T taag -tajo taai



Dovnload 0.96 Mb.
Pagina3/15
Datum22.07.2016
Grootte0.96 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   15

te voet afleggen - belopen

te voet gaan - lopen, marcheren

te volgen weg   circuit, parcours, route

te voorschijn brengen - produceren, profereren, uiten

te voorschijn halen - reiken

te voorschijn komen   opdagen, opdoemen, opstaan, uitkomen, verschijnen

te voorschijn komen - blak, opdagen, opdoemen, opstaan, uitkomen, verschijnen

te voorschijn kuchen - ophoesten

te voorschijn roepen - evoceren, evoqueren, lokken, opwekken, uitlokken

te vorderen - opeisbaar, tegoed

te vorderen bedrag - tegoed

te voren - vooraf

te vroeg   prematuur, onbedacht, onbesuisd, onbezonnen, ontijdig, voorbarig

te vroeg plaatsen van een gebeurtenis - prochronisme

te water geraakt persoon - drenkeling

te water laten - dopen

te weeg brengen - aangaan, ontgroenen, schreeuwen, veroorzaken

te weinig - tekort

te wensen - wenselijk

te werk gaan – ageren, begaan, handelen, leven, manipuleren, opereren, optreden, procederen, werken

te weten   namelijk, sc., tw.

te weten komen - lezen, vernemen

te wijd zijn - lobberen

te wijten zijn - liggen

te zamen - samen, tegader, totaal, vereend

te zamen gevoegd - vereend

te zeer   (muz.) tempo, troppo

te zelfder plaatse   ibidem

te zijner plaatse   s.1.

te zijner tijd   eens, later, ooit, t. z. t.

te zuinig - gierig

te zwaar - ontilbaar

te zwaar laden - overladen

te zware belasting - overlast

teacosy - theemuts

teak - djati, djatihout, teakhout

team - elftal, ploeg, sportploeg

teamsport - baseball, basketbal, handbal, hockey, honkbal, korfbal, voetbal, volleybal

teamwerk - groepswerk

tearoom - theesalon

teboekstelling - notitie, optekening, registratie

techneticum - masurium, Te

technicolor - kleurenfilm

technicus   monteur, ing, Ingenieur, Ir., mechanicien, w.i., werktuigkundige

techniek - vaardigheid

techniek van het touwknopen - macramé

technisch beroep - constructeur, electricien, monteur

technisch doel aanbrengen - installatie

technisch geschoold iemand - vakman

technisch naslagwerk   vademecum

technisch staflid aan boord van een vliegtuig -

boordwerktuigkundige



technisch tekenaar - constructeur

technisch woord - kunstwoord

technische commissie - tc

technische dienst   td.

Technische Hogeschool - T.H.

technische hogere school - hts

technische lagere school - tls

technische opleiding - th, hts, lts, uts

technische school   m.ts., u.ts., h.t.s., th., technicum

technische taal - kunsttaal

technische term - vakterm

technische uitwerking van een plan op kleine schaal - maquette

teckel - dashond, taks

teclubrander - bunsenbrander

tectuur - bedekking, plakbriefje, verbeterblaadje

teddyboy   beatnik, halbstarke, kabouter, nozem

teder (muz.)   amoroso, dolce

teder   aandoenlijk, broos, delicaat, dicht, diep, frêle, gevoelig, gevoelvol, hartelijk, innig, intiem, lief, lieflijk, liefdevol, mild, nauw, subtiel, teer, vertederen, vurig, warm, week, zacht

teder (muziek) - amoroso, delicato, dolce, teneramente

teder en aardig - lief

teder maken - vertederen

tederheid - delicatesse, gevoeligheid, hartelijkheid, liefkozing, zachtheid

tederlijk - hartelijk, zacht

tederte - tederheid

tedieus - tegenstaand, verdrietig, vervelend

tee - aardhoopje

teef - turfschop, vrouw, wijf, wijfjeshond, wijfjesvos

teek - aardworm, luis, mijt, riek, tapkast, tiek

teelaarde - bladaarde, bouwaarde, bouwgrond, bouwvoor, compost, erft, humus, stuifaarde, teelgrond, tuinaarde

teelbal - testikel, zaadbal

teeldeel - genitaliën, geslachtsdeel, lid, penis

teeldrift - geslachtsdrift, libido

teelgrond - humus, teelaarde

teelkrachtig - prolifiek

teellaag - humuslaag

teelland - akker, bouwland, tuinbouwland

teelt   aanfok, aankweek, aankweking, aanplant, aanteelt, bouw, cultuur, fok, fokkerij, kuituur, kweek, kwekerij, kweking, reproductie, verbouw, voortbrenging, voortplanting

teelt van meerdere gewassen - mengteelt

teeltagent - contracteur

teeltkeus   selectie

teeltklier - geslachtsklier

teeltlaag - bouwvoor, cambium, humuslaag

teeltlaag van levend hout - cambium

teeltweefsel - cambium

teeltijd - bronsttijd, dektijd, rijtijd, springtijd, zaaitijd

teelvis - paaivis

teelzucht - geslachtsdrift, libido, paardrift

teem - zanik, zeur(kous)

teemachtig - lijmerig, slepend

teems   (melk)zeef

teemsen - filtreren, doorzijgen, ziften

teen   ent, griendhout, loot, rank, rijs, takje, toon, twijg, wijm, wilgenloot, knoflookbol

teenaandoening - klauwteen, likdoorn

teenager   tiener

teenbos - griend

teener - bakvis

teenganger - hond, kat

teengangers - vogels

teenhout - griendhout, rijshout

teen of twijg - loot

teenwilg   bindwilg, griendwilg, wiedauw

teer - aandoenlijk, asfalt, bitumen, breekbaar, broos, bros, delicaat, fragiel, frêle, fijn, fijngevoelig, gevoelig, gevoelvol, goudron, iel, innig, kies, kwetsbaar, lastig, liefdevol, lyrisch, netelig, onbeduidend, pek, poppig, slap, subtiel, teder, tenger, week, weerloos, wekelijk, zacht, ziekelijk, zwak

teer zwart - aerofagie, melaena

teerachtig - kwetsbaar, sentimenteel, terig, week, zwak

teerbemind - innig

teer en slap - zwak

teer en tenger - rank

teer en zacht - teder, week

teergeld - reisgeld

teergevoelig - aangedaan (licht), fijngevoelig, kies, kwetsbaar, liefderijk, liefdevol, overgevoelig, sentimenteel, teerhartig, weekhartig, weemoedig, zachtaardig

teerhartig   gevoelig, kwetsbaar, liefderijk, week, zachtaardig

teerhoudend schoorsteenroet - bister

teerkleurige stof - azineblauw

teerkleurstof   aniline

teerkost   eten, verblijfkosten, voedsel

teerling   dobbelsteen, lot, kubus, porring, stiep

teerling van metselwerk   porring, stiep

teerlingbak - dobbelbak

eerlingvormig - kubiek, kubusachtig

teermacadam - steenslagverharding

teerolie - carbol, carbolineum

teerproduct - pek

teerspijs - viaticum

teerverfstof - anilineverfstof, fenolverf, naftalineverfstof, reginaviolet

teervilt - asfaltpapier, dakleer

teerzuur - fenol

teeuwsigheid - runderziekte

teffens - eveneens, ook, tevens

tefillin - gebedsriem

tegader - bijeen, gezamenlijk, samen, tegelijk, tezamen, vereend

tegel   dakpan, estrik, kareel, klinker, muurtegel, plavuis, plinttegel, steen, tichel, vloersteen, wandsteen

tegeldemaking - verzilvering

tegelen - plaveien

tegelijk - aanstonds, bovendien, daarbij, gelijktijdig, ieder, ineens, meteen, niettemin, ook, samen, simultaan, tegelijkertijd, tevens, tezamen

tegelijk erbij gevoegd - daarbij

tegelijkertijd   direct, gelijktijdig, meteen, simultaan,

tevens


tegelsteen - estrik

tegelijk zijn op twee plaatsen - bilocatie

tegelstempel - stamp

tegemoed gaan - tegengaan

tegemoetkomend   coulant, voorkomend, welwillend

tegemoetkoming   bijstand, concessie, coulance, faciliteit, hulp, ondersteuning, subsidie, toelage

tegen   ad, anti, contra, jegens, mits, para,

tegen (Lat.) - contra

tegenaanval - counter

tegenantwoord - dupliek

tegen brand gewaarborgd - brandvrij

tegen de bierkaai   vergeefs

tegen de borst stuiten - repugneren, revoltant, tegenstaan

tegen de hervorming gerichte beweging - contrareformatie

tegen de kosten opwegend   lonend

tegen de regel - abnormaal, onordelijk

tegen de regels in - indisciplinair, ongezeglijk, tuchteloos

tegen de samenleving gericht - antisociaal, subversief

tegen de wet   clandestien, illegaal

tegen de wil - ondanks

tegen de wind opzeilen - laveren

tegen elk aannemelijk bod   te.a.b.

tegen elkaar aan   aaneen

tegen elkaar vergelijken - recoleren

tegen gelijke waarde   a pari

tegen het eind   s. f. (sub finem)

tegen het eind van de beurstijd - laatbeurs

tegen het genoemde - ertegen

tegen het goede in - immoreel

tegen het harde verhemelte gevormde klank - palataal

tegen het verhemelte gevormde klank - velaar

tegen iets in opstand komen - rebelleren, revolteren

tegen het lijf lopen - vonden

tegen iets opkomen - protesteren, reclameren

tegen iets zijn - gekant

tegen schade gedekt   verzekerd

tegen wil en dank ontnemen - afnemen, afpakken, ontroven,

ontstelen



tegen wind beschut - luw

tegen wind opzeilen   kruisen, laveren, opwerken

tegen zuren bestand metaal - stelliet

tegenantwoord   dupliek, repliek

tegenargument - refutatie, retorsie, tegenbewijs,wederlegging,

weerlegging



tegenbeeld   contrast, pendant, tegenstelling

tegenbescheid - repliek

tegenbeschuldiging - recriminatie

tegenbetoging - contramanifestatie

tegenbetoog - bezwaarschrift, remonstrantie, tegenvoorstel

tegenbevel   contra order

tegenbevel geven - afbestellen, afzeggen

tegenbeweging - reactie

tegenbewijs   revers

tegenbewijzen - reproduceren

tegenbezoek   contravisite

tegenblaffen - toeblaffen

tegenblikken - toeblikken

tegendeel   antoniem, tegen (over) gestelde

tegendeel van verheven - laag

tegendeel van wild - mak, tam

tegen de grondwet - anticonstitutioneel

tegen de kerk - anticlericaal

tegendienst - weerdienst

tegendraads - bokkig

tegendronk   contra toost

tegendruk - weerdruk, weerstand

tegeneinde - ondereinde

tegeneis   beklag, reconventie, recriminatie, rekonventie

tegeneiser - reconveniënt

tegen elkaar aan - aaneen

tegen elke prijs verkopen - ramsjen

tegenfineer - contrafineer

tegengaan - afsluiten, bestrijden, storen, verhinderen, verstoren, weerleggen, weerstaan

tegengang - tegenloopgraaf, tegenslag, tegenspoed

tegengave - tegengeschenk

tegengewichten gelijkmaken   uitbalanceren

tegengesteld - antipodisch, antoniem, contrair, invers, tegenovergesteld, verschillend

tegengesteld aan de gangbare mening - paradoxaal

tegengesteld gebruik van woord aan eigenlijke betekenis - antifrase

tegengestelde   tegendeel, tegenovergestelde

tegengestelde betekenis - antoniem

tegengestelde beweging van darmen - antiperistaltiek

tegengestelde kant   andersom

tegengestelde van - antoniem, contrarie

tegengestelde van een stelling - antithese

tegengestelde van ernst - scherts

tegengestelde van solo   tutti

tegengestelde werking van spieren - antagonisme

tegengesteldheid - antagonisme

tegengewicht - antipode, tegenhanger, tegenvoeter, tegenwicht

tegengewichten gelijkmaken - uitbalanceren

tegengif   anticorps, antidotum, antitoxine

tegengif van slangen - antiserum, antitoxine, antiverine

tegengif, stof die - kan doen ontstaan - antigeen

tegengift - tegengave, tegengeschenk

tegenglimmen - tegenblinken

tegengoesting - tegenzin

tegengroepering van de eeg - efta, eva

tegenhanger   antipode, antitype, contrast, pendant, tegenbeeld, tegenstuk, tegenvoeter

tegen het christendom - antichrist

tegenheid - afkeer, antipathie, ongeluk, tegenslag, tegenspoed, verzet, walging, weerzin, tegenwerking, tegenzin

tegenhouden - aanhouden, afremmen, arrêteren, bedwingen, behelzen, belemmeren, beletten, beschutten, bevatten, hinderen, ondervangen, ophouden, situeren, stoppen, stremmen, stuiten, stutten, tegengaan, tegenstreven, tegenwerken, terughouden, verhinderen, vertragen, weerhouden, weerstaan, weren

tegenhouder van de grote beer - zuiderkruis

tegenhouding   repressie

tegeningenomenheid - antipathie

tegenkampen   bestrijden

tegenkamping - verzet

tegenkandidaat - mededinger, opponent, rivaal, tegenstander

tegenkandidate - rivale

tegenkant   keerzijde

tegenkanting   obstructie, oppositie, strubbeling, tegenstand, verweer, verzet, weerstand

tegenkiel - binnenkiel, kolsem, zaathout

tegenknikken - toeknikken

tegenkomen - aantreffen, beleven, ondervinden, ontmoeten

tegenkomst - ontmoeting, tegenspoed

tegenkoppeling - feedback

tegenkracht - reactie

tegenlachen - toelachen

tegenlist - contramine

tegenlist gebruiken - contramineren

tegenlopen - misgaan, misvallen, tegengaan

tegenmaan - antiselena, bijmaan, haloverschijnsel

tegenmaatregel - repercussie, represaille, retaliatie, retorsie, terugslag, vergelding, wedervergelding

tegenmanilestatie - tegenbetoging

tegenmelodie - tegenstem

tegenmerk - contramerk

tegenmopperen - sputteren

tegenmuur - steunbeer, steunmuur

tegenmijn - contramijn

tegennaaien - tegenzomen

tegennatuurlijk   abnormaal, antifysiek, onnatuurlijk, ontaard, pervers, verdorven

tegenoffensief   tegenaanval

tegenomwenteling - contrarevolutie

tegenover   anti, jegens, para, tegen, to.

tegenover (Arab.) - nadzir

tegenover dat - daarentegen

tegenover elkaar gesteld - diametraal

tegenover elkaar stellen - confronteren

tegenover het zenith staande voetpunt - nadir

tegenovergesteld   andersom, antithetisch, contrair, contrarie, omgekeerd, oppositief, polair, tegendeel, tegengesteld, tegengestelde, tegenstrijdig, verschillend

tegenovergesteld van liberaal - conservatief, reactionair,

socialistisch



tegenovergestelde - andersom, antithetisch, antoniem,

contrair, tegendeel, tegengestelde, oppositum



tegenovergestelde kant - overkant

tegenovergestelde richting - tegen

tegenovergestelde van abstract in de schilderkunst - figuratief

tegenovergestelde van af   aan

tegenovergestelde van bakboord - stuurboord

tegenovergestelde van dynamisch - statisch

tegenovergestelde van egoïsme - altruïsme

tegenovergestelde van hard - zacht

tegenovergestelde van minuut - grosse

tegenovergestelde van prijs   niet

tegenovergestelde van republikeins - monarchistisch

tegenovergestelde van revolutionair - conservatief

tegenovergestelde van roet - sneeuw

tegenovergestelde van stenobiont - eurybiont

tegenovergestelde van symmetrie - ametrie

tegenovergestelde zijde   keerzijde, ommezijde

tegenoverstellen - confronteren, vergelijken

tegenoverstelling   antithese, contrast

tegenover het zenith staande voetount - nadirt

tegenpartij - bestrijder, opponent, oppositie, portuur, rivaal, tegenstander, rivaal

tegenpartij, tegen wie met opgewassen is - portuur

tegenpartij van gelijke kracht - portuur

tegenpartij waar men tegen is opgewassen - partuur

tegenpartijder - tegenstander

tegenpassaat - antipassaat

tegenpaus - Laurentius

tegenpraten - betwisten, tegenspreken

tegenprestatie - contraprestatie

tegenpruttelen - knorren, mopperen, morren

tegenrail - contrarail

tegenrede - repliek

tegenreformatie - contrareformatie

tegenrennen - tegemoetrennen

tegenroepen - toeroepen

tegenschoppen - terugschoppen

tegenschreeuwen - toeroepen, toeschreeuwen

tegenschrift - bestrijding, weerlegging

tegenslaan - tegenlopen, tegenvallen

tegenslag   echec, nadeel, ongeluk, panne, pech, contrecoup, mankement, misère, mislukking, misrekening, ongeluk, onheil, panne, pech, rampspoed, revers, scha, schade, sof, strop, tegenspoed, tegenvaller, teleurstelling, weerslag

tegenslag lijden - sukkelen

tegenspannen - tegenstaan, tegenwerken

tegenspartelen   protesteren, verzetten

tegenspartelend - balsturig

tegenspel - weerwerk

tegenspeler - antagonist, opponent, tegenstander, vijand

tegenspeler van Napoleon - Tayllerand

tegenspeler van Willem van Oranje - Alva

tegenspoed   beproeving, contrecoup, deveine, echec, ellende, kruis, ongeluk, onheil, onspoed, pech, ramp(spoed), revers, sof, strop, tegenheid, tegenslag, tegenvaller, tribulatie, weerslag

tegenspoed hebben - sukkelen

tegenspraak - antilogie, antimonie, bedenking, bestrijding, contradictie, dementi, logenstraffing, loochening, ontkenning, protest, raisonnement, strijd, tegenpraal, verweer, verzet, weerlegging,

tegenspreken - bestrijden, contradiceren, dementeren, logenstraffen, ontkennen, opponeren, protesteren, tegenpraten, weerleggen

tegenspreker - contradicent, opponent, raisonneur, tegenstrever

tegenstaan   afkeren, afschrikken, mishagen, tegengaan, walgen

tegenstand - afweer, belemmering, boycot, obstakel, oppositie, protest, reactie, renitentie, resistentie, taedieus, tegendruk, tegenkanting, tegenstand, tegenstreving, tegenwerking, verdediging, verweer, verzet, weerstand

tegenstander   antagonist, anti, belager, bestrijder, concurrent, contradictor, erfvijand, concurrent, mededinger, opponent, opposant, rivaal, tegenpartij, tegenstrever, tegenstrijder, tegenweer, tegenwerken, vijand, weerstrever

tegenstelling   antithese, contrast, contrarie, cintroverse, verschil

tegenstelling van man - vrouw

tegenstelling van mens - dier

tegenstelling vormen - contrasteren

tegenstem (muz.) - obligaat

tegenstof - antilichaam, antitoxine, tegengif

tegenstoot - counter, riposte

tegenstoot doen   riposteren

tegenstoot toebrengen - riposteren

tegenstreven   dwarsbomen, reageren, tegenwerken, verzetten,

tegenstrevend   dwars, tegendraads, weerspannig

tegenstrever - dwarsbomer, opponent, reactionair, rebel, recalcitrant, rivaal, tegenstander, vijand

tegenstreving - antagonisme

tegenstribbelen - protesteren, protesteren, spartelen, tegenwerken

tegenstribbelend - onwillig, schoorvoetend

tegenstribbeling - captie

tegenstroom - neer, tegenpartij, tegentij, wantij, wintij

tegenstrijden - bekvechten, verzetten

tegenstrijdig - contradictois, contrair, disparaat

tegenstrijdigheid   antilogie, antinomie, contradictie, discordantie, tegenspraak

tegenstrijdigheid die onoplosbaar is   antinomie

tegenstroom   tegentij, wantij

tegentij - tegenstroom

tegenval - tegenslag, tegenspoed

tegenvallen   teleurstellen

tegenvaller   echec, fiasco, flop, klap, lelijkerd, misrekening, misslag, pech, slag, sof, strop, tegenslag, teleurstelling

tegenvoeter - antipode, pendant, tegenhanger

tegenvoorstellen doen - remonstreren

tegenvoorstelling - bezwaarschrift, rekest, remonstrantie,

tegenbetoog



tegenweer - verdediging, verweer

tegenwerken - bemoeilijken, contramineren, dwarsbomen, hinderen, opponeren, reactief, reageren, remmen, remmend, saboteren, tegenhouden, verzetten

tegenwerkend - contrair, dwarsbomend, hostiel, reactionair


1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   15


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina