Tekst: 1 Petrus 1: 3-5



Dovnload 30.87 Kb.
Datum26.07.2016
Grootte30.87 Kb.
Schriftlezing: Johannes 20:1-18; 1 Petrus 1:1-12 // 1 Petrus 1

Tekst: 1 Petrus 1:3-5



Balkbrug Daarlerveen / Mariënberg

Gez. 20:1,2,6 Gez. 21:1,2,3

Ps. 21:1,2 Ps. 21:1,3

Ps. 21:3,4 Ps. 16:4,5

Ps. 66:1,6,7 Ps. 118:8,9 / Lb. 215:1,2,3

Lb. 215:1,2,3 Ps. 149:1,2,3

Ps. 149:1,2,3
Gehouden te:
Gemeente van onze Here Jezus Christus,
De opstanding van Christus blijft echt nieuws en goed nieuws. Het veroudert niet na verloop van tijd. Met veel nieuwsberichten is dat wel het geval. Vandaag prominent in de krant of op het journaal. Over een paar dagen zijn we het weer vergeten en heeft niemand het er meer over.

De opstanding van onze Here Jezus Christus houdt nieuwswaarde. Want die opstanding is zo’n indrukwekkende en kostbare gebeurtenis, dat het alle eeuwen door mee kan. Het verliest zijn kracht en glans niet. Het is geen dood kapitaal voor God, voor Christus of voor de kerk.

De gebeurtenis van Pasen is een werkzame schat. Zij vraag erom uitgedragen te worden door de gelovigen in de hele wereld. Want dan wint deze schat nog meer aan waarde. Voor ons en voor anderen. Hoe meer mensen gaan geloven in de opgestane Heer, des te meer bewijst God het goed recht en de kracht van Christus’ opstanding.

De schat van Pasen is heel kostbaar. Juist voor christenen, die als vreemdelingen in de verstrooiing en de verdrukking leven. Als kleine minderheid te midden van een ongelovige meerderheid.

Als christenen zijn wij vreemdelingen in deze wereld. Zo zien de meeste mensen ons. Zo behandelt men ons. Vreemdelingen in de verstrooiing zijn we, vanwege de opstanding van Christus en het nieuwe leven dat daaruit voortvloeit. Het nieuwe leven dat God de Vader ons schenkt door de opstanding van Christus.

Dat gaat Petrus als eerste schrijven aan de christenen in de verstrooiing. Dat willen wij op dit Paasfeest ook gaan horen.

Ik vat de boodschap van tekst en preek zo voor u samen:
DE SCHAT VAN PASEN IS DE BASIS VAN UW NIEUWE LEVEN.
Die schat omvat:


  1. de glorie van Pasen,

  2. het uitzicht van Pasen,

  3. de kracht van Pasen.



  1. De glorie van Pasen.

Petrus’ eerste lezers hebben het moeilijk als christenen in hun samenleving. Ze zijn vreemdelingen in de verstrooiing. Ze vormen kleine groepen gelovigen in een grote ongelovige maatschappij. De meerderheid is ongelovig. De gemeenten zijn klein. Het lijkt wel wat op onze samenleving. Met dit verschil, dat daar het evangelie pas gekomen is. En bij ons is het op z’n retour. Wordt de naam van Christus weggedrukt.

Het maakt de christenen wat moedeloos. Ze zijn terneergeslagen. En ze hebben de neiging om het moede hoofd in de schoot te leggen.

Petrus gaat zijn lezers in deze brief bemoedigen in hun situatie. Verderop in zijn brief, hoofdstuk 3 en 4. Daar spreekt hij over lijden en verdrukking en hoe de christenen zich daaronder te gedragen hebben. Hij laat het uitkomen, dat de vuurgloed die tot beproeving dient, hen niet moet bevreemden. Alsof hun daarmee iets vreemds zou overkomen.

Petrus gaat bepaald niet met zijn lezers meehuilen. Hij zegt niet: “Ach, arme christenen toch, wat hebben jullie het moeilijk.” Nee, na zijn groet aan de lezers begint hij met: “Geloofd zij de God en Vader van onze Here Jezus Christus…”

Daarmee zet hij zijn brief vanaf het begin op de toonhoogte van de lof. Zijn collega Paulus doet dat meestal ook in zijn brieven. Beginnen met het loven en prijzen van God om zijn grote werk in Jezus Christus en aan de gelovigen.

Moesten wij ook maar doen, meer doen. Beginnen met het prijzen van God in plaats van klagen over de zorgwekkende toestand in onze samenleving. Dat kan wel, als je eerst Gods trouw en goedheid hebt gezien.

Bij de lof voor God hoort een bepaalde stijl. Het heeft iets verhevens iets groots. De taal van de lofprijzing is uitbundig. Er zijn nooit woorden genoeg om Gods grote werken te prijzen. In onze tekst is dat ook herkenbaar.

De uitdrukking “de God en Vader van onze Here Jezus Christus” past precies in dit geheel. De ene God, die Vader is van Jezus Christus, Hem prijst Petrus. Want in Jezus Christus openbaart Hij ten volle dat Hij God is en dat Hij Vader is. Ten opzichte van zijn Zoon en ten opzichte van de gelovigen, zijn andere kinderen.

Waarom zij God geloofd en geprezen? Wel, zegt Petrus, “Hij heeft ons in zijn grote barmhartigheid herboren doen worden tot een leven vol hoop door Jezus Christus uit de dood op te wekken.” (vers 3, GNB)

God heeft ons wedergeboren doen worden. Wat betekent dat?

Petrus kiest een woord dat echt het begin van nieuw leven aangeeft. Verwekken. Zoals een vader in liefde een kind verwekt bij zijn vrouw. We vinden het woord vaak in de bijbelse geslachtsregisters. In Matteüs 1 bij voorbeeld: “Abraham verwekte Isaak; Isaak verwekte Jakob; Jakob verwekte Juda en zijn broeders… etc.”

God brengt vele kinderen voort. God verwekt ons opnieuw door de opstanding van Christus. Hij laat ons een nieuw leven beginnen. Het begin van de wedergeboorte ligt helemaal bij God. Het begint niet met de beslissing van de mens om zijn hart aan de Here Jezus te geven. God de Vader neemt het initiatief. Hij verwekt nieuw leven. In Christus en door zijn Heilige Geest.

God brengt ons als zijn kinderen voort naar zijn grote barmhartigheid. Hij gaat bij die onuitputtelijke barmhartigheid te rade. Hij richt zich daarnaar als Hij ons nieuw leven geeft. Dat zegt opnieuw dat God niets zoekt aan de kant van mensen. Hij neemt redenen uit Zichzelf.

Jakobus zegt hetzelfde op deze manier: “Naar zijn raadsbesluit heeft Hij ons voortgebracht door het woord der waarheid, om in zekere zin eerstelingen te zijn onder zijn schepselen.” (Jakobus 1:18). Gelovige christenen eerstelingen en daarom vreemdelingen in de wereld. Pioniers onder de mensen die in het duister en de zonde wandelen. Mensen die zich er over verbazen, dat wij ons niet met hen storten n de poel van liederlijkheid.

Ook om zijn barmhartigheid is God het waard lof te ontvangen. Om nog meer. Want, zegt Petrus, God heeft ons doen wedergeboren worden “door de opstanding van Jezus Christus uit de doden.”

Petrus legt daarmee de rechtstreekse verbinding tussen de wedergeboorte van de gelovigen en het feit van Pasen. Hij duidt aan, dat ons nieuwe leven in rechte lijn voortvloeit uit de opstanding van Jezus Christus en uit het leven dat Hij heeft gekregen.

God de Vader gebruikt de schat van Pasen om ons het nieuwe leven te geven. De opstanding van Christus betekent immers de overwinning van het leven op de dood. Het leven is voor ons verworven door Christus.

De opstanding van Christus is de basis voor het echte leven in ons. Zeker, Christus verdiende het door zijn dood aan het kruis. Maar dat verdiende leven wordt ons deel door de opstanding en in de weg van de opstanding. Het leven is de echte schat van blijvende waarde.

God neemt de opstanding van zijn Zoon als startpunt en als instrument voor het nieuwe leven dat Hij in ons verwekt. Hij doet dat ook door zijn Geest en woord, zegt de Bijbel op andere plaatsen.

Petrus legt zelf de verbinding met het woord van God in 1 Petrus 1:22,23: “Nu gij uw zielen door gehoorzaamheid aan de waarheid gereinigd hebt tot ongeveinsde broederliefde, hebt dan elkander van harte en bestendig lief, als wedergeboren, en niet uit vergankelijk, maar uit onvergankelijk zaad, door het levende en blijvende woord van God.”


Dat woord van God is niets anders dan het evangelie van de gekruisigde en opgestane Here Jezus Christus. Dat evangelie behelst de schat van Pasen, de kostbare paren en diamant van het Koninkrijk van God en van Jezus Christus. Een schitterende schat, vol glans en glorie.

Hoe schitterend en krachtig ten leven die schat is hebben Petrus en de andere apostelen zelf ondervonden.

Want het valt op dat Petrus juist hier zegt: “die ons naar zijn grote barmhartigheid door de opstanding van Jezus Christus uit de doden heeft doen wedergeboren worden tot een levende hoop.” Ons, zegt hij met nadruk, juist hier. Verder spreekt hij steeds van ‘gij’ en ‘u’.

Petrus zegt daarmee: “De opstanding van Christus betekende voor mij niet minder dan het begin van een nieuw leven. Het was voor ons een echt keerpunt in ons leven.”

Na de dood van hun Heer waren ze compleet verslagen, verpletterd. Al hun hoop was vervlogen. Het leven had voor hen geen zin meer. Ze waren dood, zonder uitzicht, zonder hoop. Wat moesten ze nu, nu hun Meester zo wreed was gedood?

Petrus zelf had het extra moeilijk gehad. Was hij het niet die parmantig had gezegd: “Al zouden allen aanstoot aan u nemen, ik niet.” En een paar uur later had hij de Here 3 keer verloochend.

Toen kwam de derde dag. De eerste dag van de nieuwe week. Toen begon het nieuwe leven voor ons. Het bericht kwam door: “De Heer is waarlijk opgestaan.” Jezus verscheen aan de vrouwen, aan anderen. Ook aan Petrus zelf. Ze konden het eerst bijna niet geloven.

Maar het was zo. Echt waar. De Here leeft. Dat veranderde hun leven compleet. Ze werden van doden weer levenden. Mensen met een nieuw leven en nieuwe hoop. Door de opstanding van Jezus Christus.

“Alleen door Gods ingrijpen kwamen ze tevoorschijn uit de cocon van hun verslagenheid om zich te ontpoppen als getuigen van Christus’ opstanding. Nieuwe hoop begon te leven door het weerzien van Hem die onder de doden was geweest. Toen Hij op zijn leerlingen blies, leefden zij op (Joh. 20,22; Gn. 2,7)” 1

Wij herleefden. Wij stonden met Christus op door Gods kracht. Herleven gingen de woorden van Christus. Herleven gingen ook de Schriften als nooit tevoren door de woorden van de opgestane Heer. De schat van Pasen werd zichtbaar.

Hun hoop werd door Christus weer tot leven gewekt. Herboren tot een nieuwe levende hoop.

Na de opstanding beginnen Petrus en de anderen hun tweede jeugd. Het leven begint dan echt. Nieuw leven met Christus. Ook voor allen die tot geloof in de opgestane Heer komen. Door het ingrijpen van God.

Na Pasen is het leven niet hopeloos voor wie gelooft. Integendeel. Het nieuwe leven is vol hoop en licht. Dat is de glorie van Pasen.


  1. Het uitzicht na Pasen.

De schat van Pasen is de basis van uw nieuwe leven.

Die schat omvat vervolgens het uitzicht na Pasen.


Pasen is echt een nieuw begin. De opstanding van Christus is zoiets nieuws, dat het torenhoog uitsteekt boven alle andere gebeurtenissen en nieuwsfeiten in de wereld. Want van nu af aan heeft de dood het niet meer te zeggen, maar het leven in Christus. Dat begin garandeert een vervolg. Het garandeert het leven voor wie in Christus geloven. Voor wie van God het nieuwe leven ontvangen.

Pasen geeft hoop. En hoop doet leven, onverwoestbaar leven. Petrus en zijn medeapostelen hebben dat ervaren. Toen ze naar Jezus’ opdracht de wereld zijn ingegaan met het woord van leven. Ook toen dat evangelie van de Opgestane Heer veel tegenstand en vijandschap bleek te ontmoeten. Toen het gevangenschap, martelaarschap en lijden met zich mee bleek te brengen.

Sinds Pasen is de levende hoop eigen aan het christelijk geloof. Waar is die hoop dan op gericht?

“Op de erfenis die in de hemel voor u klaar ligt,” zegt Petrus. “Nu wacht u in de hemel een erfenis die onvergankelijk en onaantastbaar is, en die zijn waarde nooit verliest.” (vers 4, GNB)

God doet ons herboren worden tot een levende hoop. Hij doet onze hoop herleven. God opent door de opstanding van Christus voor ons het uitzicht op de erfenis. Daarop mogen wij ons richten.

Dat kunnen we wel een beetje begrijpen. Er zal maar een erfenis van een suikeroom op je liggen te wachten. Daar kun je naar uitkijken. Zo’n grote aardse erfenis val niet iedereen ten deel.

Maar de erfenis, waar Petrus over spreekt, ligt wel te wachten op ieder die gelooft in de opgestane Christus. Die erfenis is zijn deel. Het is het deel, het loon van Gods Knecht die zichzelf als offer heeft gebracht. Gods Knecht die vanwege zijn offer de erfenis ontvangt. Hij verdiende het.

Na zijn opstanding ontvangt Hij die erfenis. En Hij gaat die aanspreken ten bate van de zijnen. Hij geeft hun er deel aan. Christus maakt ons mede-erfgenamen. Paulus brengt dat in Romeinen 8:17 zo onder woorden: “Zijn wij nu kinderen, dan zijn wij ook erfgenamen: erfgenamen van God en mede-erfgenamen van Christus; immers, indien wij delen in zijn lijden is dat om ook te delen in zijn verheerlijking.”

De erfenis is: het leven, de verheerlijking, het heil. Alles in de volle zin van het woord. Aan die erfenis kan niemand komen om ermee te knoeien of daar aan schade toe te brengen. Onvergankelijk is die erfenis, niet te verstoren. Onbevlekt is zij ook. Zij kan op geen enkele manier van haar schoonheid en rijkdom beroofd worden. Onverwelkelijk is zij. Zij verliest nooit haar glans en glorie.

Hoe komt dat? Wel, deze erfenis is in de hemelen weggelegd voor ons. Daar ligt ze klaar. In de hemelen is de erfenis safe. Daar is ze gevrijwaard tegen roest en roof. Er komt niet de mot in. Inbrekers kunnen niet in de hemel komen om de schat van Gods kinderen af te nemen. De duivel kan er ook niet bij komen. Want hem is de toegang tot de hemel definitief ontzegd, na de opstanding van Christus.

De erfenis is de schat van leven. De schat van Pasen. Door Christus mogen wij erfgenamen zijn van het eeuwige leven. Dat is de hoop waarmee we leven mogen en leven kunnen in onze tijd. Ook wanneer je aan het graf hebt gestaan. Of wanneer je leven lijkt in te storten door ongeneeslijke ziekte en dreigende dood.

We hebben de schat van Pasen. We hebben hoop gekregen van God door de opstanding van Christus. Die hoop houdt ons geloof ook levend. Die hoop maakt dat we in het geloof vooruit blijven kijken. Dat we omhoog blijven kijken en zoeken wat boven is, waar Christus is, gezeten aan de rechterhand van God en niet wat op de aarde is.

Christenen zijn vreemdelingen, want zij hebben uitzicht. Zij hebben hoop. Zij hebben een erfenis te verwachten, die niemand hun kan ontfutselen.

Merkwaardige mensen toch, die christenen. Nieuwe mensen, nieuw gemaakt dor de opstanding van Christus. Mensen met een onverwoestbare hoop.

Wat bezielt ze toch? Ons bezielt het leven van de toekomende eeuw. Ons bezielt het geloof in Jezus Christus, de Opgestane. Ons bezielt de Heilige Geest van God. Dat mogen de mensen best weten. Ja toch?


  1. De kracht van Pasen.

De schat van Pasen is de basis van uw nieuwe leven.

Die schat omvat tenslotte de kracht van Pasen.


Hoe kan het dat de christenen zo vast staan in de hoop? Dat ze zo zeker zijn van de erfenis die God voor hen gereserveerd houdt? Wat voor mensen zijn het eigenlijk, die vreemdelingen?

Petrus geeft daar in het laatste vers van de tekst een antwoord op. De christenen hebben dat niet in eigen kracht. Petrus zegt: “Die erfenis ligt in de hemelen weggelegd voor u die in de kracht Gods bewaard wordt door het geloof tot de zaligheid welke gereed ligt om geopenbaard te worden in de laatste tijd.”

U wordt in de kracht van God bewaard. God heeft u onder zijn machtige bescherming genomen. Die kracht van God omgeeft ons. Zij beschermt ons. Gods kracht is ons element, waarin we thuis zijn. Tegelijk is het ook het middel, waarmee God ons bewaart en bij zich houdt.

Niet allen de erfenis is onaantastbaar, ook de gelovigen zelf worden veilig bewaard. Bewaakt door Gods kracht. Te midden van alle bolwerken en versterkingen die hen omringen. God biedt met zijn kracht permanente bewaking aan zijn kinderen. Geruststellende gedachte in een verbijsterende en vijandige wereld.

Hoe groot Gods kracht is werd zichtbaar op de Goede Vrijdag en op Pasen. God toonde zijn kracht in de opstanding van Jezus Christus uit de doden. En daaruit voortvloeiend in de prediking van het evangelie in de hele wereld.

Het is de kracht van Pasen, die werkzaam is in het leven van de gelovigen en in heel de wereld. De kracht van de Levensvorst door zijn Heilige Geest.

Gods kracht is werkelijkheid. Dat kun je zie in je nieuwe leven. Hoe dan? Wel, in het geloof en door het geloof. Het geloof immers overwint de wereld. Door het geloof werkt God zijn krachten in ons. Het geloof is van levensbelang juist in verband met de schat van Pasen.

In vers 8 van dit hoofdstuk zegt Petrus: “Hem hebt gij lief, zonder Hem gezien te hebben; in Hem gelooft gij, zonder Hem thans te zien, en gij verheugt u met een onuitsprekelijke en verheerlijkte vreugde.”

Dat is het eigene van het christelijke geloof. Dat is paaswerkelijkheid. Het geloof is ook de schat van Pasen. Dat zei de Here Jezus zelf een week na zijn opstanding. Tegen Tomas; Petrus en den andere apostelen hebben het goed gehoord: “Zalig zij die niet gezien hebben en toch geloven.”

Dat zijn de christenen in deze wereld: gelukkige mensen. Mensen met uitzicht en met een doel: de volkomen zaligheid, complete redding. Maar zij genieten nu al het behoud in Christus, door het geloof.

Tot het verkrijgen van die zaligheid wordt u ook bewaard, zegt Petrus. Bewaard en bewaakt. “Gelovigen die zich onder permanente bewaking stellen, ontvangen een vrijgeleide op hun weg naar het Koninkrijk. Doel van die bewakingsdienst is dat de redding die door God is bereid ook werkelijk wordt bereikt.” 2

De redding, dat is de erfenis en de volle schat van Pasen. Die schat wacht op onthulling. Wanneer zal die onthulling zijn?

In de laatste tijd, zegt Petrus. Op het laatste moment, bij de slotscène van het laatste bedrijf van de geschiedenis. De onthulling van de zaligheid is het laatste en het grootste van al Gods werken, van alle heilsfeiten.

Dat wacht nog. Dat staat nog open. Maar met Pasen wordt het uitzicht daarop al geopend. En de hoop wordt opnieuw geboren.

Want Christus is opgestaan als eersteling van hen die ontslapen zijn. Dat garandeert, dat de rest van Gods kinderen Hem op die weg van redding en heelrijkheid zal volgen.

Op die basis mag u leven, broeders en zusters, jongens en meisjes. Op die basis wordt jouw leven steeds meer een nieuw leven. Met Christus. Een leven als christen, als kind van God.



God geeft het u door de opstanding van Jezus Christus. In de weg van krachtig en volhardend geloof.
Amen.

1 Dr. P.H.R. van Houwelingen, 1 Petrus Rondzendbrief uit Babylon, Kampen 1991, p. 51.

2 Idem, p. 53.






De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina