Technische analyse van de bron



Dovnload 175 Kb.
Pagina1/4
Datum25.07.2016
Grootte175 Kb.
  1   2   3   4
DEEL II
TECHNISCHE ANALYSE VAN DE BRON


Inleiding





  • Kritische analyse van de bron

    • Concrete vorm en voorkomen van de bron nagaan (taal, schriftvorm, materiaal)

    • Situering in tijd en ruimte; de grote vraag is of de tijd en ruimte die in de bron worden opgeven, overeenstemmen met de werkelijkheid.
      Als de datum net vermeld in de bron zelf, dient een datum bepaald te worden, of een tijdsvak met “terminus post quem” en “terminus ante quem”

    • Toetsen op authenticiteit, zowel vormelijk als inhoudelijk.
      een bron is echt wanneer ze in haar vormeigenschappen conform is aan de normen en tradities van de periode waaruit ze beweert te stammen, zoniet is ze een formeel falsum.



    • Casus: Dagboeken van Anne Frank

    • 1947: eerste editie toevertrouwd aan vader Otto frank, die het werk serieus censureerde.

    • 1986: eerste kritische editie, uitgegeven door NIOD (Nederlands instituut voor oorlogsdocumentatie), die de originele documenten bezit

    • 1998: vijf onbekende pagina’s komen boven (achtergehouden door vader), de pagina’s bevatten de passages over de ontluikende seksualiteit van Anne Frank. en over de problemen in het huwelijk van haar ouders.

    • Negationisten betwijfelen authenticiteit. Ze vallen precies dit boek aan vanwege de symboolwaarde om twijfel te zaaien.

        • 1957: Zweeds dagblad publiceert negationistische stellingen

        • 1958: idem Noors dagblad

        • 1961: proces tussen negationistische beweging en Otto Frak, dat eindigde met een akkoord

        • Jaren ’60: verwijzingen naar vroegere twijfels

        • 1978: R. Fourisson (prof. Lyon) “Le journal d’Anne frank, est-il authentique?”

algemene techniek van de negationisten: één historische bron in vraag stellen, en de lijn doortrekken naar andere historische bronnen (gigantische overdrijving)
Vb. passages in balpen zijn in feite opkuismanoeuvres van Otto Frank, maar worden gebruikt om de authenticiteit in vraag te stellen.

  • Casus: feestvierende Palestijnen op 11/09 op CNN

      • Geruchten dat de beelden wss. dateren uit 1991 (vorige Golfoorlog)

      • 13 september 2001: Marcio Carvalho (Braziliaan, univ. Las Campinas) zegt dat hij een prof kent die deze beelden op band heeft staan naar aanleiding van een vorig incident

      • 14 september 2001: medewerker van de VRT zegt dat de beelden van Reuters komen en dus controleerbaar zijn op plaats en tijd. (Reuters bevestigt dit)

      • Beelden blijken dus wel degelijk origineel te zijn, iedereen die beschuldigingen uitte heeft verontschuldigingen aangeboden.

      • Tijdje later: zelfde bericht verschijnt op BBC - website als officieel persbericht door Russel Grossman
        Russel blijkt er echter niet te werkenbericht vals


1. De vele vormen van vervalsing

Origineel  Kopie

origineel

kopie

auteur en inhoud zijn echt

Letterlijk overschrijven van een tekst (zonder de vormelijke kenmerken)

pseudo-origineel

pseudo-kopie

Ziet eruit als origineel (schrift, materiaal, zegels, etc.), maar is het niet.
(er kan al dan niet een origineel van bestaan hebben)

Kopie van een tekst die nooit heeft bestaan

1.1. Totaal onbetwiste bronnen

Inhoudelijk waar en formeel echt



1.2. Intellectueel falsum

  • Vormelijk echt, maar inhoudelijk vals. Het werk gaat uit van wie het beweert uit te gaan, maar het bedriegt met de inhoud

  • Redenen:

    • Fraude: bestemmelingen en lezers om de tuin leiden

    • Formule van leugens om bestwil: met medeweten van destinataris, bepaalde lezers bedriegen



    1. Materieel falsum

Het document gaat niet uit van de instantie waarvan het beweert te staan
 de vervalser maakt een pseudo-origineel, in de stijl van de originele documenten uit de tijd waar hij zijn falsum in situeert.

  • Casus: Valse dagboeken van Hitler in weekblad Stern, April 1983

    • 62 handgeschreven schriften, waarvan Konrad Kujau (de vervalser) beweerde dat het de persoonlijke dagboeken waren van Adolf Hitler

    • Impact was enorm  veel historici verloren hun kritische zin

    • Na 2 weken: geschriften vals verklaard

1.4. Pastiche

= een document of voorwerp dat vervaardigd is via het nabootsen of combineren van kenmerken van één of meer originelen, waarbij het nieuwe product in een aantal, maar niet in alle, overeenstemt met de modellen.



  • Casus: Diego Velazquez en Pablo Picasso

Picasso neemt het thema van “Las Meninas” van Velasquez over. (het is een schilderij over de relatie tussen kunst en realiteit)

  • Casus: “De Firma Breughel”

(tentoonstelling, Brussel, Museum voor Schone Kunsten)

Binnen de verschillende generaties van schilders in de familie Breughel worden thema’s doorgegeven



  • Casus: Van Meegeren: valse Vermeers in jaren ‘30



      • Casus: Joseph - Marie Van der Veken (1872-1964)

    • Restaurateur van Vlaamse Primitieven

    • Restauratie of vervalsing? Afhankelijk van 2 factoren:

                • Tijdsgeest over restauratie (hoe streng was men op plagiaat?)

                • Persoonlijke instelling van de restaurateur zelf

                • Leven:

                  • Begonnen als decoratieschilder

                  • volgde schilderlessen op academie (portretten naar foto’s en kopiëren van oude meesters)

                  • onderzocht technieken van oude meesters.

                  • Hyperrestaureren door werken aan te vullen en het eindwerk kunstmatig te verouderen oor het aanbrengen van craquelures

                  • 1920: samenwerking “mecenas” Renders (Renders kocht halfvergane schilderijen op en liet ze restaureren door Van der Veken

                  • 1927: Expositie over Vlaamse Primitieven in Londen, met oa. Stukken uit de Renders collectie
                     Van der Veken maakt zich waad omdat zijn naam er net onder staat

              • Heeft ook vervangpaneel geschilderd voor Lam Gods van Van Eyck in Gent



    1. Kopie



  • Kopieën van oorkonden

Authentieke kopieën gemaakt door een bevoegd oorkonder (zoals notaris)

  1. bewijs in rechte (als attest ed.)

  2. beveiliging in geval van verlies



  • Kopie gemaakt door historicus

Zuiver informatieve bedoelingen



  • Kopie van een schilderij

    • Kan variant zijn van de pastiche

    • Men probeert alle kenmerken van het ene model te imiteren om het eventueel als pseudo-origineel te laten doorgaan
       nog eens erger als de kopiist de handtekening van de originele schilder mee kopieert

    • Pas bedrog als je een kopie als origineel verkoopt (vandaar gevaar handtekening mee kopiëren)



  • De term “valse Breughel”:

betekent niet noodzakelijk dat het werk met frauduleuze intenties is gemaakt, het gaat enkel om een werk dat foutief aan Breughel is toegeschreven.

  • Kritiek van een voorwerp: casus de lijkwade van Turijn

Reisweg van het doek

1357: doek wordt geschonken aan een edelman in het dorpje Lirey (Champagne: jaarmarkten  doeken uit het Nabije Oosten waren niet zo uitzonderlijk)

XVI: doek in handen van de vorsten van Savoy (Turijn)  overgebracht naar Piemonte

1987 – ‘88


  • Stukjes eruithalen en dateren aan de hand van 14C – methode (3 labo’s dateren onafhankelijk)  CONCLUSIE: doek is gedateerd tussen 1260 en 1390 AD

  • Pollenanalyse: er is stuifmeel aanwezig van planten uit het Nabije Oosten (Palestina) die niet voorkomen op de plaats waar het doek gevonden is

  • Bloedsporen zijn niet overal even diep doorgedrongen  NIET geschilderd, maar afdruk van een man die gemarteld en gekruisigd werd in de ME

Anatomische details

Het was geen kruisiging zoals het in de Bijbel beschreven staat (nagels in de handpalmen), maar met de nagels door de polsen



Falsum?

  • Doek zelf beweert niets

  • Later werd het geïnterpreteerd als zijnde de lijkwade van Jezus

  • Niet de enige lijkwade die de ronde deed

Redenen?

  • Commerciële belangstelling? >>> man die leek op Jezus werd gekruisigd met de bedoeling een bedevaartsoord in Champagne te creeëren?

  • 1358: pest – epidemie  extreem gedrag: * flagellanten

* hedonisme

* kruisiging?



2. Het ontmaskeren van de falsaris


  • Zwakke plekken

    1. anachronismen inzake terminologie en taal

    2. anachronismen inzake materiaal

    3. anachronismen van het schrift

    4. onbewaakte momenten van de falsaris: details worden vergeten

 casus: oorlelletje van Morelli

1874 – 76: arts Morelli publiceert (onder schuilnaam Lermolieff) de these dat de musea vol hangen met schilderijen die aan de verkeerde kunstenaar zijn toegeschreven omdat men let op de grote karakteristieken en niet op de details

 oorlelletjes verraden de echte auteur!



KRITIEK: - Morelli is geen kunstcriticus

- gebruikt een schuilnaam

- egoïstisch

 methode wordt afgedaan als positivistisch geleuter



  • Navolging van Morelli

Van Dantzig

(follow – up van Morelli) verfijnde Morelli’s methode: wanneer iets spontaan gecreeërd wordt, dan zijn alle elementen op elkaar afgestemd

 pleitte voor het aanleggen van databanken van zoveel mogelijk pictologische kenmerken voor elke kunstenaar

REDEN: voor de falsaris is het dan heel moeilijk met alles rekening te houden



>>> neurologische achtergrond: bij spontaan schilderen gaat heel weinig tijd verloren

Problemen falsaris: - rekening houden met pictologische elementen

- niet spontaan

Carlo Ginzburg

= uitgangbord van de ‘micro – storia’; morfologische methode;  positivisme; bracht Morelli’s opvatting over aandacht voor het detail in verband met:


Conan Doyle

“Cartboard Box” – Sherlock Holmes  ahv veel details wordt een moord opgelost (verhaal over afgesneden oor)



Sigmund Freud

 onbewuste handelingen in de psychiatrie: kijken naar details (cf. Freudiaanse verspreking)

semiotiek = analyse aan de hand van het kleine detail (irrelevant voor de leek)

Zoektocht naar Saddam Hoessein

Oorlelletjes laten toe een individu te identificeren!

 onderscheiden look – a – likes van echte Saddam


  1. vertrouwdheid met vele modellen

  2. gebruik van gerecupereerde materialen

  3. maken van een pseudo – kopie : kenmerken mogen uit tijd van de falsaris stammen

  4. databank aanleggen met pictologische kenmerken van de nagebootste schilder



  • Casus: John Drewe en John Myatt

Overspoelden de kunstmarkt gedurende 9 jaar met vervalsingen van moderne meesters

Myatt: produceerde de kopieën

Drewe: bezorgde de schilderijen een geschiedenis: vervalste catalogi van galerijen die tijdens de bombardementen in WO II waren vernietigd

Vormelijke eigenschappen : werden gerespecteerd!

  • Papier uit die periode

  • Schrijfmachines uit die periode

  • Lijm uit die periode

 ontmaskerd: politie ontdekte arsenaal voor fabricatie van valse echtheidscertificaten

 onderzoek van de doeken: vielen door de mand door gebruik van chemische producten en verfverdunners die nog niet bestonden tijdens WO II



3. Clio’s laboratorium

3.1. Paleografie

Redenen evolutie letterbeelden: - materiaal

  • mode

  • snelheid (efficiëntie  esthetiek)

  • esthetisch bewustzijn

  • druk van het onderwijs

soorten letterbeelden

  • Capitalis Elegans = letterbeeld uit de Klassieke Oudheid, gebruikt door Vergilius

  • Unciaal = letterbeeld uit de Klassiek Oudheid, gebruikt in de Bijbel

  • Carolina = letterbeeld uit de Karolingische periode

Verschillen tussen schrifttypes

Door : - modulus (= formaat)



  • ductus (= aantal en volgorde van de letterdelen)

  • graad van cursiviteit



  • Tweede functie: dateren en lokaliseren van ongedateerde teksten

Hoe?  Vergelijken met gedateerde schriftstukken! (dateren is altijd benaderend)

>>> aanleggen databank van de morfologische en schrijftechnische elementen die kenmerkend zijn voor elk van de decennia van de schriftevolutie



  • Derde functie: helpt echtheidsproces van een tekst te maken

OF falsa ontmaskeren  werkstuk vertoond andere grafische kenmerken van een latere tijd dan de datum die onderaan het werk staat

 sluwer = falsum vorm van kopie geven (overeenstemming tussen schriftbeeld en datum is niet nodig)

 nog sluwer = contemporain werk maken of schriftbeeld nabootsen

OF teksten toeschrijven aan auteur



  • Casus: dagboek van Anne Frank

ZIE CASUS 7 (studentencursus)

3.2. Diplomatiek

= oorkondenleer

= studie van de stijlkenmerken van de oorkonden: - variabel in de tijd

- afhankelijk van wisselende rechtsnormen

- afhankelijk van verschuivende modes

Kanselarijen met typische kenmerken

( Kanselarij = dienst die documenten zodanig moet opstellen dat ze rechtskracht krijgen)



  • Typische uitdrukkingen (cf. servus servorum Dei = typisch voor de pauselijke kanselarij)

  • Beschrijfstof

  • Inktsoort

  • Type pen

  • Wijze van waarmerken (zegels, ondertekenen)

 inventaris van voor elk centrum kenmerkende stereotypen laat toe datum en geografische herkomst van niet – gedateerde oorkonden te bepalen en onechte stukken te ontdekken

Casus : 1870: proces tegen vervalser Vrain – Lucas

Vrain – Lucas, een notarisklerk, vervalste oorkonden en diplomatische teksten en bracht ze in de handel

 verkocht in totaal 27345 vervalste stukken aan een hoogleraar wiskunde uit de Sorbonne die Vrain – Lucas een proces aanspande

Casus: Raul Hilberg – “Sources of Holocaust”

Haalde met diplomatieke info extra informatie uit bepaalde documenten (ahv zegels, formuleringen…)



Bv. diplomatische benadering van nazi – documenten

 ogenschijnlijk banale stukken correspondentie (cf. brieven van Himmler aan allerlei instanties) doen spreken over het ‘onuitspreekbare’ : de massale executies die kaderden in de systematische jodenvernietigingspolitiek



3.3. Archeologie: ontrouwe minnares van Clio?


  1   2   3   4


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina