T taag -tajo taai



Dovnload 0.96 Mb.
Pagina8/15
Datum22.07.2016
Grootte0.96 Mb.
1   ...   4   5   6   7   8   9   10   11   ...   15

toast maken - roosteren

tob - kuip, stande

Tobago, hoofdstad van - Scarborough

Tobameer, eiland in het - Samosir

tobbe   bak, balie, kuip, mand, stande, tel, teil, tob, waskuip

tobben - bekommeren, dubben, etteren, kibbelen, klagen, kniezen, kreunen, mullen, otteren, piekeren, ploeteren, razen, sloven, sukkelen, tekeergaan, tieren, treuren, twisten, urmen, verontrusten, woelen, zaniken, zwoegen

tobber   haspelaar, kniezer, piekeraar, ploeteraar, sloof, stakker(d), stumper, sukkel(aar), Zebedeus, zielepoot, zwoeger,

tobberd - piekeraar, sukkelaar, sukkel, sul

tobberig - zwaartillend

tobberij - gehaspel, geknies, gemartel, gepieker, geploeter, gesloot, gesukkel, geürm, gezwoeg

tobbig peinzen - piekeren

Tobias   Tob.

tobiasvis - smelt, zandaal

tobogan   roetsjbaan, rutsbaan, rutschbaan

toch   alevel, althans, dan, desondanks, echter, evenwel, immers, inderdaad, maar, niettemin, nochthans, ook, warempel, weliswaar, werkelijk

toch iets   weinig

tocht - autorit, begeerte, dagreis, excursie, expeditie, gang, luchtzuiging, mars, raid, reis, rit, toer, tournee, trek(king), trip, uitstapje, vaart, vruchtgebruik (Z.N.), wandeling, wind, zeeg, zuiging, zuigwind

tocht naar de kust - katabasis

tocht naar de kust - katabasis

tocht naar het binnenland - anabasis

toch te voet - mars

tocht ondernemen - reizen, tochten, trekken

tocht per boot - zeereis

tocht per luxe passagiersboot - cruise

tocht per trein - railreis, spoorreis, treinreis

tocht te paard - rit

tocht te water - zeereis

tocht veroorzaken - tochten

tochtdoek - tochtdeken

tochten - filteren, segreren, trekken, zakken, zuivere-

tochten maken - reizen, toeren

tochtgat - rookgat, stookgat, trekgat

tochtgenoot - gezel, medereiziger, reisgenoot, reisgezel

tochtgenoot van Paulus   Silas

tochtig - bokkig, bollig, bronstig, hengstig, loops, opvliegend, ruizig, trekkerig, wellustig, winderig

tochtigheid - ritsigheid, trekkerigheid, wellustigheid

tochtje   excursie, reisje, rit, ritje, uitstapje

tochtlat - bakkebaard

tochtlatten - bakkebaarden

tochtlucht - trekind

tochtscherm - kamerscherm, kamerschut, luik, paravent

tochtschut - tochtscherm

tochtsloot - afvoersloot, poldersloot, treksloot, wetering

tochtsluis - portaal

tochtwind - trekwind

tocologie - verloskunde

tod   flard, lap, lomp, lor, prul, sloerie, slons, taddik, vod

todde - vod

todden (scherts) - kleding, kleren

todderig - slordig

toddy - grog, palmwijn

todje - lapje

tod of lor - lomp

toe - afgesloten, dicht, extra, geloken, gesloten, ongeopend, tegemoet, tegen,

toe (aansporing) - alstublieft, komaan, vooruit

toe te dienen hoeveelheid - dosis

toeak - palmwijn

Toeamotoe-eilanden, een der - Anaa, Hikueru, Rangiroa, Takaroa

toean - gebieder, heer, meester, mijnheer

toebaat - bijslag, toegift

toebak - tabak

toebakeren - inbakeren

toebedeeld - gegeven, beschoren

toebedeelde hoeveelheid   aandeel, deel, portie, rantsoen, taks

toebedeelde tot - moira

toebedelen   bescheren, toewijzen, verlenen

toebedenken - gunnen, toedenken

toebehoren - aanbehoren, accessoires, appertinentiën, bijbehoren, dependances, dependantie, eigendom, garnituur, ingrediënten, toekomen

toebereid middel - preparaat

toebereid ribbetje - cotelette

toebereid vleesnat - saus

toebereide opium   tjandoe

toebereide ribstuk   cotelette, kotelet

toebereide stol - massa

toebereide vis - filet, rolmops

toebereide zaak - preparaat

toebereiden   aanmaken, klaarmaken, maken, prepareren, samenstellen, vormen

toebereiden van textiel - appreteren, glanzen, pappen

toebereiding - appretuur

toebereidsel - aanstalte, preparatief, toerusting, uitrusting

toebereidselen - aanstalten

toebereidselen maken - prepareren, toerusten, uitrusten

toebeschikken - toebedelen

toebidden - toewensen

toebinden - afbinden, dichtmaken, maliën, vastbinden

toeblaffen - aanblaffen, toesnauwen

Toeboeai-eiland - Austraal-eiland

toebouwen - dichtbouwen

toebranden - dichtbranden, dichtschroeien

toebrengen - bezorgen, geven, schenken, veroorzaken, verschaffen

toebroek - vrouwenonderbroek

toebulderen - aanbulderen

toebijten - dichtbijten, toehappen, toesnauwen

toedammen - dichten, dichtmaken

toedekken - afdekken, afsluiten, bemantelen, instoppen, onderdekken

toedelen   schenken, toekennen, verlenen

toedelen van een academische graad - gradueren

toedeling - schenking, toewijzing

toedenken - geven, opdragen, schenken, toewensen, wensen

toedichten - aandichten, toeschrijven

toedienen - aanbieden, geven, schenken, voorzetten

toediening van uitwendige geneesmiddelen - applicatie

toedoen - dichtdoen, hulp, luiken, medewerking, schuld, sluiten, vastmaken

toedonderen - dichtsmijten

toedracht - verloop

toedragen - gebeuren, geschieden

toedringende menigte - toevloed

toedrukken - pakken, pikken, sluiten, stelen

toedrijven - aandrijven

toeduwen - dichtduwen, toestoppen

toeëigenen - adscriberen, attribueren, dediceren, eigenen, naasten

toeëigening - naasting, occupatie, usurpatie

toef - boeket, bos(je), bundel, dot, kuif, liefkozing,pluim, pluk, ruiker, tegemoetkoming, tuil

toefelen - koesteren, vertroetelen, verzorgen

toefje   aigrette

toefwilg - schietwilg

toeg - boomtak

toegaaf - toegift

toegaan - dichten, dichtgaan, dichtvallen, gebeuren, luiken, sluiten, stoppen, voorvallen

toegang   acces, achterdeur, achteringang, aditus, entrée, deur, doortocht, draaideur, hek, hoofdingang, ingang, inrit, inrij, intrede, introductie, klaphek, luik, opening, oprijlaan, optrede, poort, portiek, toedracht (Z.N.), vestibulum, voordeur, voorspel, zijingang

toegang afsluiten   versperren

toegang naar gerage - inrit

toegang tot de molenomloop - stellingdeur

toegang tot de Oostzee   Sont

toegang tot omheinde ruimte   hek, tuinhek

toegang verschaffen - introduceren

toegang voor auto's   inrit, oprijlaan

toegangsbewijs   biljet, entrebiljet, entreekaart, kaart(je), paspoort, permit, ticket

toegangspoort - hek

toegangsprijs - entree

toegangsweg - avenue, gang, inrit, laan, oprijlaan, oprit, straat

toegang verschaffen - inbreken

toegankelijk - aansprakelijk, accessibel, begaanbaar, genaakbaar, open(staand)

toegankelijk voor het verstand - intelligent

toegebalde hand - knuist, vuist

toegebrachte schade - beschadiging

toegedaan   (toe)genegen, trouw, welwillend

toegediende drugs - shot

toegediende hoeveelheid - portie, rantsoen

toegeeflijk   complaisant, geduldig, gemakkelijk, indulgent, inschikkelijk, lankmoedig, meegaand, toegevend, tolerant, verdraagzaam

toegeeflijkheid   consideratie, mildheid

toegegeven - erkennen, goed, soit

toegehaalde strik   knoop, lus, strop

toegekeerd - toegewend

toegekend deel - part, portie

toegelaten - geoorloofd, licentiaat

toegenegen   aanhankelijk, gezind, sympathiek, toegedaan, trouw

toegenegenheid   affectie, gunst, lieve, min, sympathie

toegepast recht - jurisprudentie, rechtsopvatting, rechtspraak

toegepaste bewegingskunst   dans, mime, pantomime, rei, ritmiek

toegepaste psychologie - psychotechniek

toegespen - dichten, vastmaken

toegestaan   akkoord, fiat, o.k., geoorloofd, gewettigd, goedgekeurd, mogen, oké, toegewezen, toelaatbaar, veroorloofd

toegestemd - akkoord

toegetakeld - gehavend, mishandeld, opgedirkt, opgesmukt

toegeven - akkorderen, bekennen, betamen, erkennen, inwilligen, medegeven, onderdoen, opgeven, toestaan, toestemmen, wijken, zwichten,

toegeven van schuld   bekennen, belijden

toegeven van de waarheid - erkenning

toegevend   clement, concessief, coulant, geduldig, gewillig, indulgent, lankmoedig, meegaand, inschikkelijk, paretisch, soepel

toegevend mens   goedzak, lobbes, sul

toegevende voegwoorden - hoewel, ofschoon

toegevendheid   accommodatie, consideratie, indulgentie, inschikkelijkheid, lankmoedigheid, meegaandheid

toegeving - akkoord, alla, clementie, concessie, erkenning, inwilliging, onderdoen, tegemoetkoming, toestemming

toegevoegd - accessoir, additioneel, adjunct, paragogisch

toegevoegd bedrag - toelage

toegevoegd bestuurslid - assessor

toegevoegd officier - ordonnans

toegevoegd onderbevelhebber aan een Romeins veldleger

- legaat


toegevoegd persoon - assistent

toegevoegde waarde, belasting over de - b.t.w., m.w.s., t,a,v.

toegewend - toegekeerd

toegewend (herald.) - aanziend

toegewezen aandeel - rata

toegewezen aantal - contingent

toegewezen plaats op de markt - staangeld, staanplaats

toegewezen vluchtelingenverblijf - internering

toegewijd - actief, attent, diligent, ernst, ernstig, fideel, genegen, loyaal, toegenegen, trouw, vastheid, vlijtig, ijverig, zorgelijk, zorgzaam

toegezegd - beloofd

toegieten - bijgieten, dichtgieten

toegift   bonus, encore, extra, extraatje, gratificatie, overmaat,

provisie, toemaat, winstaandeel



toeglimmen - blinken

toegommen - dichten, plakken, sluiten

toegooien - dichtgooien, toewerpen, werpen,

toegroeien - dichtgroeien

toehalen - aangespen, dichtmaken

toehappen - aannemen, aanvaarden, toebijten

toeheiligen - wijden

toehoorder - aanhoorder, auditeur, auditor, luisteraar

toehoorder bij rechtszitting - ausculant, auskulant

toehoorders - aanwezenden, aanwezigen, auditorium, gehoor,

luisteraars



toehoren - aanhoren, auditeren, luisteren, toebehoren, toeluisteren

toehoren bij een examen - auditeren

toehoren bij een les - auditeren

toejubelen - toejuichen

toejuichen - applaudisseren, klappen

903 - toejuichenswaard - plausibel

toejuiching   acclamatie, applaus, bijval, huldebetoon, instemming, klappen, ovatie

toejuiching - applaus, bijval, ovatie

toekaart   postblad

toekan - aracari, pepervreter, toecana

toekang (Indonesisch) - ambachtsman

toekennen - bevoorrecht, deverneren, oordelen, prediceren, preverent, toerekenen, toewijzen, verlenen

toekenning - addictie, allocatie, bewijs, octrooi

toekenning van een eigenschap - kwalificatie

toekenning van gelijke rechten aan de vrouw - emancipatie

toekeren - bieden, toesteken

toeklemmen - dichtklemmen

toeklinken - tegemoetklinken

toeknellen - dichtmaken, sluiten

toeknijpen - dichtknijpen, worgen, wurgen

toeknikken - knikken

toeknopen - dichtknopen, dichtmaken, sluiten

toekomen - aankomen, arriveren, betamen, passen, verdienen, voegen

toekomend - aanstaand, eerstkomend, eerstvolgend, toekomstig, verdiend

toekomend deel - aandeel

toekomend gedeelte - aandeel

toekomende tijd - futurum

toekomst - futurum, lotsbeschikking, morgen, perspectief, verschiet, voorland, vooruitzicht

toekomstbeeld - ideaal

toekomst voorspellen   profeteren, orakelen, voorzeggen, waarzeggen

toekomstdroom - luchtkasteel

toekomstig - aankomend, aanstaande, eerstkomend, futuristisch, in spe, later, volgend

toekomstig gebeuren - hoop, verwachting

toekomstige - aanstaande

toekomstige man of vrouw - aanstaande, verloofde

toekomstige troonopvolger   erfprins

toekomstkunde - futurologie

toekomstkundige   futuroloog

toekomststaat - Utopia

toekomstvoorspeller - futuroloog, kristalkijker, Nostradamus, orakel, profeet, project, waarzegger, ziener

toekomstvoorspelling - horoscoop, profetie, waarzeggerij, waarzegging, wichelarij

toekomstvoorspellingen   waarzeggingen

toekruid   basilicum, condiment, dragon, keizersalade, kervel, t(h)ijm, kruiderij, marjolein, pimpernel, rozemarijn

toekuipen - dichtkuipen

toekijken - nontonnen, toeschouwen, toezien

toekijker - aanschouwer, spectator, toeschouwer

toelaatbaar   acceptabel, accoord, admissibel, geoorloofd, gepermitteerd, gewettigd, toegestaan

toelachen - aanlokken, behagen, bevallen, goedkeuren

toelage - apanage, beurs, bonus, bijslag, gratificatie, kinderbijslag, premie, stipendium, subsidie, tegemoetkoming, wedde

toelage aan niet regerende leden van het vorstenhuis   apanage

toelage aan student   beurs, stipendium

toelage uit de staatskas - apanage

toelage van rijkswege   subsidie

toelakken - scelleren, verzegelen

toelangen - aanreiken, bezorgen, geven, toereiken

toelappen - dichtlappen, dichtslaan

toelast - wijnvat

toelaten - aannemen, aanvaarden, admitteren, bewilligen, dogen, doorstaan, dulden, gedogen, goedkeuren, goedvinden, inwilligen, lijden, opnemen, permitteren, souffreren, toestaan, toestemmen, tolereren, velen, verdragen, verduren, vergunnen, veroorloven

toelating   aanneming, admissie, agregatie, agrément, dulding, gedoging, opname, permissie, plaatsing, tolerantie, vergunning, verificatie

toelatingsbewijs - visum

toelatingskaart - permit

toelatingstest - examen

toelatingsvergunning - visum

toeleg   aanleg, bedoeling, doel, onderneming, ontwerp, ophelderen, opzet, plan, verklaren, vernemen, vlijt, voornemen, ijver

toeleggen - dichtleggen, gereedleggen, klaarleggen, sluiten

toelevering - leverantie

toelichten   adstrueren, illustreren, ophelderen, staven, uitleggen, verduidelijken, voordoen

toelichtend - enuntiatief, verklarend

toelichter - commentator,

toelichting   adstructie, commentaar, elucidatie, interpretatie, illustratie, opheldering, tekst, uitleg(ging), verduidelijking, verheldering, verklaring

toeloop - aandrang, affluentie, drukte, gedrang, oploop, run, rus, rush, samenkomst

toeloop van kopers - run, rush

toeloop van mensen - run, rush, toeloop

toelopen - aanlopen, naderbijlopen, uitlopen

toelopend - conisch, kegelvormig, spits, taps, uiteinde

toelopend als een kegel - kegelvormig, konisch, taps

toelopend rond - kegel

toelopend rond lichaam - kegel

toeluiken - dichtgaan, sluiten

toeluisteren - toefluisteren, toehoren

toelust - wijnvat

toelijken - voorkomen

toemaat - etgroen, nagras, nasnede, toegift

toemaken - sluiten

toemand - sluitmand, vismand

toemetselen - afsluiten

toen   alsdan, daarna, daarop, dan, destijds, eertijds, indertijd, nadat, toenmaals, toentertijd, voorheen, vroeger

toenaam - bijnaam, epithetoon

toenadering - avance, contact, nadering, naderkomen

toenadering tussen de kerken - oecumene

toenagelen - dichtspijkeren

toename - aangroei, aanwas, aanwinst, accres, expansie, groei, toeneming, uitbreiding, uitdijing, uitzetting, vergroting, vermeerdering, vermenigvuldiging, versterking, vordering, was

toename in volume - groei

toendra - mossteppe, steppe

toendraboom   dwergberk

toendradier - rendier

toendraverschijnsel   permafrost

toeneiging - genegenheid, sympathie

toenemen   aangroeien, aankomen, aanwakkeren, aanwinnen, gedijen, groeien, klimmen, meerderen, opzetten, progresseren, stijgen, uitbreiden, uitzetten, verergeren, vermeerderen, vermenigvuldigen, vergroten, vermeerderen, vorderen, wassen

toenemend - progredentie, progressief

toenemend (muz.)   accelerando, crescendo

toenemend in kracht - aanwakkerend

toenemend in snelheid - crescendo, accelerando, acceleratie

toenemende drukking - aandrang

toenemende snelheid   (muz.) accelerando

toeneming   aangroei, aanwas, accessie, climax, groei, increment, stijging, toename, uitbreiding, vergroting, vermeerdering, was

Toengoezen - Ewenki

Toengoezisch volk - Ewenkit

toenmaals - destijds, indertijd, toendertijd, vroeger

toepad - toegangsweg, zijpad, zijweg

toepakken - aanpakken, dichtpakken, inpakken, toetasten

toepasbaar - geschikt, handig, praktisch, toepasselijk

toepasselijk - applicabel, applicatief, geschik

toepasselijkheid - geschiktheid

toepassen   aanwenden, doen, gebruiken, verrichten

toepassing - aanwending, applicatie, gebruik

toepassing van de rede - rationalisme

toepassing van de telefoon - telefonie

toepassing van een beginsel - analogie

toepassing van een preek - paranese

toepassing van radiogolven   radar

toepe - muts

toepen - doppen, tippen

toepennen - sluiten

toepersen - dichtpersen

toepitsen - dichtknijpen, dichtnijpen

toepleisteren - afsluiten

toeplooien - dichtplooien, samenvouwen

toepraaien - toeroepen

toeprangen - dichtdrukken, dichtknellen

toer - beurt, draai, excursie, haarkrulsel, haartooisel, haarvlecht, kunstgreep, kunstje, kunststuk, kunststukje, omwenteling, performance, reis, rit, rondreis, rotatie, rotering, slag, streng, tocht, trip, uitstapje, wandeling, wending, wenteling

toerauto - reiswagen, touringcar

toereden - afwerken, gereedmaken, klaarmaken, uitrusten

toereiken - aan(geven), aanreiken, bieden, strekken, verschaffen

toereikend   bevredigend , (genoeg)zaam, suffisant, sufficiënt, voldoende

toereikendheid - sufficiëntie

toerekenbaar - imputabel

toerekenen - aanrekenen, geven, imputeren, schenken, toekennen, toeschrijven

toerekening - imputatie

toeren - boemelen, rijden, reizen, rondrijden, tochten

toerend - reizend

toerenmeter - toerenteller

toerichten - beschadigen, gescheurd

toeriemen - aanhalen

toerisme per motorboot - watertoerisme

toerist - recreant, reiziger, vakantieganger

toeristenbond   A.N.W.B.

toeristenkaart - reisdocument

toeristenland in Europa - Duitsland, Frankrijk, Griekenland, Italië, Oostenrijk, Portugal, Spanje, Zwitserland

toeristenpak - toeristenkleren

toeristenplaats in Zwitserland - Arosa

toeristenwagen - toeristenauto

toeristisch bergland - Alpen, Eifel, Harz, Sauerland, Tirol, Vogezen, Zweden, Zwitserland

toeristisch hoogtepunt - bezienswaardigheid

toeristisch oord in Zuid Slavië   Bled

toerkarretje - toerfiets

Toerkmenië, haven in - Krasnovodsk, Tsjardsjoe

Toerkmenië, hofdstad van - Asjchabad

toermalijn - astrekker

toermalijn, kleurloze - achroïet

toernee - rondreis, tournee

toernooi   kamp, kansspel, lansspel, schouwspel , steekspel, tornooi, wapenfeest, wapenspel

toernooibaan - toernooiveld

toernooien (Z.N.) - plagen, toetakelen

toernooikraag   barensteel

toernooispel - toernooi

toeroep - kreet, yell, slogan

toerollen - dichtrollen, oprollen

toerrijwiel - toerfiets

toertje - ommetje, reisje, ritje, rond(j)e, tochtje, trip

toerusten - aangorden, armeren, gereedmaken, outilleren, reden, stofferen, wapenen



1   ...   4   5   6   7   8   9   10   11   ...   15


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina