Tekst 11032004 Handreiking



Dovnload 311.36 Kb.
Pagina1/10
Datum19.08.2016
Grootte311.36 Kb.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9   10

Tekst 11032004

Handreiking

Bezwaarschriftprocedure

Algemene wet bestuursrecht

Deze tekst is tevens in boekvorm verkrijgbaar

Handreiking bezwaarschriftprocedure



Algemene wet bestuursrecht’

Boom Juridische Uitgevers, Den Haag 2004.

ISBN 90-5454-438-4.

Inhoudsopgave

Inleiding
Hoofdstuk 1. Ontvangst van het bezwaarschrift

    1. Waarom een bezwaarschriftprocedure?

    2. Wanneer een bezwaarschriftprocedure?

    3. De inhoud van de bezwaarschriftprocedure en de organisatorische inbedding daarvan

    4. Ontvangst van het bezwaarschrift

    5. Eerste herkenning als bezwaarschrift

    6. Aanwijzing van de behandelaar van het bezwaarschrift

    7. Verzending van de ontvangstbevestiging



Hoofdstuk 2. Beoordeling van de formele aspecten van het bezwaarschrift


2.1 Elektronisch bezwaarschrift

2.2 De eisen

2.3 Consequenties van het niet voldoen aan de eisen

2.4 Rekening houden met de bedoeling van de indiener


Hoofdstuk 3. Controle op de indieningstermijn

3.1 Begin van de termijn

3.2 Einde van de termijn

3.3 Moment van indiening

3.4 Vroegtijdige indiening

3.5 Termijnbewaking

Hoofdstuk 4. Verzuimherstel

Hoofdstuk 5. Een hoorzitting of niet


5.1 Afzien van horen

5.2 Beslissingsbevoegdheid ten aanzien van het afzien van horen



Hoofdstuk 6.Voorbereiding van de hoorzitting



Hoofdstuk 7. Uitnodiging voor de hoorzitting

7.1 Inhoud van de uitnodiging

7.2 Verzoeken om uitstel van de hoorzitting
Hoofdstuk 8. Indiening van stukken
Hoofdstuk 9. Terinzagelegging en toezending van stukken

Hoofdstuk 10. De hoorzitting


10.1 Functies en vormen van het horen

10.2 Structuur van het gesprek



Hoofdstuk 11. Verslag van de hoorzitting



Hoofdstuk 12. Opsturen van het verslag van de hoorzitting

Hoofdstuk 13. Nader onderzoek na de hoorzitting

Hoofdstuk 14. De beslissing op het bezwaarschrift


14.1 De beslisser

14.2 De beslistermijn

14.3 De heroverweging

14.4 Dictum

14.5 Motivering

14.6 Ondertekening

14.7 Bekendmaking en mededeling

14.8 Verwijzing naar rechtsmiddelen


Hoofdstuk 15. Bijzondere situaties

15.1 Intrekking van het bezwaarschrift

15.2 Wie hoort?

15.3 Wijze van horen: een zitting of telefonisch?

15.4 Vertegenwoordiging en bijstand

15.5 Reëel besluit genomen hangende bezwaar tegen het niet tijdig nemen van een besluit

15.6 Bezwaar en klacht
Hoofdstuk 16. Rechtstreeks beroep

16.1 Doelstellingen van de wet

16.2 Procedure
BIJLAGE 1

Voorbeeldbrieven:


  1. Ontvangstbevestiging

  2. Ontvangstbevestiging/ verzoek verzuimherstel

  3. Antwoordformulier horen

  4. Verdaging beslissing

  5. Uitnodiging hoorzitting

  6. Verslag hoorzitting

  7. Voortgangsbericht

  8. Beslissing op bezwaar: kennelijk niet-ontvankelijk

  9. Beslissing op bezwaar: niet-ontvankelijk; termijnoverschrijding

  10. Beslissing op bezwaar: kennelijk ongegrond

  11. Beslissing op bezwaar: ongegrond

  12. Beslissing op bezwaar: kennelijk gegrond

  13. Beslissing op bezwaar: kennelijk gegrond: fictieve weigering

  14. Beslissing op bezwaar: gegrond

  15. Beslissing op bezwaar: gedeeltelijk gegrond


BIJLAGE 2

Handleiding vergoeding kosten bezwaar en administratief beroep



BIJLAGE 3

Literatuurlijst

Voorwoord
De bezwaarschriftprocedure van de Algemene wet bestuursrecht vormt een belangrijk moment in de gedachtewisseling tussen burgers en bestuursorganen over door het bestuur genomen besluiten. De procedure geeft de burger de gelegenheid om de juistheid van een besluit aan de orde te stellen. Het bestuursorgaan kan vervolgens op basis van het bezwaar van de burger mogelijke fouten herstellen, zonder dat daar een rechter aan te pas hoeft te komen. Als daarna toch de rechter wordt ingeschakeld, vormt de uitkomst van de bezwaarprocedure een belangrijk uitgangspunt voor de beroepsprocedure.
Rondom de bezwaarschriftprocedure van de Algemene wet bestuursrecht is in de afgelopen jaren al veel literatuur verschenen. Niettemin bereikten ons signalen vanuit de bestuurspraktijk dat een handreiking met praktische adviezen over deze procedure nuttige diensten zou kunnen bewijzen. Medewerkers van de directie Wetgeving van het ministerie van Justitie hebben, in samenspraak met het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, deze suggestie opgepakt en hebben de handreiking opgesteld die thans voor u ligt.
In deze handreiking worden adviezen gegeven over de wijze waarop bezwaarschriften efficiënt en voortvarend kunnen worden behandeld volgens de wettelijke voorschriften van de Algemene wet bestuursrecht. Dit boek bevat een stapsgewijs overzicht en een korte bespreking van de beslissingen die moeten worden genomen vanaf het moment dat een bezwaarschrift bij het bestuursorgaan binnenkomt.
In dit boek is zoveel mogelijk de gangbare praktijk bij ministeries, provincies, gemeenten, waterschappen en zelfstandige bestuursorganen verwerkt. Wij spreken daarom de wens uit dat deze handreiking een nuttige functie zal vervullen voor de bestuurspraktijk.
De Minister van Justitie,

J.P.H. Donner


De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

J.W. Remkes


Inleiding



Aanleiding voor deze handreiking

De Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft de bezwaarschriftprocedure op een aantal uitzonderingen na algemeen verplicht gesteld als voorfase voor de gang naar de administratieve rechter. Deze procedure heeft in de ogen van de wetgever verschillende functies:

1. verlenging van de besluitvorming door het bestuursorgaan;

2. betere uitwerking van de zaak met het oog op behandeling door de rechter (dossiervormingsfunctie);

3. het bieden van rechtsbescherming;

4. signalering van tekortkomingen binnen het bestuur;

5. zeefwerking.

Het bestuursorgaan dat het eerdere besluit heeft genomen, beoordeelt op grond van het bezwaarschrift of wijziging of herroeping van het bestreden besluit op zijn plaats is. Daarbij kunnen eerder gemaakte fouten worden hersteld. Bepaalde belangen kunnen meer of minder gewicht in de schaal leggen dan bij de primaire besluitvorming. Ook kunnen belangen een rol gaan spelen die niet eerder bij de afweging een rol hebben gespeeld.

Het bestuursorgaan kan een besluit herzien om redenen van doelmatigheid en/of rechtmatigheid.
In het kabinetsstandpunt over de eerste evaluatie van de Awb1 heeft het kabinet stil gestaan bij de behandeling van bezwaarschriften. Deze zou niet te zeer moeten worden verengd tot een toetsing van de rechtmatigheid van het primaire besluit. Bestuursorganen zouden meer gebruik moeten maken van het conflictoplossend vermogen van de bezwaarschriftprocedure. Het kabinet heeft bestuursorganen daarom opgeroepen om de inrichting van hun bezwaarschriftprocedures nog eens kritisch te bezien en waar nodig en mogelijk verbeteringen aan te brengen. Het heeft zelf zijn steentje bijgedragen door het initiatief te nemen om, in samenspraak met vertegenwoordigers van bestuursorganen, te komen tot een handreiking voor het inrichten en voeren van bezwaarschriftprocedures. Het resultaat daarvan ligt nu voor u. Om te komen tot een bruikbare handreiking is onderzoek verricht naar de gang van zaken bij departementen, provincies, gemeenten, waterschappen en zelfstandige bestuursorganen in Nederland. Van de daarbij gebleken ervaringen uit de praktijk is bij de opstelling van deze handreiking dankbaar gebruik gemaakt. Daarnaast heeft ook de Vereniging van Nederlandse Gemeenten nuttige opmerkingen ingebracht.
Veel van de gangbare praktijk, die in deze handreiking is verwerkt, zal herkenbaar zijn.

Met de handreiking wordt ook niet beoogd bestuursorganen met nieuwe inzichten en informatie te confronteren. De handreiking is vooral bedoeld om de inpassing in de eigen praktijk van de bezwaarschriftprocedure tegen het licht te houden en te bezien of deze efficiënter en effectiever kan worden ingericht en toegepast.

De handreiking bestaat uit een stapsgewijs overzicht en een korte bespreking van de beslissingen die moeten worden genomen vanaf het moment dat een bezwaarschrift bij het bestuursorgaan binnenkomt. In elk onderdeel wordt aandacht besteed aan mogelijke bijzondere omstandigheden. In de handreiking zijn tips uit de praktijk opgenomen.
De nadruk ligt in de handreiking op het praktische gebruik, op de elementen in de procedure, die regelmatig voorkomen. Bijzondere situaties worden slechts summier behandeld. De handreiking pretendeert niet uitputtend te zijn. Zo is niet ingegaan op de afwijkingen in het belastingrecht en daarom zullen lezers, die zich toeleggen op de behandeling van bezwaren op het terrein van de belastingen zich niet volledig herkennen in deze handreiking.
Elk hoofdstuk behandelt een aparte stap in de bezwaarschriftprocedure. De jurisprudentie wordt weergegeven in een kleine letter. Daarnaast bevat de tekst tips en waarschuwingen. De navolgende bladzijde bevat een schematische weergave van de bezwaarschriftprocedure.

De tekst van dit boek is een momentopname. Voor alle nieuwe ontwikkelingen rondom de Awb verwijzen wij u naar de website van het ministerie van Justitie, www.justitie.nl/thema’s/wetgeving/dossiers/Awb.


Deze handreiking is opgesteld onder verantwoordelijkheid van de ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. De auteurs, mr. C.H. Bangma en mr. L.J. Vogelaar, zijn beiden werkzaam bij het ministerie van Justitie. Zij houden zich aanbevolen voor tips en bruikbare informatie ter aanvulling van deze handreiking.

Schematische weergave bezwaarschriftprocedure
Processchema


Bestuursorgaan bevoegd



Doorzenden



nee

ja

Ontvangstbevestiging met mogelijkheid tot verzuimherstel

Aan formele eisen voldaan





nee


ja


geen aanvulling


Ontvangstbevestiging



ontvangst aanvulling


Volledig tegemoet gekomen


ja



Horen noodzakelijk



Kennelijk niet-ontvankelijk







nee

Kennelijk ongegrond



ja

Uitnodiging hoorzitting



Belanghebbende wil niet gehoord worden.



ja

Voorbereiden hoorzitting



Schriftelijke bevestiging

Ontvangst bezwaarschrift


ja

Hoorzitting



ja


Nader onderzoek

Verzenden

Beslissing op bezwaar


Hoofdstuk 1 Een bezwaarschrift en de behandeling daarvan
1.1 Waarom een bezwaarschriftprocedure?

Op grond van de Algemene wet bestuursrecht is de bezwaarschriftprocedure in bijna alle gevallen een verplicht voorportaal voor toegang tot de bestuursrechter. De procedure is niet alleen bedoeld om de burger rechtsbescherming te bieden maar ook om het bestuursorgaan in de gelegenheid te stellen de besluitvorming te heroverwegen en eventuele fouten te herstellen. De bezwaarschriftprocedure is met het (administratief) beroep geregeld in de hoofdstukken 6 en 7 van de Algemene wet bestuursrecht. Hoofdstuk 6 bevat de algemene bepalingen over bezwaar en beroep en hoofdstuk 7 de bijzondere bepalingen over bezwaar en administratief beroep.


1.2 Wanneer een bezwaarschriftprocedure?

Evenals in andere onderdelen van de Algemene wet bestuursrecht staat bij de regeling van de bezwaarschriftprocedure het begrip besluit centraal. Ingevolge artikel 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht dient degene aan wie het recht is toegekend tegen een besluit beroep op een administratieve rechter in te stellen alvorens beroep in te stellen tegen dat besluit bezwaar te maken. Onder besluit wordt verstaan een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling (artikel 1:3, eerste lid, Awb). Het recht om tegen besluiten op te komen is beperkt tot belanghebbenden. Artikel 1:2, eerste lid, Awb omschrijft belanghebbende als degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.


Op het uitgangspunt dat belanghebbenden voordat zij bij de rechter beroep tegen een besluit kunnen instellen bij het bestuursorgaan bezwaar moeten maken bestaat een aantal uitzonderingen. Er zijn uitzonderingen, die het bereik van de bezwaarschriftprocedure beperken; andere uitzonderingen houden een uitbreiding in.

Uitzonderingen die het bereik van de bezwaarschriftprocedure inperken zijn te vinden in de artikelen 6:3, 7:1, 8:2, 8:3 en 8:4 Awb. Bezwaar kan niet worden ingesteld tegen:



  • beslissingen inzake de procedure ter voorbereiding van een besluit, tenzij deze de belanghebbende los van het voor te bereiden besluit rechtstreeks in zijn belang treffen (artikel 6:3 Awb);

  • besluiten, die op bezwaar of administratief beroep zijn genomen (artikel 7:1, eerste lid, onder a, Awb);

  • besluiten, die aan goedkeuring zijn onderworpen (artikel 7:1, eerste lid, onder b, Awb);

  • besluiten, die de goedkeuring van een ander besluit of de weigering van die goedkeuring inhouden (artikel 7:1, eerste lid, onder c, Awb);

  • besluiten, die zijn voorbereid met toepassing van de uitgebreide openbare voorbereidingsprocedures (afdeling 3.5 Awb) (in de nabije toekomst (naar verwachting in de 2e helft van 2004) worden deze vervangen door de uniforme openbare voorbereidingsprocedure (Stb. 2002, 54));

  • besluiten, die een algemeen verbindend voorschrift of een beleidsregel inhouden (artikel 8:2, onder a, Awb);

  • besluiten, die de intrekking of de vaststelling van de inwerkingtreding van een algemeen verbindend voorschrift of een beleidsregel inhouden (artikel 8:2, onder b, Awb);

  • besluiten, die de goedkeuring inhouden van een algemeen verbindend voorschrift of een beleidsregel of de intrekking of de vaststelling van de inwerkingtreding van een algemeen verbindend voorschrift of een beleidsregel (artikel 8:2, onder c, Awb);

  • besluiten, ter voorbereiding van een privaatrechtelijke rechtshandeling (artikel 8:3 Awb);

  • besluiten, genoemd in artikel 8:4 van de Awb, waaronder:

- besluiten die de schorsing of vernietiging van een besluit van een ander bestuursorgaan inhouden (artikel 8:4, onder a, Awb);

- besluiten op grond van een in enig wettelijk voorschrift voor het geval van buitengewone omstandigheden toegekende bevoegdheid of opgelegde verplichting in deze omstandigheden genomen (artikel 8:4, onder b, Awb);

- besluiten tot benoeming of ontslag, tenzij beroep wordt ingesteld door aan ambtenaar of een dienstplichtige als zodanig dan wel hun nagelaten betrekkingen of hun rechtverkrijgenden (artikel 8:4, onder d, Awb)

-besluiten inhoudende een beoordeling van het kennen of kunnen van een kandidaat of leerling die ter zake is geëxamineerd of getoetst dan wel inhoudende de vaststelling van opgaven, beoordelingsnormen of nadere regels voor die examinering of toetsing (artikel 8:4, onder e, Awb);



  • besluiten genomen op grond van een wettelijk voorschrift dat is opgenomen in de negatieve lijst bij de Awb (o.a. de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften, de Uitleveringswet en bepalingen uit de Algemene wet gelijke behandeling, de Onteigeningswet, de Wet verontreiniging oppervlaktewateren en de Algemene bijstandswet).


Bijv. CBB 19 april 2000, AB 2000, 470 betreffende het besluit tot weigering om een diploma aan te wijzen als buitenlands diploma dat ingevolge de Wet op de architectentitel recht geeft op inschrijving in het register als architect: Het besluit betreft de weigering een algemeen verbindend voorschrift vast te stellen. Aangezien tegen een dergelijk besluit de mogelijkheid van bezwaar niet bestaat, had verweerder de bezwaren van appellant niet-ontvankelijk dienen te verklaren.
De achtergrond achter de meeste beperkingen op het recht om bezwaar te maken is dat in de uitgezonderde gevallen op andere wijze in rechtsbescherming is voorzien. Naast beperkende uitzonderingen zijn er ook uitzonderingen die de mogelijkheid om bezwaar te maken verruimen. De meest belangrijke verruimingen, die zijn opgenomen in de artikelen 6:2 en 8:1 Awb, zijn de mogelijkheid om bezwaar te maken tegen:

  • de schriftelijke weigering om een besluit te nemen (artikel 6:2, onder a, Awb);

  • het niet tijdig nemen van een besluit (artikel 6:2, onder b, Awb);

  • een handeling waarbij een ambtenaar als zodanig of een dienstplichtige als zodanig, hun nagelaten betrekkingen of hun rechtverkrijgenden belanghebbende zijn (artikel 8:1, tweede lid, Awb);

  • de schriftelijke beslissing, inhoudende de weigering van de goedkeuring van een besluit, inhoudende een algemeen verbindend voorschrift of een beleidsregel of de intrekking of de vaststelling van de inwerkingtreding van een algemeen verbindend voorschrift of een beleidsregel (artikel 8:1, derde lid, onder a, Awb);

  • de schriftelijke beslissing, inhoudende de weigering van de goedkeuring van een besluit ter voorbereiding van een privaatrechtelijke rechtshandeling (artikel 8:1, derde lid, onder b, Awb).


1.3 De inhoud van de bezwaarschriftprocedure en de organisatorische inbedding daarvan

Doel van de bezwaarschriftprocedure is heroverweging van het primaire besluit. Anders dan de rechter dient het bestuursorgaan zich bij deze heroverweging niet te beperken tot de rechtmatigheid van het primaire besluit, maar moet het ook aandacht besteden aan beleidsaspecten voor zover de wet daartoe de ruimte biedt. Een goede werking van de bezwaarschriftprocedure vergt betrokkenheid van beslissers uit de eerste lijn en beleidsbepalers met voldoende zeggenschap en mandaat binnen een bestuursorgaan. Afhandeling van bezwaarschriften door van het primaire besluitvormingsproces afgezonderde afdelingen of externen houdt het risico in dat de heroverweging verengd wordt tot een beoordeling van de juridische houdbaarheid van een besluit en dat de beleidsaspecten als een vaststaand gegeven worden beschouwd.


Om in voorkomende gevallen de aandacht voor beleidsmatige aspecten in de bezwaarschriftprocedure in voldoende mate te waarborgen is er veel voor te zeggen dat bestuursorganen bij de keuze voor de organisatorische onderbrenging van de behandeling van bezwaarschriften aansluiting zoeken bij de beslissingsruimte bij het besluit. Soms heeft een bestuursorgaan bij het nemen van een beslissing veel vrijheid; in andere gevallen ontbreekt die vrijheid nagenoeg. Op grond van de beslissingsruimte worden gebonden en vrije beslissingen onderscheiden. Dit onderscheid is relevant voor de organisatorische inbedding van de bezwaarschriftprocedure. Hoe groter de beslissingsruimte, hoe meer gelegenheid er is om in het kader van de bezwaarschriftprocedure (met de belanghebbenden) te zoeken naar een mogelijkheid om te komen tot een voor alle betrokkenen bevredigende uitkomst. Daarmee wordt het conflictoplossend vermogen van de bezwaarschriftprocedure ten volle benut. Als voorwaarde daarbij geldt wel dat het bestuursorgaan wordt vertegenwoordigd door iemand met voldoende mandaat en zeggenschap in de uitvoeringspraktijk. De mogelijkheden die de bezwaarschriftprocedure in zo’n geval biedt kunnen slechts optimaal worden benut indien dergelijke functionarissen direct bij de procedure betrokken zijn. Om ook dan de bij heroverweging passende objectiviteit te waarborgen moeten alle voorschriften van de Awb strikt in acht worden genomen. Met name mag niet uitsluitend of in meerderheid worden gehoord door betrokkenen bij de primaire besluitvorming (artikel 7:5, eerste lid, Awb).

.

Wanneer bezwaar is gemaakt tegen een gebonden beslissing is er minder aanleiding de beleidsbepalers direct bij de behandeling van bezwaarschriften te betrekken omdat de heroverweging uit de aard der zaak in zo’n geval meer op aspecten van rechtmatigheid gericht is.



1.4 Ontvangst van het bezwaarschrift

Bezwaarschriften komen met alle andere post centraal binnen bij het bestuursorgaan. Op de brief moet op dat moment de datum van ontvangst worden aangetekend om later te kunnen nagaan of het bezwaarschrift tijdig is ingediend.


Tip: Om te kunnen zien of het bezwaarschrift tijdig is ingediend moet de omslag (c.q. de enveloppe), waarin het bezwaarschrift is ontvangen in verband met het poststempel bewaard blijven.
Bijzondere situatie: De brief is niet voor het eigen bestuursorgaan bestemd:

Indien de brief bestemd is voor een ander bestuursorgaan of voor de administratieve rechter moet de brief op grond van artikel 6:15 Awb worden doorgezonden. Doorzending moet zo snel mogelijk gebeuren.



1.5 Eerste herkenning als bezwaarschrift

Direct na ontvangst moet worden vastgesteld of de brief op het eerste gezicht als bezwaarschrift moet worden aangemerkt. Is dit het geval dan gaat de brief naar de ambtenaar of afdeling, die bevoegd is deze te behandelen.


Tip: Om te waarborgen dat een bezwaarschrift spoedig op de juiste plek binnen de organisatie terecht komt is het handig nadere afspraken te maken met medewerkers, die de aan het bestuursorgaan gerichte post in eerste aanleg ontvangen. Zij kunnen bijvoorbeeld worden geïnstrueerd alles waarin het woord bezwaar voorkomt, te laten doorgaan als een bezwaarschrift en door te geleiden naar de afdeling of persoon, die belast is met de behandeling daarvan. Ook is een vast aanspreekpunt met kennis over juridische aangelegenheden voor deze medewerkers van belang zodat zij bij twijfel kunnen overleggen.
Bijzondere situaties:

A. Artikel 6:15 Awb. Doorzendplicht.

B. Artikel 7:1 Awb. De bezwaarschriftprocedure is niet van toepassing indien het bezwaar gericht is tegen een besluit dat:


  • reeds op bezwaar of in administratief beroep is genomen;

  • nog moet worden goedgekeurd;

  • de goedkeuring van een ander besluit of de weigering daarvan inhoudt;

  • is voorbereid met toepassing van de uitgebreide openbare voorbereidingsprocedure uit afdeling 3:5 van de Awb. (Naar verwachting treedt in de tweede helft van 2004 de nieuwe uniforme openbare voorbereidingsprocedure in werking. Deze voorziet in nieuwe afdeling 3.4, waarbij de bestaande afdelingen 3.4 en 3.5 zijn samengevoegd, tot een vereenvoudige procedure. Ook als het besluit is voorbereid met toepassing van de nieuwe uniforme openbare voorbereidingprocedure, is de bezwaarschriftprocedure niet van toepassing.)


1.6 Aanwijzing van de behandelaar van het bezwaarschrift

Voor de behandeling van het bezwaarschrift is het bestuursorgaan dat het primaire besluit nam verantwoordelijk. Het bestuursorgaan kan kiezen waar de beslissing op het bezwaarschrift wordt voorbereid. Zowel behandeling bij een juridische afdeling als bij een beleidsafdeling behoort tot de mogelijkheden. Hiervoor is reeds aangegeven dat het type beslissing en de beleidsvrijheid bij het nemen daarvan belangrijke richtsnoeren kunnen zijn bij de organisatorische onderbrenging van de behandeling van bezwaarschriften, die naar aanleiding van zulke beslissingen worden ingediend. De beperkingen, die aan de behandeling van de zaak ter voorbereiding op de beslissing in bezwaar zijn verbonden, liggen besloten in de artikelen 2:4 en 7:5, eerste lid, Awb. Een andere ambtenaar dan de ambtenaar die het besluit in eerste instantie heeft voorbereid of genomen, moet de beslissing voorbereiden.


1.7 Verzenden van de ontvangstbevestiging

Ingevolge artikel 6:14, eerste lid, van de Awb moet een ontvangstbevestiging worden gestuurd. In dit bericht kan de bezwaarmaker tevens uitgenodigd worden aan te geven of hij gebruik wenst te maken van de mogelijkheid om te worden gehoord (artikel 7:2 van de Awb). Ook is het mogelijk voorlichting te geven over het verdere verloop van de procedure. Er is geen uitdrukkelijke termijn gesteld waarbinnen de ontvangstbevestiging verzonden moet worden.


Bijzondere situatie: In de ontvangstbevestiging kan eventueel nog worden vermeld dat het bezwaar te vroeg is ingediend en dat het pas in behandeling zal worden genomen als het besluit bekend is gemaakt.
Tip: Een snelle verzending van de ontvangstbevestiging geeft vaak een goede indruk bij de indiener van het bezwaar.
Als de hierna genoemde situaties onder 1 tot en met 4 zich tegelijkertijd voordoen, moet de brief worden teruggezonden naar de indiener met een schriftelijke toelichting waarin de reden voor terugzending is vermeld:

  1. de brief is geen bezwaarschrift;

  2. de brief behoeft niet als klacht door het ontvangende bestuursorgaan te worden behandeld;

  3. de brief heeft geen betrekking op een aangelegenheid die tot de verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan behoort;

  4. er is geen doorzendplicht aan een ander bestuursorgaan of de administratieve rechter.


Bijzondere situatie: De zaak wordt behandeld door een gemachtigde.

De ontvangstbevestiging dient in ieder geval aan de gemachtigde te worden gezonden (artikel 6:17 Awb). Het is verstandig de ontvangstbevestiging te zenden aan de indiener zelf én aan de gemachtigde en daarin te vermelden dat verdere correspondentie via de gemachtigde zal lopen.



Hoofdstuk 2 Beoordeling van de formele aspecten van het bezwaarschrift


2.1 Elektronisch bezwaarschrift

Op 17 april 2003 is het wetsvoorstel elektronisch bestuurlijk verkeer door de Tweede Kamer aangenomen. Het wetsvoorstel is thans (februari 2004) in behandeling bij de Eerste Kamer2 en zal naar verwachting op 1 juni 2004 in werking treden. Dit wetsvoorstel geeft regels voor het verkeer langs elektronische weg tussen burgers en bestuursorganen en tussen bestuursorganen onderling. Vergunningen, ontheffingen en subsidies kunnen in beginsel langs elektronische weg worden verleend en aangevraagd. Ook bezwaarschriften kunnen in beginsel per elektronische post worden ingediend. Elektronisch verkeer met de overheid is alleen mogelijk als het bestuursorgaan die weg heeft opengesteld (artikel 2:15 nieuw). Dit moet kenbaar zijn gemaakt, bijvoorbeeld via de website. De enkele beschikbaarheid van het elektronische adres is onvoldoende. Zonder deze uitdrukkelijke kenbaarmaking mag de indiener van een bezwaarschrift er niet van uitgaan dat het bestuursorgaan een elektronisch bezwaarschrift accepteert. Vooruitlopend op de inwerkingtreding van dit wetsvoorstel mag met elektronisch verkeer worden geëxperimenteerd. Het wetsvoorstel en de toelichting hierop kunnen hiervoor al een zekere leidraad bieden.


2.2. Vereisten bezwaarschrift

Artikel 6.5 Awb stelt de volgende eisen aan een bezwaarschrift:


EIS 1. Het bezwaarschrift is ondertekend.

Het bezwaarschrift vermeldt de handtekening. Na invoering van de Wet elektronisch bestuurlijk verkeer geldt voor bezwaarschriften die via de elektronische post worden ingediend, artikel 2:16 (nieuw). Een dergelijk bezwaarschrift moet een elektronische handtekening bevatten, waarvan de gebruikte methode voldoende betrouwbaar moet zijn. Met de norm van voldoende betrouwbaarheid wordt aangesloten bij artikel 3:15a, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek.


EIS 2. Het bezwaarschrift bevat de naam en het adres van de indiener

Een anoniem bezwaarschrift behoeft niet in behandeling te worden genomen. Het vermelde adres kan ook een postbusnummer zijn (N.o. 29 december 1998, AB 1999, 142).

Als een bezwaarschrift wordt ingediend namens een ander en de vereiste machtiging ontbreekt, zal de indiener in de gelegenheid moeten worden gesteld de machtiging alsnog te sturen. Bij rechtspersonen kunnen de statuten en eventuele verslagen van vergaderingen (waarin is besloten tot procederen) worden opgevraagd indien twijfel bestaat of het bezwaarschrift bevoegd is ingediend.
EIS 3. Het bezwaarschrift is gedagtekend.

Het bezwaarschrift vermeldt de datum.


EIS 4. Het bezwaarschrift bevat een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht.

Anders dan bij de indiening van een beroepschrift bestaat bij de indiening van een bezwaarschrift niet de verplichting een afschrift van het bestreden besluit bij te voegen. Wel dient het bezwaarschrift een aanduiding van het besluit te bevatten op basis waarvan het voor het bestuursorgaan mogelijk is dit te traceren. Vermelding van datum en kenmerk is daarvoor zeer geschikt.


EIS 5. Het bezwaarschrift bevat de gronden voor het bezwaar.

Uit de jurisprudentie blijkt dat een summiere aanduiding van de gronden voldoende is. De enkele ontkenning van feiten die aan het besluit ten grondslag liggen volstaat echter niet (CRvB 7 maart 2000, AB 2000, 214). Indien het bezwaar het niet tijdig nemen van een besluit betreft, volstaat als motivering de mededeling dat de indiener bezwaar maakt tegen het uitblijven van het besluit.


EIS 6. Het bezwaarschrift moet in beginsel in het Nederlands zijn gesteld of van een vertaling zijn voorzien.

Als het bezwaarschrift niet in het Nederlands is gesteld, dient te worden beslist of een vertaling nodig is voor een goede behandeling van het bezwaar of beroep. In de regel moet de indiener zelf voor een vertaling zorgdragen en deze ook bekostigen. Tussen burgers en een bestuursorgaan dat in Friesland is gevestigd, mag op grond van afdeling 2.2. van de Awb de Friese taal worden gebruikt.

Bestuursorganen moeten de Nederlandse taal gebruiken (artikel 2:6, eerste lid, Awb). Alleen als het gebruik van een andere taal doelmatiger is en dit geen van de andere belanghebbenden schaadt, is gebruik van een andere taal toegestaan. Dit kan het geval zijn als de bezwaarmaker de Nederlandse taal niet machtig is. Voorwaarde is dat de belangen van derden niet onevenredig worden geschaad.
2.3 Consequenties van het niet voldoen aan de eisen

In dat geval kan het bezwaar niet-ontvankelijk worden verklaard. Het bestuursorgaan is daartoe niet verplicht. Ingevolge artikel 6:6 Awb moet het bestuursorgaan wel gelegenheid geven tot herstel van verzuimen voordat het een bezwaarschrift niet-ontvankelijk verklaart.


2.4 Rekening houden met de bedoeling van de indiener

Bij de beoordeling van een brief moet het bestuursorgaan rekening houden met de bedoelingen van de indiener. In een geval waarin een brief formeel niet als bezwaarschrift behoeft te worden aangemerkt, maar het vermoeden bestaat dat de brief wel als zodanig bedoeld is, verdient het aanbeveling de indiener de gelegenheid te geven om verzuimen te herstellen. Het is natuurlijk ook mogelijk bij de indiener telefonisch te vragen naar zijn bedoelingen. Het verdient aanbeveling een telefoonnotitie voor het dossier op te stellen, waarin gemaakte afspraken worden vastgelegd. Een afschrift daarvan kan aan de indiener worden gestuurd.




Bijzondere situaties:

A: Er wordt bezwaar gemaakt terwijl dat niet kan.

Mogelijk bestaat er doorzendplicht, omdat de brief als beroepschrift door een ander bestuursorgaan of een administratieve rechter moet worden behandeld.



B: De brief bevat wel een bezwaar, maar het gaat om een handeling waartegen geen bezwaar kan worden gemaakt of beroep kan worden ingesteld. Te denken valt aan een niet-appellabele feitelijke handeling. In geval van twijfel dient de indiener gehoord te worden. Wanneer duidelijk is dat het ongenoegen feitelijk handelen betreft moet de indiener erover geïnformeerd worden dat de brief als klacht op de wijze als voorzien in Hoofdstuk 9 van de Awb (klachtbehandeling) behandeld kan worden en dat behandeling als bezwaarschrift tot de beslissing zal leiden dat het bezwaar niet-ontvankelijk is.
Tip: Bij onduidelijkheid verdient het aanbeveling om verzoeker bijvoorbeeld telefonisch te vragen op welke procedure hij doelt en de inhoud van dit gesprek in een telefoonnotitie vast te leggen.

Hoofdstuk 3. Controle op de indieningstermijn

3.1 Begin van de termijn

De termijn voor het indienen van een bezwaarschrift bedraagt zes weken (artikel 6:7 Awb).

De bestuursrechter toetst ambtshalve of een bezwaarschrift tijdig is ingediend (termijn van openbare orde). Het staat een bestuursorgaan niet vrij een te laat ingediend bezwaarschrift inhoudelijk te beoordelen (ABRS 5 december 1995, AB 1996, 298 met noot AFMB; CRvB 19 november 1996, JB 1997,11)
Voordat een bezwaarschrift aan een inhoudelijke beoordeling wordt onderworpen, moet eerst worden beslist of het binnen de termijn is ingediend. De termijn begint met ingang van de dag na die waarop het besluit op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt (artikel 6:8, eerste lid, Awb). Dat is de eerste dag na verzending of publicatie (Bijv. Indien een besluit wordt verzonden op woensdag 15 januarii begint de bezwaartermijn op donderdag 16 januarii te lopen, dat wil zeggen in de nacht van 15 op 16 januari om 0.00 uur). De datum van ontvangst is niet relevant. Om het begin van de termijn te kunnen bepalen moet de dag van verzending worden vastgelegd.
ABRS 28 december 1999, AB 2000, 150: Burgemeester en wethouders hebben de ontvangst van de aanvraag voor de bouwvergunning gepubliceerd in Het Parool van 1 februari 1995. Daarmee hebben zij voldaan aan de wettelijke vereisten ten aanzien van de publicatie van aanvragen voor bouwvergunningen, neergelegd in artikel 41 van de Woningwet. Anders dan appellanten hebben gesteld, is kennisgeving van de aanvraag in een huis-aan-huisblad niet vereist. (…) De omstandigheid dat appellanten het Parool niet lezen en dat zij omstreeks de datum van publicatie niet aanwezig waren, ligt in hun risicosfeer en kan in beginsel ook niet aan burgemeester en wethouders worden tegengeworpen.
Tip: Het is van belang dat het besluit pas van een dagtekening wordt voorzien op de dag dat het ook werkelijk aan de post wordt aangeboden.
3.2 Einde van de termijn

Het bezwaarschrift moet zijn ingediend binnen zes weken (42 dagen) na de dag waarop het besluit bekend is gemaakt volgens de regels van artikelen 3:41Awb en 3:42 Awb(Bijv. Als het besluit op woensdag 15 januari is verzonden, eindigt de termijn in de nacht van woensdag 26 februari op donderdag 27 februari om 0.00 uur). Ingevolge artikel 3:45 Awb dient het bestuursorgaan bij de bekendmaking, respectievelijk mededeling van het primaire besluit aan de belanghebbende(n) duidelijk te maken tot wanneer het bezwaarschrift kan worden ingediend.

Aan de termijn dient strikt de hand te worden gehouden. Termijnoverschrijding moet leiden tot niet-ontvankelijkverklaring, tenzij de indiener een geldige reden heeft (art. 6:11Awb).

De jurisprudentie over de al dan niet verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding is betrekkelijk casuïstisch en strikt. Omstandigheden van persoonlijke aard kunnen verschoonbaarheid van termijnoverschrijding meebrengen indien zij een zekere mate van ernst hebben. Ziekte of vakantie zijn in beginsel niet aanvaard als redenen voor verschoonbare termijnoverschrijding (HR 1 november 1994, DD 95.075; CRvB 5 januari 1996, AB 1996,145). Als de termijnoverschrijding het gevolg is van ontbreken van de rechtsmiddelenverwijzing is deze niet zonder meer verschoonbaar (ABRS 8 mei 2001, Nieuwsbrief Awb, nummer 164). Alleen als het bezwaarschrift (of het dossier) daartoe aanleiding geeft, is het stellen van gerichte vragen in verband met een mogelijke verschoonbare termijnoverschrijding in het kader van de vereiste zorgvuldigheid nodig.


Waarschuwing: Veel bestuursorganen blijken niet-ontvankelijkverklaring op grond van termijnoverschrijding achterwege te laten en over te gaan tot een inhoudelijke beoordeling van een niet-verschoonbaar te laat ingediend bezwaarschrift. Dat is niet toegestaan. In dat geval handelt het in strijd met wettelijke voorschriften die door de rechter worden aangemerkt als voorschriften van openbare orde. De beslissing op bezwaar wordt door de rechter vernietigd, ook als er niet wordt geklaagd over de termijnoverschrijding.

3.3 Moment van indiening

Artikel 6:9 Awb geeft aan dat een bezwaarschrift tijdig is ingediend als het voor het einde van de termijn van zes weken is ontvangen of als het voor dat tijdstip ter post is bezorgd en binnen een week na afloop van de termijn is ontvangen. De Algemene termijnenwet is van toepassing op het einde van de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift, niet op het begin (CRvB 17 september 1996, AB 1996, 463). Artikel 1 van de Algemene Termijnenwet geeft aan dat een in de wet gestelde termijn, die eindigt op een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag wordt verlengd tot de eerstvolgende dag die niet een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag is. Algemeen erkende feestdagen in de zin van de Algemene Termijnenwet zijn: Nieuwjaarsdag, de Christelijke tweede Paas- en Pinksterdag, de beide Kerstdagen, Hemelvaartsdag, de dag waarop de verjaardag van de Koning(in) wordt gevierd en de vijfde mei.




  1   2   3   4   5   6   7   8   9   10


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina