Toelichting op het vakspecifieke deel van het examenprogramma vmbo beeldende vakken Inleiding



Dovnload 183.52 Kb.
Datum23.08.2016
Grootte183.52 Kb.
Toelichting op het vakspecifieke deel van het examenprogramma

VMBO Beeldende vakken

Inleiding:

Hieronder treft u een toelichting op de eindtermen van het examenprogramma VMBO beeldende vakken. De toelichting heeft alleen betrekking op de centraal te examineren onderdelen: het Centraal Praktisch Examen of CPE en het Centraal Schriftelijk Examen of CSE.

In de omkaderde tekstvlakken staat de tekst van het examenprogramma VMBO beeldende vakken voor zover deze betrekking heeft op de centraal te examineren onderdelen. De overige tekst betreft de toelichting op de tekst van het examenprogramma.
Het examenprogramma VMBO beeldende vakken is te vinden op www.examenblad.nl. Daar staan ook de teksten die in deze toelichting niet zijn opgenomen en die betrekking hebben op het schoolexamen.
Toelichting algemeen

Het centraal examen bestaat uit een centraal praktisch examen, CPE, en een centraal schriftelijk examen, CSE. Het cijfer voor het centraal schriftelijk examen en het centraal praktisch examen bepalen elk voor de helft het cijfer voor het centraal examen.

Het CPE en het CSE gaan uit van een zelfde thema. Het thema voor het betreffende examenjaar wordt toegelicht in de septembermededeling van de CEVO. Het CPE vormt, omdat het eerder wordt afgenomen dan het CSE, indirect een voorbereiding op het CSE. In het CPE ligt het accent op het zelf produceren van beeldend werk, het CSE legt het accent op het reflecteren op beeldend werk van kunstenaars en vormgevers. In beide examens wordt aandacht besteed aan het proces dat aan het beeldend werk vooraf gaat.
Begrippenlijst

Voor zowel het CPE als het CSE is een begrippenlijst opgesteld (zie bijlage begrippenlijst). Aan de hand van beeldend werk dient de kandidaat deze begrippen in het CPE ten behoeve van zijn/ haar eigen beeldend werk toe te passen en in het CSE ten behoeve van het beschouwen van beeldend werk van anderen te(her)kennen en te benoemen.



Het centraal praktisch examen


    1. Vakspecifieke examenbeschrijving




      1. Het centraal praktisch examen



De examinering van het verrijkingsdeel

Het centraal praktisch examen heeft betrekking op de exameneenheden

BV/V/1 Eindopdracht, productief en reflectief

BV/V/3 Vaardigheden in samenhang

Het centraal praktisch examen bestaat uit opdrachten die voor elk van de vier beeldende vakken verschillend zijn.


Het centraal praktisch examen bestaat uit een aantal zittingen.



CPE beeldende vakken


De vier beeldende vakken zijn: tekenen, handenarbeid, textiele werkvormen en audiovisuele vormgeving.

De opdrachten voor de vier beeldende vakken worden binnen het thema vakspecifiek uitgewerkt.


Magazine

Ten behoeve van dit thema verschijnt jaarlijks een magazine. Het magazine is voor alle vier de beeldende disciplines identiek en bevat informatie over de verschillende wijzen waarop en intenties waarmee kunstenaars het thema in beeld brengen. Het magazine is een 8 pagina’s tellende kleurenbijlage die een korte omschrijving van de CPE opgaven bevat. Daarnaast gaat het in op werkprocessen van kunstenaars die werk hebben gemaakt binnen het thema. Op deze wijze blikt het magazine vooruit zowel op het CPE als op het CSE. Het magazine wordt samen met de CPE examendocumenten toegestuurd in februari van het examenjaar, en mag vanaf een vastgesteld moment aan de kandidaten worden uitgereikt.


Septembermededeling

In de septembermededeling wordt aangegeven wanneer het magazine met de CPE opgave naar de scholen wordt gestuurd, wanneer en vanaf welke datum het mag worden uitgereikt.

In de septembermededeling wordt de thematiek voor zowel het CPE als CSE nader aangeduid.

Periode en duur

Het CPE wordt afgenomen in de periode die voorafgaat aan het CSE, in de regel vanaf eind maart tot half mei. Deze periode wordt aangegeven in de septembermededeling.

De tijdsduur van het CPE bedraagt 12 klokuren, die de school naar eigen inzicht kan inroosteren in de daarvoor aangegeven periode. Op de dag van de eerste zitting ontvangen de kandidaten het opgavenboekje. Het CPE dient afgerond te zijn voordat het CSE wordt afgenomen.
Uitzondering

Omdat het thema van CPE en CSE gelijk is, veronderstelt deelname aan het CSE een grondige kennisname van het CPE. Als een kandidaat wegens ziekte nog niet aan het CPE heeft kunnen deelnemen, verdient het daarom aanbeveling dat deze, na voltooiing van het CPE, het CSE in het tweede tijdvak aflegt. Als een kandidaat op het moment waarop het CSE wordt afgenomen al wel grondig kennis heeft gemaakt met het CPE maar het nog niet geheel heeft kunnen voltooien, is deelname aan het CSE eerste tijdvak, en voortgezette afname van het CPE na het CSE wel verantwoord mogelijk; een en ander ter beoordeling van de directeur.


Beoordeling
Beoordeling van het CPE vindt plaats door de eigen docent en een tweede corrector. De tweede corrector wordt door het bevoegd gezag van de school benoemd.
Examinator en tweede corrector zijn gehouden aan de score-omzettingsschaal zoals die zich op de laatste pagina van het CPE-document ‘Instructie Voor De Docent’ bevindt.


De examinering van het verrijkingsdeel CPE

Het centraal praktisch examen heeft betrekking op de exameneenheden

BV/V/1 Eindopdracht, productief en reflectief

BV/V/3 Vaardigheden in samenhang







BV/V/1 Eindopdracht, productief en reflectief

De kandidaat kan

1 zelfstandig een eigen probleemstelling formuleren en komen tot autonoom beeldend werk

2 zelfstandig een eigen probleemstelling formuleren en komen tot toegepast beeldend werk

- Voor kandidaten in het vak tekenen betekent dit komen tot tweedimensionale beelden.

- Voor kandidaten in het vak handenarbeid betekent dit komen tot driedimensionale beelden.



  • Voor kandidaten in het vak textiele werkvormen betekent dit komen tot twee- of driedimensionale beelden in textiel.

  • Voor kandidaten in het vak audiovisuele vormgeving betekent dit komen tot een geënsceneerde sbbg ( stilstaand beeld/ bewegend beeld) of een documentaire

  1. diverse fases van het werkproces zelfstandig doorlopen en het tijdpad ervan zelf bewaken

  2. aspecten van de voorstelling, beeldende aspecten, technieken en de daarbij

behorende materialen, apparatuur en gereedschappen zelfstandig kiezen en zo toepassen dat ze een bijdrage leveren aan de zeggingskracht van het eigen autonome werk en/of het eigen toegepaste werk

5 het eigen beeldend werk / het doorlopen proces zelfstandig presenteren en er zelfstandig op reflecteren

6 aan de hand van de eigen probleemstelling zelfstandig een relatie leggen tussen het eigen beeldend werk en het beeldend werk van anderen aan de hand van
- aspecten van de voorstelling
- beeldende aspecten
- technieken met de daarbij behorende materialen, apparatuur, gereedschappen

- aspecten van de culturele en/of kunsthistorische context.




Toelichting:

De CPE opgave wordt zo aangeboden dat de kandidaat geleid wordt bij het maken van (noodzakelijke) keuzen. Daarnaast wordt de kandidaat gesteund in het letten op de tijd bij het uitwerken van bepaalde onderdelen. De onderdelen waarmee een kandidaat door het examen geleid worden zijn:



  • op zoek naar een idee

  • beeldend onderzoek

  • vaststellen ontwerp

  • werkstuk uitvoeren

  • beeldvergelijking

  • presentatie

De onderdelen hebben betrekking op oriënteren, experimenteren, uitvoeren en evalueren.

Toelichting verrijkingsdeel BV/V/1: eindopdracht, productief en reflectief:
Ad 1 en 2 van exameneenheid BV/V/1::

De kandidaat kan vanuit een thema komen tot een persoonlijke verbeelding.

De verbeelding kan betrekking hebben op autonoom beeldend werk of op toegepast beeldend werk.

Afhankelijk van de aangeboden beeldende discipline op de school worden de beelden twee- dan wel driedimensionaal en wordt gewerkt met voor de discipline geëigende middelen.



Ad 3 en 5 van exameneenheid BV/V/1:

Deze exameneenheden verwijzen naar exameneenheid BV/K/5 werkproces productief. Deze exameneenheid BV/K/5 heeft een plaats in het schoolexamen maar komt terug in het CPE daar waar het de exameneenheid BV/V/3 betreft: Vaardigheden in samenhang. De kandidaat kan de vaardigheden uit de eindtermen van het kerndeel in samenhang toepassen.

Binnen exameneenheid BV/K/5 werkproces productief worden de volgende stappen onderscheiden:
De kandidaat kan


  1. een probleemstelling verkennen

  2. een probleemstelling analyseren

  3. voor de probleemstelling diverse beeldende oplossingen bedenken

  4. voor de probleemstelling mogelijkheden voor beeldende oplossingen verkennen

  5. uit de mogelijke oplossingen een keuze maken

  6. de gekozen oplossing uitvoeren

  7. het doorlopen werkproces vastleggen en ordenen

  8. de gekozen oplossing en het doorlopen werkproces presenteren en toelichten

  9. op de gekozen oplossing en het doorlopen werkproces reflecteren

  10. bovenstaande activiteiten in samenhang uitvoeren

  11. werkzaamheden binnen de vooraf gestelde tijd afronden

De stappen A, B en C van het werkproces productief kunnen beschouwd worden als oriëntatie op het thema en oriëntatie op de verbeelding van het thema.

De kandidaat kan laten zien dat er aan een thema verschillende kanten zitten die mogelijkheden geven voor verbeelding.

De kandidaat kan deze mogelijkheden verkennen en zichtbaar maken.

De kandidaat kan uit de verkende mogelijkheden een keuze maken en deze toelichten.
De stappen D, E en F van het werkproces productief hebben betrekking op het doen van beeldend onderzoek en het uitwerken van een bepaalde oplossing. De kandidaat kan laten zien dat bij het uitwerken van een oplossing bepaalde aspecten nader onderzoek vragen en kan dit onderzoek op verschillende wijzen uitvoeren zoals:


  • door schetsen ( ruimtelijk of twee dimensionaal)

  • door relevant beeldmateriaal te verzamelen

  • door vormen te onderzoeken

  • door materiaalproeven te doen

De kandidaat toont daarmee dat hij/ zij in staat is voorstelling en vormgeving en gebruikte media op elkaar te betrekken.

De kandidaat kan zo komen tot een verbeelding van het thema gebruik makend van gegevens uit de oriëntatie en beeldend onderzoek. Van belang is dat de kandidaat zich realiseert dat hij/ zij ten aanzien van de verbeelding van het thema keuzes maakt.


Het doen van beeldend onderzoek in relatie tot het beoordelingsformulier

Voor de beoordeling van het CPE wordt een beoordelingsformulier gebruikt. Naast een papieren beoordelingsformulier dat met de examenbescheiden wordt toegestuurd kan het beoordelingsformulier digitaal worden gedownload via www.cevo.nl.

Op het beoordelingsformulier moet aangegeven worden of er sprake is van breed of diep onderzoek. Onder breed onderzoek wordt het volgende verstaan:

Onderzoek wordt breed genoemd wanneer een kandidaat kan laten zien dat deze in staat is veel verschillende ideeën naast elkaar te onderzoeken die op het eerste gezicht niet zo veel met elkaar te maken hebben.



Onder diepgaand onderzoek wordt het volgende verstaan:

Onderzoek wordt diep genoemd wanneer de kandidaat kan laten zien dat deze bij de uitwerking van een gekozen idee alternatieven en varianten kan onderzoeken.



De stappen G, H en I van het werkproces productief geven aan dat van de kandidaat verwacht wordt dat deze in staat is zijn werkstuk optimaal te presenteren waarbij tevens inzicht gegeven wordt in de wijze waarop het werkstuk tot stand is gekomen en wat daaraan vooraf is gegaan.

Stap K van het werkproces productief verwacht van de kandidaat dat deze het tijdpad zelfstandig kan bewaken. Bij het CPE krijgen de kandidaten ondersteuning in de vorm van een globale tijdsinvestering voor de verschillende te zetten stappen.
Ad 4 van exameneenheid BV/V/1:

Van de kandidaat wordt verwacht dat deze in staat is om in diens verbeelding van het thema een relatie te leggen tussen de voorstelling, het gebruik van beeldende aspecten, de toepassing van materiaal, apparatuur, gereedschap en techniek. Inhoud, vorm en medium dienen in het gemaakte werk tot uitdrukking te komen.


Ad 6 van exameneenheid BV/V/1:

Van de kandidaat wordt verwacht dat deze in staat is een vergelijking te maken tussen diens eigen werk en dat van een beeldend kunstenaar of vormgever aan de hand van aspecten van de voorstelling, beeldende aspecten, technieken en de daarbij behorende materialen, apparatuur en gereedschappen en aspecten van culturele en/ of kunsthistorische context.





BV/V/3 Vaardigheden in samenhang
De kandidaat kan de vaardigheden uit de eindtermen van het kerndeel in samenhang toepassen.



Toelichting: In de formulering van het verrijkingsdeel BV/V/1 zitten de elementen die ook in het kerndeel genoemd worden. De toelichting op BV/V/1 kan beschouwd worden als uitwerking van vaardigheden in samenhang.

Het opgavenboekje van het CPE is zo samengesteld dat de kandidaat de productieve en reflectieve vaardigheden in samenhang kan herkennen en toepassen.



Het centraal Schriftelijk Examen


Het centraal schriftelijk examen
De examinering van het kerndeel

Het centraal schriftelijk examen heeft betrekking op de exameneenheden

BV/K/3 Leervaardigheden in de beeldende vakken

BV/K/8 Beschouwen - werk van anderen, reflectief

Het centraal schriftelijk examen wordt afgenomen in een zitting van 120 minuten.

Weging


Het cijfer voor het centraal schriftelijk examen en het centraal praktisch examen bepalen elk voor de helft het cijfer voor het centraal examen.



Toelichting


Het centraal schriftelijk examen is voor de vier beeldende vakken identiek. Het CSE bestaat uit 40 tot 45 vragen die zijn verdeeld over 4 blokken. In het CSE worden geen vragen gesteld die vakspecifieke kennis van een van de vier beeldende vakken vereisen.




BV/K/3 Leervaardigheden in de beeldende vakken

De kandidaat beheerst een aantal strategische vaardigheden die bijdragen tot de ontwikkeling van het eigen leervermogen.


De kandidaat kan

1 op problemen in een beeldend proces anticiperen



  1. in een beeldend proces keuzes maken en deze keuzes toelichten

  2. ruimtelijk inzicht inzetten, zowel in het produceren als in het beschouwen van beelden

  3. met behulp van beelden op zichzelf en anderen reflecteren

  4. op beelden van zichzelf en anderen reflecteren

  5. ICT in een beeldend proces op adequate wijze inzetten.





Toelichting
Ad 1 van de exameneenheid BV/K/3:

Deze exameneenheid wordt niet getoetst op het centraal schriftelijk examen beeldende vakken.


Ad 2 van exameneenheid BV/K/3:

De kandidaat kan fasen van het proces dat voorafgaat aan het tot stand komen van een beeldend werk benoemen. In het CSE hebben deze fasen van het proces betrekking op werk van beeldend kunstenaars en vormgevers. Zie verder BV/V/1


Ad 3 van exameneenheid BV/K/3:

Deze eindterm heeft geen betrekking op het zelf produceren van beelden maar op het beschouwen ervan. De kandidaat kan zich naar aanleiding van een afbeelding, tekening of plattegrond zich een ruimtelijke voorstelling vormen van driedimensionale objecten.


Ad 4 van exameneenheid BV/K/3:

Deze exameneenheid wordt niet getoetst op het centraal schriftelijk examen beeldende vakken.



Ad 5 van exameneenheid BV/K/3:

Reflecteren is het beschouwen van beeldende kunst en vormgeving waarbij formele en inhoudelijke eigenschappen van beeldend werk worden geanalyseerd; (een en ander in relatie tot de tijd en omstandigheden waarin deze ontstonden en in relatie tot de omstandigheden waarin ze worden beschouwd).

Beeldend werk zijn producten van beeldende kunst en vormgeving zowel twee - als driedimensionaal als audiovisueel.
Ad.6 van exameneenheid BV/K/3:

Deze exameneenheid wordt niet getoetst op het centraal schriftelijk examen beeldende vakken.




BV/K/8 Beschouwen - werk van anderen, reflectief
De kandidaat kan

1 in autonome beelden van anderen de volgende aspecten benoemen en toelichten

- aspecten van de voorstelling

- beeldende aspecten

- technieken en de daarbij behorende materialen, apparatuur, gereedschappen

- functionaliteit

- aspecten van de culturele en/of kunsthistorische context

2 in toegepaste beelden van anderen de volgende aspecten benoemen en toelichten

- aspecten van de voorstelling

- beeldende aspecten

- technieken en de daarbij behorende materialen, apparatuur, gereedschappen

- functionaliteit

- aspecten van de culturele en/of kunsthistorische context

3 aan de hand van aangegeven aandachtspunten zijn/haar ervaringen van een bezoek aan een tentoonstelling of collectie presenteren aan de hand van

- aspecten van de voorstelling

- beeldende aspecten

- technieken en de daarbij behorende materialen, apparatuur, gereedschappen

- functionaliteit



  • aspecten van de culturele en/of cultuur-/kunsthistorische context.






Toelichting:
Ad 1 en 2 van exameneenheid BV/K/8:

Van de kandidaat wordt verondersteld dat deze onderscheid weet te maken tussen aspecten van de voorstelling en aspecten van de vormgeving waaronder beeldende aspecten en technieken en de daarbij behorende materialen en gereedschappen.


Van de kandidaat wordt verwacht dat deze een relatie weet te leggen tussen vorm en functie.

Ten aanzien van technieken en de daarbij behorende materialen, gereedschap en apparatuur: in het CSE worden geen vragen gesteld die vakspecifieke kennis van een van de vier beeldende vakken vereisen.

Zie voor de exameneenheden BV/K/8,1 en 2 de begrippenlijst.
Ten aanzien van de culturele en/ of cultuur- kunsthistorische context: aan het begin van het betreffende examenjaar wordt in de septembermededeling jaarlijks een stofbeperking opgenomen en het thema toegelicht.
Ad 3 van exameneenheid BV/K/8:

De exameneenheid BV/K/8, 3 wordt niet getoetst op het centraal schriftelijk examen beeldende vakken.


Bijlage 1: Begrippenlijst
Onderstaande begrippenlijst heeft betrekking op begrippen die in zowel het CPE als CSE kunnen voorkomen. Indien in een bepaald examen andere dan onderstaande begrippen gehanteerd worden, wordt daarvan melding gemaakt in de septembermededeling voorafgaande aan het betreffende examenjaar.

De begrippenlijst kan na verloop van tijd veranderingen ondergaan. Indien dat het geval is zal daarover melding gemaakt worden en de septembermededeling.




Aan de hand van beeldend werk dient de kandidaat ten behoeve van het CSE de volgende begrippen te (her)kennen en te benoemen en deze in het CPE (van zijn eigen beeldend vak) toe te kunnen passen



Verschijningsvormen/ beelddragers

CSE en CPE


Autonome kunst

Toegepaste kunst


Tweedimensionaal

Driedimensionaal


Stilstaand

Bewegend



affiche

afgietsel

animatie

architectuur

assemblage

beeldhouwwerk, sculptuur

buste

cd-rom


collage

commercial

computer(animatie)

decor


decoratie

design


dramaserie

documentaire

druk

dvd


ets

exterieur



foto

film


fotoserie

fotomontage

gravure

grafiek


graffiti

illustratie

industriële vormgeving

installatie

instructiefilm

interieur

karikatuur

keramiek


kinetisch object

kostumering

miniatuur

mixed-media

mobile


mode(-accessoires)

monument


object-trouvé

paneel


performance

plattegrond

ready-made

reconstructie tekening

reportage

reliëf


scherm

schilderij

sculptuur

speelfilm

still

tapijten



tekening

video(clip)

(wand)kleden




Aspecten van de voorstelling

CSE en CPE

inhoud



attribuut

blikrichting

en face

en profil



gebaar

houding


geabstraheerd

geënsceneerd, in scene gezet

genre


idealiseren

kleding


landschap

naar de aanschouwing

naar de fantasie

naar de waarneming

non figuratief

onderwerp

personage

personificatie

portretten


sfeer

stilleven

symbool

thema


vertellend

uitdrukking

verhaal




Aspecten van de vormgeving

Beeldende aspecten

CSE en CPE



compositie/ ordening

aandachtspunt

aanzicht ( voor-, zij-, achter-….)

(a)symmetrie

compositievormen

evenwicht/ harmonie

herhaling

plaatsing

richting

ritme


scene

shot


vlakverdeling
kleur

complementaire kleuren

kleurencirkel

kleurcontrast

kleurfamilie

kleurgebruik

kleurhelderheid

kleurmenging

kleursoort

kleurtoon

kleurzuiverheid

optische kleurmenging

primaire kleuren

secundaire kleuren

tertiaire kleuren

verzadigde kleuren

zuivere kleuren


Lijn

contour


lijndikte

lijnrichting

lijnsoort

lijnwerking


licht

clair-obscur

eigen schaduw

kunstlicht

lichteffecten

lichtval


lichtrichting

meelicht


strijklicht

natuurlijk licht

slagschaduw

tegenlicht

zijlicht
Vorm

Abstract


figuratief

geometrisch

gesloten vorm

gestileerd

gestroomlijnd

maatverhouding

massief

open vorm



organisch

restvorm


schematisch

silhouet


vereenvoudigd

vlak


volume

vormsoort

vormcontrast


ruimte

afsnijding

close-up

coulissewerking

diepte

groot voor- klein achter



kikvorsperspectief

kleurperspectief

lijnperspectief

overlapping

plasticiteit

ruimte-omvattend

ruimte suggestie

ruimtewerking

scherpte-diepte

standpunt

tijdverloop

uitsnede


verdwijnpunt

verkorting

vervaging

vogelvluchtperspectief


structuur
textuur/factuur

stofuitdrukking


geluid

vocaal


instrumentaal





Aspecten van de vormgeving

materialen

CSE

CPE

een lijst van gereedschappen blijft in dit kader achterwege

CSE

beton


computer

doek / stof

garens

geluid


hout (massief/plat)

houtskool

inkt

karton


klei

krijt


licht

metaal


papier

potlood


stof

textiel


verf

vezels


zie cse

Voor gebruik van materialen bij het CPE zijn geen dwingende voorschriften opgesteld. Het gebruik is afhankelijk van wat de school beschikbaar heeft. De lijst geeft slechts een indicatie van meest gebruikte materialen.



CPE te
acrylverf

aquarelverf

ecoline

gouache


houtskool

olieverf


oost-indische.inkt

pastel


plakkaatverf

siberisch krijt

software tbv productie twee - dimensionale beelden

vetkrijt



CPE ha

.

engobepoeders



gips

glazuurpoeders

hout (massief, balk, plaat)

houtverf

leer

marmer


metaal (draad, plaat)

metaalverven

niet-plastische kunststoffen (waaronder piepschuim)

plastische (kunst)stoffen

software t.b.v. productie ruimtelijke vormgeving

steen


was


CPE tex

garens:

gemengde garens

katoen

linnen


touw

wol


stoffen:

badstof


bont

fleece


jute

kant


katoen

kunststof

leer

linnen


samengestelde stoffen

software t.b.v. productie textiele objecten

tricot

tule


vilt

CPE av

objectieven

Cd

cd-rom


computer

doka en toebehoren

dvd

filmcamera



(digitale) fotocamera

fotopapier

fotorolletje

geluidsapparatuur

lenzen

lichtapparatuur



printer

projectie-/beeldscherm

scanner

software t.b.v. productie audio-visuele producties



videocamera

video-/filmbanden







Aspecten van de vormgeving

technieken

CSE

CPE

een lijst van gereedschappen blijft in dit kader achterwege

assembleren

beeldhouwen

boetseren

bouwen


digitaliseren

digitaal presenteren

drukken

collage


construeren

filmen


fotograferen

gieten


grafische technieken

modelleren

monteren

schetsen


schilderen

tekenen


textiele technieken(ontstaan/

verwerken/ bewerken).




zie cse

Voor gebruik van technieken bij het CPE zijn geen dwingende voorschriften opgesteld. Het is afhankelijk van wat de school beschikbaar heeft en wat voor de school gebruikelijk is. De lijst geeft slechts een indicatie van meest gebruikte technieken.



CPE te
arceren

aquarelleren

collage

constructief tekenen



dekkend schilderen

diepdrukken ( etsen)

egaal schilderen

frotteren

hoogdrukken (linosnede, houtsnede)

knippen


mengen

monotype


nat-in-nat schilderen

plakken


pointilleren

scheuren


schilderen( in toon, kleur en toets)

sjabloneren

snijden

spatten


tamponeren

transparant schilderen

vlakdrukken (zeefdruk)



CPE ha
buigen

ciseleren

draaien

drijven


glazuren

gutsen


hakken

(hout)- verbindingen maken

insnoeren

klinken


knippen

lassen


omklappen

oprollen


ponsen

scheuren


schuren

plooien


polijsten

ritsen


smeden

solderen


snijden

vouwen


zagen

CPE tex
appliqueren

breien


borduren

construeren

dessineren

draperen


haken

knopen


modelleren

naaien


rafelen

sjabloneren

spannen

spinnen


stempelen

twijnen


verstevigen

verven


vilten

vlechten


vouwen

weven



CPE av
acteren

concept maken

draaiboek maken

decor bouwen

ensceneren

focussen


interviewen

kostumeren

monteren

regisseren

registreren

script maken

storyboard maken

spotten


zoomen                                              

                                              








Zeggingskracht

CSE en CPE

De kandidaat heeft kennis en inzicht in de wijze waarop aspecten van de voorstelling - al dan niet in combinatie met beeldende aspecten, materialen en technieken - bijdragen aan de zeggingskracht van beelden van anderen en weet deze zodanig te hanteren / combineren dat ze bijdragen aan de zeggingskracht van eigen beeldend werk

Zoals
agressief

angstig


chaotisch

chique


eenzaam

eerbetoon/ hommage

dramatisch


dynamisch

feestelijk

geëmotioneerd

klassiek


lieflijk

naturalistisch

nét echt / realistisch

ordelijk


romantisch

sober

somber


statisch

surrealistisch

verdrietig

verstild


vervreemdend

vrolijk


Proces


CPE en CSE

Ontstaansproces voor zover bekend en van belang voor het kunstwerk

Kandidaat kent het onderscheid tussen werken in opdracht, toegepast, en autonoom werken.
De kandidaat weet wat een pakket van eisen is aangaande werken in opdracht.
De kandidaat kan verschillende fasen in het tot stand komen van kunst en vormgeving onderkennen: bv ideefase, ontwerpfase, uitvoeringsfase, evaluatiefase en presentatie

atelier

ambachtelijk

beeldmateriaal

compositieschets

draaiboek

experiment

experimenteren

inlijsten



lijst

materiaalproef

maquette

oeuvre


onderzoek

passe-partout

portfolio

scenario


schetsen

sfeerblad

stijl

sokkel


studio

voorstudie

vormonderzoek

werkwijze







Functionaliteit

CPE en CSE

decoratief

educatief

esthetisch

gebruiksfunctie

mythologisch


praktisch

religieus

status

symbolisch




toegepast

verhalend

verwijzend

wervend






Cultuur en kunsthistorische context

CPE en CSE

Wat daarnaast van belang is voor het thema van het betreffende examenjaar wordt vermeld in de septembermededeling in het jaar voorafgaande aan het examen.

anatomie

atelier


beeldtaal


classicistisch

maatschappelijk karakter

romantisch


stijl/ kunststroming

tijdgeest






De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina