Terreinwinst



Dovnload 0.55 Mb.
Pagina7/27
Datum06.12.2017
Grootte0.55 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   ...   27

Principieel tegen leningen

De HIMCON houdt zich niet uitsluitend met landbouw en veeteelt bezig. Zij organiseert ook bijeenkomsten over gezondheid, geeft les op middelbare scholen over milieubeheer, plant met klassen middelbare scholieren boompjes, zet vrouwengroepen op, runt met vrijwilligers een schooltje voor arme kinderen, promoot kooktoestellen op zonne-energie en helpt bij het herstellen van schade ontstaan door een aardverschuiving een paar jaar terug. Andere vergelijkbare organisaties in het gebied leggen drinkwaterpompen aan, bouwen rookvrije lemen kookkachels, zijn bezig met biogas, zetten leengroepen op, proberen eko-certifikatie voor bepaalde landbouwproducten te regelen, zoeken naar mogelijkheden landbouwproducten plaatselijk te verwerken en helpen dorpscomités op te zetten tegen bosbranden.

Voor de verschillende projecten vragen deze NGO’s bij allerlei donororganisaties en bij de landelijke overheid om geld. De HIMCON wenst alleen giften te accepteren en absoluut geen leningen omdat je dan altijd problemen hebt met het terugbetalen. Verder wil zij geheel zelfstandig, samen met de dorpsbewoners kunnen bepalen hoe het geld te besteden. De HIMCON weigert principieel geld te vragen bij de Wereldbank, want zij is bijvoorbeeld tegen de waterprivatiseringsplannen van deze bank. Zij wil ook de vrijheid blijven behouden om de overheid te bekritiseren.
De NGO’s, hoe klein ze ook zijn, pakken van alles tegelijk aan. Ze richten zich niet op één deelonderwerp, zoals bijvoorbeeld putten slaan of oogziekten bestrijden of alfabetiseringscursussen geven, zoals vroeger wel gebeurde.

Shiv vertelt dat de HIMCON zich in principe concentreert op een paar grote onderwerpen zoals boomgaarden, de proefboerderij met melkvee en watertanks voor het oogsten van regenwater van daken. Maar door de intensieve persoonlijke contacten in dorpen kan de organisatie gemakkelijk iets oppakken wat bij de bewoners leeft. Telkens opnieuw benadrukt Shiv dat de sleutel tot succes is: luisteren naar de dorpsbewoners. Niet zomaar technieken of projecten droppen. “Iets bouwen is makkelijk. Daar kan je eenvoudig geld voor krijgen bij donoren. Maar als je bijvoorbeeld een regenwatertank bouwt die niet op een handige plek staat, omdat je niet goed besproken hebt waar die het beste kan komen, of als de mensen niet hebben begrepen hoe belangrijk het is de tank serieus schoon te houden, dan is zo’n ding gauw buiten gebruik.”


Vanwege haar strenge opvattingen accepteert de HIMCON slechts voor een paar projecten overheidssubsidie. Verder krijgt zij geen enkele steun of medewerking van de overheid. De deelstaatregering heeft bedacht dat heel de deelstaat biologisch moet worden. Shiv ziet er niets in: “Dat soort plannen bedenken ambtenaren vanachter een bureau. Als politici al eens naar het platteland komen, gaan ze niet van de grote weg af. Ze bezoeken wat projecten en dan vertrekken ze weer. Ze praten niet met boeren en zeker niet met hen die achteraf wonen.” Volgens Shiv zou de overheid de boeren vaste garantieprijzen moeten bieden: “Dat gebeurt in andere landen toch ook!” Naresh voegt daar nog aan toe: “Als de overheid zegt biologische landbouw zo belangrijk te vinden, maar geen afnamegarantie biedt, dan weet een boer niet waar hij met zijn bioproducten heen moet.”

De overheid heeft de afgelopen jaren in allerlei plaatsen in India wateroogstprojecten opgezet. Daar is weinig van terecht gekomen, omdat de plannen niet samen met de bevolking zijn gemaakt en omdat de uitvoering door aannemers is gedaan. Die hebben vaak knoeiwerk geleverd. Het gevolg is dat de overheid op dit punt haar gezag bij de bevolking verspeeld heeft.


Overal in India zijn organisaties als HIMCON bezig. Shiv verwacht de komende jaren een snelle groei van het aantal projecten. “De huidige projecten zijn voorbeelden. Neem die gemengde boomgaard. Als die over drie jaar vruchten gaat opleveren, dan willen alle dorpen in de omgeving zo’n boomgaard.” De kennis is dan aanwezig hoe je dat als dorp, onafhankelijk van de overheid, kan doen. “Je ziet nu al dat mensen uit de stad terugkeren naar het land, omdat er weer meer te doen is. Die beweging zal de komende jaren zeker sterker worden.”


Worsteling om de bossen

Sinds halverwege de negentiger jaren hebben lokale autoriteiten, zoals de staatshoutvester, hun greep op de lokale, informele boscomités versterkt om zodoende nog meer van de bosopbrengsten naar zich toe te trekken. Zo is de deelstaat Uttaranchal, aangemoedigd door de Wereldbank, begonnen met het opzetten van officiële Gezamenlijke Dorpsbosprojecten (Village Forest Joint Management). ‘Gezamenlijk’ betekent dat dorpelingen en houtvester formeel samen de beslissingen nemen. In de praktijk komt het erop neer dat de houtvester het heft in handen krijgt; niet alleen in de staatsbossen, maar ook in bossen die volledig eigendom zijn van de dorpen, en waar al zeventig jaar lang informele boscomités goed functioneren.

Heel wat dorpen zwichten voor de druk en de fraaie mondelinge beloften van lokale autoriteiten en dubieuze NGO’s. In ruil voor - naar begrippen van deze arme, analfabete dorpelingen kolossale - leningen krijgt de staatshoutvester een doorslaggevende stem in het nieuwe lokale boscomité. Hij benoemt dan de plaatselijke elite in dit comité, met wie hij de zaken onderhands regelt. Hoe de dorpen de leningen later terug gaan betalen, blijft in het vage.

Soms stemmen dorpen niet in met de bosprojecten. Zo verzetten de vrouwen van het dorpje Naurakh zich heftig. Zij voerden aan dat het vrij kunnen beschikken over brandhout en groenvoer voor het vee uiteindelijk veel meer waard was dan de beloofde twee miljoen roepie. Nu al hadden ze bijna dagelijks last van de houtvester als ze in hun eigen bossen takken en bladeren aan het verzamelen waren. Bij de nieuwe opzet zou dat alleen nog maar erger worden. In het benoemen van het comité zouden ze geen enkele stem hebben, zodat ze vermoedden dat de dorpselite het daarin voor het zeggen zou krijgen. Er zou dan meer nadruk komen te liggen op commerciële bosproducten zoals hout, bosvruchten en kruiden en de inkomsten zouden verdwijnen in de zakken van de elite en de houtvester.


Hoewel er nog heel wat informele, relatief onafhankelijke dorpsboscomités actief zijn, neemt de druk van de lokale autoriteiten toe. Om effectief weerstand te kunnen bieden, zouden dorpscomités zich aaneen moeten sluiten. In de Oost-Indiase deelstaat Orissa gebeurt dat al op grote schaal. Duizenden dorpsgroepen hebben gezamenlijke federaties gevormd, die druk zetten op de deelstaatregering om met goede wetgeving te komen voor de dorpsbossen. Sociale activisten en sommige NGO’s ondersteunen deze federaties.

In de Midden-Indiase deelstaat Mahadya Pradesh hebben massaorganisaties van inheemse volken zich zo krachtig geweerd, dat de Wereldbank twijfelde of ze nieuwe leningen zou gaan verstrekken.

In het zuiden van de West-Indiase deelstaat Rajasthan hebben meer dan vijftig Bosbeschermingscomités zich aaneengesloten tot een federatie. Gezamenlijk behartigen zij nu hun belangen bij de autoriteiten; dankzij trainingen van NGO’s en onderlinge uitwisseling van ervaringen zijn ze goed op de hoogte van hun rechten.48+
4

OP BEZOEK BIJ DE PROEFBOERDERIJ VAN NAVDANYA
Opbloei van de biologische landbouw in India

Darwan Singh Negi (spreek uit Neggie), klein van stuk, slank en energiek is zichtbaar trots als hij me rondleidt op de proefboerderij van de organisatie Navdanya in het dorpje Ramgarh, vijftien kilometer van Dehra Dun, 200 kilometer ten noordoosten van New Delhi. Hij heeft alle reden om trots te zijn. Pas zeven jaar geleden is Navdanya begonnen met deze boerderij. Daarvoor stonden hier alleen eucalyptusbomen die de bodem veel schade toegebracht hebben omdat de bladeren een scherpe olie bevatten. Nu is het een biologische boerderij waar vele soorten rijst, tarwe, groente en geurige kruiden groeien. De tarweopbrengst is ondertussen verdrievoudigd; een teken dat de bodem zich goed hersteld heeft. Het meest sta ik nog te kijken van het suikerriet dat hier droog verbouwd wordt. Ik wist niet beter dan dat suikerriet enorme hoeveelheden water verslindt.


De omvang van de boerderij is vijf hectare. Op de grotere stukken grond verbouwt Navdanya graan voor de verkoop en voor de vele gasten die de boerderij bezoeken en een heerlijke maaltijd voorgeschoteld krijgen. Verder zijn er nog een heel stel kleinere lapjes, waar de organisatie speciale graansoorten vermeerdert. Want Navdanya, wat ‘negen zaden’ betekent, is eigenlijk een beweging die zich inzet voor het behoud van inheemse landbouwgewassen. In een apart gebouwtje bewaart ze hier 360 rijst- en twintig tarwesoorten. Navdanya werkt samen met twintig zaadbanken in zeven Indiase deelstaten, die gezamenlijk over meer dan 1500 soorten rijst beschikken en verder over honderden soorten gierst, gewassen met oliehoudende zaden (zoals de mosterdplant), peulvruchten en andere groenten.




1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   ...   27


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina