Theorie deel uit hoofdstuk 3 1 t/m 3) 1 Zouten in water



Dovnload 54.69 Kb.
Datum30.09.2016
Grootte54.69 Kb.
Theorie deel uit hoofdstuk 3 (3.1 t/m 3.3)

1 Zouten in water
1 g = goed oplosbaar in water

m = matig oplosbaar in water

s = slecht oplosbaar in water

o = ontleedt geheel of gedeeltelijk in water

r = reageert met water
2 B en C
3 a

b

c

d

e Pb(CH3COO)2  Pb2+(aq) + 2 CH3COO-(aq)
4 a

b

c
5 a Kaliloog is een oplossing van kaliumhydroxide in water.

b Kaliloog kan bereid worden door kaliumhydroxide op te lossen in water en door kaliumoxide op te lossen in water.

c


6 a

b Er ontstaat bariumhydroxide.

c

d molmassa BaO = 153,3 g mol-1;

Uit 0,0652 mol BaO ontstaat 0,0652 mol Ba(OH)2.

molmassa Ba(OH)2 = 171,3 g mol-1; 0,0652 · 171,3 = 11,2 g Ba(OH)2
7 a Na+(aq), Cl-(aq), Ag+(aq), NO3-(aq) en H2O(l)

b Door de oplossingen bij elkaar te gieten, ontstaan er nieuwe ioncombinaties. Eén daarvan, Ag+(aq) en Cl-(aq), vormt een slecht oplosbaar zout. Er ontstaat dus een suspensie.

c
+8 a

b Wanneer er weinig water toegevoegd wordt, ontstaat er geen oplossing maar de vaste stof Ca(OH)2(s). Kalkwater is een oplossing van calciumhydroxide in water.

c

d Calciumhydroxide is, in tegenstelling tot calciumcarbonaat, matig oplosbaar in water. Bij langdurige blootstelling aan regenwater zal de nog niet uitgeharde mortel wegspoelen.

2 Neerslagreacties


9 a




I-

NO3-




Al3+

g

g




Pb2+

s

g


. Er ontstaat een gele neerslag van loodjodide.


b




NO3-

F-




Ag+

g

g




Cu2+

g

g

Er ontstaat geen neerslag.




c




SO32-

NO3-




Na+

g

g




Ca2+

s

g


. Er ontstaat een witte neerslag van calciumsulfiet.


d




OH-

SO42-




Ba2+

g

s




Zn2+

s

g


; . Er ontstaat een witte neerslag van bariumsulfaat én een witte neerslag van zinkhydroxide.

e Eerst reageert natriumoxide met water onder vorming van natronloog: . Vervolgens vormen de hydroxide-ionen een neerslag met de magnesiumionen.





OH-

Cl-

Na+

g

g

Mg2+

s

g





10 a




SO42-

S2-




Fe2+

g

s




K+

g

g



b Gehydrateerde Fe2+-ionen zijn lichtgroen. De overige ionen staan niet in tabel 65 vermeld. Je mag er dus vanuit gaan dat deze geen kleur aan de oplossing geven. De gevormde neerslag, ijzer(II)sulfide is zwart. Marloes en Karin zullen waarnemen dat uit een lichtgroene en een kleurloze oplossing een zwarte neerslag ontstaat.

c Het filtraat is groen. Dat kan alleen door de aanwezigheid van ijzer(II)ionen komen.

d Als de ijzer(II)ionen in overmaat aanwezig waren, bevinden ze zich nog in het filtraat. Toevoeging van nog wat druppels kaliumsulfideoplossing zal dan weer een zwarte neerslag geven. Wanneer de zwarte neerslag juist gevormd wordt na toevoeging van nog wat druppels ijzer(II)sulfaat, was de kaliumsulfideoplossing in overmaat aanwezig.
11 Allereerst moet er een oplossing gemaakt worden van het eventueel vervuilde kaliumbromide. Binas tabel 45A geeft twee positieve ionen die wel een neerslag geven met fluoride-ionen, maar niet met bromide-ionen: Mg2+ en Ca2+. Door aan de kaliumbromideoplossing een paar druppels magnesiumnitraatoplossing of calciumnitraatoplossing toe te voegen, zal er zich alleen een neerslag vormen wanneer er sprake is van een vervuiling met kaliumfluoride.
12 a Koper(II)fosfaat kan gemaakt worden door een oplossing van Cu(NO3)2 bij een oplossing van Na3PO4 te voegen. Wanneer de ontstane suspensie gefiltreerd wordt blijft het koper(II)fosfaat achter in het filter.





PO43-

NO3-

Na+

g

g

Cu2+

s

g


b Lood(II)sulfiet kan gemaakt worden door een oplossing van Pb(NO3)2 bij een oplossing van Na2SO3 te voegen. Wanneer de ontstane suspensie gefiltreerd wordt blijft het lood(II)sulfiet achter in het filter.





NO3-

SO32-

Pb2+

g

s

Na+

g

g


c Magnesiumfluoride kan gemaakt worden door een oplossing van Mg(NO3)2 bij een oplossing van NaF te voegen. Wanneer de ontstane suspensie gefiltreerd wordt blijft het magnesiumfluoride achter in het filter.





NO3-

F-

Mg2+

g

s

Na+

g

g


d IJzer(III)acetaat is een goed oplosbaar zout. Je kunt het dus niet maken door het neer te laten slaan, maar juist door de tegenionen neer te laten slaan en na filtratie het filtraat in te dampen. Een oplossing van bariumacetaat (in de juiste molverhouding) bij een oplossing van ijzer(III)sulfaat voegen, geeft een neerslag van bariumsulfaat. Na filtratie bevinden de ijzer(III)ionen en de acetaationen zich in het filtraat. Indampen van het filtraat levert vast ijzer(III)acetaat.





SO42-

CH3COO-

Fe3+

g

g

Ba2+

s

g


13 a Er is een zoutoplossing nodig die alleen een neerslagreactie veroorzaakt met de zilverionen, en de bariumionen ongemoeid laat. Binas tabel 45A geeft drie mogelijkheden: een chloride-, bromide-, of jodidezout. Als tegenion wordt uiteraard gekozen voor het natriumion. Aangezien het goedkoopste zout natriumchloride (keukenzout) is, ligt het voor de hand een oplossing van natriumchloride toe te voegen.





Cl-

Ba2+

g

Ag+

s

Na+

g


b Uit Binas tabel 45A blijkt dat lood(II)ionen met chloride-ionen een matig oplosbaar zout vormen. Dat zou betekenen dat, afhankelijk van de concentratie lood(II)ionen, een deel ervan zal neerslaan met de toegevoegde chloride-ionen. Met bromide-ionen vormt ook kwik(II) een matig oplosbaar zout en met jodide-ionen vormen alle vier de zware metaalionen een neerslag. Vooral de lood(II)ionen vormen dus een probleem.

c Ontleding door licht heet fotolyse.

d Bij het ontleden van een verbinding die uit twee atoomsoorten bestaat, ontstaan altijd de elementen. In dit geval ontstaan dus metallisch zilver en chloorgas:
14 a

b 347 kg = 347·103 gram.

Om dit neer te slaan zijn 3,654·103 mol aluminiumionen nodig. De formule van aluminiumchloride is AlCl3. Er is dus ook 3,654·103 mol aluminiumchloride nodig.



Er is 487 kg aluminiumchloride nodig om 347 kg fosfaationen neer te laten slaan.



c Lood(II)ionen zijn schadelijker voor het milieu dan fosfaationen. Zilverionen zijn ook schadelijk en bovendien veel te kostbaar.

d Alle nitraatzouten en (de meeste) ammoniumzouten zijn goed oplosbaar in water.
+15 a

b Door een oplossing van natriumsulfide bij een oplossing van kwik(II)chloride te voegen, ontstaat een neerslag van kwik(II)sulfide. De andere zouten zijn niet bruikbaar omdat ze slecht oplosbaar zijn in water.

c

d Metallisch kwik is glanzend donkergrijs. Het zal in kleine puntjes ontstaan op het schilderwerk. Deze zullen er zwart uitzien.

e Metallisch kwik is neutraal geladen. Chloride-ionen hebben een negatieve lading. Uit een neutraal deeltje en een geladen deeltje kan nooit een neutrale stof als kwik(II)chloride ontstaan. Kwik moet op een of ander manier nog elektronen kwijtraken om kwik(II)ionen te vormen.

3 Significante cijfers
16 a 3

b 3

c 1

d 4

e 5

f 1
17 a 16

b 1·101

c 1000

d 4·10-3

e 4,767·10-3

f 1,3·104

g 1,9·10-1

h 4,35·106
18 De gemiddelde temperatuur is Het antwoord mag gegeven worden in 5 significante cijfers omdat alle meetwaarden in 5 significante cijfers gegeven zijn en 6 een telwaarde is.
19 a Buretstand 1: 9,65 mL

Buretstand 2: 24,18 mL



b  mL



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina