Thema n3 Wat kan ik? Stijlen en vaardigheden



Dovnload 144.34 Kb.
Datum27.08.2016
Grootte144.34 Kb.
Thema 3.n3 Wat kan ik? Stijlen en vaardigheden
Kunnen heeft te maken met twee kwaliteiten:

  1. Je vaardigheden

  2. je stijl van leren, werken en communiceren (overleggen)

Die stijlen horen voor een deel bij jouw persoonlijkheid, bij wie je bent. Voor dat deel zijn ze moeilijk te veranderen, Je bent wie je bent!

Maar voor een belangrijk deel horen ze bij wat je kunt! Dat kun je wel veranderen.
Voorbeeld. Als je een chaotische werkstijl hebt, hoort dat vaak voor een deel bij hoe je in elkaar zit. Maar voor een groot deel is het ook een manier van werken die je jezelf hebt aangeleerd.

Die stijl van werken kan soms knap lastig zijn; voor jezelf en voor anderen. Het kan je behoorlijk hinderen in het snel en goed klaar krijgen van een taak. Het kan ook anderen in een team erg irriteren. Dan is het dus nodig om die stijl te veranderen. Daardoor kun je jezelf verbeteren en:



  • Presteer je beter op school en in je werk

  • Leer je efficiënter, gemakkelijker en beter

  • Functioneer je beter in een team

  • Heb je meer succesvoller in je werk.


Opdracht 1. Competenties
A. Welke competenties en vaardigheden heb ik?

Werk je het liefst met mensen? Of bewerkt je liever gegevens? Of werk je liever met technische toepassingen (apparaten)?



Zet in tabel I een kruisje voor de competentie, waarvan je denkt dat die bij je past.

I Beroepsvaardigheden




Werken met mensen




Gegevens bewerken




Werken met technische toepassingen




Contact leggen




Verzamelen




Bedienen




Informeren




Registreren




Besturen




Inschatten




Coderen




Bewerken




Begeleiden




Vergelijken




Maken




Helpen




Samenvatten




Monteren




Verzorgen




Berekenen




Repareren




Instrueren




Onderzoeken




Tekenen




Overtuigen




Analyseren




Ontwerpen




Motiveren




Beoordelen




Construeren




Onderhandelen




Interpreteren




Vormgeven




Leiden




Rapporteren








Zet in tabel II. III en IV een kruisje voor de competentie die bij je past.

II Motivatie en instelling




Studiezin




Engagement




Werklust




Solidair met zwakken




Ontvankelijk voor kritiek




Opportunistisch




Taakgericht




Egocentrisch




Mensgericht




Uit op nieuwe prikkels




Klachtgericht




Op zeker spelen




Gericht op leiderschap




Willen winnen




Nieuwsgierig









III Karakter




Stressbestendig




Zorgvuldig




Initiatief




Assertief




Besluitvaardig




Intuïtief




Durf




Hartelijk




Geduldig




Integer




Flexibel




Op de buitenwereld gericht




Aanpassingsvermogen




Naar binnen gekeerd




Genieter




Emotioneel




Denker




Afhankelijk




Doener




Zelfredzaam




Agressief




Autonoom




Passief




Humor




Dominant




Spontaan










Rationeel




Nauwkeurig










Incasseringsvermogen




Realiteitszin







IV Persoonlijke aanleg




Sociale intelligentie




Taalbegaafdheid




Geheugen




Exacte begaafdheid




Motoriek en lichaamsbeheersing




Ruimtelijk inzicht




Praktische intelligentie




Rekenbegaafdheid




Zelfinzicht




Artistieke begaafdheid




Energie




Analytisch inzicht




Organisatievermogen




Creativiteit




Filosofische begaafdheid




Uitstraling


b. Overzicht competenties

Schrijf in onderstaande tabel de competenties die bij jou passen; haal ze uit de tabellen hierboven. Kijk goed uit, dat je de juiste tabelnaam kiest.




Competenties

Competenties die bij mij passen, zijn:

Beroepsvaardigheden

Werken met mensen






Gegevens bewerken






Werken met technische toepassingen





Motivatie en instelling






Karakter






Persoonlijke aanleg








Opdracht 2. Leerstijl

Jouw leerstijl.


De psycholoog Kolb heeft een theorie over leerstijlen ontwikkeld. Hij gaat er van uit dat we allemaal op een verschillende manier leren. Een leerstijl is de manier waarop iemand leert.

Voorbeeld. Je koopt een mountainbike. De fiets heeft allerlei nieuwe snufjes en dingen die je nog niet kent. Al sje al die nieuwigheden kent en benut kun je de fiets veel beter gebruiken. Bovendien heeft de fiets een andere versnellingssysteem dan je gewend bent.

Hoe begin jij deze nieuwe fiets te gebruiken?
Als je doener ben ga je meteen van start. Je experimenteert en probeert op goed geluk of met gezond verstand de fiets te gebruiken. Al doende leer je.
Als je een dromer bent, ben je veel terughoudender in het meteen gebruiken. Je vraagt een vriend die ook een dergelijke fiets heeft om de fiets te proberen. Je kijkt mee hoe hij fietst. Door te zien wat goed en fout gaat, leer je hoe de fiets werkt.
Als je een denker bent, lees je eerst het instructieboekje door. Je vergelijkt al lezende de nieuwe mogelijkheden met de kennis die je al hebt over je oude fiets. Op die manier leer je hoe de nieuwe fiets werkt.
Als je een beslisser bent, kies je een makkelijke fietsroute, die je gaat fietsen. Je probeert onder het fietsen hoe de versnelling werkt. Daarna kies je een wat moeilijkere tocht en tijdens deze rit kij je hoe de voorvering werkt.

Zo ga je op verschillende ritten alle zaken uit proberen.


Vul het werkblad Leerstijlen in en ontdek welke leerstijl je hebt.

Bij deze test vraag je je af bij elke vraag: wat is het meest kenmerkende voor mij? Je

rangschikt per vraag steeds vier uitspraken van 4 tot 1. De uitspraak die het meest

overeenkomt in leer- en werksituaties geef je 4 punten, de daarop volgende 3

punten, dan 2 punten en de uitspraak die het minst bij je past krijgt 1 punt.
Wat doe je als je een computer aanschaft?
Vraag 1 punten

A

Ik zoek naar verschillen met andere tekstverwerkingsapparaten.

4

B

Ik ga bij een kennis kijken hoe hij met een nieuwe PC werkt.

3

C

Ik vind een PC wel interessant, maar wacht nog even af.

1

d

Ik probeer de nieuwe PC eerst eens uit op mijn werk.

2

Vraag 2 punten



a

Ik koop die PC als anderen in mijn omgeving dat ook doen.

2

b

Ik verzamel informatie.

4

c

Ik zet de voor- en nadelen van die PC op een rijtje.

3

d

IK wacht nog even af.

1

Vraag 3 punten

A

Ik vraag naar ervaringen bij mijn collega’s.

3

B

Ik laat me de PC demonstreren.

2

C

Ik lees een boek over PC’s.

1

D

Ik test de mogelijkheden van die PC uit bij een kennis.

4

Vraag 4 punten



a

IK maak een afspraak met een deskundige om over PC’s te praten.

3

b

Ik neem een risico en stort me er gewoon in.

4

c

Ik schrijf me in voor een studiedag over dit soort PC’s.

1

d

Ik weet wat ik wil, maar ik heb er even geen tijd voor.

2

Vraag 5 punten

a

Ik volg de vakbladen om praktijkervaringen te verzamelen.

4

b

Ik wacht de resultaten van anderen eerst af.




c

Ik maak eerst een overzicht van de mogelijke toepassingen.




d

Ik maak eerst voor mezelf een lijstje met vragen.




Vraag 6 punten

a

Ik probeer eerst een overzicht te krijgen van wat er met deze PC mogelijk is.




b

Ik laat me voorlichten in de winkel.




c

Ik wacht concrete resultaten af.




d

Ik ga gewoon achter de PC zitten om er wat mee te spelen.




Vraag 7 punten

a

Ik koop een PC en stort me er gewoon in.




b

Ik luister naar enthousiaste PC- gebruikers.




c

Ik richt me op toekomstige ontwikkelingen.




d

Ik probeer uit hoe de PC werkt.




Vraag 8 punten

a

Ik laat een aanpak uitwerken door de leverancier.




b

Ik wacht af maar volg de ontwikkelingen op de voet.




c

Ik zoek uit hoe de PC kan worden aangepast bij mijn reeds bestaande apparatuur.




d

Ik test een PC uit aan de hand van enkele bestaande richtlijnen.




Vraag 9 punten



a

Ik wacht af tot er een gebruiksvriendelijker PC op de markt komt.




b

Ik vraag aan de collega’s hoe zij over de PC denken.




c

Ik verzamel de gegevens die over de PC beschikbaar zijn.




d

Ik probeer een introductieprogramma uit op de PC.




Verwerking test

Neem de punten per vraag over op een tabel. Vul de (rode) vlakken waar een X staat niet in. Tel per kolom de punten op van de zes genoteerde scores in de witte vlakken.



Vraag

Uitspraak a

Uitspraak b

Uitspraak c

Uitspraak d

1

X

3

X

2

2

2

X

3

X

3

3

2

1

4

4

3

X

1

X

5




X




X

6

X




X




7







X




8













9

X










Puntentotaal

a=

b=

c=

d=

Kolom a betekent:

concreet leren aan het opdoen van ervaringen.



Kolom b betekent:

reflectief leren door waar te nemen (observeren) en daar over na te denken.



Kolom c betekent:

abstract leren door ordenen en bedenken van begrippen.



Kolom d betekent:

actief leren door beslissen en experimenteren.

Zet de scores uit in een assenstelsel en verbind de vier punten waardoor je een soort vlieger krijgt. Bepaal zelf een schaalverdeling

concreet


doener


bezinner

reflectief

actief leren


beslisser denker
abstract
Leerstijl: bezinner/dromer/observator

Als je leert volgens deze leerstijl ben je gericht op concrete informatie. Een

bezinner/waarnemer heeft veel verbeeldingskracht. Je leert veel door te kijken naar

en na te denken over ge­beurtenissen in de praktijk en te luisteren naar ervarin­gen

van anderen. Je wilt je graag betrokken voelen bij het onder­werp waarover je leert en

dat gaat makkelijker als je ziet wat dit onderwerp in de praktijk betekent. In

brainstormsessies ben je op je best. Ideeën heb je zat. Je favoriete vraag is: “Wat

gebeurt er dan, en waarom?”
Advies:

Ga op zoek naar concrete voorbeelden zodat je je beter kunt voorstellen wat een onderwerp waarover je leert in de prak­tijk betekent. Maar besef wel dat een voorbeeld ook maar een stukje van de werkelijkheid laat zien.

Je hebt ook algemene theorieën en regels nodig om iets van de complexe realiteit te begrijpen. Samen­werken met een ‘denker’ of een ‘beslisser’ kan je helpen om je ook de theo­rie wat eigen te maken.
Optimale leeromgeving

- ruimte om ervaringen en gevoelens te uiten

- tijd om ervaringen te verwerken

- mogelijkheden om de groep te leren kennen en gedachten uit te wisselen

- veilige benadering

- visuele presentatie van de leerstof


Leerstijl: Denker

Als je leert volgens deze leerstijl houd je ervan je te verdiepen in informatie en theorieën. Logica, nauwkeurigheid en denken in heldere abstracte begrippen staan voorop. Je wilt graag weten wat de deskundigen erover denken. Bij een nieuw onderwerp wil je het liefst eerst zelf de gelegenheid krijgen je op het onderwerp te oriënteren door erover te lezen, dingen te bekijken en erover na te denken. Je bent minder geïnteresseerd in mensen, meer in abstracte concepten. Je werkt het

Je favoriete vraag is: “Wat is erover bekend?”


Advies:

Blijf niet steken in de theorie en verzoen je met de gedach­te dat van lang niet alle verschijnse­len een eenduidige oorzaak is aan te geven. Ook als je de theorie nog niet helemaal door hebt, is het goed te onderzoeken wat je er mee doen kunt. Ga oefenen en laat je daarbij leiden door een dosis gezond verstand. Het gaat niet alleen om weten en begrijpen, maar ook om het kunnen gebruiken.

Misschien helpt het je om eens samen te werken met een ‘beslisser’ of met een ‘beschouwer’.

Optimale leeromgeving

- duidelijke doelen en helder programma

- gelegenheid om naar achtergronden te vragen

- confrontatie met complexe vraagstukken

- orde en rust

- tijd om zelf met de stof bezig te zijn en deze in eigen kaders te plaatsen

Leerstijl: Beslisser

Als je leert volgens deze stijl wil je graag dat iemand jou de theorie en de regels leert en aangeeft hoe je die toe moet passen. Je hebt er plezier in binnen een duidelijke structuur concreet aan het werk te zijn. Je vindt het pret­tig om theoreti­sche begrippen en modellen als uitgangs­punt te hebben en daarmee te werken. Je zoekt direct naar praktische toepassingen van ideeën. Je focust je het liefst op een specifiek probleem en je belangstelling gaat meer uit naar dingen dan naar mensen. Je wordt graag geconfronteerd met problemen waar een juiste oplossing voor gezocht kan worden. Je werkwijze bij voorkeur is doelgericht en planmatig.

Je favoriete vraag is: “Hoe zit het in elkaar en wat kun je ermee doen?”


Advies:

Met deze stijl loop je het risico alleen ‘volgens het boek­je’ te werk te gaan.

De praktijk is vaak net iets anders en je hebt dan je eigen creativiteit en flexibiliteit

nodig om problemen in de praktijk op te lossen.

Ga op zoek naar concrete praktijksituaties en kijk eens hoever je daar komt met de

theorie en regels die je geleerd hebt en onderzoek wat je nog méér nodig hebt. Werk

eens samen met een ‘doener’ of een ‘beschouwer’.

Optimale leeromgeving

- duidelijke rode draad in de stof

- gelegenheid om zelf praktische conclusies te trekken

- duidelijke relatie tussen leerstof en de eigen praktijk

- technieken en aanwijzingen om problemen zelf op te lossen

- gelegenheid om met zelf bedachte oplossingen te experimenteren


Leerstijl: Doener


Als je leert volgens deze stijl, leer je door vallen en opstaan en door zelf te

ontdekken. Je past je gemakke­lijk aan veranderingen. Je houdt van afwis­seling en je

bent goed in onverwachte situaties. Je neemt geregeld risi­co's. Intuïtief kom je vaak

tot de juiste oplossing. Jouw kracht ligt in de uitvoering van plannen, experimenteren

en jezelf in nieuwe ervaringen storten. Een doener raakt graag betrokken bij een

proces en voert graag plannen uit. Je kunt je vrij snel aanpassen aan specifieke en

concrete situaties.Je voelt je op je gemak met mensen, soms ben je ongeduldig en

doordouwerig. Je favoriete vraag is: “Wat kunnen we hiervan maken?”


Advies:

Hoewel je intuïtief dikwijls de goede antwoorden weet te geven, wordt er wel van je verwacht dat je ook kunt uitleg­gen op grond waarvan je antwoord juist is. Neem tijdens het leren de tijd om achter de betekenis van de begrippen te komen en wees daarbij kritisch. Let daarbij op de verbanden tussen de begrippen en houd de verschil­len en overeenkom­sten goed in de gaten. Prent algemene regels goed in je hoofd, ook door ze veelvuldig te gebruiken. Misschien helpt het je om eens samen te werken met een ‘den­ker’ of een ‘beschouwer’.




Optimale leeromgeving

- uitdagende en spanningsvolle situaties, die om keuzes vragen

- veel afwisseling in werkvormen

- plaats voor humor, plezier en ontspanning

- feedback op eigen actie

- sfeer en contact zijn belangrijk



- vrijheid om snel te reageren


Reflectieopdracht

Beschrijf hieronder wat je van je eigen leerstijl vindt. Herken jij je in deze stijlen?


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2016
stuur bericht

    Hoofdpagina