Thema ‘stelen / geven’ (1) wat gebeurt er als je steelt?



Dovnload 59.49 Kb.
Datum02.10.2016
Grootte59.49 Kb.

de ‘Solid Kids’ club - © In de Praktijk Spoorwijk

Thema ‘stelen / geven’ (1) wat gebeurt er als je steelt?




Laten we ruilen!




Doel:

Zoveel mogelijk ruilen van kaartjes en het hoogste kaartje overhouden



Materiaal:

Kaartjes met verschillende geldbedragen daarop
Tandenstokerstokjes met twee verschillende lengtes



Activiteit:


Alle kinderen krijgen een kaartje met een geldbedrag daarop en twee stokjes van verschillende lengtes (kort en lang) De bedoeling van het spel is om de kaartjes te ruilen en na verloop van tijd met het hoogste kaartje over te blijven.
Uitwerking: een kind loopt naar een ander kind toe en legt zijn hand op zijn schouder. Dit betekent: ik wil ruilen. Allebei de kinderen zijn verplicht om elkaar hun kaartjes te laten zien. Nu zijn er twee mogelijkheden:

  1. Ze hebben allebei hetzelfde bedrag op hun kaartje staan, waardoor de ruil niet doorgaat.

  2. Een van de twee spelers heeft een hoger bedrag op zijn kaartje. Degene met het hoogste kaartje doet de twee stokjes in op zo’n manier in zijn hand dat ze even lang lijken. De ander moet nu een van de twee stokjes trekken. Trekt de andere speler het grootste stokje, dan zijn ze verplicht te ruilen. Trekt de andere speler het kortste stokje, dan gaat de ruil niet door. In beide gevallen gaan ze nu uit elkaar om met een ander te ruilen, voordat ze weer met elkaar terug mogen ruilen.



Beloning:


De kinderen met het hoogste kaartje krijgen een prijsje.


Groepjes maken




Doel:


Kinderen aan de hand van het eerste spel onderverdelen in groepjes van vijf en een leider toewijzen.

Materiaal:


Gegevenskaartjes

Activiteit:


De kinderen krijgen allemaal een nummer. Alle zelfde nummers vormen vanaf nu een groepje. Alle kinderen schrijven op een speciaal hiervoor gemaakte kaart hun belangrijke gegevens op; zoals naam, adres, telefoonnummer, verjaardag, etc.

Tevens mogen ze een naam voor hun groep verzinnen (mits niet aanstotend).




Mijn mooiste cadeau




Doel:

Het leren kennen van elkaar en elkaars naam



Activiteit:


In elk klein groepje moeten de kinderen om de beurt hun naam noemen en het mooiste cadeau wat zij ooit gegeven hebben. Hierop is de volgende aan de beurt. Deze noemt de namen van al zijn voorgangers en hun mooie cadeaus en dan zijn eigen naam en cadeau.

Uitleg van de regels en het puntensysteem op de club




Doel:

De kinderen laten weten wat de regels, maar ook de te winnen prijzen zijn en hen hierdoor motiveren om leuk mee te doen en hard te werken.



Materiaal:

Posters aan de muur, met op elke poster een regel



Activiteit:


Alle groepen gaan in een grote kring zitten. De leiding stelt de gekozen naam van de nieuwe groep en de namen van de kinderen in de groep voor. De hoofdleiding legt aan de hand van de posters de regels kort, maar krachtig uit. Bij het uitleggen wordt er gekeken naar het waarom van die regel, de gevolgen als die verbroken wordt en ook hoe er prijzen, zowel individueel en als groep gewonnen kunnen worden.


Steel die spekkies!




Doel:

Het leren van de namen van alle kinderen



Materiaal:

Een grote zak met spekkies



Activiteit:


Kinderen zitten in een grote kring. Ieder kind stelt zich nog even voor en krijgt dan drie spekkies voor zich. Daar mag hij niet aan komen. Een van de kinderen wordt gekozen als dief. De dief staat in het midden van de cirkel. Hij mag van iemand een spekje pakken en opeten, tenzij het kind de naam van een ander kind noemt. Dan moet de dief het spekje van die persoon pakken, tenzij dat kind weer op tijd de naam van een ander kind noemt, etc. Als de dief een spekje te pakken heeft gekregen, mag hij het opeten. En is degene, van wie het spekje is gepakt, aan de beurt als dief.

Beloning:


Elke succesvolle dief mag zijn gewonnen spekje opeten. Hiernaast krijgt hij en zijn groep, waarin hij zit een punt. Aan het eind van het spel mag iedereen zijn spekkies opeten.


‘Stelen / geven’ objectles




Doel:


De kinderen laten nadenken over de gevoelens van een ander, als jij bij die persoon iets steelt of juist aan die persoon iets geeft.

Materiaal:


Een gezicht dat zowel blij als verdrietig kan zijn (zie tekening)

Een groot stuk papier en een dikke vilstift

Twee glazen

Twee stickers met daarop de woorden ‘ik’ en ‘ander’




Activiteit:


Een medewerker schrijft op een groot stuk papier de woorden: stelen / geven. Hij neemt twee grote glazen. Op het ene glas is een sticker met het woord ‘ik’ en op de ander een sticker met het woord ‘ander’. Allebei de glazen zijn halfvol. Vraag: wat gebeurt er als ik het glas van de ander leeggiet in mijn glas. Dan is zijn glas leeg – hoe zou die ander zich voelen. Hij laat een verdrietig gezicht zien. Dit gebeurt er ook als je iets neemt wat van iemand anders is. Dan heb jij misschien wel meer, maar dan heeft die ander veel minder.
Maar het kan ook andersom. Je giet van jouw glas in het glas van de ander – laat een blij gezicht zien. Dat is geven. Als jij geeft, heb jij misschien minder voor jezelf, maar de ander heeft nu meer of evenveel. Als je steelt, ben jij blij, maar de ander is verdrietig. Als jij geeft, is de ander blij en weet je wat? Vaak word je vanzelf dan ook blij!
Hierna volgen de vragen aan de kinderen:

  • Wie heeft wel eens gestolen?

  • Wat heb je wel eens gestolen?

  • Waar heb je wel eens gestolen?


De val van Achan en… zijn familie (Jozua 6,7) – thema verhaal




Doel:


Laten zien dat de gevolgen van een verkeerde daad verder gaan dan alleen bij degene die deze daad gepleegd heeft. Anderen, zoals ouders, familie en vrienden kunnen er ook last van hebben,

Activiteit:


Het vertellen van dit verhaal uit de bijbel met als nadruk dat God ziet wat je stiekem doet. Maar ook dat uiteindelijk niet alleen Achan gestraft wordt, maar zijn hele familie. Des te kleurrijker dit verteld wordt, des te feller de kinderen zullen reageren met ‘oneerlijk’. Hierna is het makkelijk om de stap te maken naar diefstal / stelen in onze tijd en hoe ook daar anderen last van hebben. Bij Moslimkinderen kan even stil worden gestaan bij de familieeer die dan geschonden wordt. De kinderen kunnen aan de hand van dit verhaal gewaarschuwd worden voor wat er gebeurt als ze gepakt worden met het stelen.

Gesprekjes in kleine groepjes




Doel:

Met de kinderen door praten over stelen, geven en de gevolgen



Activiteit:


  • Is stelen verkeerd?

  • Kan je iets bedenken wanneer het niet slecht is om te stelen?

  • Wat denk je wat er met je gebeurt als je blijft stelen?

  • Wat is makkelijke; iets stelen of iets geven?

  • Hoe noem je iemand die heel veel geeft?

  • Zou jij zo iemand willen zijn?

  • Hoe word je zo iemand?


Eerlijk zullen we alles delen




Doel:

Les over delen



Materiaal:

Per groep een moorkop en een mes



Activiteit:


Elk team krijgt een moorkop en een mes. Elk team moet de moorkop zo eerlijk mogelijk onder de kinderen in de groep verdelen. Hierna komt de leiding jureren. De leiding kiest een winnend team, hierna mag iedereen zijn gedeelte van de moorkop opeten.


Beloning:


Zowel het team dat heeft gewonnen, als de kinderen in dat team, krijgen een punt.


Thema ‘stelen / geven’ (2) altijd iemand de pineut



Blijf van de munt af!




Doel:


Probeer met een mes een laag bloem weg te snijden zonder de munt te laten vallen

Materiaal per groep:


Een plastic bakje

Tarwebloem

Een munt

Een mes


Een bord

Activiteit:


Dit spel wordt door elk groepje apart gespeeld. De bloem gaat in het bakje met onder aan de munt. Het bakje wordt op de kop op een bord op tafel gezet. Nu staat er een toren van tarwebloem. Op deze toren ligt de munt. Nu gaat de groep om de beurt een laagje van de toren afsnijden. Op een gegeven moment valt de munt naar beneden. Degene die de toren het laatst heeft aangeraakt, moet de munt met zijn tanden uit de bloem halen en begint het spel weer opnieuw.


‘Altijd iemand de pineut’ -objectles




Doel:


Laten ervaren dat bij stelen altijd iemand de pineut is.

Activiteit:


Alle groepen vormen een grote cirkel. Een leider vraagt reacties op het spel en de eventuele ‘witte’ gezichten. Zelf stopt hij ook zijn gezicht in het bloem en praat zo verder. Hij vertelt dat de hele groep meedeed met het stelen van de bloem, maar dat hij uiteindelijk de pineut was. Vaak is dat ook met stelen. Als we iets stelen, doen we het soms alleen, maar vaak ook in de groep. Soms is het moeilijk om nee te zeggen tegen de groep. Als je toch meedoet, dan is er altijd iemand de pineut. Het is of degene bij wie je iets steelt – duw een andere leider met zijn neus in het bloem. Of het is iemand in de groep; misschien wel jij…

Commando pingelen




Doel:


Laten zien hoe makkelijk het is om met de groep of de leider mee te doen zelf al wil je dat niet

Activiteit:


De leider gaat in het midden van de cirkel staan. De kinderen moeten hem nadoen, maar alleen als hij het woordje ‘commando’ heeft gebruikt. Als hij bijvoorbeeld ‘commando staan’ zegt, moeten alle kinderen gaan staan. Als hij ‘zitten’ roept, moeten ze blijven staan, want er was geen commando voor. De kinderen die wel gaan zitten, zijn af. Dit gaat net zolang door totdat er nog een iemand over is. Hierna begint het spel weer overnieuw.
Het is wel belangrijk in dit spel dat er een andere leider is die meekijkt of het allemaal wel eerlijk gaat.

Beloning:


De winnaar van elk spel ontvangt een prijsje en krijgt een punt. De groep waarin hij / zij is, krijgt ook een punt.


Maria & Judas - thema verhaal




Doel:

De gevolgen laten zien van iemand die heel vrijgevig is en van iemand die steelt



Activiteit:

Vertel het verhaal van Maria die zo blij is dat Jezus haar broer heeft oplaten staan uit de dood. Zij doet hele dure parfum op de voeten van Jezus. Judas, een vriend van Jezus is daar ook bij. Hij vindt het zonde en zegt dit ook: ‘zonde van het geld’. Jezus is het niet met hem eens. Hij vindt het goed dat Maria zoveel geeft en zegt dat er voor altijd over haar gepraat zal worden.

Stel je voor dat jij iets goed doet en dat ze er over een maand nog over praten. Dat is lang. Stel dat ze er over een jaar nog over praten. Dat is heel lang! Stel dat ze er over tien jaar nog over praten. Dat is ontzettend lang. Stel dat ze er over tweeduizend jaar nog over praten. Dat is ontzettend super lang.

Over Judas praten we ook nog steeds. Alleen daar zeggen we geen goede dingen van. Hij was namelijk een dief die Jezus ook nog verraadde.



Gesprekjes in kleine groepjes



Doel:

De kinderen laten invoelen in de gevoelens van een slachtoffer



Activiteit:


  • Heeft iemand wel eens wat van jou gestolen?

  • Hoe voelde jij je toen?

  • Heb jij wel eens iets van iemand gestolen / gepakt?

  • Waarom?

  • Hoe denk je dat die ander zich voelde?


Geef het weg!




Doel:


Zo snel mogelijk alle ballen aan het andere team geven

Materiaal per groep:


Een lepel

Twee tennisballen

Een bak

Activiteit:


De groepen staan aan beide kanten van de ruimte. Als het spel begint, pakt een speler een van de twee tennisballen met de lepel uit de bak. Dit doet hij zonder de bal met zijn handen aan te raken. Hierna loopt hij zo snel mogelijk naar de kant van de tegenstander waar hij de bal in het bakje van de tegenstander doet. Dan rent hij terug. Hij geeft de lepel aan de volgende speler die precies hetzelfde doet. Een team heeft gewonnen op het moment dat de speler zijn bal in het bakje van zijn tegenstander doet en zijn eigen bakje leeg is.
Een speler moet helemaal opnieuw met de lepel een bal uit het bakje vissen als hij de bal met zijn handen aanraakt of de bal laat vallen.

Beloning:


Het team dat wint, krijgt een punt en alle kinderen in het team krijgen ook een punt.

Thema ‘stelen / geven’ (3) kies om het goede te doen




‘Maak een gevangenis’ - knutselopdracht




Doel:

Het opwarmen van de kinderen op de gast van vandaag



Materiaal:

Dozen

Plakband

Scharen


Activiteit:

Elke groep moet als groep van een grote doos een gevangenis maken



Beloning:


De gast van vandaag mag de beste gevangenis uitkiezen. Zowel de groep, als de kinderen in de groep krijgen een punt.


Interview met een ex-gedetineerde




Doel:


De kinderen te laten proeven wat het is om in de gevangenis te komen

Activiteit:


Een leider houdt een interview met een ex-gedetineerde die wegens diefstal gevangen heeft gezeten. Liefst iemand vanuit een kerk in de stad die nu christen geworden is. Goed contactpunt hiervoor is de organisatie ‘Victory Outreach’. De leider houdt eerst een kort interview met deze persoon. Hierna mogen de kinderen ook vragen stellen.

Zacheus – thema verhaal




Doel:


Laten zien dat mensen met behulp van Jezus kunnen veranderen van een dief naar een gever

Activiteit:


Vertel het verhaal van Zacheus met nadruk op zijn stelen en de verandering die plaatsvond, nadat Jezus bij hem thuis was geweest.


Bekerblazen


Doel:

De bekers zo hard mogelijk de kant van de tegenstanders op te blazen

Materiaal:

Dun touw (acht meter)
Plastic bekers
Lijm



Activiteit:

Twee bekers worden aan elkaar gelijmd. Met een schaar wordt er een gat door de bodem van de bekers geprikt. Het touw wordt door de bekers gehaald. Een speler van elk team houdt het uiteinde van het touw vast en strak. Als het spel begint, gaan de beide teams blazen en proberen zo de bekers richting de andere kant te blazen. Zodra een beker de hand van degene die het touw vasthoudt raakt, is het spel over.



Beloning:

Zowel het team, als de kinderen in het team krijgen een punt


Gesprekjes in kleine groepjes




Doel:

Verwerken van de verhalen die we vandaag gehoord hebben



Activiteit:


  • Vandaag heb je twee verhalen gehoord over mensen die vroeger veel steelden, maar nu helemaal veranderd zijn. Op welke manier zijn ze veranderd?

  • Zacheus werd anders omdat Jezus bij hem thuis kwam – waarom was dat zo speciaal voor hem?

  • Denk je dat Jezus mensen nog steeds kan veranderen?

  • Hoe doet Jezus dat?

Reuze ganzenbord




Doel:


Als groep zo snel mogelijk de ‘gevangenis’ uitkomen

Materiaal:


Verschillende kleuren plakband

Grote dobbelsteen van schuimrubber



Activiteit:


Op de vloer van de ruimte worden met plakband 20 vierkanten met nummers van 1 t/m 20 geplakt. De groepen zijn allemaal in een gevangenis en moeten zo snel mogelijk ontsnappen. Om de beurt mogen ze als groep met de dobbelsteen gooien. De groep die het eerst langs alle 20 vierkanten is gekomen, heeft gewonnen. Om het spel spannend te maken, zijn er een aantal vierkanten met een andere kleur plakband. Sommigen betekenen ‘een beurt overslaan’ of ‘ga twee punten terug’ of ‘begin opnieuw’. Je kunt aan sommige vierkanten ook een groepsopdracht toevoegen, die ze eerst moeten oplossen of uitvoeren, willen ze verder gaan.

Beloning:


Zowel de winnende groep, als de kinderen in de groep krijgen een punt.

Thema ‘stelen / geven’ (4) ben jij vrijgevig of gierig?




Kringgesprek ‘loterij’




Doel:

Nadenken over eerlijk zijn en besteding van geld



Activiteit:


Als je 100 duizend gulden zou vinden, wat zou je daarmee doen?

  • Zou je op zoek gaan naar degene die het verloren heeft?

  • Hoeveel zou je zelf houden?

  • Als je alles zelf houdt, wat zou je daarvan kopen?

  • Hoeveel zou je sparen?

  • Hoe zou je weggeven en aan wie?


Spulletjesjacht




Doel:


Speelse vorm om bezig te zijn met geven

Activiteit:


Alle groepjes zitten in een hoek van de ruimte. De spelleider staat in het midden en vraagt telkens om een bepaald voorwerp, zoals een sok, een ring, geld, etc. De groep die dit voorwerp het eerste geeft, heeft gewonnen.

Beloning:


De groep die het meest gewonnen heeft, krijgt een punt. Alle leden van deze groep krijgen ook een punt.


Goal!




Doel:


Als team zoveel mogelijk guldens in de goal rollen

Materiaal:


Een gladde vloer

Een klein goal

Een stapel guldens

Activiteit:


Op de vloer wordt een lijn met plakband geplaatst met op een paar meter afstand een klein goal. Binnen de teams krijgt elk kind een gulden. Om de beurt mogen ze proberen om vanaf de lijn de gulden in de goal te rollen. Dit spel kan je een aantal rondes spelen.

Beloning:


Het team met de meeste goals krijgt een punt. Alle kinderen in de winnende groep krijgen een punt.


‘Rijkste zwerver ter wereld’ - spiegelverhaal




Doel:

Kinderen laten nadenken over geld en vrienden



Activiteit:


Er was eens een hele rijke man – miljonair. Op een dag vraagt een journalist: “Wanneer stopt u met geld verdienen?” Het antwoord van die man is: “Als ik genoeg geld heb.” De journalist vraagt hem: “Hoeveel is genoeg?” “Nog een klein beetje meer!” Als die man later oud is, verkoopt hij al zijn fabrieken, auto’s, huizen en stort al dit geld op een bankrekening en gaat als een zwerver leven.
Hij vindt het zonde om geld uit te geven. Op een dag vinden ze doodgevroren op een bankje in een park met in zijn jas honderdduizend dollar ingenaaid en een bankrekening van vele tientallen miljoenen dollars.

Gesprekjes in kleine groepjes




Doel:


De kinderen laten nadenken over gierig zijn en de invloed die dit op jou en je vrienden heeft.

Activiteit:


  • Wat vind je van die man?

  • Waarom was hij zo?

  • Wat voor vrienden had hij, denk je?

  • Hoe had die man het beter kunnen doen?


‘Van rups naar vlinder’ - objectles




Doel:


Laten zien dat net zoals een rups in een vlinder verandert een mens kan veranderen van iemand die heel gierig is, naar iemand die vrijgevig is.

Materiaal:


Rupsencocons / rupsen (echt / nep)

Vlinders (echt / nep)



Activiteit:


Je laat een voorbeeld van een rups of een cocon zien en vraagt de kinderen wat dit is. Een rups of een cocon ziet er niet echt aantrekkelijk uit. Zo is het ook met mensen die heel zuinig / gierig zijn. Ze kijken vaak zuur en zijn niet vrijgevig. Maar net zoals een rups kan veranderen in een vlinder, zo kan iemand die gierig is, veranderen in een vrijgevig iemand. Maar hoe? Een rups gaat in een cocon en wordt van binnen veranderd. Ook mensen kunnen van binnen veranderen. Vaak gebeurt dit wanneer zij ontdekken hoeveel God hen gegeven heeft – voorbeelden van Gods vrijgevigheid, waardoor ook zij veranderen.

Kruipende rupsen




Doel:

Als groep zo snel mogelijk van rups naar vlinder overgaan



Materiaal:

Lakens



Activiteit:


Elke groep krijgt een laken. Elke groep wordt gesplitst. De helft staat aan de ene kant van de ruimte en de rest aan de andere kant. Als het spel start, laat de eerste persoon zich vallen en wordt door het team in het laken gewikkeld. Nu moet hij / zij als een rups naar de overkant kruipen. Daar mag het team haar ontrollen en wordt een ander teamlid als rups ingerold. Het team dat het snelst alle teamleden van rups naar vlinder heeft veranderd, is de winnaar.

Beloning:


Het winnende team en de leden van dat team krijgen een punt.

Thema ‘stelen / geven’ (5) op bezoek bij de supermarkt




Op bezoek bij de plaatselijke supermarkt.




Doel:


Kinderen laten kennismaken met diefstal in een supermarkt – de plek waar veel kinderen het makkelijkst iets stelen. Hen laten zien wat de supermarkt doet om diefstal te voorkomen en laten zien wat er gebeurt als iemand ‘gepakt’ wordt.

Activiteit:

Twee weken van tevoren neem je contact op met de bedrijfsmanager van een plaatselijke supermarkt en geef je uitgebreid informatie over de bedoeling van de club. Je vraagt of je als club een rondleiding en een toelichting mag hebben over:
- waarom het niet goed is om te stelen uit een supermarkt?
- hoe ze er achter komen dat iemand aan het stelen is of gestolen heeft?
- wat er met die persoon gebeurt?

In Spoorwijk hebben wij contact opgenomen met de manager van de A&P in de wijk, waar veel gestolen wordt. Deze manager had een dergelijk verzoek nog niet eerder gekregen, maar stond er heel positief tegenover. De volgende week vertrokken we naar de A&P. Hier werd de groep in tweeën gedeeld. De ene groep kreeg een rondleiding van de manager en de andere groep kreeg een praatje van zijn assistente in het kantoor. De manager nam ons naar het kamertje waar alle beeldschermen van de camera’s staan en liet ons precies zien hoe ze werken, wat er gebeurt als iemand gestolen had en gaf ons uitgebreid informatie. De andere groep kreeg een verhaal over hoe de caissières ook gecontroleerd kunnen worden en ook hier mochten de kinderen uitgebreid vragen stellen. Na twintig minuten wisselden de kinderen van groep. Na afloop nam de bedrijfsmanager hen allemaal mee naar de bedrijfskantine, waar ze limonade en een chocoladeletter kregen. Vanaf dat moment was de middag wat de kinderen betrof geslaagd. Alle kinderen kregen na afloop ook nog een nepdiefstalverklaring, die een echte dief wel krijgt als hij in de winkel heeft gestolen.


De hele middag kostte ons niets. De kinderen hebben veel geleerd over hoe alles werkt rondom diefstal in de winkel en zullen niet snel meer stelen bij deze A&P. Tegen de assistente hadden ze al wel verklaard dat ze toch niet steelden bij A&P, maar bij de Turkse supermarkt in de wijk. Al hoewel, een van de jongens in de groep wandelde rechtstreeks naar het kamertje met de beeldschermen en verklaarde tegen de bedrijfsmanager dat dit de ruimte is waar je mee naar toe genomen wordt als je gestolen hebt. Op de vraag hoe hij dit wist, bleef het stil. Na afloop bekende hij ons eerder wegens diefstal gepakt te zijn.

Gesprekjes in kleine groepjes




Doel:

Verder nadenken over stelen



Activiteit:


  • Waarom zou je iets stelen?

  • Als je vrienden het doen, zou jij mee doen?

  • Waarom zou jij niet stelen?


Winkeldiefstal




Doel:


Ontdekken wat er gestolen is

Materiaal:


Vijftien verschillende voorwerpen

Activiteit:


Dit is een spel dat door twee groepen gespeeld kan worden. Er liggen vijftien voorwerpen op een tafel. Een groep is winkelbediendes en de andere groep zijn dieven. De winkelbediendes moeten de voorwerpen goed bekijken en moeten dan de ruimte verlaten. De andere groep zijn dieven en mogen een voorwerp wegpakken. Hierop komen de winkelbediendes weer binnen en die moeten zeggen welk voorwerp weg is. Lukt hen dit, dan is dit een punt voor de winkelbediendes. Lukt dit hen niet, dan is dit een punt voor de dieven. Hierop wisselen de groepen van rol. Nadat beide groepen allebei dief en winkelbediende zijn geweest, kan het spel moeilijker gemaakt worden door in plaats van een voorwerp twee of meerdere voorwerpen door de dieven te laten weghalen.

Beloning:


De winnende groep en de leden van die groep krijgen een punt.

Thema ‘stelen / geven’ (6) van geven word je rijk




‘Papier, schaar, steen’




Doel:


Met handgebaren slimmer dan de tegenstanders te zijn en daardoor te winnen

Activiteit:


Binnen een groep kiezen de kinderen kiezen om mee te spelen. Ze tellen tot drie, waarna ze hun hand uitsteken en daarmee een gebaar maken. Ze kunnen drie gebaren maken:

- steen; hand in een vuist

- papier; hand in een boog

- schaar: knip met twee vingers

Een steen wint van een schaar, want die maakt hij bot. Een schaar wint van papier, want dat kan hij doormidden knippen. Papier wint van een steen, want die hij omhullen.

Ze spelen drie keer met elkaar. De winnaar van een paar speelt tegen de winnaar van een ander paar. Uiteindelijk spelen de winnaars van elke groep tegen elkaar.



Beloning:


De uiteindelijke winnaar krijgt een prijsje en een punt. Zijn groep krijgt ook een punt.


Wie is rijker? - objectles




Doel:


Nadenken over de vraag’ wie is rijker – degene die het meeste heeft of degene die het meeste geeft?

Materiaal


Twee rijksdaalders

Tien guldens


Activiteit:


Je neemt twee rijksdaalders en tien losse guldens. Je vertelt dat er eens twee mensen waren. De ene had vijf gulden – je geeft iemand van de leiding de twee rijksdaalders en laat dat zien. De ander had tien guldens – je geeft iemand anders van de leiding de tien guldens en laat dit ook zien.
Op een dag hoorden zij van een erge ramp in een ver land, waar veel hulp voor nodig was. (lees een nieuwsbericht voor) Allebei de mensen wilden graag geld geven. Degene met vijf gulden gaf een rijksdaalder. Degene met tien guldens gaf een gulden. Vraag: wie van de twee is rijker?
Laat de groep deze vraag beantwoorden:

‘Wie is er rijker? Degene die het meeste geld heeft of degene die het meeste geld kan weggeven?’




Knutselen een doosje




Doel:


Binnen vijf minuten een doosje ontwerpen

Materiaal:


Vellen karton

Scharen


Lijm

Activiteit:


Elke groep krijgt een vel karton en krijgt de opdracht om binnen vijf minuten hiervan een doosje te maken waar een chocolade bonbon inpast. De groep met het beste ontwerp voor een doosje heeft gewonnen.

Beloning:


Zowel de groep als de kinderen in de winnende groep krijgen een punt.

Het grootste cadeau – objectles




Doel:


Laten zien hoeveel God de mensen heeft gegeven door het sturen van zijn Zoon


Materiaal:


Een kruis van karton dat je in een doosje kan vouwen en plakken

Activiteit:


De leiding laat de kinderen zien wat de beste manier om een doosje te maken. Eerst knip je een kruis uit een vel karton (zie tekening). Zorg dat er genoeg plakranden op het kruis zitten. Als je nu het kruis gaat vouwen, vormt het een perfect doosje.



Hierna kan de leider de kinderen vragen waar ze aan denken als ze

een kruis zien. De leider kan hierop vertellen waar hij / zij aan moet

denken bij het zien van een kruis.

Weduwe met twee muntjes – thema verhaal




Doel:


Nadenken over de vraag wie het meeste geeft

Materiaal:


Twee stuivers

Briefjes geldpapier



Activiteit:


Vertel het verhaal van de mensen die in de tempel een Jeruzalem geld kwamen brengen. Rijke mensen brachten soms handen vol geld – laat het geldpapier zien. Op een dag is Jezus aan het kijken hoe alle mensen hun geld in de gleuf gooiden. Als mensen een hoop geld er in gooiden, kon je het geld goed horen rinkelen. Op een gegeven moment komt er mevrouw en die gooit twee stuivers in de gleuf. Dat lijkt niet veel. Je hoorde ook alleen maar ‘klink, klink’. Jezus zei dat zij het meest had gegeven. Zij gaf alles wat ze had. De rijke mensen gaven alleen wat ze over hadden en konden missen. Zij gaf alles wat ze had.


Knutselopdracht




Doel:


Een doosje maken om er een bonbon in te doen en aan iemand weg te geven

Materiaal:


Vellen karton

Lijm


Scharen

Viltstiften

Bonbons

Activiteit:


De kinderen maken een doosje. Ze versieren het, doen er een bonbon in en geven het na afloop van de club aan iemand die belangrijk voor hen is.


Gesprekjes in groepjes




Doel:


Verder nadenken over geven

Activiteit:


- Wat is het grootste / duurste wat je ooit gegeven hebt?

- Aan wie geef je?

- Wat geef je en waarom?

- Geef je veel of weinig?

- Wat zou er gebeuren als je iets moois aan iemand op school zou geven die gepest wordt of die jij niet zo goed kent?


Het chocolade feest!




Doel:


Zo snel mogelijk alle chocolade opeten

Materiaal voor elke groep:


Een grote plak chocolade

Een dobbelsteen

Een mes en vork

Een sjaal, handschoenen en een muts



Activiteit:


Elke groep krijgt een grote plak chocolade, een vork en mes, een sjaal, muts, handschoenen en een dobbelsteen. De bedoeling van dit spel is om als groep zo snel mogelijk de chocolade op te eten. Er zijn echter een aantal spelregels:

Binnen elke groep wordt er om de beurt met een dobbelsteen gegooid. Zodra iemand zes heeft gegooid, moet hij/zij de sjaal, muts en handschoenen aandoen. Pas als dit allemaal aan is, mag hij/zij met het mes een stukje van de chocolade afsnijden en met de vork opeten. Pas als er een stukje in zijn of haar mond is, mag zij het volgende stukje afsnijden en met de vork in haar mond doen.


Terwijl het ene teamlid dat zes heeft gegooid aan de slag gaat om chocolade te eten, gooien de andere teamleden gewoon verder met de dobbelsteen. Zodra iemand zes gooit, moet de persoon die bezig is met zich aan te kleden of met te eten onmiddellijk stoppen en de spullen aan het andere teamlid geven. Deze gaat zich eerst aankleden om verder te gaan met het eten. Ondertussen gooit het team weer gewoon verder met de dobbelsteen.
Het eerste team dat de hele chocoladereep stukje voor stukje heeft opgegeten, heeft gewonnen.

Beloning:


De groep die het eerste de chocolade reep heeft opgegeten, heeft gewonnen. Zowel de groep, als de kinderen in de groep krijgen een punt.






De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina