Tijdschrift de psycholoog



Dovnload 38.19 Kb.
Datum16.08.2016
Grootte38.19 Kb.
TIJDSCHRIFT DE PSYCHOLOOG

De invloed van groenten en fruit op de geestelijke gezondheid
Nederland wordt gezien als een land waarin de bevolking gemiddeld erg gelukkig is. Toch neemt het aantal depressies in ons land toe (Nationaal Kompas). Nederlanders lijden gemiddeld zelfs het vaakst aan deze stoornis van alle Europese landen. De media besteed ruimschoots aandacht aan het vergroten van het menselijk geluksniveau en het voorkomen van psychische stoornissen, evenals gezondheidsexperts en schrijvers van (kook)boeken. Steeds vaker wordt door hen een verhoogde groente- en fruitconsumptie gezien als oorzaak van een groter geluksniveau. De vraag is echter, of een verhoogde groente- en fruitconsumptie daadwerkelijk een positieve invloed heeft op onze geestelijke gezondheid, en zo ja, wat de oorzaken hiervoor zijn.


De laatste jaren wordt steeds duidelijker dat emotioneel welbevinden van belang is voor het functioneren van mensen. Zo kwamen Diener en Chan (2011) tot de conclusie dat mensen met een groter emotioneel welbevinden (vooral de aanwezigheid van positieve emoties) gezonder zijn en langer leven dan mensen die vaak chagrijnig zijn en een negatieve kijk hebben op het leven. Onderzoek onder 10.000 Britten toont aan dat dit verschil kan oplopen tot negen tot tien levensjaren (www.telegraph.co.uk). Ook Lamers et al. (2012) concludeerden op basis van een meta-analyse van zeventien studies dat emotioneel welbevinden een gunstig effect heeft op herstel en overleving van mensen met lichamelijke aandoeningen. Het is dus interessant te achterhalen welke factoren invloed hebben op de geestelijke gezondheid. Naast de media, gezondheidsexperts en schrijvers van (kook)boeken, zijn ook steeds meer wetenschappers overtuigd van de positieve invloed van een gezond voedingspatroon op de geestelijke gezondheid. Heden ten dagen wordt de aandacht van het onderzoeken van specifieke voedingsstoffen steeds vaker verlegd naar de invloed van voedselgroepen,- en patronen. Groenten en fruit zijn hier een voorbeeld van (Rooney). Dit artikel gaat eerst in op het begrip ‘geestelijke gezondheid’ en zet vervolgens studies uiteen waarin het effect van een de groente- en fruitconsumptie op de geestelijke gezondheid worden bekeken. Tot slot volgen enkele mogelijke oorzaken van deze effecten.
Emotioneel welbevinden

De World Health Organization (hierna: WHO) pleit ervoor om de aandacht voor geestelijke gezondheid niet te beperken tot de afwezigheid van geestelijke ziekte. De WHO omschrijft geestelijke gezondheid namelijk als: ‘a state of well-being in which the individual realizes his or her own abilities, can cope with the normal stresses of life, can work productively and fruitfully, and is able to make a contribution to his or her community’ (WHO, 2005). De WHO omschrijft dus drie componenten, te weten 1. het welbevinden, 2. het effectief functioneren van het individu en 3. het effectief functioneren in de maatschappij. Omdat het functioneren meestal wordt onderzocht op basis van zelfrapportage, wordt er ook wel gesproken van drie componenten van welbevinden: emotioneel welbevinden, psychologisch welbevinden en sociaal welbevinden (Keyes, 2005; Westerhof & Keyes, 2008). Het emotioneel welbevinden omvat drie aspecten, te weten: de aanwezigheid van positieve gevoelens, de afwezigheid van negatieve gevoelens en de tevredenheid met het eigen leven Diener, 1984). Een groter bruto nationaal product, meer respect voor mensenrechten, meer sociale gelijkheid en meer individualisme en keuzevrijheid hebben invloed op het emotioneel welzijn (Veenhoven), evenals levensomstandigheden zoals opleiding, huwelijk, werk en lichamelijke gezondheid (Diener, Veenhoven). Neuroticisme hangt het sterkst negatief samen met levenstevredenheid en extraversie met een possief affect (Steel, Schmidt en Schulz).


Het psychologisch welzijn omvat zelfrealisatie, het functioneren van het individu volgens normatieve psychologische standaarden. Doelgerichtheid, persoonlijke groei, autonomie, omgevingsbeheersing, zelfacceptatie en positieve relaties hebben invloed op de mate van psychologisch welzijn. Waar psychologisch welbevinden verwijst naar de evaluatie van het optimale individuele functioneren, verwijst sociaal welbevinden naar de evaluatie van het optimale sociale functioneren in de maatschappij. Keyes (1998) onderscheidt vijf dimensies die samen het sociaal welbevinden uitmaken. Deze dimensies beschrijven een persoon die een positieve visie heeft op andere mensen en gelooft in maatschappelijke vooruitgang, die de maatschappij begrijpt, erin participeert en er zich in thuis voelt (Bohlmeijer et al).

Dit artikel gaat, gezien de definitie van de WHO, niet alleen in op de invloed van de groente- en fruitconsumptie op het voorkomen van depressies en depressieve gevoelens, maar ook op de hierboven omschreven verschillende aspecten van de geestelijke gezondheid.


Invloed van voedingspatroon

De invloed van een gezond voedingspatroon op de geestelijke gezondheid is uitgebreid onderzocht. Zo toonde een studie van Berk et al. toonde in 2013 aan dat leefstijlfactoren, zoals een slecht dieet, een zittende leefstijl, roken en drugsmisbruik kan bijdragen aan een verhoogd risico op depressies. Deze conclusie is gebaseerd op verschillende studies, waaronder één waarin een voedingspatroon met groenten, fruit, vis, vlees en volkerenproducten werd vergeleken met een Westers dieet, waarin meer ongezonde producten werden genuttigd. Het eerste dieet werd geassocieerd met een verminderd aantal psychologische stoornissen (waaronder depressie en stemmingsstoornissen) en het Westerse dieet stond in verband met een toename van deze aandoeningen (jacka et al, 2010). Meerdere studies bevestigen dit (76.56. 65.66.67.68). Ook personen die een traditioneel Japans dieet aanhielden, waarin veel groenten, fruit, sojaproducten en paddenstoelen worden genuttigd, blijken minder depressieve gevoelens te hebben dan personen die dit dieet niet nastreefden (Nanri et al, 115). Vergelijkbare resultaten werden gevonden onder Fransen die veel groenten en fruit tot zich namen, echter het verschil was alleen onder vrouwen significant (114) en Griekse ouderen, wie veel vis, groenten en granen nuttigden (116). Ook in China bleek een traditioneel voedingspatroon, bestaande uit volle granen, groenten, fruit, rijst en soja producten de kans op depressies en angststoornissen verminderde (119).

Andersom is bekend dat negatieve emoties een verhoogde consumptie van producten met een hoog vet- en suikergehalte kunnen zorgen (Greeno & Wing, 1994; Macht, 2008; O’Connor et al., 2008; Sieber, 2007) (Anschutz, Van Strien, Van De Ven, & Engels, 2009; Laitinen, Ek, & Sovio, 2002; Loth, van den Berg, Eisenberg, & Neumark-Sztainer, 2008; Mikolajczyk, Ansari, & Maxwell, 2009; Ng & Jeffery, 2003; Oliver & Wardle, 1999; Rose, Soperski,& Golomb, 2010).. Tevens zou men meer gaan snacken en minder complete maaltijden nuttigen (Lowe & Fisher, 1983; Macht, 2008; O’Connor et al., 2008; Oliver, Wardle, & Gibson, 2000; Sieber, 2007) en minder groenten consumeren (Greeno & Wing, 1994; O’Connor et al., 2008; Torres & Nowson, 2007). Stress heeft dezelfde invloed op het eetpatroon als negatieve gevoelens dat hebben (O’Connor et al., 2008) (Greeno &Wing, 1994).
Invloed van groente en fruit

Hoewel de invloed van één specifieke voedingsgroep, zoals groenten en fruit, op het geestelijk welzijn lastig te achterhalen is (Rooney), zijn er toch een aantal onderzoeken verricht waarin de effecten van de groenten- en fruitconsumptie specifiek onderzocht is.



De meeste onderzoeken naar de invloed van groente- en fruitconsumptie op het psychologisch welzijn, zijn transversale studies. Hierbij wordt ieder individu in een groep eenmaal en op hetzelfde tijdstip geobserveerd of gemeten. De meeste onderzoeken richtten zich in het speciaal op de invloed op depressies. Zo toonde een recente systematic review (27) tegenstrijdige resultaten aan tussen verschillende studies. Van de vier studies die werden geïncludeerd, toonde er één een inverse significant verschil aan (57), twee toonden geen enkele associatie aan (50,61) en één toonde aan dat groenten wel, maar fruit niet, effect hadden op depressieve gevoelens (62). Deze tegenstrijdigheid werd ook opgemerkt in het grootste transversale onderzoek tot nu toe. In deze studie, waarin 296.121 personen van twaalf jaar en ouder vijf keer (in een periode van negen jaar) ondervraagd werden over hun dagelijkse groente- en fruitconsumptie (fruitsappen telden niet als een portie), bleek een grotere inname van groente en fruit verband te houden met 27 procent minder depressieve episodes, in vergelijking tot de groep die de hoogste groente- en fruitconsumptie hadden. Degenen met de grootste groente- en fruitinname waren significant minder droevig dan personen met de laagste groente- en fruitinname. Een slecht ervaren mentale gezondheid werd in verband gebracht met een lagere groente- en fruitconsumptie. Ook wanneer de invloed van bepaalde soorten groenten en fruit apart onderzocht werden, bleken de associaties met depressies soortgelijk. De onderzoekers suggereerden daarom dat de gunstige effecten van groenten en fruit op de mentale gezondheid zou kunnen liggen in een voedingspatroon waarin groente en fruit zijn opgenomen, in plaats van de invloed van de individuele nutriënten in de verschillende soorten groenten en fruit (McMartin, S.E., Jacka, F.N., & Colman, I., 2013). De studie hield echter geen rekening met andere voedingsmiddelen en daarom is het onmogelijk te onderzoeken of deze voedingsmiddelen hebben bijgedragen aan de positieve effecten (Rooney).
Hoewel deze resultaten positief zijn, zijn er ook studies waarin de positieve effecten van groenten en fruitconsumptie (69) of groente- en fruitrijke voedingspatronen (70) op depressies niet zijn aangetoond. De meerderheid van de onderzoeken laten heterogene resultaten zien. Zo tonen twee studies wel een positief effect op vrouwen, maar niet op mannen aan (49.58) en één studie toonde het tegenovergestelde aan (47). Deze resultaten kunnen verklaard worden door het feit dat vrouwen zich meer bewust zijn van richtlijnen met betrekking tot gezond eten en gezond eetgedrag te rapporteren dan mannen (71). Daarnaast tonen sommige studies aan dan depressies zijn geassocieerd met sommige soorten groenten en fruit, maar niet alle soorten (48,62,70,72). Een reden hiervoor zou kunnen zijn dat verschillende soorten groenten en fruit verschillende voedingsstoffen bevatten die niet allemaal dezelfde effecten teweegbrengen. Bovendien kan de stemming van een persoon van invloed zijn op de keuze om groenten en fruit te nuttigen (73). Deze aanname komt eveneens naar voren in een onderzoek onder 281 Nieuw-Zeelandse studenten, waarin zij gedurende 21 dagen aangaven hoe zij zich die dag voelden en wat zij dagelijks aten, toonde aan dat op dagen waarop zij meer negatieve gevoelens zoals angst, depressie en boosheid ervoeren, zij 0.085 minder porties fruit consumeerden. Dit verschil was echter niet significant. Op dagen dat zij meer positieve gevoelens zoals kalmte, tevredenheid en enthousiasme ervoeren, consumeerden ze 0.112 meer porties fruit en 0.147 meer porties groenten, wat wel een significant verschil was. Analyses toonden aan dat de groente- en/of fruitconsumptie ervoor zorgde dat de deelnemers de volgende dag positiever waren. Andersom zorgde positievere gevoelens er niet voor dat zij de volgende dag meer groente en fruit consumeerden (White, B.A., Horwath, C.C., & Conner, T.S., 2013).

Er zijn ook studies die de relatie tussen groente- en fruitconsumptie en algehele mentale gezondheid onderzochten. Zo concludeerde Eckert et al (74) dat één portie of minder groenten per dag een voorspeller is voor mentale ziekte. Een inverse associatie werd gevonden tussen het minst gezonde voedingspatroon (met weinig groenten en fruit) en een verhoogd aantal ongezonde mentale dagen (75).



Een positieve relatie werd gevonden tussen personen die zich aan een Mediteraan dieet (76) hielden. Sommige onderzoeken toonden dezelfde resultaten aan, maar met verschillen tussen mannen en vrouwen (51.77). Adams en Colner (47) toonde niet alleen verschillen aan tussen mannen en vrouwen, maar ook tussen verschillende categorieën van mentale gezondheid. Onder vrouwen was groente- en fruitconsumptie gerelateerd aan een hopeloze en overwelvende gevoelens, maar niet aan een gevoel van uitputting, bedroefdheid en depressieve gevoelens of depressies. Ook tussen bevolkingsgroepen blijken verschillen te zijn, zo toonde Kiviniemi et al. (54) aan. Zo bleken Blanken en Latijnen minder psychologische stress te hebben wanneer zij meer groenten en fruit aten, maar onder Afro-Americaenen was er geen effect. De onderzoekers dachten dat dit verschil mogelijk te wijden was aan de voedselkeuzes die gemaakt werden wanneer negatieve stemmingen werden ervaren. Ook is er onderzoek gedaan naar de mogelijke associaties tussen groente- en fruitconsumptie en algemene stemming.
Een andere recente studie (59) waarin 80.000 Britten onderzocht werden op psychologisch welzijn (met componenten als tevredenheid, zelfervaren gezondheid, geluk en nervositeit) , toonde aan dat dit welzijn het hoogst was wanneer men zeven porties groenten en/of fruit per dag consumeerde. Onderzoeken op kleinere schaal tonen eveneens positieve effecten aan tussen groente- en fruitconsumptie en geluk (79), tevredenheid in het leven (80,81), optimisme (82) en zelfvertrouwen (83). De oorzaken voor deze uitkomsten zijn echter niet te bepalen, gezien de vorm van het onderzoek.
Een recente studie uit 2015, waarin onderzoekers de relatie tussen de groente- en fruitconsumptie en eudaemonic welzijn in kaart brachten. Deze soort welzijn wordt gekenmerkt door een toestand van bloeiende gevoelens van betrokkenheid, betekenis en een doel in het leven. Gedurende dertien dagen hielden 405 personen met een gemiddelde leeftijd van 20 jaar, via het internet een voedingsdagboek bij waarin zij hun groente- en fruitconsumptie noteerden, evenals de inname van zoetigheden, chips, en het niveau van eudaemnonic welzijn, nieuwsgierigheid, creativiteit, positieve en negatieve gevoelens. Er werden analyses gemaakt tussen de personen en van de personen zelf (tussen week- en weekenddagen). Diegenen die meer groenten en fruit tot zich namen, bleken een hoger niveau van eudaemonic welzijn te rapporteren, dan jongeren die minder groente- en fruit tot zich namen. Ook waren er verschillen tussen de dagen waarop meer groenten en fruit geconsumeerd werd dan op de dagen waarop minder groenten en fruit geconsumeerd werd bij dezelfde persoon. Een verhoogde groente- en fruitinname zorgde voor meer positieve gevoelens/invloed. Enkele ongezonde voedingsmiddelen zoals chips en zoetigheden, waren gerelateerd aan welzijn, behalve dat de consumptie van zoetigheden. Deze werd in verband gebracht met meer nieuwsgierigheid en positieve gevoelens bij dezelfde persoon. Deze studie toonde geen verband aan tussen de groente- en fruitconsumptie en een groter welzijn de volgende dag of vice versa (Conner, T.S., Brookie, K.L, Richardson, A.C., & Polak, M.A., 2015).
Longitudinale onderzoeken, waarin groenten en fruitconsumptie in verband werden gebracht met psychologisch welzijn, laten zien dat een voedingspatroon dat rijk is in groenten en fruit kan beschermen tegen depressies (20.84.24). Zo laat een onderzoek onder 12.404 deelnemers zien dat een traditioneel dieet, rijk aan vis, groenten en fruit in verband staat met minder depressieve gevoelens bij zowel mannen als vrouwen (85). Ook hierbij bestaat de kans dat personen met meer depressieve gevoelens minder groenten en fruit nuttigen en er dus sprake is van een reverse causaliteit. Een Taiwanese studie toonde aan dat alleen groenten depressieve symptomen kunnen voorkomen (86). Een longitudinale studie die de invloed van groente en fruit op de algehele mentale gezondheid onderzocht, concludeerde dat grote verbeteringen in het dieet (gebaseerd op een verhoogde groenten en fruitinname) gedurende twee jaar voor een verbetering van de zelf ervaren mentale gezondheid zorgde. Dit was echter alleen het geval voor diegenen met de grootste verbeteringen in hun dieet, en alleen voor bepaalde subcategorieën zoals geluk en vredigheid. Studies tonen aan dat gezonde voedingspatronen (87,88) in verband staan met verbeteringen in emotioneel functioneren, stemming en mentale gezondheid onder jong-volwassenen. Deze conclusie werd echter later door de onderzoekers zelf tegengesproken. Interessant aan deze studie was dat er volgens de onderzoekers geen sprake was van reverse causaliteit, omdat mentale gezondheid bij de start van het onderzoek niet de kwaliteit van het voedingspatroon bepaalde.
Naast transversale en longitudinale studies, zijn er ook experimentele studies verricht. De meeste studies van deze soort onderzochten het effect van groente en fruit op psychologisch welzijn in combinatie met andere veranderingen in het voedingspatroon of levensstijl. Vier onderzoeken hebben in hun toegevoegde analyses de rol van groenten en fruit specifiek onderzocht (92-95). De meesten rapporteerden heterogene effecten (92,92,95). Zo vond Plaisted et al (92) dat een voedingspatroon waarin veel groenten en fruit genuttigd werden gedurende elf weken, in verband staat met een verhoogde vitaliteit bij patiënten met een hypertensie. Er waren geen significante verschillen tussen een hoge groente en fruitinname, weinig vet en een controle groep. Daarnaast werd het groente en fruitdieet niet geassocieerd met enige verbetering in mentale gezondheid. Een andere studie (93) onderzocht de effecten op de kwaliteit van leven van een verbeterd voedingspatroon (dat rijk was in groenten en fruit) en concludeerde dat de vitaliteit verbeterde, maar de algehele mentale gezondheid niet, in vergelijking tot de groep die alleen advies kreeg. Deze effecten werden echter alleen na zes maanden gevonden. Na achttien maanden werden geen verschillen waargenomen. Een vergelijkbaar onderzoek van Torres et al. (95) toonde dat een verhoogde groente- en fruitconsumptie gedurende veertien weken in postmenopause vrouwen tot minder verwarde gevoelens leidde, maar geen effect had op andere psychologische aspecten.
Oorzaken

Zoals eerder beschreven, is het aannemelijk dat personen die over een grotere geestelijke gezondheid beschikken, meer groenten en fruit consumeren (Bonnie, Rooney Fredrickson, 2001). Echter zijn er ook onderzoeken die concluderen dat de positieve effecten niet alleen hieraan kunnen worden toegeschreven (87,88). Tevens concludeert één groep onderzoekers dat wanneer men vandaag meer groente en/of fruit nuttigt, men morgen meer positieve gevoelens ervaart Deze groep onderzoekers ondersteunen het idee dat positieve gevoelens een gezond eetpatroon niet kunnen verklaren, want anders zou men de dag nadat men meer groenten en fruit heeft genuttigd niet persé meer positieve gevoelens ervaren. Wel zou het kunnen zijn dat wanneer men zich goed voelt, diezelfde dag gezonde keuzes maakt, welke de volgende dag tot meer positieve gevoelens zouden leiden. (White, B.A., Horwath, C.C., & Conner, T.S., 2013).


Mogelijke oorzaken zouden kunnen liggen aan specifieke macro- en micronutriënten die groenten en fruit bevatten. Zo is de invloed van koolhydraten op stemming uitgebreid onderzocht. Insuline, dat door deze groep macronutrienten vrijkomt, zorgt voor een verhoging van het trypofaanlevel in de hersenen, welke de syntese van belangrijke neurotransmitters, waaronder insuline, stimuleert (9, Blundell et al., 1995; Takeda et al., 2004, Kubiak & Krog, 2012). Er is bewijs is dat enkelvoudige koolhydraten dit effect tijdelijk teweegbrengen (17), maar dat complexe koolhydraten een langduriger effect veroorzaken vanwege de tragere afgifte van glucose (18,19). Complexe koolhydraten bevinden zich met name in producten met een lage glycemische index, waaronder diverse types groenten en fruit (Rooney, Christensen & Burrows, 790 Bonnie A. White et al. 1990; Reid, Hammersley, & Duffy,). Groenten en fruit zijn eveneens een rijke bron van vitamine B, in het speciaal foliumzuur, dat gevonden wordt in spinazie, spruiten en sinaasappelen en vitamine B6, dat gevonden wordt in erwten en bananen. Er zijn twee mechanismen die positieve invloed op het psychologisch functioneren kunnen verklaren, namelijk dat ze invloed hebben op belangrijke neurotransmitters zoals serotonine, andere mono-amine transmitters en catecholamines (21) en dat ze in een functie vervullen in het omzetten van homocysteine in methionine, een precursus van S-adenosylmethioine, welke essentieel is voor methylering in de hersenen (22). Tekorten van deze stoffen kunnen leiden tot verminderde syntese van neurotransmitters, welke voor depressieve gevoelens kunnen zorgen (23). Een aantal onderzoeken (24,25) bevestigen dit, hoewel twee systematische reviews deze effecten niet hebben aangetoond (26,27). Toch kunnen de positieve effecten van vitamines B niet geheel buiten beschouwing gelaten worden (Rooney).

Vitamines C en E, welke eveneens voorkomen in groenten en fruit, beschikken een over antioxidantele werking welke tegen oxidative stress kan werken (McMartin et al., 2013).. Deze staat in verband met mentale gezondheid (28, berk, berk(Berk et Carrots and Curiosity 7 al., 2013), ). Ook kunnen zij ontstekingremmend werken, wat in verband staat met een betere mentale gezondheid, een verminderde kans op depressies (29) en een groter eudaemonic welzijn (Friedman, Hayney, Love, Singer, & Ryff, 2007). . Hoewel enkele studies deze resultaten weerleggen (waltz, 30,31,32), zijn er diverse onderzoeken die deze resultaten bevestigen (29, 34, 21, 35, 36). Zo worden carotenoiden in verband gebracht met optimisme (33). Polyfenolen en fytochemicalien worden in verband gebracht met positieve effecten op de stemming, bij zowel dieren (38) als mensen (39,40).

Daarnaast speelt vitamine C een belangrijke rol in de productie van dopamine (Girbe, Ramassamy, Piton, & Costentin, 1994; Seitz et al., 1998). Dopamine wordt ook wel het gelukshormoon genoemd (Kringelbach & Berridge, 2009 pp. 479).
Ook mineralen, zoals ijzer, calcium en magnesium hebben respectievelijk een verbetering van de psychologische gezondheid tot gevolg (41,42,43).

Daarnaast worden groenten en fruit rijke voedingspatronen in verband gebracht met verhoogde niveaus van neurotropic factor (44). Een vermindering hiervan wordt gelinkt aan een slechte psychologische gezondheid.


Tot slot kunnen percepties van individuen de gunstige uitkomsten verklaren. Het is aannemelijk dat de gedachten van de mate van gezondheid het psychologisch welzijn kan beïnvloeden. Onderzoeken tonen aan dat het nuttigen van gezonde producten, welke een lagere caloriedichtheid hebben, positieve emoties kan opwekken (45,46, (Hayes, D’Anci, & Kanarek, 2011; Macht & Dettmer, 2006; Ogden & Wardle, 1991).
Discussie

Verschillen in uitkomsten van de onderzoeken kunnen gewijd worden aan het feit dat het om zelfrapportages gaat en het gebruik van verschillende meetinstrumenten tussen de onderzoeken. Vergelijking is hierdoor lastig. Niet alle studies gebruikten gevalideerde meetinstrumenten (74.97). Bovendien werd in sommige studies gevraagd naar gegevens over het verleden, wat de interpretatie van de gegevens kan beïnvloeden. Onderzoek toont aan dat deelnemers moeite blijken te hebben met het terughalen van gevoelens van een lange tijd geleden (111). Ook situaties op de korte termijn kunnen over- of onderschat worden (112).

Sommige meetinstrumenten geven niet voldoende ruimte om het aantal porties nauwkeurig te kunnen invullen(48,57,58) en een aantal onderzoeken vraagt deelnemers naar het gemiddelde aantal porties (20,51,63,76). Ook dit kan geleid hebben tot heterogene resultaten.

Daarnaast zijn deelnemers geneigd een gewenst antwoord in te vullen, wanneer gevraagd wordt naar persoonlijke situaties (114). Een aantal studies heeft alleen het effect van het voedingspatroon en/of de groenten- en fruitconsumptie op het aanwezigheid van depressieve symptomen onderzocht. Gezien de definitie van ‘geestelijk welzijn’ van de WHO, is dit te beperkt (113,117).


Conclusie

Hoewel er aanwijzigen zijn voor de positieve invloed die groenten en fruit hebben op het geestelijk welzijn, is er tot nu toe onvoldoende bewijs voor deze invloed. De tegenstrijdige resultaten kunnen deels te wijden zijn aan de methodologische beperkingen en vorm van onderzoek. Meer onderzoek is nodig naar gevalideerde meetinstrumenten die de invloed van groente en fruit op het geestelijk welzijn kunnen meten. Toekomstige studies zouden gevalideerde en veelgebruikte meetinstrumenten moeten gebruiken, zodat het vergelijken van uitkomsten tussen studies vergemakkelijkt wordt. Verschillende ondervragingen gedurende de dag, in plaats van slechts één maal per dag, moeten in overweging genomen worden (white). Daarnaast is er meer onderzoek nodig naar de biologische mechanismen die invloed kunnen hebben op het geestelijk welzijn (Rooney). Ook dient er meer onderzoek verricht te worden naar het aantal porties dat men dient te nuttigen om positieve effecten te verkrijgen. Tot slot is het aanbevelingswaardig dat meer grondig onderzoek verricht dient te worden naar de synthese van de reeds bestaande onderzoeken in de vorm van een systematic review of Randomized Controlled trial(Rooney, Blanchflower)


Samenvatting
Referenties



|
TIJDSCHRIFT DE PSYCHOLOOG| JUNI 2015|




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina