Tachtigjarige Oorlog 1568-1648



Dovnload 83.26 Kb.
Pagina1/3
Datum16.08.2016
Grootte83.26 Kb.
  1   2   3
Tachtigjarige Oorlog 1568-1648
In 1998 was het precies 350 jaar geleden dat de Vrede van Münster werd ondertekend. Duitsland vierde deze gebeurtenis toekomstgericht onder het motto "Vrede als een opdracht: 350 jaar tolerantie en godsdienstvrijheid". De Nederlandse herdenking stond in het teken van de politieke vrijheid: "350 jaar erkenning van de Nederlandse staat". In België werd de Vrede van Münster alleen in Baarle-Hertog herdacht.
Op zaterdag 3 oktober namelijk organiseerde onze vereniging de Landdag van het Verbond Voor Heemkunde. Wij belichtten de gevolgen van de Münsterse Vrede voor de toenmalige en de huidige bewoners van de grensstreek. De Vrede bracht onze voorouders geen tolerantie of vrijheid, maar godsdienstvervolging en politieke onmondigheid. Voor onszelf betekende de Vrede van Münster: "350 jaar scheiding der Nederlanden". Nergens werd die scheiding duidelijker ervaren dan in de enclavedorpen Baarle-Hertog en Baarle-Nassau: de rijksgrens liep er al 350 jaar kriskras doorheen.
De Vrede van Münster beëindigde één van de gruwelijkste periodes uit de geschiedenis van ons heem: de Tachtigarige Oorlog. De Nederlanden waren toen een onderdeel van het machtige Spaanse Rijk. Halverwege de 16de eeuw groeide bij onze voorzaten het ongenoegen naar aanleiding van het buitengewoon strenge optreden van koning Filips II tegen de hervormden, zijn pogingen tot vestiging van het absolutisme (alleenheerschappij) en de grote invloed van vreemdelingen op de regering. De Nederlanden wilden een zelfstandig bestuur. Vooral na het vertrek van Filips II naar Spanje in 1559 verergerde de toestand. Toen bleek dat de Nederlanden geheel vanuit Spanje zouden worden geregeerd.
In 1566 deed de lagere adel een poging om verandering te brengen in het regeringsstelsel. Vierhonderd edelen vroegen de opheffing van de inquisitie (vervolging van hervormden) en de verzachting van de plakkaten. Dit versterkte het Calvinisme: vluchtelingen keerden terug, predikanten ontwikkelden een grotere bedrijvigheid, hagepreken werden gehouden en in de zomer kwam het tot een felle uitbarsting van godsdienstig fanatisme en plunderzucht: de beeldenstorm bereikte op 23 augustus 1566 de stad Turnhout. Daar werden o.a. de
St.-Pieterskerk, de Begijnhofkerk, de Theobalduskapel, de priorij Corsendonck en het Gasthuis geplunderd. Ook in Breda werden van 22 tot 24 augustus in de zopas voltooide kerk heiligenbeelden zwaar beschadigd of vernield: St.-Salvator en de twaalf apostelen, Onze-Lieve-Vrouw in de Zon, enz. Ook het Sacramentshuisje werd er verwoest.
De gemoederen raakten verhit waardoor katholieken en hervormden mekaar gingen bestrijden. Een waar schrikbewind werd gevoerd en duizenden hervormden weken uit. Willem van Oranje vertrok reeds op 22 april 1567 uit Breda omdat Noircarmes met zijn Spaanse troepen een dag eerder Turnhout had ingenomen. Willem leidde het verzet vanuit zijn stamslot Dillenburg in Duitsland. In het voorjaar van 1568 drong zijn broer, Lodewijk van Nassau, met een leger Groningen binnen: de 80-jarige oorlog was begonnen. Filips II achtte een voorbeeldige bestraffing noodzakelijk en stuurde de strenge hertog van Alva naar de Nederlanden. De door hem opgerichte Raad van Beroerten velde talrijke doodvonnissen.
Om te weten wat de Vrede van Münster betekende voor de gewone burger, moeten we ons verplaatsen naar het jaar 1648. Het is tevens belangrijk om alle ellende te kennen die aan de vrede voorafging. Laten we daarom eens kijken wat zich tussen 1568 en 1648 afspeelde in de omgeving van Baarle, laat ons zeggen in het gebied tussen de steden Breda, Hoogstraten en Turnhout. .

1. De eerste oorlogsjaren: Alva in de Nederlanden (1567-1572)


De eerste oorlogsjaren verliepen in onze omgeving tamelijk rustig. Er werd niet gevochten. Breda, Turnhout en Hoogstraten waren alledrie in Spaanse handen. Toch heerste er heel wat ellende: soldaten maakten zich schuldig aan brandschatting en knevelarijen. Het dagelijkse leven was ontwricht. De boeren kregen het zwaar te verduren en de nijverheid lag zo goed als stil. In Hoogstraten bijvoorbeeld kwijnde de wolweverij weg: wevers stierven of weken uit naar veiliger oorden. Ook de handel ondervond hinder, wat zeer nadelig was vermits onze regio destijds een strategische positie innam tussen Vlaanderen en de Hanzesteden.
In 1568 liet Jonker Jan van Treslong hageprekers toe op zijn hoeve aan de Beemden in Minderhout. Zij kwamen de pachters bekeren tot het nieuwe geloof. Van Treslong werd daarvoor in Brussel onthoofd. Reeds een jaar later brak in Turnhout de pest uit. De ziekte bleef er drie jaar lang de kop opsteken. In 1570 lag in het Huis metten Thoren (thans Taxandriamuseum) brandhout opgestapeld voor de doortrekkende legers van Noord en Zuid. Het huis zelf was vervallen. Al het lood was verwijderd voor het smelten van munitie. Het Minderhoutse kerkgoed werd in 1571 naar Antwerpen in veiligheid gebracht. De koffer werd pas in 1577 teruggehaald. De ontevredenheid over het bestuur van Alva nam toe omdat deze nieuwe belastingen wilde heffen: de honderdste penning (een éénmalige belasting van 1% op alle bezit), de twintigste penning (5% belasting op de verkoop van onroerende goederen) en de tiende penning (10% op de verkoop van roerende goederen).

2. De strijd om Holland en Zeeland (1572-1579)


In 1572 werd Den Briel veroverd op Alva. In Holland en Zeeland brak een volksopstand uit en de eerste vrije Statenvergadering kwam bijeen. De tocht van stadhouder Maurits door de Zuidelijke Nederlanden mislukte en Don Frederik, de zoon van Alva, ging via de Maas in de tegenaanval naar Gelderland en Holland. Op 25 juni 1572 werd Dordrecht veroverd door de geuzen. Don Frederik sloeg hard terug: Mechelen, Zutphen en Naarden werden op 2 oktober volledig uitgemoord. In 1573 werd Alva vervangen door Requesens, maar veel veranderde dat niet aan het gevoerde beleid. In 1574 werd Middelburg op de Spanjaarden veroverd. Leiden werd bijna een jaar lang tevergeefs door hen belegerd.
Rondzwervende benden speelden vanaf de val van Dordrecht baas in de baroniedorpen: schouten en ambtenaren sloegen op de vlucht. Vanuit Klundert en Fijnaart werd overal geplunderd. Jarenlang bleef het erg onveilig. In Minderhout was Hendrik van Bedaff, rector van het H. Sacramentsaltaar, op de vlucht wegens het gevaar. Hij keerde pas in 1575 terug.
Een jaar later werd Geert Jan Geerts van Hal in Minderhout "door die van Hollant" gevangen genomen. Hij kwam slechts vrij na het betalen van 500 gulden losgeld.
In 1576 stierf Requesens. De Spanjaarden namen Zierikzee in, maar hun troepen werden al maandenlang niet meer betaald en begonnen te muiten. Ze kozen hun eigen leiders, verlieten de bezette plaatsen in het Noorden en trokken naar de Zuidelijke Nederlanden, waar geweldig werd geplunderd. In Antwerpen eiste de Spaanse Furie maar liefst 10.000 doden. In 1577 werd het Eeuwig Edict afgesloten tussen de nieuwe landvoogd Don Juan van Oostenrijk en de Staten-Generaal: de Spaanse troepen zouden het land verlaten en de katholieke godsdienst zou opnieuw overal de heersende zijn. Holland en Zeeland verzetten zich echter. Don Juan veroverde het kasteel van Namen waarna katholieken en protestanten de Unie van Brussel sloten: de aanhangers van beide godsdiensten beloofden mekaar te beschermen.
Bij ons was er niet veel te merken van de gevoerde vredesonderhandelingen. Breda werd zwaar belegerd door soldaten van Hohenlohe. Op 4 oktober 1577 verlieten de gevreesde Duitse eenheden van het Spaanse leger de stad. Onmiddellijk na hun uittocht trok Hohenlohe Breda binnen en na tien jaar kwam de Baronie "tot grote blijdschap van de ganse borgerie" terug in handen van de eigen heer, Willem van Oranje.
In 1578 ging ook Amsterdam over naar Willem van Oranje. De groei van het Calvinisme werkte de verdeeldheid opnieuw in de hand. Don Juan versloeg het leger der Staten bij Gemblaux. Don Juan stierf en Alexander Farnese, de hertog van Parma, werd aangesteld tot zijn opvolger.

3. Van kwaad naar erger: Farnese in het offensief (1578-1585)


Het strijdtoneel in de Nederlanden verplaatste zich langzaam naar onze contreien. In 1577 ging in Hoogstraten de ommegang niet uit omwille van de vrees voor rondzwervende soldaten. Ook in 1578 en 1579 was er geen ommegang tijdens de kermis. Tot overmaat van ramp viel in de zomer van 1578 graaf Maximiliaan van Boussu, de heer van Turnhout, met een machtig leger de Vrijheid van Hoogstraten binnen. De soldaten werden in Hoogstraten en Minderhout ingekwartierd en de oogst van de boeren werd volledig vernield.
Artois en Henegouwen sloten in 1579 de unie van Atrecht. Zij verzoenden zich met Farnese. Tegelijk sloten de meeste Noordelijke gewesten en de grote steden in Brabant en Vlaanderen de Unie van Utrecht, een militair bondgenootschap. Farnese was aan de winnende hand. Steeds meer steden in het zuiden werden veroverd.
Turnhout kreeg soldaten van prins Willem van Oranje op bezoek, namelijk op 11 en 15 februari 1579. Ook Farnese trok door Turnhout. Hij was op weg naar Maastricht. Op 25 oktober viel in Hoogstraten een regiment Spanjaarden binnen, te weten het Tertio van Lombardije van het regiment van Baldens. Ze beroofden ook de inwoners van Minderhout van hun gewassen. Er bleef geen "goet, hoey oft stroey" meer over. Alle Minderhoutenaren werden uit hun dorp verdreven. Tien weken lang was iedereen op de vlucht. In Hoogstraten heerste er pest. Op het begijnhof werkte een schrobberes die er de pestzieken verzorgde. Bredase ruiters maakten zich van 1579 tot 1581 vaak schuldig aan het plunderen en brandschatten van de dorpelingen in en buiten de Baronie. Ze roofden koopwaar en levensmiddelen. In een tweetal ordonnanties nam Willem van Oranje begin 1580 openlijk stelling tegen deze kwalijke daden.
Groningen, Drente en Overijsel kozen in 1580 de Spaanse zijde. Filips II sprak datzelfde jaar de ban uit over Willem van Oranje. Hij beloofde diens moordenaar een grote beloning en een verheffing in de adelstand.
In 1581 werd de pastorij van Minderhout door de geuzen van het kasteel van Hoogstraten bijna geheel verwoest. Alleen de grote zaal en een gedeelte van het dak bleven overeind. Ook het bos werd "afgekapt en bedorven". De volgende jaren waren er eveneens veel verwoestingen. Het kasteel van Turnhout viel in handen van de Hugenootse kolonel De la Garde. Breda werd door de Spanjaarden heroverd in de nacht van 28 op 29 juni en verschrikkelijk geplunderd. Deze gebeurtenis ging de geschiedenis in als "de furie van Haultepenne" en eiste maar liefst 600 mensenlevens. Er waren slechts 400 overlevenden: het overgrote deel van de Bredase bevolking was op de vlucht. Filips II, koning van Spanje, schonk de getroffen stad vrijdom van Brabantse tol. Tevens riep hij Breda uit tot vrije stad.
Kasteel Bruheze te Baarle werd in de zomer van 1581 ingenomen door 40 misnoegde Spanjaarden, de zogenaamde Malcontenten. Ze lieten het kasteeltje door de opgeëiste inwoners van Baarle versterken. Van daaruit ondernamen ze akties tegen Breda. De gouverneur van Breda (Van Stakenbroek) bestookte het kasteel met twee kanonnen. Zonder succes overigens waarna De la Garde oprukte vanuit Breda en Bruheze belegerde met ruiterij, voetvolk en kornetten. Na een hevige beschieting volgde de overgave. Turnhout werd bezet door het leger van graaf Pieter van Boussu.
In 1582 werd Willem van Oranje in Antwerpen gewond bij een aanslag. Omstreeks datzelfde jaar brandde de St.-Salvatorkapel van Nijhoven af. Tot 1606 werden de diensten er "onder den blauwen hemel" gedaan. In de zomer van 1582 viel het Spaanse leger van De la Garde Hoogstraten binnen. De inwoners van Minderhout leden schade aan hun graangewassen en werden beroofd van hun meubels en beesten. Het leger bleef in Hoogstraten en Minderhout ingekwartierd tot het kasteel van Hoogstraten aan hen werd overgeleverd. Vanuit het kasteel werden vervolgens plundertochten georganiseerd. De plaatselijke bevolking behield pot noch lepel, zelfs geen stukje brood in haar schapraai. Paarden werden meegenomen en zelfs schoenen werden onder bedreiging afgestaan. Vele boerderijen en huizen werden afgebroken: er was brandhout nodig. Deze situatie duurde voort tot in 1583 het kasteel aan de Spanjaarden werd overgegeven. Farnese kwam in Turnhout tot een vergelijk met de dolende en uit Spaanse dienst gevluchte Duitse ruiters van paltsgraaf Johann Casimir.
Het leger van Willem van Oranje nam in 1583 opnieuw het kasteel van Hoogstraten over. Ook Minderhout werd daarbij volledig geplunderd. Slechts weinig goederen of beesten bleven gespaard. Alle huizen, schuren en stallen werden afgebroken door de soldaten en gebruikt als brandhout. In Wortel brandden 13 boerderijen af. Overal werden de gewassen vernield. Het Staatse leger rukte verder op naar Turnhout en Diest. Turnhout was belangrijk voor de Nassaus: het lag tussen Breda en Diest, twee Oranjesteden. In mei werd het kasteel van Turnhout belegerd door de Spaanse troepen van graaf Ernst van Mansfelt. Turnhout kreeg daarna een schutsbrief van Willem van Oranje.

4. Toestand in de Kempen (eind 16de eeuw)


Essen: geen inwoners
Kalmthout: 6 gezinnen (voorheen: 750 misgangers)
Westmalle: 24 gezinnen (voorheen: 300 gezinnen) op het slot van de heer
Zandhoven: 40 inwoners
Halle: onbewoond sinds 1579, in 1587 16 inwoners verscholen in de kerk
Oostmalle: 25 gezinnen (voorheen: 350 misgangers)
Lille: 60 inwoners (voorheen: 700 misgangers)
Viersel: onbewoond
Massenhoven: 6 inwoners
Herenthout: 60 inwoners verscholen in de kerk, dorp platgebrand
Wechelderzande: 40 inwoners
Loenhout: geplunderd en platgebrand, bijna onbewoond
Broechem: platgebrand op 10 juni 1884
Duffel: platgebrand op 24 augustus 1884, veel bewoners doodgeslagen
Heist-op-den-Berg: kerk afgebrand in 1585 en veel inwoners vermoord
Wommelgem: platgebrand op 26 mei 1590
Poederlee: 8 gezinnen (voorheen: 200 misgangers)
Tielen: 32 gezinnen
Gierle: bijna onbewoond
Geel: 1350 misgangers (voorheen: 3000 misgangers)
's Gravenwezel: 91 misgangers (voorheen: 350 misgangers)
Herselt: 32 woningen (voorheen: 106 woningen)
Hoogstraten: 350 kerkgangers (voorheen: 1100 kerkgangers)
Lichtaart: 78 huizen (voorheen: 153 huizen)
Mol: 1175 kerkgangers (voorheen: 1700 kerkgangers)
Noorderwijk 75 misgangers (voorheen: 110 misgangers)
Rijkevorsel: 81 misgangers (voorheen: 404 misgangers)
Zoerle-Parwijs: 18 inwoners

In 1584 werd Willem van Oranje vermoord in Delft. Zijn zoon Maurits volgde hem op aan het hoofd van het leger. Farnese veroverde Brugge en Gent. Hij maakte zich op voor het beleg van Antwerpen.


Op 16 november kwam de heer van Balanson met een compagnie ruiters in Hoogstraten aan. Ze verbleven er enkele maanden, lang genoeg om in Hoogstraten en Minderhout iedereen van zijn granen te beroven. En dit ondanks de sauvegarde die men daar onlangs tegen betaling had bekomen. Alle inwoners van Hoogstraten en Minderhout sloegen op de vlucht en een jaar lang woonde er niemand meer. Velen kwamen om: van de 70 Minderhoutse huwelijksparen bleven er maar twee in leven. Bij de terugkeer van de overlevenden restten er nog één paard en vier of vijf koeien. Er heerste onnoemelijk veel armoede.
Antwerpen gaf zich in 1585 over aan Farnese. De val van Antwerpen bracht een vluchtelingenstroom op gang. Maar liefst 40.000 sinjoren verlieten hun stad noordwaarts.
De Schelde werd door het Staatse leger afgesloten zodat de stad wegkwijnde.
In juni werd een nieuwe pastoor voor de parochie Minderhout benoemd. Wegens het oorlogsgeweld arriveerde hij pas drie jaar later. In Hoogstraten werd de plaatselijke ordonnantie tegen de pest uitgebreid: was er pest uitgebroken of dreigde er een pestepidemie?

5. Het Noorden op weg naar zelfstandigheid (1585-1609)


Alle dorpen leden onder het aanhoudende oorlogsgeweld. Zo woonden anno 1587 in Minderhout slechts vijf gezinshoofden, allen op het gehucht Hal. Minderhoutdorp, Ybbruggen, den Aert en Bergen Vyffhuysen waren verlaten. Maar liefst 61 "hoeven ende woonsteden metter stallingen, schueren ende andere huysinghen waren afgebroken en afgebrand". In het dorp stond alleen nog de kerk overeind. Die was volledig verwoest en geplunderd. De altaren waren stukgeslagen en afgebroken, de klokken gestolen. De kerk zat zonder inkomsten omdat de gronden en velden braak lagen. In Meerle waren ongeveer 50 boerderijen onbewoond en gedeeltelijk verwoest. De gronden waren niet bezaaid. De overgebleven Meerlenaren getuigden op 3 december: "'t dorp is cleyn van inwoonderen, die welcke inwoonderen oic van sobre conditien ende macht syn, mits den affsterven van de ingesetenen, die van miserien ende van den pesten gestorven sijn in grooten getale." In Meer woonden welgeteld 32 gezinshoofden. Wortel telde er nog 14. Dertien boerderijen waren daar afgebrand tijdens het beleg van het kasteel van Hoogstraten (1583). Daarnaast waren er nog eens 25 boerderijen onbewoond en onontgonnen. Tot overmaat van ramp viel tijdens de oogst graaf Karel van Mansvelt met zijn Spaanse leger Hoogstraten binnen. Op elf dagen tijd verdween de gehele oogst in Minderhout.
In 1588 bezette Commissaris Georgio Basta Hoogstraten met een Spaanse compagnie ruiters en een regiment Duitse knechten. De inwoners van Minderhout sloegen vijf maanden op de vlucht en verbleven in andere dorpen. Alle goederen en beesten werden geroofd. Ruiters en knechten moesten worden voorzien zich van het nodige verteer. Geert Jan Geerts van Minderhout verklaarde dat hem gedurende de oorlog reeds 18 paarden en 24 melkgevende koeien waren ontstolen. Zijn boerderij op Hal werd door de geuzen tot in de grond afgebrand.
In 1589 maakte Filips II een tactische fout: hij liet Farnese zijn werk niet afmaken, maar mengde zich in Britse en Franse aangelegenheden waardoor zijn positie in de Nederlanden verzwakte: Farnese moest elders gaan vechten. Spanje verzwakte financieel. De Staten-Generaal zorgde intussen voor een goede verstandhouding met Frankrijk en Engeland.
Begin maart 1590 veroverde kapitein Charles de Héraugière de stad Breda door middel van een list: hij smokkelde een aantal van zijn manschappen het kasteel binnen. Die zaten verborgen in het ruim van een turfschip. Deze inname betekende voor stadhouder Maurits het begin van een schitterende reeks successen. Breda zou Staats blijven tot 1625. In Turnhout kampeerde omstreeks september 1590 het leger van graaf van Mansfelt. Hij werd uit het kasteel verdreven door geuzen uit Breda.
Maurits veroverde in 1591 Zutphen, Deventer, Delfzijl, Hulst en Nijmegen. De Thornse goederen in de Baronie van Breda werden datzelfde jaar door de Raad van State belast met de vijfde penning, later zelfs met de dubbele vijfde penning. Protesten van de abdij brachten in 1609 Maurits ertoe de dorpsbesturen in de Baronie van Breda de opdracht te geven voortaan van die dubbele belasting af te zien.
In 1592 veroverde Maurits Steenwijk en Koevorden. De Spaanse aanvoerder Farnese overleed en zijn opvolgers kregen de volgende jaren te kampen met geldgebrek en muiterij.
De burgerij van de Baronie van Breda had eveneens alle reden tot klagen omwille van de belemmering van het handelsverkeer. Door hun strooptochten maakten de Spanjaarden dit bijna geheel onmogelijk. In de zomer van 1592 kwamen nog geen honderd wagens de stad binnen, terwijl dat aantal in normale omstandigheden 700 à 800 bedroeg. Ook het verkeer te water was door het optreden van zogenaamde stroomrovers erg onveilig geworden. Half mei hield graaf van Mansfelt in Turnhout een troepenschouw over meer dan 8.000 Spaanse manschappen. Eind juni overvielen Staatse troepen o.l.v. Marcelis Backx in de straten van Turnhout het leger van de markies van Varabon.
In 1593 nam Maurits Geertruidenberg in. En op 2 april van datzelfde jaar veroverden geuzen uit het garnizoen van Breda door middel van de list met de "soetelaar" het kasteel van Turnhout. Een soetelaar was een handelaar die met zijn kar bier leverde. Hij liet zijn paard stoppen op de ophaalbrug en duwde een schildwacht in het water. Dit was het afgesproken sein voor de soldaten die zich verborgen hadden in een nabijgelegen, afgebrande woning. Zij namen probleemloos het kasteel in. Vier maanden later echter werden ze daar weggejaagd door Mondragon.
Groningen werd in 1594 ingenomen door Maurits. De pastoor van Alphen, Mattheus Antonii Gorissen van Iersel, moest vluchten voor het krijgsvolk en zat zes weken gevangen in het kasteel van Turnhout. Batterijen van prins Maurits bestookten tevergeefs met meer dan 100 kanonschoten datzelfde kasteel. In Minderhout werd de afgebrandde Kapel van den Akker hersteld. De kerk was nog niet heropgebouwd. Het zou tot 1604 duren vooraleer ze weer onder dak stond. De missen vonden voorlopig plaats in de begijnhofkerk van Hoogstraten. In 1595 werd het dorp opnieuw volledig verwoest. Er woonden nog 2 gezinnen.
In 1596 sloten de Staten een verbond met Frankrijk en Engeland. Het jaar daarop trok het zuidelijke leger 4000 man voetvolk en 500 ruiters samen te Turnhout. De troepen stonden o.l.v. graaf Varax. De Staatsen bemerkten het gevaar: zij vreesden voor een aanval op Breda of Bergen-op-Zoom. Op 22 januari 1597 arriveerde Maurits in Geertruidenberg met 5000 man infanterie, 1000 ruiters, 150 schepen, 80 wagens met ammunitie en voedsel, twee halve kartouwen en twee veldstukken met een bespanning van 100 paarden. Op 23 januari kwam een deel van dit leger aan in Ravels. Op 24 januari verliet het leger van Varax Turnhout en trok zich terug richting Herentals. Het vluchtende leger werd achtervolgd en verslagen door de Staatsen. Varax stierf tesamen met honderden soldaten, mogelijk zelfs 2000. 's Namiddags veroverde Maurits het kasteel van Turnhout. De Noordelijke vleugel brandde volledig af. Het kasteel werd vervolgens door beide partijen neutraal verklaard: de benedenvensters en de poort werden toegemetseld, de ophaalbrug werd afgebroken. Het gebouw verkommerde en verviel tot een ruïne. Het lag in puin tot na 1649.
De afgebroken en afgebrandde Minderhoutse huizen en erven lagen meestendeels nog steeds in vogelwei en onbebouwd. Er woonden ongeveer veertig families. De pastoor moest om veiligheidsredenen vaak uitwijken naar Breda. Minderhout behoorde toen bij het dekanaat Breda.
In 1598 bevrijdde Maurits de Achterhoek en Twente. Frankrijk en Spanje sloten vrede.
Filips II huwde zijn dochter Isabella uit aan Albrecht van Oostenrijk en schonk hen de Nederlanden als bruidschat. Bij kinderloos overlijden echter zouden de gewesten aan Spanje terugvallen. Kort na het huwelijk van zijn dochter overleed de Spaanse koning. Het Spaanse leger betaalde zijn soldaten slecht en op twee jaar tijd braken er twintig opstanden uit
Een brand teisterde de Vrijheid van Hoogstraten. Vier vijfde van de huizen werd in de as gelegd. Slechts zeventig huizen stonden nog overeind, maar de meeste hiervan waren onbewoonbaar.
Maurits veroverde in 1600 Nieuwpoort. Spinola veroverde daarna Oostende. Maurits nam in 1601 Sluis in waarna Spinola Grol in de Achterhoek en Oldenzaal in Twente bezette.
Maar liefst 800 Italiaanse soldaten van het Spaanse leger begonnen te muiten in 1602. Twee jaar lang bezetten zij het kasteel van Hoogstraten en riepen er de Unie van Hoogstraten uit. Hun plundertochten voerden hen naar Antwerpen, Namen en Aken. Ze logeerden zowel op het kasteel als in de Vrijheid. Elk huis herbergde zo'n 50 à 100 soldaten.
In 1603 stierven te Hoogstraten 103 mensen aan de pest: 50 volwassenen, 23 kinderen, 24 soldaten en 6 soldatenkinderen. Het kerkhof lag er vol nieuwe graven zodat die zomer geen gras werd verkocht. Maurits viel met zijn leger Hoogstraten binnen en dreef graaf Frederik van den Bergh met het leger van de Spaanse koning op de vlucht. Hoogstraten werd "verminkt" door het Staatse krijgsvolk. Het kasteel werd belegerd en ontzet. Daardoor werden in Minderhout vruchten en granen geplunderd: het dorp werd volledig geruïneerd. Ook de pastorij met de schuur werden vernield en de pastoor kon zijn belastingen niet meer betalen. Hij vroeg aan de Staten der Verenigde Nederlanden om kwijtschelding voor de jaren 1603 en 1604. Op 26 juli 1603 trok het Spaanse leger van de Hertog van Brabant van Westmalle naar Hoogstraten. Het bestond uit 8 à 9.000 paarden en ontelbaar voetvolk. Huizen en veldvruchten werden vernield. Bijna de gehele stad brandde opnieuw af. Maurits werd verjaagd. Het krioelde van de wolven in de regio en er heerste hongersnood.


  1   2   3


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina