Tekst: Hooglied 8: 6,7



Dovnload 26.24 Kb.
Datum26.07.2016
Grootte26.24 Kb.
Schriftlezing: 1 Johannes 3:11-24

Tekst: Hooglied 8:6,7

Ps. 23:1,2,3

Ps. 62:1


Ps. 62:6

Lb. 367:1,2

Ps. 39:5
Ps. 119:40

E&R 168:1,2,3


Gehouden te: Vollenhove; 12-09-02 (19.00 uur)
Gemeente van onze Here Jezus Christus, bruidegom en bruid,
Jullie trouwtekst is een welbewuste keus van jullie samen. Dat past bij jullie huwelijk en bij deze dag. Het geheel maakt op mij en anderen een weloverwogen indruk. In de gesprekken die we hebben gehad gaven jullie dat ook aan. Je wilt niets aan het toeval overlaten. Je wilt niet voor onaangename verrassingen komen te staan. En storende elementen moeten naar vermogen worden voorkomen. Daar is de situatie naar. Jullie hebben je daarvoor ingezet.

Als in een vroeg stadium hebben jullie dingen aangereikt voor de trouwdienst, zonder dat alles al vast lag. Jullie stonden zeker ook open voor dingen die werden aangedragen. Ook de trouwtekst was al vroeg bekend. Dat is makkelijk voor mij. Dan hoef ik niet meer te zoeken. Wel een beetje bijsturen. Vandaar dat de tekst voor vanavond Hooglied 8:6 en 7 is.

Wel in dat geheel, waar goed over nagedacht is, past ook de weloverwogen keus voor deze woorden uit het Hooglied. Jullie kozen er samen voor. Dit woord uit de Bijbel willen we horen en meekrijgen in ons huwelijk. Samen.

Maar in het Hooglied zelf zijn het haar woorden. Woorden van het verliefde meisje tot haar jongen. Haar aanstaande man, kun je ook zeggen. En hij is net zo verliefd op haar als zij op hem. Haar woorden.

Er klinken in het Hooglied namelijk verschillende stemmen. Een ‘hij’ en een ‘zij’. Samen 2 gelukkige jonge mensen van het platteland, die veel van elkaar houden en samen willen trouwen. Ze zijn echt weg van elkaar. Dat proef je in alles.

Daarnaast horen we andere stemmen: de stem van de meisjes; de stem van haar broers. Die zijn apetrots op hun zusje, dat zo sterk en zelfstandig bleek en zich zelf bewaakte en zich niet aan jan en alleman gaf.

Hooglied is al met al een schitterende feestcompositie. Een heerlijk lied over de liefde. De Bijbel zingt hier het hoogste lied over de liefde. Mensenwoorden, die de Heilige Geest overneemt en tot de zijne maakt. We hoeven het niet op voorhand te vergeestelijken. Het gaat gewoon over de liefde tussen twee mensen, een jongen en een meisje. En dat die liefde ook een diepere dimensie heeft naar Christus en zijn bruid wordt uit het Nieuwe Testament wel duidelijk.

Opvallend in Hooglied is dat het eerste en het laatste woord van haar zijn, van het meisje. En ook het diepste woord in dit hoogste lied over de liefde komt uit haar mond. Zij zegt het tegen hem. En de Heilige Geest laat ons vanavond meeluisteren.

Ik heb de preek niet een speciaal thema gegeven. Maar ik wil hem verder opbouwen rond deze 4 trefwoorden:
Onafscheidelijk, onweerstaanbaar, onuitblusbaar en onbetaalbaar.
Dat zegt veel van de ware liefde.
1. Onafscheidelijk.

Zij zegt tegen hem: “Leg mij als een zegel aan uw hart als een zegel aan uw arm.” Dat is een heel intiem beeld. Zij wil bij hem het warmste plekje hebben. Op zijn hart en aan zijn vinger.

Een zegel is het meest persoonlijke en meest kostbare bezit van een man in de tijd van de Bijbel. Zijn zegel, daar staan zijn initialen in gegraveerd of een persoonlijk kenmerk. Hij gebruikt zijn zegel voor de ondertekening van belangrijke stukken. Koopakten b.v. of zijn trouwakte. In een stuk zachte leem zet hij een afdruk van zijn zegelring of zegelsteen. Of in een druppel warme lak. Dat heeft dezelfde waarde als onze handtekening. Die van jullie en van je getuigen onder de trouwakte.

Mannen in Israël droegen hun zegelsteen aan een koord om hun hals of als een zegelring aan hun vinger. Je hebt hem dan altijd bij je. Aan je vinger of op je hart. Misschien wel onder je mantel en je onderkleed. Op je blote huid op je hart.

Ik zag van de week op de catechisatie voor het eerst, dat jongelui een key-koord om hun hals dragen. Een koord met een sleutel eraan, voor het kluisje op school. Of voor de huisdeur. Een nieuw fenomeen? Je hebt je sleutel dan bij je en je kunt hem gemakkelijk pakken. Hoewel, die sleutel hangt iets lager dan het hart.

Maar dat is iets dergelijks, als de mannen in Israël, die hun zegel op hun hart dragen. Ze hebben het altijd bij zich. Ze vergeten het niet. Het is een belangrijk bezit voor hen. Hij en zijn zegel zijn onafscheidelijk. Zoals vandaag een man en zijn sleutelbos in zijn broekzak

Kijk, nu gaan we al wat beter begrijpen wat zij bedoelt. Zij zegt: “Laat mijn jouw zegel zijn. Draag mij op je hart, zoals je je zegel op je hart draagt. Of aan je vinger. Ik wil jouw kostbaarste bezit zijn, dat jij altijd bij je draagt. In jouw hart. Aan jouw hart.”

Ook heel letterlijk, als jij mij vasthoudt en met mij vrijt. Ze ziet het helemaal voor zich. En ze heeft ervaren hoe goed en hoe warm dat is. Bij hem op schoot, aan zijn hart. Ze zegt het met genoegen: “Zijn linkerarm is onder mijn hoofd, zijn rechterarm ligt om mij heen.” (Hooglied 8:3)

Ik zie het paar zitten. Buiten onder de appelboom. Hij met zijn rug tegen de stam. Zij liggend in zijn armen. Haar hoofd rustend op zijn linkerarm zo dicht mogelijk bij zijn hart. Zo zou ze altijd wel bij hem willen zijn.

Of ik zie het paar vandaag zitten op de bank in de kamer. Muziekje aan, gordijnen dicht, fijn samen.

En God geniet, wanneer twee van zijn kinderen zoveel van elkaar houden en niet meer van elkaar los willen. Onafscheidelijk. Dat voel je, dat proef je in het Hooglied. De Heilige Geest heeft dit niet voor niets een plaats gegeven in de Bijbel.

Een man en zijn zegel zijn onafscheidelijk. “Zo wil ik bij zou zijn,” zegt zij. “Onafscheidelijk van je. En jij van mij.”

Trouw in de liefde. Dat is een begrip dat hierbij uitstekend past. “Aan jou onlosmakelijk verbonden in liefde.” Zij vraagt het aan hem. En andersom geldt het net zo uiteraard.

De ware liefde maakt mensen onafscheidelijk. Betekent dat, dat je altijd alles samen moet doen? Dat je geen moment zelfstandig meer kunt zijn? Nee, liefde bevestigt elkaar ook in wie je bent, je eigen identiteit als jonge man, als jonge vrouw, als mens voor God. Maar in liefde ben je één voor God. Hij smeedt een hechte band tussen jullie. Eén in de Here bovendien. Dat moeten we er bij zeggen, gezien het Nieuwe Testament en gezien de Here Jezus Christus.

Liefde maakt onafscheidelijk. Het diepste woord in het hoogste lied van de liefde kent een hoge inzet. Juist vanwege God en vanwege de Here Jezus Christus. Want, schrijft Johannes: “Van Christus hebben we leren kennen wat liefde is: hij heeft zijn leven voor ons gegeven.” (1 Joh. 3:16, GNB) Niemand meer dan Hij draagt zijn bruid op het hart, als zijn zegel.
2. Onweerstaanbaar.

Zij is een sterke, gelovige jonge vrouw. Zo komt zij in het Hooglied naar voren. Zij heeft goed nagedacht over de liefde. Zij ervaart ook de onweerstaanbare kracht van de liefde. Ze brengt dat in een heel koene vergelijking onder woorden. Het is ervaringswijsheid geleerd door de Heilige Geest.

Liefde maakt onafscheidelijk. “Want sterk als de dood is de liefde; onverbiddelijk als het rijk van de doden de hartstocht, haar vlammen zijn vuurvlammen, een vuurgloed des HEREN.” (Hooglied 8:6b)

Niets ter wereld is zo sterk als de dood. Geen mens ontkomt aan haar zuigkracht. Het dodenrijk pakt alle mensen in. In Psalm 89:48 wordt het zo gezegd: “Welke mens leeft er, die de dood niet zien zal, die zijn ziel zal redden uit de macht van het dodenrijk?”

Het antwoord is duidelijk en onontkoombaar: niemand. Het is de bittere realiteit van het menselijk bestaan. Dat is op een dag als vandaag ook niet weg. Het zit in ons achterhoofd, de gedachte aan onze geliefden, die al gestorven zijn en die ons zijn voorgegaan. Aan wie we denken op bijzondere momenten als een trouwdag.

Geen mens kan de kracht van de dood weerstaan. Ook vandaag niet, hoever de medische wetenschap ook gevorderd is. Onverbiddelijk is het dodenrijk; onweerstaanbaar de dood.

Maar zegt zij: “De liefde is even sterk als de dood.” Even onweerstaanbaar de liefde tussen een man en zijn vrouw. De liefde tussen mij en jou. Een kracht die je niet kunt tegenhouden, als je eenmaal in haar goede greep bent gekomen.

Bij die liefde hoort ook de hartstocht, de aantrekkingskracht tussen man en vrouw. Sterk als de dood is de liefde, ook de erotische liefde tussen die twee. God weet dat ook. Hij heeft dat zo gemaakt. Daarom geeft Hij aan die liefde de bedding van het huwelijk. Daarbinnen is het goed. Goed voor God. Zo heeft Hij het gewild. Zo wil Hij het voor vandaag nog voor zijn kinderen.

Wat een vergelijking: de liefde is sterk als de dood. Of is de liefde soms sterker dan de dood? Bedoelt ‘zij’ dat ook te zeggen? Dat zou best wel eens kunnen. Liefde reikt over de dood heen.

Liefde en dood vergeleken. Wat een greep! Let wel, op een trouwdag lopen we niet om de dood heen. Dat kan ook niet. Ik denk nu even aan de trouwbelofte die jullie zelf hebben uitgesproken. Deze woorden: “Ik zal heilig met je leven, je nooit verlaten, maar je trouw blijven in goede en kwade dagen, in rijkdom en armoede, in gezondheid en ziekte, totdat Christus terugkomt of de dood ons zal scheiden.”


Dat is de nuchterheid van de Bijbel en van het christelijke geloof. Aan jullie huwelijk komt een einde. Huwelijke duren nu eenmaal niet eeuwig. Ze zijn iets van deze bedeling, hoe goed en hoe mooi ook.

De Here Jezus zegt het zelf: “Immers, in de opstanding huwen zij niet en worden zij niet ten huwelijk genomen, maar zij zijn als engelen in de hemel.” (Matteüs 22:30)

Dat is geen domper op een feestdag als vandaag. Maar het geeft wel het betrekkelijke van het huwelijk aan. En het geeft een enorme verdieping er aan. Want in de opstanding, met de jongste dag is Hij de bruidegom, Christus, en zij de bruid, zijn gemeente.

Daarvan is het huwelijk van twee gelovige jonge mensen op aarde een afbeelding. Waarvan heel hoog gezongen wordt in de Bijbel, het hoogste lied. Hoe zal het Hooglied op de bruiloft van het Lam dan wel niet klinken. Lees Openbaring 19 maar.


3. Onuitblusbaar.

Zij zegt nog meer van de liefde. “De liefde is een vuur, een vuur van de Heer.” (vs. 6, GNB) Vuur is verterend, laaiend. Het geeft in de eerste plaats veel warmte af. Het verlicht de omgeving bovendien. Zeker in een maatschappij, waar geen elektriciteit is.

Zulk laaiend vuur is de liefde. Zij raakt niet vanzelf aan. Er is bij de liefde geen sprake van zelfontbranding. Maar is vuur van de Here. Vuurvlammen ontstoken door God zelf. Zijn liefde doet de liefde tussen 2 jonge mensen ontvlammen. Hij zet hun harten in brand voor elkaar. Hij laat hun lichamen ook gloeien. Liefde voel je in je lijf. Liefde voelt warm.

Dit vuur van de Here, deze liefde is naar zijn aard en naar Gods bedoeling niet verterend. Tenzij je haar opwekt en prikkelt voordat het haar behaagt. Als je dat doet dan brand je je. En als je niet oppast, moet je op de blaren zitten.

Deze waarschuwing aan de meisjes van Jeruzalem (en de jongens net zo goed!) is het keervers in het Hooglied. Het refrein, dat een paar keer terugkomt. “Meisjes van Jeruzalem, ik bezweer jullie: Waarom wil je de liefde dwingen, waarom de liefde wekken voor zij zelf wil?” (Hooglied 8:4, GNB)

Liefde laat zich niet dwingen. Evenmin als een laaiend vuur zich laat indammen en beheersen. Probeer het dan ook niet. Wacht, wees geduldig. Neem de liefde niet, wanneer zij zich niet geeft. Een prachtige duidelijke les voor verliefde jongens en meisjes in dit bijbelboek.

Dat doet geen millimeter af aan de warme liefde, het vuur van God tussen hem en haar. Deze liefde is onuitblusbaar, zegt zij. Weet zij uit ervaring. Je kunt er van alles tegen aan zetten, zij gaat niet weg.

De brandweer mag komen met de hogedrukspuit en ander groot materieel. Zij kan de liefde niet blussen. Zelfs een overstromende Donau en Elbe niet.

Zij zingt: “Vele wateren kunnen de liefde niet blussen en rivieren spoelen haar niet weg.” Of: “Geen water kan dat vuur doven, geen rivier, geen zee!”

Liefde is water en vuur. Meer vuur dan water. Het vuur is sterker dan het water als het om de liefde gaat. De liefde verslindt als vuur alle tegenwerpingen en tegenslagen, die er tegen aan gespoten worden.

Het vuur blijft branden. Omdat het vuurvlammen van de Here zijn.

Is dat niet veel te rooskleurig voorgesteld. Kijkt zij niet met een veel te roze bril?

Daar lijkt het wel op, als je om je heen kijkt. Liefde kan verkillen. Het water lijkt soms het vuur wel te doven. Huwelijken lijken of raken uitgeblust in een gebroken wereld. Soms is het nog minder dan een samenleven zonder warmte.

Zet inderdaad de roze bril maar af. Of laat het roze van ‘vlinders in de buik’ maar door kleuren naar dieprood. Dieprood als het bloed van Jezus Christus.

Ik haal in dit verband nog maar een keer die woorden uit 1 Johannes 3;16 aan. “Van Christus hebben we leren kennen wat liefde is: hij heeft zijn leven voor ons gegeven.”

De liefde een onuitblusbaar vuur. Een te hoge inzet in onze gebroken wereld? Is het niet beter om met wat minder genoegen te nemen?

Nee, laten we het alsjeblieft maar vasthouden en volhouden. Omwille van Christus en omwille van onze huwelijken, geheiligd door zijn bloed en Geest.
4. Onbetaalbaar.

Het laatste trefwoord.

Zij zegt: “Alles is te koop, behalve de liefde.” Betaalde liefde is geen liefde. Dat heeft zij, het meisje, heel goed door, gelovig wijs als ze is. Haar broers kunnen inderdaad trots op haar zijn. Want zij is zelf niet te koop.

Ze heeft terecht geen goed woord over voor liefde op bestelling of tegen betaling. Hij ook niet. Hij is geen loverboy.

Onuitblusbaar kostbaar is de liefde. Voor geen goud te koop. Ook niet tegen de prijs van halve koninkrijken of meer van dergelijke extreme aanbiedingen. Dat bood koning Ahasveros aan koningin Ester om haar verzoek aan hem te horen. Je kunt het zo gek niet bedenken, ik zal het je geven, al was het de helft van mijn koninkrijk.

De verliefde plattelandsjongen is het daarmee eens. Hij laat de uitbundige rijkdom met een gerust hart over aan koning Salomo. Hij is met zijn wijngaard, zijn meisje de koning te rijk. “Salomo, houd je goud en je zilver. Ik heb mijn rijkdom in haar, mijn lief.”

Ware liefde is onbetaalbaar. Haar liefde is voor niemand te koop. Want zij heeft haar liefde weggegeven aan één. Aan hem, op wiens hart ze gedragen wil worden.

Daar komt geen mens tussen, wat haar ook aangeboden wordt. Hoe hoog ze de prijs ook opdrijven. Met de liefde kun je geen koophandel of koehandel bedrijven.

Wie dat toch wil moet rekenen op een verachtelijke afwijzing. “Man, laat je nakijken… Blijf daar met je goud en zilver, met je aanlokkelijke geschenken.”

Hij is van mij en ik ben van hem. Ik houd van hem met heel mijn hart. En hij houdt evenveel van mij.

En Christus zelf, onze Heer, draagt die liefde. Hij draagt onze huwelijken. Hij heeft zijn leven ook ingezet voor jullie liefde en jullie huwelijk. Met zijn kostbaar bloed.

En samen mag je het weten: “Uit dit zinloze bestaan, dat u van uw voorouders hebt gekregen, bent u niet vrijgekocht met iets dat vergaat, met zilver of goud, maar met het kostbare bloed van Christus, het Lam zonder smet of gebrek.” (1 Petrus 1:18,19, GNB)

Samen mogen jullie in je huwelijk het beeld vertonen van Christus en zijn bruid. Een geheimenis, zegt Paulus. Maar in liefde geopenbaard.

Heb elkaar vurig lief. Houd veel van elkaar. En meer nog van de Here Jezus Christus. Voorwaar, dat is echte liefde! Aangestoken door God zelf.


Amen.

Balkbrug, 12 september 2002.


© A.J. Minnema.

Hooglied 8:6,7




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina