T taag -tajo taai



Dovnload 0.96 Mb.
Pagina7/15
Datum22.07.2016
Grootte0.96 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   ...   15

thermofiel - warmtelievend

thermofoor - warmwaterzak

thermogeen - warmtegevend, warmteverwekkend

thermometer - koortsmeter, warmtemeter

thermometerhut - thermometerkooi

thermonucleaire wapens - atoombom, waterstofbom

thesaurie - schatkamer, schatkist

thesaurier   penningmeester, thes., quaestor

these   dissertatie, postulaat, proefschrift, stelling, theorema

thesis - loondaling, stelling

thespiswagen - toneelwagen

theürg - geesten banner, geestenziener, tovenaar, wonderdoener

theürgie - geestenbanning, geestenzienerij, toverkunst

Thialf, heer van - Thor

thiamine - aneurine

thing - landsvergadering, volksvergadering

thinocoridae - gerechtsvergadering

thinocoridae - zandlopers

thio - natriumthiosulfaat

Tholen, dorp op - Poortvliet, Schakerloo, Stavenisse, Tholen

thomasijzer - vloeiijzer

Thor - dondergod, Oonar, Wodan

thora - wetrol (joods)

thoramantelrol - perkamentrol

Thoralezing op sabbat - parasja

thorax - borstkas

Thoriet, oranje - orangiet

thorium   th.

Thors hamer - mjölnir, mjöllnir

Thracisch volk - Bessie

thrill - tilling

thriller - griezelboek, griezelfilm, griezelverhaal, misdaadfilm

thrips - donderbeestjes

thrombus - bloedprop, bloedstolsel

thuis - binnen, home, honk, onderkomen, tehuis

thuisbehoren - passen, wonen

thuisbezorgen - bestellen

thuisbrengen - bezorgen, plaatsen

thuishalen - ophalen

thuiskomst - terugkomst

thuisligger - bestedeling

thuisvlucht - retourvlucht

thuisvracht - retourvracht

thuiswerk - huisarbeid

thuiszitten - thuisblijven

thuiszitter - thuisblijver

thuja - coniferen

thulium   tu

thymelaeacee - daphne, peperboompje

thijmklier - thymus, zwezerik

thymus - zwezerik

thymus(klier) - borstbeenklier, zwezerik

thyroide - schildklier

thyroxine - schildklierhormoon

thyrsus - bacchusstaf

thys - tamboer

tiaar - tiara

tiara - drie(kroon), tiaar

tibbe - doopsgezinden

Tiber - Albula

Tibetaans geestelijk leider   dalai

Tibetaans priester   lama

Tibetaans bergvolk - Bhotia

Tibetaans leeuwhondje - apso

Tibetaans priester - lama

Tibetaans rund - jak, yak

Tibetaans schaap - bharal

Tibetaans titelgedeelte - dalai

Tibetaanse berggids   sherpa

Tibetaanse buffel - jak, yak

Tibetaanse hoofdstad   Lhasa

Tibetaanse monnik - bhikshoe, blikhoe, gelong

Tibetaanse non - gelongma

Tibetaanse priester - lama

Tibetaanse rundersoort - knoros, yak

Tibetaanse theologische kandidaat - geces

tibetdog - herdershond

Tibia - aulos, scheenbeen

tic - aanwensel(mal), gelaatsspiertrekking, zenuwtrek

tichel - baksteen, tegel, dakpan, vloersteen

tichelaar - steenbakker

tichelarij - pannenbakkerij, steenbakkerij, steenfabriek

tichelbakker - steenbakker

tichelbakkerij - steenfabriek

ticheldak - pannendak

tichelgrond - steenbakkersklei

tichelsteen - baksteen, kareel

tichelvolk - tichelaars

ticket - kaartje, plaatsbewijs, plaatskaart, reisbiljet, toegangsbewijs

tiek - kever, teek, tor,

tiekgras - liesgras

tien   deca, decem, teen, twijg

tien (Duits) - zehn

tien (Engels) - ten

tien (Frans) - dix

tienarm - inktvis

tienarmige inktvis - kalmaar

tien bij tien meter - are

tien cent - dubbeltje

tiend - teen, twijg

tien dagen   decade

tiendelig - decimaal

tien dollarstuk - eagle

tien geboden - decalogus, decaloog

tien gram - decagram

tienguldenbiljet - joetje

tien in samenstellingen - deca, deka

tien jaren - decennium

tien meter - decameter

tien of acht schoven - stuik

tien riem papier - baal

tienarm - inktvis, kandelaar, lamp

tiend - teen, twijg

tiende deel - deci

tiende deel elimineren - decimeren

tiende kilo - ons

tiendelig - decimaal

tiende liter   deciliter, dl.

tiende muze   film

tiendelig - decimaal

tiende toon - decime

tiendelig - decimaal

tienden in samenstellingen - deci

tiendollarstuk   eagle

tiendoorntje - stekelbaarsje

tiendplichtige - decumanus, tiender

tienduizend vierkante meter   hectare

tienduizendtal - myria, myriade

tienender - reebok

tiener - bakvis, jongeling, teenager

tienhoek - decagoon, decathlon

tienkamp - decation, meerkamp

tienling - zilvermunt

tienmaal - deca

tienmaal nemen - decupleren, vertienvoudigen

tienman   decaan, decanus, deken

tienmanschap   decemviraat

tienpootkreeften - decapoda

tienpotig schaaldier   zeekrab

tienpotige kreeftsoort - langoest

tienpotige schaaldieren - dekapoda

tienstuivergast - spion, verklikker

tientje - joetje

tienvoud - deca, decuplum

tier   bloei, gil, groei, levenskracht, lust, schreeuw, wasdom

tierceron (bouwkundig) - hulprib, steekrib

tieren - aangaan, aarden, baljaren, beren, bulderen, donderjagen, floreren, fulmineren, gedijen, gelukken, groeien, heibelen, heisteren, joelen, ketteren, opspelen, raaskallen, razen, reüsseren, schelden, schreeuwen, slagen, tekeergaan, tobben, uiten, uitkafferen, uitvaren, vloeken, wassen, welig, woeden

tierend   dol, fulmineren, razend, schreeuwend

tierig - behaaglijk, bloeiend, dartel, fleurig, gelp, gezond, levendig, levenslustig, opgewekt, voorspoedig, vrolijk, vruchtbaar, welig

levenslustig - opgewekt, vruchtbaar, welig

tierigheid   levendigheid

tierlantijntje   smoesje, versiersel

tik - aanraking, klap, klop, kop, lel, mep, pats, pets, scheutje(alkohol), slag, steek (Z.N.), stoot

tikar - ligmat



tikjuffrouw - typiste

tikkelje - beetje, iets(je), kleinigheid, vleugje, ziertje

tikken   kloppen, raken, slaan, treffen, trommelen, typen

tikken op machine - typen

tikker - boorkever

tikkertje - kinderspel, slaapmatje, vangertje

tikmeel - boorkever

tik of duw - stoot

tikster - typiste

tiktak - dobbelspel, horloge

tiktakken - grijpen, pakken, raken, slaan, stoeien, ravotten

tikvogel - specht

til - bordeel, bruggetje, duivenhok, knip, opheffing, valdeurtje, vogelverblijf

tilbare have - huisraad, inboedel

tiliacee - linde, tilia

tillen   dragen, (op)beuren, (op)heffen, (op)lichten, opnemen, optillen, sjouwen, torsen

tiller - oplichter

tilleul - lindebloesem, lindeboom

tilwerktuig - halter

timbale - bekken, pauk

timber - helmtop

limber (heraldiek) - schilddekking

timbre   klankkleur, klanktint, nuance, (toon)kleur, zweem

timen - berekenen, klokken

timide   bedeesd, bedremmeld, beschroomd, bevreesd, bleu, eenkennig, gegeneerd, schuchter, sip, verlegen

timmeren - hameren, kloppen, ranselen, slaan, stukslaan

timmergereedschap,   bankschroef, beitel, boor, bout, cirkelzaag, doorslag, draadnagel, drevel, driehoek, duimstok, fretboor, guts, haakbord, hamer, kapbeitel, kapzaag, liniaal, meetstok, moer, nijptang, rasp, reischaaf, schaaf, schietlood, schroef, schroevendraaier, schrobzaag, spanhaak, spijker, verstekhaakvoorloper, vijl, waterpas, winkwlhaak, zaag

timmerman - houtbewerker

timmermansmaatlatje - leutel, leuter

timmermateriaal   board, hecht(hout), multiplex, schroef, spijker, triplex

timocratie - geldregering

timon - mensenhater, mensenvijand

Timor, stad op Portugees - Dili

timoroso - bedeesd, beschroomd, schroomvallig

timotheegras - doddegras

timp - broodje, kapje, punt, spits, tip

timpaan   fronton, gevelveld, keteltrom

timpaan bij de Grieken   tamboerijn

timpani - pauken

timpen - tippen

timtim - zilver

timtimmer - zilversmid

tin - Sn., stannum

tin, bedekt op ijzer - blik

tin en koper, legering van - brons

tin met zwavel - jodengoud, musiefgoud, tinsulfide

tinamoe - crypturus

tinbaggermolen - tinmolen

tinctie - kleuring, verving

tinea - haarziekte, hoofdzeer, houtworm, mot, rups

tinemail - tinglazuur

tinerts - tinoxyde, tinsteen

tinerts op de bodem van een groeve - kong

tinfoelie - bladtin, stan(n)iol, staniool, zilverpapier

ting - schel

tingel - lat, tengel

tingelen - bellen, netelen, prikken, tintelen

tingeling - winkelschel

tingeltangel - cabaret

tingeren - kleuren, verven

tingka - gril, kuur

tinglazuur - email, verglaassel

tingroen - tinerts

tingroeve - tinmijn

tinka - gril, kuur

tinkal - borax

tinkalk - tinoxyde

tinke - zeelt

tinkeien - tintelen, tinken

tinkies - stannien

tinkleurig metaal - antimonium

tinlood - tinsoldeer

tinmolen - tinbaggermolen

tinne - borstwering, kasteel, top, trans

tinnef - gespuis, rommel, tuig

tinnen stadskan - cimaise, cymaise

tinnegieten - politiseren

tinnegieter - beunhaas

tinnegietersoven - smeltkuil

tinnen - borstwering, kooromgang, kring, rand, torenomgang, trans, weergang

tinnetje - blikje

tinoplossing in zoutzuur - tinzout

tinoxyde - tinas, tinkalk

tinrijk eiland - Billiton

tinsen - plagen, plukken, tintelen, treiteren, trekken

tinsoldeersel - tinlood

tinsteen - kassiteriet, tindioxyde, tinerts

tinsulfide - jodengoud, musiefgoud

tint - bleek, blos, doodsbleek, (gelaats)kleur, kleurschakering, koloriet, marmerbleek, nuance, schakering, teint, toon, zweem

tintel - flikkering, glans, glinstering, prikkeling, tinteling, tondel, tonder

tinteldoos - telegrambotje, tintelton, tondeldoos

tintelen - flikkeren, glanzen, glinsteren, kliken, klinken, pinken, petilleren, prikkelen, scintilleren

tintelend   fonkelend, parelend, petillant, prikkelend

tintelend koud worden - killen

tintelhoofd (Z.N.) - driftkop, heethoofd

tinteling   fonkeling, flikkering, geprik, glinstering, kitteling, lichtstraal, prikkeling, schittering, steking

tintelton - tondeldoos

tinteltonnetje - telefoontje, telegrambotje

tinten - kleuren, nuanceren

tintje - nuance

tintsteen - asfaltsteen, gomsteen, kleursteen, schrapsteen, stopsteen

tintwijn - tinto

tinverandering (ziekelijke) - tinpest

tip - aanbeveling, aanwijzing, advies, douceur, drinkgeld, eindje, fooi, hint, hoek, informatie, inlichting, insnijding, mededeling, punt, puntje, raad, seintje, slip, spits, spleet, split, teen, timp, tipmuts, toelopend uiteinde, uitsteeksel, wenk

tipgeld – fooi

tipje - seintje

tippel - punt, spikkel, stippeltje, vlekje, wandeling

tippelaar - straatdief, wandelaar

tippelaarster - hoer, lichtekooi, prostituee, slet, straatmeid

tippelen - banen, gaan, lopen, wandelen



tippen - adviseren, afpunten, inlichten, waarschuwen

tips - korzelig, lichtgeraakt

tipsy - aangeschoten, bezopen, dronken (licht), slier

tiptop   keurig, netjes, prima, uitstekend

tipulidae - langpootmuggen

tipzak - puntzak

tirade - frase (holle), gedachtenuithaal, verzenreeks, woordenreeks

tirailleur - voetsoldaat

tirailleursput - schuttesput

tiran - alleenheerser, autocraat, despoot, dictator, dwingeland, gebieder, geweldenaar, heerser, landendwinger, machtswellusteling, Nero, onderdrukker, overheerser, stedendwinger, wreedaard

tiran van Athene - Pisistratus

tiran van Korinthe - Periander

tiran van Milete - Aristagoras, Histiacus

tiran van Rome - Nero

tiran van Samos - Polycrates

tiran van Syracuse - Dionysius

tirannen bestrijders - monarchomaten

tirannie - alleenheerschappij, despotisme, dictatuur, dwingelandij, geweld, onderdrukking, willekeur

tiraniek - heersend, willekeurig, wreedaardig

tiranniseren - overheersen

tiras - sleepnet, vogelnet

tiras, met de - vangen - tirasseren

tirefond - houtdraadbout, kraagschroef

Tirol, hoofdstad van - Innsbtuckt

Tirools slaginstrument - xylophoon

Tiroolse dans - tyrolienne

tis - streng, vlecht

tisane - gerstewater, kruidenthee

tissen - harrewarren, wroeten, wurmen

tissu - halsdoekje, weefsel

tit - tepel, vrouwenborst

titaan - titanium

titaan (element) - ti

titaans - enorm, geweldig, gigantisch, titanisch

titaanoxyde, natuurlijk - rutiel, rutilium

titaanijzer - ilmeniet

titan   reus



Titan - Atlas, Helios, Hyperion, Lapetos, Koios, Kronos, Leto, Mnemosyne, Oceanus, Okeanos, Phoibe, Prometheus, Rhea, Selene, Tethys, Themis

Titan die de aarde torst   Atlas

Titan die het vuur stal - Prometheus

Titanen (12 kinderen van Uranus en Gaia) - hemelbestormers, Hyperion, Japetos, Koios, Kreios, Kronos, Mnemosyne, Okeanos, Phoibe, reuzen, Rheia, Tethys, Theia,Themis

Titanen (kinderen van bovengenoemde Titanen) -

Artemis, Asteria, Atlas, Hekate, Helios, Heracles, Kirke, Leto, Ophion, Palas, Prometheus, Pyrrha, Selene



titanengevecht - reuzenstrijd
Titanenmoeder - Gaia, Gea

titanenstrijd - reuzenstrijd

titaniet - steen

titanium   ti., titaan

titanisch   geweldig, gigantisch, reusachtig

titel - naam, opschrift

titel   ae, aga, akte, arts, bannerheer, baron, barones, benaming, bei, bewijsschrift, bi, bisschop, broeder, caid, cid, cf, c.i., conte, daimio, doge, dominee, don, donna, doij, docter(andes), don, drost, drs, dr, earl, ds, edeleer, edelmogend, eerwaarde, effendi, em, emier,emir, eminentie, erenaam, erentfest, exc, exellentie, frater, gg, graad, graaf, grande, gravin, hertog, hertogin, H.K.H., infant, imam, ing, ingenieur, inka, ir, jhr., jkvr, jonkheer, kadi, kalief, kardinaal, keizer(in), koning(in), kwaliteit, kwalificatie, lord, maharadje, majesteit, mandarijn, markies, mas, md, meester, mgr, mikado, mr, naam, nabob, negus, non, opschrift, pandit, pater, primaat, prins, prinses, raden, radja, ratoe, resident, ridder, senor, senora, senorita, si, sir, sire, s.j., sjah, taikoen, tenno, tit, titel, tsaar, viconte, vicontesse, w.i., Z.K.H., Z.H.,

titel in China   mandarijn

titel in Engeland   baron, earl, duke, knight, lord, sir, viscount

titel in Frankrijk   comte, duc., SA., S.E., vicomte

titel in het oude Peru   inca

titel in India   aga, mas, raden, raja, maharadja

titel in Indonesië   adipati, maharadja, mas, raden, radja , soesoehoenan

titel in Japan   daimio, mikado, tenno

titel in Peru   imca, inka

titel in Perzië   satraap, sjah

titel in Servië   ban

titel in Spanje   Caudillo, don

titel in Turkije   bey, emi(e)r, effendi

titel van aartsbisschop   Monseigneur, Mgr., primaat

titel van Algerijns heerser   Dei

titel van bisschop   monseigneur, Mgr.

titel van de Franse kroonprinsen - dauphin

titel van de Japanse keizer - mikado

tetel van dde paus - primaat

titel van geestelijke   ds, em., rd, Z.H.

titel van geestelijke (Fr.)   abbé

titel van gestudeerde Hindoe - pandit

titel van graaf (Eng.)   earl

titel van hoge geestelijke   hoogeerwaarde

titel van kalief   imam

titel van kardinalen   eminentie

titel van keizer van Ethiopië   Negus

titel van keizerin van Ethiopië - etege

titel van koningsdochter   prinses

titel van koningszoon   prins

titel van oud Egyptische koningen - farao

titel van oud-Perzische landvoogd - Satraap

titel van Servische landvoogd   ban

titel van staatshoofd op Malaka - agoeng

titel van sultan van Turkije   padisjah

titel van Tartaanse vorst   kan

titel van Turks landvoogd   emir

titel van vroegere vorsten van Algiers - dey

titel van vorst   keizer, koning

titel van vorstin   tsarina, koningin, keizerin

titel van vrouwelijke vorstelijke personen op Java   ratoe

titel van vrouw van de Russische keizer   tsarina

titel van wereldgeestelijke   abbé, kapelaan, pastoor

titel voor wijze of geleerde in Voor-Indië   mahatma

titelblad - frontispice, frontpagina, voorpagina

titelhouder - kampioen

titeling - stokvis

titel of benaming - naam

titelpagina - titelblad

titelprent - frontispice

titel register - repertorium, reportoire

titels voorbehouden - s.s.t.t.

titelvel - titelblad

titelvignet - signum (Latijn)

titelvoerend - titulair

titelwoord - lemma

titer - gehalte (van een vloeistof)

titi - doodshoofdaapje

titillatie - hoestprikkel, jeuk, kriebeling

titrage - titratie, titreren

titratie - titrage

titreervloeistof - maatvloeistof

tits (Z.N.) - aanraking, tik

titsen - aanraken, beroeren, prikkelen, prikken

tittel - jota, punt, stip

tittellijn -stippellijn

titten - zuigen

titubatie - weifeling

titulair - tit, welvoerend

titulatuur - betiteling, titel

tituleren - betitelen

titulus   tit, titel

tjaffelen - strompelen, struikelen, sukkelen

tjakker - kramsvogel, tjaklijster

tjalk - zeilvaartuig

tjalk gebouwd als aak - aaltjalk

tjandi - praalgraf

tjandoe - opium

tjanken - jammeren, huilen, janken, schreeuwen, simpen

tjap (Indonesisch) - merk, stempel, zegel

tjappen (Indonesisch) - merken, stempelen, zegelen

tjelaka - ongeluk, ramp

tjasker - windmolen

tjerk - houtsnip, tureluur

tjet - verf

tjetten - schilderen, verven

tji - beek, rivier

tjiepen - huilen, piepen, tjilpen, wenen

tjiftjaf - duimpje, tierentijn, vinkebijtertje

tjijak - gekko, huishagedis, muurhagedis

tjik - grootgaffeltopzeil, reservezeil

tjintjangen - hakken, kerven

tjoel - visnet

tjoema - vergeefs

tjoempen - verdrinken

tjoepen - flitsen

tjok - stronk, tronk

tjokkelen - tjokken

tjokvol - afgeladen, bomvol, eivol, mudvol, overvol, propvol

tjolen - rondslingeren

tjomme - gratis, tevergeefs

tjompen - springen

tjopvol - tjokvol

tjotter - vaartuig

tjuiteren van vogels - kwinkeleren

tmesis - snijding

toast - feestdronk, heildronk

toasten - klinken, proosten


1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   ...   15


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina