Tijdelijke ad-hoccommissie eu-begroting



Dovnload 52.02 Kb.
Datum26.08.2016
Grootte52.02 Kb.



Belliardstraat 101 — 1040 Brussel — BELGIË —

Tel. +32 22822211 — Fax +32 22822325 — Internet: http://www.cor.europa.eu

NL









TIJDELIJKE AD-HOCCOMMISSIE EU-BEGROTING

Brussel, 4 oktober 2011




NOTULEN
van de 5e vergadering van de tijdelijke ad-hoccommissie voor de EU-begroting,
gehouden in het gebouw van het Comité te Brussel op
14 september 2011

_____________

De tijdelijke ad-hoccommissie voor de EU-begroting heeft op 14 september 2011 van 11 tot 14 uur te Brussel haar 5e vergadering gehouden.


De vergadering werd voorgezeten door mevrouw Clucas (UK/ALDE).
PRESENTIELIJST
Voorzitster: Clucas (UK/ALDE), (1)
Aanwezige leden (6)


Bore (UK/PSE)

Bresso (IT/PSE)

Knape (SE/EVP)

Świętalski (PL/PSE)

Valcárcel Siso (ES/EVP)

Verkerk (NL/ELDR)


Aanwezige plaatsvervangers (1)
Struzik (PL/EVP) voor Van den Brande Luc
Commissievoorzitters (ECOS/EDUC/NAT) (3)
Abramavicius (LT/EVP)

Cohen (MT/PSE)

Nica (RO/ALDE)
Deskundige
Dhr. D. Rowles
Europese Commissie


Leardini

eenheidshoofd, secretariaat-generaal, directoraat B.1, activiteitsgestuurd management: financieel en administratief beheer


Europees Economisch en Sociaal Comité
Palmieri lid van het EESC, rapporteur voor het MFK 2014-2020
Pools voorzitterschap van de Raad van de EU


Dhr. I. Niemczycki

Senior adviseur MFK, Permanente Vertegenwoordiging van Polen bij de Europese Unie


Andere sprekers
Dhr. F. Zuleeg hoofdeconoom, European Policy Centre (EPC)
Comité van de Regio's


Secretariaat-generaal

Stahl

secretaris-generaal










Kabinet van de secretaris-generaal

Dirkx

kabinetslid










Kabinet van de voorzitster

Jouen

plaatsvervangend kabinetschef




Terruso

kabinetslid










Directoraat administratie

Leurquin

administrateur










Directoraat Advieswerkzaamheden

Collins

Neill-Cowper

Rigaut

Fontaine


Dye

waarnemend directeur

eenheidshoofd

administrateur

assistent

assistent











Fracties

Hornung

administrateur (PSE)




Trandafir

administrateur (EVP)




Lindblom

Naether


administrateur (ALDE)

administrateur (ALDE)






Rodziewicz

administrateur (EA)

*
* *




1.Goedkeuring van de ontwerpagenda (CdR 243/2011 rev. 1)

De ontwerpagenda wordt ongewijzigd goedgekeurd.



2.Goedkeuring van de notulen van de vierde commissievergadering (CdR 54/2011)

De notulen worden ongewijzigd goedgekeurd.



3.Mededeling van de voorzitster



De voorzitster opent de vergadering met de mededeling dat er voor de tijdelijke ad-hoccommissie voor de EU-begroting een nieuwe eenheid is opgezet en stelt de personeelsmedewerkers van deze eenheid voor.
Vervolgens wijst zij op de belangrijkste documenten voor het initiatiefadvies: de voorstellen van de Commissie voor het meerjarig financieel kader 2014-2020 (uitgebracht op 29 juni), het verslag van het Europees Parlement over het meerjarig financieel kader 2014-2020 (goedgekeurd op 8 juni 2011) en het CvdR-advies over de herziening van de EU-begroting (goedgekeurd op 1 april 2011). Er zijn voor deze documenten vergelijkende tabels opgesteld die de leden hebben ontvangen om deze vergadering te kunnen voorbereiden.
De onderhandelingen over dit financieel kader zullen waarschijnlijk erg veel tijd gaan kosten. Daarom is het belangrijk dat het CvdR al in een vroeg stadium met een advies komt, zodat daarvan echt zoveel mogelijk invloed kan uitgaan. Dit betekent dat het CvdR zijn advies op de zitting van 14 en 15 december a.s. moet goedkeuren, met dien verstande dat het in de loop van 2012, afhankelijk van de resultaten van de onderhandelingen, nog kan moeten worden aangepast.
De voorzitster wil met de andere EU-instellingen hechte samenwerkingsverbanden aangaan om de invloed van het CvdR-advies te maximaliseren. Daarom moet het advies ook in een zo open mogelijk klimaat worden voorbereid, met inbreng van alle belanghebbenden. De voorzitster is van plan haar werkdocument op vergaderingen van de commissies NAT, ECOS en COTER te presenteren, daarover te discussiëren en feed back te verzamelen. Voor de andere drie commissies staat een discussie over haar werkdocument al op de agenda.
Ten slotte licht de voorzitster de doelstellingen toe van de workshop die het CvdR op 4 oktober samen met het European Political Centre (EPC) zal houden, met als thema "Het meerjarig financieel kader 2014-2020, de EU-begroting en de rol van de lokale en regionale overheden: streven naar een volwaardig partnerschap". De opzet is te onderzoeken wat de ontbrekende schakels en mogelijke dwarsverbanden op governancevlak zijn tussen het meerjarig financieel kader voor 2014-2020, de Europa 2020-strategie en de nieuwe Europese economische bestuursstuctuur en voorstellen daartoe uit te werken. Voor meer informatie worden de leden verzocht het secretariaat te contacteren.

4.Initiatiefadvies over "Het nieuwe meerjarige financiële kader vanaf 2013"


Rapporteur: Flo Clucas (UK/ALDE)

CdR 244/2011
De voorzitster, die CvdR-rapporteur is voor het initiatiefadvies over het nieuwe meerjarig financieel kader (MFK) vanaf 2013, presenteert het werkdocument, waarin de hoofdlijnen van dit kader worden geschetst en nader wordt ingegaan op een aantal cruciale vraagstukken.
De voorzitster gaat ten eerste in op de omvang van de begroting, die volgens haar meer dan 1% van het BNI moet bedragen, wil de EU haar belangrijkste doelstellingen kunnen verwezenlijken. Zaak is dat er een geloofwaardige begroting komt, waarbij los van de financiële kant doeltreffendheid voorop dient te staan. Vervolgens komt de structuur van het meerjarig financieel kader aan de orde. De voorzitster dringt aan op een betere coördinatie van de verschillende steunprogramma's van de EU en is het ermee eens dat de aandacht moet worden gericht op de Europa 2020-strategie, maar dan wel zonder dat de sociale, economische en territoriale samenhang hierdoor in het gedrang komt. Zij vindt het ook een goed idee om vanaf 2020 de begrotingsperiode te verlengen tot tien jaar, op voorwaarde dat een degelijke tussentijdse herziening mogelijk is. Belangrijk is verder dat duidelijk wordt wat de relatie is tussen de nieuwe financieringsfaciliteit voor Europese verbindingen en de TEN-V-projecten. Ten slotte roept zij de lokale en regionale overheden op om zich flink te mengen in het debat over het meerjarig financieel kader en daartoe nauwe samenwerking te zoeken met het Europees Parlement. Vervolgens geeft zij het woord aan de gastsprekers:
De heer Leardini, eenheidshoofd, directoraat B.1 (activiteitsgestuurd management: financieel en administratief beheer) in het secretariaat-generaal van de Europese Commissie, stelt eerst in het algemeen dat het voorstel belangrijk is voor Europa om de uitdagingen waarvoor het staat het hoofd te bieden en uitvoering te geven aan de Europa 2020-strategie. Hij noemt het voorstel ambitieus en innovatief, maar ook verantwoord en consequent. De Commissie kan de crisis en de bezuinigingsmaatregelen van de lidstaten niet negeren. Daarnaast verdedigt hij de structuur van het voorstel. Voor de Commissie is het cohesiebeleid een belangrijk vehikel om de doelstellingen van de Europa 2020-strategie te verwezenlijken. Alle regio's worden daarom erbij betrokken. Hij vindt het ook belangrijk om steun aan bepaalde voorwaarden te verbinden ("conditionaliteit'). In plaats van dit te zien als een sanctie, moet dit worden opgevat als een manier om de programma's bij te sturen. De heer Leardini gaat daarnaast nog in op een aantal andere punten in de discussie, zoals de voorgestelde macro-fiscale conditionaliteit, de te verbeteren coördinatie van de financiële steun en de nieuwe financieringsfaciliteit voor Europese verbindingen, en sluit af met de opmerking dat er zeer moeilijke onderhandelingen aankomen. Belangrijk is dat wij daarbij onze aandacht niet alleen richten op de begroting zelf, maar ook op het behoud van de verschillende beleidsonderdelen en de structuur.
De heer Niemczycki, senior adviseur voor het meerjarig financieel kader bij de Permanente Vertegenwoordiging van Polen bij de Europese Unie, sluit zich aan bij de heer Leardini dat het een moeilijk debat zal worden en dat de Europa 2020-strategie en de EU-begroting niet los van elkaar kunnen worden gezien. Vervolgens noemt hij de drie fasen in een onderhandelingsproces: in een eerste fase moet er nog van alles worden verduidelijkt, in een tweede fase gaan de echte onderhandelingen van start en in de derde fase komt het tot een besluit. Het Poolse voorzitterschap zal zich op de eerste fase richten, waarna het Deense voorzitterschap zich zal toeleggen op de onderhandelingen die in januari van start gaan. De heer Niemczycki wijst tevens op de politieke conferentie die de Commissie, het Europees Parlement en het Poolse voorzitterschap van de Raad op 20 en 21 oktober organiseren, om te horen hoe de nationale parlementen tegenover de begroting staan en uit te vinden waar samengewerkt zou kunnen worden in deze moeilijke tijden. Het CvdR zal worden uitgenodigd om met zes leden deel te nemen.
De heer Palmieri, EESC-rapporteur voor het meerjarig financieel kader 2014-2020, is het met de vorige sprekers eens dat de discussie zich behalve op de cijfers moet richten op de vraag hoe de begroting als functioneel instrument kan worden ingezet ter vergroting van de economische welvaart. Ook pleit hij voor een "slimme" begroting waarmee de begrotingsprioriteiten kunnen worden verwezenlijkt zonder de belastingbetaler extra te belasten. Dit argument van de begroting zou ook moeten worden gebruikt om de publieke opinie te keren. De begroting vormt naar zijn mening een goede basis voor onderhandelingen, al is de recente brief waarin acht lidstaten oproepen tot inkrimping van het budget nou niet bepaald een constructieve stap te noemen voor de discussie. De heer Palmieri kan zich ook vinden in een aantal innovatieve aspecten van de Commissievoorstellen zoals de voorgestelde belasting op financiële transacties, de invoering van euro-obligaties enz. Hij benadrukt het belang voor Europa om zelfvoorzienend te zijn om in zekere mate onafhankelijk te blijven van de bijdragen van de lidstaten.
De heer Zuleeg, hoofdeconoom, European Policy Centre (EPC), herhaalt dat het EPC en het CvdR op het gebied van begrotingszaken samenwerken en ook samen het evenement op 4 oktober organiseren, maar dat de adviezen van het EPC en het CvdR op zichzelf staan en ook als zodanig moeten worden opgevat. Hij wijst erop dat de onderhandelingen in een impasse dreigen te raken, doordat de mondiale context en de EU-governance sinds de laatste onderhandelingen zijn veranderd en waarschuwt dat niet dezelfde fouten mogen worden gemaakt als de vorige keer toen de lokale en regionale overheden nauwelijks aandeel hadden in de onderhandelingen over de financiële vooruitzichten. Hij waarschuwt ook dat de begrotingsvoorstellen niet geheel in het teken mogen staan van de huidige crisis en dat er gedacht moet worden aan de tijd daarna. De begrotingsvoorstellen voor fiscale facilitering, "conditionaliteit", een prestatiereserve en flexibiliteit tonen hoezeer de economische crisis haar stempel heeft gedrukt op de begroting, die veel meer in het voordeel van de lidstaten is dan van de lokale en regionale overheden. Om zijn uitspraak te staven haalt hij het voorbeeld van de partnerschapovereenkomsten aan. In principe moeten de lokale en regionale overheden hierbij betrokken worden, maar veelal zijn het de Commissie en de lidstaten die de afspraken hierover maken. Tot slot noemt hij investeringen een kernfactor voor groei en bespreekt de verschillende voorstellen om het investeringsniveau in het bedrijfsleven en de overheidssector op peil te houden en, zo mogelijk, te verhogen. Afrondend concludeert hij dat de begrotingsvoorstellen een goede eerste stap zijn, maar nadere uitwerking behoeven.

Vervolgens opent de voorzitster de discussie over de EU-begroting voor de leden van de tijdelijke ad-hoccommissie.



Mevrouw Bresso, voorzitster van het CvdR, heeft met name kritiek op de brief van de acht lidstaten die willen dat er bezuinigd wordt op de EU-begroting. Naar haar mening is de brief om tenminste drie redenen niet gerechtvaardigd. De EU-begroting heeft ten eerste niet met een financieringstekort te kampen, ten tweede gaat het om een investeringsbegroting die noodzakelijk is voor een florerende ontwikkeling van de EU en ten derde wordt er in de brief alleen naar de kortetermijncontext van de crisis gekeken en niet vooruitgekeken naar de jaren die daarna komen. Volgens haar zijn er andere manieren dan het inkrimpen van de EU-begroting om de bijdragen van de lidstaten aan de EU te verlagen, zoals de invoering van een belasting op financiële transacties of euro- of projectobligaties. Zij steunt de begrotingsstructuur maar benadrukt dat de doelstellingen van het cohesiebeleid het grootste gewicht moeten hebben in de Europa 2020-strategie die in de begrotingsvoorstellen de prioriteit krijgt. Met betrekking tot de partnerschapovereenkomsten vindt mevrouw Bresso dat het CvdR de lidstaten en de Commissie eraan moet herinneren dat de Lissabonstrategie juist mislukt is doordat de lokale en regionale overheden niet vanaf het begin erbij betrokken zijn geweest, terwijl zij wel twee derde van de Europese investeringen voor hun rekening nemen.
De heer Swietalski is ingenomen met wat hij als een nieuwe manier van werken beschouwt, waarbij diepgaander wordt gediscussieerd met meer resultaat. Wat hem betreft, moet het cohesiebeleid worden gezien als het belangrijkste instrument van de EU om de crisis te bestrijden. Belangrijk is volgens hem ook dat nader wordt onderzocht waarom de Lissabonstrategie niet goed van de grond is gekomen, zodat niet dezelfde fouten worden gemaakt.
De heer Struzik wijst allereerst op de noodzaak om nieuwe investerings- en financieringsbronnen te vinden. Daarnaast hekelt hij het gebrek aan flexibiliteit voor overgangsregio's en benadrukt hij dat de lokale en regionale overheden niet buiten de onderhandelingen mogen blijven. Het Commissievoorstel voor een belasting op financiële transacties is naar zijn mening niet meer dan terecht, omdat de banken aan de basis van de huidige crisis liggen. Verder zou hij graag meer flexibiliteit zien in de thematische concentratie van de middelen voor de overgangsregio's.
De heer Verkerk is blij met de uitgebreide raadpleging die de voorzitster ter voorbereiding van haar ontwerpadvies voert. Hij stelt dat de lokale en regionale overheden een belangrijke rol spelen bij de tenuitvoerlegging van de begroting en dus een belangrijk aandeel dienen te hebben in de onderhandelingen. Verder waarschuwt hij ervoor dat het CvdR ten aanzien van de eigen middelen realistisch moet zijn over het standpunt van de lidstaten en niet te hard van stapel moet lopen door te veel te gaan vragen.
Namens de commissie NAT uit de heer Cohen zijn bezorgdheid over de voorstellen voor het gemeenschappelijk landbouw- en visserijbeleid. Hij wijst erop dat het GLB-aandeel in de totale begroting van 41% zal zakken tot 33% in 2020 en waarschuwt ervoor dat een dergelijke bezuiniging de kerndoelstellingen van het GLb wel eens in gevaar zouden kunnen brengen. Hij steunt desalniettemin het voornemen om de rechtstreekse steun aan landbouwers te vergroenen. Ook juicht hij het toe dat het ELFPO en het EMVF in het gemeenschappelijk strategisch kader voor de structuurfondsen zijn opgenomen. Hij wijst echter erop dat het EMVF ongeveer over hetzelfde budget beschikt als het huidige Europees Visserijfonds, wat als gevolg zou kunnen hebben dat de begrotingsmiddelen voor visserij erop achteruitgaan.
De heer Bore heeft als eerste punt van kritiek dat in het meerjarig financieel kader vijf instrumenten buiten beschouwing worden gelaten. Volgens hem is dit weinig transparant en een vergissing van de Commissie, want dit zal de onderhandelingen in sommige lidstaten nodeloos bemoeilijken. Daarnaast wijst hij erop dat de nadruk die in de Commissievoorstellen gelegd wordt op de tenuitvoerlegging van de Europa 2020-strategie wel eens zou kunnen botsen met de Verdragsdoelstellingen inzake economische, sociale en territoriale cohesie: de aandacht voor de door de lidstaten overeengekomen Europa 2020-doelstellingen gaat niet per se hand in hand met de regionale prioriteiten. Hij merkt op dat met name "concurrentiekrachtige regio's" meer speelruimte kunnen gebruiken. Kritiek heeft de heer Bore tot slot ook op de bezuiniging van 5% op het budget voor het cohesiebeleid. Hij noemt het een onaanvaardbaar voorstel, omdat dit betekent dat de teugels nog strakker moeten worden aangetrokken in een klimaat dat toch al wordt gekenmerkt door bezuinigingen. In grote lijnen kan hij zich echter wel vinden in het begrotingsvoorstel.
Namens de commissie ECOS vraagt de heer Abramavicius zich af in hoeverre de economische crisis van invloed is geweest op de ambities van het meerjarig financieel kader. Hij pleit voor een ambitieus kader en maant aan om bij de uitgaven de burger niet uit het oog te verliezen. In een te zeer op de korte termijn gerichte benadering zou het meerjarig financieel kader over tien jaar wel eens achterhaald kunnen zijn.
De heer Valcarcel Siso, eerste vicevoorzitter van het CvdR, complimenteert de voorzitster met haar werk en onderstreept nogmaals hoe belangrijk het is dat het CvdR met een duidelijk algemeen standpunt komt in de discussie over de toekomstige begroting. Hij gaat vervolgens nader in op de algemene omvang van de begroting (1.05% van het BNI), steunt het voorstel voor een nieuwe categorie "overgangsregio's" en verklaart fel gekant te zijn tegen het opleggen van macro-economische voorwaarden, waarmee volgens hem het fundament onder het cohesiebeleid wordt gehaald. Tegelijkertijd wijst hij op de dringende noodzaak om de overheidstekorten binnen de perken te houden en refereert naar de algemene beginselen die recentelijk in de Spaanse grondwet zijn opgenomen voor een evenwichtige langetermijnbegroting.
De voorzitster verzoekt vervolgens de vier leden van het panel om te reageren op de opmerkingen:
De heer Leardini voert aan dat het belangrijk is om maatregelen te hebben buiten het meerjarig financieel kader om. Hij merkt op dat er voor noodgevallen altijd al instrumenten zijn geweest die niet binnen het meerjarig financieel kader vielen en wijst op de aanzienlijke problemen waarmee grootschalige projecten te kampen hadden, waardoor middelen, die aanvankelijk voor andere zaken bedoeld waren, ten behoeve van deze projecten herverdeeld moesten worden. Ook verdedigt hij het feit dat er minder middelen worden uitgetrokken voor het cohesiebeleid. De Commissie moet rekening houden met het standpunt van de lidstaten. Ter verdediging van de nieuwe financieringsfaciliteit voor Europese verbindingen wijst hij erop dat deze vooral bedoeld is voor de kernnetwerkverbindingen. De TEN-V-projecten zouden zich dan op de secundaire verbindingen kunnen richten. Wat betreft de vraag of meer flexibiliteit mogelijk is, merkt de heer Leardini op dat sommige regio's niet alles zullen kunnen financieren waarmee zij nu bezig zijn. Zij zullen hun investeringen meer moeten gaan richten op de verwezenlijking van de Europa 2020-strategie. Dit neemt niet weg dat hij wel degelijk de meerwaarde van het cohesiebeleid ziet. Zo komt elke euro die bijv. in Polen wordt uitgegeven het bedrijfsleven in heel Europa ten goede.
De heer Niemczycki verklaart dat hij geen slechte eerste indruk van de onderhandelingen heeft. Alle lidstaten hebben per slot van rekening het voorstel aanvaard als een goede basis voor discussie.
De heer Palmieri bevestigt dat het EESC graag verder wil samenwerken met het CvdR in het debat over het meerjarig financieel kader. Ook waarschuwt hij de Commissie om niet mee te gaan in het voorstel van een aantal lidstaten om een maximumgrens in te voeren voor wat als een evenwichtig budget kan worden beschouwd. In geen enkel economisch leerboek wordt zoiets verdedigd. Niet de overheidsschuld is het probleem, maar de economische recessie, voegt hij eraan toe. Belangrijk is dat de Commissie dat inziet.
De heer Zuleeg merkt op dat het Commissievoorstel weinig verandering brengt in de huidige stand van zaken, wat de algemene tevredenheid verklaart. Naar zijn mening is het afwachten welke innovaties uit het MFK-pakket het zullen halen in de onderhandelingen. Ook hekelt hij het feit dat bepaalde voorstellen bewust vaag zijn geformuleerd. Tijdens de onderhandelingen zal nog het nodige moeten worden verduidelijkt.
Tot slot geeft de voorzitster nogmaals nadrukkelijk aan te kiezen voor een aanpak waarin het Comité als college centraal staat: samen staan de CvdR-leden sterk en kunnen zij de grootste invloed uitoefenen op het EP en de Raad in de lange interinstitutionele onderhandelingen die er nog aankomen.
Het ontwerpadvies van het CvdR over het meerjarig financieel kader zal op 10 november 2011 aan de Europese Commissie worden gepresenteerd en op 14 en 15 december 2011 aan de voltallige vergadering van het CvdR ter goedkeuring worden voorgelegd

5.Diversen

Geen.


6.Bevestiging van de datum van de volgende vergadering




De volgende vergadering van de tijdelijke ad hoccommissie zal op donderdag 10 november 2011 van 14.30 tot ten laatste 18.30 uur in het gebouw van het CvdR in Brussel worden gehouden.

_____________




CdR 297/2011 en/IO/cg




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina