Technische handleiding



Dovnload 1.34 Mb.
Pagina1/8
Datum20.08.2016
Grootte1.34 Mb.
  1   2   3   4   5   6   7   8

TECHNISCHE HANDLEIDING


(versie 30 juni 2009)


Inleiding
In dit gedeelte wordt een technische beschrijving gege­ven van de recordlayouts die gebruikt worden vanaf het school­jaar 2004-2005. Het is vooral bedoeld voor de per­soon of de firma die de software maakt, waarmee de school­ad­mi­ni­stra­tie werkt.
Dit onderdeel valt uiteen in drie delen. In het eerste deel zijn de bepalingen opgenomen waaraan de velden van alle re­cords moe­ten voldoen. Het betreft de toege­la­ten ka­rak­ters en de ver­schil­lende veldtypes. Het tweede deel beschrijft de opbouw van een zending en de re­cord­lay­outs van de zoge­noem­de "schil­len" : de zen­ding-hea­der, de bericht-hea­der en het be­richt-einde. Deze re­cords komen in ie­dere zen­ding voor en zijn onaf­han­ke­lijk van het soort mel­ding. Het derde deel bevat de eigenlijke record­lay­outs.

Aandacht :


Doorheen de technische handleiding wordt de beperking geciteerd waarbij een datum na 31.08.2002 moet liggen. Deze beperking geldt slechts voor de scholen die opstarten in het EDISON-project op 01.09.2002.
1. Toegelaten karakters en veldtypes
1.1. Toegelaten karakters
De codetabel die op het Departement gebruikt wordt is Code­page 500. Deze Codepage kent ook de meeste bete­kenis­volle karakters van de Codepage 850, die op veel PC's ge­bruikt wordt. Hieronder is een tabel afgedrukt met de karak­ters en hun ASCII-waarden uit Codepage 850, die toegelaten zijn. Enkel deze tekens mogen naar het Depar­tement doorge­stuurd worden.
De lijst met toegelaten tekens :


32 b

33 !


34 "

35 #


36 $

37 %


38 &

39 '


40 (

41 )


42 *

43 +


44 ,

45 -


46 .

47 /


48 0

49 1


50 2

51 3


52 4

53 5


54 6

55 7


56 8

57 9


58 :

59 ;


60 <

61 =


62 >

63 ?


64 @

65 A


66 B

67 C


68 D

69 E


70 F

71 G


72 H

73 I


74 J

75 K


76 L

77 M


78 N

79 O


80 P

81 Q


82 R

83 S


84 T

85 U


86 V

87 W


88 X

89 Y


90 Z

91 [


92 \

93 ]


94 ^

95 _


96 `

97 a


98 b

99 c


100 d

101 e


102 f

103 g


104 h

105 i


106 j

107 k


108 l

109 m


110 n

111 o


112 p

113 q


114 r

115 s


116 t

117 u


118 v

119 w


120 x

121 y


122 z

123 {


124 |

125 }


126 ~

128 Ç


129 ü

130 é


131 â

132 ä


133 à

134 å


135 ç

136 ê


137 ë

138 è


139 ï

140 î


141 ì

142 Ä


143 Å

144 É


145 æ

146 Æ


147 ô

148 ö


149 ò

150 û


151 ù

152 _


153 Ö

154 Ü


155 ø

156 £


157 Ø

160 á


161 í

162 ó


163 ú

164 ñ


165 Ñ

166 ª


167 º

168 ¿


173 ¡

174 «


175 »

181 Á


182 Â

183 À


189 ¢

198 ã


199 Ã

208 ð


209 Ð

210 Ê


211 Ë

212 È


214 Í

215 Î


216 Ï

221 |


222 Ì

224 Ó


225 ß

226 Ô


227 Ò

228 õ


229 Õ

230 


231 þ

232 Þ


233 Ú

234 Û


235 Ù

236 ý


237 Ý

238 -


239 ´

240 


241 ±

244 ¶


245 §

246 


247 ¸

248 


249 ¨

251 ¹


252 ³

253 ²

Voor de scho­len die DOS, WIND­OWS of MACIN­TOSH als ope­rating system ge­brui­ken, moeten de re­cords ge­scheiden worden door CR/LF (codes 13 en 10). De UNIX-ma­chines moeten de re­cords scheiden door een LF (code 10). ­Dit laat toe om even­tu­ele fouten gemak­ke­lijker te lokaliseren Een aantal van de soft­ware­pak­ketten zet­ten bij het aan­maken van een ASCII-file (zen­ding) au­to­ma­tisch deze codes achter elk re­cord.
Daar­naast zijn er nog 2 stuur­codes die toege­la­ten zijn, nl. NULL (code 0) en EOF (code 26) (voor UNIX ook CR (code 13)). De school-EDI­SON zal zelf zorgen voor de ver­wij­dering van deze spe­ciale te­kens.
Indien er met andere Code­pages dan 850 ge­werkt wordt, zal de school-EDI­SON een con­versie naar Code­page 850 door­voe­ren. Hier­voor dient er in de zen­ding-header de ge­bruik­te Code­page ver­meld te wor­den.

1.2. De ver­schil­lende veld­types
Elk veld uit om het even welke record moet vol­doen aan welbe­paalde re­gels. Elk veld beant­woordt aan de bepa­lingen van zijn veld­type. In de re­cord­lay­outs wordt dit veld­type, samen met de lengte (het aantal posi­ties) bij elk veld ver­meld. Er zijn 5 veld­types : nu­me­risch, deci­maal, al­fa­nu­me­risch, datum en tijd.
De ru­briek 'o­ptio­neel' be­schrijft de waarde die het veld moet krij­gen indien het niet van toe­pas­sing is.

1. Nume­risch
- toe­gela­ten tekens : 0 1 2 3 4 5 6 7 8 9

- (min­teken)

- po­siti­one­ring : rechts, voor­aan opge­vuld met nullen

- ne­ga­tieve getal­len : min­teken staat op de eerste plaats

- op­tio­neel : alle­maal nullen



2. Deci­maal
- toe­gela­ten tekens : 0 1 2 3 4 5 6 7 8 9

- (min­teken)

. (punt als decimaal teken)

- de­cimaal teken heeft een vaste plaats

- de­cimaal teken wordt mee­gere­kend in de lengte

- po­siti­one­ring : - gedeelte vóór het deci­maal teken wordt voor­aan opge­vuld met nullen

- gedeelte na het decimaal te­ken wordt ach­ter­aan opge­vuld met nul­len.

vb. deci­maal 9 posi­ties : 5.3

1,25 wordt 00001.250

- ne­ga­tieve getal­len : min­teken staat op de eerste posi­tie

- op­tio­neel : vóór en na het deci­maal teken staan nul­len

3. Alfa­nume­risch
- toe­gela­ten tekens : alle karakters uit de tabel

- positionering : links, achteraan aangevuld met b

- optioneel : allemaal b

4. Datum
- toegelaten tekens : 0 1 2 3 4 5 6 7 8 9

. (punt)

- layout : DD.MM.JJJJ

- laagste waarde : 01.01.1900

- hoogste waarde : 31.12.2999

- optioneel : 00.00.0000

5. Tijd
- toegelaten tekens : 0 1 2 3 4 5 6 7 8 9

:(dubbel punt)

- layout : HH:MM:SS in het 24-uren stelsel

- laagste waarde : 00:00:00 (middernacht)

- hoogste waarde : 23:59:59



- optioneel : 99:99:99
2. Recordstructuur van een zending : de buitenste schillen
Alle zendingen (bestanden) die doorgestuurd worden naar het departement zijn opgebouwd uit records met een vaste lengte van 210 tekens. Enkel de toegelaten karakters mogen door­ge­stuurd worden. Uitzondering hierop zijn de speciale ASCII-tekens CR (code 13), LF (code 10), EOF (code 26) en NULL (code 0). Deze moeten / kunnen voorkomen in het be­stand dat aan de school-EDISON aangeboden wordt. Deze zijn even­wel niet begrepen in de 210 bytes. Na eliminatie van de stuur­codes moet elke record 210 bytes lang zijn.
Er zijn 4 soorten records :
- zending-header : staat bovenaan elke zending en bevat het nummer van de betreffende in­ste­lling, de referen­tie en enkele parameters voor de school-EDISON. Dit record heeft geen re­cord­type.
- bericht-header : staat bovenaan elke logische groep van data­re­cords en bevat informatie over de onderlig­gende data-re­cords. Dit re­cord heeft altijd het re­cordtype 0005.
- bericht-einde : staat achteraan elke groep van data­re­cords en sluit het bericht af. Dit record heeft altijd het record­type 9995.
- datarecord : bevat de gegevens over een bepaalde gebeur­tenis. De recordlayout van een datarecord varieert naarge­lang de infor­ma­tie die wordt meegedeeld. Het recordtype bepaalt hoe de velden moeten worden inge­deeld.
Schematisch kan een zending zoals die moet aangeboden worden aan de school-EDISON als volgt worden voorgesteld :


123456

referentie

Edison-parameters

00­05

02

000001

bericht-hea­der in­for­ma­tie

2100

02

000001

melding van een opdracht

2100

02

000002

melding van een opdracht

2100

02

...

...

9995

02

000001




00­05

02

000002

bericht-hea­der in­for­ma­tie

2110

02

000001

melding dienstonderbreking

2120

02

000002

opmerking over de DO

21x0

02

...




9995

02

00­0002



Elke zending begint met een record waarin het nummer van de betreffende instelling, de referentie van de zending, de ge­bruikte Codepage en de testindicator staat. Dit record iden­ti­ficeert de instelling die meldingen doet aan het departe­ment. Het is het enige record dat door de school-EDISON ge­lezen en geïnterpreteerd wordt.

Een bericht begint met een bericht-header (recordtype 0005) met infor­ma­tie over de logische groep van datare­cords. Een groep van datarecords wordt afge­sloten met het be­richt-einde record (recordtype 9995). Elk bericht is binnen de zending uniek genum­merd. Dit volg­nummer komt zowel in de bericht-header als in het be­richt-einde record voor. Zo wordt er op een eenduidige manier een groep datarecords afgesloten.
Het recordtype van het datarecord hangt af van de soort in­for­matie die in het bericht zit. Dit recordtype en de bijho­rende recordlayout worden door het departement bepaald en aan de au­tomatiseerders meegedeeld. Van elk recordtype kunnen er ver­schillende versies bestaan. Dit biedt de mogelijkheid om wijzi­gingen aan de recordlayout door te voeren, zonder dat er steeds een nieuw type moet aange­maakt worden. Het recordtype blijft dus verbonden met het soort melding. Een versie is steeds vanaf een bepaalde datum geldig. Indien na deze datum nog oudere versies van een recordtype gebruikt worden, zal dit resul­te­ren in een foutmelding. Het depar­te­ment zal ge­ruime tijd op voorhand de nieuwe versie bekend maken. Vanaf september 1996 is het versienummer "03" voor alle re­cordty­pes behalve voor RL-1 en RL-2 waar het vanaf 01.09.2000 "04" is, voor RL-9 waar het vanaf 01.09.1998 “03” en vanaf 01.09.2003 “04” is en vanaf 01.12.2008 “05” is, voor RL-10 waar het vanaf 22.11.2001 “01” is (deze RL enkel geldig tot 18.02.02!), en voor RL-11 waar het vanaf 01.01.2003 “01” is.

De datarecords krijgen elk een volgnummer. Binnen een bericht worden de datarecords opeenvolgend genummerd, beginnende met 000001.

Op de volgende bladzijden staat de beschrijving van elk veld uit de zending-header, de bericht-header en het be­richt-ein­de. Bij ieder veld staan de volgende rubrie­ken vermeld :

- nummer en naam van het veld

- een beschrijving van het veld

- het aantal posities en het veldtype

- restricties : de semantische regels waaraan de waarden van het veld moeten vol­doen. Deze restri­cties dienen in de soft­ware geïmplemen­teerd te wor­den. In­dien bij con­trole van de be­standen inbreuken tegen deze specifi­caties worden vastgesteld, dan worden deze als te­kortkomingen van de school­software aan­zien.

- aanwezigheid : verplicht of optioneel

- foutmeldingen : enkel de fout tegen de re­stric­tie wor­den opgenomen
Naast de foutmeldingen tegen de restricties, zijn er een aantal fouten die bij elk veld kunnen voorkomen of die be­trekking heb­ben op de structuur van de zending. Deze foutmel­dingen zijn hieronder gegroepeerd en worden in de afzonder­lijke beschrijving van de velden niet meer ver­meld.
Fouten tegen de veldtypes :

- 2010101 : syntax-fout op een alfanumeriek veld

- 2010102 : syntax-fout op een numeriek veld

- 2010103 : syntax-fout op een decimaal veld

- 2010104 : syntax-fout op een datum veld

- 2010105 : syntax-fout op een tijd veld


Fouten tegen de structuur van de zending :

- 3110002 : bericht-einde ontbreekt

- 3110003 : datarecord zonder bericht-header

- 3110004 : bericht-einde zonder bericht-header

- 3110017 : bericht bevat geen datarecords
2.1. Record­layout zending-header



zending-header

nr

len

pos

veldtype

omschrijving

1

6

1

numerisch

nummer van betreffende instel­ling

2

20

7

alfanumer­.

referentie

3

5

27

numerisch

gebruikte Codepage

4

1

32

alfanume­r.

testindicator

5

54

33

alfanume­r.

informatie

6

124

87

blanco's





"zending-header" - 1 : NUMMER BETREFFENDE INSTELLING



Nummer van de instelling waarop de gegevens in de zending betrekking hebben.



Lengte : 6 posities Type : NUMERISCH



Restricties :

- geldig instellingsnum­mer

Aanwezigheid : VERPLICHT





"zending-header" - 2 : REFERENTIE



Dit veld bevat de referentie van de zending die door de schoolapplicaties wordt aangemaakt.



Lengte : 20 posities Type : ALFANUMERISCH



Restricties :

- voor elke zending van een instelling moet de

referentie uniek zijn. Dit betekent dat ervoor moet

gezorgd worden dat over de verschillende schoolappli-

­ca­ties of meerdere copies van dezelfde applicatie die

zendin­gen aanmaken heen, de referentie uniek is.

Aanwezigheid : VERPLICHT





"zending-header" - 3 : GEBRUIKTE CODEPAGE



Nummer van de Codepage die gebruikt wordt door de school­ap­plicaties.



Lengte : 5 posities Type : NUMERISCH



Restricties :

- geldig Codepagenummer

Aanwezigheid : VERPLICHT





"zending-header" - 4 : TESTINDICATOR



Aanduiding of het om een testzending, dan wel een gewone zen­ding gaat. De gegevens van een testzending zullen nooit ge­bruikt worden om wedden te bepalen, opdrachten stop te zet­ten, enz.



Lengte : 1 posities Type : ALFANUMERISCH



Restricties :

- "T" : testzending

- "N" : normale zending




Aanwezigheid : VERPLICHT





"zending-header" - 5 : INFORMATIE



Dit veld laat toe om informatie over de zending mee te ge­ven. Het dient tevens voor eventuele latere uitbrei­­dingen.



Lengte : 54 posities Type : ALFANUMERISCH



Restricties :

- dit veld wordt niet gebruikt.

Aanwezigheid : OPTIONEEL






2.2. Recordlayout bericht-header.



recordtype 0005 : bericht-header

nr

len

pos

veldtype

omschrijving

1

4

1

numerisch

recordtype

2

2

5

numerisch

versienummer

3

6

7

numerisch

volgnummer bericht

4

5

13

numerisch

soort gebeurtenis

5

11

18

numerisch

stamboeknummer

6

3

29

numerisch

hoofdstructuur

7

10

32

datum

datum geldigheid

8

7

42

alfanumer.

bestemming

9

30

49

alfanumer.

naam contactpersoon

10

15

79

alfanumer.

telefoonnummer contactpersoon

11

30

94

alfanumer.

naam van de software

12

13

14



10

8

69



124

134


142

datum

tijd


blanco’s

datum aanmaak bericht

tijdstip aanmaak bericht





0005-01 "bericht-header" : RECORDTYPE



Dit veld identificeert het type record.



Lengte : 4 posities Type : NUME­RISCH



Restricties :

- toegelaten waarde : "0005" voor de bericht-header.

Aanwezigheid : VERPLICHT



Foutcodes :

- 2010002 : recordtype onbekend.

- 4020009 : Ongeldig elektronisch dossier.






0005-02 "bericht-header" : VERSIENUMMER



Dit veld duidt aan welke versie van het recordtype gebruikt wordt.



Lengte : 2 posities Type : NUMERISCH



Restricties :

- geldig versienummer (vanaf september 1996 = "03").

Aanwezigheid : VERPLICHT






0005-03 "bericht-header" : VOLGNUMMER BERICHT



Uniek volgnummer van het bericht binnen de zending.



Lengte : 6 posities Type : NUMERISCH



Restricties :

- het eerste bericht heeft het volgnummer "000001";

- voor de volgende berichten wordt het volg­nummer telkens met 1 verhoogd.



Aanwezigheid : VERPLICHT



Foutcodes :

- 3110011 : nummers binnen bericht niet op­eenvolgend.

- 3110009 : volgnummer fout.

- 3110016 : volgnummer bericht reeds gebruikt.




0005-04 "bericht-header" : SOORT GEBEURTENIS



Dit veld identificeert de soort gebeurtenis.



Lengte : 5 posities Type : NUMERISCH



Restricties :

- toegelaten waarden :

“21001” : melding woonplaats

“21002” : melding verblijfsplaats

“21003” : melding stopzetten verblijfsplaats

“21004” : melding burgerlijke staat

“21005” : melding personen ten laste

“21006” : melding cumul

“21007” : melding stopzetting cumul

“21008” : melding stopzetten woonplaats

“21009” : melding aanvraag immatriculatie

“21011” : melding wijziging bankrekeningnummer

“21014” : melding plage-uren CAO VI

“21015” : melding annulatie plage-uren CAO VI

“21016” : melding indiensttreding

“21017” : melding van een annulatie van een vroeger reeds gemelde indiensttreding

“21018” : melding uitdiensttreding

“22001” : melding van een opdrachtenpakket

“21020” : melding van een premie

“21021” : melding annulatie premie

“22003” : melding stopzetten opdracht

“23xxx” : melding van een dienstonderbreking

“24xxx” : melding van een aanvulling van een vroeger reeds gemelde dienstonderbreking

“25xxx” : melding van een annulatie van een vroeger reeds gemelde dienstonderbreking

xxx = de code van de dienst­on­der­bre­king

zie basistabel “dienstonderbrekingen” op

http://www.ond.vlaanderen.be/edison/Wie/Schoolauto/hooizolder.asp

Aanwezigheid : VERPLICHT



Foutcodes :

- 3110016 : het volgnummer van dit bericht is reeds gebruikt.

- 3110018 : soort gebeurtenis code bestaat niet.

- 3110022 : gebeurtenis-code niet volgens afspraak.

- 4220003 : opdrachtgebonden type DO (niet met RL2).

- 4220004 : bevallingsrust niet voor mannen.

- 4320035 : dubbele AANVRAAG IMMATRICULATIE.







0005-05 "bericht-header" : STAMBOEKNUMMER



Dit veld identificeert het betrokken personeelslid.



Lengte : 11 posities Type : NUMERISCH



Restricties :

- geldig stamboeknummer;

- “00000000000" bij gebeurteniscode 21009.



Aanwezigheid : VERPLICHT



Foutcodes :

- 3110005 : stamboeknummer onbekend.

- 3110006 : stamboeknummer niet toegelaten bij RL-9.

- 3110013 : instelling bestaat niet.




0005-06 "bericht-header" : HOOFDSTRUCTUUR



De hoofdstructuur of instellingsstructuur van de instelling waarover de gegevens in het bericht handelen.



Lengte : 3 posities Type : ALFANUMERISCH



Restricties :

- moet ingericht zijn in de instelling

- slechts volgende hoofd-/instellingsstructuren zijn toe­gela­ten :

"111" : gewoon kleuteronderwijs

“121” : bijzonder kleuteronderwijs

“211” : gewoon lager onderwijs

“221” : bijzonder lager onderwijs

“311” : secundair onderwijs

"312" : deeltijds beroepssecundair onderwijs

“313” : deeltijds zeevisserij-onderwijs

“316” : deeltijds kunstonderwijs


“317” : secundair onderwijs voor sociale promotie

“321” : buitengewoon secundair onderwijs

“411” : hoger onderwijs

“417” : hoger onderwijs voor sociale promotie

“BNA” : ped.begel.dienst ARGO basisonderwijs

“BNB” : ped.begel.dienst VSKO basisonderwijs

“BNC” : ped.begel.dienst Prov.Ond.Vlaanderen basisonderw.

“BND” : ped.begel.dienst OVSG basisonderwijs

“BOA” : ped.begel.dienst ARGO secundair onderwijs

“BOB” : ped.begel.dienst VSKO secundair onderwijs

“BOC” : ped.begel.dienst Prov.Ond.Vlaanderen sec.onderw.

“BOD” : ped.begel.dienst OVSG secundair onderwijs

“BPA” : ped.begel.dienst ARGO begeleidingsdiensten

“BPB” : ped.begel.dienst VSKO begeleidingsdiensten

“BPC” : ped.begel.dienst Prov.Ond.Vlaanderen beg.diensten

“BPD” : ped.begel.dienst OVSG begeleidingsdiensten

“C00” : centrum voor leerlingenbegeleiding

“IA0” : internaat (gewoon onderwijs of autonoom) basis

“IB0” : internaat buitengewoon onderwijs basis

“IC0” : permanent opvangcentrum

“ID0” : semi-internaat

“IE0” : schipperstehuis

“IF0” : internaat voor geplaatste kinderen

“IG0” : internaat Vlaams Fonds

“IH0” : internaat buitengewoon onderwijs secundair

“II0” : internaat (gewoon onderwijs of autonoom) secundair

“K00” : koepel

“T00” : peutertuin


Voor meldingen in het kader van Dimona door instellingen die nog niet in het EPD (elektronisch personeelsdossier) zitten zijn toegelaten:

“416” : deeltijds hoger kunstonderwijs



“511” : universitair onderwijs

“618” : deeltijds volwassenenonderwijs basiseducatie

“000” : rest
Merk op dat bij al deze codes : 0 = cijfer nul .

Aanwezigheid : VERPLICHT



Foutcodes :

- 3110007 : hoofdstructuur onbekend.

- 3110014 : ingerichte hoofdstructuur onbekend.

- 3110015 : ingerichte hoofdstructuur niet geldig.




0005-07 "bericht-header" : DATUM GELDIGHEID



Dit veld duidt de datum aan waarop het bericht ingaat.



Lengte : 10 posities Type : DATUM



Restricties :

- de datum moet vallen na 31.08.2002;

- deze datum komt over­een met de begindatum die in de hoofding van de huidige PERS-formulieren staat.



Aanwezigheid : VERPLICHT



Foutcodes :

- 3110008 : geldigheidsdatum te vroeg.

- 4120081 : geldigheidsdatum niet toegelaten :

plage-uren (RL-10) mogen enkel gemeld worden met

geldigheidsdatum 15.11 van het lopende schooljaar.

- 4220021 : annulatie onmogelijk wegens stopgezet vak/ambt (Conflict toegelaten registratieperiode opdracht).







0005-08 "bericht-header" : BESTEMMING



Dit veld identificeert de dienst waarvoor de zending be­doeld is.



Lengte : 7 posities Type : ALFANUMERISCH



Restricties :

toegelaten waarde : nummer van het werkstation :


  • voor het basisonderwijs : 1 t.e.m. 10
    (te melden als: 01,02,03,...,09,10)

  • voor het secundair onderwijs : 15 t.e.m. 32

  • voor het BUSO: 13

  • voor het DKO: 42 en 43

  • voor het secundair OSP: overeenkomstig werkstation

  • voor het hoger onderwijs: overeenkomstig werkstation

  • voor het hoger DKO: overeenkomstig werkstation

  • voor het universitair onderwijs: overeenkomstig werkstation

  • voor CLB’s : 47

  • voor internaten : het overeenkomstig werkstation (meestal hetzelfde werkstation als de school waaraan het internaat verbonden is)

  • voor het hoger OSP: overeenkomstig werkstation

  • voor het deeltijds volwassenenonderwijs basiseducatie:

overeenkomstig werkstation


Aanwezigheid : VERPLICHT



Foutcodes :

- 3110012 : bestemming bestaat niet.

- 4310027 : BESTEMMELING, WS ongeldig.







0005-09 "bericht-header" : NAAM CONTACTPERSOON



In dit veld kan de naam opgeslagen worden van de persoon die in de instelling instaat voor het aanmaken van de be­richten. Dit moet het departement toelaten om, in geval van problemen contact op te nemen met de betrokken persoon.



Lengte : 30 posities Type : ALFANUMERISCH



Restricties : geen



Aanwezigheid : OPTIONEEL






0005-10 "bericht-header" : TELEFOONNUMMER CONTACTPERSOON



In dit veld kan het telefoonnummer opgeslagen worden van de persoon die in de instelling instaat voor het aanmaken van de berichten.



Lengte : 15 posities Type : ALFANUMERISCH



Restricties : geen



Aanwezigheid : OPTIONEEL






0005-11 "bericht-header" : NAAM VAN DE SOFTWARE



Dit veld laat toe om een identificatie van de gebruikte soft­ware in te vullen. Indien het gaat om een pakket voor school­administratie kan de naam van het pakket en /of de naam van het software-huis gebruikt worden, samen met de versie en de release nummers van de software. Indien de zending door eigen programmatuur aangemaakt werd, dan kan de naam van de pro­grammeur of de verantwoordelijke gebruikt worden.



Lengte : 30 posities Type : ALFANUMERISCH



Restricties : geen



Aanwezigheid : OPTIONEEL






0005-12 "bericht-header" : DATUM AANMAAK BERICHT



Dit veld duidt de datum aan waarop het bericht werd aangemaakt ( niet de datum waarop het werd verstuurd ).



Lengte : 10 posities Type : DATUM



Restricties :


Aanwezigheid : VERPLICHT



Foutcodes :

- 3130001 : warning : datum opmaak foutief.




0005-13 "bericht-header" : TIJDSTIP AANMAAK BERICHT



Dit veld duidt het tijdstip ( uur, minuten en seconden ) aan waarop het bericht werd aangemaakt ( niet het tijdstip waarop het werd verstuurd ).



Lengte : 8 posities Type : TIJD



Restricties :




Aanwezigheid : VERPLICHT



Foutcodes :

- 3130002 : warning : tijd opmaak foutief.


2.3. Recordlayout bericht-einde



recordtype 9995 : bericht-einde

nr

len

pos

veldtype

omschrijving

1

4

1

numerisch

recordtype

2

2

5

numerisch

versienummer

3

6

7

numerisch

volgnummer bericht

4

198

13

blanco's





9995-01 "bericht-einde" : RECORDTYPE



Dit veld identificeert het type record.



Lengte : 4 posities Type : NUMERISCH



Restricties :

- toegelaten waarde : "9995" voor bericht-einde.

Aanwezigheid : VERPLICHT



Foutcodes :

- 2010002 : recordtype bestaat niet




9995-02 "bericht-header" : VERSIENUMMER



Dit veld duidt aan welke versie van het recordtype gebruikt wordt.



Lengte : 2 posities Type : NUMERISCH



Restricties :

- geldig versienummer (vanaf september 1996 = "03").

Aanwezigheid : VERPLICHT






9995-03 "bericht-einde" : VOLGNUMMER BERICHT



Uniek volgnummer van het bericht binnen de zending.



Lengte : 6 posities Type : NUMERISCH



Restricties :

- moet identiek zijn aan het volgnummer bericht uit de bericht-header.

Aanwezigheid : VERPLICHT



Foutcodes :

- 3110010 : bericht-header en bericht-einde volgnummer verschillend.

- 3210001 : syntax fout record volgnummer.





  1   2   3   4   5   6   7   8


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina