Toelichting Risicoregeling Woning- en Utiliteitsbouw 1991



Dovnload 85.88 Kb.
Datum21.08.2016
Grootte85.88 Kb.




Toelichting Risicoregeling Woning- en Utiliteitsbouw 1991

 

Algemeen

 

Bij het tot stand komen van een aannemingsovereenkomst kunnen tussen opdrachtgever en aannemer afspraken worden gemaakt om prijswijzigingen, die zich tijdens de uitvoering van een project voordoen, te verrekenen. Voor de verrekening van deze prijswijzigingen is door het Algemeen Verbond Bouwbedrijf (AVBB), de Rijksoverheid i.c. de Rijksgebouwendienst (Rgd) en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) een standaardregeling opgesteld. Voor de woning- en utiliteitsbouw is dat de Risicoregeling Woning- en Utiliteitsbouw 1991 (RWU 1991).

 

In de RWU l991 wordt voor de verrekening van prijswijzigingen uitgegaan van een loon-bestanddeel en een materiaalbestanddeel. Beide bestanddelen zijn tezamen 90% van de aannemingssom. Door partijen is overeengekomen over de resterende, normatief bepaalde, 10% geen verrekening toe te passen. Verrekening vindt plaats met behulp van een loonindex en een materiaalindex. Beide indexen worden door de Commissie Risicoregeling Woning- en Utiliteitsbouw maandelijks vastgesteld en gepubliceerd.

 

Artikelsgewijze toelichting

I

Begripsbepalingen

 

Artikel 1


 

Aannemingssom:

 

Het bedrag waarvoor de aannemer zich heeft verbonden het werk tot stand te brengen, de omzetbelasting daarin niet begrepen (zie UAV 1989 par. 1 lid 1).

 

Loonbestanddeel:

 

Het begrip loonkosten is hierbij gedefinieerd als alle vergoedingen die kunnen worden toegerekend aan de factor arbeid, hetgeen impliceert dat hieronder zowel de project-gebonden als de bedrijfsgebonden loonkosten zijn begrepen. Als loonkosten worden dan aangemerkt de CAO-lonen (inclusief marktoeslagen), de verschuldigde sociale lasten met inbegrip van de lasten voortvloeiend uit de zogenaamde Bedrijfstakeigen regelingen (onder meer Risicofondspremie, pensioenpremie, VUT-premie e.d.). Eveneens worden vergoedingen voor reiskosten, uitrusting e.d. tot de loonkosten gerekend.

 

Loonindex:

 

Bij de berekening van de loonindex wordt rekening gehouden met de gewogen loonkostenontwikkeling per arbeidsuur voor werknemers vallend onder de CAO voor het Bouwbedrijf, de UTA-CAO, de CAO voor het Schilders en Afwerkingsbedrijf en de CAO voor de Metaalnijverheid.

 

Materiaalbestanddeel:

 

Onder de term materiaal worden zowel bouwstoffen als bouwproducten verstaan die nodig zijn voor de uitvoering van werken en na de oplevering daarin achterblijven. Bouwstoffen zijn die materialen die op de bouwplaats nog nadere bewerkingen ondergaan en tot of in bouwdelen worden verwerkt. Bouwproducten zijn al volledige eindproducten (vaak al zelfstandige bouwdelen) die nagenoeg geen verdere bewerkingen behoeven en doorgaans rechtstreeks op de bouwplaats kunnen worden geplaatst of gemonteerd.

 

Materiaalindex.

 

De materiaalindex is gebaseerd op een representatief pakket materialen waarvan de prijsbeweging wordt vastgesteld met behulp van gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). De weging van dit pakket materialen geschiedt door de Commissie Risicoregeling Woning- en Utiliteitsbouw.

 

Peildatum:

 

Het is niet van belang dat voor de datum van inschrijving of prijsaanbieding een werkdag als bedoeld in par. 1 lid 1 van de UAV 1989 wordt gekozen.

 

Verrekenen:

 

Loon- en materiaalindexen zullen in de regel 4 maanden na afloop van een betreffende maand beschikbaar komen. In de praktijk betekent dit dat bij het doen van een termijn-betaling wordt nagegaan in hoeverre loon- en/of materiaalindexen nog zijn gewijzigd als gevolg waarvan nog verrekening moet plaatsvinden.

II

Loon- en materiaalbestanddeel

 

Artikel 2


 

Indien er aanleiding bestaat van de in dit artikel genoemde percentages af te wijken moet daarover bij het opstellen van het projectbestek c.q. deelbestek(ken) een bewuste keuze worden gemaakt.

III

Verrekening wijziging loonkosten

 

Artikel 3


 

Hierna volgt een voorbeeld van de verrekening van loonkostenwijzigingen ingevolge de Risicoregeling Woning- en Utiliteitsbouw 1991.

 

 

 

VOORBEELD

 

Bedragen, data en indices zijn fictief.

-

Peildatum

:

19 juli 1991

-

Aanvang werk

:

7 augustus 1991

-

Loonbestanddeel

:

45%

-

Loonindexen

:







 

juli 1991

:

102,2







augustus 1991

:

102,6







september 1991

:

102,6







oktober 1991

:

103,3







november 1991

:

103,3







december 1991

:

103,9




-

Aanneemsom

:



2.500.000,-

-

Termijnbedragen

:




 

1e termijn:

10 september 1991



600.000,-







2e termijn:

3 oktober 1991



400.000,-







3e termijn:

22 oktober 1991



500.000,-







4e termijn:

1 december 1991



1.000.000,-




 

 

 

Loonkostenverrekening

 

De te verrekenen loonkosten per termijn bedragen (gebruikmakend van de in artikel 3 vermelde formule) en excl. BTW:

 

 




1e termijn:

Vl = 102,6 – 102,2 x 0,45

102,2


x 34 x

34




600.000,- =



1.057,-





2e termijn:

Vl = 102,6 – 102,2 x 0,45

102,2


x 21 x

23




400.000,- =



643,-







Vl = 103,3 – 102,2 x 0,45

102,2


x 2 x

23




400.000,- =



168,-




3e termijn:

Vl = 103,3 – 102,2 x 0,45

102,2


x 19 x

19




500.000,- =



2.422,-




4e termijn:

Vl = 103,3 – 102,2 x 0,45

102,2


x 40 x

40




1.000.000,- =



4.843,-

 

 

 

Opmerking:

 

Volgens de risicoregeling wordt het bedrag van de 2e termijn (€ 400.000,-) voor de berekening van de te verrekenen loonkosten naar rato van het aantal kalenderdagen over beide perioden (met verschillende indexen) verdeeld. Bij de berekening van de te verrekenen loonkosten over de 2e termijn is voor de periode van 10/9 tot 1/10 (21 kalenderdagen) uitgegaan van een loonindex van 102,6. Voor de periode van 1/10 tot 3/10 (2 kalenderdagen) is uitgegaan van een loonindex van 103,3.

IV

Verrekening wijziging materiaalprijzen

 

Artikel 4


 

Hieronder volgt een voorbeeld van de verrekening van materiaalprijswijzigingen ingevolge de Risicoregeling Woning- en Utiliteitsbouw 1991.

 

VOORBEELD

 

Bedragen, data en indices zijn fictief.

-

Peildatum

:

19 juli 1991

-

Aanvang werk

:

7 augustus 1991

-

Loonbestanddeel

:

45%

-

Loonindexen

:







 

juli 1991

:

100,8







augustus 1991

:

101,1







september 1991

:

100,6







oktober 1991

:

99,7







november 1991

:

99,7







december 1991

:

100,2




-

Aanneemsom

:



2.500.000,-

-

Termijnbedragen

:




 

1e termijn:

10 september 1991



600.000,-







2e termijn:

3 oktober 1991



400.000,-







3e termijn:

22 oktober 1991



500.000,-







4e termijn:

1 december 1991



1.000.000,-










 

De te verrekenen materiaalprijswijzigingen per termijn bedragen (gebruikmakend van de in artikel 4 vermelde formule) en excl. BTW.




























1e termijn:

Vl = 101,1 – 100,8 x 0,45

100,8


x 25 x

34




600.000,- =



591,-








Vl = 100,6 – 100,8 x 0,45

100,8


x 9 x

34




600.000,- =

– €

142,-




2e termijn:

Vl = 100,6 – 100,8 x 0,45

100,8


x 21 x

23




400.000,- =

– €

326,-







Vl = 99,7 – 100,8 x 0,45

100,8


x 2 x

23




400.000,- =

– €

171,-




3e termijn:

Vl = 99,7 – 100,8 x 0,45

100,8


x 19 x

19




500.000,- =

– €

2.455,-




4e termijn:

Vl = 99,7 – 100,8 x 0,45

100,8


x 40 x

40




1.000.000,- =

– €

4.911,-







 

Opmerking:

 

Volgens de risicoregeling wordt het bedrag van € 600.000,- (1e termijn) resp. € 400.000,- (2e termijn) voor de berekening van de te verrekenen materiaalprijswijzigingen naar rato van het aantal kalenderdagen over de perioden met verschillende indexen verdeeld.

V

Uitvoeringsbepalingen

 

Artikel 5


 

Lid 1:

 

Werkzaamheden uitgevoerd tegen in de aannemingsovereenkomst vermelde verreken-prijzen worden geacht deel uit te maken van het werk. Deze werkzaamheden behoren derhalve tot de aannemingssom en komen dus voor verrekening op grond van deze regeling in aanmerking. Ook stelposten maken deel uit van de aannemingssom (zie hiervoor par. 37 van de UAV 1989).

 

Lid 2:

 

Meerwerk zowel als minderwerk behoort per definitie niet tot de aannemingssom. Het betreft namelijk wijzigingen die op het moment van de aanbesteding niet bekend (konden) zijn. In die zin kan meerwerk volgens de risicoregeling worden geïnterpreteerd als "bijgekomen werk", waarvoor, indien gewenst, een aparte verrekening kan worden overeengekomen. Zowel meerwerk als minderwerk kan een gevolg zijn van bestekswijzigingen, van afwijking van de bedragen van de stelposten, van afwijking van de geschatte hoeveelheden en van afwijking van de verrekenbare hoeveelheden.

 

Lid 3:

 

Geen verrekening kan plaatsvinden van wijzigingen van de loonkosten en/of materiaal-prijzen die optreden na de volgens het bestek bepaalde datum van oplevering, tenzij er sprake is van termijnverlenging (= verschuiven datum van oplevering). Het recht op termijnverlenging staat omschreven in par. 8 lid 4 van de UAV 1989.

VI

Omzetbelasting

 

Artikel 6


 

De wettelijk verschuldigde omzetbelasting (BTW).

VII

Commissie Risicoregeling Woning- en Utiliteitsbouw

 

Artikel 7


 

Zie hiervoor het Reglement Commissie Woning- en Utiliteitsbouw.

VIII

Intrekking

 

Artikel 8


 

Voor bouwprojecten in de woning- en utiliteitsbouw, waarvoor prijsopgave is gedaan vóór

1 juli 1991 en waarvan de oplevering zal plaatsvinden ná 30 juni 1991, wordt verwezen naar de "Overgangsbepalingen Risicoregeling Woning- en Utiliteitsbouw 1991"



N.B. Deze “Overgangsbepalingen” zijn inmiddels niet meer van kracht

IX

Citeertitel

 

Artikel 9


 

Behoeft geen toelichting.

X

Inwerkingtreding

 

Artikel 10


 

Behoeft geen toelichting.






De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina