Tijd: 19. 00-21. 00 Locatie: Burgerzaal Voorzitter



Dovnload 169.47 Kb.
Pagina1/3
Datum20.08.2016
Grootte169.47 Kb.
  1   2   3


VERSLAG VAN DE POLITIEKE MARKT,

GEHOUDEN OP 28 JUNI 2006

Agendapunt: a Linderveld.
Tijd: 19.00-21.00 Locatie: Burgerzaal
Voorzitter: mw. J. Lamberts-Grotenhuis

Griffier: J.E. Nijkamp
Aanwezig: T.R. Poppens (VVD), H.G. Jansen (CDA), mw. E.G. Grijsen (APB), W. de Jong (CU),
M.J. Ahne (D66), mw. K.J.J. Obdeijn (GL), J.P.H.M. Pierey (PvdA), A. Emens (ADB),
B. Oonk (SP), mw. I.R. Adema en B.J. Doornebos (wethouders) en insprekers mw. M. Fick (nms. de St. Werkgroep Industrieterrein Linderveld) en H. Hengeveld (nms. de DKW)
De voorzitter opent de vergadering en geeft een korte toelichting.

De Raad van State heeft het besluit van Gedeputeerde Staten van Overijssel tot goedkeuring van het bestemmingsplan Linderveld vernietigd en alsnog goedkeuring onthouden aan het bestemmingsplan.

Op de vraag ‘hoe verder te gaan met de ontwikkeling van Linderveld’ heeft het college een strategische notitie opgesteld met een aantal scenario’s. Ook het collegestandpunt is in de notitie geformuleerd.

In de notitie wordt een indicatie gegeven van wat de gevolgen zijn en zouden moeten zijn voor ruimte voor bedrijvigheid en woningbouwprogrammering. Tevens zijn de financiële consequenties van de scenario’s in beeld gebracht, welke mede bepalend zijn voor de beoordeling van de diverse scenario’s en daarmee voor de uiteindelijke keuze.


Wethouder Doornebos geeft een korte toelichting.

Deventer wil zich profileren als een economisch vitale en evenwichtige stad. Een stad die aanspreekt bij bedrijven, bewoners en bezoekers. De economische vitaliteit in de gemeente is echter relatief beperkt. Belangrijk is dat er gunstige omstandigheden worden gecreëerd bij vestigingsbeleid, ruimte, bereik-baarheid, ondernemersklimaat en arbeidsmarkt. De onderdelen dynamiek, vitaliteit en ontwikkeling gaan goed in Deventer. Vanwege de knellende banden waar Deventer van oorsprong altijd mee te maken heeft gehad, gaat het vestigingsbeleid echter al jarenlang moeizaam. Dit heeft geleid tot dwangplanologie. De gemeente is nu al geruime tijd bezig ruimte voor bedrijvigheid te organiseren. Dit is bijzonder noodzakelijk omdat we al een aantal jaren te weinig ruimte hebben, met de daarbij behorende negatieve effecten op de ontwikkeling van de werkgelegenheid. Op grond van de uitspraak van de Raad van State, hebben we opnieuw gekeken naar de nieuwste cijfers van het Centraal Planbureau en naar de cijfers die vorige week bekend zijn geworden over de bevolkingsontwikkeling. Alle toekomstige nieuwe ontwikkelingen heeft het college betrokken bij de notitie die nu voor u ligt. De notitie geeft aan dat er hard ruimte nodig is voor ondernemers die zich in Deventer willen vestigen of al in Deventer gevestigd zijn en willen uitbreiden.


Voor de uitspraak van de Raad van State was het college van plan ruimte te creëren door de herstruc-turering van het grote bedrijventerrein Bergweide, bedrijvenpark A1 en bedrijvenpark Linderveld. De Raad van State heeft het goedkeuringsbesluit van de provincie betreffende Linderveld echter afgekeurd op een juridisch punt. Het standpunt van het college is nu dat we met alle kracht en middelen die we hebben, ervoor moeten zorgen dat het bedrijventerrein A1 tot ontwikkeling wordt gebracht.

Eerst moet een reeks lange procedures doorlopen worden en vervolgens zijn er nieuwe wettelijke regelingen die verwerkt moeten worden. Kijkend naar de nieuwe prognoses ziet het college geen aanleid-ing meer het oorspronkelijke bedrijventerrein Linderveld dan zodanig te ontwikkelen en heeft het college besloten daar een nieuwe visie op te ontwikkelen, wat betekent dat daar in belangrijke mate woningbouw gaat komen.


Mochten de plannen over bedrijventerrein A1 weer niet door de Raad van State worden goedgekeurd, dan ontstaat er een doemscenario voor Deventer. Linderveld zal alsnog opnieuw geactiveerd moeten worden. In het kader van die bredere visieontwikkeling en om niet nog meer tijd te verliezen, zal binnenkort met de voorbereidende werkzaamheden en vooronderzoeken begonnen worden.
De voorzitter geeft het woord nu aan mevrouw Fick, inspreker namens de Werkgroep Ontwikkeling Linderveld.

  1. Mevrouw Fick is van mening dat het plan Linderveld niet alleen om juridische redenen is afgekeurd. Zij heeft contact opgenomen met de Raad van State en gevraagd hoe de werkwijze precies in elkaar steekt. De Raad van State werkt als volgt: zij behandelt bezwaren die zijn ingebracht door een appellant en zo gauw de Raad van State iets tegenkomt waarvan zij het beroep van appellant gegrond kunnen verklaren, houden ze op met het behandelen van de andere punten. Het is belangrijk voor het college en de raad te weten dat er meerdere bezwaren tegen Linderveld zijn ingebracht die niet door de Raad van State behandeld zijn, waarvan dus niet bekend is of ze gegrond of ongegrond zijn. Wij zouden het op prijs stellen als de raad het college vraagt onze lezing te checken, de raad over haar bevindingen te informeren en daarna ook de stichting. Verder geeft mevrouw Fick aan dat de rol van de Raad van State is te toetsen of de procedures zijn doorlopen en de wet- en regelgeving is gehanteerd. Het college gaf namelijk aan dat er alleen procedures zijn getoetst en geen inhoud.

  2. Toekomstige bestemming Linderveld. Mocht Linderveld inderdaad een andere bestemming kunnen krijgen, dan moet de watertoets doorlopen worden. De stichting doet een klemmend beroep op de raad eerst na te gaan wat er wel en niet mag op het terrein Linderveld.

  3. Als er gekeken gaat worden wat er wel en niet mag op het terrein Linderveld, adviseert de stichting om de habitatrichtlijn uit te voeren. De inventarisatie volgens flora- en faunaregelgeving is namelijk niet goed gegaan door de MKZ-crisis die in die tijd speelde. Een toets volgens de flora- en faunarichtlijn kan volgens de stappen in de procedure het college behoorlijk tegenwerken.

  4. Als men daadwerkelijk van plan is 2500 woningen te bouwen op het Linderveld, dan gaat de stichting proberen dat met alle mogelijke middelen tegen te houden. De stichting heeft zich ten doel gesteld Linderveld zo groen mogelijk te houden.

  5. Locatiekeuze. De stichting verzoekt het college het Oxerveld opnieuw bij de locatiekeuze te betrekken.

  6. De gevolgen van de demografische ontwikkeling. In de strategische nota Linderveld zijn vooral de ruimtelijke infrastructurele aspecten benaderd; er wordt niet gesproken over de sociale infrastructurele gevolgen en de demografische ontwikkeling. Wat betekent het als er in 2011 geen bevolkingsgroei meer is? Wat betekent het relatief grote gedeelte ouderen in die bevolking en zouden daar consequenties aan vastzitten voor de bestemming van het Linderveld? De raad wordt gevraagd aan het college op te dragen ook deze aspecten in het onderzoek te betrekken.

  7. Financiële randvoorwaarden. In het Linderveld is tot nu toe, exclusief alle onderzoeken, iets meer dan 2 miljoen euro aan gemeenschapsgeld geïnvesteerd. Wij willen de raad vragen om, voordat zij het college de opdracht geeft, te onderzoeken wat de kaderstelling wordt voor het terrein Linderveld.

  8. De stichting stelt voor eerst goed na te gaan wat er mag op het Linderveld, met name op grond van de watertoets en de waterrichtlijn. Vervolgens kan de raad bepalen voor welk bedrag zij haar verlies neemt. Daarna kan aangegeven worden wat er binnen de kaders mag en wat de financiële randvoorwaarden zijn.

  9. Procesvoering. De stichting stelt zich voor dat er een werkgroep of klankbordgroep gevormd gaat worden die bestaat uit burgerparticipanten of bedrijven. Hierdoor zou de ontwikkeling van de bestemming van het Linderveld op een meer interactieve wijze kunnen worden vormgegeven dan tot nu toe is gebeurd.

De voorzitter geeft aan dat de raad nu nog niet hoeft te reageren op de vragen van de stichting. Als men zelf nog vragen heeft aan mevrouw Fick, kunnen die nu gesteld worden.


De heer Emens merkt op dat mevrouw Fick in feite zegt dat de stichting in de statuten heeft staan dat Linderveld zo groen mogelijk gehouden moet worden. Vervolgens worden er een aantal mogelijkheden genoemd die moeten gebeuren in samenspraak met een aantal mensen. Dit lijkt dubbelzinnig. Waarom moeten al die onderzoeken gedaan worden als ze in feite alles groen willen houden in dit gebied? Dan kan beter gezegd worden dat de stichting helemaal niets in dit gebied wilt.
Mevrouw Fick antwoordt dat je in de meeste gevallen een soort 0-optie hebt en dat dan de onder-handelingen beginnen. De 0-optie voor de stichting is het gebied zo groen mogelijk te laten. Wij realiseren ons echter terdege dat er ook 20 miljoen euro gemeenschapsgeld in dit gebied zit en dat er daarom iets met de ontwikkeling van Linderveld moet gebeuren.
De heer Hengeveld geeft aan dat de Deventer kring van werkgevers erg teleurgesteld is over het B en W-besluit om Linderveld niet te ontwikkelen als bedrijventerrein. Hierdoor zijn er ten minste de komende drie jaar geen kavels beschikbaar op nieuwe bedrijventerreinen. Nu de economie aantrekt, is er in Deventer niets of nauwelijks meer ruimte voor expanderende Deventer bedrijven of bedrijven van buiten. Hij spreekt zijn bezorgdheid uit over de hiermee samenhangende problemen, met de toekomstige ontwikkeling van de economische vitaliteit in Deventer. Het standpunt van de Deventer kring van werkgevers is uiteraard niet gebaseerd op de wens om per se op Linderveld een bedrijventerrein te krijgen, maar wel op het feit dat het in Nederland minstens tien jaar duurt om een bedrijventerrein te ontwikkelen. Dit geeft vooral schade aan de economie en de werkgelegenheid. Het feit dat er drie jaar lang geen kavels beschikbaar zijn voor bedrijventerreinen, schaadt het economisch imago van Deventer. Als DKW hebben wij moeten vaststellen dat het draagvlak voor Linderveld is verdwenen. Een aantal fracties is voor, een aantal is tegen, uiteraard zal de democratische besluitvorming voor DKW een feit zijn. Wij roepen B en W nu op om zeer grote kwalitatieve en kwantitatieve inspanningen te leveren om het bedrijventerrein A1 te realiseren. Ook vraagt het DKW prioriteit voor de bijkomende investering, buiten het directe plangebied, want dit zijn essentiële voorwaarden voor de ontwikkeling van het bedrijvenpark A1. We vragen de gemeentefracties hier als één man achter te gaan staan. De DKW verwacht van de gemeenteraad dat deze haar verant-woordelijkheid neemt voor de economie en de werkgelegenheid. Ten slotte vraagt de heer Hengeveld of er ook snel en intensief gewerkt kan worden aan andere locaties die mogelijk in aanmerking komen voor bedrijfsvestiging.
De voorzitter vraagt of er raadsleden zijn die de heer Hengeveld nog informatieve vragen willen stellen.
De heer Poppens vraagt of er enige verlichting mogelijk wordt geacht afhankelijk van de uitkomsten van de regionale structuurvisie met betrekking tot bedrijfsterreinen.
De heer Hengeveld antwoordt dat hij in enige mate vanuit het bedrijfsleven betrokken is geweest bij het regionaal structuurplan. Hij is benieuwd of er in stedendriehoekverband een regionaal bedrijventerrein gerealiseerd zou kunnen worden. Als voorbeeld haalt hij hierbij het Apeldoornse bedrijventerrein Beekbergen aan.
De heer Pierey vraagt of de heer Hengeveld vanuit zijn deskundigheid aanbevelingen zou willen doen om het economisch imago van Deventer te verbeteren.
De heer Hengeveld geeft aan dat er binnen Deventer in ieder geval een aantal kleine bedrijventerreinen in ontwikkeling is. Het is belangrijk dat daar de komende tijd maximaal op wordt ingezet. Wat betreft het imago is het belangrijk dat er zorgvuldig gecommuniceerd wordt dat Deventer een interessante plek is voor bedrijven om zich te vestigen. Dit is moeilijk omdat Deventer in feite niet veel te bieden heeft aan bedrijventerreinen. Hij beveelt het college aan nadrukkelijk aandacht aan communicatie te geven.
De heer Pierey geeft aan dat zijn fractie in deze eerste termijn een reactie zal geven op het voorstel van het college. In deze reactie zit een drietal vragen aan het college. Vervolgens zal in de tweede termijn het oordeel van de PvdA kenbaar gemaakt worden.
De PvdA-fractie is zeer teleurgesteld over de uitspraak van de Raad van State. Na het afronden van het handelsterrein De Wetering is er nauwelijks meer uitgeefbaar bedrijventerrein gekomen in Deventer en ook de komende twee à drie jaar is er niet veel te bieden.

De heer Pierey maakt de volgende opmerkingen:



  1. De PvdA is steeds op zoek naar werk in alle soorten en maten. Werk in dienstverlening, zorg, kantoren en werk op bedrijventerreinen. Linderveld was uitermate geschikt om werk te vinden voor een doelgroep die het in Deventer niet gemakkelijk heeft. Werk in kleine meer lokaal gebonden bedrijven voor de lager opgeleide mensen.

  2. We moeten juist nu bedrijventerrein kunnen aanbieden. We gaan een periode met een betere conjunctuur tegemoet. Juist nu worden investeringsbeslissingen genomen en hadden we werk naar Deventer kunnen halen. Nu staan we tot 2008 met lege handen.

  3. Sinds 1990 werken we aan de totstandkoming van een bedrijventerrein op Linderveld. De gemeente heeft 20 miljoen euro gebruikt om dit te kunnen realiseren. Uit de uitspraak van de Raad van State blijkt dat de voorbereiding door de gemeente feitelijk perfect is verlopen. Helaas werken de plano-logische en juridische molens in Nederland niet alleen traag maar ook onvoorspelbaar. De Raad van State heeft juist nu haar vaste jurisprudentie gewijzigd. Voor het eerst werd het compenseren van negatieve milieueffecten, die voorheen niet dwingend in het bestemmingsplan mochten worden opgenomen, juist verplichtend opgelegd. Ook werd bij het toetsen aan het streekplan door de provincie een kleine fout gemaakt, er werd namelijk nagelaten om de afwijkingsbevoegdheden van het streekplan met betrekking tot de exacte locatie expliciet mee te nemen. Er is dus geen sprake van blunders van de zijde van de gemeente.

  4. In 1998 werd begonnen met bedrijventerrein A1. De bedoeling was dat Linderveld en A1 met een ruime tussenpoos na elkaar op de markt zouden komen. Dit strookte ook met de behoefteprognoses die in 1998 en 1990 golden. Eerst Linderveld bijna vol, dan starten met de A1-locatie. De gemeentegrens werd zelfs aangepast om de A1-locatie mogelijk te maken. Maar ook dan heb je een lange waaier aan juridische procedures te volgen. Na acht jaar weten we nog steeds niet of het bedrijventerrein A1 van de grond kan komen.

  5. Hoe nu verder? De Raad van State laat alle ruimte om het bedrijventerrein Linderveld te repareren, maar dit kan vier tot vijf jaar duren. Eén locatie is op zijn vroegst in 2008 beschikbaar.

  6. Als in 2008 begonnen kan worden met het realiseren van de A1-locatie, dan zijn we daar vijf tot acht jaar later mee klaar. We zitten dan in een volledig andere periode. De totale behoefte en afzet-prognoses aan een bedrijfsterrein zijn nu lager dan in de negentiger jaren. Prognoses veranderen en worden bijgesteld. Ook worden in stedendriehoekverband afspraken gemaakt over regionale bedrijventerreinen. Dit geeft op de langere termijn nieuwe mogelijkheden. Wij staan nu voor de opgave een doorkijk te maken naar de markt voor bedrijventerreinen voorbij 2010.

  7. Het college stelt voor Linderveld voorlopig in de ijskast te zetten en dat is in zekere zin hoog spel. Het college stelt alles op alles te willen zetten om het bedrijventerrein A1 zo snel mogelijk gereed voor uitgifte te krijgen. Dit betekent dat er met de grootst mogelijke spoed een oplossing gevonden moet worden voor het milieu en het fijnstofvraagstuk.

  8. Kan het college toezeggen dat met de grootst mogelijke spoed aan het actieplan luchtkwaliteit voor bedrijventerrein A1 gewerkt gaat worden? Mocht er namelijk onverhoopt een negatief resultaat komen in de procedure van A1, dan is het enige alternatief voor de kortere termijn het Linderveld.

  9. Het college schrijft in haar notitie dat mocht bedrijventerrein A1 onverhoopt niet ontwikkeld kunnen worden, dat dan opnieuw de locatie Linderveld als bedrijvenlocatie in beeld komt. In afwachting van deze situatie zullen er voorbereidende werkzaamheden plaatsvinden. De raad wil zeker weten of het college ook de keerzijde aanvaardt en of het gehele college dit gedachteplan steunt.

Mocht de A1-locatie worden goedgekeurd, dan moeten er nu al maatregelen genomen worden om woningbouw op het Linderveld te kunnen realiseren. Er kunnen nu al flora- en fauna-inventarisaties gedaan worden en ook kan de woningbouwprognose al bekeken worden. Is het college bereid nu al integraal zaken voor te bereiden zodat na het definitieve besluit over de A1 meteen doorgewerkt kan worden aan het Linderveld?

Het college wordt gevraagd nu al breed draagvlak te zoeken bij alle betrokkenen voor de oplossing die gevonden wordt voor het Linderveld. Daarnaast wordt het college gevraagd om naast het traject voor Linderveld zelf een vergelijkbaar traject te volgen met de DKW om te kijken of er nog mogelijkheden gevonden kunnen worden voor bedrijfshuisvesting.

De heer Hengeveld verzoekt de gemeente te laten zien wat zij eraan doet om de belangen tegemoet te treden.


De heer Poppens geeft aan dat ook zijn fractie zeer teleurgesteld is over de uitspraak van de Raad van State. Dat de negatieve uitspraak niet te voorzien was, blijkt wel uit het feit dat de casus Linderveld tot nieuwe jurisprudentie heeft geleid. De aanleiding tot het ontwikkelen van het Linderveld kwam voort uit de behoefte aan bedrijventerreinen in Deventer. Die behoefte is er nog steeds. De VVD blijft zich er sterk voor maken om steeds voldoende bedrijventerreinen beschikbaar te hebben. Ruimte voor ondernemers werkt door in het behoud van banen in Deventer. Prioriteit blijft om zo snel mogelijk met uitgeefbaar bedrijventerrein te komen. Reparatie van het Linderveld duurt een aantal jaren, wat betekent dat alles op alles gezet moet worden om bedrijventerrein A1 op korte termijn te realiseren. Enerzijds door de procedures, ook op MER-aspecten, nog eens goed te controleren, anderzijds door het gesprek aan te gaan met Rijssen-Holten over de onwenselijkheid dat het nabijgelegen Lokerbroek ook ontwikkeld wordt als bedrijventerrein. Ten derde moet intensief met het Ministerie van VROM worden samengewerkt om de pilot voor de luchtkwaliteit te laten slagen.

Om de capaciteiten van het bedrijventerrein A1 te vergroten, zou het aantal vierkante meters kantoor-ruimte verlaagd kunnen worden ten gunste van bedrijvigheid in de milieucategorie 2 en 3. Deze kantoor-ruimte kan dan weer teruggewonnen worden in het havenkantoor in de gewenste muur langs de Hanzeweg. Indien bedrijventerrein A1 zo succesvol blijkt dat er een tekort ontstaat ondanks een grotere capaciteit voor bedrijvigheid, kan worden uitgeweken naar een nabij gepland regionaal bedrijventerrein, dat op dit moment is voorzien in de regionale structuurvisie.



Als de A1-locatie slaagt en een eventuele overslag naar het nabij geplande bedrijventerrein kan worden gerealiseerd, kan de VVD zich voorstellen dat er voor Linderveld een andere bestemming wordt gekozen. Om meerdere redenen lijkt woningbouw, al dan niet in combinatie met een beperkt aantal andere bestemmingen, zoals werken aan huis categorie 2 en recreatie, de meest voor de hand liggende.
We zien graag dat het college Linderveld in de structuurvisie in een bredere context meeneemt. Ook moet duidelijk worden hoe de bereikbaarheid van dit nieuwe stadsdeel eruit geregeld wordt. Die laat nu immers al te wensen over. Er moet naar gestreefd worden dat er zoveel mogelijk aansluitingen gevonden worden bij al bestaande bebouwing. In het geval dat bedrijventerrein A1 niet gerealiseerd kan worden, ontkom je er niet aan om Linderveld in de toekomst alsnog de bestemming bedrijvigheid te geven. Gelet op de lange procedures die daarvoor lijken te bestaan, begrijpt onze fractie dat het college de voorbereidingen daarvoor vooralsnog voortzet.
Naast de benodigde inspanningen om bedrijvigheid in het bedrijventerrein A1 spoedig te realiseren, roept de VVD-fractie het college op om voor de hele korte termijn extra inspanning te leveren om diverse onbenutte en braakliggende percelen te vinden. Wellicht levert onderzoek in bestemmingsplannen locaties op voor bedrijven waar we niet eerder aan gedacht hebben.
Tot slot roept de VVD-fractie het college op extra inspanningen te leveren om aanvragen van ondernemers naar geschikte vestigingslocaties actief, creatief en vooral voortvarend te begeleiden.
Mevrouw Grijsen geeft aan dat haar fractie blij en verrast was met de uitspraak van de Raad van State. Zij vraagt zich hierbij af welke kosten de gemeenschap bespaard hadden kunnen worden als er eerst onderzoek was uitgevoerd naar de vestigingscriteria van bedrijven. Ook had onderzocht kunnen worden hoeveel bedrijventerrein er jaarlijks echt nodig zijn. Er is nu zoveel geld in dat gebied geïnvesteerd dat het onmogelijk is geworden het gebied niet te ontwikkelen. We moeten echter zuinig zijn op het groene gebied rond de stad en zorgvuldig afwegen waar ontwikkeling voor woningbouw en bedrijventerrein noodzakelijk is. De APB-fractie wil in ieder geval een toezegging van het college dat van nu af aan bij het zoeken naar locaties voor bedrijventerreinen ook vestigingscriteria vanuit die bedrijven worden meegenomen in de overweging. De APB-fractie is van mening dat er wel degelijk andere locaties mogelijk zijn voor een bedrijventerrein dan het Linderveld.
De heer Poppens vraagt welke locaties mevrouw Grijsen dan bedoeld.
Mevrouw Grijsen noemt hierop bijvoorbeeld het Havenkwartier; dit kan goed gerevitaliseerd worden als bedrijventerrein. Ook noemt zij Oxerveld.
Op de woorden van de heer Pierey dat er door de gemeente geen blunders zijn gemaakt, verwijst mevrouw Grijsen naar een MER die zowel bij Linderveld als bij bedrijvenpark A1 een aantal keren opnieuw moest worden gedaan. Zij vindt communicatie over deze gang van zaken tot inwoners van Deventer noodzakelijk en verzoekt het college daarom een historisch onderzoek uit te voeren. Hierover dient gerapporteerd te worden aan de raad.
Verder heeft de APB-fractie en ook GroenLinks al meerdere malen aangedrongen op een integrale visie en revitalisering van het bedrijventerrein, inclusief het Havenkwartier. Zij zijn van mening dat de ontwikkeling van grootschalige industrie beter op een andere locatie als Linderveld kan plaatsvinden. Er is nu een compleet nieuwe situatie ontstaan die vraagt om kaderstelling door de raad. Er moeten financiële en ruimtelijke kaders vastgesteld worden voor het gebied. Pas hierna ontstaat er ruimte voor het uitwerken van scenario’s.

Mevrouw Obdeijn sluit zich aan bij de woorden van mevrouw Grijsen. Het college heeft volgens haar een moedig en wijs besluit genomen door na de uitspraak van de Raad van State de actuele ontwikkelingen te bekijken en daarop te besluiten dat er voorlopig geen bedrijven in Linderveld zullen komen. Zij vraagt het college met een visie te komen om bedrijvigheid in de gemeente Deventer te realiseren. Eerst moet er gekeken worden in stedendriehoekverband en daarnaast ook in Deventer. Daarbij moet het Havenkwartier nadrukkelijk in beeld zijn. Ook zou het verstandig zijn de structuurvisie nog eens tegen het licht te houden gezien een aantal recente ontwikkelingen en cijfers die bekend zijn geworden.


De heer Pierey vraagt of mevrouw Obdeijn het Havenkwartier groot genoeg acht om een aantal jaren mee vooruit te kunnen, mocht er over twee à drie jaar een negatief besluit over A1 komen. Het duurt nog acht tot tien jaar voordat er regionaal iets voorzien is.
Mevrouw Obdeijn is van mening dat het Havenkwartier wel een aantal jaren genoeg ruimte kan bieden. Ook merkt mevrouw Obdeijn op dat in de notitie van het college staat dat nog niet wordt ingezet op de ontwikkeling van Zandwetering/Baarlerhoek. Zij wil weten of er consequenties zijn voor de subsidies die voor dat plan zijn aangevraagd en toegezegd.
De heer Ahne deelt mede dat D66 blij was met de uitspraak van de Raad van State. Zijn fractie is positief over de keuze voor woningbouw en recreatie. Opvallend vindt hij dat het college nu tot de conclusie komt dat er uiteindelijk minder bedrijventerrein nodig is. Hij vraagt zich daarbij af op wat voor soort prognoses de planningen zijn gebaseerd.
De heer Poppens merkt op dat het per definitie zo is dat je bij langetermijnzaken, waartoe ruimtelijke ordening behoort, scenario’s hanteert. Scenario’s zijn aannames voor de verre toekomst en niemand kan voorspellen of ze uitkomen.
De heer Ahne merkt op dat al meerdere keren is aangetoond dat een aantal uitgangspunten niet klopte en dat de uitgiftecijfers niet realistisch waren. Er ligt nog steeds een aantal hectares op uitgifte te wachten. De 7 hectares die we konden uitgeven, zijn nog steeds niet uitgegeven.
De heer Poppens geeft aan dat dit komt door de economische recessie waarin we de afgelopen jaren hebben verkeerd. Het begint nu pas weer aan te trekken.
De heer Ahne merkt op dat de raad in het verleden vond dat Deventer in de lopende periode deze hectares nodig had. Dit heeft ook steeds zo in alle plannen gestaan.
De heer Pierey geeft aan dat 7 hectares gemiddeld per jaar waren aangegeven.
De heer Ahne zegt dat zijn fractie het belang van bedrijventerreinen in de stedendriehoek belangrijk vindt en dat zij daar te allen tijde alternatieven voor heeft aangegeven.

Ook toen wij het Linderveld bekritiseerden, hebben wij aangegeven dat de alternatieven in steden-driehoekverband gezocht moeten worden. Wat betreft de werkgelegenheid zijn wij van mening dat deze niet alleen in de eigen plaats of in de stedendriehoek hoeft plaats te vinden.

De heer Poppens vraagt of het juist is te concluderen dat de heer Ahne voorstelt Deventer samen Rijs-Holten Holterbroek te gaan ontwikkelen en verder het bedrijventerrein in Deventer maar moet laten zitten? Dit betekent dat er dus twee terreinen tegelijk ontwikkeld worden?
De heer Ahne antwoordt dat hij niet weet waar de heer Poppens op doelt.
De heer Poppens vraagt of de heer Ahne al berekend heeft wat de oppervlaktes van beide terreinen zijn, daar kun je namelijk heel wat jaren mee vooruit.
De heer Ahne antwoordt hierop dat dit kan wisselen, volgend jaar blijkt misschien dat we nog minder nodig hebben.
De heer Poppens merkt op dat de heer Ahne zichzelf tegenspreekt.
De heer Ahne ontkent dit en is van mening dat er ook in een bredere regio werkgelegenheid gecreëerd kan worden voor mensen.
De heer Ahne stelt dat zijn fractie zich er volkomen van bewust is dat Deventer bedrijventerreinen nodig heeft en zal dan ook meewerken aan de intentie van het college om het bedrijventerrein A1 zo spoedig mogelijk in ontwikkeling te krijgen. Zijn fractie gaat echter niet akkoord met de voorbereiding van Linderveld als bedrijventerrein. Ook niet als A1 mislukt.
Ingaande op de woorden van mevrouw Fick zegt de heer Ahne dat de volgorde moet zijn: wat is wenselijk op Linderveld, wat mag op Linderveld en dat pas daarna gekeken moet worden naar de financiën.
De heer De Jong geeft aan dat ook zijn fractie verheugd was over de uitspraak van de Raad van State. Hij is van mening dat er wel degelijk fouten zijn gemaakt in de planologische procedures en dat er ook inhoudelijke problemen waren. Volgens de heer De Jong is er zeker ook gefaald door provincie en gemeente. Zijn vraag aan de gemeente is hoe nu geborgd wordt dat er voldoende gecheckt wordt wat de provincie doet. Dit is van groot belang voor onze investeringen.
De heer De Jong spreekt zijn verbazing uit over het feit dat er nu een internationaal economische analyse gegeven wordt die uitwijst dat er minder hectares industrieterrein nodig zijn. Door de grote investeringen die al in dit gebied gedaan zijn, moet dit gebied verder ontwikkeld worden. De CU stemt daarom in met het ontwikkelen van woningbouw.
Aan het college wordt de vraag gesteld welk bedrag aan voorbereidende werkzaamheden ten behoeve van de verdere ontwikkeling van Linderveld besteed wordt. De kaders hiervoor moeten nog vastgesteld worden.
Vanwege de slechte planologische ligging gaat de CU niet akkoord met het ontwikkelen van Linderveld als bedrijventerrein als bedrijvenpark A1 niet doorgaat.
De heer Jansen merkt op dat er nu eenmaal bedrijventerreinen nodig zijn om mensen aan werk te helpen en dat er wel al een investering is gedaan van 22 miljoen euro. De raad heeft het college drie maanden geleden gevraagd zijn visie en standpunt te geven.

Dit is verwoord in de strategische analyse met scenario’s en middels het collegestandpunt dat nu voorligt. Het collegestandpunt geeft op een aantal punten wel duidelijkheid maar vraagt toch nog om verduide-lijking op een aantal punten:



  1. Het college spreekt over een grote nieuwe locatie in stedendriehoekverband die moet worden gevonden. Is deze er dan nog niet? Door wie en waar wordt hiernaar gezocht?

  2. Er is steeds beweerd dat bedrijventerrein Epse-Noord en Linderveld voor verschillende doelgroepen en verschillende type bedrijven waren bestemd. Is dat nu niet meer het geval, en wat is daarvoor de verklaring?

  3. We lezen nu dat Epse-Noord met voortdurende aandacht en zo spoedig mogelijk ontwikkeld zal worden. Heeft het tot dusverre dus aan aandacht en snelheid ontbroken?

  4. U spreekt van het verrichten van een studie naar het vinden van bedrijfslocaties, voor welk soorten bedrijven dan? Hoeveel tijd denkt u daarvoor nodig te hebben?

  5. U spreekt over een grote nieuwe locatie, ook in de eigen gemeente zal gekeken worden of er extra ruimte gevonden kan worden voor bedrijvigheid. Heeft u die niet in beeld? De locatie Oxerveld vindt u vooralsnog niet een locatie om naar te kijken.

  6. U spreekt over het ontwikkelen van een visie voor het intensiveren van bedrijventerreinen. Heeft u die visie niet, hoe lang gaat dat dan duren?

  7. En welke voorbereidende werkzaamheden bedoelt u in de laatste zin van uw standpuntformulering en welke snelheid gaat u daarvoor laten gelden?

De heer Oonk merkt op dat de ramingen en schattingen over de behoeften aan bedrijventerreinen te wensen overlaten. Hij is verbaasd dat de tabel in deze nota uitgaat van een groei van 63 hectare, in plaats van de eerder genoemde 35 hectare. Verder staat dat de prognose in deze tabel naar boven is bijgesteld. Mijn vraag aan het college is waarom dit zo is berekend.


Verder merkt de heer Oonk op dat het niet slechts een juridisch argument is waarop het plan is afgekeurd. De wet is juist het kader waarbinnen deze zaken horen te worden uitgevoerd.
De heer Oonk vraagt zich af waarom het opeens niet meer nodig is om twee bedrijventerreinen tege-lijkertijd te ontwikkelen. Tot nu was het juist belangrijk dat dit wel gebeurde.
Verder wordt op basis van de locatiekeuze gezegd dat het onderzoek destijds is uitgevoerd voor de MER en dat is gezegd dat Oxerveld niet zo geschikt is. Iedereen heeft kunnen vaststellen dat de MER niet deugt, terwijl deze nu wel als argument wordt gebruikt.
Het college duidt aan dat ze niet ervan uit gaat dat A1 straks niet doorgaat, tegelijkertijd zegt u in dezelfde zin dat u wel gaat beginnen met het ontwikkelen van Linderveld als het niet doorgaat. De heer Oonk wil graag weten of het college er nu wel of niet vanuit gaat dat A1 doorgaat.
Het college zegt dat nog veel ruimte gevonden kan worden door intensivering van het gebruik van bedrijventerreinen. Hij vraagt zich af hoe het kan dat het college deze omslag heeft gemaakt. Voorheen wilde men niets weten van intensivering.
De heer Emens merkt op dat hij zich heeft geërgerd aan de feeststemming die naar zijn mening door een aantal fractieleden te duidelijk geventileerd werd. Hij vindt dit niet passen bij het verlies van 20 miljoen euro voor de stad Deventer.

De heer Emens heeft de volgende vragen voor de wethouder:



  • Hoeveel draagt de provincie bij aan de onkosten die gemaakt zijn?

  • Hoe geloofwaardig komt het college nog over met hun bevindingen en de draai die ze hebben gegeven bij woningbouw?

Als het aan de ADB ligt, wordt er zo snel mogelijk een procedure gestart om Linderveld toch geschikt te maken als bedrijventerrein. Misschien kan er een dubbele combinatie van gemaakt worden omdat er woningbouw nodig is. Deventer had ook geen mogelijkheden meer voor woningbouw. Wij vragen ons af of de bewoners van Schalkhaar en omgeving blijer zijn met 55 hectare industrieterrein niet eens in de zware klasse, of met 6000 woningen in de omgeving.
De heer Ahne merkt op dat hij zich ergert aan de wijze waarop de heer Emens zich voorbereidt op de vergaderingen. Hij stelt voor dat de heer Emens eerst het structuurplan leest voordat hij andere fracties bekritiseert.
De voorzitter merkt op dat de heer Emens zelf verantwoordelijk is voor het wel of niet lezen van de stukken.
De voorzitter stelt daarbij voor dat de wethouder de vragen van de raadsleden in tien minuten beant-woordt, anders is het nodig een tweede avond over dit onderwerp te organiseren.
Wethouder Doornebos begint met de vragen van de PvdA te beantwoorden. Hij zegt toe dat het college met de grootste spoed gaat werken aan A1. Wil men echter het beoogde effect bereiken, dan is het belangrijk dat ook de raad daar de hoogste prioriteit aan toekent. Met name is dat van belang omdat de raad de laatste stem heeft als het gaat om bevoegd gezag.

De verhoudingen zijn zo dat het college en de sector economie de initiatiefnemers zijn en de gemeente-raad met R&B het bevoegd gezag.

De wethouder antwoordt bevestigend op de vraag of het voltallige college de gedachtegang over Linder-veld steunt.
Op de vraag of het college integraal al het mogelijke wil gaan voorbereiden, antwoordt de wethouder dat het college daar inderdaad toe bereid is. Dit staat ook in het voorstel van het college. Een aantal fracties heeft deze vraag tweeledig gesteld. Ook bij deze nieuwe doorstart van de ontwikkeling van het gebied Linderveld, Schalkhaar noordoost, moet altijd begonnen worden met een kaderstellende notitie die door de raad wordt besproken en wordt vastgesteld.

Als de discussie over dit onderwerp binnen uw raad is afgerond, dan stel ik mij voor dat het college aan de slag gaat om een voorstel uit te werken aan de gemeenteraad met betrekking tot die kaderstelling.

Dat is punt 1, een bevestiging van bestaand beleid. Punt 2 is dat wij, zeker de laatste jaren, dit soort grote ontwikkelingen via interactieve processen doen, dus ook over dat onderwerp zullen wij dat in samen-spraak doen. We moeten niet vergeten dat het een moeilijk onderwerp is en dat het waar dan ook moeilijk zal zijn enthousiaste mensen te vinden.

Aan de heer Poppens wil ik nog zeggen dat de reactie vanuit de stedendriehoek is gekomen, aan Gedeputeerde Staten over IJzelsprong. Wat betreft de ontwikkeling van het bedrijventerrein in Rijssen-Holten/Lokerbroek kan ik u zeggen dat deze al in gang was gezet voordat de Raad van State uitspraak had gedaan over Linderveld. Los van wat iedereen daar inhoudelijk van vindt, is procedureel verifieerbaar dat deze zaken los van elkaar staan.


Wat betreft de opmerkingen en suggesties die gedaan zijn over het vinden van bedrijvenruimte binnen de gemeentegrenzen van Deventer, zegt de wethouder het volgende.

Er moet ruimte gezocht worden voor algemeen, lokale, regionale en kleinschalige bedrijven die niet per se de voorkeur geven aan een terrein aan de A1, vanwege ligging, logistiek en prijs. Er zou gezocht kunnen worden binnen de ruimte die er in Deventer is. Ook zou gekeken kunnen worden naar privéterreinen, hoewel deze bedrijven het niet-gebruikte deel van hun grondoppervlak zullen willen bewaren voor uitbreiding. Deze politieke doelmatigheid is wel gewenst, maar de realiteit is niet eenvoudig. Desondanks wordt met deze passage bedoeld dat het college uitdrukkelijk gaat proberen hier werk van te maken.


Wat betreft de vraag van de heer Oonk over het intensiveren op de kavels zegt de wethouder dat de raad bij elk bestemmingsplan de mogelijkheid heeft om aan te geven wat het bebouwingspercentage op een kavel mag zijn.
De heer Oonk merkt op dat hij naar het standpunt van de wethouder had gevraagd en niet naar het stand-punt van de raad.
Volgens de wethouder gaat het echter om het standpunt van de raad, daar een kantooroplossing in de praktijk niet reëel is.
De wethouder zegt verder dat het college kritisch aangesproken wordt op de investering van 20 miljoen euro. Er moet echter niet vergeten worden dat het college initiatiefnemer is en dat het bevoegd gezag bij de gemeenteraad ligt. Alle besluiten die gaan over het geïnvesteerd vermogen zijn door de gemeenteraad genomen. Los van de fracties die ertegen waren, hebben we toch te maken met raadsbesluiten.
Mevrouw Grijsen merkt op dat het haar goed lijkt om voor inwoners van Deventer een aantal feiten opnieuw op een rij te zetten en te kijken hoe dit soort zaken in de toekomst voorkomen kan worden.
De wethouder antwoordt dat dit nergens toe leidt, daar dit al gebeurd is in de vastgoedrapportages en de jaarrekeningen van afgelopen jaar.
Mevrouw Grijsen duidt aan dat het wel degelijk ergens toe leidt, namelijk tot het jarenlang blijven volgen van een procedure terwijl er allerlei inhoudelijke argumenten tegen waren. Ondanks de draai die nu gemaakt is naar woningbouw, lijkt het haar goed om tegenover bewoners van Deventer onze verant-woordelijkheid te nemen en alle feiten naast elkaar te zetten.
De wethouder geeft aan bereid te zijn het hele proces met de inwoners te communiceren.
De heer De Jong merkt op dat het wel degelijk om de kwaliteit van een aantal uitvoeringsaspecten gaat waar het college wel degelijk verantwoordelijk voor is en dat heeft geleid tot falen. Dit heeft geleid tot een afbreuk van het proces, en de kwaliteit van de beslissing van de raad is wel degelijk onderhevig aan een politiek oordeel. Volgens de heer De Jong gaat het zeker ook over een beoordeling van de raad naar het college. Daarom is het heel nuttig om te evalueren, en dan gaat het in de eerste plaats om erkenning van de fouten die zijn gemaakt. We kunnen ons zeker afvragen wat het college heeft gedaan en wat de kwaliteit haar handelen is.
De wethouder geeft aan dit niet uit te sluiten. Het spreekt voor zich dat de raad er recht op heeft een oordeel uit te spreken.
Mevrouw Grijsen vraagt nogmaals of de wethouder bereid is alle feiten achter elkaar te zetten en daar-over te rapporteren aan de raad.
De wethouder antwoordt hierop dat het college dit zal uitvoeren als een meerderheid van de raad erom vraagt. Hij ziet daar zelf vooralsnog de zin niet van in.
De wethouder gaat verder met het beantwoorden van de vragen. De heer Ahne sprak over opvallend nieuwe cijfers. De cijfers uit het overzicht zijn de nieuwste cijfers van het Centraal Plan Bureau van april van dit jaar. De voorlaatste cijfers waren van november 2005. De cijfers van november zijn in dit voorstel opgenomen en de nieuwste cijfers zijn beschikbaar gesteld. Er zijn vier scenario´s, en welk scenario straks de realiteit zal zijn, kan ik nu niet zeggen. Dit zou betekenen dat voorspeld kan worden hoe de economische ontwikkeling er de komende 25 jaar in Nederland uit gaat zien.
De heer De Jong vraagt of het college verder was gegaan met de ontwikkeling van Linderveld als de Raad van State het plan niet had afgekeurd.
De wethouder antwoordt deze vraag bevestigend.
De heer De Jong vraagt of de wethouder dan gezegd zou hebben dat ontwikkeling op basis van de realiteit en de cijfers niet meer nodig was.
De wethouder antwoordt hierop dat dit niet het geval is.
De heer De Jong concludeert dat het verhaal over de cijfers een uitvlucht is, en vraagt zich af waar we mee bezig zijn.
De wethouder geeft hierop aan dat dit een onjuiste conclusie is. Het gaat erom hoeveel ruimte je kunt creëren. Aan ijzeren voorraad is vijfmaal de jaarlijkse uitgifte nodig plus dat wat jaarlijks wordt uitgegeven. Als het totale volume x is, dan betekent dat dat het percentage hoger is, de omvang groter is, waardoor je weer een groter aantal jaren vooruit kunt.
De wethouder geeft aan dat alles te maken heeft met de omvang en de tijd waarover je kunt beschikken om een redelijke voorraad bedrijfsterreinen op peil te brengen. Hoe lang je daarmee doet, is moeilijk te voorspellen. Dit gebeurt door het CPB dat elk half jaar nieuwe cijfers uitgeeft. Deze cijfers zijn er ook voor het provinciebestuur en zijn bepalend voor het al dan niet instemmen met bestemmingsplannen die gemeenten maken over dit onderwerp.
De heer Ahne heeft gevraagd wat er bedoeld wordt met ’gaan we Linderveld weer activeren’. Dit woord moet gewijzigd worden in ’komt Linderveld weer in beeld’.
De heer Ahne vraagt wat er bedoeld wordt met in beeld komen.
De wethouder antwoordt hierop dat mocht bedrijvenpark A1 over twee à drie jaar ook worden afgekeurd door de Raad van State, er een doemscenario voor Deventer ontstaat. Juist in de periode dat het economisch herstel zichtbaar begint te worden, zou de werkgelegenheid in Deventer stagneren. Als deze situatie zich voordoet, moet het college het Linderveld opnieuw als bedrijventerrein in beeld brengen. Het heeft echter niet veel zin daar nu al diepgaand over te discussiëren. Mocht dit inderdaad gebeuren, dan zullen we naar bevind van zaken moeten handelen.
Op de vraag van de heer De Jong aan het college of de raad een borging kan krijgen van de provincie, antwoordt de wethouder dat dit waarschijnlijk teveel gevraagd is.
De heer De Jong vraagt de wethouder ervoor te zorgen dat bedrijventerrein A1 wordt gerealiseerd en zegt dat fouten binnen de procedures niet meer mogen gebeuren. Ook wil hij graag van de wethouder weten of hij vindt dat hij voldoende gedaan heeft.
De wethouder antwoordt hierop dat het college van mening is dat hij voldoende gedaan heeft.
Op de vraag van de heer De Jong wat de voorbereidende werkzaamheden inhouden en tot welk bedrag besteed mag worden, antwoordt de wethouder dat hij deze vraag nog niet kan beantwoorden. Als deze discussie is afgerond, zal het college met een concreet voorstel komen.


  1   2   3


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina