Themabijeenkomst Fietsberaad: Fietsers en fietsen in voetgangersgebieden



Dovnload 13.52 Kb.
Datum23.08.2016
Grootte13.52 Kb.
Themabijeenkomst Fietsberaad:

Fietsers en fietsen in voetgangersgebieden
Na een introductie van het onderwerp door Dirk Ligtermoet, belichtten Cobus van der Stel van de gemeente Arnhem en Rian Jans van de gemeente Nijmegen hoe in hun gemeenten wordt omgegaan met fietsers en fietsen in voetgangersgebieden.
Introductie

Aanleiding om regels aan fietsen in voetgangersgebieden te stellen, is vaak de hinder die fietsen veroorzaken voor voetgangers. In principe moet die hinder kunnen worden uitgedrukt in meetbare grootheden, zoals de verhouding tussen de (gevel)breedte van de winkelstraat en de aantallen voetgangers en fietsers. Richtcijfers of criteria bestaan daar echter nog niet voor. Bovendien zijn die aantallen per uur en per dag anders. Daarnaast is het de vraag in hoeverre regulering aanvaardbaar is voor fietsers en ‘dus’ voor fietsgebruik. Verwacht mag worden dat dit het geval is als aan drie voorwaarden wordt voldaan:



  1. Het aantal kortparkeerders moet beperkt zijn: weinig fietsers die boodschappen doen en veel fietsers die (langduriger) gaan winkelen. Vooral in kleinere steden, met centra die sterk gericht zijn op boodschappen doen, zal het verbieden van fietsen in winkelstraten nadelig zijn voor het fietsgebruik.

  2. Voor doorgaande fietsers moet de omrijfactor vanwege het afsluiten van winkelstraten die deel uitmaken van een fietsroute, minimaal zijn.

  3. Loopafstanden vanaf fietsparkeerplaatsen naar bestemmingen in het voetgangersgebied dienen kort te zijn. Dat kan door op verscheidene locaties rond het voetgangersgebied fietsparkeervoorzieningen te creëren. Uit onderzoek is gebleken dat loopafstanden tot 100 meter nog aanvaardbaar kunnen zijn, maar dat het zeker vanaf 200 meter moeilijk wordt.

Ten slotte kun je je afvragen of het hier eigenlijk wel om een verkeerskundig probleem gaat. Voor de weldenkende meerderheid geldt: als het niet druk is fiets je gewoon, als het wat drukker is neem je je fiets aan de hand mee, en als het erg druk is laat je hem achter aan de rand van het voetgangersgebied. En als de fietsende jeugd vervelend is in een voetgangersgebied, zullen ze dat ook wel blijven als je hen verbiedt er te fietsen.
Arnhem

In Arnhem betreft het voetgangersgebied het winkelgebied in het centrum, van 700 bij 400 meter, met daaromheen



een fietsring met tweerichtingsverkeer. Behalve drukke voetgangersstromen in de belangrijkere straten, zijn er ook kleinere, minder drukke steegjes en pleintjes. Het winkelgebied - ca. 450 winkels, inclusief de Bijenkorf – heeft een belangrijke regionale functie. Wekelijks komen er rond de 300.000 bezoekers, waarvan 60% uit de stad zelf en 40% van buiten. Begin jaren negentig is het centrum fors opgeknapt. Omdat de plannen met het fietsverkeer destijds onvoldoende waren uitgewerkt, verscheen er in 1996/’97 een Fietsparkeerplan. Aanleiding vormden de problemen die moesten worden aangepakt: er waren onvoldoende fietsparkeervoorzieningen in en rond het winkelgebied - en wat er wel stond was grotendeels van slechte kwaliteit - en de voetgangers ondervonden in het winkelgebied veel hinder van de rijdende fietsers. Vooral van de ondernemers kwam de vraag of het wel zo belangrijk was het de fietsers naar de zin te maken. Zij waren voornamelijk gespitst op de bezoekers uit de regio, die hoofdzakelijk met de auto komen. Het tegenargument was: hoe meer je ervoor zorgt dat Arnhemmers op de fiets naar de binnenstad komen, hoe meer plek je in de parkeergarages hebt om je regiobezoekers te ontvangen. Daarnaast waren de ondernemers ook gevoelig voor het argument dat er naast het kernwinkelgebied ook twee stadsdeelcentra zijn, die erg concurrerend kunnen zijn als je de binnenstad onaantrekkelijk voor fietsers maakt. Om een eenduidig en goed door de politie te handhaven regime te creëren, besloot Arnhem uiteindelijk het fietsen in het gehele kernwinkelgebied te verbieden, en wel met het ronde blauwe gebodsbord met twee witte wandelaars: G7. Dat betekent dat je er niet mag fietsen, maar wel je fiets aan de hand mag meevoeren en ergens neerzetten. Samen met belanghebbende ondernemers, bewoners en de Fietsersbond is vervolgens een fietsparkeermodel gekozen. Vanwege de kwaliteit van het voetgangersgebied wilde de gemeente niet simpelweg zoveel fietsparkeerplaatsen aanbieden als er vraag was, maar evenmin het fietsparkeren in de kern helemáál verbieden. Er werd gekozen om fietsers te verleiden hun fiets zoveel mogelijk aan de rand van het gebied te parkeren. Vóórdat de plannen werden gerealiseerd, parkeerde 40% ín het gebied en 60% aan de rand. Het streven was om van die 40% de helft naar de rand te verleiden. De uitvoering van de herinrichting kostte vijf jaar. In 1996 werden in het voetgangersgebied 716 (44%) geparkeerde fietsen geteld, aan de rand stonden er 904 (56%). In 2003 leverde een summiere, eenmalige telling 764 (32%) geparkeerde fietsen in het gebied op en 1660 (68%) aan de rand. Het aantal geparkeerde fietsen in het voetgangersgebied is door de maatregelen dus niet afgenomen, wel wordt aan de rand meer geparkeerd dan vroeger. Verder valt op dat er in de drukste winkelstraten nauwelijks wordt gefietst, maar in de nevensteegjes wel. Hoewel het fietsverbod dus niet helemaal werkt, krijgt de gemeente vrijwel geen klachten. De in overtreding zijnde fietsers lijken ‘defensief’ te rijden en voetgangers hebben daar kennelijk weinig last van.
Nijmegen

In 1990 presenteerde Nijmegen het Centrumplan 2000, waarin de keuze werd gemaakt de kern te ontwikkelen tot een regionaal centrum. Daarbij moest een evenwicht worden gevonden tussen de bereikbaarheid, veiligheid en leefbaarheid van de binnenstad. Uitgangspunt was een voetgangersgebied te realiseren, met daarin een kleiner kernwinkelgebied van 800 bij 700 meter. Gekozen werd voor de verleidingstactiek: door kwalitatief hoogstaande voorzieningen aan te bieden het juiste gedrag proberen uit te lokken. In 1993 volgde het uitwerkingsplan. Voor het voetgangersgebied werd het thema ‘modern en naturel’ gekozen. Dat wil zeggen: zoveel mogelijk obstakelvrije openbare ruimten en dus ook minder fietsparkeerplaatsen en minder geparkeerde fietsen buiten de rekken.

In 1995 stelde de raad de Fietsnota Binnenstad Nijmegen vast, met daarin het besluit de fietsers wél toe te laten tot het voetgangersgebied, maar niet tot het kernwinkelgebied. Die keuze hing samen met de keuze van het fietsparkeermodel. Net als in Arnhem werd zowel het volledig ‘vraagvolgende’ als het ‘Eindhovense model’ (alles aan de rand van het gebied) verworpen. Nijmegen koos voor een compromismodel, waarbij in het kernwinkelgebied een fiets- en fietsparkeerverbod geldt, terwijl in het voetgangersgebied daarbuiten ‘vraagvolgend’ voor fietsparkeervoorzieningen wordt gezorgd en het fietsverbod aldaar aan de venstertijden is gekoppeld. Ondanks de goede voornemens werd het dus toch een keuze voor verbieden en niet alleen voor verleiden. En toen kwam er in Nijmegen een nieuw college, met daarin GroenLinks dat het fietsen stimuleert en daarom tóch het kernwinkelgebied in wilde met de fiets. Ondanks de beleidsvoornemens in de Fietsnotamoest daaraan vorm worden gegeven. Met als resultaat dat het fietsparkeerverbod in het kernwinkelgebied niet werd opgeheven, maar het verbod om te fietsen voor een kleiner gedeelte ervan ging gelden. Nu onderscheidt Nijmegen dus drie verschillende zones: wel fietsen/wel parkeren, niet fietsen/niet parkeren en wel fietsen/niet parkeren. Het college vindt dat je die varianten op straat duidelijk moet maken, met markeringen. In de praktijk geeft dat irritatie tussen voetgangers en fietsers, en dus ontvangt de gemeente de nodige brieven. Ook zijn er zoneborden geplaatst om de fietsers de regels duidelijk te maken. Maar aangezien er ook al zoneborden staan om auto’s te weren en laden/lossen te reguleren, weet je als bezoeker nu nauwelijks meer waar je aan toe bent in de Nijmeegse binnenstad.
Discussie

De inleidingen gaven vooral aanleiding tot veel vragen. Zo bleken tal van deelnemers problemen te hebben met de handhaving van het gekozen beleid in voetgangersgebieden (effect, kosten, alternatieven aanbieden). Opmerkelijk vaak werd geconcludeerd dat je net zo goed niets kunt regelen, al is onbekend of dat (extra) juridische complicaties oplevert. Sommigen zouden wel over meer hard cijfermateriaal willen beschikken, anderen benadrukten dat de verschillen tussen de gemeenten ervoor zorgen dat de problemen overal net iets anders liggen. Ook voor dit onderwerp lijkt er werk aan de winkel voor het Fietsberaad.



KE

Fietsverkeer nr 7, oktober 2003, pag 28-29.



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina