T taag -tajo taai



Dovnload 0.96 Mb.
Pagina6/15
Datum22.07.2016
Grootte0.96 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   15

terreinniveau - terras

terreinrit - cyclecross, militairy, motorcros, veldrit

terreinspel - cricket, honkbal, korfbal, voetbal

terreinverheffing - berg, glooiing, heuvel, plooi

terreinverheffing aan zee - duin

terreinvoertuig - jeep, landrover, rupsvoertuig

terreinwagen - jeep, landrover, terreinvoertuig

terreplein - bastion, fort

terrestrisch   aards, tellurisch

terreur - dragonnade, dwang, schrikbewind, wreedheid

terreurdaad - gijzeling, sabotage

terreur door inkwartiering van dragonders bij de protestanten onder Lodewijk XIV   dragonnade

terreur tot bekering - dragonnade

terreur uitoefenen   terroriseren

terribel   verschrikkelijk, vreselijk

terrigeenslik - blauwslik

terrine   soepkom

territie - schrikaanjaging

territoriale wateren - kustzee

territorium   domein, erf, gebied, rayon, staatsgebied, terrein, zone

terrorisme - schrikbewind, terreur

terrorist - kaper

Terschelling, dorp op - Hoorn, Midsland, Lies

tersluiks - achterbaks, bedekt, clandestien, geniepig, heimelijk,

kruipelings, links, steels, stiekem, stilletjes, verborgen, verholen, verstolen, voort



tersluiks bespieden – begluren

tersluiks of geniepig - stiekem

ter snede - gevat

terstond   aanstonds, dadelijk, dan, direkt, dra, kruipelings, illico, ineens, meteen, ogenblikkelijk, onmiddellijk, onverwijld, staandevoets, straks, temee, temet, voetstoots, voorts, zometeen

tertiaan - orgelstem

tertiaire periode (geologie)   Eoceen, Mioceen, neogeen, oligoceen, paleoceen, Paleogeen, plioceen

terts - interval, majeur

terts (klein) - mineur

tertsfluit - dwarsfluit

terug   achteruit, ana (Grieks), geleden, her, opnieuw, retour, retro, rugwaarts, weder, weer, weerom

terugbetalen - rembourseren, renumeren, restitueren, vergoeden

terugbetaling - rembours(ement), renumeratie, restitutie, storno

terugblik - beschouwing, overzicht, revue

terugblikken - omkijken, terugzien

terugblikkend   retrospectief

terugboeken - ristorneren

terugboeking - retenue, storno, terugbezorgen

terugbrengen - reduceren, verminderen

terugbrengen tot vroeger waardigheid   eerherstel, rehabilitatie rehabiliteit

terugbrenging - korting, reductie, repositie, vermindering

terug buiging   achteroverbuiging, omkering, ombuiging, reclinatie

terugdeinzen - achteruitgaan, afschrikken, keren, retireren, wijken

terugdenken - herinneren

terugdraaien - herroepen, retorqueren

terugdringen - refouleren, retireren

terugdrijven - verjagen

terugeisen - reclameren

teruggaaf - redditie, rembours, restitutie, teruggave

teruggaan   omkeren, reculeren, retrograderen, wijken

teruggaand - regressief

teruggang - achteruitgang, recessie, recours, regrediëntie, regres(sie), terugtocht, retour, retrogradatie, retrogressie, terugkeer, terugval, verloop, vermindering, verval

teruggang in ontwikkeling - atavisme

teruggave van teveel betaalde - drawback, restitutie, retributie

teruggehouden - geresigneerd, retenuto

teruggekaatst geluid   echo, nagalm, weerklank

teruggetrokken - afgezonderd, eenzaam, eenzelvig, gereserveerd, geretireerd, schizoid, solitair, terughoudend

teruggetrokkenheid - autisme

teruggeven - restitueren, retribueren, weergeven

teruggevonden - terecht

terughouden - bedwingen, beletten, beteugelen, cohiberen, tegenhouden, verhinderen, weerhouden

terughoudend - geresigneerd, stijfjes

terughouding - cohibatie, gereserveerdheid, inhouding, reserve, retardatie, retentie, retenue, terughoudendheid, verzwijging,

terugroeping   rappel, herroeping

terughoudend   geresigneerd, rete, nuto,

terughouding - cohibatie, retente, retenuto, storno

terugkaatsen   pareren, reflecteren, spiegelen, weerkaatsen

terugkaatsing   afstraling, echo, glans, reactie, reflex, reflectie, repercussie, reverberatie, terugstraling, weerglans, weerkaatsing, weerschijn, weerschijnsel, weerspiegeling

terugkaatsing van geluiden - echo, weerklank

terugkeer - comeback, retour, regres, regressie, renttree, repatriatie, ristorno, teruggang, wederkeer

terugkeer van een artiest   comeback

terugkeren - retourneren

terugkerend   recurrent

terugkerend verschijnsel - recurrens

terugkerende begeerte   neiging

terugkerende periode - periodiek

terugkerende uitkomst van een breuk - repetent

terugkomen - recidiveren, repasseren, weerkeren

terugkomend - recurrent

terugkomst - comeback

terugkoop - reëmtie

terugkopen - racheteren

terugkrijging - herstel, recuperatie

terugleidend - redux

terugloop   achteruitgang, daling, terugvloeiing, vermindering

terugloop van kanon - recul

teruglopen - krimpen

teruglopend - achteruitgaand, recurrent

teruglopende wind - krimper

terugmars   contramars

terugnemen - hernemen, herroepen, intrekken

terugneming van zijn woord - retractie

terugplaatsen - degraderen

terugreis - retoer

terugroepen - avoceren, herroepen, intrekken, memoreren, rappeleren, revoceren

terugroeping - antwoording, herinnering, herroeping, rappel, revocutie, ricochettering

terugschrijven - antwoorden, reageren

terugslaan - ketsen

terugslag   reactie, repercussie, return, weerslag

terugslag naar voorouderlijke eigenschappen - atavisme

terugslag van een bal - return, terugkaatsing

terugspreken - antwoorden

terugspringen - reculeren, ricocheren, stuiten

terugspringende kant van muur - neg, negge

terugsprong - repercuteren

terugsprong van een stuk geschut - recul

terugstellen - degraderen, verlagen

terugstoot - repercussie

terugstoot van een kanon   recul

terugstootautomaat - mitrailleur

terugstoten - afstoten, rebuteren, repercuteren, repousseren

terugstolen van een vuurwapen - reculeren

terugstotend   afschrikkend, bars, onaangenaam, rebutant, stuitend

terugstoting - repulsie

terugstralen - reflecteren, reverberen

terugstraling   lichtweerkaatsing, reflectie, reverberatie,

terugstroming - regurgigatieweerschijn

terugstuit - weerstuit

terugsturen - retourneren

terugtocht - aftocht, retirade, retractie, retraite, terugtrekking, vlucht

terugtreden - aftreden, recederen, resiliëren, retireren, terugtrekken, terugwijken, wijken

terugtreding - resiliatie

terugtrekken - afdeinzen, intrekken, repliciëren, retireren, retrogressie, tetraheren, terugtreden

terugtrekking   aftocht, retractie, retraite, teruggang,

terugtrekking bij een contract - resiliatie

terugval - achteruitgang, recidief, recidive, regressie, relaps, relapsus (Latijns), wederinstorting

terugvallend - reversibel

terugvalling - recadentie

terugverlangend naar de vertrouwde omgeving - heimwee

terugvliegen - achteruitvliegen

terugvloeien - reflueren

terugvoeren - reduceren

terugvoering - reducering, reductie

terugvorderen - opeisen, opeising, reclameren, vindiceren

terugvordering  hereis, opeising, reclamatie, reclame, repetitie, revindicatie, terugeis, vindicatie

terugvordering van een ontvreemde zaak - vindicatie

terugvracht - retourvracht

terugvragen - uitnodigen

terugwandelen - terugkeren

terugweg - retour, terugtocht, thuisreis

terugwensen - regretteren

terugwerken - reflueren, retroageren

terugwerkend   regressief, retroactief

terugwerkende kracht   retroactiviteit

terugwerkende middelen - reagens

terugwerking - reactie, reflex

terugwerpen - achteruitwerpen, repercuteren, reverbereren

terugwinnen - recupereren

terugwinning langs chemische weg - elektrolyse

terugwinning van stoffen uit afvalprodukten - recycling, teratieproces

terugwinning van warmte uit - ovens, recuperatie

terugwijken   afdeinzen, recederen, terugtreden, wijken

terugwijking   recessie, repressie, retroactie, teruggang, weerslag

terugwijzen - afwijzen, wegzenden, weigeren

terugwijzend of vooruitwijzend - aldus

terugzeggen - antwoorden, repliceren

terugzenden - remitteren, renvoyeren, retourneren, terugsturen

terugzending - remissie, renvooi, retour

terugzending naar het eigen land - uitwijzing

terugzending naar het vaderland - repatriatie

terugzetten - degraderen, retrograderen

terugzien - omkijken, terugblikken, wederzien, weerzien

terugziend   retrospectief

terwijl - aangezien, dewijl, doordat, intussen, kortelings, ofschoon, omdat, ondertussen, onlangs, redengevend, somtijds, wijl, wijle,

terwijl men ergens heen op weg is - onderweg

terzake - adrem, relevant, snedig

terzake dienende   relevant

terzelfder plaatse   eodem, ib., ibid, ibidem

terzet - driegezang, muziekstuk

terzijde - apart, buitenkant, daargelaten, indirect, langs(zij), lateraal, naast, opzij, zijdelings, zijkant, zijwaarts

terzijde gaan - wijken

terzijde leggen - seponeren

terzijde schuiven - ecarteren, verdringen

tes - kater, klef

tesamen - bijeen, bijelkaar, bijelkander, ensemble, gezamenlijk, samen, tegader, tegelijk, tezaam, vereend, verenigd

teschademaking - blamage, hoon, laster, smaad

tese - stelling

test   beproeving, examen, oefening, onderzoek, proef(neming, tentamen, toets, toetsing, vuurbakje, vuurpot, vuurpotje,

testaceeën - schaaldieren

testament   holografum, nalatenschap, test, uiterst, wilsbeschikking

testamentair vermaken - nalaten, testeren

testamentaire beschikking - erfstelling, fidei-commis, legaat

testateur   erflater .

testatrice - erflaatster

test-case - toetssteen

testen - bekrachtiging, beproeven, keuren, onderzoeken, testificatie, toetsen, (uit)proberen, waarmaking

testen of vergelijken - toetsen

testen van eten - proeven

testikel - teelbal, testis, zaadbal

testing - proef

testimonium   attest, diploma, getuigschrift, getuigenis, referentie

testis - geslachtsklier

testosterom - geslachtshormoon

testpiloot - invlieger, proefvlieger

testudo - schildpad

tet - tepel, vrouwenborst

tetanie - stijfkramp

tetanisch - krampachtig

tetanus - klem, stijfkramp, spierkramp, spierverstijving, tetanie

tête - hoofd

teter - huidaandoening

tetoor - kletskous



tetra - reinigingsmiddel, vier, vlekkenwater

tetrachlooraethaan - acetosol

tetrachloorkoolstof - tetrachloormethaan

tetracycline - antibioticum

tetraëder   viervlak

tetraëdriet - vaalerts

tetragonaal   vierhoekig

tetragonaal getal - vierkantsgetal

tetragoon - vierhoek

tetragram van God   Jahwe, Jehovah, Jhwh

tetrahedron - viervlak

tetrahydroxybutaan - erytritol

tetraline - naftaline

tetrameter - versregel

tetraonidae - ruigpoothoenders

tetraplegie - verlamming

tetrapoden - viervoeters

tetrarch   onderkoning, Herodes, viervorst

tetrastof - dubbelweefsel

tetrode - elektronenbuis

tets   deegachtig, kleems, klef, kleiig, ongaar, tetsig

tetter - mond, tater

tetteren - tateren

teug   dronk, nip, retro, slok

teugel - bewindvoering, bit, breidel, koord, leiband, leiding, leidsel, lijn, paardentoom, riem, streng, tam, toom

teugelloos   bandeloos, geslagen, onbelemmerd, onbesuisd, onbeteugeld, ongebreideld, ongetemd, ongetoomd, tomeloos, woest,

teugelriem - leidsel, leireep

teugels - toom

teugels aandoen - tomen

teugje - nip(je), slok(je)zoopje

teunisbloem - oenothera, sleutelbloem, wederik

teut - aangeschoten, afgemat, bezopen, dronken, suf, uitgeput, zat

teutelen - kletsen, talmen, treuzelen, zeuren

teuten   aarzelen, kletsen, prutsen, talmen, treuzelen, zeuren

teuteren - prutsen, talmen, treuzelen

teuterig - langzaam, peuterig, prutserig, sloom

teutkous - zeur

Teutoon   Germaan, Bataaf

teveel - onmatig, overbodig, overdreven, over(maat), overschot, surplus

teveel (muz.) - troppo

teveel eten - overeten

teveel gekookt - overgaar

teveel geluid - lawaai

teveel op mannen gesteld   manziek

tevens - alsmede, alsook, benevens, bovendien, daarbij, daarenboven, en, evenals, eveneens, evenzeer, gelijkertijd, gelijktijdig, mede, ook, samen, tegelijk, tevens, zowel

tevens of ook - mede

tevergeefs   krachteloos, ledig, niets, nutteloos, onnut, tjoema, vergankelijk, vergeefs, vruchteloos, ijdel, zinloos

tevoren   eerder, eerst, pro, vroeger, voorheen, vooraf

tevoren aankondigend   voorspellend

tevreden - bevredigd, bevredigend, blij, content, gecoiffeerd, gelukkig, ingenomen, vergenoegd, vergenoegzaam, verzoend, voldaan, weltevreden, zelfvoldaan

tevreden (Ind.) - senang

tevreden met zichzelf   zelfgenoegzaam, zelfingenomen

tevreden gesteld - bevredigd, verzadigd, voldaan

tevredenheid - contentement, contentheid, genoegen, voldoening

tevredenstellen - bevredigen, contenteren, paaien, voldoen

tewaterlating - stapelloop

teweegbrengen - aanrichten, baren, berokkenen, bewerkstelligen, stichten, veroorzaken

tewerk gaan   handelen, procederen

Texel   Tessel

Texels natuurreservaat   Slufter

Texelse plaats   (den) Burg, (de)Koog, Oosterend, Oudeschild, Waal

textiel   goed, katoen, kleding, lingerie, linnengoed, stof, weefsel,

textiel, afwerken van - appreteren, betelen, carboniseren, decatiseren, friseren, impregneren, kalanderen, lustreren, merceriseren, noppen, ratineren, ruwen, volen, zengen

textielafwrking - appretuur, finish

textielarbeider   spinner, volder, wever

textielbewerkingen - appreteren, carboniseren, impregneren, kalanderen, ratineren, ruwen, vollen, zengen

textielfabriek - weverij

textielgrondstof - garen

textielkist - cassone

textielmachine - kalander, weefgestoelte, weefgetouw, weefstoel

textielstof   bazijn, boezel, dralon, katoen, linnen, pilo

textielterrein   strand

textielverven, toestel voor - foulard, haspelkuip, jigger

textielwerkplaats   weverij

textielzaak - manifacturenwinkel

textiline - papiergaren

textulose - weefstof

tezaam - allebei, allemaal, bijeen, tegader, vereend

tezamen - altegaar, altegader, bijeen, bijelkaar, bijelkander, gezamenlijk, ineen, samen, tesaam, totaal, vereend

tezen   pluizen, trutten

Thailand   Siam

Thailand, hoofdstad van - Bangkok

Thailand, rivier in - Menam

Thailandse munt   bath, satang

thallofyten - loofplanten

thallus - loof

thallusplant   bacterie, champion, duivelskaas, gistzwam, kamperfoelie, korstmos, morille, rendiermos, paddebrood, paddestoel, schimmel, truffel, wier, zwam

thanatofilie - zielsziekte

thans   heden, momenteel, nou, nu, tegenwoordig, vandaag

Thasos, dorp op - Limenaria

thaumatologie - wonderenleer

Theacee - kamille

theater - bioscoop, komedie, schouwburg, toneel

theateragent   impresario

theaterdirecteur   manager

theateronderneming - bioscoopbedijf

theaterproductie - revue

theaterrang - baignoire, galerij, loge, parket, parterre, schellinkje, stalles, staties

theaterster - vedette

theaterstuk - blijspel, comedie, drama, klucht, opera, operette, toneel

theatraal - overdreven, pathetisch, toneelachtig

theatraal uitgesproken en omslachtig geheel van woorden - tirade

theatrale woordenreeks   tirade

Theatijen - cajetanen

Thebaanse burcht - Cadmea

Thebaanse koning - Oedipus

thee   bloementhee, camillethee, ceylonthee, darjeelingthee, javathee, kamille, preangerthee

thee, groene - haysan, hyson

thee, zwarte - pecco, pekoe, souchong

theebal - theeëi

theeblad - dienblad, plateau, serveerblad

theeblad met opstaande rand - kuipblad

theeblik - theedoos

theebloem - kamillebloem

theeboer - theeplanter

theeboom - theestruik

theedoek - (af)droogdoek

theeëmmer - theestoof

theegerei - theeboel, theegoed

theegoed - theegerei, theeservies

theeketel (Russ.) - samovar, samowar

theekistje - theedoosje

theekransje - damesgezelschap

theeland - theeplantage

theelichtje - komfoortje

theelood - bladlood, calaïn

theemuts   cosy, teacosy, theebeurs, theepotbedekker

theepartij - theevisite

theeproducerend land - China, Japan, Rusland

theeroos - farizeeër

theesalon - tearoom

theesoort - maté

theestel - monsterlijst, theeservies

theestoof - gueridon, komfoor

theetafel - serveerboy

theetante - babbelaarster, kletskous, snapster

theetoestel   samowar

theetuin - theeplantage

theezakje   theebuiltje

thema   grondgedachte, hoofdgedachte, motief, oefening, onderwerp, opvatting, stelling, verbinding

thema van de fuga - dux, Themis, rechtsgeleerdheid

theocratie - godsheerschappij, priesterheerschappij,

t(h)eokratie



theodolietcamera - fototheodoliet

theofanie - godsverschijning

theogamie - godenhuwelijk

theognosie - godskennis

theolatrie - godenaanbidding, godsverering

theologaal - godsdienstig

theologale deugden - geloof, hoop, liefde

theologant - godgeleerde, theoloog

theologie - godsdienstleer, godgeleerdheid

theologisch - godgeleerd

theoloog - godgeleerde, theologant, theologiestudent

theoloog die zich bezighoudt met de studie van de bijbel   biblist

theomanie - godsdienstwaanzin

theorama   postulaat, stelling, these,

theorema - (grond)stelling, leerstelling, postulaat, these

theoretische bekwaamheid - kennis, kunde, wetenschap

theoretiseren - bespiegelen, redeneren

theorie - beschouwing, bewering, (hypo)these, leer, leerstelling, leerstuk, opvatting, stelling, stelsel, systeem

theorie der dichtkunst   poëtica, poëtiek

theorie der exegese - hermeneutiek

theorie van Darwin - darwinisme

theorie van Einstein - relativiteitstheorie

theorieman - kamergeleerde, theoreticus

therapeut - dienaar, geneeskundige, heelkundige, verzorger

therapeutisch - geneeskundig

therapie - geneesleer, geneeswijze

therialatrie - dierenaanbidding, dierenverering

thermen (Latijns) - badinrichting

thermidor - warmtemaand

thermiek - luchtstroom, stijgwind, warmteleer

thermisch isolatiemiddel - theemuts

thermische stralingsontvanger - bolometer

thermo - warmte

thermochenisch harden - boreren

thermo-dynamica - warmteleer

thermo-elektrische stroom - thermostroom


1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   15


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina