krap zijn - gespannen

te kwader trouw   bedrieglijk, doleus, malafide, onbetrouwbaar

te laag schatten - depreciëren, onderschatten

te laat   overtijdig, tardief

te lage bloeddruk   hypotensie

te lang geslapen - verslapen

te lijf gaan - aanpakken aanranden, benaderen

te maken hebben met - betreffen

te midden van   tussen

te niet gaan - delging, ondergaan

te onderzoeken gissing - hypothese, veronderstelling

te onpas   importuun, ongelegen

te oud   overjarig

te paard - bereden

te rechter ure - apropos

te ruim zittend - lubberig

te rijp - overrijp

te schandemaking - afgang, blamage

te snel - overgauw

te snel willen doen - overhaasten

te splijten - scissibel, scissief, splijtbaar

te spreken - tevreden

te staan komen op - kosten

te uwent   a costi

te veel   onmatig, over, overbodig, overcompleet, overdreven, overmaat

te veel (muziek) - troppo

te veel aanvoeren - overvoeren

te veel eten - overeten

te veel geld uitgeven - gat

te veel geluid maken - domineren

te veel op mannen gesteld - manziek

te veel uitwerken - rekken

te veel van iemands aandacht vergen - vermoeien

te veel van witte bloedlichaampjes - leukemie

te veel werk opgeven - overladen

te ver doorgedreven staatsbemoeiing - etatisme

te ver gaan - overdrijven, overschrijden

te ver gedreven iets - exageratie, hyperbool, overdrijving, supererogatie

te ver uiteen - iel, teer, ijl

te verdragen   draaglijk, duldbaar, supportabel, tolerabel

te vermeerderen met - plus

te veronderstellen - aannemelijk, presumabel

te verrichten arbeid - taak

te verstaan geven - achten, beseffen, blijken, doen zien, identificeren, kennen, mededelen, rekenen, waarnemen, weten

te vertrouwen - deugdelijk, duurzaam, eerlijk

te vervangen door   subsidiair

te vervullen plicht   opgave, taak

te verwachten - gaal

te verwezenlijken - haalbaar

te vlug af zijn - verrassen

te voet - drentelend, gaande, lopend, lopende, wandelend


1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   15


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina