Thema : Je werk of je leven



Dovnload 78.59 Kb.
Datum18.08.2016
Grootte78.59 Kb.


Godsdienst 7de jaar

Schooljaar 2004 - 2005



Thema : Je werk of je leven


En hij gebood hen :doe uw werk vol ontzag voor de Heer, in oprechtheid en met een onverdeeld hart. (2 Kor 19,9)

Inhoudstafel

Thema : Je werk of je leven 1

1. Inleiding 2

2. Waarom werken mensen ? 4

3. In welke zin kan arbeid vervreemdend of bevrijdend werken 7

3.1. Arbeid : een last of een lust ? 7

3.2. Het werk kan verregaande gevolgen hebben 8

4. Religie en arbeid 10

4.1. De visies van een aantal godsdiensten op arbeid 10

4.2. Spiritualiteit op het werk 12

4.3. De christelijke sociale leer 13

5. De relatie werkgever-werknemer 16

5.1. Tweemaal werk en toch anders 16

5.2. Vakbonden 17

6. Werkloosheid: niet kunnen of niet willen? 19

6.1. Een aantal cijfers en uitspraken 19

6.2. Arbeidsmarktparadox en werkloosheidsval 19


1.Inleiding

Werken. Of we nu willen of niet : vroeg of laat moeten we er allemaal aan beginnen. Wil je op je eigen been staan, dan heb je alvast geld nodig. En dat wordt nu eenmaal verworven via arbeid.


Aangezien een volwassene een groot deel van z'n tijd op het werk doorbrengt, kunnen we ons de vraag stellen of werken voor mensen meer betekent dan louter geld verdienen.
Staat werken los van iemands persoonlijkheid en levensvisie ? Hou je rekening met je collega's ? Hoeveel kan je van mensen eisen? Hoe gaan we om met natuur en omgeving?
Vaak wordt de vraag naar wie we zijn in één adem gesteld met de vraag wat we doen. In onze cultuur wordt arbeid heel erg hoog aangeschreven, zoals blijkt uit een aantal spreekwoorden: "Wie niet werkt, zal niet eten", "arbeid adelt", "rust roest", "ledigheid is des duivels oorkussen". Werkloos zijn is dus meer dan financiële onzekerheid.


Enkele vragen met betrekking tot arbeidservaringen

Beantwoord volgende vragen individueel:




  • Heb jij reeds ervaring met vakantie- of andere jobs? Welke? En waarom doe/deed je dat?


  • Wat vond je positief aan die job?


  • Wat negatief?


  • Wat verwacht(te) je werkgever van jou? Werd/word je goed behandeld?


  • Heb je tijdens de job ‘conflicten’ opgemerkt? Welke?


  • Werd er iemand gepest? Wie, waarom, door wie, wat zijn/waren de reacties?

2.Waarom werken mensen ?

Vacatures

Lees de vacatures op de volgende bladzijde. Plaats de jobs in volgorde van voorkeur. De job die je het liefst zou doen plaats je bovenaan, de job die je het minst graag zou doen plaats je als laatste. Vermeld ook telkens wat er je in een job aantrekt of afstoot.


Volgorde van voorkeur :


Vacature

Reden

1.




2.




3.




4.




5.






Het sprookje van de kathedraalbouwers

Een vreemdeling bezoekt een bouwplaats van een grote kathedraal. Hij ontmoet een steenhouwer en vraagt hem: "Wat doet u?" De steenhouwer antwoordt hem geïrriteerd: "Man zie je dat dan niet? Stenen houwen tot ik er niet goed van word". Vervolgens richt de vreemdeling zich tot een tweede steenhouwer en stelt hem dezelfde vraag. "Ik werk om mijn gezin te kunnen onderhouden", zegt de werkman. Tenslotte komt de vreemdeling bij een derde steenhouwer, die eveneens hard moet werken en zijn gezin onderhouden, maar hij antwoordt: "Ik help een kathedraal bouwen".

Wat is de betekenis en het doel van werk volgens dit verhaal?

1ste man :

2de man :

3de man :


Wie van de drie mannen zou het meeste plezier aan zijn werk beleven? Waarom ?


Wachtweekend

"Na een jachtig wachtweekend gooi ik mij moe maar voldaan op mijn bed, de zalige nachtrust tegemoet. Beep, beep... een oproep op spoed. Die nachtrust zal voor een andere keer zijn. Op hos 1 ligt een broos oud vrouwtje. Ze is al een stuk in de negentig. Naast het bed zit haar dochter. Ze weent. Het oude vrouwtje is nog goed bewust en ondanks haar kritieke toestand kijkt ze me vriendelijk aan..."

B. DEVOS, En Hij zag dat het goed was... Woordje van de pastor,in UZMagazine jg. 19 (december 2003), p. 5.

Wat ervaart de ziekenhuispastor hier in z'n werk ?


Besluit

Werken heeft blijkbaar met vele dingen te maken. Wat zijn nu de motieven waarom mensen gaan werken ? E kunnen er een zestal onderscheiden worden.


1.

2.

3.



4.

5.

6.



Taak

Zoek zelf 3 vacatures van jobs die je graag zou doen en kleef die op een takenblad. Schrijf bij iedere vacature welke van de 6 bovenstaande motieven je kan verwezenlijken via die jobs.


3.In welke zin kan arbeid vervreemdend of bevrijdend werken

3.1.Arbeid : een last of een lust ?


Kurt en Hanne
Kurt wreef zich de ogen uit. Al drie koppen koffie had hij op –sterke koffie, zijn lepeltje bleef er zowaar in rechtstaan- maar nog slaagde hij er niet in om de vermoeidheid te verbannen. Kon het ook anders: drie nachten na elkaar had hij amper geslapen. Maar hij had geen keuze: wilde hij concurrentieel blijven, dan moest hij nu doorbijten. En hij zag dit nog wel zitten, maar Hanne vond dat het zo niet meer kon. Kort nadat ze gehuwd waren, startten Kurt en Hanne een reisagentschap. Vanaf het begin hadden ze een redelijk aantal klanten, maar met z’n beiden konden ze het werk goed aan. Toen de kinderen kwamen, stond Kurt er alsmaar meer alleen voor. De zaak floreerde en ze konden stilaan dromen van een eigen huisje. Het huisje werd uiteindelijk een regelrechte villa en spoedig pronkten ook een auto van het betere merk voor de deur. Geen nood: Kurt werkte dat de stukken eraf vlogen en alles kon vlot afbetaald worden. Dat hij zelf zoveel moest werken, vond Kurt niet erg, integendeel: het werd een verslaving. In geen tijd werd Kurt een workaholic en zijn motto luidde: ‘stel niet uit tot morgen, wat je vandaag nog kunt verdienen.’ Algauw werd ook zaterdag herleid tot een gewone werkdag, maar toen hij ook de zondagvoormiddag bleef doorwerken, was voor Hanne de maat vol. Ze merkte op dat hij zijn eigen kinderen amper kende en dat ze van elkaar vervreemdden. Voor haar was de maat vol en ze stelde Kurt voor de keuze: het gezin of het werk. Kurt streek met zijn handen door zijn haren en tapte zich nog een kop koffie. Had hij nog wel de keuze? Er was nu eenmaal zoveel werk. Hij kon de klanten toch niet zomaar naar huis sturen? En de rekeningen kon hij toch ook niet met lucht betalen? En zijn zaak: hij moest vooruit, stilstaan betekent achteruitgaan.

Vragen



  1. Wie begrijp jij het best? Hanne of Kurt? En waarom?


  1. Wat loopt er verkeerd bij Kurt ?




  1. Wie is er daar het slachtoffer van ?



  1. Is Kurt een zeldzaam geval ?


De manager en de visser

Een rijke manager was eens op vakantie in een arm land. Daar zag hij een visser die lui in de zon naast zijn boot lag.
'Waarom ben je niet aan het vissen?' vroeg de manager.
'Omdat ik voor vandaag genoeg vis gevangen heb', zei de visser.
'Waarom vis je niet verder zodat je nog meer vis hebt?'
'Wat zou ik met nog meer vis moeten doen?'
'Je zou die vis kunnen verkopen. Zo zou je geld verdienen. Met dat geld zou je een motor kunnen kopen voor je boot, zodat je nog meer vis zou kunnen vangen. Met het geld dat je daarvoor zou krijgen, zou je netten van nylondraad kunnen kopen. Zo zou je nog meer vis kunnen vangen en nog meer geld verdienen en na een poosje een tweede boot kunnen kopen... Misschien zelfs een hele vloot na verloop van tijd. En dan zou je een rijk man zijn, zoals ik.'
'En wat zou ik dan moeten doen, als ik rijk was?' vroeg de visser.
'Dan zou je kunnen gaan zitten en van het leven genieten,' zei de manager.
De visser lachte.
'Dat is precies wat ik nu al doe'.

Vragen


  1. Wie begrijp jij het best, de manager of de visser ?


  1. Wat wil dit verhaal bekritiseren ?


  1. Wat vind je van de houding van de visser ?

Besluit

Arbeid kan een last of lust zijn.


Wanneer wordt arbeid een last ?
-> we zeggen dat arbeid vervreemdend werkt. Als arbeid een last is, vervreemdt het je van wie je bent als mens, je voelt je niet gelukkig.

Wanneer is arbeid een lust ?

-> we zeggen dat arbeid bevrijdend werkt. Als arbeid een lust is, komt dat je persoon ten goede en voel je je goed in je vel.


3.2.Het werk kan verregaande gevolgen hebben





Actrice Chris Lomme (63):“Tja, het is een bewuste keuze geweest. Het was óf kinderen óf theater. De combinatie zag ik niet zitten. Vooral omdat ik van veel kinderen droomde en dan wilde ik er ook helemaal zijn voor hen. Ik ben grootgebracht door de meid, de gouvernante en de nonnen van het pensionaat. Mijn vader was een goed mens, daar ben ik zeker van, maar hij was een verre, vreemde man. Naar het schijnt was hij dol op mij, maar ik heb het nooit gemerkt. Ik was er ook niet mee bezig, want ik zag mijn ouders nauwelijks.

Niet dat het nu nog op mij drukt, maar het speelde wel mee in mijn beslissing om geen kinderen te krijgen. Bovendien ontmoette ik een man die al een dochter had en absoluut niet nog meer kinderen wilde. Dus pieker je er niet lang over. Tussen mijn dertigste en mijn veertigste spookte het wel eens door mijn hoofd. Het waren de jaren van de laatste kans, maar ik heb het nooit gemist. Ik mis nooit wat ik niet heb. En ik voel me er ook niet minder vrouw door of zo. Misschien ben ik een grote egoïste, want je leven wordt natuurlijk veel ingewikkelder met kinderen. Plots moet je een toekomst opbouwen voor iemand anders. Ik vind dat je er in dit vak niet aan begon. De onzekerheid, de onregelmatige uren, dat kon je je kind niet aandoen. Vraag het aan iedere actrice die een kind heeft. Als de repetitie uitloopt is het paniek, want de crèche sluit en er is geen opvang. Dat zijn zorgen. Maar goed, waarschijnlijk zijn het op dat moment fantastische zorgen. Het is een uitdaging die ik niet ben aangegaan.




Tine Hens in gesprek met Chris Lomme, DSM, 12 januari 2001
Vragen


  1. Wat vind je van de keuze die Chris Lomme gemaakt heeft?


  1. Vind je dat het werk zo een verregaande op je leven mag hebben, dat je bewust kinderloos blijft of zelfs dat je geen relatie aangaat?


  1. Zijn er beroepen waarbij het volgens jou onverantwoord is om kinderen te krijgen?



  1. Wat komt er bij jou op de eerste plaats, beroepskeuze of relatie en kinderen?


  1. Werkt arbeid voor Chris Lomme bevreemdend of bevrijdend ?

6. Welke van de zes motieven voor arbeid verwezenlijkt ze ?



4.Religie en arbeid

4.1.De visies van een aantal godsdiensten op arbeid


  • Christendom

Het vroege Christendom heeft van de Griekse en Romeinse cultuur een negatieve visie op arbeid geërfd. Voor Grieken en Romeinen is arbeid een minderwaardige activiteit die men moest overlaten aan de allerlaagste groepen in de samenleving.

Pas aan het einde van de middeleeuwen breekt in het Westen een radicaal andere houding tegenover de arbeid door. In het middeleeuwse kloosterwezen, kende men een groeiende aandacht voor arbeid. Fysieke inspanning werd in ere gehouden als tuchtmeester van lichaam en ziel: 'wie arbeidt zondigt niet'. De middeleeuwse kloosters kenden een strenge tijdsindeling tussen bidden en werken (ora et labora) die door de kloosterklokken duidelijk werden gemarkeerd. Het 'geestelijk werk' - vooral in de vorm van gebed en contemplatie - bleef echter een hogere plaats houden dan het werk dat gericht was op de reproductie van het fysieke en sociale bestaan.


Pas sinds de opkomst van het protestantisme wordt aan arbeid een meer positieve betekenis gehecht in de Westerse cultuur.
Volgens Maarten Luther kan arbeid zelf een manier zijn om God te dienen: arbeid werd een 'roeping' die in het hiernumaals levenslang verricht moest worden om in het hiernamaals een goede kans te maken op de betere posities. Arbeid werd hierdoor tot een morele plicht verheven.


  • Arbeidsspiritualiteit in Japan

Japan is omwille van zijn sterke arbeidskrachten een niet te onderschatten concurrent geworden van het Westen. Het geheim van het succes van Japanse werkkrachten zit hem voor een groot stuk in hun spiritualiteit. Meer dan 100 Japanse bedrijven bieden meditatieprogramma's aan voor hun werknemers. Meditatie heeft een viervoudige functie nl. het ontwikkelen van volledig potentieel, een betere gezondheid en vrijheid van stress, meer harmonieuze gedrag en meer voldoening van relaties, innerlijke vrede en spontane vrede naar buiten toe.

Toch bleven ook hier excessen niet uit: het fenomeen Karoshi, sterven door te veel te werken, neemt verontrustende vormen aan in Japan: ieder jaar sterven meer dan 10.000 Japanners door te hard te werken. Zonder de karoshi-slachtoffers was Japan niet tot één van de grootste economische wereldmachten uitgegroeid. Maar als het systeem niet wezenlijk verandert, zullen er altijd mensen aan ten prooi blijven vallen.

(Bronnen: www.omroep.nl (Site van de Nederlandse educatieve omroep)


  • Het hindoeïsme

In het hindoeïsme beargumenteert men de deugd van de arbeid vanuit de karmaleer.
De wijze waarop de ziel reïncarneert hangt af van het karma. Mensen die zich in dit leven niet goed gedragen hebben worden in een volgend leven bijvoorbeeld een hond of een invalide. Het uiteindelijke doel is bevrijding uit de eindeloze cyclus van dood en wedergeboorte. Er zijn vier wegen die tot deze bevrijding en verlossing kunnen leiden, nl (1) kennis, (2) door liefde, (3) door werk en (4) door psycho-fysieke oefeningen. De derde weg is die van de karma yoga, de weg van het werk. Het is de oudste heilsweg, die gekenmerkt wordt door werken en offers.

Hij, die het werk doet dat gedaan behoort te worden,
zonder de vruchten ervan te eisen,
is een sannyasi, is een yogi;
niet degene die het offervuur niet ontsteekt
en geen riten verricht.
(Bhagavad-Gita, VI:1)

(Bron: Godsdiensten in Nederland: Wat is hindoeïsme?)



  • Arbeid en islam

De islam kent een duidelijke normethiek omtrent zakelijke verhoudingen en transacties. Het verbod op woekerrente 'riba' is daar een voorbeeld van. islam kan daarmee een wezenlijke bijdrage leveren aan de discussies omtrent ethisch zakendoen.
Niet het vergaren van veel rijkdom moet het motief van arbeid vormen, maar het voorzien in het levensonderhoud. Vanzelfsprekend wordt binnen de islam het levensonderhoud gezien als een zegening en lotsbeschikking die van Allah komt. De persoonlijke individuele verantwoordelijkheid is net als de zorg voor de medemens verankerd in de fundamenten van de islam. Arbeid dient plaats te vinden binnen de kaders van de persoonlijke verantwoordelijkheid gecombineerd met een structurele aandacht voor sociale rechtvaardigheid. Armoedebestrijding is zo een centraal richtsnoer: eenieder heeft recht op een goed levensonderhoud.

(Volledige tekst: www.fnv.nl)



  • Een traditioneel Afrikaanse visie op arbeid

Enkele uitspraken over arbeid over en uit Afrika in vergelijking met het Westen:

"Economisch staat het Noorden heel ver en is het zeer ontwikkeld. Maar op sociaal en menselijk vlak is er nog veel werk. Op dat vlak heeft Afrika Europa veel te bieden." (Ndiakhate Fall, Senegal)

"In de informele sector bestaat een regel: wat men geeft, wordt ook weer teruggegeven, zij het niet altijd financieel of materieel. In de Afrikaanse traditie ben je niets als je alleen bent. Je moet alles samen doen." (Souleymann Sarr, Mali)

"Menselijk contact is iets wat wij zijn kwijtgespeeld in onze economie. Het is er niet meer, of het is verworden tot de valse glimlach van een verkoper. In Afrika is dat anders. Daar nemen ze nog hun tijd. Daar hebben kopen en verkopen een menselijke kwaliteit. Er zitten heel veel sociale elementen in hun economie." (Bod Docx)

(Uit: Een hefboom voor menswaardig werk in Mensen Onderweg (10) 2003, 1-8.)

Overzichtsschema




Christendom




Japan



Hindoeïsme




Islam





Afrika



Wat kan er samenvattend gezegd worden over de visie van godsdiensten op arbeid ?



4.2.Spiritualiteit op het werk


Arbeid en spiritualiteit gaan bij ons niet altijd even goed samen. Een voorbeeld uit de praktijk: moslims en arbeid. Welke problemen kan dit opleveren.

De Belgische samenleving is nog maar beperkt ingesteld op de moslims en hun wensen omtrent de beleving van hun godsdienst. Juist in arbeidssituaties botsen deze regelingen en gewoontes met de religieuze verplichtingen waaraan moslims graag ook hier zouden willen voldoen.

Het gebed, de salaat, is een van de vijf pijlers waarop de islam rust. Iedere moslim behoort vijfmaal daags te bidden. Voor werkenden valt het middaggebed onder werktijd, maar ook kunnen mensen met avondwerk het avondgebed op de werkplek willen verrichten. Moeilijk is het voor moslims die graag op de voorgeschreven tijd het gebed zouden willen verrichten maar voor wie niets geregeld is. Ook zijn werkgevers wel eens bang dat gebed een soort gelegitimeerd verzuim gaat worden. Doorgaans hoeft het echter niet meer dan vijf minuten in beslag te nemen.

Christenen en joden hebben door ons weekritme alle gelegenheid voor hun gang naar kerk en synagoge. De wens van moslims om de moskee te bezoeken bereikt de werkgever vaak niet eens.




Een aantal vragen




  1. Mogen moslims bijvoorbeeld vrijdag vrijaf nemen en zondag werken in plaats van omgekeerd?


  1. Mogen ze hun werk onderbreken om te bidden?


  1. Moeten werkgevers rekening houden met ieders geloofsovertuiging op het werk en is dit wel mogelijk?


  1. Hoort spiritualiteit wel thuis op het werk, of is het voor na de uren?


  1. Getuigt deze tekst ook niet deels over een religiositeit die in onze westerse geseculariseerde samenleving verleden tijd is ?

4.3.De christelijke sociale leer

Met de christelijke sociale leer bedoelen we het geheel van opvattingen en richtlijnen van de kerk inzake rechtvaardigheid en aandacht voor de zwaksten.


Er bestaat niet één boek met als titel "De christelijke sociale leer". Die leer moet afgeleid worden uit allerlei documenten die verwoorden of interpreteren van wat in de bijbel staat. Een belangrijke type documenten zijn encyclieken.

Weet je nog wat een encycliek is ?


Uit encyclieken kan veel afgeleid worden over de standpunten die de kerk inneemt.


We bespreken hier twee belangrijke encyclieken die handelen over arbeid :

Rerum Novarum (1891)

Paus Leo XIII doet hier een aantal radicale en vernieuwende uitspraken over de rechten van de arbeiders. Het was de eerste keer dat de kerk zo uitdrukkelijk de kant koos van de arme arbeider, tegen de bevriende rijke industriëlen in.


De drie grote krachtlijnen zijn :


    • De staat moet de armen steunen

    • Arbeiders hebben recht op rust (bv minder uren werken)

    • Er moeten verenigingen komen om de rechten van de arbeiders te verdedigen

Rerum Novarum was een van de meest ingrijpende encyclieken ooit.



-> De film Daens geeft duidelijk weer wat de werkomstandigheden van toen waren.

Priester Daens baseert zich onder andere op Rerum Novarum.

Laborem Exercens (1981)
In deze encycliek doet paus Johannes Paulus II een aantal duidelijke uitspraken over de verhouding mens en arbeid.

De arbeid is er in de eerste plaats voor de mens en niet de mens voor de arbeid.

Arbeid is en blijft een middel om zelfstandigheid te verwerven en kan nooit het doel op zich worden.


Als persoon is de mens subject van de arbeid

Dus geen object, geen ding. Een mens is geen verlengstuk van een machine en moet als dusdanig ook niet behandeld worden.


Het doel van de arbeid blijft de mens zelf

Arbeid is goed als de mens er beter van wordt. Dat komt op de allereerste plaats.


Modern times is een film uit 1936 waarin Chaplin de draak steekt met de dolgedraaide maatschappij en het moderne productieproces, meer bepaald het bandwerk.

Het is een historisch monument zonder weerga van de nasleep van de Grote Depressie waarin industriële automatisering samenviel met gigantische werkloosheid en massale menselijke ellende. Het grote genie Chaplin, die een kansarme jeugd gekend had, hield zich immers zeer sterk bezig met de sociale en economische problemen van zijn tijd: "Unemployment is the vital question... Machinery should benefit mankind. It should not spell tragedy and throw it out of work".

- Welk verband zie je tussen bovenstaande afbeelding en Laborem Exercens.


5.De relatie werkgever-werknemer

5.1.Tweemaal werk en toch anders



Peter en Dries spelen in dezelfde voetbalploeg. Daarnaast werken ze ook allebei, al doen ze niet hetzelfde werk. Ze werken allebei om geld te verdienen en hun gezin te onderhouden; sociale contacten vinden ze belangrijk en het werk helpt hen om wat structuur in hun tijdsbeleving te brengen. En toch beleven ze hun arbeid totaal anders.
Peter werkt in een kleine garage samen met nog twee andere mecaniciens en de eigenaar. Iedereen kent iedereen dus, maar ze kennen ook hun klanten. Als Peter de grijze Audi A8 onder handen neemt, dan is dat niet zomaar een auto maar de auto van mijnheer Janssens. Hij weet dat mijnheer Janssens erg gesteld is op netheid en na de smeerbeurt poetst hij zelf de deurklink nog eens op. De rode golf van Piet Martens- “het is Piet, niet mijnheer”- wordt binnen twee jaar vervangen. Daarom werkt Peter zoveel mogelijk met tweedehandse wisselstukken om de auto te herstellen. Achter elke auto steekt een concrete mens met een eigen leven.

Wanneer twee maanden later mijnheer Janssens of Martens klachten hebben over de herstelling, dan weet de baas of Peter nog precies wat ze aan die auto gedaan hebben.

Die baas werkt trouwens ook mee en hij staat op stiptheid en netheid, een kwartier te laat komen is een half uur overwerken, zo zijn ze overeengekomen en na gebruik moet al het werkgerei op de juiste plaats teruggelegd worden.

Toch is de baas op de eerste plaats een mens. Wanneer de moeder van Peter gestorven was, is hij haar thuis een laatste groet komen brengen.

Peter mag tegen een kleine vergoeding de zaterdagvoormiddag in de garage zijn eigen auto onderhouden. En als Peter de woensdagavond naar de voetbaltraining moet, mag hij een uur vroeger stoppen en dat uur op een andere avond inhalen.
Dries werkt in een groot bedrijf waar ze metalen onderdelen van autozetels maken. Soms herkent hij wel enkele onderdelen, “dat is voor de bestuurszetel van de nieuwe Renault Mégane en dat stuk is een zetel voor de bijzitter in een Peugeot 406” maar vaak weet hij niet of hij voor Volvo of voor volkswagen bezig is.

Dagelijks verlaten er duizenden onaangeklede zetels het bedrijf en die worden naar een fabriek gevoerd waar ze een bekleding in stof, kunstleer of echt leer krijgen. Welke zetels Dries gemonteerd heeft of welke door zijn collega’s gemonteerd zijn, weet hij na de aankleding helemaal niet meer. Soms vraag hij zich wel eens af wie al die auto’s met die zetels koopt. Niemand kan er hem antwoord geven, enkel: dat is voor de markt, die zijn allemaal voor Amerika…” Dries werkt voor de naamloze en gezichtsloze “ze”.

Van zijn bazen kan Dries niets goeds vertellen, maar ook niets slechts; hij kent ze gewoon niet. Hoe zou hij ze kennen, zijn bedrijf is vorig jaar verkocht aan een ander bedrijf en het enige wat Dries erover gehoord heeft, is dat de vroegere directeur werd weggekocht door een margarine- en mayonaisebedrijf en dat zijn nieuwe baas van een waspoederbedrijf komt. Een onderdirecteur, twee bedienden en tien werknemers werden afgedankt en de rest moet sindsdien wat sneller werken, zij het dan wel met de hulp van robots en computers.

Als de afdelingschef met een vreemde man door het bedrijf loopt, durft Dries haast niet opkijken. Misschien is die vreemde man een vertegenwoordiger die een nieuwe machine wil verkopen, maar het kan evengoed één van zijn bazen zijn.

Toch doet Dries zijn werk graag omdat het niet al te stresserend is, omdat hij voort de volgende vijf jaar werkzekerheid heeft en omdat het goed betaalt.
Vragen


  1. Leg kort uit wat het verschil is tussen het bedrijf van Peter en het bedrijf van Dries.


  1. Wat zijn de voordelen en nadelen van werken in een klein bedrijf?



Voordelen :

Nadelen :




  1. Wat zijn de voor- en nadelen van werken in een groot bedrijf ?



Voordelen :

Nadelen :




  1. Welk bedrijf verkies jij, weeg de voordelen en nadelen af.


5.2.Vakbonden

In het verhaal van Dries worden bazen als pionnen op een schaakbord verplaatst. Hetzelfde kan met werknemers gebeuren. Om de rechten van de werknemers te verdedigen zijn er vakbonden. Ook op het internet vind je de vakbonden.



Taak: Noteer de antwoorden op de onderstaande vragen op een takenblad. Vergeet niet je naam, klas en nummer te vermelden. De vragen overschrijven is niet nodig.
Ga eens kijken op www.abvv.be.

  1. Wat doet het ABVV?

  2. Waarvoor staan de letters ABVV?

  3. Welk principe huldigt deze vakbond volgens hun slogan?

  4. Het ABVV “staat altijd in de frontlijn” voor een “rechtvaardige en solidaire strijd”. Hoe vult het ABVV dit concreet in?

  5. Met welke kleur komt deze vakbond naar voor?

Ga ook eens kijken op www.acv-csc.be



  1. De vakbonden zijn onderverdeeld in vakcentrales, welke centrales zijn er bij het ACV?

  2. Het ACV werkt samen met andere organisaties in het ACW. Waarom doen ze dat?

  3. Waarvoor staan de letters ACV?

  4. Met welke kleur komt deze vakbond naar voor?

Ga voor de volgende vragen eens kijken op www.aclvb.be



  1. Waarvoor staan de letters ACLVB?

  2. Wat bepalen de collectieve arbeidsovereenkomsten (of CAO's?)

  3. Wat en wie verdedigt deze vakbond in de ondernemingen?

  4. Wat is de kleur van deze vakbond?

Nog enkele vragen over de drie vakbonden:



  1. Wie is volgens de websites de grootste vakbond?

  2. Welke website vond je de aantrekkelijkste?

  3. Zou jij bij een vakbond aansluiten?

  4. Bij welke vakbond zou jij je aansluiten? Waarom?


6.Werkloosheid: niet kunnen of niet willen?

6.1.Een aantal cijfers en uitspraken

In november 2004 waren 233.575 Vlamingen werkzoekend. Dit is tegenover november 2003 een stijging met 11,1%. Algemeen komt dit neer op 7% van de mannelijke bevolking en 10,51% van de vrouwen.


Conclusie :

Getuigen werklozen van slechte wil, zijn ze lui, te kieskeurig,...? Heeft een bedrijf dat mensen ontslaat de opdracht en de plicht deze mensen te herscholen en zo voor te bereiden op een nieuwe plaats op de arbeidsmarkt? Of is dit de taak van de samenleving en dus van de overheid? Hebben mensen zonder werk het recht om jobs te weigeren?

Een aantal stellingen. Formuleer eerst je eigen mening. Nadien volgt er een groepsdiscussie.


  1. "Als je werkloos bent, is dat je eigen schuld."


  1. "Als je wilt werken, kan je werken."



  1. "Het land geeft veel te veel geld aan mensen die niet werken."



  1. "Zwarten en migranten werken niet."



  1. "Een fabriek sluiten, moet door de wet verboden worden."



  1. "Iemand die geen werk heeft, mag geen job weigeren."

6.2.Arbeidsmarktparadox en werkloosheidsval

Acht op honderd mensen zijn werkloos. En toch staan heel wat vacatures open. Die schijnbare contradictie tussen enerzijds een groot aantal werklozen en anderzijds een tekort aan arbeidskrachten wordt ook wel de 'arbeidsmarktparadox' genoemd. Hoe komt het dat werklozen niet ingaan op de vacatures die bedrijven uitschrijven? Heel wat werkzoekenden voldoen niet aan de vereisten omwille van hun studies, hun geslacht, hun leeftijd of hun afkomst. Maar er zijn nog andere factoren: soms ligt het loon niet zoveel hoger dan de werkloosheidsuitkering, terwijl uit werken gaan heel wat extra kosten met zich mee kan brengen. De afstand naar het werk, de kosten van de kinderopvang, enzovoort kunnen een hinderpaal zijn, zodat gaan werken nauwelijks meer opbrengt dan thuis te blijven (= werkloosheidsval).



Vragen




  1. Wat is de arbeidsmarktparadox ?




  1. Waarom blijven heel wat vacatures open staan ?




  1. Wat is de werkloosheidsval ?

4. Betekent werkloosheid enkel verminderde financiële inkomsten ?








De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina