Terugblik vng ledenbijeenkomst over de Wmo 29 maart 2006



Dovnload 15.59 Kb.
Datum16.08.2016
Grootte15.59 Kb.
Terugblik VNG ledenbijeenkomst over de Wmo 29 maart 2006
De VNG heeft op 29 maart een ledenbijeenkomst georganiseerd over de Wmo in ‘De Flint’ in Amersfoort. Doel van deze bijeenkomst was het informeren van de leden over het bereikte onderhandelingsresultaat en de inzet van de VNG. Daarnaast wilde de VNG graag van de aanwezige bestuurders horen wat speerpunten in het verdere lobbytraject (bijvoorbeeld richting Eerste Kamer) moeten zijn. Ondanks het feit dat veel bestuurders druk zijn met de collegeonderhandelingen waren ruim 60 wethouders aanwezig.

Na het welkomstwoord van de heer Wim Kuiper (lid directieraad van de VNG) hield mevrouw Jetta Klijnsma (voorzitter VNG-commissie Welzijn en Volksgezondheid, tevens lid Algemeen Bestuur van de VNG en wethouder van Den Haag) een korte inleiding over de inzet van de VNG, de uitkomst van de behandeling in de Tweede Kamer en het overleg met het kabinet. De strekking van haar betoog is terug te vinden in Ledenbrief 06/23, te vinden op www.vng.nl.

Daarna was het woord aan de portefeuillehouders Wmo. Hieronder volgt daarvan een verslag.

Monitoring macro-budget
Enkele nadeelgemeenten uiten hun zorgen over het financieel kader van de Wmo. Sint Oedenrode vreest onder deze condities de Wmo niet adequaat te kunnen uitvoeren. Landerd onderschrijft dit, de gemeente heeft het gevoel met deze verdeelsleutel niet aan de hulpvraag van de burger te kunnen voldoen.
Deventer vraagt zich af, mede namens de G27, hoe het macrobudget voor de individuele (nadeel)gemeenten gaat uitpakken. Het ‘microbudget’ zou ook gemonitord moeten worden. Verschillende gemeenten onderschrijven dit verlangen. Deventer vindt dat gemeenten die te kort komen daarvoor individueel gecompenseerd moeten worden.

Schouwen-Duiveland wijst op de situatie in Zeeland waar veel nadeelgemeenten zijn en relatief veel mantelzorg en vrijwilligerswerk aanwezig is. Gemeenten die de afgelopen jaren fors hebben geïnvesteerd in extramuralisering, krijgen nu te maken met meer aanvragen voor huishoudelijke verzorging, zowel voor alleenstaanden als echtparen. Zij worden dus eigenlijk gestraft voor hun eigen beleid.


Jetta Klijnsma deelt deze zorgen als wethouder van de nadeelgemeente Den Haag. Zij benadrukt dat monitoring van het macrobudget van wezenlijk belang is. Daarom is zij ook blij dat met het Kabinet de afspraak gemaakt is dat jaarlijks bestuurlijk overleg plaatsvindt over het macrobudget aan de hand van het advies van de “onafhankelijke derde”, het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP).

Duidelijk is ook dat - los van de bewaking van het macro-budget - individuele gemeenten te maken kunnen krijgen met tekorten. Zij stelt dat we in deze fase van het proces niet meer kunnen gaan pleiten voor garanties voor individuele nadeelgemeenten. Wel zal de VNG er bij de Eerste Kamer sterk op aandringen dat de onafhankelijke derde ook naar de financiële gevolgen voor individuele gemeenten kijkt.

Een declaratiestelsel, zoals voorgesteld door de G27, vindt zij echter niet wenselijk. Het is van tweeën één: óf een declaratiestelsel, óf lokale beleidsvrijheid. Met het kiezen voor het eerste zouden gemeenten een verkeerd signaal afgeven, namelijk dat zij de Wmo eigenlijk niet aandurven.



Budgetten huishoudelijke verzorging
Enkele gemeenten plaatsen kantekeningen bij de juistheid van de cijfers over de budgetten HV. Hoe kan het dat de cijfers in 2005 zo sterk afwijken van die in 2004?

Bellingwedde wijst op de hogere kosten voor plattelandsgemeenten door de reiskosten van hulpverleners. Nadeelgemeente Lelystad vult aan dat zorgkantoren heel verschillend omgaan met een hulpvraag. Purmerend heeft zelfs helemaal geen cijfers van het zorgkantoor en verzoekt de VNG hierover een brief aan VWS te schrijven met een afschrift aan de vaste Kamercommissie. Voorschoten vraagt zich af of zorgkantoren er soms belang bij hebben zo min mogelijk te indiceren in verband met financiering van de overcapaciteit.

Gijs Oskam, VNG beleidsmedewerker gemeentefinanciën, wijst er op dat het voordeel-nadeelplaatje nog kan veranderen als in mei 2006 de cijfers voor 2005 bekend worden. De verschillen in bedragen tussen 2004 en 2005 worden onder meer veroorzaakt door een veranderde registratie van gecombineerde zorg (HV en persoonlijke verzorging) per 1/1/2005 en door de wijze van indiceren.

Hij betoogt dat er in het AWBZ-stelsel grote verschillen waren, die in feite ongelijkheid voor burgers in verschillende regio's opleverden. Het objectieve verdeelmodel creëert meer rechtsgelijkheid. Dat neemt niet weg dat het voor individuele nadeelgemeenten lastig is om dit uit te leggen aan de bestaande klanten.

Gemeente Maarssen verwijst naar andere regelingen die van het rijk over zijn gegaan naar gemeenten, bijvoorbeeld de Wet werk en bijstand. Wat kunnen we hiervan leren? Maarssen is van plan om een nulmeting voor het klanttevredenheidsonderzoek uit te voeren, dan is er vergelijkingsmateriaal bij de cijfers van het klanttevredenheidsonderzoek na de eerste periode.

Een aantal gemeenten stelt vragen over de relatie tussen de budgetten HV en de bestaande budgetten voor welzijn, maatschappelijke opvang en Wvg. Schiedam vindt dat ook de sociale infrastructuur van een gemeente moet worden meegenomen in de overwegingen. Door toegenomen individualisering stijgen de kosten voor maatschappelijke opvang en komen de welzijnsvoorzieningen onder druk te staan. Nieuwegein vraagt extra aandacht voor de verdeelsleutel maatschappelijke opvang voor centrumgemeenten.

Jetta Klijnsma deelt deze zorg en stelt dat we bevolkingsgroepen niet tegen elkaar uit moeten (laten) spelen. Jetty Voermans, hoofd taakveld Zorg, welzijn en sport van de VNG antwoordt dat het VNG-bureau extra inzet zal plegen op de samenhang tussen Wmo en maatschappelijke opvang. Centrumgemeenten kunnen op de VNG rekenen! Bob van der Meijden stelt dat de verdeling van Wvg-middelen door de introductie van de Wmo ongewijzigd blijft.


Aanbesteden huishoudelijke verzorging
Rheden pleit in verband met de tijdsdruk voor een overgangsjaar voor aanbestedingsverplichting voor de huishoudelijke verzorging. Gemeenten moeten kunnen kiezen voor uitvoering door het zorgkantoor in 2007 om chaos te voorkomen, en dienen over de bijbehorende sturingsmiddelen beschikken om deze keuze af te dwingen. Verschillende gemeenten vinden dat een overgangsjaar voor wat betreft de aanbesteding een hard punt bij de verdere onderhandelingen zou moeten zijn.

Bob van der Meijden, projectleider Wmo bij de VNG, stelt dat de tijd voor een aanbestedingstraject inderdaad krap is en dat het voor veel gemeenten daarom aantrekkelijk is om in het eerste jaar het zorgkantoor in te schakelen voor de uitvoering van de huishoudelijke verzorging. In het in april te verschijnen overgangsprotocol, ondertekend door VNG, Zorgverzekeraars Nederland en VWS, zal deze mogelijkheid nadrukkelijk genoemd worden. Wel is recentelijk duidelijk geworden dat de aanbestedingsverplichting ook geldt als de inkoop van huishoudelijke verzorging door het zorgkantoor wordt uitgevoerd. VWS heeft de VNG toegezegd te bekijken (ook in Brussel) of er mogelijkheden bestaan voor een soepeler aanbestedingsregime in het eerste jaar.

De suggestie van Zaltbommel om op het terrein van aanbesteding en compensatieplicht te zijner tijd proefprocessen te gaan uitlokken, wordt door Jetta Klijnsma van harte ondersteund. Bob van der Meijden vult aan dat er hard gewerkt wordt aan de modelverordening Wmo, die in april gereed moet zijn. Direct daarna vinden zes regionale bijeenkomsten plaats rond de verordening.


Besturingsfilosofie

Hilversum heeft er begrip voor dat de financiële aspecten de discussie domineren maar zou graag ook een ander geluid horen. De Wmo is ook leuk! Gemeente Best vindt dat we niet moeten blijven hangen in uitvoeringskwesties, in de toekomst zal het om meer volume gaan dan huishoudelijke verzorging alleen. We moeten doorpakken en meer sturing zien te krijgen. Best roept op om alert te zijn op de besturingsfilosofie: ‘Bewaak de ziel van de Wmo!’.

Verschillende gemeenten brengen de vraag ter sprake of de stortvloed aan amendementen de besturingsfilosofie van de Wmo niet heeft ondermijnd.

Jetta Klijnsma vindt het begrijpelijk dat de Tweede Kamer de consequenties van de Wmo voor de burger zwaar heeft laten wegen bij de behandeling van het wetsvoorstel, maar vindt wel dat gemeenten nu geëquipeerd moeten worden met voldoende middelen. Daar is de inzet van de VNG ook op gericht geweest en dat heeft resultaat opgeleverd. Na amendering door de Tweede Kamer en invoering van het compensatiebeginsel is de beleidsvrijheid van gemeenten weliswaar ingeperkt, maar er is nog voldoende basis voor eigen lokaal beleid. Ze is blij met de opmerking over de ziel van de Wmo: ook de geamendeerde Wmo heeft nog steeds een meerwaarde voor de burger!



Overige aandachtspunten voor het lobbytraject
Op de vraag van Enschede over de cliëntondersteuning GGZ antwoordt Bob van der Meijden dat de uitkomsten van het onderzoek naar cliëntondersteuning GGZ beschikbaar zijn en dat er ambtelijk nu gepraat wordt over de financiële vertaling daarvan.
Gemeente Zevenaar oppert de mogelijkheid om de eigen bijdragen net als de zorgtoeslag via de belasting te verrekenen. Jetta Klijnsma vindt dit niet wenselijk, dit zou te ingewikkeld worden voor de burger.
Haarlem vraagt aandacht voor het belang van goede mantelzorg voor het terrein van werk en inkomen (verzuim e.d.). Wim Kuiper stelt dat dit aspect aan de RWI-tafel ingebracht zal worden.

Gemeente Rijnwoude vraagt welke invloed de VNG op dit punt in de onderhandelingsfase nog kan uitoefenen richting Eerste Kamer. Jetty Voermans antwoordt dat de VNG-inzet zich zal toespitsen op de consequensties van het pgb voor het collectief vraagafhankelijk vervoer en op de rol van de onafhankelijke derde in de toekomst.


Gemeente Bellingwedde vindt het bezwaarlijk dat het budget uit de subsidieregelingen niet wordt overgedragen op basis van de begrote maar van de uitgegeven bedragen. Jetta Klijnsma betoogt dat de VNG dit twee keer in de onderhandelingen met het kabinet heeft ingebracht, met zwaarwegende argumenten. Een andere basis dan de realisatiecijfers was voor het Kabinet echter onbespreekbaar.

Afsluiting
Jetta Klijnsma vat afsluitend de hoofdpunten voor het verdere lobbytraject nog eens samen:

  • Er moet opschorting of versoepeling komen van de aanbestedingseisen HV in het eerste jaar.

  • Het belang van en voldoende budget voor mantelzorgondersteuning zal worden benadrukt bij Ross en bij de sociale partners in RWI-verband.

  • Het belang van een beleidsrijke rol voor de onafhankelijke derde zal naar de Eerste Kamer worden benadrukt. Tevens zal er voor gepleit worden dat de onafhankelijke derde ook de uitwerking van de financiële systematiek voor individuele gemeenten in zijn advies betrekt.

  • Het PGB mag niet ten koste gaan van het collectieve Wvg-vervoer


Tenslotte gaat Jetta Klijnsma nog eenmaal in op de "hamvraag": is de Wmo door de Tweede Kamer nu zo dichtgeregeld dat gemeenten gereduceerd zijn tot uitvoeringskantoor van Rijksbeleid? Het antwoord van de VNG is nee, en daarom hebben we ook geen declaratiestelsel nodig. Maar de derde moet dan wel echt gaan kijken hoe het compensatiebeginsel uitpakt, niet alleen op macroniveau, maar ook voor individuele gemeenten.



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina